Indisch 3.0 Jaaroverzicht 2012

Een terugblik op het afgelopen jaar

In 2012 ging Indisch 3.0 van ‘online magazine voor en door de derde Indische generatie’, over in het ‘online platform met het geluid van de derde generatie voor liefhebbers van de Indische cultuur’, inclusief nieuwe website en logo. Een jaar waarin in topmaand april onze website maar liefst 24.058 keer bezocht werd. Voor het eerst organiseerden we dit jaar een ‘Geschiedenisweek’ en twee schrijfwedstrijden: ‘HWWGV’ met als juryvoorzitter theatermaker Diederik van Vleuten, en ‘Indische Bladzijde’ met als juryvoorzitter bestsellerauteur Eveline Stoel. Ook kreeg onze Facebookpagina het afgelopen jaar een flinke boost, met meer dan 1350 likes streven we richting de 1500 in 2013.

.

Enkele highlights van 2012:

De populairste artikelen van 2012:

In vergelijking met de all-time populairste publicaties:

Tja, wat zullen we zeggen? De liefde van Indo’s gaat duidelijk door de maag.

Redactionele wisselingen
Eerder dit jaar namen we tijdens de Kumpulan op 11 mei afscheid van hoofdredacteuren Charlie Heystek en Wilem- Jan ‘Merah’ Brederode en nam Kirsten Vos weer plaats als plaatsvervangend hoofdredacteur. Samen met Tabitha Lemon, Liselore Rugebregt en Wendy de la Rambeljé vormden deze vier dames tot 1 november de redactie van online magazine Indisch 3.0. Hierna ging Kirsten Vos met zwangerschapsverlof, sloot Nora Iburg zich aan bij de redactie, en vormt zij samen met Liselore Rugebregt en Wendy de la Rambeljé de huidige redactieZij worden hierbij ondersteund door extern adviseur Meike Grol en uitgever Tabitha Lemon. Ben je de draad kwijt? Laten we alles even in een schema zetten:

Opvallende interviews in 2012:

  • Op 21 juni publiceerden we het interview met poetry performer Olympia Latupeirissa naar aanleiding van 60 jaar Molukkers in Nederland. Olympia laat zich uit over de winst, het verlies en de toekomst. Plus: de excuses van Roemer.
  • In 2012 is het 65 jaar geleden dat Nederland in Indonesië de eerste politionele actie startte. Hoeveel weten we eigenlijk over de Nederlandse daden tijdens die roerige dekolonisatie-periode? Op 21 juli publiceerden we het interview met Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde (KITLV).
  • Op 24 augustus, de 60e verjaardag van Marion Bloem, publiceerden we het eerste deel van het interview waarin Marion Bloem terugblikt op enkele highlights in haar carrière als schrijfster en filmmaakster. Op 27 augustus werd het tweede en laatste deel gepubliceerd.

De series:

Het afgelopen jaar veranderden we de titel van de series ‘Jonge Indo…’ in ‘3.0…’, creëerden we er enkele series bij en bliezen een paar nieuw leven in, zoals:

  • 3.0 aan de Studie, waarin Charlene Vodegel 3.0’ers interviewt over hun studiekeuze en de eventuele invloed van hun Indische achtergrond hierop.
  • 3.0 in de Sport, waarin we sportieve 3.0’ers interviewen over hun passie voor sport.
  • 3.0 op de Werkvloer, waarin 3.0’ers geïnterviewd en op de foto worden gezet door Christie Haalboom.
  • 3.0 in de Keuken, nieuw leven ingeblazen door Melissa Korn en Krista Doornbosch met hun DIY video’s.
(c) Indisch 3.0 2012

Indisch 3.0 over de grenzen highlights:

Samenwerkingen:

In 2013 ging Indisch 3.0 ook meerdere samenwerkingen aan, onder andere met:

Ook het afgelopen jaar hebben wij veel te danken aan onze freelancers die zich belangeloos inzetten voor Indisch 3.0. Ontzettend bedankt allen!

Ook dank aan al onze trouwe lezers en volgers via social media. Wij zien jullie graag weer terug in 2013.

De redactie

De repatriëring: op zoek naar een toekomst

Repatrianten in hun pension - onder wie de ouders van mijn vader - in Elshout. Bron: persoonlijk archief Kirsten Vos

‘In kranten overlevingsdrang Indische Nederlanders centraal’

Het is een typisch Indische eigenschap: Indo’s zijn vindingrijke doorzetters en laten zich niet zomaar uit het veld slaan. Wat er ook is, er is altijd een – Indische – oplossing voor. Immers, een Indo kan met een karrètje al wonderen verrichten. Je verwacht het misschien niet, maar in mijn afstudeeronderzoek over de repatriëring ontdekte ik dat deze eigenschap een grote rol speelde in krantenberichten over het vertrek naar Nederland in de jaren ’50 in Indonesië. 

"Uitwuivers" bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.
“Uitwuivers” bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.

27 december 1951
Op 27 december 1951 sloot de “optietermijn” voor Indische Nederlanders. Dat betekende dat ze vanaf die dag niet meer konden kiezen (opteren) voor het warga negara; het staatsburgerschap van Indonesië. Deze datum speelde een sleutelrol in de beginfase van de repatriëring, het onderwerp waarop ik in 2007 afgestudeerd ben (Media en Journalistiek, Erasmus Universiteit Rotterdam).

Afstudeeronderzoek
Wat schreven kranten in Indonesië over deze gebeurtenis, in de jaren na de soevereiniteitsoverdracht? En wat konden we daaruit concluderen over de verwachtingen waarmee repatrianten naar Nederland kwamen? Want waarom deden ze dat eigenlijk, naar Nederland komen? De resultaten verrasten en raakten mij.

De scriptie Indië Tabe(h) uit 2007.

Indië Tabe(h)
Over de repatriëring is veel te vertellen. Veel meer dan in dit artikel past. Het eindresultaat van mijn afstudeeronderzoek is een lijvige scriptie, Indië Tabe(h), die je in zijn geheel kan downloaden (pdf, 1,5mb) op een speciaal hiervoor ingerichte website.

Karakter
Voor een historisch overzicht verwijs ik je naar de hand-out die ik heb geschreven voor de Indische school van de Tong-Tong Fair en de paragraaf over repatriëring van Indische Nederlanders in Wikipedia, van mijn hand. Want in dit artikel wil ik aandacht besteden aan het karakter van Indische Nederlanders.

Vastberadenheid
In de 92 krantenberichten over de repatriëring die ik analyseerde, borrelde onverwacht vaak het karakter van Indische Nederlanders naar boven. En dan met name hun vastberadenheid om na elke tegenslag de mouwen op te stropen, vanaf nul te beginnen en het het liefst meteen maar een tikkeltje beter te doen dan de vorige keer. Een voorbeeld van een krantenbericht waarin deze eigenschap centraal stond, was het verhaal van Bart Groenewoud, ondernemer én oorlogsslachtoffer.

Bart Groenewoud: een ondernemende avonturier
Bart Groenewoud verliet Soerabaja in 1955. Hoewel het Nieuw Soerabajasch Handelsblad alleen op 12 april van dat jaar een artikel aan hem wijdde, besloeg dat bijna een halve krantenpagina. Groenewoud was volgens het NSH een ondernemende avonturier met een ijzersterk doorzettingsvermogen, iets dat  ook in de beschrijving van andere repatrianten, in andere kranten en andere periodes naar voren kwam.

Ongekende bloei
Groenewoud was in de jaren ’20 vanuit Nederland naar Indië gekomen en maakte daar in korte tijd naam in ‘het amusementsleven, dat in die tijd een ongekende bloei kende’.  Toch was hij met andere plannen naar Indië gekomen; hij had carrière willen maken in ‘het hotelbedrijf’. Toen dit onhaalbaar bleek, koos hij ervoor om van zijn hobby muziek zijn werk te maken, samen met zijn broer José. ‘Vooral met ensemble de “Oriëntal Ramblers” werden successen geboekt.’

Na de bezetting knapte Groenewoud zijn ‘dancing Tabarin in drie maanden op.’

Tegenslagen
Keer op keer wist hij tegenslagen te overwinnen, zoals de economische crisis van de jaren ’30 en de Tweede Wereldoorlog, om vervolgens nog succesvoller te worden dan hij al was.  Tijdens de Grote Depressie had hij Indië in 1932 verlaten, om in Nederland een vergelijkbare situatie aan te treffen. Daarom had hij in 1937 besloten om samen met zijn muzikale partner zijn geluk in Madagascar en Afrika te zoeken als het duo ‘Marcel et Max’, totdat daar de ‘oorlogsdreiging [hen] terug deed keren naar Java, waar het wellicht veiliger zou zijn dan in Afrikaanse contreien. Dat wellicht was een volslagen misrekening.’

Krijgsgevangenschap
Onder de tussenkop ‘Bestemming gevonden’ beschreef de krant hoe Groenewoud in Soerabaja ‘bedrijfsleider’ werd van een ‘dancing’ en hij ‘eindelijk zijn bestemming’ vond. Na een ‘krijgsgevangenschap van 3 ½ jaar’ moest hij zijn dancing ‘Tabarin’ weer opknappen, wat hem ‘in drie maanden tijd’ lukte en ‘het viel niet zwaar het bedrijf “runnend” te houden.’ Ook toen ‘langzaamaan (…) het getij keerde’, bleef ‘Tabarin’ succesvol en de reputatie die zij had, was volledig te danken aan ‘Bart Groenewoud himself.’

Door te repatriëren ging Groenewoud ‘weer met een schone lei beginnen’

Schone lei
De krant omschreef zijn vertrek naar Nederland als volgt: ‘…zal Bart met vrouw en kind zich een nieuwe toekomst moeten verschaffen. Hij zal, waar dan ook, weer met een schone lei moeten beginnen (…)’. Het artikel eindigde met een persoonlijke groet: ‘Hoe het zij, Bart: Het ga je goed. Dat de “Indrapoera” je behouden met je gezin naar Nederland moge brengen en dat je daar of elders een goed emplooi mag vinden.’

Feestelijk afscheid van de familie Herwig. Foto: Nieuw Soerabajasch Handelsblad, p. 1, 1 april 1955.
Feestelijk afscheid van de familie Herwig. Foto: Nieuw Soerabajasch Handelsblad, p. 1, 1 april 1955.

Mijnenveld
Dit is slechts één van de berichten waarin het doorzettingsvermogen van Indische Nederlanders centraal stond. Natuurlijk – de Nederlandstalige kranten in Indonesië hadden in die tijd een verborgen agenda: zij opereerden in een politiek mijnenveld. Zij moesten aan de ene kant geloofwaardig maken hoe goed Indische Nederlanders omgingen met Indonesiërs en tegelijkertijd wilden zij de vertrekkende repatrianten een hart onder de riem steken.

Speelgoedauto
Maar geef toe – jij herkent dit karakter toch ook, uit jouw Indische familie? Die ene oom die van de inhoud van een lucifersdoosje een speelgoedauto kon maken? Die tante die uit het niets een verrukkelijke maaltijd op tafel kon zetten? Dat doorzettingsvermogen, die vastberadenheid – het is een eigenschap waar de Indische gemeenschap trots op mag zijn. Ik hoop dat we die eigenschap vaker centraal zetten als we het hebben over ‘typisch Indisch’.

Dit artikel is een bewerking van een lezing die ik in 2009 heb gegeven op de Tong-Tong Fair. In de hele versie kan je meer lezen over het verloop van de repatriëring en van de verschillende opvattingen van repatrianten over hun toekomst.

Indisch 3.0 Schrijfwedstrijd 'Indische Bladzijde'

Voortbordurend op het thema van de Boekenweek 2013

Het thema van de Boekenweek 2013 draait om de zon- en schaduwzijde van het verleden van Nederland, om de nuances en de dilemma’s. Nederlands-Indië speelt zondermeer een grote rol in dit roemrijke verleden van gouden tijden en zwarte bladzijden. Natuurlijk zijn er prachtige romans te vinden waarin het verleden van Nederlands-Indië een belangrijke hoofdrol speelt. Maar waar zijn al die kleine en persoonlijke gouden verhalen, inclusief en exclusief een zwart randje?

Indisch 3.0 heeft de zoektocht geopend naar deze verhalen.

Bladzijdes om de Indische hoofdstukken van de Nederlandse geschiedenis mee op te vullen en te doen herleven.

Verhalen om bruggen te slaan tussen generaties, Indisch en Hollands, jong en oud.

Neem een duik in het verleden, stel vragen, laat je verbeelding de vrije loop en schrijf een bladzijde vol!

.

.

Voor wie?

  • Iedereen!

Voorwaarden?

  • Maximaal 1500 woorden
  • Lettertype: Arial
  • Lettergrootte: 12
  • Regelafstand: 1.5

Opnemen onderaan het verhaal

  • Voor- en achternaam
  • Geboortedatum
  • Adresgegevens
  • E-mailadres en telefoonnummer

Stuur je verhaal via e-mail in vóór 25 februari 2013 00.01 uur naar redactie@indisch3.nl o.v.v.: Schrijfwedstrijd Indische Bladzijde

Inspiratie nodig?
Denk aan Indische familieverhalen, verhalen over tempo doeloe, over Nederlandse soldaten en mariniers die uitgezonden werden naar Nederlands-Indië ten tijde van de politionele acties, verhalen van Indische buren, vrienden, kennissen en collega’s enz. enz.

De prijzen?
1x Juryprijs

  • Persoonlijke feedback op je verhaal van bestsellerauteur, tevens juryvoorzitter, Eveline Stoel (Asta’s ogen, Boekoe Bangsa) en prijswinnende auteur Gustaaf Peek (Armin, Dover, Ik was Amerika).
  • Publicatie van je verhaal (na verwerking van de feedback) op www.indisch3.nl
  • Een gesigneerd Indisch boekenpakket bestaande uit boeken van diverse auteurs, o.a.: Eveline Stoel, Adriaan van Dis en Alfred Birney.

1x Publieksprijs

  • Persoonlijke feedback op je verhaal van Eveline Stoel en Gustaaf Peek.
  • Publicatie van je verhaal (na verwerking van de feedback) op www.indisch3.nl
  • Een gesigneerd exemplaar van Asta’s Ogen (luxe editie).
  • Een schrijverspakket, aangeboden door WritersPlaza.

Extra prijs

  • Een gesigneerd exemplaar van Asta’s Ogen (luxe editie).
  • Een proefabonnement (van 2 nummers) op Schrijven Magazine, aangeboden door Schrijven Online.

De winnaars worden bekend gemaakt op 15 maart 2013, aan de vooravond van de Boekenweek 2013.

Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012

Aankondiging Indische Bladzijde in PDF

Speculaashuis op z'n Indisch

Indisch 3.0 Speculaashuis

Met z’n allen versieren!

Hoewel het voor veel Indische families geen december hoeft te zijn om gezellig bij elkaar te komen en lekker te eten, heeft deze tijd van het jaar toch iets extra feestelijks. Iedereen viert Kerst op zijn eigen manier, van het maken van een gingerbread house in de VS tot het maken van Hollandse speculaas met Indonesische specerijen. Speciaal voor de Indisch 3.0 lezers hebben Krista Doornbosch en ik met veel plezier een speculaashuis met een Indisch tintje gemaakt. 

Maar eerst wat geschiedenis, want als vanzelfsprekend gaan we ervan uit dat alle ingrediënten voor lekkernijen als een speculaashuis in ons kikkerlandje te vinden zijn. Toch groeit nootmuskaat niet hier aan de boom, maar in Indonesië. Hoe zijn deze specerijen hier terechtgekomen?

Het Indisch 3.0 kersthuis door Krista en Melissa (c) Wing-Ni Lam 2012

Waardevolle schatten
Al ver voor de tijd van de VOC waren specerijen bij de oude Romeinen al gewild als smaakstof, conserveringsmiddel en om hun geneeskrachtige eigenschappen. Bij de val van het Romeinse rijk ging dit netwerk en de kennis verloren totdat Europa tijdens de Middeleeuwen weer opnieuw in aanraking kwam met deze exotische vondsten. Nadat Portugese ontdekkingsreizigers over zee de routes naar het oosten hadden ontdekt en terugkeerden met waardevolle schatten als kruidnagel en kaneel, duurde het niet lang voordat de Nederlanders hier ook op afgingen. Sindsdien zijn specerijen als kaneel, nootmuskaat, foelie en kruidnagel niet meer weg te denken uit de Hollandse keuken.

Tijd om uit te pakken
Gaandeweg zijn we de warme geuren van deze specerijen gaan associëren met de kerst, omdat dit de tijd van het jaar is om uit te pakken met deze (destijds dure) specerijen. Kerst is ook de tijd van het jaar waarin gezelligheid en familie centraal staan. Daarom moedigen we bij deze iedereen aan om ons speculaashuis te maken en gezamenlijk te versieren!

Voordat je begint nog een aantal tips:

  • Begin een dag van tevoren met het bakken van de koek.
  • Koop de snoepwinkel en notenbar leeg voor versiersels.
  • Gebruik kant-en-klare koekkruiden als je niet alle specerijen in huis hebt.

Recept voor het speculaashuis

Ingrediënten

Koek

  • 500 gr bloem
  • 320 gr zachte boter
  • 250 gr donkere basterdsuiker
  • 1 ei
  • flinke snuf zout

Koekkruiden

  • 2 el kaneel
  • 1 el gember
  • 1 tl korianderzaad
  • ½ tl nootmuskaat
  • ½ tl kruidnagel
  • ¼ tl witte peper

Glazuur

  • 3 eiwitten
  • 500 gr poedersuiker

Versiering

  • snoepgoed, noten, cupcakeversiering, laat je fantasie de vrije loop!

Verdere benodigdheden

  • sjabloon voor het huisje
  • spuitzak
  • stuk karton van A4 formaat als grondplaat

Bereiding

Koek bakken

  • Meng voor het deeg alle ingrediënten in een kom met de hand, dan wel met de deeghaken van je mixer, tot zich een grote bal vormt. Als het deeg te droog is kun je lepel voor lepel water toevoegen, en wanneer het te nat is voeg je bloem toe.
  • Druk de bal plat zodat je het straks makkelijk uit kunt rollen. Verpak de bal in vershoudfolie en laat het minimaal een uur rusten in de koelkast zodat het bij het uitrollen niet scheurt. Je kunt het deeg ook bewaren voor de volgende dag.
  • Verwarm de oven voor op 160°c en leg het bakpapier op de bakplaten.
  • Bestuif het aanrecht en het deeg met een beetje bloem en rol het uit tot een dikte van bijna 5 mm. Snijd alle figuren uit en leg ze op de bakplaat. Probeer hierbij de figuren zo min mogelijk te vervormen zodat je niet eindigt met wiebelige randen van je muren.
  • Bak de koek in 20 minuten gaar en laat ze op de bakplaat afkoelen. Draai de koeken om zodat ze goed kunnen drogen. Op deze manier worden de koeken stevig. Ook dit kun je een dag van tevoren doen.
(c) Wing-Ni Lam 2012

Glazuur maken

  • Klop 3 eiwitten stijf met een garde of mixer tot ze pieken vormen. Klop beetje bij beetje de suiker in het eiwitmengsel en klop net zo lang totdat dit opgelost is, dit kun je voelen wanneer je een beetje van het mengsel tussen je vingers wrijft.
  • Schep het mengsel in een spuitzak en draai deze aan de bovenkant dicht om uitdroging te voorkomen.

Om salmonellagevaar te voorkomen kun je de eiwitten vervangen door 10 gram eiwitpoeder en 60 ml water.

Huis in elkaar zetten

  • Spuit glazuur langs de randen van de eerste koek en zet deze op je grondplaat en plak de rest van de wanden er tegenaan. Met behulp van blikken kunnen de wanden steunen of vraag iemand anders om je te helpen. Laat dit minimaal een uur uitharden.
  • Bespuit de randen van de muren waar het dak op komt te liggen met glazuur en zet de dakdelen erop. Ondersteun ook deze delen en laat drogen.
(c) Wing-Ni Lam 2012

Versieren

  • Zodra het huisje staat begint het leukste gedeelte: versieren! Hier zijn geen regels voor, maak het zo mooi als je wilt. Gebruik het glazuur als lijm of als decoratie met behulp van verschillende spuitmondjes.

Ik hoop dat jullie net zo veel plezier zullen hebben bij het bereiden van dit recept als wij hebben gehad.

Fijne kerstdagen!

Lustrum Indisch Herinneringencentrum

‘Een feestje aan het Spui’

Afgelopen zondag werd in het Theater aan het Spui het eerste lustrum gevierd van het Indisch Herinneringencentrum. Het Indisch Herinneringscentrum opende haar deuren in 2009, na twee jaar van grondige voorbereiding. In de afgelopen vijf jaar werden allerlei activiteiten ontplooid, waaronder de publiekspresentatie ‘Het Verhaal van Indië’. De hoogste tijd voor een feestje!

Het Indisch Herinneringencentrum is gevestigd in Arnhem op Landgoed Bronbeek en laat je kennismaken met de Archipel, met de verschrikkingen in de periode 1941 – 1949 en met de veerkrachtige Indische gemeenschap die zich wereldwijd heeft verspreid. Het is een plek voor de Indische gemeenschap om te gedenken, te herdenken en te vieren, met alle generaties samen. Een van de dingen die je er kunt gaan bekijken, is de publiekspresentatie ‘Het Verhaal van Indië’. Deze overzichtstentoonstelling in Museum Bronbeek geeft een beeld van de 350-jarige geschiedenis van Nederlands-Indië. De nadruk ligt op de Tweede Wereldoorlog, het dekolonisatieproces en de gevolgen daarvan voor de Indische gemeenschap. Ook bracht het centrum een educatieve strip uit, ‘De Terugkeer’.

Dit alles werd gevierd in een uitverkochte zaal aan het Spui, met een feestelijk programma met onder andere een bijdrage van Marion Bloem, een performance van Carlo Scheldwacht, Patrick Neumann en Ghislaine Pierie en muziek van Tjendol Sunrise met gastoptreden van bandleden van de Kambing Kings. De presentatie was in handen van Esmeralda Böhm. De beelden spreken voor zich: het was een gezellig Indisch samenzijn.

 

 

Poco Poco Style!

Inmiddels is ie al meer dan 36.000 keer bekeken op YouTube, de nieuwste clip van Ricky Risolles: Poco Poco Style, en ook ditmaal is de Indisch 3.0 redactie te spotten in de clip. Aduh luitjes, we worden nog eens beroemd!

Dus iedereen zingend en swingend het weekend in: ‘Daarom dit zegt wat, dat jij hier bent schat. Want ja hoezo, ben jij Indo en waarom dansen al die Indo’s altijd zooooooooo…’

 

 

Bij dezen feliciteren wij ook (de in de videoclip zwangere) Kirsten Vos met de geboorte van zoon Valentijn Olaf Maas op 13 december 2012.

 

En als toegift ook nog Mijn Indisch Hart, je weet wel, ‘waar het allemaal mee begon’…

 

Indische mythe

Ken je dat, dat je met hand en tand een stelling hebt staan verdedigen en dat je erachter komt dat je ongelijk hebt? Dat je al die tijd voor de gek bent gehouden? In de maand December zijn er bijvoorbeeld heel wat kindjes voor wie Sinterklaas van zijn voetstuk valt. Ik weet nog goed hoe teleurgesteld ik was, en dat ik me ook een beetje schaamde.

Geloven in Sinterklaas
Het was op een verjaarspartijtje, ik was een jaar of zeven. ‘Geloof jij nog in Sinterklaas?’ zei mijn vriendinnetje Marije smalend. ‘Je weet toch dat hij niet bestaat?’ Geschokt keek ik haar aan, ik kon en wilde het niet geloven. Marijes moeder probeerde de situatie nog te redden, wat haar op een woedende blik kwam te staan: ‘Mam, gisteren zei je nog tegen mij dat hij NIET bestond!’
Toen ik mijn eigen moeder er thuis naar vroeg, gaf ze toe dat Marije gelijk had. Teleurgesteld dat ik was! Niet eens omdat ik genept was, maar vooral omdat ik Sinterklaas met alle overtuiging die ik in me had, had staan verdedigen.

Prinses op de erwt
Veel van mijn herinneringen aan mijn Indische opa stammen uit dezelfde tijd. Had ik iets te piepen, dan riep mijn moeder: ‘Prinses op de erwt!’ Mijn lieve opa begon dan direct een verhaal over het Indische adellijke bloed dat door mijn aderen stroomde. Meestal wist hij op de simpelste vragen over Indië geen antwoord, maar dit verhaal kwam vloeiend over zijn lippen. Toen had ik al iets kunnen vermoeden….

Javaanse prinses
Mijn opa schetste de prachtige kraton in Jogjakarta, de sultan met al zijn vrouwen, de dansen die er werden opgevoerd. Ooit was één van onze voorvaderen naar Indië gekomen, had daar van een sultan één van zijn dochters aangeboden gekregen en omdat hij dat niet af mocht slaan, had hij haar getrouwd. Omdat hij al getrouwd was, konden de kinderen die uit dit tweede huwelijk voortkwamen, niet erkend worden. Dus kregen ze de achternaam van hun vader, achterstevoren gespeld. Mijn moeders familie heet Rhemrev, draai dat maar eens om. Volgens mijn opa stamde ik dus af van een Javaanse prinses. Ik nam het voor kennisgeving aan.

Indische mythe
Nu ik tijdelijk de redactie van Indisch 3.0 kom ondersteunen, heb ik me verdiept in de redactieformule van de site. Daar kwam ik een lijstje van discutabele opvattingen tegen. En wat schetste mijn verbazing: ‘Een gangbare opvatting: je bent speciaal als je Indisch bent (want je stamt af van een Javaanse prinses).’ Wat blijkt: de Javaanse prinses is blijkbaar een Indische mythe, een soort Indisch Sinterklaasverhaal! Ik moest er hard om lachen. Ben je verdorie in de dertig, blijk je alsnog genept!

Interview with Jamie Stern

‘My presence on the TIP board is a step towards bringing Indo youths together.’

Jamie Stern, a third generation Indo, born in 1987 in Santa Monica, California where she still lives. Her Indo roots come from her mother who was born in Semarang, Indonesia in 1958. After Jamie’s mother’s birth, her family repatriated to The Netherlands where they spent four years before immigrating to the United States in 1962. Jamie is currently finishing her Masters degree in Cultural Geography. For the past five years she has worked as an aviation meteorologist and serves as a board member for The Indo Project (TIP); an international nonprofit organization that promotes Indo history and culture in the English language. I speak with Jamie about TIP and the ethnographic research to ‘fully describe what has happened to the Indos and where they are today; geographically as well as within society’.

Jamie Stern (c) Jamie Stern

A rich mixed heritage
Jamie is TIP’s geography academic and one of their researchers. As the youngest member on the board, she explains to me that she reaches out to other young Indos. Jamie: ‘Though being Indo often means having a very rich mixed heritage, mine is further mixed by the fact that I am half Indo. My other half is Jewish from my father’s side, though I most closely identify with the Indos and regard myself as an Indo-American.’ Being half Indo is not something Jamie likes to point out because she feel like it diminishes the value of being Indo. However, this is a point that some third and fourth generation Indos in the U.S. become stuck on. Jamie explains: ‘In their eyes, they see that they are only half or only a quarter Indo and therefore do not belong. This is not true!’

The value is to unify our Indo culture by providing an organized legitimate academic source of information that can be used to stimulate further marginalization through generalization.

Why the research?
The research is being conducted with two goals in mind. First of all, it is the final research required for Jamie’s Masters degree. Jamie: ‘It will preserve a standing document in academia that makes available a plethora of statistical and subjective information about the U.S. Indo population.’ Second, it will be available through TIP as a research document for the entire Indo community and global community at large as an opportunity to perpetuate Indo awareness. Jamie: ‘The value is to unify our Indo culture by providing an organized legitimate academic source of information that can be used to stimulate further marginalization through generalization.’ For Jamie it is important to take on the responsibility of documenting the unique Indo culture and preserving it for future generations.

Jamie: ‘Another piece of interesting information coming from the survey – and something to have pride in – are the Indos’ educational accomplishments. Both second and third generations surpass the U.S. national average with Masters and advanced professional degrees.’

Research results so far
At this moment almost nine hundred people from all over the world have completed the research survey. Jamie tells a little bit about the results so far: ‘In the U.S. forty-five percent of the survey responses have come from third-generation Indos. This clearly indicates a surge in heritage and cultural interest by our younger community. Our third generation is very interested in learning more about their heritage but one issue is the language barrier.’ Almost sixty-five percent of this group learned English as their first language. Only five percent of those individuals went on to learn Dutch. This means that sixty percent of them cannot understand the Dutch documentaries on the Indo experience. Jamie adds to this: ‘Almost seventy percent of the third-generation English-speaking group said that they would love to be able to read books and watch films and documentaries about the Indo experience. This brings to surface the necessity for our younger Indo generations to have information accessible in English*.’

My presence on the TIP board is a step towards bringing Indo youths together, sort of bridging the gap that currently exists.

Connected through food
The last subject we discuss is how U.S. Indo youths meet each other typically through family and friends, and through the use of social media like Facebook, Twitter, and YouTube. Jamie: ‘There are no organizations or clubs that I know of in California or in the U.S. that specifically target Indo youths. My presence on the TIP board is a step towards bringing Indo youths together, sort of bridging the gap that currently exists.’ How Indo youths connect to their heritage seems to be somewhat universal, Jamie: ‘Eighty-nine percent of the younger Indos reported that they felt connected through food and meals, and also through family gatherings and listening to stories from their grandparents.’

The Indo Project (c) Jamie Stern

* Right now, a documentary is a major goal and very high on TIP’s priority list. In order to accomplish this as a non-profit organization, they need more funding. 

Jamie: ‘We are seeking funding sources such as foundations or corporations in the U.S. or the Netherlands. Another priority for funding is to find the money to translate material from Dutch into English. It is sad that there is a wealth of information available in the Dutch language and hardly any in the English language that would help Indo youth to find out more about their heritage. If any of the Indisch 3.0 readers can help in finding funding or professional translation, please contact me via jamies@theindoproject.org.’

3.0 op de Werkvloer: Georges Hilaul

Zijn werkvloer? Dat is Indonesië.

Voor de serie 3.0 op de Werkvloer ontmoet ik boeiende mensen, Georges Hilaul (27) is er ook zo één. Georges is  illusionist en oprichter en eigenaar van Geregeld door Sjors. Maar inmiddels heeft hij zijn holding verkocht en doet nu heel andere dingen. Zijn werkvloer? Dat is Indonesië. Vorig jaar zette Georges de  Stichting van Sjors op om straatkinderen in Indonesië te helpen een betere toekomst voor zichzelf te creëren.

Turning Point (c) Georges Hilaul 2012

Turning point
Als Georges vijf jaar oud is, is hij helemaal wild van goochelen. Waar andere kinderen niet verder gaan dan een paar trucjes uit een goocheldoos, gaat Georges zijn droom achterna. Op verjaardagen en op school treedt hij op met zijn illusies en op zijn zestiende heeft Georges al een flinke staat van dienst opgebouwd waar menig illusionist jaloers op kan zijn. Maar hoe kom je als illusionist tot het opzetten van je eigen non-profit stichting? Georges vertelt: ‘Ik heb me jaren vol gegeven aan de wereld van magie en entertainment. Het leven was snel, ik verdiende veel geld en ik ging maar door. Totdat ik ontdekte dat ik iets miste, zingeving. Mijn leven was uit balans. Tijdens een familiebezoek in Indonesië zag ik een jongetje op straat slapen onder een prullenbak. Het jongetje zal het nooit weten, maar hij was mijn turning point. Door hem besefte ik wat ik wilde doen, kinderen en jongeren in Indonesië een kans geven wat van hun leven te maken.’

Je kunt niet zomaar een school neerzetten en verwachten dat de kinderen gewoon gaan.

Testdrive
Georges is net terug van één van zijn reizen naar Indonesië als ik hem spreek. Het afgelopen jaar heeft hij veel mensen ontmoet, Engelse les gegeven, kinderen in Indonesië kennis laten maken met schaatsen en last but not least, een school opgezet in Pondok Kacang. De school was een testproject dat tot stand is gekomen met de hulp en donaties van veel mensen. Georges heeft veel geleerd van deze ervaring. Georges geeft een voorbeeld: ‘Je kunt niet zomaar een school neerzetten en verwachten dat de kinderen gewoon gaan. Kansarme kinderen zien het nut van onderwijs niet in. Hun broers, ouders, familie, buren, niemand gaat naar school. Waarom zouden zij wel gaan?’

Blije gezichten bij het schooltje (c) Georges Hilaul 2012

Schaatsen in Indonesië
Georges beseft dat hij de kinderen uit de slums moet trekken om ze te laten zien dat er nog een hele wereld is om te ontdekken. Als een jongetje hem vertelt dat hij graag naar Nederland wil om te kunnen schaatsen, komt Georges op een idee. Hij neemt een groep kinderen mee naar een indoor-ijsbaan in de stad. Niet alleen om ze een pleziertje te gunnen. In de bus zien de kinderen de chauffeur, onderweg brandweermannen, in de plaza mensen die werken in winkels. Een heel scala aan beroepen en rolmodellen komen voorbij. Zo probeert Georges een verandering teweeg te brengen in de mentaliteit van de kinderen: ‘Als ze zien wat er te bereiken valt met onderwijs, zijn ze straks gemotiveerd om daadwerkelijk naar school te gaan.’

Wil ik echt wat neerzetten, dan moet ik daar zijn.

Vertrouwen
Om echt wat te kunnen bereiken beseft Georges dat de kinderen hem moeten vertrouwen. Zijn grote voorbeeld is Shelby. Een jonge vrouw die al jarenlang vrijwilligster is in achterbuurten. ‘Zodra zij de straten in loopt komen de kinderen uit alle hoeken en gaten gestroomd om haar te volgen. Ze weten dat Shelby het beste met ze voorheeft en vertrouwen haar bijna blindelings. Shelby is goed nieuws voor die kids.’ Met korte bezoeken kan Georges dat niet evenaren, dus besluit hij zijn huis in Rotterdam Hoogvliet te verkopen en voor onbepaalde tijd naar Indonesië te gaan. ‘Ik wil het niet emigreren noemen, het zou ook kunnen dat ik na een maand weer terugkom omdat het niet werkt, maar ik wil er volledig voor gaan. Wil ik echt wat neerzetten, dan moet ik daar zijn.’

Georges (links) met zijn inspiratie Shelby (rechts) (c) Georges Hilaul 2012

Georges enthousiasme en energie werken aanstekelijk, deze 3.o’er is een ware inspiratie. Waar veel mensen enkel van dromen, maakt hij zijn wensen waar. Wil jij Georges volgen in zijn avontuur? Bezoek dan zijn website of zijn facebook-pagina.

Goochelen met Georges (c) Georges Hilaul 2012

 

Schaatsen in Indonesië (c) Georges Hilaul 2012