3.0 op de Werkvloer: Dorien Reulen

Dorien Reulen

Dorien Reulen (27) is een Limburgse met een Indische moeder. Ze studeerde voor allround kapper bij De Gilde in Roermond en werkt sinds oktober in hair stylist heaven Laurent. Dit is een lifestyle salon in Utrecht, waar de experts er alles aan doen om je even uit de drukte van de stad te trekken. Je gaat hier niet naar de kapper; je komt hier even tot jezelf. Dorien leidt me rond langs de verschillende specialismes, vertelt me over haar passies en laat me haar ‘skills’ zien.

Bij Laurent
Op de begane grond wordt je begroet door de gastvrouw en kun je plaatsnemen op een comfortabele bank en ben je omringd door Aveda producten. Deze zijn voor 97% natuurlijk, wat bijzonder is, vertelt Dorien, want een product krijgt al het predicaat ‘natuurlijk’ als het dat maar voor 4% is! Dorien houdt vooral van dit merk, omdat het iets terugdoet voor de aarde. Het is geen verkooppraatje, je hoort aan haar stem en ziet aan haar ogen dat ze het meent. Achterin bevindt zich het domein van de kleurspecialisten en centraal in de zaak de werkplek van de stylisten. Het straalt comfort uit en ik heb er spijt van dat ik er niet aan gedacht heb om me gelijk te laten knippen. Beneden bevindt zich de spa, sfeervol verlicht, met uitnodigende massagebanken.

Pitjitten zit Dorien in de vingers © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Pitjitten zit Dorien in de vingers © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Aandacht
Boven nemen we plaats aan een grote tafel. Dorien biedt me een warm doekje aan en schenkt heerlijke thee in, die ook van Aveda blijkt te zijn. Ze vertelt dat ze vanuit Roermond naar Utrecht is vertrokken in de hoop op fijn werk. Laurent is precies de juiste plek voor haar. ‘Je bent hier niet alleen kapper, je mag hier ook echt aandacht hebben voor je gast, verzorgen en gastvrij zijn.’ Dat zit in Dorien, ze heeft het meegekregen van haar Indische oma. Ook het pitjitten zit in haar vingers en dat komt hier goed van pas. Een behandeling start altijd met het wassen van het haar en daar hoort een uitgebreide hoofdmassage bij. Ik kijk mee als ze aan de slag gaat en zie hoe ze de tijd neemt.

Föhnen is ook een skill © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Föhnen is ook een skill © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Skills
Vervolgens föhnt ze het haar van haar collega, die het helemaal niet erg vindt om zich even over te geven aan de handen van Dorien voor mijn foto’s. Ik ontdek hier dat föhnen ook een skill is en vergeef het mezelf dat ik er nooit wat van bak. Als ik haar vraag of ze ook iets tastbaars meedraagt dat verwijst naar haar Indisch zijn, komen uit haar portemonnee allemaal kleine aandenkens aan haar reizen naar Indonesië en dierbaren. Het waardevolle van het leven zien is ook een skill.

De binnenkant
Samen met Dorien loop ik Liselore van de redactie van Indisch 3.0 tegemoet om samen te lunchen, terwijl we verder kletsen. Over Indonesië en Azië, gastvrijheid en verzorgen. Hoe gewoon ‘verzorgen’ daar is, en dat het eigenlijk raar is dat het concept van Laurent in Nederland zo uniek is. Zo zou het eigenlijk overal moeten zijn. Maar hier hebben we altijd haast, worden we bijna zenuwachtig van extra aandacht. Dorien neemt graag de tijd voor haar vrienden, maar bijvoorbeeld ook voor haar rust. Ze geeft haar leven en omgeving de aandacht die het verdient. Dat heb ik vandaag vooral van Dorien geleerd: verzorging gaat niet alleen om de buitenkant, maar des te meer om de binnenkant!

 

Dorien draagt altijd haar herinneringen aan reizen en dierbaren met zich mee © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Dorien draagt altijd haar herinneringen aan reizen en dierbaren met zich mee © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 op de Werkvloer? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

3.0 aan de studie #7: Lody Meijer

Lody Meijer wordt geïnterviewd voor Indisch3.0 – (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012
Lody Meijer wordt geïnterviewd voor Indisch3.0  – (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012
Lody Meijer tijdens het interview met Indisch3.0 – (c) Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2012

Met haar altijd aanwezige interesse in kunst, heeft Lody Meijer (26 jaar) Autonome Kunst gestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. En niet lang geleden heeft ze haar bachelortitel behaald in Algemene Cultuurwetenschappen. Hoe hebben haar Indische roots haar studiekeuze beïnvloed? Aflevering 7 van 3.0 aan de studie.

Tijdens haar studie Autonome Kunst hield ze zich voornamelijk bezig met Conceptuele kunst. Deze vorm van kunst gaat over het idee achter het werk. Het is de bedoeling om het publiek actief te laten meedenken over de vraag: ‘Waar gaat dit over?’ Mensen kunnen Lody een Indo, Indisch meisje of Indische Nederlander noemen. Tóch had het Indisch-zijn geen invloed tijdens haar schoolperiode en studiekeuze. Al kan Lody zich vaag herinneren op de middelbare school een presentatie te hebben gegeven over Indische kunstenaars.

Hollander versus Nederlander
Lody is, als dochter van een Hollandse vader en een Indische moeder uit Harderwijk, opgegroeid met de Hollandse en Indische cultuur. Heel apart vind ik hoe Lody haar interpretatie geeft aan het verschil tussen Nederlands en Hollands. Zij ziet een scheidingslijn tussen deze twee begrippen. Met ‘Nederlands’ bedoelt ze de nationaliteit en met ‘Hollands’ de culturele achtergrond van een in Nederland geboren en getogen persoon die geen gemengde achtergrond heeft. Een persoon met een etnische achtergrond die in Nederland geboren en getogen is, zal niet snel een Hollander genoemd worden.

Wat heeft identiteit eigenlijk voor waarde?

Identiteit
Vroeger was Lody meer bezig met haar Indische achtergrond. Ze werd nooit opgemerkt als ‘Indo’. Dit zorgde ervoor dat ze zich ging afvragen wat identiteit eigenlijk voor waarde heeft en waaruit deze bestaat. Ze besloot een essay te schrijven met als titel: ‘Authenticiteit eigenzinnigheid’. Ze is hierdoor veel gaan nadenken over welke dingen haar eigenlijk vormen als mens. Die dingen hebben te maken met de steden waar ze woont-plaatsen die ze bezoekt-mensen die ze tegenkomt-gesprekken die ze voert-boeken die ze leest en de verhalen die haar verteld worden.

'Ik ben gewoon Lody’ –  Foto: Lody Meijer
‘Ik ben gewoon Lody’ – Foto: Lody Meijer

Vertrouwd gevoel
Hierdoor besefte ze dat het Indisch-zijn slechts één onderdeel is dat haar identiteit heeft gevormd. ‘Ik ben gewoon Lody’, lacht ze. ‘Ja, ik ben een Indo, ik hou van lekker koken, ik hecht waarde aan familie en ik ben gastvrij.’ Tijdens haar vakanties in Indonesië kwam er een vertrouwd gevoel naar boven, ondanks dat ze zich een toerist voelde. Waarschijnlijk komt dit doordat ze omringd werd door Indische personen en verhalen in haar jeugd.

Ik ben gewoon Lody.

Indische vrienden
Lody was niet op zoek naar Indische studenten op school, ze ging gewoon met iedereen om. Toevallig heeft ze wél Indische vrienden en Lody merkt inderdaad dat er dingen zijn die je deelt, zoals de opvoeding, lekker koken en naar de Pasar Malam gaan.

Indische bescheidenheid
Op de kunstacademie kwam Lody’s Indische bescheidenheid naar voren. Iedereen was met zichzelf bezig, er moest gevochten worden om een plekje. In het begin had ze moeite om met die directheid om te gaan. Maar door de jaren heen neemt Lody een minder afwachtende houding aan en zegt ze sneller waar het op staat. Alleen vindt ze dat je niet altijd ‘ja en amen’ moet zeggen tegen docenten. ‘Je kan best op een beleefde manier zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.’

Een halfbakken Indo?

Blauw. Foto: http://www.guardian.co.uk/travel/2011/jun/22/top-10-best-restaurants-amsterdam

Een avondje uit met een Indisch tintje

Meike Grol was een van de vijf genomineerden van de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht. Net als Romy Luyt won zij een dinerbon van Asia Gastronomica*. Daarmee kon ze met twee personen heerlijk uit eten gaan bij Restaurant Blauw in Utrecht. Meike blikt terug.

Blauw. Foto: http://www.guardian.co.uk/travel/2011/jun/22/top-10-best-restaurants-amsterdam
Blauw. Foto: http://www.guardian.co.uk/travel/2011/jun/22/top-10-best-restaurants-amsterdam

Omdat het een van de eerste zomerse avonden van het jaar is, moeten onze ogen aan het donker wennen als we restaurant Blauw binnenstappen. Hier geen traditioneel houtsnijwerk, landkaarten van de archipel of waaiers met sawahs in losse penseelstreken. Het interieur is modern en voornamelijk donkerrood, op een enorme familiefoto op de wand na. De open keuken doet me denken aan de restaurants op Java waar de kokkin achterin naast een geblakerde wadjan hurkte. De geuren zijn vergelijkbaar. Sinds die reis, vijftien jaar geleden, heb ik er niet meer over nagedacht wat Indisch zijn voor me betekende. Pas toen mijn zoontje tot ieders verbazing met een mongolenvlek geboren werd, besloot ik wat op te schrijven voor het nageslacht. Door een van die verhalen op te sturen naar de verhalenwedstrijd van Indisch 3.0 sta ik hier nu in Blauw. Geen slechte prijs!

Toch koop ik graag de toko leeg.

Terwijl de vriendelijke ober mijn man en mij de tafel wijst, zie ik bij andere gasten allerlei schaaltjes staan: roedjak, acar, pisang, saté en nog veel meer. Het water loopt me in de mond. Zou een voorliefde voor Indisch eten aangeleerd of aangeboren zijn? In mijn geval moet het laatste gelden. Mijn Indische opa kookte niet, zijn moeder overleed jong en heeft het mijn moeder dus niet geleerd, en daar mijn vader zelfs het petieterigste beetje pedis niet kan verdragen, aten we thuis nauwelijks Indisch. Ik ging vaak uit eten met mijn grootouders, maar kan me geen bezoek aan een echt Indisch restaurant herinneren. Toch koop ik graag de toko leeg, ken ik alle gerechten bij naam en grijp ik voor troost liever naar een lemper dan naar een broodje kaas. Helaas heb ik die eerste zelden in huis.

Ik ben een dubieuze Indo 3.0, vind ik. Dat blijkt ook maar weer uit wat ik denk terwijl ik op de menukaart tuur. Niemand heeft ons namelijk uitgelegd wat de bon inhoudt. ‘Mogen we gewoon alles bestellen?’ fluistert mijn man. ‘Ik denk het wel,’ fluister ik terug, uitgaand van de Indische gastvrijheid die ik zelf ook hoog in het vaandel heb. Maar de zuinige Hollander in mij informeert het toch maar. ‘Alles wat jullie willen,’ zegt de vriendelijke bediening, en ik schaam me over mijn onbescheiden vraag. Mijn man kijkt verheugd, hij is dit niet gewend.

De zuinige Hollander in mij informeert het toch maar.

Hij bestelt als voorgerecht saté kambing, ik een loempia pepesan ikan. Met djeroek poeroet en sereh, mmmm! Daarna de rijsttafel. De loempia is heerlijk: boterzachte vis, kruidig en fris met een knapperig laagje. Ik steel ook een stokje saté en die is al even goed, vooral de ketjapsaus. Ik verwachtte dat de rijsttafel meer pedis zou zijn, maar eigenlijk is geen enkel gerecht echt scherp. Toch wat aangepast aan de Hollandse smaak? Heerlijk is het wel.

We hebben zoveel gegeten dat we besluiten te gaan wandelen. Tijdens de wandeling vraag ik mijn man of hij verschil ziet met andere restaurants. Met niet-Indische restaurants, bedoel ik eigenlijk.

‘Ik zag niet zoveel in het donker,’ grapt hij, ‘maar ik vond de bediening super: gastvrij en hartelijk, en toch bescheiden. Zorgzaam zonder opdringerig te zijn.’  Het blijft toch jammer dat hij mijn opa nooit gekend heeft. Want dat is precies wat mijn opa anders maakte dan anderen. Is dat iets Indisch dat ik heb meegekregen? Ik hoop het.

*ASIA GASTRONOMICA is “the first initiative to develop and create an exclusive portal website for Asian restaurants and Asian gastronomy only. ASIA GASTRONOMICA stands for: ‘The preservation of the authentic (original and nowadays) ASIAN gastronomic culture and use of traditional agricultural and horticultural products’. We include and support also initiatives to innovation, if it’s with respect to what is mentioned before.”

 

Jonge Indo’s in de liefde – Dioni en Riemke

Dioni en Riemke trouwden een jaar geleden

Toen Riemke (31) uit een lange relatie kwam met de vader van haar kind was daar ineens Dioni (30). Hij hielp met haar toen tweejarige zoontje Tijn én hield haar gezelschap als ze even niet alleen wilde zijn. Toen hij een keer zei ‘Laat mij je baboe maar zijn,’ had Riemke door dat deze jongen echt alles voor haar wilde doen. Op een zonnig terras vertelt het stel hoe ze vier jaar geleden van ‘gewoon vrienden’ een koppel werden en nu een jaar zijn getrouwd.

Riemke, een levendige prater, en  Dioni – iets rustiger maar gepassioneerd in zijn mening – leerden elkaar kennen in de organisatie van een re-enactment groep in Utrecht. Omdat Riemke nog in een relatie zat, bleef het bij vriendschappelijk contact. Maar toen het uit ging met haar ex was Dioni veel bij haar thuis te vinden, als steun en toeverlaat. En op een gegeven moment hoefde Dioni niet meer op de bank te slapen.

Ooms en tantes en andere familie
Dioni is Spaans van vaders kant en Chinees/Indisch via zijn moeder. Zijn moeder is in Nederland geboren, zijn grootouders komen uit Jakarta. Hij is voornamelijk door zijn moeder opgevoed en heeft geen broers of zussen. Riemkes moeder komt uit Lunteren en haar vader uit Amsterdam. Zij komt juist uit een grote familie. Toch heeft Riemke er met Dioni een hoop ‘ooms en tantes’ bij, en inmiddels noemt zij ze zelf ook geregeld zo: ‘ Eerst dacht ik dat al die mensen die hij neef, nicht, of oom en tante noemde, echte familie waren.’  Andersom moest Dioni wennen aan een aanspreekvorm in Riemkes familie: ‘Tutoyeren… Ik vond het erg raar dat Riemke haar zus, die een stuk ouder is (er is sprake van een generatieverschil tussen de zussen– red.) gewoon met  ‘je’ en ‘jij’ aanspreekt.’ Riemke : ‘Maar ze is toch gewoon mijn zus ?’

Riemke en Dioni / foto: Dioni en Riemke
Riemke en Dioni / foto: Dioni en Riemke

‘Gevolgen van daten met een Indische jongen? Ik ben vijf kilo aangekomen!’
Wat vindt Riemke typisch Indisch aan Dioni? ‘Hij kan erg beschermend zijn,  vooral in de buurt  van zwangere vrouwen.’ Dioni: ‘Behulpzaamheid is misschien wel een Indische eigenschap.’ Als ik vraag naar wat hij een minder leuke Indische eigenschap vindt, zegt hij zonder twijfel: ‘Dat hele introverte, dat binnenvetten mag je wat mij betreft weglaten. Introspectie is juist goed, maar je moet niet overdrijven.’ Riemke vult aan: ‘Dioni heeft een grappige combinatie van rustig zijn en Spaans temperament.’ Een ander gevolg van de Indische mix van Indisch en Spaans is dat Riemke vijf kilo aankwam toen ze met Dioni een relatie kreeg. ‘In beide culturen is lekker en uitgebreid eten gebruikelijk, dus dan krijg je dat.’

Het laatste beetje drinken
Wanneer ik eerst nog de indruk heb dat de cultuurverschillen tussen de twee wel meevallen, komt er een stortvloed aan voorbeelden als we het hebben over andere gebruiken en gewoontes. ‘Ik zal nóóit een kris kopen,’ zegt Dioni  stellig. ‘Een kris bezit een stukje van de geest van zijn maker, dus als je een kris koopt van een volslagen vreemde, weet je niet welke energie je in huis haalt.’ Bijgeloof, of goena-goena heeft Dioni sterk van zijn moeder meegekregen. Geen geld tellen na 22:00 uur bijvoorbeeld, of het laatste beetje van je drankje laten staan voor overleden dierbaren. ‘Toen we nog niet zo lang iets hadden, dronk Riemke steeds dat laatste beetje uit mijn glas op. Toen is me zelf pas gaan opvallen dat ik dat deed – het was eerst alleen een onbewuste gewoonte van huis uit.’ Inmiddels vindt hij het óók bewust een mooie gewoonte. ‘Indo’s zijn vaak spiritueel aangelegd. Als ik naar mijn moeder kijk, klopt dat ook wel.’

Dioni en Riemke trouwden een jaar geleden
Dioni en Riemke trouwden een jaar geleden – foto: Dioni & Riemke

Respect voor eigenwaarde
Samen voeden Dioni en Riemke de nu zesjarige Tijn op. Wat willen de twee het jongetje meegeven aan belangrijke waarden? Beiden noemen meteen het belang van een hechte familie en respect voor ouderen. ‘Maar,’ vult Riemke aan, ‘wel gepaard met respect voor eigenwaarde. Je hoeft niet alles te slikken, je mag best voor je eigen mening uitkomen, als je het maar netjes zegt.’ Dioni knikt. ‘Indische families hebben de neiging niet recht voor zijn raap te zeggen wat ze van elkaars gedrag vinden. Wat mij betreft mag het wat directer.’

Jonge Indo in de Muziek – Patrick Rugebregt

Patrick Rugebregt – Foto: Patrick Rugebregt

Op het North Sea Jazz Festival 2012

Als hij een stuiterbal was, was Patrick al lang van het terras af gestuiterd. Hij praat rustig, maar van binnen borrelt de opwinding. Zijn grote wens sinds hij een tiener was, is in vervulling gegaan: deze zomer speelt hij op het North Sea Jazz Festival met Tuur Moens & Syndicate. Ontspannen maar vol ambitie vertelt de (jazz)pianist, componist en arrangeur Patrick Rugebregt (25) over zijn passie voor muziek, Indische familiefeestjes en zijn allergie voor… pinda’s!

Boogie Woogie
Op een steenworp afstand van het Utrechtse Conservatorium spreken we af op een terras. Niet dat het conservatorium de start was van zijn muzikale carrière: De eerste keer dat Patrick in zijn bewuste leven in aanraking kwam met muziek was hij vier jaar en zat hij langdurig ziek thuis vanwege zijn allergieën (Patrick is onder meer allergisch voor pinda’s – je verzint het niet!). Tegen de verveling van het thuis zitten, bouwde zijn vader met oude gitaarsnaren een piano voor hem. Hij leerde hem zijn allereerste liedje spelen; een boogie woogie. Het instrument heeft hem vanaf toen nooit meer los gelaten.

Patrick spelend op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Patrick achter de piano op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Muzikale familiefeestjes
Patrick is Indisch van vaders kant: hij kwam op achtjarige leeftijd naar Nederland vanuit Sulawesi. Zelf speelt hij gitaar en zingt hij. Maar Pa Rugebregt is niet de enige van de familie die de liefde voor muziek heeft aangewakkerd. ‘Wat ik heb meegekregen van mijn Indische achtergrond? Muziek! De hele familie speelt wel wat: opa dwarsfluit en gitaar, de tantes zingen, de ooms spelen gitaar. Niet professioneel, ze spelen echt voor het plezier. Maar op familiefeestjes – waarbij iedereen hapjes meeneemt – staat iedereen met elkaar muziek te maken’.

Altijd mee kunnen eten
Deze jongen leeft, ademt en eet muziek, merk ik, maar ik vraag toch even verder: ‘Er is vast wel iets anders dan muziek dat je ook typisch Indisch vindt?’ Patrick denkt even na, maar al snel geeft hij antwoord: ‘Gastvrijheid. Dat gasten zich snel thuis voelen in jouw huis, en dat iedereen altijd onaangekondigd mee kan eten.’ Bij dat laatste speelt Patricks Nederlandse moeder een grote rol. ‘Vooral mijn moeder kookt Indisch thuis, en dat doet ze ook heel goed! Wanneer ik vroeger vrienden en vriendinnen van de middelbare school mee naar huis nam, maakte ze er geen probleem van om een rijsttafel klaar te maken.’ Zelf Indisch koken doet Patrick niet en heeft daar verder ook geen speciale belangstelling voor: alle aandacht en passie gaat naar muziek.

Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt
Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt

Van punkrock en hiphop naar moderne jazz
Op zevenjarige leeftijd ging Patrick naar de muziekschool. Muziekstijlen die hem inspireerden gingen echt alle kanten op. ‘Ik luisterde een tijd veel naar hiphop en had zelfs even een punkrockperiode’. Op de muziekschool maakte hij voor het eerst echt kennis met jazz. ‘Een contrabasdocent vroeg of ik in zijn bigband wilde spelen, geweldig! Ook de ensemblelessen, waarbij we veel improviseerden, vond ik heerlijk. Miles Davis was bijvoorbeeld een grote inspiratie, mijn eerste CD’s zijn van hem. Nu ben ik erg fan van moderne jazzpianist Aaron Parks’. Op TV zag de jonge Patrick registraties van North Sea Jazz, met onder andere optredens van Dianne Reeves en Chick Corea. ‘Vanaf dat moment wilde ik daar ook ooit staan.’ Toen Patrick veertien was wist hij: ‘Ik wil naar het conservatorium’.

Een muzikale toekomst

In 2010 studeerde Patrick cum laude af aan het Conservatorium van Utrecht. Hij werd bij zijn eindexamen geprezen voor zijn eigen adem in de muziek. Inmiddels is Patrick zelfstandig muzikant en kan hij van piano spelen leven. In 2009 speelde Patrick voor het eerst een heel album in voor de fusion band Elixxir onder leiding van André Orsel. Begin 2011 start Patrick als vaste toetsenist bij Rigby, een Nederlandse pop/rock band, waarmee hij met de single ‘One Life To The Next’ op 15 kwam in de single top 100 van iTunes. Rigby heeft onlangs hun  tweede single opgenomen en van de zomer gaat de band de studio in voor hun derde album.

De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt
De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 2011 heeft Patrick zijn eigen kwartet, genaamd PRQ (Patrick Rugebregt Quartet – onlangs overigens een Quintet geworden), waarvoor hij de muziek schrijft. Hiermee nam hij in de zomer van 2011 een EP op ‘Skybound’ met vier  van zijn eigen stukken. Als ik Patrick vraag naar zijn ambities houdt hij zich bescheiden, maar de ogen twinkelen:  ‘Ik wil met  mijn eigen muziek op zoveel mogelijk plekken spelen en verder zoveel mogelijk met muziek bezig zijn.’

Indisch 3.0 zegt tegen al haar lezers: hou ‘m in de gaten – hij gaat hard, deze jongen. Check ook vooral www.patrickrugebregt.nl

Oproep

P.S. Ken/ben jij een muzikale Indo die mee zou willen werken aan een aflevering van Jonge Indo in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl 

Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen

Michael Jeremy (27) producer en rapper uit Utrecht

Voor deze aflevering van  Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader,  bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.

In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn studio

Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.

‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.

Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer.  Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’

Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd  te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’

Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen.  ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische  mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’

De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn thuisstudio

‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij  nog maar méér om muziek te maken.’

 ‘Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’

Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl

Tokotest #7: Toko Mitra in Utrecht

toko mitra banner

Testteam: Nina Schreefel, Liselore Rugebregt, Stéphanie Bloemers, Nora Iburg en Charlie Heystek A.K.A. The Utrecht-Crew

Met vijf vrouwen drommen wij rond de toonbank van Toko Mitra waarachter de schalen met gerechten staan uitgestald. Verlekkerd staren we naar het eten en roepen af en toe uit herkenning: ‘Oh, dat moeten we nemen!’ We besluiten van-alles-wat te bestellen zodat iedereen overal van kan proeven, een soort Indische tapas.

Het meisje van de toko probeert kaas te maken van ons gekakel als tijdens het bestellen onze ogen steeds op andere lekkernijen vallen. ‘Ohh, ze hebben ook nog hapjes!’ Als we de zeven gerechten en vijf hapjes afrekenen komen we tot de ontdekking dat we helemaal geen nasi hebben.. ‘Eh, mogen we nog vijf porties nasi?’ vraagt een van ons. Charlie draait zich van schaamte om, Nora geeft haar van repliek: ‘Ik denk niet dat ze het erg vindt hoor, ze verdient aan ons!’

Charlie trekt het antieke servies van haar oma uit de kast en dekt de tafel terwijl NinToko Mitra Utrecht @ Charlie Heysteka Chef Magnetron is en de hapjes opwarmt. Ondanks het iets hogeren slapheidsgehalte, als gevolg van het gebrek aan een frituurpan, smult Charlie van de martabak met een heerlijke zachte, goed gegekruide en rijke vulling. Bij Nina en Stephanie gaan de risolles er in als zoete koek, ‘Ja, gewoon lekker’ luidt het commentaar. Het enige commentaar op de frikadel djagung van Nora en Liselore betreft het ontbreken van hele maiskorrels, ‘Ja, dat is toch niet helemaal zoals oma ze maakt.’

Als we tot de hoofddis over gaan zegt Nina ineens: ‘Ja, maar ik heb het allang opgegeven te zoeken naar een toko die net zo kookt als oma, die bestaat gewoon niet.’ Tot we de rendang proeven. Heerlijk mals vlees, die precies goed gekruid is en verrassend blijft. Zoals rendang hoort, je moet blijven proeven en de kelapa is nog terug te vinden. Een absolute top dus.

De eerste nop die we tegenkomen is de saté. Hij is niet gemarineerd waardoor de satésaus moet het doen. En dat is mooi balen voor Liselore, want die heeft een pinda-allergie. Enigszins beteutert kijkt ze naar het stokje met kippenblokjes die zelfs geen sporen van een koolvuurtje bevatten. Hiervoor hoef je niet terug te komen.

De sajoer lodeh, sambal goreng boontjes worden zonder al te veel commentaar naar binnen geschoven. Charlie vraagt hoe de rest van de dames het vindt. ‘Wel aardig,’ definieert Nina het als eerste redelijk neutraal. ‘Ja,’ zegt Nora, ‘het is wel okay, maar niet zo bijzonder?’ Waarop Stéphanie zegt: ‘Het is niet heel erg spannend, nee.’

Wel erg lekker is de nasi kuning die zacht van smaak is en daardoor de gerechten goed begeleid. De ajam ritja ritja blijft het langst onaangeroerd staan. We hebben allemaal ervaring met ritja-gerechten die zo heet zijn dat je niet meer uit je ogen kunt kijken en die andere gerechten als een soort alles verzengende meester overheersen. Vaak om de slechte kwaliteit van het vlees te verbergen. Maar, bij Toko Mitra is dat niet het geval. De kip is -verrassend- mals en hij is goed pittig, maar de tranen springen ons absoluut niet in de ogen. We kunnen zelfs concluderen dat er redelijk smaak aan zit. Ook niet erg bijzonder of verrassend, maar zeker niet slecht.

Ineens komt naar aanleiding van oma’s kookkunsten ook de blauwe vlek boven de billen ter sprake. Stéphanie vraagt of een van on die nog heeft. Niemand, zij wel. ‘Broek uit!’ roept Liselore, ‘dat wil ik zien!’ Stéphanie neemt nog een hap van haar sajoer, staat op en zegt: ‘Maar niet op mijn vetjes letten’ en laat een bijzondere blauwe vlek op haar heup zien. ‘Ajooh!’ roepen we allemaal uit. Grinnikend eten we verder. Alles gaat op, er wordt niets weggegooid. Tijdens de koffie komen we tot de conclusie dat we lekker hebben gegeten, dat de rendang om je vingers bij af te likken, maar dat de saté toch wel een teleurstelling was. Onze beoordeling:

 

 

 

 

 

Toko Mitra, Lange Viestraat 2, Utrecht. www.tokomitra.nl

Bijgeloof, hoop en liefde

Indisch in een studentenhuis

Indisch in een studentenhuis (4)

Ik vind mezelf een nuchtere meid. Met de ‘niet lullen, maar poetsen’-houding en de lijfspreuk ‘rug recht en doorgaan’ stap ik door het leven. Ik zweef alleen in uiterst noodzakelijke gevallen. Ben ik bijgelovig? Een beetje. Spiritueel ingesteld? Af en toen. Zweefie-zweefie? Alleen in uiterste gevallen van nood. Ja, een nuchtere (Hollandse) meid. Vind ik zelf.

Dit zelfbeeld werd toch enigszins teniet gedaan toen ik van mijn huisgenoten een aantal keer de vraag kreeg of ik ‘bijgelovig’, ‘spiritueel ingesteld’ of ‘zweefie-zweefie’ was. Nog altijd sta ik met mijn mond vol tanden –dat is een unicum- als me dit gevraagd wordt. Ik weet na zo veel keer nog niet hoe ik moet reageren op dergelijke vragen die altijd vergezeld worden met een blik van verbijstering.

Het gebeurde ooit dat een huisgenoot voorstelde mijn Buddha te verplaatsen naar de plank recht tegenover het raam zodat ik mijn plant op de plek van de wijze man kon plaatsen. Ik deed de mededeling dat daar niets van inkwam en mijn huisgenoot vroeg waarom niet, dat was tenslotte in zijn optiek de beste oplossing. ‘Dan kijkt ‘ie naar buiten, dan kijkt ‘ie t geluk naar buiten,’ deelde ik hem stellig mede. Met grote ogen werd ik aangekeken en kreeg te horen: ‘Jezus Char, niet zo zweefie-zweefie hoor.’

Meest recent overkwam het mij dat ik in een discussie verwikkeld raakte met mijn nieuwe huisgenoot. Na drie dagen verhuizen en klussen was ze geïnstalleerd en vroeg me of ik zin had in een roseetje op haar kamer. Nu ging ik uiteindelijk voor een biertje, maar ik ging enthousiast op haar aanbod in. Toen ik haar vers ingerichte kamer binnenstapte verstijfde ik vrijwel onmiddellijk. ‘Pauwenveren,’ zei ik hard op. Niets vermoedend, reageerde mijn kersverse huisgenoot: ‘Ja, mooi he? Heb ik ooit gekregen van iemand.’ Ik stond nog steeds stokstijf midden in haar kamer en niet begrijpend vroeg ze: ‘Hoezo? Is er iets mee?’ Mijn antwoord was resoluut: ‘Die brengen ongeluk, die moet je weghalen.’ Of ik soms zwaar bijgelovig was en of ze de veren voor mij moest weghalen, omdat ik boven die pauwenveren sliep?,  kreeg ik als antwoord.

Drie dagen later kwam ze mijn kamer binnen en zag daar op een van mijn planken ‘De Gouden Driehoek’ liggen. In haar ogen niets meer dan drie gekleurde steentjes. Ze informeerde of ik die stenen soms op vakantie had gevonden. ‘Nee, dat is De Gouden Driehoek, die zorgt voor goede energie en een harmonische sfeer in huis,’ luidde mijn antwoord. ‘Geloof je nou echt in dat soort dingen?’ vroeg ze me. Ik reageerde met de mededeling dat het geen kwestie van geloof was. ‘Jawel..’ zei ze ‘van bijgeloof.’

Toko Test # 2: Babby Snack’s in Utrecht

Speciaal voor lekkerbekken, culi-freaks en Indo’s die op zoek zijn naar de authentieke Indische smaak onderzoekt Indisch 3.0 in deze nieuwe serie de ‘I-factor’ van toko’s in Nederland. Bij welke toko moet je volgens ons wél eten of afhalen, en bij welke juist níet? De beoordeling wordt weergegeven in een score van 1 tot maximaal 5 lombok merah’s. In de tweede aflevering: Babby Snacks in Utrecht. De reputatie van een van de bekendste afhaaltoko’s in het centrum van Utrecht, is niet onbesproken. Sommigen vinden het niks, anderen geweldig. Tijd voor een beoordeling van een Indisch 3.0 test-team.

Testteam: Dion Koeze en Charlie Heystek

Mijn eerste poging strandde al bij de voordeur toen ik, nota bene voor de kumpulan van Indisch3.0, wat lekkernij wilde halen. De tweede en de derde keer was de deur wel open, maar liep het eenmaal binnen toch nog mis. Er waren geen snacks, lempers, pasteitjes of soto, maar alleen een vaste maaltijd: nasi rames. Dat maakt geen goede eerste, tweede en derde indruk. Bij de vierde keer lukt het dan eindelijk. In plaats van de voordeur, de voorraad of de service, ga ik nu ook het eten testen.

Hoewel Babby Snacks volgens de menukaart een redelijk uitgebreid aanbod aan eten heeft, merk ik daar ook nu weinig van. Terwijl ik de vriend die ik heb meegenomen uitleg wat alles precies is, antwoordt de vrouw achter de toonbank steeds: ‘dat heb ik vandaag niet’. In de vitrine voor ons zijn inderdaad maar weinig gerechten uitgestald. De bakken bevatten slechts Rendang, Sambal Goreng Boontjes, Atjar Ketimoen, Tempeh, Nasi Goreng en een kipgerecht dat ik niet kan thuisbrengen. Eigenlijk weer alleen nasi rames dus. ‘Er is ook nog nasi putih’, klinkt het tenslotte vanachter de toonbank.

Als we vervolgens twee Nasi Rames met witte rijst bestellen blijkt de rijst toch nog niet gereed. Onze buikjes knorren inmiddels al aardig. Nasi Rames met Nasi Goreng en Atjar Ketimoen dan maar? Tijdens het wachten op onze bestelling knoopt een jongen die in de toko werkt nog een kort gesprek met ons aan over afkomst en eten. Even later vertrekken we met onze buit naar huis en kunnen we beginnen met de Tokotest.

Als de zorgvuldig op tafel uitgestalde bakjes open gaan komt een heerlijke geur ons tegemoet. Voorzichtig beginnen we met mijn favoriete gerecht: Rendang. Hij is redelijk mals en perfect gekruid maar helaas veel te pittig waardoor de smaak volledig wegvalt. De Atjar Ketimoen die we vervolgens proeven is weliswaar lekker fris, maar niet zo sterk van smaak. De nasi goreng is helaas erg droog. Tot zover ben ik dan ook nog niet erg enthousiast.

Zodra ik een hap van de Sambal Goreng Boontjes neem ben ik echter direct verkocht. De verhouding tussen pittigheid en specerijen is exact goed. Ook de Tempeh is om je vingers bij af te likken doordat ‘ie lekker heet is. De Ayam Opor is zelfs om een moord voor te doen. Het vlees is mals en volledig doortrokken van de marinade die geniaal is. Zoet en pittig en werkelijk heerlijk gekruid.

Uiteindelijk gaat alles helemaal op. Hoewel de eerste gerechten wat tegenvielen, geef ik Babby Snacks door de heerlijke kip, boontjes en tempeh het voordeel van de twijfel. Ondanks het geringe hoeveelheid beschikbare gerechten ben ik nieuwsgierig geworden naar meer en ga ik zeker nog eens terug . De service is zeer vriendelijk en open. Maar de snack’s? Hopelijk krijg ik nog eens de kans die te proeven.

Onze beoordeling:

En oordeel natuurlijk ook zelf! Ga naar: Babby Snacks – Voorstraat 76 – Utrechtwww.babbysnacks.nl

Onze kumpulan: makanmakan ja!

Het was een echt Indisch huiskamerfeestje, gisteren in Kopi Susu, Utrecht. We leerden nieuwe mensen kennen, nieuwe smaken en hebben half Lombok wakker geschud met het gelach om Willem-Jan “Merah” Brederode’s optreden. We hebben gehoord dat een paar Indo’s vervolgens tot een uur of vijf nog de binnenstad van Utrecht onveilig gemaakt hebben.

Hierbij een korte impressie. Binnenkort vinden jullie op deze site ook een compilatie van Merah’s stand-up. Nu alvast wat bekijken? Je kan hier de making-of van de eerste Cicaks-aflevering zien die we gisteravond als eerste aan onze gasten hebben vertoond.

Making of de Cicaks (5 april 2010): Voorjaarsverwarring op het Malieveld.

Camera en montage: Eric Klerks