‘Iets Indisch’ (2)

Daar stond ik dan. Midden in de nacht. Oog in oog met mijn overleden oma. Heel ontspannen zat ze daar. Al rokend aan de keukentafel. Ik moet bekennen dat ik in redelijke staat van paniek verkeerde. Zoals ik de vorige keer schreef, was ik wel wat gewend in mijn dromen, maar dit was andere koek. Dit was oma.

Afbeelding: lekkerding1967.spaces.live.com

Gelukkig had ik ooit eens had gelezen of gehoord dat je dit soort ongenode gasten het best kan wegsturen door hardop te vragen of ze weg willen gaan. Daarom bedacht ik me geen moment, deed het licht aan, pakte de tafel beet, concentreerde me en zei: “Oma, leuk dat je mij komt opzoeken, maar ik word er bang van. Ga alsjeblieft weg, ga weg alsjeblieft…”

Een geest wil ik haar niet noemen. Eerder een afdruk. Immers, ik weet tot op de dag van vandaag niet of ik haar die nacht echt heb gezien. Misschien wilde ik het zien of was het een keiharde mindf*ck. In ieder geval was ik niet blij met haar bezoek. Bovendien leek ze niet op de oma die we hadden gecremeerd. Een uitgeteerd hoopje mens na ruim drie weken ziekbed. Meer was er niet over van die ooit zo grote vrouw (in de lengte overigens). Haar afdruk was simpelweg te perfect.

Deze ervaring heb ik een paar jaar geleden gebruikt tijdens een huiskamertournee. Door heel Nederland speelde ik bij mensen thuis mijn liedjes en vertelde o.a. dit verhaal. Een aantal keer kwam het voor dat er voor of na dit verhaal iets vreemds gebeurde; een kaars begon plots te branden, een schilderij kwam naar beneden en het klassieke klapperen van ramen en deuren.

In de loop der jaren heb ik het allemaal geaccepteerd. Af en toe gebeurde er wel iets, maar zocht het nooit op. Hoopte nooit op een nieuwe droom of verschijning van opa, oma’s of andere dierbaren. Tot eind mei dit jaar.

Mijn allerlaatste en vooral allerliefste opa ging dood. Als kind heb ik dikwijls gewenst dat hij als laatste van mijn opa’s en oma’s mocht sterven. Niet dat de anderen dood moesten, maar hij was mijn grote vriend. Onze band was ijzersterk. Onze humor dodelijk. Positief en negatief.

Toen hij stierf voelde het alsof ik werd overreden door een trein en alsof iemand de hele tijd citroensap in de wonden spoot. Intense pijn. Uiteraard had ik een maand eerder al gedroomd over zijn naderend afscheid, maar ik had er geen waarde aan gehecht. Of geen waarde aan willen hechten.

Vlak na zijn dood constateerde ik dat ik hem niet meer kon bedanken voor alles. Maar wederom geschiedde het. Per droom. Tweemaal. De eerste keer wilde ik hem alsnog mijn dankbaarheid tonen, maar ging hij liever samen foto’s van vroeger bekijken. In de tweede droom kreeg ik een dikke knuffel. Zo onwaarschijnlijk mooi en liefdevol dat ik nog steeds elke avond voor het slapengaan denk: “Misschien komt opa wel langs!”

Maffe Indo die ik ben.

De roots van Rutte

Hoe Indisch is het nieuwe kabinet? Verrassend genoeg heeft niet alleen Geert Wilders (PVV) Indische roots, ook premier Mark Rutte (VVD) heeft banden met Nederlands-Indië. Er ligt een nieuw klusje te wachten op dr. Lizzy van Leeuwen: na de wortels  van Wilders kan ze de roots van Rutte onderzoeken.

Mark Rutte. Fotograaf: Nick Ormondt/ VVD

Zeven kinderen
De vader van Mark Rutte was directeur van een handelsonderneming in Nederlands-Indië. Volgens Mark Rutte’s biografie op Wikipedia – ik geef toe dat het wetenschappelijk gehalte van mijn onderzoek het niet haalt bij dat van Van Leeuwen – overleed de eerste vrouw van zijn vader in Japanse gevangenschap. Uit dat huwelijk kwamen vier kinderen voort. Vader Rutte hertrouwde met de zus van zijn ex-vrouw en kreeg met haar nog drie kinderen, met als jongste telg Mark Rutte, die in Den Haag werd geboren in 1967.

Bescheidenheid
In het Algemeen Dagblad van zaterdag 29 mei 2010 stonden passages over de Indische roots van Mark Rutte. Op de vraag waarom hij op bescheidenheid de nadruk legt, zegt hij: “Mijn ouders hebben een paar keer in hun leven helemaal opnieuw moeten beginnen. Mijn vader zat in een Jappenkamp. Hij verloor zijn vrouw en bezat toen hij terugkwam alleen nog het pak dat hij aan had. Hij hertrouwde met de zus van zijn eerste vrouw, mijn moeder, ging terug naar Indonesië en bouwde een nieuw bestaan op. Totdat Soekarno iedereen eruit gooide in 1958. Weer moesten ze van voren af aan beginnen. Mijn vader ging hier werken bij eeen DAF-dealer. M’n ouders waren altijd heel nuchter over wat ze hadden. Ze gaven hun kinderen mee dat het belangrijk was te werken, bescheiden te blijven en er te zijn voor elkaar. Dat kreeg ik mee.”

Hoop
Bescheidenheid, nuchterheid, er zijn voor elkaar en hard werken. Zijn dit ook de kernwaarden van het nieuwe kabinet? Wordt dat de stijl van leidinggeven van de man die een wajangpop in zijn vrijgezellenflat heeft hangen? Ik ben benieuwd. Eén van de favoriete restaurants van Rutte is in ieder geval Poentjak in Den Haag: lekker ouderwets ingericht en met ‘pure Javaanse en Sumatraanse hoofdgerechten.’ Misschien is er toch nog hoop de komende vier jaar.

Tuan Papa

Vorige maand was er naar aanleiding van de documentaire Tuan Papa voor het eerst een contactdag voor ‘oorlogsliefdekinderen’. Een beter bewijs voor de taboedoorbrekende kracht van de docu en de behoefte aan openheid bij de kinderen zelf, is er bijna niet: de dag was een groot succes.

Oorlogsliefdekinderen zijn kinderen van Nederlandse militairen, die tussen 1946 en 1949 werden verwekt in Indonesië. Hun bestaan is lang een taboe geweest.

In Tuan Papa komen deze kinderen en hun moeders aan het woord. De verhalen worden soms luchtig verteld, maar hun realiteit is pijnlijk. Zo vertelt de Balinese Jacky hoe het was om op te groeien zonder vader. Als “echteloos” kind in een omgeving waar familie de loop van je leven bepaalt, kon hij maar moeilijk een plek vinden in de gemeenschap. Hij en zijn moeder werden gezien als ‘kinderen van de vijand’ en nauwelijks geaccepteerd. De levens van oorlogsliefdekinderen en hun moeders werden vaak getekend door schaamte en angst.

“Beste Addy, ik heb gehoord dat je op zoek bent naar vader en zus ( mijn oom en nichtje). Ik heb ondertussen contact met de dochter van mijn nicht ( en heb alles verteld) en zij gaat dit hele verhaal aan haar moeder vertellen op het goede moment. Ik weet van mijn moeder dat het verhaal klopt. Ik hoop dat zij nog contact opnemen. Groetjes José” (website Oorlogsliefdekind)

De beelden uit Tuan Papa zijn prachtig en indringend. De zoektocht naar oorlogsliefdekinderen voert de kijker mee door kleurrijke straten op Bali en door achterbuurten in Jakarta. De verhalen van kinderen en moeders worden afgewisseld met zwart-wit archiefmateriaal. Soldatenjochies op patrouille door rijstvelden. Niet veel ouder dan twintig. Ver van huis werden velen verliefd op een Indonesisch meisje. Verschillende van hen, nu veteranen van boven de 80, vertellen in de documentaire hun verhaal,  meestal voor het eerst.

De verre liefde en het kind dat daaruit voortkwam werd een geheim dat ze een leven lang meedroegen. Sommige relaties duurden kort, maar voor anderen, zoals voor Jack van den Brom, was het serieus. Jack ging samenwonen met ‘zijn Els’, kreeg een kind met haar en zou gaan trouwen. Maar ook voor hem eindigde het verhaal met het achterlaten van vrouw en kind in Indonesië. Eenmaal terug begonnen de soldatenvaders een nieuw leven, vonden een vrouw en stichtten een gezin.

“Deze documentaire, die we nog niet gezien hebben, zal bijdragen aan de erkenning van oorlogskinderen en een stukje verwerking van hun verdriet, maar weet dat zo’n verhaal altijd twee kanten heeft.” – Adri, Lenie en Rene van den Brom, 21 juni 2010 (website Andere Tijden)

Oorlogsliefdekinderen en hun moeders hebben nooit enige vorm van erkenning of financiële tegemoetkoming gekregen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dat nog zal gebeuren. In ieder geval hebben de film en het project Oorlogsliefdekind ze in staat gesteld om op 19 september 2010 voor het eerst met lotgenoten te praten. We zijn benieuwd naar het verslag van die dag. U ook? Hou dan de website www.oorlogsliefdekind.nl in de gaten.

De film Tuan Papa is gratis via Andere Tijden te bekijken.

De waarde van Indo-sport no.1: ‘netwerken’

Terwijl ik mijn eerste maand als startend ondernemer afsluit, realiseer ik me hoe waardevol het is om je omringd te weten door goede mensen. Alle kansen die ik momenteel op mijn pad vind, komen rechtstreeks uit mijn netwerk. Ik vermoed dat mijn opvoeding daar een stimulerende werking op heeft gehad: netwerken zit in het Indische DNA ingebakken, ver voordat het woord netwerken uitgevonden was.

Kumpulan of 'netwerkbijeenkomst'? Foto: archief Kirsten Vos (2010)

Zoals veel Indische oma’s, was ook mijn oma een wandelende encyclopedie. Bij wijze van spreken dan, want ze had een ernstige spierziekte en kon dus niet meer zo goed lopen (‘Ik ben slecht ter been, ik ben niet gehandicapt.’) Oma kende zo ongeveer de halve wereld, in mijn optiek, inclusief schoolopleiding, ouders, kinderen en kleinkinderen en persoonlijke anekdotes. Die anekdotes waren het belangrijkst: doordat zij verhaaltjes over mensen vertelde, kon ik me ze herinneren.

‘Ach ja (met handgebaar en pretoogjes), Zusje Schwarts, we gingen samen naar de SU in Batavia, suffe uilen noemden we die school, de Santa Ursula. Haar moeder lette er altijd op dat we geen villa inkijk hadden (op dat moment wees mijn oma dan met haar duim naar haar decolleté). Ze hoefde maar te kijken en dan wisten we al genoeg. ’

Eigenlijk leerde ik zo mensen kennen voordat ik ze ontmoette, wat een eerste IRL ontmoeting extra makkelijk maakte, of ik nou een goed of fout fragment van een anekdote aanhaalde (‘Uw moeder was toch van de villa inkijk?’). Mensen vonden het namelijk leuk dat iemand over ze verteld had, merkte ik. Terugkijkend realiseer ik me dat dat ze het gevoel gaf ‘ertoe te doen’.

Verder vond ik het normaal om op feesten goed te letten op mensen die alleen zaten. ‘Praten jullie wel leuk lui?’ was ook zo’n gevleugelde uitspraak van mijn oma. Naar haar voorbeeld en dat van mijn moeder, waren mijn zusje en ik (mijn broertje wist de dans altijd te ontspringen) zeer bedreven geworden in mensen spotten die om een praatje verlegen zaten. Gasten vermaken was belangrijker dan je eigen verlegenheid: gasten hoorden zich welkom te voelen, dat was je taak als gastvrouw. En dus maakte je met iedereen wel een praatje. Bovendien onthield ik, zoals ik geleerd had, anekdotes uit die gesprekken. Wat iemand als beroep had, bijvoorbeeld.

Zo kwam het dat ik mijn Indische ‘netwerk’ (lees: familie) ook losliet op mijn niet-Indische omgeving, zonder me te realiseren dat dat vreemd was. Studievriendin en ex-huisgenoot C. wist zich nog deze zomer te herinneren: “Kir, jij wist voor alles wel een kennis, vriend of familielid!” Weer barstte zij in lachen uit toen ze terugdacht aan de momenten in het studentenhuis – nu al weer ruim 15 jaar geleden – waarop ze uitriep: “Ik wil een nieuwe wasmachine/ bed/ [vul maar in] nodig” en ik uit mijn denkbeeldige kaartendek namen noemde van kennissen, vrienden en familieleden, die er eventueel bij konden helpen.

Wat een heerlijk gevoel dat ik als startend ondernemer voor sommige dingen níet hard hoef te werken, maar gewoon kan doen wat ik altijd gedaan en geleerd heb: eten, met mensen praten en aan die mensen denken als er iets voorbij komt dat interessant voor ze kan zijn. Dat dat dan netwerken heet vind ik prima.

Rubber: koloniaal boek, actuele voorstelling

Foto: copyright Boy HazesMadelon Székely-Lulofs schreef de roman Rubber op basis van haar eigen ervaringen als plantersvrouw op een rubberplantage in Deli, Sumatra in Nederlands-Indie. Het boek kwam uit in 1931 en werd een bestseller. Afgelopen week speelde het Nederlands Zang Theater een muziektheater-bewerking van het boek in Den Haag en Amsterdam. Het thema uit Rubber blijkt nog altijd actueel.

Het uitkomen van het boek, bijna 80 jaar geleden, deed het een hoop stof opwaaien. In Europa werd het goed verkocht en verschenen allerlei vertalingen. Een aantal jaar later werd het zelfs verfilmd. In Indie was de ontvangst matig. Het onthulde wat de werkelijke verhoudingen waren tussen blank en bruin. Dat was naar de koloniale smaak net iets teveel openheid. Madelon Székely-Lulofs publiceerde na Rubber nog enkele boeken over Indie. Ze stierf in 1958.

In de zangvoorstelling wordt het verhaal uit het boek in negen scenes vertelt. Net als in het boek staan de tegenstellingen tussen Oost en West in de voorstelling centraal. Europeanen en inlanders zijn, beide door economische motieven gedreven, tot elkaar veroordeeld. Tussen de Europese toean besar en de inlandse koelie, nauwelijks meer dan slaaf, bestaat echter een wereld van verschil. “Het geld viel van den heemel” voor de Europeaan. Voor de koelie bleef er weinig over.

De omstandigheden waaronder de inlandse koelies op de plantages moesten werken waren verschrikkelijk. Velen deserteerden. Degenen die bleven raakten vaak gok- en drankverslaafd. Hoe anders was het voor de Europese planters: in de tijd waarin het boek speelt profiteerden velen van de rubberindustrie. “Iedere boerenpummel uit Holland” zo vertelt de inleiding in het programmaboekje “kon in een paar jaar miljonair te worden”. In de voorstelling wordt het verschil nog eens benadrukt door de witte tropenpakken van de Europeanen en de donkere kleding van de koelies.

Pak Karmo!

Is de veerman er weer niet?

Altijd deze tergende traagheid!

Altijd deze tergende sloomheid!

Schiet op verdomme, de toean besar wacht op mij.

Saja toean, saja

Tabeh toean, tabeh

Rubber is een mooie en dynamische voorstelling. Het verhaal wordt verteld door een spreekster, die de schrijfster Székely-Lulofs speelt. De korte teksten uit het boek zijn prachtig, maar doordrenkt met het koloniaal gedachtegoed van toen. Op schermen komen ondertussen beelden uit de film en passages uit het boek voorbij. Maar het kloppend hart van de voorstelling is het koor dat de verschillende groepen uitbeeldt: koelies, planters, njais, Europese vrouwen en bedienden. Een liveband speelt de muziek, aangevuld door soundscapes met geluiden uit Indonesie.

Componiste Sinta Wullu, zelf uit Indonesie afkomstig, maakte de muziek voor de productie. Na de voorstelling vertelt ze dat ze zich naast door het boek, vooral liet inspireren door het Indonesiche landschap en de Indonesische muziek, zoals gamelan en krontjong. Mede door de bijzondere composities van Sinta Wullu is de voorstelling erg de moeite waard. Met een kleine budget en slechts een handvol voorstellingen in Den Haag en Amsterdam bereikte het echter maar een klein publiek. En dat is jammer. Hoewel als zangvoorstelling misschien minder toegankelijk, het had zeker een groter publiek verdiend. De al dan niet schijnbare tegenstellingen tussen Oost en West zijn immers nog altijd actueel.

Tip: geen tijd voor de voorstelling, maar wel benieuwd naar het verhaal? Bestel dan via Indisch 3.0 het boek

of de dvd!

Vraagtekens bij uitstel staatsbezoek SBY

De Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) heeft volgens de Jakarta Post van gisteren zijn staatsbezoek aan Nederland afgezegd wegens een ‘unfavorable situation in the destination country.’  SBY zou vandaag met zijn vrouw in Nederland aankomen voor een driedaags bezoek, op uitnodiging van koningin Beatrix. Nederland en Indonesië zouden inmiddels op korte termijn op zoek zijn naar een nieuwe datum.

Ook Nederlandse media, zoals Nu.nl, maakten melding van de afzegging. Pas om half vijf gistermiddag verstuurde de Rijksvoorlichtingsdienst een persbericht ter bevestiging van dit nieuws. Volgens de website van de RMS doet de rechtbank vandaag om 9.00 uur uitspraak over het aangespannen kort geding.

De gang van zaken roept vraagtekens op. Ten eerste. Pak Yudhoyono zou deze beslissing genomen hebben, nadat een Molukse beweging in Nederland (de RMS) een kort geding had aangespannen tegen de president wegens recente schending van de mensenrechten op de Molukken. In hoeverre vertegenwoordigt de RMS nog de meerderheid van de Molukse Nederlanders? Ten tweede. De Nederlandse regering heeft de Indonesische president, geboren in het jaar van de soevereiniteitsoverdracht, verzekerd dat hij immuniteit geniet en niet kan worden gearresteerd. Dit zou de grootste zorg van SBY weg kunnen nemen. Iemand zou kunnen zeggen dat de president het kort geding aangegrepen heeft om zijn bezoek aan Nederland af te zeggen. En tot slot – wat betekent deze beslissing voor de toekomst van de relatie tussen Nederland en Indonesië?

Om te beginnen met de eerste vraag – in hoeverre vertegenwoordigt de RMS nog de meerderheid van Molukkers in Nederland? Uit verschillende bronnen begrijp ik dat dat niet meer het geval is. De houding van de RMS zou hierdoor kunnen zorgen voor tweedeling in de Molukse gemeenschap. Deze vraag is relevant, omdat de officiële reden van de afzegging nu gekoppeld is aan Molukkers: alle Molukkers in Nederland. Hoe wil de Molukse gemeenschap als geheel deze verantwoordelijkheid dragen? Alle mensen die bezig waren met de voorbereidingen, van het Koninklijk Huis tot de universiteit Wageningen, zien hun inspanningen nu in rook opgaan. Goed voor de gemeenschap met Molukse of Indonesische wortels in Nederland is dit dus allesbehalve.

Dan de vraag of president Yudhoyono het kort geding heeft aangegrepen om zijn staatsbezoek af te zeggen. Zou hij al eerder hebben willen afzien van dit bezoek en een reden hebben gezocht? Lastige vraag. Aan de ene kant: als SBY, zoals hij in Indonesische kringen wordt genoemd, grote waarde hecht aan een toekomstbestendige relatie tussen Nederland en Indonesië,  dan zou je kunnen zeggen dat hij zijn staatsbezoek boven het ‘RMS-incident’ zou plaatsen.  Aan de andere kant – dit staatsbezoek was al behoorlijk riskant als het gaat om de nationale eer van Indonesie, zoals het NOS Journaal gisteravond de reden van afzeggen omschreef.

Historisch was het bezoek geladen, want de Wereldomroep meldde dat opnieuw gedoe was ontstaan over de onafhankelijkheidsdatum van 17 augustus 1945. De eerdere erkenning van deze datum door voormalig minister Bot was een belangrijke deuropener voor de verhoudingen tussen Indonesië en zijn voormalige koloniale machthebber.

Politiek ook: Geert Wilders’ PVV heeft uitgerekend deze week legitimatie gekregen voor het anti-islam-beleid en staat deze week volop in de aandacht vanwege de rechtszaak. De islam vormt voor Indonesië een belangrijk instrument voor nationale eenwording. Bovendien is voor elk land het een gevoelige kwestie als een landsdeel zich af wil scheiden, zoals de Molukken zich van Indonesië wil afscheiden. Als die afscheidingsbeweging vanuit Nederland dan ook nog eens binnenlandse kwesties, zoals de dood van een demonstrant, aan de orde stelt, kan ik me voorstellen dat vanuit Indonesisch perspectief het staatsbezoek steeds minder gouden randjes heeft. Ik praat het niet goed, maar ik snap het wel.

Want  tot slot heeft dit bezoek een flinke lading gekregen door culturele verschillen: voor Indonesië is de rechtzaak van de RMS een belediging voor de nationale eer, net als het aantal kamerleden dat vragen wilde stellen over de mensenrechtensituatie in het land waar Nederland zelf eeuwenlang mensenrechten aan zijn laars heeft gelapt. De huidige politieke en historische band tussen Nederland en Indonesië is al kwetsbaar genoeg. Iemand kan zich afvragen of het kort geding en de vragen van parlementariërs op dit moment gepast waren – hoe, vanuit Nederlands perspectief, terecht ze ook kunnen zijn. Vanuit deze beladenheid zou het kort geding misschien niet zozeer de reden, maar de spreekwoordelijke druppel kunnen zijn.

Uiteindelijk leidt dit alles tot de vraag wat dit uitstel betekent voor de relatie tussen de twee landen. Op de radio hoorde ik net de dj roepen: “De Indonesische president komt niet omdat hij bang is opgepakt te worden.” De keuze om niet te komen en het kort geding daarvoor als reden op te geven, wekt de indruk dat de arrestatie plaats zou vinden, dat die eigenlijk terecht is, dat de president van Indonesië bang is voor de RMS en een ‘schurk’ is die opgepakt dient te worden. Een nieuw staatsbezoek van deze president aan Nederland op korte termijn kan gemakkelijk nog meer lading krijgen dan het al had.

Nederland zal, ook in de toekomst, thuis zijn voor duizenden Molukkers. Nederland zal, in elk geval de komende periode, een kabinet hebben dat bestaansrecht ontleent aan een anti-islam partij. En, zoals het er nu naar uitziet, Nederland zal de komende jaren nog een ambigue houding aannemen over de datum van onafhankelijkheid. Voor Indonesië ligt de 300-jarige bezetting door Nederland nog steeds gevoelig. Zolang belangenbehartigers in beide landen die wederzijde gevoeligheden niet erkennen, zal de postkoloniale verhouding niet verbeteren. En dat is een uitkomst die tot vraagtekens leidt: wanneer zijn Indonesië en Nederland klaar voor een nieuwe relatie? En wat – of wie – zou daar voor nodig zijn?

Indisch 3.0 zoekt Indo 3.0

Indisch3.0 zoekt Indo 3.0

Hou je van fotograferen, presenteren, schrijven, organiseren, websites maken, ontwerpen of filmen? Wil je dat af toe ook wel eens aan Indisch Nederland laten zien? Ben je tussen de 18 en 35 jaar en stroomt er Indo-bloed door je aderen?  Dan is Indisch 3.0 op zoek naar jou!

Indisch3.0 bestaat nu twee jaar. Niet alleen zijn we actief aanwezig op internet, ook doen we mee aan multiculti-festivals waarin de stem van een Indo broodnodig is. In 2011 willen we die groeispurt doorzetten en het eerste multichannel magazine voor jong Indisch Nederland worden.

Daarvoor gaat www.indisch3.nl gaat flink op de schop: een nieuw logo, nieuwe website en meer interactie met Facebook en Twitter. Verder kan je nieuwe onderwerpen verwachten, naast de bestaande. Zoals een baan vinden die bij je past, het opzetten van je eigen zaak, subsidie aanvragen voor een kunstproject, een stageplek vinden of de vervolgopleiding van je dromen kiezen. Bovendien kunnen jonge Indo’s in 2011 zelf exclusieve Indisch3-meetings gaan organiseren in de eigen regio. Gewoon, om nieuwe mensen te leren kennen en een relaxte avond te hebben.

Met de huidige redactie kunnen we al veel. Maar we zoeken uitbreiding: meer mensen met verschillende vaardigheden, die zo nu en dan, als “freelancer”  zou je kunnen zeggen, iets aan Indisch3.0 willen bijdragen. We zoeken in het bijzonder Indo’s in het oosten van het land, zodat we meer aandacht kunnen gaan besteden aan alles wat er daar gebeurt. En dat kan op veel manieren dan je waarschijnlijk denkt.

We bieden jou een nieuwe vriendenkring, een plek om de wereld jouw talenten te laten zien, ruimte om ervaring op te doen en de kans om bij te dragen aan unieke evenementen. We zullen eens in de twee – drie maanden een borrel organiseren voor redactie en “freelancers”, zodat we elkaar als gehele redactie kunnen zien. Je hoeft dus niet bij de redactievergaderingen te zijn.

Ben jij een derde generatie Indo, tussen de 18 en 35 jaar en heb je zin om af en toe mee te werken aan het eerste Indische multichannel magazine voor jongeren? Stuur dan een mail naar redactie@indisch3.nl en vertel ons wat je te bieden hebt! Of ken je iemand die dit leuk zou vinden? Stuur hem of haar dan deze link toe of de Indo3.0 gezocht (I3)-flyer (pdf).

Programma staatsbezoek Indonesië

Nog een paar dagen en dan staat een president van Indonesië voor het eerst sinds 10 jaar weer op Nederlands grondgebied. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte afgelopen woensdag het programma bekend. In tegenstelling tot een eerder bericht is dit staatsbezoek gepland van 6 tot en met 8 oktober (in plaats van 9 oktober) 2010 -uitgerekend in de week dat het nieuwe kabinet wel eens zou kunnen beginnen. Zou de Koningin erover gaan twitteren?

President Yudhoyono. Foto: http://www.telegraph.co.uk

Op uitnodiging van Hare Majesteit de Koningin brengen de president van Indonesië dr. Susilo Bambang Yudhoyono en zijn echtgenote mevrouw Ani Bambang Yudhoyono van woensdag 6 oktober tot en met vrijdag 8 oktober een staatsbezoek aan Nederland.
Zij bezoeken Den Haag, Leiden, Amsterdam en Wageningen. Tijdens het bezoek bouwen Indonesië en Nederland met de ondertekening van een partnerschap verder aan de gemeenschappelijke banden. In de toekomst werken beide landen nog intensiever samen aan onder andere de wederzijdse handelsbetrekkingen en uitwisseling op het gebied van cultuur en onderwijs.

De Koningin ontvangt president Susilo Bambang Yudhoyono en zijn echtgenote op woensdagochtend 6 oktober op Paleis Noordeinde, waar zij hen die avond een staatsbanket aanbiedt. ’s Middags ontmoet de president achtereenvolgens de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de minister-president, mr. dr. J.P. Balkenende. Na de ontvangst door de minister-president in het Torentje vinden delegatiebesprekingen plaats en ondertekenen de minister-president en president Susilo Bambang Yudhoyono een zogenaamde ‘Comprehensive Partnership’. Daarin zijn afspraken vastgelegd tot intensievere samenwerking op een groot aantal beleidsterreinen, zoals buitenlandse politiek, stabiliteit en veiligheid, mensenrechten, duurzame ontwikkeling, economische relaties, en sociale, culturele en onderwijsvraagstukken.

Donderdag 7 oktober leggen de Indonesische president en zijn echtgenote een krans bij het Nationaal Monument op de Dam te Amsterdam. In het stoomgemaal Cruquius wonen ze een bijeenkomst bij over de bescherming tegen hoog water en de nieuwe uitdagingen van de klimaatverandering voor het waterbeheer. Hier zijn ook Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje, minister van Verkeer en Waterstaat, ir. C.M.P.S. Eurlings en Deltacommissaris, drs. W.J. Kuijken bij aanwezig. In Den Haag ontmoeten de Prins van Oranje, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, president Susilo Bambang Yudhoyono, de minister-president en minister van Economische Zaken, mw. M.J.A. van der Hoeven, vertegenwoordigers uit het Nederlandse bedrijfsleven. Aan het einde van de middag brengen de president en zijn vrouw een bezoek aan de Universiteit van Leiden. De president houdt daar een toespraak. ’s Avonds bieden de president en zijn vrouw de Koningin als contraprestatie een diner aan omlijst door een cultureel programma.

Vrijdag 8 oktober brengen de president en zijn echtgenote, in aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden en prof. mr. Pieter van Vollenhoven, een bezoek aan Wageningen University & Research centre. Wageningen UR en Indonesië werken samen op verschillende terreinen, waaronder gezondheid, voedselproductie, visserij en biomassa. Het gezelschap laat zich informeren over de laatste ontwikkelingen en maakt afspraken over verdere samenwerkingsmogelijkheden. Ook ontmoeten zij Indonesische studenten.

Bron: Rijksvoorlichtingsdienst / Koninklijk Huis