Bloedstollende memoires van een Indische oma

Flyer Deze en Genen

‘Memoires van een vrouw van 74 jaar wat ze zich vanaf haar 5de jaar herinneren kon.’ Zo beginnen de verhalen die mijn oma (1905 – 1989) in de jaren tachtig optekende op verzoek van mijn altijd alerte moeder. Ze zijn een van de inspiratiebronnen voor mijn theatervoorstelling ‘Deze en Genen Speciaal‘, die ik vanaf mei ga spelen.

In het kader van Theater Na de Dam op 4 mei maak ik momenteel een nieuwe versie van mijn voorstelling over de zoektocht naar mijn Indische roots. Dolblij was ik toen ik achter in de kast een schrift vond met daarin de memoires van mijn oma. Ik wist dat ik het had, maar waar? In een kriebelig oudedameshandschrift heeft ze een twintigtal pagina’s volgeschreven – helaas niet meer – van een grijs schrift met harde kaft.

Op pagina 1 begint het al goed: ‘Het was in 1910 toen we in Poerworedjo zaten, een plaatsje ergens op Java. Mijn vader was er toen griffier van de landraad. Ik herinner me nog, dat mijn ouders met hun tien kinderen daar een heel groot huis bewoonden met een heel grote tuin eromheen, waar in de hoek een enorm grote waringin groeide. Onder deze boom mochten we nooit spelen, want anders zouden we ziek worden, vertelde één van onze baboes ons. Op een dag speelde één van mijn broers, Eddy er en prompt na een week of wat stierf hij na 4 dagen dysenterie gehad te hebben. Hij was pas 7 jaar en een heel groot verlies voor mijn ouders en ons allen, want hij was een schattig jongetje en anders heel gehoorzaam. Onze baboe zei direct, dat het door die boom kwam, want daarin huisde een boze geest. Nu, mijn ouders waren niet zo bijgelovig hoor. Hij zou wel buiten hun medeweten wat gegeten hebben, dat niet goed voor zijn darmen was.’

Het verhaal biedt een prachtig inkijkje in geloof en bijgeloof in Nederlands-Indië aan het begin van de vorige eeuw. Dat mijn oma zeker gevoel voor drama had (van wie zou ik dat toch hebben?)  bewijst het volgende bloedstollende fragment.

“In de tijd dat we in Soemenep (Madura) zaten hebben we iets heel ergs meegemaakt. We waren op een zondag allemaal, echtparen met kinderen en al, bij de familie van Duin op bezoek, toen de ouderen na het eten zaten te bridgen en wij kinderen, het waren er heel wat, de tuin inliepen om te spelen. Er werden allerlei spelletjes gedaan en toen we moe waren, zei één van mijn vriendinnen, ze heette Eppy Roset: ‘Claartje kom je even mee naar huis, dan zal ik je mijn nieuwe pop laten zien.’ Eppy was toen pas zes jaar en ik zeven.

Het was ons streng verboden het erf af te gaan, maar omdat hun huis dichtbij was, dacht ik dat het geen kwaad kon. Eppy’s zus Willy waarschuwde dat het niet mocht, maar toen we toch wilden gaan is ze met ons meegegaan, net als Mies haar oudste zuster. De heer Roset was die middag net thuisgekomen van de jacht en gaf zijn geladen geweer aan de huisjongen, om het schoon te maken. Deze had het druk met andere dingen en gaf het geweer toen over aan klein Inlandsch jongetje van een jaar of zes, niet wetende dat de kogels er nog niet uit waren. Anders deed meneer Roset het altijd zelf.

We waren alle vier naast elkaar op de divan gekropen, toen het jongetje in het Maleisch zei: ‘Meisjes, meisjes, ik schiet hoor’. Ik was dadelijk van de divan afgegaan, maar de andere drie bleven rustig zitten. Eerst richtte hij het geweer op het oudste meisje, het ketste af, toen op Willy en de 2e kogel ketste ook af. Maar de derde kogel was goed raak. Het was een springkogel, gericht op Eppy, die eerst door haar arm ging, daarna door de borst en via het hoofd naar het plafond. Het plafond zat vol met hersenresten. Ze was onmiddellijk dood.”

Die oma van mij, niets geen lieflijke memoires. Een horrorfilm is er niets bij. Dit verhaal komt niet in ‘Deze en Genen Speciaal’, maar andere familieverhalen wel. Ook nooit vertelde verhalen, van mijn opa die aan de Birmaspoorlijn moest werken en altijd gezwegen heeft over wat hij daar heeft meegemaakt. Met zang, tekst en spel en begeleid door de oer-Hollandse pianist Paul Maassen ga ik op zoek naar wat het nou eigenlijk betekent om tot de derde generatie Indische Nederlanders te behoren. Net als op deze blog gebeurt, maar dan in 3D. En mijn beide grootouders van Indische kant gaan – in hun verhalen – mee op tournee!

De laatste held van Kintamani

Ketut Bali Elsbeth Vernouth

Een blog vanaf Bali

Meer dan honderd jaar oud is hij, Ketut Limbak, en speciaal voor de ‘Belanda’s’ die op bezoek zijn trekt hij zijn militaire uniform nog een keer aan. Hij is een van de laatste getuigen van de strijd tegen de Hollanders op Bali. Toerist zijn op Bali is alsof je in het paradijs bent beland, zoals velen zullen weten. Maar soms wordt de cocon van zee, strand, Balinese dansen en pineappele pancakes even doorbroken door een glimp van het minder paradijselijke koloniale verleden van het eiland.

Bali was in de VOC-tijd een zelfstandig hindoeïstisch koninkrijk. Pas vanaf het midden van de 19e eeuw kwam het eiland geleidelijk onder Nederlands bestuur. De uiteindelijke, bloedige onderwerping vond in 1906 plaats, nadat de Balinese adel in Badung – mannen, vrouwen én kinderen – massaal zelfmoord pleegde door slechts gewapend met kris en klewang op het vijandelijke vuur in te lopen. De strijd om de onafhankelijkheid bereikte op Bali een hoogtepunt in 1946 met de slag bij Marga. I Gusit Ngurah Rai, een charismatische jonge Balinese Luitenant Kolonel, sneuvelde op 26 november met zijn 95 manschappen bij een aanval tegen de Nederlanders.

Huiskip

Komang Dipa, onze chauffeur voor een dag, brengt ons naar het huisje waar zijn familie woont in het Kintamani- berggebied. Hij wil dat we zijn opa ontmoeten, die na 1946 nog tegen de Hollanders heeft gevochten. Na een bloedstollende autorit – berg op, berg af en vele gaten in de weg ontwijkend – komen we uit bij de kleine boerengemeenschap waar de familie woont. Hoe oud grootvader precies is, weet zijn kleinzoon eigenlijk niet. Op Bali worden geboortedata niet geregistreerd, zeker niet in de tijd dat grootvader werd geboren. Maar hij is ouder dan honderd jaar, en hij kijkt nog steeds schrander uit zijn ogen. Hij zit nieuwsgierig te kijken naar ons vanaf een platformpje naast het huis. Naast hem blaten de geiten, voor zijn voeten scharrelt de huiskip met haar kuikens.

Ketut Bali (c) Elsbeth Vernouth/ Indisch 3.0Speer

Salueren kan hij nog, Ketut Limbak. Zijn uniform is niet meer zo smetteloos en kreukloos als vroeger, maar eenmaal omgekleed is ineens weer iets zichtbaar van de trotse vrijheidsstrijder die hij was. Hij vocht na de Tweede Wereldoorlog tegen het Nederlandse leger met een speer, vertelt zijn kleinzoon, geweren of handgranaten hadden ze niet. Hij werd gevangen gezet en volgens de overlevering in een kuil met water gegooid waar de Hollanders stroom op zetten. Maar Ketut overleefde het als een van de weinigen, en toen het koloniale leger uit Bali vertrok kreeg hij de status van oorlogsheld.

Boos

Gelukkig is opa niet meer boos op de Hollanders, vertelt hij via zijn kleinzoon. Het is al zo lang geleden. Bij het weggaan wil hij nog één ding van ons weten. Wat voor bomen hebben ze eigenlijk in Nederland?

Indische Trilogie “raakt en irriteert”

Dat kunst en cultuur belangrijk en onmisbaar zijn bleek maar weer eens afgelopen zondag in Theater aan het Spui in Den Haag. Daar werd van 14:00-21:00 de volledige Indische Trilogie gespeeld voor een stijf uitverkochte zaal. Theatermaker en Indisch 3.0 redacteur Elsbeth Vernout was uitgenodigd als “gastrecensent” en doet verslag.

Foto’s: Tabitha Lemon

Scene uit Sloom Bloed - Carlo Scheldwacht en Ghislaine Pierie

“Ik was geraakt maar ook geïrriteerd”, zegt kunstenares Cristina Martins, de andere gastrecensent. “Waarom zeggen we nou niet gewoon wat we vinden en denken en voelen en waarom gaan we generatie op generatie altijd maar zo door?” Het is een terechte opmerking van de tekenares die haar met potlood getekende werken in de foyer  van het theater heeft geëxposeerd. Veel mensen noemen haar werk Indisch, terwijl Martins geen Indische, maar Portugese achtergrond heeft. Hoewel ze zich gewoon Haagse voelt, haast ze zich te zeggen. In het nagesprek onder leiding van journalist Ricci Scheldwacht schoven naast beide gastrecensenten ook de acteurs Carlo Scheldwacht en Ghislaine Pierie aan.

Martins verwoordt haar gevoelens na een bijzondere en intense middag en avond, in Theater aan het Spui, inclusief heerlijke Indische maaltijd. “Waarom blijven we ons maar verschuilen? Waar zijn we zo bang voor? Ja voor de angst zelf waarschijnlijk, dat het allemaal openbreekt en dat je wel met elkaar moet gaan praten over hoe je je echt voelt. Dat had ik dus heel erg na die laatste voorstelling, Circus Bronbeek.”

Van Indische familieverhalen tot clownsneus

Circus Bronbeek, gespeeld door Ghislaine Pierie, Patrick Neumann en Carlo Scheldwacht en geregisseerd door Esther Scheldwacht, gaf de meest actuele draai aan het blootleggen van Indische trauma’s. De voorstelling is geïnspireerd op de verhalen over de cabaret- muziek en toneelvoorstellingen in de Japanse interneringskampen. Maar achter het strooien hoedje, het stokje en de clownsneus schuilt het verdriet. Carlo Scheldwacht speelt de vader met een kampverleden, Pierie zijn gefrustreerde dochter en Neumann speelt de kleinzoon.

Scene uit Familiefeest - Esther, Ricci en Carlo Scheldwacht

Sloom Bloed, geschreven en gespeeld door Ghislaine Pierie en Carlo Scheldwacht, was de meest persoonlijke voorstelling van de drie. In het stuk kijkt de Indische tweeling Anne en Rein terug op hun jeugd. Samen spelen ze overtuigend een hele Indische familie na, door steeds iets kleins aan hun outfit te veranderen. Een dominante oma, een eeuwig zwangere tante en een irritante oom die alleen maar over Indorock kan praten. Zo passeert zestig jaar Indische geschiedenis de revue. Veel gepraat, veel geheimen. Niemand ontsnapt aan de knellende familiebanden en de voortdurend herhaalde familieverhalen. Maar als je echt iets wilt weten, bijvoorbeeld hoe het nou was in de oorlog in Indië, krijg je geen antwoorden.

Het tweede stuk, naar het boek ‘Familiefeest’ van Theodor Holman en gespeeld door de broers Ricci en Carlo Scheldwacht en hun zus Esther Scheldwacht, was haast kluchtig van opzet. Hierdoor werden de thema’s als het kampverleden, slechte communicatie, aanpassing en zwijgen des te pijnlijker duidelijk.

Geen antwoorden

Nagesprek olv Ricci Scheldwacht

Na afloop in het nagesprek vraagt een dame uit het publiek nog aan Carlo Scheldwacht of er niet wat meer uitleg bij de theaterstukken had gekund, zodat jongeren die de geschiedenis niet kennen het beter zouden begrijpen. Maar volgens de acteur stelt hij ook zelf alleen maar vragen. “Zeker van Circus Bronbeek word ik heel nederig. Ik sta daar een verhaal te vertellen dat niet van mij is. Maar er zitten wel allemaal mensen in de zaal die dat verhaal kennen. En dat is heel spannend. Het zijn vragen, en geen antwoorden.” En juist dat het geen educatief theater is, vindt Cristina Martins zo mooi.  “Door die drie stukken achter elkaar kom je in gesprek met mensen. Je zit langer met elkaar in een ruimte. Ik heb echt bijzondere verhalen gehoord van andere mensen uit het publiek. En dat werkt voor mij heel goed, beter dan een educatief stuk.”

Onderhuids

Als theatermaker en toeschouwer van de Indische Trilogie is voor mij nogmaals bevestigd dat theater bij uitstek geschikt is om de laag onder de oppervlakte bloot te leggen. Dat is ook wat ik in mijn voorstellingen zoals ‘Deze en Genen’ en ‘Gegijzeld’ probeer te doen. De drie voorstellingen achter elkaar rondom dezelfde thematiek versterken dit effect. Zo komen via de weg van de verbeelding onderhuidse thema’s boven drijven, of je nu wilt of niet. Genoeg stof om met een biertje over na te mijmeren en praten.

De roots van Rutte

Hoe Indisch is het nieuwe kabinet? Verrassend genoeg heeft niet alleen Geert Wilders (PVV) Indische roots, ook premier Mark Rutte (VVD) heeft banden met Nederlands-Indië. Er ligt een nieuw klusje te wachten op dr. Lizzy van Leeuwen: na de wortels  van Wilders kan ze de roots van Rutte onderzoeken.

Mark Rutte. Fotograaf: Nick Ormondt/ VVD

Zeven kinderen
De vader van Mark Rutte was directeur van een handelsonderneming in Nederlands-Indië. Volgens Mark Rutte’s biografie op Wikipedia – ik geef toe dat het wetenschappelijk gehalte van mijn onderzoek het niet haalt bij dat van Van Leeuwen – overleed de eerste vrouw van zijn vader in Japanse gevangenschap. Uit dat huwelijk kwamen vier kinderen voort. Vader Rutte hertrouwde met de zus van zijn ex-vrouw en kreeg met haar nog drie kinderen, met als jongste telg Mark Rutte, die in Den Haag werd geboren in 1967.

Bescheidenheid
In het Algemeen Dagblad van zaterdag 29 mei 2010 stonden passages over de Indische roots van Mark Rutte. Op de vraag waarom hij op bescheidenheid de nadruk legt, zegt hij: “Mijn ouders hebben een paar keer in hun leven helemaal opnieuw moeten beginnen. Mijn vader zat in een Jappenkamp. Hij verloor zijn vrouw en bezat toen hij terugkwam alleen nog het pak dat hij aan had. Hij hertrouwde met de zus van zijn eerste vrouw, mijn moeder, ging terug naar Indonesië en bouwde een nieuw bestaan op. Totdat Soekarno iedereen eruit gooide in 1958. Weer moesten ze van voren af aan beginnen. Mijn vader ging hier werken bij eeen DAF-dealer. M’n ouders waren altijd heel nuchter over wat ze hadden. Ze gaven hun kinderen mee dat het belangrijk was te werken, bescheiden te blijven en er te zijn voor elkaar. Dat kreeg ik mee.”

Hoop
Bescheidenheid, nuchterheid, er zijn voor elkaar en hard werken. Zijn dit ook de kernwaarden van het nieuwe kabinet? Wordt dat de stijl van leidinggeven van de man die een wajangpop in zijn vrijgezellenflat heeft hangen? Ik ben benieuwd. Eén van de favoriete restaurants van Rutte is in ieder geval Poentjak in Den Haag: lekker ouderwets ingericht en met ‘pure Javaanse en Sumatraanse hoofdgerechten.’ Misschien is er toch nog hoop de komende vier jaar.

Nationaal geschenk maakt geschiedenis spannend

Fragment uit De Terugkeer (2010)

Scholieren, artiesten en leden van de eerste generatie Indische Nederlanders waren er gisteren bij, bij de feestelijke presentatie van het educatieve stripboek ‘De Terugkeer’ over Nederlands-Indië in Bronbeek. “Ze wilden doorlezen, om te weten hoe het zou aflopen” , vertelde een lerares van de scholieren die de eer hadden gehad het stripboek te testen.

Historisch verantwoord en toch leuk
In de verschillende optredens stond centraal hoe belangrijk het is dat nieuwe generaties weten wat er in de voormalige kolonie is gebeurd. Ernst Jansz nam het eerste exemplaar van het stripboek in ontvangst en gaf een intiem optreden. Initiatiefnemer Erry Stové, voorzitter van het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek, Joost van Bodegom, voorzitter Stichting Herdenking 15 augustus 1945, en scenarioschrijver van de strip Ruud van der Rol vertelden over de totstandkoming van het project. Alles in het boek is historisch verantwoord, tot aan de kleinste details aan toe. Ricky Risolles, het alter ego van presentator Jaro Wolff, zorgde voor een luchtig element. Hij was er bij via een ‘live’-verbinding met Bali, of was het toch Tilburg?

Invloed van geschiedenis
De Terugkeer is een educatief stripboek voor jongeren van 13 tot 16 jaar, dat samen met lesmateriaal als Nationaal Geschenk wordt aangeboden aan de middelbare scholen in een oplage van 200.000 stuks. De strip, getekend door Eric Heuvel in opdracht van Indisch Herinneringscentrum Bronbeek, gaat over de geschiedenis van Nederlands-Indië. De jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog komen aan bod, de gebeurtenissen tijdens de oorlog, de onafhankelijkheidsstrijd, de repatriëring en de verschillende manieren waarop de gebeurtenissen van toen nog altijd doorwerken in de huidige tijd. Het stripboek is een vervolg op de educatieve strips ‘de Ontdekking’ over de Tweede Wereldoorlog, en ‘de Zoektocht’ over de Jodenvervolging.

Jappendeken
Mijn opa zou blij geweest zijn met het stripboek ‘De Terugkeer’. Hij zou het gezien hebben als een toegankelijke en mooie manier om de leemte aan kennis over die verzwegen geschiedenis aan te vullen. Hij overleefde de dwangarbeid, maar heeft nooit iets verteld over wat er gebeurd is. Eenmaal in Nederland werd hij soms ’s nachts gillend wakker. Maar de verhalen over de oorlog kon hij niet vertellen, zo pijnlijk waren ze. Het was aan mij, zijn kleindochter, om iets van zijn verhalen over te brengen. Daarom had ik voor mijn eigen optreden, twee nummers uit mijn theatervoorstelling ‘Deze en genen’ uit 2005,  de ‘Jappendeken’ (zo werd hij bij ons thuis genoemd) meegenomen, het enige voorwerp dat mijn opa mee  heeft genomen uit het kamp in Birma. Of er nog mensen van de eerste generatie aanwezig waren? Een stuk of zes mensen staken bibberig hun hand op.

“Asta’s ogen” – Eveline Stoel

Van exotisch Surabaya naar regenachtig Oss. Van een villa op een suikerrietplantage met bediendes in huis, naar ieder dubbeltje omdraaien in een arbeiderswoning in Brabant. De familiegeschiedenis ‘Asta’s ogen’ van Eveline Stoel verhaalt over de levenskracht van een Indische familie.

Indisch door Hollandse ogen

Journaliste Eveline Stoel vertelt het levensverhaal van Asta Hoyer, een ‘Marlon Brando in bloemetjesjurk’, die in haar eentje acht kinderen opvoedde. De schrijfster raakt gefascineerd door het levensverhaal van Asta Hoyer als ze zwanger is van een kleinzoon van deze Indische vrouw. Haar vriend draagt zijn Indische identiteit niet echt uit, maar als de hele familie bij elkaar is voert het Indische de boventoon. Wat kon ze haar kind straks vertellen over zijn Indische roots? Omdat de vragen die ze de familie stelt nooit echt worden beantwoord besluit ze het anders aan te pakken: ze besluit een boek schrijven.

Familiegeschiedenis

Het kost de schrijfster drie jaar om alle familieleden aan het praten te krijgen, maar in de loop van de tijd raken ze allemaal enthousiast en betrokken bij het project. Het resultaat is een familiegeschiedenis van een gewone Indische familie over levenskracht en doorzettingsvermogen, en over de gave van familiehoofd Asta Hoyer om altijd, in wat voor omstandigheden dan ook, wat van het leven te maken.

Aan de hand van haar levensverhaal leidt journaliste Eveline Stoel de lezer door de Nederlands-Indische geschiedenis. Van Asta’s zorgeloze jeugd in Solo en Surabaya, haar huwelijk met charmeur en danstalent George, de geboorte van hun kinderen, de feesten en partijen, naar de oorlog waarin het George lukt om uit handen van de Japanse bezetter te blijven.

Bersiap

Na de oorlog volgt de angstige Bersiap-tijd, die Asta, haar moeder, haar man George en de kinderen doorbrengen als ‘Indonesische’ familie in een klein huisje midden in de stad. In 1952 slaat het noodloot toe: Asta’s man wordt in zijn slaap doodgeschoten door een vroegere medewerker. Voor een vrouw alleen met zeven kinderen is het voor Asta niet langer veilig en haalbaar om in Indonesië te blijven. Na veel lobbyen en geld sparen (de gangbare repatriëringregels golden voor hen niet meer) lukt het Asta om met haar moeder en de kinderen in 1955 om naar Nederland te gaan. Ze worden opgevangen in een contractpension in Oss.

Voorspelbaar

Is het boek tot nu toe boeiend, maar ook voorspelbaar en bekend voor een lezer die zich al eerder verdiepte in Nederlands-Indië en de Indische cultuur, in het ‘Nederlandse’ deel dat volgt staan toch nieuwe dingen. Verrassend is daarbij de objectieve schrijfstijl van Stoel die, wellicht doordat ze een ‘ingetrouwde’ Hollandse is in de familie Hoyer, haar blik niet laat kleuren door vooroordelen of eigen ervaringen. Hopelijk spreekt dit een brede en ‘onwetende’ groep lezers aan die meer willen weten over het koloniale verleden van Nederland.

Vetkuif

De recente geschiedenis van een Indisch gezin in Oss levert boeiende beelden en anekdotes op over hoe de Indische kinderen proberen te aarden in Brabant. Hoe oudste zoon Dono met vetkuif op de tennisbaan verschijnt – de overige clubleden houden zich keurig aan de kledingcodes – en geregeld op blote kakkies gaat tennissen bijvoorbeeld. Of hoe de kinderen gediscrimineerd worden ten tijde van de Molukse acties in de jaren zeventig en bij de discotheek geweigerd worden, terwijl blonde leeftijdsgenoten wel mogen doorlopen. Hoe oma ‘Troel’ als bijnaam ‘oma kachel’ heeft, omdat ze altijd naast de kachel te vinden is.

Over Indië mag niet meer gepraat worden in huize Hoyer. Het is te pijnlijk voor Asta, die gericht is op een goede toekomst voor haar kinderen. Gemakkelijk is het niet om ‘geruisloos op te gaan’ in de Nederlandse samenleving. Aan de hand van de kleine details die Stoel beschrijft, wordt dat op een schrijnende manier duidelijk.

Rake ‘They call me Nyai Ontosoroh’ over Aarde der Mensen

Pentas Teater/ Faiza Mardzoeki

‘They call me Nyai Ontosoroh’ is de succesvolle toneelvoorstelling van het Pentas Teater uit Indonesië over  het boek ‘Aarde der mensen’. Indisch 3.0 zag de bewerking van het boek van de verboden Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer in het Tropentheater in Amsterdam. De boodschap was weinig subtiel, maar wel raak, want ‘Wat heb je aan scholing als je niet leert wat goed en kwaad is?’

De voorstelling ‘Nyai Ontosoroh’ is in 2007 door verschillende theatergroepen in Indonesië met groot succes opgevoerd. Auteur Faiza Mardzoeki heeft voor de Nederlandse versie, deze maand ook te zien op de Tong Tong Fair in Den Haag, het verhaal ingekort en teruggebracht tot de vier centrale karakters. Bovendien zijn filmprojecties toegevoegd die het stuk een eigen dynamiek geven.

Verboden boek
Pramoedya Ananta Toer schreef de vier delen van de romancyclus in de gevangenis, hij zat vast vanwege zijn politieke opvattingen. Het boek ‘Aarde der mensen’ werd in 1981 verboden in Indonesië, hoewel er al snel wereldwijd vertalingen van werden gemaakt die vervolgens ook in Indonesië circuleerden. De tetralogie gaat over het ontwakend Indonesisch nationalisme van rond de eeuwwisseling, tijdens het begin van de laatste episode van de Nederlandse koloniale overheersing. Hoofdpersoon is Minke, een Javaanse jongen van adellijke komaf.

Positie van de vrouw
Het is bijzonder om  Indonesische acteurs het thema van koloniale overheersing van Indonesië door Nederland te zien vertolken. In het Bahasa Indonesia, Engels boventiteld. En dan nog wel in het Tropentheater, een instituut gebouwd met geld uit de voormalige ‘overzeese gebiedsdelen’. Schrijfster Faiza Mardzoeki is activiste in de vrouwenbeweging in Indonesië. De positie van de vrouw is een belangrijk thema in haar werk. Ze nam het personage van Njai Ontosoroh als uitgangspunt voor de toneelbewerking omdat dit haar de kans bood om thema’s als het koloniale tijdperk, man-vrouw verhoudingen en de invloed van afkomst en ras te laten zien door de ogen van één vrouw.

Weinig subtiel
Het is bijna onvermijdelijk in deze beknopte theaterversie dat de thema’s minder subtiel gebracht worden dan in het boek. In de voorstelling wordt het wel heel erg de ‘hardvochtige’ Europeaan versus de ‘arme onderdrukte bevolking’ van Indonesië, met teksten als “De Europese beschaving kent geen schaamte”. De acteurs zijn niet vies van het grote gebaar, soms zijn de teksten wat te uitleggerig, maar toch pakken de vier acteurs je in. Vooral de hoofdrolspeelster Sita Nursanti, die tekent voor de rol van Nyai Ontosoroh, is overtuigend als vrouw die als zestienjarig meisje wordt verkocht als nyai (concubine) aan de Nederlandse zakenman Herman Mellema.

Betere toekomst
Uit de relatie met Mellema worden twee kinderen geboren, Annelies en Robert. Ontosoroh heeft nauwelijks rechten door haar lage status; ze staat niet eens als de moeder van haar kinderen geregistreerd. Ze begrijpt dat onderwijs de sleutel naar een betere toekomst is en leert van de heer Mellema lezen en schrijven. Moeilijkheden ontstaan als uitkomt dat Mellema ook in Nederland een gezin heeft. Hij verlaat Njai Ontosoroh en laat haar verscheurd maar strijdbaar achter met twee kinderen.

Goed en kwaad keurslijf
Het is te zien dat regisseur Wawan Sofwan zich intensief verdiept heeft in het Westerse toneel. De wat stijve, traditionele westerse toneelvorm die hij gebruikt past goed bij stuk. Njai Ontosoroh zit in een keurslijf: ze is als meisje verkocht aan een veel oudere man, maar groeit langzamerhand uit tot  vrouw des huizes en actief meewerkend partner in het bedrijf. Toch wordt ze nooit geaccepteerd in een wereld waarin de hoeveelheid Europees bloed je status bepaalt. Een van de laatste zinnen uit het stuk blijft nagalmen als je na afloop weer in de Amsterdamse avond instapt. “Men wilde me van alles beroven, met de wetten van Europa, zelfs van mijn dochter. Wat heb je aan scholing als je niet leert wat goed en kwaad is?”