Reportage: Zeevonk van Josha Zwaan

Op dezelfde plek, de historische werf Rotterdams Welvaren, waar ruim een halve eeuw geleden de laatste passagiersschepen heen en terug naar Indonesië voeren, werd op zondag 3 maart de jongste roman van Josha Zwaan gepresenteerd: Zeevonk. Het verhaal van een jonge vrouw die door haar man gedwongen wordt met hem terug naar Holland af te reizen vanuit Nieuw Zeeland, zodat ze niet meer in de buurt van haar minnaar kan zijn. Maar ook het verhaal van het schip de Willem Ruys, die bijzonder genoeg zelf in dit boek een stem krijgt. 

Zeevonk2013I32
Een model van het schip de MS Willem Ruys © christie haalboom / Indisch 3.0 2013

Een half jaar geleden schreef ik een repo over het Tropenmuseum en daar zag ik reclameposters en brochures van reizen van de Rotterdamse Lloyd naar Nederlands-Indië. Diezelfde brochures worden nu aangehaald in het openingswoord van de voorzitter van het bestuur van Koninklijke Rotterdamse Lloydmuseum. Hij probeert ons mee te nemen in de geschiedenis van de MS Willem Ruys. Zijn verhaal is wat lang, maar duidelijk is dat het schip veel heeft meegemaakt, voordat het door een brand ten onder gaat in 1994. Zijn woorden worden geïllustreerd door een schaalmodel, wat foto’s en een voorbeeld van de tafelschikking van de Willem Ruys die elders in het kleine museum te zien zijn.

Om in de stemming te komen speelt en zingt gitarist Hans Dom het slaapliedje Terang Bulan. Hij geeft er zijn eigen draai aan en achter me hoor ik een paar mensen de wijs neuriën.

Zeevonk2013I34
Hans Dom speelde Terang Bulan © christie haalboom / Indisch 3.0 2013

Het boek vertelt over Freya, ze is naar Nieuw Zeeland vertrokken om te trouwen met Herman. Hoewel hij haar niet ongelukkig maakt, is de passie binnen hun relatie ver te zoeken. Dat wat ze mist, vindt ze bij haar pianoleraar. Een Kiwi, zoals haar man de Nieuw-Zeelander minachtend noemt. Ik sla het boek open op een passage waar het schip aan het woord is. Willem vertelt ons over de wanhoop die hij ziet in de ogen van Herman als blijkt dat de Kiwi ook aan boord is en hij zijn vrouw in gesprek ziet met haar pianoleraar. De minnaar is boos, zoekt toenadering, maar ze wijst hem af. Herman vraagt zich af of hij er goed aan gedaan heeft zijn veel jongere vrouw te dwingen terug te gaan naar Nederland. Willem probeert Herman te kalmeren door hem zachtjes te wiegen, maar zijn pogingen lijken averechts te werken…

Het is leuk om tijdens de presentatie te horen hoe een concept voor een boek zich ontwikkelt tot een heuse roman. Er wordt flink vergaderd, verschillende deadlines gesteld en gehaald; het blijkt eigenlijk ook teamwork te zijn. Josha vertelt over de moeilijke tijd die haar gezin door ziekte heeft doorgemaakt en hoe haar zoon haar en haar omgeving heeft voorgeleefd, laten zien, hoe je kunt overleven. Hoe je door kunt gaan, door scheppend bezig te zijn. En zo kon dit boek er toch komen. Een boek dat geïnspireerd is door verhalen van haar moeder, met wie Josha zelf op de Willem Ruys naar Nederland voer. Hoewel het geen familiegeschiedenis is, maar een fictief verhaal, zijn er toch persoonlijke ervaringen in het boek geslopen. En het mooie is  dat veel mensen zich kunnen identificeren met een van de karakters. Ze heeft al verschillende mails van mensen mogen ontvangen die haar bedankt hebben dat ze hùn verhaal heeft verteld.

Zeevonk2013I33
Josha Zwaan vertelt over haar schrijfproces © christie haalboom / Indisch 3.0 2013

Met recht geeft Josha Zwaan dit schip een eigen stem. Ik vind het een geniale zet, als ik de eerste hoofdstukken een dag voor de presentatie heb gelezen. Maar Josha zelf zegt in haar praatje bescheiden dat ze niet de eerste is die ‘materie’ aan het woord laat. Hoe dan ook, het werkt. En dat vinden de recensenten èn Yvonne Keuls ook, zegt haar uitgeverij Artemis enthousiast.

Als ik dit schrijf, schijnt eindelijk de zon weer. Ik pak het boek en ga naar buiten. Ik wil het  lezen op de plek waar voor velen een nieuw avontuur begon; op de kade van de Rotterdamse Lloyd. Toen ik dit appartement in het Lloydkwartier vijf jaar geleden samen met mijn vriend kocht, was ik me niet bewust hoe verbonden deze plek is met mijn roots. Bijzonder hoe Zeevonk nu het heden en verleden samenbrengt.

Zeevonk2013I31
Een toepasselijke plek om Zeevonk te lezen © christie haalboom / Indisch 3.0 2013

Wil jij dit boek ook lezen? Je kunt het direct bij Uitgeverij Artemis bestellen! We horen graag wat je ervan vond.

3.0 op de Werkvloer: Dorien Reulen

Dorien Reulen

Dorien Reulen (27) is een Limburgse met een Indische moeder. Ze studeerde voor allround kapper bij De Gilde in Roermond en werkt sinds oktober in hair stylist heaven Laurent. Dit is een lifestyle salon in Utrecht, waar de experts er alles aan doen om je even uit de drukte van de stad te trekken. Je gaat hier niet naar de kapper; je komt hier even tot jezelf. Dorien leidt me rond langs de verschillende specialismes, vertelt me over haar passies en laat me haar ‘skills’ zien.

Bij Laurent
Op de begane grond wordt je begroet door de gastvrouw en kun je plaatsnemen op een comfortabele bank en ben je omringd door Aveda producten. Deze zijn voor 97% natuurlijk, wat bijzonder is, vertelt Dorien, want een product krijgt al het predicaat ‘natuurlijk’ als het dat maar voor 4% is! Dorien houdt vooral van dit merk, omdat het iets terugdoet voor de aarde. Het is geen verkooppraatje, je hoort aan haar stem en ziet aan haar ogen dat ze het meent. Achterin bevindt zich het domein van de kleurspecialisten en centraal in de zaak de werkplek van de stylisten. Het straalt comfort uit en ik heb er spijt van dat ik er niet aan gedacht heb om me gelijk te laten knippen. Beneden bevindt zich de spa, sfeervol verlicht, met uitnodigende massagebanken.

Pitjitten zit Dorien in de vingers © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Pitjitten zit Dorien in de vingers © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Aandacht
Boven nemen we plaats aan een grote tafel. Dorien biedt me een warm doekje aan en schenkt heerlijke thee in, die ook van Aveda blijkt te zijn. Ze vertelt dat ze vanuit Roermond naar Utrecht is vertrokken in de hoop op fijn werk. Laurent is precies de juiste plek voor haar. ‘Je bent hier niet alleen kapper, je mag hier ook echt aandacht hebben voor je gast, verzorgen en gastvrij zijn.’ Dat zit in Dorien, ze heeft het meegekregen van haar Indische oma. Ook het pitjitten zit in haar vingers en dat komt hier goed van pas. Een behandeling start altijd met het wassen van het haar en daar hoort een uitgebreide hoofdmassage bij. Ik kijk mee als ze aan de slag gaat en zie hoe ze de tijd neemt.

Föhnen is ook een skill © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Föhnen is ook een skill © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Skills
Vervolgens föhnt ze het haar van haar collega, die het helemaal niet erg vindt om zich even over te geven aan de handen van Dorien voor mijn foto’s. Ik ontdek hier dat föhnen ook een skill is en vergeef het mezelf dat ik er nooit wat van bak. Als ik haar vraag of ze ook iets tastbaars meedraagt dat verwijst naar haar Indisch zijn, komen uit haar portemonnee allemaal kleine aandenkens aan haar reizen naar Indonesië en dierbaren. Het waardevolle van het leven zien is ook een skill.

De binnenkant
Samen met Dorien loop ik Liselore van de redactie van Indisch 3.0 tegemoet om samen te lunchen, terwijl we verder kletsen. Over Indonesië en Azië, gastvrijheid en verzorgen. Hoe gewoon ‘verzorgen’ daar is, en dat het eigenlijk raar is dat het concept van Laurent in Nederland zo uniek is. Zo zou het eigenlijk overal moeten zijn. Maar hier hebben we altijd haast, worden we bijna zenuwachtig van extra aandacht. Dorien neemt graag de tijd voor haar vrienden, maar bijvoorbeeld ook voor haar rust. Ze geeft haar leven en omgeving de aandacht die het verdient. Dat heb ik vandaag vooral van Dorien geleerd: verzorging gaat niet alleen om de buitenkant, maar des te meer om de binnenkant!

 

Dorien draagt altijd haar herinneringen aan reizen en dierbaren met zich mee © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Dorien draagt altijd haar herinneringen aan reizen en dierbaren met zich mee © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 op de Werkvloer? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

3.0 op de Werkvloer: Georges Hilaul

Zijn werkvloer? Dat is Indonesië.

Voor de serie 3.0 op de Werkvloer ontmoet ik boeiende mensen, Georges Hilaul (27) is er ook zo één. Georges is  illusionist en oprichter en eigenaar van Geregeld door Sjors. Maar inmiddels heeft hij zijn holding verkocht en doet nu heel andere dingen. Zijn werkvloer? Dat is Indonesië. Vorig jaar zette Georges de  Stichting van Sjors op om straatkinderen in Indonesië te helpen een betere toekomst voor zichzelf te creëren.

Turning Point (c) Georges Hilaul 2012

Turning point
Als Georges vijf jaar oud is, is hij helemaal wild van goochelen. Waar andere kinderen niet verder gaan dan een paar trucjes uit een goocheldoos, gaat Georges zijn droom achterna. Op verjaardagen en op school treedt hij op met zijn illusies en op zijn zestiende heeft Georges al een flinke staat van dienst opgebouwd waar menig illusionist jaloers op kan zijn. Maar hoe kom je als illusionist tot het opzetten van je eigen non-profit stichting? Georges vertelt: ‘Ik heb me jaren vol gegeven aan de wereld van magie en entertainment. Het leven was snel, ik verdiende veel geld en ik ging maar door. Totdat ik ontdekte dat ik iets miste, zingeving. Mijn leven was uit balans. Tijdens een familiebezoek in Indonesië zag ik een jongetje op straat slapen onder een prullenbak. Het jongetje zal het nooit weten, maar hij was mijn turning point. Door hem besefte ik wat ik wilde doen, kinderen en jongeren in Indonesië een kans geven wat van hun leven te maken.’

Je kunt niet zomaar een school neerzetten en verwachten dat de kinderen gewoon gaan.

Testdrive
Georges is net terug van één van zijn reizen naar Indonesië als ik hem spreek. Het afgelopen jaar heeft hij veel mensen ontmoet, Engelse les gegeven, kinderen in Indonesië kennis laten maken met schaatsen en last but not least, een school opgezet in Pondok Kacang. De school was een testproject dat tot stand is gekomen met de hulp en donaties van veel mensen. Georges heeft veel geleerd van deze ervaring. Georges geeft een voorbeeld: ‘Je kunt niet zomaar een school neerzetten en verwachten dat de kinderen gewoon gaan. Kansarme kinderen zien het nut van onderwijs niet in. Hun broers, ouders, familie, buren, niemand gaat naar school. Waarom zouden zij wel gaan?’

Blije gezichten bij het schooltje (c) Georges Hilaul 2012

Schaatsen in Indonesië
Georges beseft dat hij de kinderen uit de slums moet trekken om ze te laten zien dat er nog een hele wereld is om te ontdekken. Als een jongetje hem vertelt dat hij graag naar Nederland wil om te kunnen schaatsen, komt Georges op een idee. Hij neemt een groep kinderen mee naar een indoor-ijsbaan in de stad. Niet alleen om ze een pleziertje te gunnen. In de bus zien de kinderen de chauffeur, onderweg brandweermannen, in de plaza mensen die werken in winkels. Een heel scala aan beroepen en rolmodellen komen voorbij. Zo probeert Georges een verandering teweeg te brengen in de mentaliteit van de kinderen: ‘Als ze zien wat er te bereiken valt met onderwijs, zijn ze straks gemotiveerd om daadwerkelijk naar school te gaan.’

Wil ik echt wat neerzetten, dan moet ik daar zijn.

Vertrouwen
Om echt wat te kunnen bereiken beseft Georges dat de kinderen hem moeten vertrouwen. Zijn grote voorbeeld is Shelby. Een jonge vrouw die al jarenlang vrijwilligster is in achterbuurten. ‘Zodra zij de straten in loopt komen de kinderen uit alle hoeken en gaten gestroomd om haar te volgen. Ze weten dat Shelby het beste met ze voorheeft en vertrouwen haar bijna blindelings. Shelby is goed nieuws voor die kids.’ Met korte bezoeken kan Georges dat niet evenaren, dus besluit hij zijn huis in Rotterdam Hoogvliet te verkopen en voor onbepaalde tijd naar Indonesië te gaan. ‘Ik wil het niet emigreren noemen, het zou ook kunnen dat ik na een maand weer terugkom omdat het niet werkt, maar ik wil er volledig voor gaan. Wil ik echt wat neerzetten, dan moet ik daar zijn.’

Georges (links) met zijn inspiratie Shelby (rechts) (c) Georges Hilaul 2012

Georges enthousiasme en energie werken aanstekelijk, deze 3.o’er is een ware inspiratie. Waar veel mensen enkel van dromen, maakt hij zijn wensen waar. Wil jij Georges volgen in zijn avontuur? Bezoek dan zijn website of zijn facebook-pagina.

Goochelen met Georges (c) Georges Hilaul 2012

 

Schaatsen in Indonesië (c) Georges Hilaul 2012

3.0 op de werkvloer: Koen van Overdam

Koen van Overdam (39) is oogarts in Het Oogziekenhuis in Rotterdam en gespecialiseerd in glasvocht- en netvliesoperaties. Hij is niet lang geleden teruggekomen van een werkreis naar Nepal, de Filipijnen en Australië. Nu laat hij me elk hoekje en gaatje van dit prachtige ziekenhuis laten zien, letterlijk, en zo beland ik uiteindelijk in operatie-outfit in de OK.

Het spreekuur
Maar voor het zover is, mag ik meekijken tijdens het laatste halfuurtje van zijn spreekuur. Koen behandelt een patient die na een netvliesoperatie nog een vervormd beeld heeft met haar ene oog, terwijl het andere al langer blind is. Koen legt rustig uit dat de operatie geslaagd is en hoe de klachten verholpen kunnen worden. De vrouw is zichtbaar opgelucht en zeer emotioneel. Ik besef me hoe kwetsbaar ze zich moet voelen. Tijdens de lunch vertelt Koen dat hij het zo mooi vindt dat hij mensen kan helpen met zoiets essentieels als oogproblemen. ‘Oogproblemen hebben direct grote invloed op iemands leven, als je iemand hiermee kan helpen is dat heel dankbaar werk.’

Koen in de hal van het Oogziekenhuis van Rotterdam © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Koen in zijn spreekkamer © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Saamhorigheid
Al pratend groet Koen zijn collega’s, iedereen lijkt elkaar goed te kennen. Het is een hechte groep mensen. Eén keer per jaar organiseert Koen een benefiet voetbalwedstrijd, samen met Engelse collega’s die hij heeft ontmoet tijdens een uitwisseling. Het versterkt het saamhorigheidsgevoel, en het zou best kunnen dat dit het Indische in hem is. Koen: ‘Iedereen bij elkaar brengen, open en hartelijk naar anderen zijn, en natuurlijk wordt er Indisch gegeten! Indische patienten nemen ook vaak eten voor me mee, je voelt dan toch snel een klik met elkaar.’

Koen met zijn collega’s voor de operatie © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Kunst en angstreductie
Na de lunch laat Koen mij de verschillende afdelingen zien. Lopen door het ziekenhuis is als lopen door een galerie. Overal hangt prachtige kunst met verwijzingen naar het oog. ‘Het is niet alleen mooi, het heeft ook een functie,’ vertelt directeur Frans Hiddema, aan wie Koen mij zojuist heeft voorgesteld. Alle deuren van de kantoren staan open, ook dat is bewust. ‘Openheid en transparantie is belangrijk voor het ziekenhuis. De filosofie van het ziekenhuis is voornamelijk gebaseerd op angstreductie,’ vertelt Hiddema. ‘Als mensen minder bang zijn, laten ze zich beter behandelen en zijn ze beter opgewassen tegen wat komen gaat. De patient staat centraal. Daarom is voor de inrichting interieurarchitect Marijke van der Wijst ingehuurd die bekend staat om haar projecten voor musea en tentoonstellingen. Mensen moeten zich op hun gemak voelen en de inrichting draagt daaraan bij.’ Ik vraag me af waarom niet elk ziekenhuis deze insteek heeft. Een week voor het interview ben ik een paar dagen opgenomen geweest in een ziekenhuis en met hoeveel vragen ik van kastje naar de muur ben gestuurd is onvoorstelbaar. Het is dat er niks met mijn ogen aan de hand is, maar mocht dat ooit wel het geval zijn, dan weet ik waar ik moet zijn.

Koen opereert © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Op het scherm achter Koen kan ik de operatie volgen © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

In de OK
Toch ben ik blij dat ik niet de patient ben bij wie ik een uurtje later door een microscoop ìn haar oog aan het turen ben! Ik ben in een groen tenue gehesen, heb in de koffiekamer mogen lachen om typsiche mannengrappen en nu sta ik met camera en al foto’s te maken van de operatie die Koen zojuist van een collega heeft overgenomen. Ik heb het warm, en ik weet niet of het komt doordat ik in zo’n mondkapje aan het ademen ben, of door de spanning. Even later sta ik vol verbazing en interesse te kijken hoe Koen met een minilaser het netvlies weer op zijn plaats lasert. Superindrukwekkend. Petje af voor deze Indo!

Het interieur stelt de patient gerust © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Koens Indische opa maakte paard en wagentjes van plexiglas. Deze staan nu op Koen’s bureau. © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

3.0 op de Werkvloer: Lesley Klavert

‘Echte gastvrijheid heb ik geleerd in Indonesië.’

Het Manhattan Hotel is het enige vijfsterren-hotel in Rotterdam en Lesley Klavert (26) is er Hoofd Conciërge. Ik stap het statige gebouw binnen en zie twee dames een enorm bloemstuk optuigen in de kleuren van de herfst. Overal staan prachtige orchideeën in de paarse huisstijlkleur. Ik neem plaats in een comfortabele fauteuil en laat me even later hartelijk welkom heten door de grote glimlach en het open gezicht van Lesley.

Lesley voor ‘zijn’ Manhattan © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Lesley gaat me voor naar het restaurant en het valt me op hoe perfect zijn manieren zijn, hij laat me voorgaan bij het instappen in de lift en hij groet iedereen bij naam, in het Nederlands, Engels of Spaans. Zijn gebaren begeleiden me de ruimte door en ondertussen kletsen we ronduit. Deze jongen weet hoe je iemand moet ontvangen en snel een vertrouwd gevoel kan geven.

Wat doe je nou eigenlijk als Hoofd Conciërge in een vijfsterren hotel?
‘Het is heel wat anders dan de conciërge op de Middelbare School. Als Hoofd Conciërge is het jouw taak om met je team te zorgen dat het verblijf van je gasten zo optimaal mogelijk is. Ik ben op de hoogte van de wensen van mijn (vaste) klanten, ik moet weten wie ze zijn en spring in op de behoeften van onze VIP’s. Wil je in een sterrenrestaurant eten, maar zitten ze vol? Ik regel het voor je.’

Lesley bij de receptie © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Wat is het gekste dat je ooit voor een VIP hebt moeten regelen?
Een gast was hier ten tijde van het WK. Hij was in Marken om jachten te bekijken en wilde binnen 40 minuten terug zijn in Rotterdam om een voetbalwedstrijd te zien. Ik heb toen een helikopter voor hem geregeld!’

Wat betekenen die gouden sleutels op de kraag van je jasje?
‘Die zijn van Les Clefs d’Ors, de internationale beroepsvereniging van conciërges  Als je over de juiste kwaliteiten beschikt, mag je daar lid van worden. Ik ben de jongste member. Je krijgt de sleutels niet zomaar en het is een eer ze te mogen dragen, omdat het een bevestiging is van mijn harde werken. Eigenlijk ben ik ook maar een jochie uit Rotterdam West, ik spreek naast dè talen ook de taal van de straat, en nu sta ik hier. Ik word uitgenodigd door sterrenrestaurants om hun nieuwe menu te proeven, ontmoet de rich en famous en geniet enorm van mijn werk.’

Lesley achter zijn desk in de lobby van The Manhattan Hotel © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op hoe je je baan uitoefent?
‘Ja, échte gastvrijheid heb ik geleerd tijdens mijn stage en werk als Guest Relations Manager in Indonesië. Het was eigenlijk niet mijn bedoeling om in Indonesië stage te lopen. Ik was er nooit geweest en wilde er eigenlijk de eerste keer met mijn ouders naar toe. Maar het moest denk ik zo zijn: ik kwam in Semarang terecht, de lievelingsstad van mijn opa en het huisnummer van het hotel was de geboortedatum van mijn vader.’

Tot slot laat Lesley me de prachtige kamers en suites van het hotel zien. Telkens klopt hij eerst met zijn pas tegen de deur. Niet om te checken of er mensen zijn, maar uit een Indische gewoonte; om ervoor te zorgen dat de spoken verdwijnen.

In de kamers van het Manhattan vind je verwijzingen van de Rotterdamse banden met Nederlands-Indië © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Zon

Oma. Foto: Christie Haalboom.

Christie Haalboom won dit voorjaar de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht van Indisch 3.0. Onderdeel van deze drie prijzen waren publicatie van het verhaal op Indisch 3.0 en een mini-interview in Moesson. Meer weten over deze dame? Lees dan de Indisch 3.0-bijdrage aan de Moesson van augustus. Ook schrijft Christie inmiddels voor Indisch 3.0. Volg haar bij ons.

Oma. Foto: Christie Haalboom.
Oma. Foto: Christie Haalboom.

Mijn immense woede maakt onmiddellijk plaats voor verbazing, gevolgd door een lachbui. Al proestend word ik door de rechterhand van de non aan mijn oor meegetrokken naar moeder-overste, terwijl de linkerhand van de non de kap op haar hoofd weer op zijn plek probeert te duwen.

Ik was woest, maar de aanblik van het kale hoofd van mijn juf doet me meteen vergeten waarom. Ze zijn kaal! Onder die saaie, zwarte kleding, zijn ze ook nog eens kaal! Voor mij, Giok Ho, of op zijn Hollands ‘Anna’, is het de ontdekking van de eeuw. Ik beloof God plechtig dat ik nooit, nooit non zal worden. Mijn haren afscheren. Zijn ze helemaal gek geworden? Geen geloof, God of man zal mij ooit mijn schoonheid ontnemen. Amen.

Huilend haal ik het scheermes van mijn vader over mijn hoofd. Mijn buurmeisje is verkracht door een Jap en om mij hetzelfde lot te besparen moeten er drastische maatregelen worden genomen… Papa heeft uren op me ingepraat, maar ik weigerde. Normaal gesproken doe ik alles wat mijn vader van me vraagt. Maar even wint mijn ijdelheid het van mijn gehoorzaamheid. Papa draagt me trouwens op handen, dus meer dan: ga je mee een ritje maken op de motor, vraagt hij niet van me. Dan zie ik de blik van mijn moeder, starend in het niets, ik schrik, haar ogen vullen zich met tranen. Met mammie’s vooruitziende blik valt niet te spotten en daarom zit ik hier, opgesloten in de badkamer, te doen wat mijn vader me vraagt…

De gedachte aan zijn vrouw houdt hem op de been. De angst die ermee gepaard gaat, bezorgt Leendert verrassend genoeg een vreemdsoortige overlevingsdrang. Zou ze nog leven, zou ze op hem wachten, gaat het goed met haar? Hoe lang is hij nu al van haar gescheiden? Hoe lang zit hij hier nu al te stinken tussen deze mannen, allemaal gebroken en kapot? Hij weet dat hij er net zo uitgemergeld uit ziet als zijn maten, maar van binnen voelt hij zich sterk. Zijn scherpschutters oog, het rechter, vernauwt zich, hij ziet een toekomst voor zich, hij heeft een toekomst, hij voelt het, dit is niet zijn eindstation.

Hetzelfde scherpschutters oog ziet de zon weerkaatsen op de grond. Iets waardevols? Misschien om te ruilen tegen een peuk? De gedachte aan de kruidige geur van een kretek sigaret, brengt hem terug naar zijn veranda, waar ze samen op de schommelstoel genoten van de ondergaande zon die in de zee zakt bij Padang. Hij bukt en op hetzelfde moment vliegt de deur van hun cel open. Hij voelt de knie van zijn celmaat tegen zijn rug drukken. Hij blijft laag. De schelle Japanse kreten worden gevolgd door het scherpe ketsen van een zweep en het gejammer van zijn vrienden. Bloed spettert op de plek waar hij net een knoop opraapte. De knoop die hij net nog vervloekte, omdat het waardeloos leek, redt hem van de zoveelste mishandeling.

Vanachter mijn typemachine laten mijn ogen zijn hart sneller kloppen. Zijn hart! Het blijkt heel te zijn! Het werkt! Hij loopt met zijn ziel onder de arm. Zijn uniform geeft hem status, recht zijn rug, maar de wetenschap dat zijn vrouw door was gegaan, niet op hem had gewacht, doet hem meer pijn dan hij wil. Rationeel gezien begrijpt hij het, ze moet voor zichzelf opkomen, zorgen dat ze de oorlog kan overleven, en hertrouwen is de enige manier. Maar toch… Het breekt zijn hart.

Maar hier ben ik, een jonge vrouw, te jong eigenlijk, en toch, hij bewondert me. Hij geeft me een knipoog. Het minste wat hij kan doen. Hij ziet dat ik mijn ogen neersla. Ik voel dat ik iets bij hem teweeg heb gebracht. Met een schuin hoofd kijk ik hem weer aan, een beetje brutaal dit keer. Hij knippert verschrikt en loopt verder. Maar in gedachten neemt hij me mee.

Ik kijk naar mijn paspoort. Mijn foto. Mijn naam. Giok Ho Van der Weele – Lie. Het jaartal van mijn geboortedatum. Vijf jaar ouder dan ik in werkelijkheid ben. Ondanks dat mijn vader zijn officiële status als Chinese burgemeester in Banjermasin kwijt is, heeft hij nog steeds veel connecties. Als ik opkijk, vind ik de ogen van mijn man. Leendert. Mijn Leendert. Ik ben twintig, hij is achttien jaar ouder, maar jong van geest. Hij is scherp en intelligent, soms wat serieus, maar bovenal heel erg stoer. Zijn uniform staat hem fantastisch, zijn lach is groots en oprecht. Ik pak zijn hand met rechts en met links wrijf ik over mijn bolle buik. We lopen het stadhuis uit. Waar de reis ons ook zal brengen, ik vertrouw hem. Maar eerst zal ik mama worden. Van een nonna, ik weet het zeker. Ik denk nu al aan de verkleedpartijen, de vlechten in haar haar, samen winkelen en naar popmuziek luisteren. Ze zal net zo van dansen houden als haar ouders. Mijn meisje.

Mijn meisje zal nooit haar haren afscheren. Ze zal zich nooit hoeven te verstoppen onder een lelieblad in de vijver. Nooit de angst bevroren in de dode ogen van een afgehakt hoofd zien. Een hoofd dat als een bal naast haar in de vijver rolt. De oorlog is voorbij. Voor mijn meisje zal de zon schijnen. Ik bid, ‘sorry dat ik geen non wilde worden, maar als moeder zal ik alles doen wat ik kan. Ik zal mijn lieve ouders achterlaten en mijn toekomst vinden in dat land ver weg, dat ik ken uit de liedjes van mijn jeugd. Schenkt U mijn kinderen de zon? Amen.’

Ik weet wel. Daar is sneeuw, zo wit als het vel van hun huid. Ik wil het voelen smelten tussen mijn tenen. Zal het voelen als het zachte zand van het strand waar ik zo van houd? Misschien gaan we wel in Scheveningen wonen, dichtbij Den Haag, de stad waar ik een kaart van ontving. De gebouwen zagen er gesloten uit en de zwart witte kaart oogde vooral grauw. Maar daar komt straks verandering in. Want ik zal de zon meenemen.

Ik hoor mijn dochter zeggen, ‘Mam, waar blijft de zon? Normaal gesproken laat je altijd de zon schijnen als we langs komen. Zo staat het toch ook op je grafsteen; Herinner mij, herinner mij in stralende zon?’ Ik kijk naar die volwassen vrouw, die altijd mijn rots was, de eerste van zeven kinderen. Ik ben dankbaar dat ik niet ben verdwenen uit hun gedachten. Misschien was ik niet altijd de moeder die ik wilde zijn, maar ik kan nu wel, wat ik vroeger niet kon: de zon voor hen laten schijnen.

Indo 3.0 op de Werkvloer: Marieke van Bragt-Kroonen

Marieke van Bragt-Kroonen (33 jaar) werkt twee jaar bij het Rijksmuseum van Oudheden. Na haar studie Geschiedenis en master Archiefwetenschap begon ze haar loopbaan bij de Tong Tong Fair als programmeur van het Bibit Theater. Daarna werkte ze nog bij het Gemeentearchief in Den Haag en nu dus bij het museum in Leiden.

De gevel van het Rijksmuseum van Oudheden © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Wat is er zo leuk aan je werk?

‘Het leerzame aspect van het werk als archivaris is het leukst. Ik bestudeer en archiveer onder andere onderzoeken van archeologen, informatie van tentoonstellingen en jaarverslagen. Ook stel ik collecties samen en run ik een bibliotheek met tien vrijwilligers. Een hele grote klus waar ik nu aan werk is het digitaliseren van het archief. Ik bouw aan een website, zodat ons archief ook toegankelijk is van buitenaf.’

Marieke in de welkomsthal van het museum © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Kun je je Indische ei een beetje kwijt op je werk?

‘Ik heb een hele gave opdracht gekregen. Louis Couperus, bekend van De Stille Kracht, heeft ook boeken geschreven over de culturen uit de oudheid. Ik heb een serie titels gekregen, zoals ‘Antiek Toerisme – Roman uit Oud-Egypte’, waar ik mooie eerste drukken van zoek om te exposeren. Het heeft niet direct met iets Indisch te maken, maar het is wel leuk om een ander aspect van deze bekende schrijver te leren kennen.’ Marieke pakt een boek met een prachtige cover en vertelt dat er in maart een tentoonstelling zal zijn met deze boeken. Naast haar werk hield Marieke een website bij: www.indischdenhaag.nl. Een soort prikbord met de Indische geschiedenis van Den Haag. Sinds de geboorte van haar dochtertje is ze hier niet meer zo actief, maar de pagina met een overzicht van alle toko’s in Den Haag wordt nog steeds heel goed bezocht.

Marieke aan het werk © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Heb je ook iets uit Indonesië op kantoor?

‘Ja, mijn collega Ger Vermaesen! En een houten pennendoosje dat ik gekregen heb. Mijn broer woont op Java en mijn moeder op Bali, dus ik probeer één keer per jaar mijn familie te bezoeken. Zelf zou ik niet zo snel in Indonesië gaan wonen. Dat is met mijn beroep helemaal niet gunstig.’

Het houten pennendoosje en een eerste druk van Louis Couperus © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oosterse taferelen, Westerse stijl

Zelfportret Raden Saleh. Bron: www.tropenmuseum.nl

Zelfportret Raden Saleh smaakt naar meer

Tijdens mijn eerdere bezoek aan het Tropenmuseum, had ik twee missies: ik wilde de vaste tentoonstelling Oostwaarts bekijken en het enige bekende, onlangs aangekochte zelfportret van Raden Saleh aanschouwen. Bij Oostwaarts kon ik schilderijen van verschillende kunstenaars bewonderen, maar ik vond er helaas geen van Raden Saleh tussen. Ik neem je weer even mee terug, naar die bewuste dag.

En dat terwijl het artikel over Saleh op de website van het Tropenmuseum kopt met ‘Unieke aanwinst van Indonesische kunstschilder van wereldfaam’. Jammer, ik ben erg nieuwsgierig naar het werk van deze Indonesische Rembrandt. Ik hoop dat ik er niet overheen gekeken heb.

Ik ga alsnog op zoek naar het zelfportret. Ik verwacht een statig portret, groot en indrukwekkend, met iets dramatisch, aangezien Saleh (1811-1880) leefde ten tijde van de Romantiek. Een stroming in de schilderkunst, die qua stijl lijkt op de klassieke stijlen, maar met meer fantastie en emotie, herinner ik mij van de kunstgeschiedenis-colleges.

Bescheiden
Nadat me de weg gewezen is, ben ik vooral verbaasd. Niks statig portret: het zelfportret is een heel klein bescheiden schilderijtje. Het enige dat voldoet aan mijn verwachting is de gouden lijst, die verzuipt in de enorme witte wand waaraan het schilderij hangt. Licht teleurgesteld ga ik het portretje van dichtbij bekijken en dan weet het me gelukkig alsnog te overtuigen. Waar klassiek geportretteerde personen vaak een (in mijn ogen) afstandelijke blik hebben, kijkt Saleh je helder aan. Het is duidelijk een schilderij ‘oude stijl’, dat mij niet altijd aanspreekt, maar de losse penseeltreken geven het wat spontaans. Dat maakt de teleurstelling goed.

Saleh kijkt je helder aan.

Op de wand ernaast lees ik dat Saleh in 1829 naar Nederland kwam, toen hij 18 was, om zijn talent te ontwikkelen. Toen hij in 1851 weer wegging, kreeg hij de titel ‘Schilder des Konings’ mee. In Den Haag schilderde hij veel oriëntaalse jachtpartijen en dramatische composities (dus toch!). Een plaatje van ‘Een Boschbrand’ uit 1849 maakt me nieuwsgierig. De stijl associeer ik met typisch westerse taferelen, maar nu zie ik vuur, rook en tijgers. Ik had het graag in het echt gezien. Zo’n onwesters beeld in deze typisch Westerse stijl heeft iets vervreemdends.

Uniek of niet?
Om over dit schilderij te schrijven, heb ik behoefte aan meer informatie. Ik google ‘Raden Saleh’ en belandt op de website van het Rijksmuseum, dat een zelfportret van Raden in de collectie heeft. Ik dacht dat het Tropenmuseum een zelfportret had aangekocht, dat uniek is, doordat het het enige bekende zelfportret is van Saleh? Ik pak de hand-out van het museum erbij en daarop staat hetzelfde statige portret van Saleh met als onderschrift dat het geschilderd is door Friedrich Carl Albert Schreuel. Als ik die naam google, kom ik weer op de website van het Rijksmuseum uit. Op deze pagina blijkt hij het dus niet geschilderd te hebben en is het exemplaar van Tropenmuseum toch uniek.

 Een onwesters beeld in Westerse stijl heeft iets vervreemdends.

Het zelfportret van Raden Saleh © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oosterse taferelen in een Westerse penseelstreek
Ik ga je niet vertellen dat je naar Amsterdam moet snellen om het schilderijtje te bekijken. Het was namelijk tot 19 augustus te bezichtigen. Mochten ze een keer een overzichtstentoonstelling maken met het werk van deze kunstenaar (en zijn tijdsgenoten), dan zou ik zeker gaan. Wie weet ervaar ik meer dan alleen Oosterse taferelen in een Westerse penseelstreek en ontdek ik overeenkomsten en verschillen tussen de twee culturen via dit medium. Ik ben benieuwd naar meer werk dat deze man wereldfaam bezorgd heeft. Jij ook? Laat het ons weten, wie weet brengen we het Tropenmuseum op een idee…

 

Reportage: Oostwaarts!

Tropenmuseum Amsterdam © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Een uitgebreide en informatieve tentoonstelling

Van 13 tot 17 augustus 2012 organiseert magazine Indisch 3.0 een themaweek over het Nederlandse kolonialisme in Indonesië. Deze reportage over de drie tentoonstellingen van ‘Oostwaarts!’ in het Tropenmuseum maakt daar onderdeel van uit. 

Gedeelde roots
Op de website van het Tropenmuseum lees ik dat het in 1871 in Haarlem is geopend als ‘Koloniaal Museum’ met als doel “grondstoffen, natuurvoortbrengselen en volksvlijt uit de Nederlandsche overzeesche bezittingen” te tonen. In 1926 verhuist het museum naar Amsterdam-Oost en na de onafhankelijkheid van Indonesië besluit het museum haar blik te verbreden. De roots van het Tropenmuseum liggen dus, net als die van ons, in Nederlands-Indië. En dat verklaart de enorme schat aan voorwerpen, kunst en verhalen die op de eerste verdieping te bezichtigen is. Het is veel. Voor je het weet ben je alles aan het lezen, laat je de symboliek op je inwerken, leg je allerlei verbanden en ben je 45 minuten verder, terwijl je nog meer dan tweederde van de verdieping moet bekijken.

De roots van het Tropenmuseum liggen in Nederlands-Indië.

Het koloniale theater van 350 jaar Nederlands kolonialisme © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Gedeelde symboliek
‘Zuid-Oost Azië, bezielde cultuur’ laat je voorwerpen zien uit Indonesië, maar bijvoorbeeld ook uit Thailand, Vietnam, Maleisië en de Filippijnen. Het leert je over de overeenkomsten in de symboliek die deze culturen rijk is, (draken, vogels, bloemen en hurkende mensen) en her en der zul je een verklaring vinden voor dat vreemde gebruik van je opa of oma. Deze presentatie mag een update krijgen: er missen letters van de teksten en het computerspel is zelfs voor de allerkleinste bezoekers niet ‘cool’ genoeg.

Gedeelde geschiedenis
In het ‘koloniaal theater’ over 350 jaar Nederlands kolonialisme staan verschillende figuren die met hun verhalen inzicht geven in hun leven. De kunstenaar vertelt over zijn fascinatie met Bali, de ‘inlandse’ ambtenaar deelt zijn frustratie met je. De poppen zijn van het niveau ‘Madame Tussaud’, de willekeurige, doorzichtige en oplichtende ledematen verraden dat het hier om poppen gaat. Voor een vrouw op leeftijd zijn ze een kunstwerk op zich, ze vergeet te luisteren naar wat ze te vertellen hebben. De jonge dochter van een andere bezoeker griezelt van een oplichtend oor en wil snel doorlopen.

Het theater wordt omlijst door voorwerpen en schilderijen uit dezelfde tijd. Tevergeefs zoek ik naar werk van Raden Saleh, het tweede doel van mijn bezoek vandaag. Wel ontdek ik prachtige boeken en schoolschriften, die een gevolg waren van de ethische politiek. Ik word heel blij van de typografie, typische illustraties en zorgvuldig handgeschreven bladzijdes. Meer hiervan graag!

Tevergeefs zoek ik naar werk van Raden Saleh, het tweede doel van mijn bezoek vandaag.

Boeken en schriften naar aanleiding van de  ethische politiek © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Uit hetzelfde hout gesneden

Eenmaal bij ‘Nieuw-Guinnea’ aangekomen, begroet de airco me. De koloniale geschiedenis is beklemmend, de luchtig opgezette tentoonstelling met houtsnijwerken is een welkome afwisseling. Ook hier veel symboliek en ruimte om gewoon te kijken en te genieten van het handwerk.

Oostwaarts! is een uitgebreide en informatieve tentoonstelling die de moeite waard is om te bekijken als je bereid bent er de tijd voor te nemen. Je zal voorwerpen en verhalen herkennen die, in hun context geplaatst, meer voor je gaan leven. Ga samen met iemand van de eerste of tweede generatie deze tentoonstelling bekijken, dè manier om hierin te duiken. Een kleinzoon die ik aan de lippen van zijn oma zag hangen, bevestigde dit.

Het Tropenmuseum is van dinsdag tot en met zondag open van 10.00 tot 17.00. De entree is €10,00 (zonder audiotour). Er stoppen trams voor de deur en het museum is rolstoelvriendelijk. Meer informatie vind je op hun website. Laat je ons weten wat je ervan vond, als je bent geweest?

Nieuw Guinnea Tropenmuseum Amsterdam © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Magie van de Vrouw

Wereldmuseum Rotterdam. Foto: (c) Christie Haalboom/ Indisch 3.0 2012

Geheime codes ontrafelen

Wereldmuseum Rotterdam. Foto (c) Christie Haalboom/ Indisch 3.0 2012
Wereldmuseum Rotterdam. Foto (c) Christie Haalboom/ Indisch 3.0 2012

Momenteel hebben twee musea aandacht voor zilver en goud uit Indië en Indonesië.  Om te beginnen is daar het Wereldmuseum in Rotterdam, waar je tot 9 september 2012 Magie van de vrouw kan bezoeken. Daarnaast biedt het Gemeentemuseum in Den Haag de expo Goud uit Java, Zilver uit Batavia. Over beide maken we een repo, en we beginnen in Rotterdam, met een verslag van Christie Haalboom. 

De directeur van het Wereldmuseum, Stanley Bremer, vertelt dat vrouwen loyale bezoekers zijn. Als hij gesprekken opvangt of praatjes aanknoopt, valt de fascinatie van zijn publiek voor textiel en sieraden hem op. Het verbaast mij niets; vrouwen = shoppen = kleding = stoffen. Totaal logisch, toch? Een oppervlakkige gedachtengang die geen recht doet aan deze tentoonstelling met artefacten uit Indonesië over vrouw zijn. De doeken die tentoongesteld zijn, zijn veel meer dan gewoon mooi: ze bestaan uit geheime codes, dualistische symboliek en proberen het mysterie van het universum te ontrafelen. Ze zijn het tastbare product van de magie van de vrouw.

Vervlogen tijden

De chique, witte trap met de rode loper leidt je naar de tweede verdieping met de expo. Vanuit de lichte hal betreed je een ruimte die veel donkerder is, waardoor je het gevoel krijgt dat je een andere wereld in stapt. Prachtige portretten van Indische vrouwen in traditionele gewaden uit vervlogen tijden begroeten je. Rechts speelt een film. Ik hoor iets over ‘magische patronen, het bruidspaar en voorspoed’ en ben meteen nieuwsgierig. Ik ben pas geleden ten huwelijk gevraagd en een beetje geluk afdwingen voor de toekomst is natuurlijk nooit verkeerd.

Prachtige portretten begroeten je. Foto: © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Prachtige portretten begroeten je. Foto: © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Schaamplaatjes

Het trouwthema komt meerdere malen terug in de tentoonstelling, zo moeten meisjes minstens één pua (gewaad) geweven hebben voor ze gaan trouwen. Komt de man om de hand van een meisje vragen en is de familie niet geïnteresseerd dan wordt dat kenbaar gemaakt door het tonen van een batik met de afbeelding van een mes. Mooie grote, ronde en hartvormige gouden hangers blijken ‘schaamplaatjes’ te zijn. Zou dat nou lekker zitten onder een trouwjurk? Er hangt een trouwweefsel met ‘wolken zwanger van vruchtbaarheid’, want zodra er getrouwd is, moeten er kinderen komen. De herhaalde patronen op een weefsel verbeelden de repeterende energie van positief en negatief, die staan voor eindeloos elkaar opvolgende generaties.

Hogere wiskunde of magie

Als grafisch ontwerper ben ik gek op patronen. Het samenspel in vorm en kleur is fijn om naar te kijken. Mijn audiotourgids vertelt me dat ‘het concept van dualiteit van twee tegengestelde, elkaar aanvullende categoriën één van de grondbeginselen is van de Indonesische cultuur’. Man, vrouw, donker, licht, laag en hoog. Vogels versus – ejaculerende – reptielen. Nooit geweten dat er zoveel filosofie in mijn sarongs zat! Ik krijg bewondering voor de vrouwen die ikats weven. Hierbij wordt de draad eerst geverfd, maar door haar op bepaalde plekken af te binden, blijft ze daar blanco. Tijdens het weven ontstaat er een patroon. Is het hogere wiskunde, kunst of magie?

Een pua uit Kalimantan. Foto: © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Een pua uit Kalimantan. Foto: © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Universeel en tijdloos

Pratend met de hartelijke suppoost, kom ik erachter dat veel bezoekers oudere mensen zijn. Sommigen hebben een band met Indonesië, maar lang niet altijd. Hij merkt niet veel van al die magie in één ruimte, ‘maar misschien moet je daar voor open staan’. Wel was er een duo dat helemaal opging in de tentoonstelling en gefascineerd elk doek besprak. Terecht, de onderliggende wijsheid die uit de doeken spreekt is universeel en tijdloos. In de huidige wereld waarin verdeeldheid ons opbreekt, kunnen we daar nog veel van leren.

 Sta jij open voor de magie van de vrouw en wil je ook gaan kijken? Dat kan tot 9 september 2012. Laat ons weten wat je ervan vond! Het Wereldmuseum is van dinsdag tot en met zondag geopend van 10.00 – 20.00 uur. Toegang € 12. Meer info vind je op de website.