Griselda Molemans – Oog van de Naald #indischeboekenweek

griselda molemans oog van de naald

Eigentijdse “whodunnit” met Indisch Los Angeles in de hoofdrol

Oog van de Naald is de eerste thriller van journaliste Griselda Molemans en meteen een actuele pageturner, knap geschreven, met een licht erotische afdronk. Het boek leest als een uitgebreide aflevering van CSI, met dezelfde snelheid, technische snufjes en (forensische) details. Wat Molemans toevoegt, is ruimschoots aandacht voor de Indische scene in LA, dankzij Indische hoofdpersonen (2.0) Fay Pizarro en Mike Flohr.

Week van het Indische boek 2011 griselda molemans

In Los Angeles loopt een ‘Tattoo maniak’ rond, die vrouwen drogeert en ze in het gezicht tatoeëert. Journaliste Fay Pizarro en rechercheur Mike Flohr proberen allebei deze zaak op te lossen. Dit tweetal ontmoet elkaar als ze allebei met hun families op de zaterdagse pasar bij LA zijn. Duidelijk tot elkaar aangetrokken, komt het uiteindelijk tot een date. Tegelijkertijd heeft de Tattoo maniak net zijn tweede slachtoffer gemaakt.

Mike en zijn partner Jake worden direct op de zaak gezet. Fay Pizarro, die als reporter bij de Star-News werkt, hoort voor het eerst over de misdaden via een collega. Die wil haar connectie met Mike gebruiken om de scoop te krijgen over de misdaad. Hoewel die vlieger niet op zal gaan, raakt Fay hevig geïnteresseerd in de aanvallen op vrouwen, die steeds gewelddadiger worden. Pizarro weet veel af van tattoeages, kent de tattoowereld in LA, werkt voor Star News aan een serie over beroemdheden en tattoeages en wordt – tegen wil en dank?- verliefd op Mike. Voor Fay het weet, heeft zij de sleutel tot de ontknoping in handen.

Schrijf- en marketingtechnisch is het boek knap geschreven. De overdosis medicijnen die tot de dood van Michael Jackson hebben geleid, de website Indisch4ever die geen onbelangrijke rol speelt of de interviews met Kobe Bryant en David Beckham over hun tattoos: de vele ‘haakjes’ in het boek met de actualiteit maken dat Oog van de Naald leest alsof het gisteren geschreven is. Daarnaast krijgt het boek, naast de thriller-verhaallijn, een opwindende, chick-flick-achtige lading door de sexually charged ontmoetingen tussen Fay en Mike. Tot slot zorgt de Indische scene in Los Angeles voor een bijzondere colour locale.

Sterker nog, je zou zelfs kunnen zeggen dat niet Fay en Mike de hoofdrol hebben, maar de Indo-scene in LA. Hoewel Oog van de Naald doorspekt is van jargon over tattoos, journalistiek, muziek en Amerikaanse celebs, krijgt alleen de Indische wereld uitleg. Het is bovendien op de Indische pasar, waar sinds de jaren ’50 Indo’s bij elkaar komen, dat de twee hoofdpersonen elkaar ontmoeten. En er is nog een andere reden waarom ik dit zeg, die ik wegens spoiler alert niet kan vermelden.

Een knap staaltje schrijfkunst is verder het gemak waarmee Molemans schakelt tussen de vertelperspectieven. Als lezer kijk je mee over de schouder van respectievelijk Fay, Mike & zijn partner Jake én de Tattoo maniak. Elk hoofdstuk is bovendien net zo lang als verteltechnisch noodzakelijk is en uit de eerste paar zinnen kan je onmiddellijk opmaken met wie je meekijkt. Hierdoor weet je als lezer meer dan de drie afzonderlijke partijen, zie jij de plot al aankomen en denk je, net als in een thriller-film: “Nee, nee, ga daar nou niet naar binnen!”

Toch moest ik me wel even door het begin heen trekken. Ik had moeite met de karakterschets van het personage Fay Pizarro. Ik worstelde continu met de vraag hoe geloofwaardig ik haar vond. Tegelijkertijd miste ik op het einde diezelfde aandacht voor het karakter van de Tattoo maniak. Verder wilde ik mezelf vooral in de ‘whodunnit’-modus storten, maar kreeg ik zoveel details over de Indo-scene LA te verwerken, zonder dat die echt te maken hadden met de ontknoping: als thriller-liefhebber wilde ik gewoon lézen.

Dat ik al die sfeerschetsen op een zeker moment welletjes vond, zou heel goed te maken kunnen hebben met mijn eigen Indische achtergrond. Veel van wat erin staat wist ik al. Misschien is Oog van de Naald juist een Indisch boek dat erg geschikt is voor een niet-Indisch publiek. ‘Het is ook nooit goed’ zal je misschien denken. Fair enough. Lees hem zelf en vertel jij ons wat jij van Molemans’ thriller-debuut vindt.

Wil jij zelf bepalen wat je van dit boek vindt? Share dit artikel op Twitter met #indischeboekenweek en maak kans op een van de geschenk-exemplaren! Geen Twitter, wel winnen? Mail dan vijf vrienden de link naar de recensie vh boek dat jij wil winnen en zet redactie@indisch3.nl in de CC! Let op: sharen op Facebook kunnen we niet tracken, alleen RT’s of Tweets #indischeboekenweek komen voor een gratis exemplaar in aanmerking.

Jill Stolk – Ademtocht #indischeboekenweek

ademtocht jill stolk De Witte Uitgeverij 2011

Monoloog van grote zus & enig kind

Week van het Indische boek 2011

Haar indrukwekkende Scherven van smaragd kwam uit tijdens de ‘Indische lente’ in de jaren ’80, haar laatste boek is uitgekomen in het jaar dat veel van onze lezers nog op de kleuterschool zaten: Jill Stolk publiceerde in 1996 Indië was alles. Alles. Daarna begaf deze veelzijdige Indische zich op andere terreinen. Tot dit jaar. Want sinds mei 2011 ligt haar nieuwste boek Ademtocht (De Witte Uitgeverij) in de boekhandels.

In Ademtocht vertelt Zenadine Sandt hoe zij de dood van haar jongere broer Beer verwerkt heeft. Dit vertelt zij aan de geestverschijning van Beer zelf, twintig jaar na zijn overlijden. Binnen deze verhaallijn leidt de schrijfster de lezer vakkundig rond in de zieleroerselen van Zenadine: Indisch kind, Haags meisje, grote zus, enig kind. Dat Stolk kan schrijven, daar is geen twijfel over. Waar ik wel over twijfel, is of ik dit boek zou aanbevelen aan anderen.

Het boek is een monoloog en doet denken aan een dagboek, waarin Zenadine optekent hoe ze van grote zus enig kind werd. Ze beschrijft aan haar broer hoe zij de relatie met hem ervaren heeft en hoe zij en haar ouders geleefd hebben na zijn overlijden. De geestverschijning van haar broer praat niet terug en ook de gedragingen haar ouders & echtgenoot, de andere karakters, beschrijft zij aan haar broer. Als lezer begeef je je daardoor grotendeels in de gedachtespinsels van Zenadine Sandt; alle gebeurtenissen zie je door haar ogen, de discussies lees je in haar woorden. Het gevaar van monotonie ligt dus op de loer.

Voeg hieraan toe dat je het boek alleen kan lezen zonder vragen te stellen over de ‘echtheid’ van geestverschijningen, itjing en andere aanverwante niet-waarneembare fenomenen. De inhoudelijke verhaalllijn is daar namelijk sterk op gebaseerd. De hoofdpersoon wordt net zo ziek als haar broer en laat ik zeggen, om de clou niet weg te geven, dat Zenadine het over de oorzaak daarvoor niet eens is met de conclusies van de westerse medici.

Wat mij als lezer geboeid heeft, is de overkoepelende vraag: hoe verwerk je het verlies van een broer (of zus)? Zeker als de achterblijver geen warme relatie met de overledene had? Die spanning, tussen de intimiteit van de persoonlijke rouwverwerking en de afstandelijkheid van de broer-zus relatie, hield me tot aan het einde toe nieuwsgierig. Daarnaast heb ik met bewondering gelezen hoe Zenadine, indirect maar bewust en openhartig, haar mooie en minder mooie eigenschappen aan haar broer beschrijft.

Toch werd mijn bewondering op het laatst flink om zeep geholpen. Het intieme karakter van Ademtocht maakt de laatste paar bladzijden ruimte voor een korte lezing over Indische repatrianten en de parallel met het verhaal van Beer. Of het nou de keuze van de schrijfster of van de uitgever is geweest, ik weet het niet. Hoe dan ook, het is best zorgwekkend dat beiden het er uiteindelijk over eens geworden zijn dat het lezend publiek blijkbaar niet intelligent genoeg is om zelf na te denken.

Ademtocht is een eerlijk en oprecht boek. Maar onverdeeld enthousiast ben ik er niet over. Ik kan me voorstellen dat dit boek boeiend en herkenbaar is voor mensen die een broer of zus verloren hebben. En ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die dit boek na een paar pagina’s wegleggen.

Wil jij zelf bepalen wat je van dit boek vindt? Share dit artikel op Twitter met #indischeboekenweek en maak kans op een van de geschenk-exemplaren! Geen Twitter, wel winnen? Mail dan vijf vrienden de link naar de recensie vh boek dat jij wil winnen en zet redactie@indisch3.nl in de CC! Let op: sharen op Facebook kunnen we niet tracken, alleen RT’s of Tweets #indischeboekenweek komen voor een gratis exemplaar in aanmerking.

Week van het Indische boek 2011 jill stolk

Indisch in een studentenhuis (7)

tupperware

Het academisch jaar is vrijwel ten einde, de zon schijnt weer volop en dat betekent voor studenten de nodige  picknicks en barbecues in het park. Omdat iedereen wel wat eten meebrengt, leiden dergelijke outdoor eetfestijnen er steevast toe dat er aan het eind van de avond bergen vlees, stokbroden, sausjes en salades overblijven. Goed voorbereid open ik dan mijn tas en tover daar een uiteenlopend assortiment plastic bakjes uit. ‘Daar heb je onze afhaalchinees in eigen persoon weer!’ hoor ik dan met regelmaat.

‘Opruimen, weggooien’ is het motto dat bij mijn ouderlijk huis hoog in het vaandel staat. Geen verzamelboeken vol flippo’s of door wuppies verzwolgen vensterbanken. ‘Spaar ze allemaal’ is een doodzonde bij mijn ouders thuis. Zodra er bij mij als kind een verzamelwoede dreigde de kop op te steken, bijvoorbeeld postzegels of gekleurde labels van theezakjes, drukte mijn moeder dit met een hoop verbaal geweld de kop in. Begrijp me niet verkeerd, achteraf ben ik haar meer dan dankbaar. Wat moet je met al die zooi? Maar er waren momenten dat ik dacht: ja nou, jij spaart ook Shellzegels!

Toch kende het opruimmotto een uitzondering: eten werd niet weggegooid. Deed je dat wel, dan beging je ook een doodzonde. Een principe dat ik met genoegen overnam en uitdraag. Maar wil je geen eten weggooien, dan heb je iets nodig om het in te bewaren. Bakjes van de afhaalchinees tot voormalig chocoladeijsschalen, en kuipen waar huzarensalade in is verkocht tot sausemmers, ik bewaar ze allemaal. Met de jaren heb een heel keukenkastje geconfisqueerd met mijn goedkope variant van een tupperwareservies dat nu zo enorm is, dat het deurtje tegenwoordig niet meer dicht wil.

Vrienden en studiegenoten die mijn verzameling voor het eerst aanschouwen vragen zich af waarom ik dan niet een echt Tupperwareversies aanschaf. ‘Dit kan ik weggeven en hoef ik niet terug te hebben,’ luidt mijn antwoord dan en onmiddellijk stel ik de tegenvraag welke restanten van het eten ze willen meenemen. In het begin hoorde ik nog wel eens: ‘Niets hoor, zo karig ben ik nou ook weer niet.’

Maar gaandeweg begrepen ze dat het niet om zuinigheid, maar om bewustheid gaat. Huisgenoten die eerst gallisch werden van die zooi, maken nu dankbaar gebruik van het plastic servies. En inmiddels neemt ook een groot deel van mijn vrienden blij bakjes eten aan en is iedereen meer dan tevreden als het overgebleven vlees van de stadsbarbeques eerlijk onder iedereen verdeeld kan worden.

En ik vraag me af: is dat niet weggooien van eten iets cultureels? Indo’s houden heel erg van eten en gooien daarom nooit de restjes weg. Dat dragen generaties aan elkaar over. Of zou het een historische achtergrond hebben? Horen we onze grootouders, waarvan er velen in het kamp hebben gezeten, nog zeggen: ‘Nee! Je gooit geen eten weg!’

"Geen idee dat het zoveel los zou maken"

Diederik van Vleuten (c) Patrick van Beek/ Indisch 3.0 2011

Interview met Diederik van Vleuten

Een paar jaar geleden kreeg Diederik van Vleuten de memoires van zijn oom. Ze verhaalden over de val van Nederlands-Indië. Van Vleuten maakte er de theatervoorstelling ‘Daar werd wat groots verricht’ over en speelt sindsdien in uitverkochte zalen. Eerder recenseerde Indisch 3.0 zijn voorstelling. Afgelopen maand, voor een van de laatste voorstellingen van dit jaar, interviewde Caroline Wetzels hem in Helmond.

Tekst: Caroline Wetzels. Fotografie: Patrick van Beek

Een persoonlijke getuigenis

Diederik van Vleuten is cabaretier, musicus en tekstschrijver. Jarenlang toerde hij met Erik van Muiswinkel het land door. Op de dag dat het duo besloot te stoppen kreeg hij van zijn vader het familiearchief. Het archief omvat zeven kisten vol geschiedenis en herinneringen, waaronder de memoires van oudoom Jan die getuige was van de val van Nederlands-Indië. Het was meteen duidelijk dat hij hier iets mee moest doen. Dat de voorstelling zoveel los zou maken, had hij echter nooit verwacht.

(c) Patrick van Beek / Indisch 3.0

“De dag dat ik het archief kreeg ging er een deur voor me open. Ik wist dat het er was, maar toen ik het in handen kreeg, restte nog een vraag: ‘Kan ik hier iets mee in het theater?’ Die vraag is inmiddels overtuigend beantwoord: het publiek komt van heinde en verre om Daar werd wat groots verricht te zien. De voorstelling vertelt het persoonlijke verhaal van oudoom Jan die geboren werd in Indië.

 

” Dit is niet alleen het verhaal van oom Jan, dit is ook het verhaal van hun opa, jouw oma.”


Oom Jan groeide er op, maar ging naar Nederland om een ‘gedegen opvoeding’ te genieten. In 1930 keerde hij terug naar Insulinde. Hij werkte als planter op verschillende ondernemingen en ontmoette zijn vrouw Aukje. Hij maakte er de oorlog en internering mee, de politionele acties en de soevereiniteitsoverdracht en schreef zijn ervaringen nauwgezet op. Het waren ervaringen die hem erg aangrepen.

“Het is niet omdat ik mijzelf zo belangrijk vind dat ik dit geschreven heb, maar ik vind wel dat ik in een belangrijke tijd geleefd heb. De veranderingen die zich in mijn tijd voltrokken zijn als een waterval over ons heen gekomen. Daarvan wil ik nog eenmaal getuigen,” begint Jan zijn memoires.

De reacties die de cabaretier over de voorstelling krijgt, zijn als een waterval over Diederik heen gekomen. “Het is in de eerste plaats een theatervoorstelling voor het gewone publiek, je hoeft niks van Nederlands-Indië te weten. Een verhaal over twee gewone mensen in een ongewone situatie. Maar wat maakt het veel los in de Indische gemeenschap. Hele families komen naar de voorstelling kijken.”

(c) Patrick van Beek / Indisch 3.0

Van Vleuten wist dat het een aangrijpend verhaal was, maar wat het zou doen, geen idee. Hij had nooit kunnen bedenken dat dit zoveel teweeg zou brengen.

“Na iedere voorstelling komen de reacties. Een jongen van 18 jaar, die mailt dat hij totaal geen weet had van wat zich daar ooit had afgespeeld. Maar, dit is niet alleen het verhaal van oom Jan, dit is ook het verhaal van hun opa, jouw oma”.

 

“Wat ik doe met Daar Werd Wat Groots Verricht is nog niet eerder gedaan. Daar ben ik trots op.”


Hij krijgt ook reacties van mensen die zelf een connectie hebben met zijn oom Jan. Zo noemt hij in de voorstelling de boot waarmee Jan naar Nederland is gekomen, op dat moment sprongen de tranen in de ogen bij een vrouw in het publiek. Ze vertelde dat haar vader de kapitein was van dat schip, hij had oom Jan naar Nederland gebracht.

En zulke reacties krijgt hij regelmatig. Hij heeft pakken vol met mails en brieven en reageert op alle reacties die hij krijgt. “Mensen schrijven zulke hartverscheurende dingen, ik moet gewoon reageren. Over een paar jaar zijn ze er niet meer, die generatie is dan weg. Als dit voorbij is ga ik denk even op een bankje zitten en terugkijken naar wat ik allemaal heb meegemaakt. Ik heb nog helemaal geen tijd gehad om dit allemaal te verwerken.”

Toekomstplannen

Volgend jaar zal er een reprise komen van de voorstelling: theaters konden niet wachten om hem nog een keer te boeken. Onder andere de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De voorverkoop is al begonnen. Ook zal de voorstelling op DVD worden uitgebracht. De opnamen hebben inmiddels plaatsgevonden. Hij is blij met de voorstelling die hij heeft gemaakt.  “Ik heb mijn vorm in het theater gevonden. Door toeval of voorbestemming. Wat ik doe met Daar Werd Wat Groots Verricht is nog niet eerder gedaan. Daar ben ik trots op.”

Ondertussen is Diederik bezig aan een boek over deze familiegeschiedenis. De werktitel van het boek is Oom Jan en de val van het Nederlands imperium in Zuidoost Azië. “Een groteske titel”, benadrukt hij. “De kleine Nederlander versus de grote gebeurtenis. De titel spreekt ook van de val. Zo zien wij het. De Indonesiërs zagen het precies andersom. Bij ons werd de vlag gestreken, bij hen ging de vlag in top. En oom Jan stond er met zijn neus bovenop.”

Voor verdere informatie over zijn komende tour kunt u terecht op zijn site www.diederikvanvleuten.nl

Week van het Indische boek

Lees, share en win!

Van 26 juni t/m 2 juli 2011 staat Indisch3.0 in het teken van het Indische boek. We plaatsen recensies van Indische boeken die tijdens – of in aanloop naar – Meimaand Indomaand verschenen zijn. Daarnaast mogen we boeken weggeven.

Ze komen allemaal aan bod: Jill Stolk/ Ademtocht, Wim Willems & Peter van Dongen/ Land met gesloten deuren, Griselda Molemans/ Oog van de Naald en Marion Bloem/ Meer dan mannelijk.* En van sommigen mogen we zelfs gratis exemplaren weggeven, in ruil voor een tweet met #indischeboekenweek.

Week van het Indische boek planning 2011

Wil je meedoen? Kom dan vanaf 26 juni a.s. naar www.indisch3.nl/indischeboekenweek. Share de recensie op Twitter, gebruik de #indischeboekenweek en wacht geduldig af. Op 4 juli maken we de winnaars bekend. Zelf andere boekensuggesties? Laat het ons zsm weten via kirsten@indisch3.nl.

De Week van het Indische boek is een initiatief van Indisch3.0: online magazine, Indisch, eigentijds en eigenwijs. Deze Week van het Indische boek 2011 is mede mogelijk gemaakt door Mistral Uitgevers, De Witte Uitgeverij en Uitgeverij Prometheus.

*geen Indisch thema, wel een schrijfster met Indische achtergrond

Fotoreportage Kumpulan I3@KBRI

Op de kumpulan op de Indonesische ambassade ter ere van het 3 jarig bestaan van Indisch 3.0 en het naderende afscheid van hoofdredacteuren Kirsten Vos en Ed Caffin maakten fotografen Tabitha Lemon en Armando Ello beiden een mooie fotoserie. Hieronder een korte impressie.

Bekijk de hele serie van Tabitha in het album op de Indisch 3.0 Facebook-pagina en klik voor Armando’s serie naar zijn eigen Facebook-album.

(c) Armando Ello
(c) Armando Ello
(c) Tabitha Lemon
(c) Armando Ello
(c) Tabitha Lemon
(c) Armando Ello
(c) Tabitha Lemon

Noem het maar bijgeloof

Noem het maar bijgeloof [Foto: Liselore Rugebregt © Indisch 3.0]

Daar zat ik dan. Een computer die acuut aan het crashen sloeg. Een internetverbinding die het altijd deed. Maar op dat moment natuurlijk niet. Deadlines die zó ernstig gehaald hadden kunnen worden, ware het niet… Aaaaaaargh! Ik wist het zeker, geen twijfel mogelijk! De gedachte was niet uit mijn hoofd te krijgen: Het is zó de schuld van die drie beelden! Mijn handen jeukten om die valse blik uit de kraaloogjes van de Garuda te slaan. En ‘de mevrouw’ en ‘de visser’ moesten ophouden met dat stiekeme gegniffel achter mijn rug om. Ik hoor jullie wel! Blijf lachen en ik zaag jullie onderstukjes er vanaf!

*Zucht* Ik had het natuurlijk kunnen weten. Geen enkel zichzelf respecterend, antiek beeld uit Indonesië zou zich zonder slag of stoot ‘eventjes’ laten verplaatsen. De knallende hoofdpijn die op kwam zetten, de avond dat ik de beelden zorgvuldig in dekens wikkelde  om te vervoeren, waren alvast een voorproefje. Mijn goede bedoelingen kon ze niets schelen, het werd mij niet in dank afgenomen. Onheil zou mij genadeloos treffen!

Dé verantwoordelijke was ik. Die vervelende kleindochter! De reden dat oma ineens besloot te verhuizen. De geesten konden niets anders doen dan hierdoor slecht geluimd te zijn. Al vijftig jaar konden ze ongestoord ‘spoken’ door het, inmiddels veel te grote, huis. Menig kind en kleinkind zijn de (nachtelijke) stuipen op het lijf gejaagd. Adoe, hoe heerlijk al die ‘geestelijke’ vrijheid! En dat terwijl er nog geen sapoe lidi of wat gebrande salie op losgelaten werd. Totdat die vervelende kleindochter een nieuw en kleiner flatje voor haar oma vond!

De kleindochter die het gore lef had om ‘de erfstukken’, bestaande uit drie beelden van een Garuda, een Balinese danseres en een vissersman, tijdelijk van de radar te laten verdwijnen. Uit het zicht van de kinderen die misschien ruzie zouden gaan maken over wie welk beeld alvast mee mocht nemen als een soort ‘vervroegde erfenis’. Het nachtelijke gefluister was niet van de lucht. Té erg toch die deze! Niet eens een beetje verstoppen in het oude en vertrouwde huis! Néé, meteen naar een ander en vreemd huis brengen!

Ik heb gepleit, zelfs mijn warme sjaal gegeven aan ‘de mevrouw’ die er zo koud uitzag in haar blootje in dat vreemde huis. Maar een paar weekjes hoefden ze van de radar te verdwijnen. Daarna zouden ze weer terug keren naar oma. Weliswaar in een nieuw huis, maar toch… Zo erg was het toch allemaal niet? Het kon ze klaarblijkelijk helemaal niets schelen…

Ziekte trof mijn oom in wiens huis ze tijdelijk verbleven. En mij wisten ze op een allergevoeligst plekje te raken… Woensdagavond! Dan eet ik niet thuis, maar bij de oom in kwestie. Alles wijkt voor ‘woensdagavond-makan’ en desnoods gaat de laptop mee als er een deadline gehaald moet worden. Druk bezig was ik om mijn laptop aangesloten te krijgen op het netwerk en niets snapte ik ervan, alles ging mis!

En daar hoorde ik ze weer smiespelen met elkaar… Hihihi! Die meid! Perfectionistisch ja, altijd zo stipt met alles… KAPOT die heilige computer van haar!

Fotoreportage I3@TTF

Voor het tweede verslag van de 53e Tong Tong Fair bezocht fotograaf Tabitha Lemon de afgelopen week de het festival. Voor Indisch 3.0 maakte zij deze mooie fotoreportage.

 

De grote zaal van de Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon / Indisch 3.0