Tussen de sterren #3

Jasper Naaijkens (c) Armando Ello/ Indisch 3.0 2011

Derde generatie Indo Jasper Naaijkens houdt op Indisch 3.0 een blog bij over de “Oscar-run” met de film Stand van de Sterren waarvoor hij de montage deed. In zijn derde blog vertelt hij over de groeiende bekendheid van de film, zijn ervaring op het festival in Cyprus en kijkt hij vooruit naar de komende evenementen in New York.

Inmiddels hebben we weer wat prijzen aan onze prijzenkast kunnen toevoegen. Op het SilverDocs Documentary Festival in Washington wonnen we de Special Jury Mention Award en op het  Durban International Film Festival (Zuid-Afrika) wonnen we opnieuw een hoofdprijs: de Award for Best Documentary.

Inmiddels is de film aangekocht door een Engelse filmdistributeur die Stand van de Sterren in de bioscopen van het Verenigd Koninkrijk zal brengen. Deze distributeur zal ook de DVD met Engelse ondertiteling uitbrengen voor de Amerikaanse en Engelstalige markt. De internationale bekendheid van ‘Stand van de Sterren’ groeit met de dag en mensen van over de hele wereld sturen ons e-mails met hun complimenten over de film. Het is erg leuk om te zien dat een Nederlandse documentaire over Indonesië overal ter wereld toch zo aanslaat.

Maar het zijn niet alleen de grote internationale filmfestivals die ons uitnodigen, ook vele kleine filmfestivals vragen ons aanwezig te zijn. Omdat wij het erg druk hebben met de grotere internationale filmfestivals kunnen we niet altijd de kleine festivals bezoeken. Ik vind dit erg jammer. Juist bij de kleine festivals ligt de focus veel meer op de films, daar waar het bij de grote festivals mee om het circus eromheen draait. Door hun kleinschalige karakter zijn kleine filmfestivals vaak veel sfeervoller.

Een goed voorbeeld is het Lemesos International Documentary Festival op Cyprus. Op grote filmfestivals als L.A., Sundance of Washington liep ik tussen de sterren, maar op dit festival was ik voor één keer zelf de ‘ster’. Samen met mijn vrouw Janina was ik uitgenodigd om twee weken op Cyprus te vertoeven. Ook producent Hetty Naaijkens – Retel Helmrich was uitgenodigd.

Onze vliegtickets en het vier-sterren-hotel werden betaald en we werden netjes opgehaald van het vliegveld. We kregen zelfs nog een envelopje met zakgeld mee, zodat we niks tekort zouden komen. Het festival vond plaats in het cultureel centrum van Limassol omringt door gezellige terrasjes en restaurantjes waar onze persoonlijke chauffeur ons steeds naar toe bracht.

Jaarlijks worden de beste documentaires van het voorgaande jaar uitgenodigd op dit festival en ‘Stand van de sterren’ was dit jaar de openingsfilm. Ik werd verschillende malen geïnterviewd door de Cypriotische televisie. Ik voelde me op dat moment voor even zelf een echte ster. Daarbij zou ik ook een masterclass Single Shot Cinema verzorgen waar Leonard in zijn documentaires gebruik van maakt.

De masterclass was een groot succes en er waren naast veel Cyprioten ook veel internationale filmmakers aanwezig. Inmiddels heb ik uitnodigingen ontvangen voor Beiroet, Denemarken, Zweden en Beijing om ook daar een masterclass te geven.

En de wereldtournee houdt nog niet op. Op 14 september vertrekken wij met een hele delegatie naar New York waar twee zeer bijzondere evenementen gaan plaatsvinden. Het Museum of Modern Art (MoMA) zal de gehele trilogie vertonen in hun museum. Dit prestigieuze museum is een van de meest toonaangevende musea voor moderne en hedendaagse kunst ter wereld. Het is voor ons dan ook een zeer grote eer dat alle drie de films hier een week lang worden vertoond.

Hiernaast zal de grootste Amerikaanse tv-zender, HBO, de documentaire op de Amerikaanse televisie uitzenden dat gepaard zal gaan met een zeer groot feest. Hierover de volgende keer meer. Op naar New York!

Indiëherdenking 15 augustus met Indisch3.0

Maandag 15 augustus, was het een dodenherdenking én bevrijdingsdag ineen. Namens Indisch 3.0 woonde Bryony Burns de herdenking in Den Haag bij en Jeroen van Uhm en Bas de Meijer de herdenking van Rumah Kita in Wageningen. Namens Indisch3.0 legden zij een speciaal boeket.
Rumah Kita, Wageningen
De herdenking speelt zich deels af in de tuin; een glooiend grasveld met een pondok – open huisje –  en monument. Deels speel het zich af in het restaurant met warme Indische uitstraling en Indonesische vliegers aan het plafond. De zaal is gevuld met bewoners en hun kinderen en kleinkinderen, andere Indische en Molukse belangstellenden.
Jeroen van Uhm legt namens Indisch3.0 een boeket
Jeroen van Uhm legt namens Indisch3.0 een boeket

De ceremonie begint met het hijsen van de vlag, waarna zeven bloemen, elk met een eigen betekenis, in het water worden geplaatst. Er wordt een vuur aangestoken en er volgen speeches van verschillende vertegenwoordigers en een gastspreker.

De plechtigheid wordt met de krans- en bloemlegging voortgezet in de tuin. De zon schijnt zo fel dat deze bijna zorgt voor een vrolijke, zomerse sfeer. Daar raakt Jeroen in gesprek met de heer Bergman, een oudere Indische man uit Bandung.

Bergman vertelt dat hij als communicatiemedewerker van het KNIL tijdens de oorlog was gestationeerd op Ambon. Sneller dan verwacht werd hij door de Japanners  gevangen gezet en met collega’s naar het Chinese eiland Hainan overgebracht. Daar verrichtten ze als krijgsgevangenen slavenwerk. De bevrijding liet zo lang op zich wachten dat ze toen die eenmaal daar was, te zwak waren deze te vieren.

Dame legt bloem bij het monument

Na de bevrijding werden ze overgebracht naar het Engelse Hong Kong om aan te sterken en van daaruit werden ze naar Singapore verscheept. Het duurde nog lang voor ze terug konden naar Indië, onder andere door een tekort aan boten. In Indië was de vrijheidsstrijd inmiddels al begonnen.

Aan het einde van het gesprek begint Meneer Bergman te glimlachen en bedankt me hartelijk dat hij zijn verhaal kunnen vertellen aan iemand die er graag naar luisterde.

Den Haag 
De opkomst bij het Indisch Monument in Den Haag was groot. Volgens velen belangrijk, omdat er nog maar weinig mensen van de eerste generatie die de oorlog hebben meegemaakt in leven zijn.

Maar er is ook ontevredenheid. Vooral over de organisatie van de herdenking. Er zijn dranghekken geplaatst en er staan lege stoeltjes voor de dranghekken. ‘De mensen waar het echt om gaat moeten weer wachten,’ is een van de opmerkingen tijdens het defilé.

Toch overheerst tevredenheid. Dat een Nederlandse premier een krans legt, zoals Rutte dit jaar doet, was volgens een van de aanwezigen vroeger ondenkbaar. ‘In de tijd van mijn ouders telden wij Indo’s helemaal niet. Laat staan dat een premier een krans kwam leggen.’

Als een van de laatsten leg ik namens Indisch 3.0 een boeket: zonnebloemen met een blauw lint. We zijn blij dat we een kleine bijdrage kunnen leveren aan deze herdenking.

Hieronder een korte foto-impressie van de herdenking.

Het militair eerbetoon
Het militair eerbetoon

 

De minuut stilte in 'gepaste houding'

 

De bewaakte veteraan

 

Premier Rutte legt ook een krans

 

Theodor Holman hield een prachtige voordracht

 

Ontevreden geluiden over de lege stoeltjes die voor de 'elite' beschikbaar waren
Ontevreden geluiden over de lege stoeltjes die voor de 'elite' beschikbaar waren

 

Ons boeket, een kleine bijdrage

 

Hun verdriet is niet van mij

Charlie Heystek Japan Japanse bezetting header

De Japanse bezetting. Als kind hoorde ik de verhalen over die tijd uit eerste hand. Mijn grootvader was oud-KNILmilitair en had de kampen in Indië overleefd. Mijn grootmoeder was tijdens de oorlog buiten de kampen gebleven, maar had de nodige ervaringen met Japanners gehad. Hun verhalen maakten me woedend op de Japanners.

Charlie met grootvader
Charlie met haar grootvader

Mijn opa kon in geuren en kleuren beschrijven wat hij op zee had zien gebeuren toen hij Java verdedigde, hoe hij de Changi-gevangenis wist te overleven, hoe de mensen eraan toe waren met wie hij de vliegveld in Singapore aanlegde. Ondanks dat mijn grootvader zonder moeite in de Mazda van mijn ouders stapte en mij altijd zei objectief te blijven over het verleden, voelde ik haat tegenover Japanners. Ik was kwaad op ze om wat ze mijn grootouders hadden aangedaan; de pijn, ellende en verdriet die ze hen hadden bezorgd. Misschien werd ik zelfs wel extra boos omdat mijn grootvader dit niet was.

De geschiedenislessen op school over de Tweede Wereldoorlog wakkerden mijn frustratie, en daarmee mijn haat, nog meer aan. De Oorlog werd jaarlijks behandeld en steevast bleef de oorlog in Azië vrijwel onbesproken. Tijdens de lessen riep ik standaard dat ook ik mijn fiets terug wilde om vervolgens de aandacht op de oorlog in voormalig Nederlands-Indië te richten.

De aandacht voor de Duitse bezetting stond in schril contrast met het aantal grootouders van medeleerlingen dat daar direct mee in aanraking was gekomen: vrijwel nul. De oorlog van mijn grootvader, die nota bene de krijgsgevangenekampen had overleefd, kreeg hooguit één alinea in het boek. Sterker nog, hooguit honderd woorden waren gewijd aan de gruwelijkheden in de Jappenkampen. En vaak was dat al veel aandacht: meestal was het een simpele opsomming van feiten.

Ik begreep niet waar mijn grootvader de kracht vandaan haalde om zo sterk en zonder haat door het leven te stappen.  Nadat we samen The Battle of Midway hadden gekeken, begreep ik het nog minder. Tijdens het kijken van de film had mijn opa mooie, spannende en leuke herinneringen opgehaald aan de oorlog, maar ik vermoed dat die herinneringen ook zijn angst uit de oorlog naar boven gehaald heeft. Want die nacht schreeuwde hij me wakker; hij zag Japanners op het behang.

Na die bewuste nacht begon ik na te denken over mijn eigen haat. Ik vroeg me af waar die haat dan vandaan kwam, want het was duidelijk niet mijn grootvader die me die had aangepraat. Ik concludeerde uiteindelijk dat mijn haat er was omdat ik het gevoel had dat ik de Japanners móest haten; uit loyaliteit naar mijn familie.

Een jaar of twee na deze avond met mijn grootvader ging ik voor het cultuur- en kunstvak op school naar een concert van Yamato, The Drummers of Japan. Een avond lang keek ik naar vijftien Japanners met enorme trommels om hun nek, terwijl ze van top tot teen bezweet waren en mij met een warme glimlach toekeken.  Met wrok was ik naar de voorstelling gegaan, eenmaal in de zaal werd ik compleet blanco. Voor het eerst zag ik Japanners gewoon als mensen en niet als de vijanden van mijn familie.

Niet lang na dit concert kreeg de kanker, waar mijn grootvader al dertien jaar aan leed, definitief grip op hem en was hij voorgoed aan Nederland gebonden. Daarvoor had hij altijd de hele wereld over gereisd en had ik hem weinig gezien. Tijdens zijn ziekbed zag ik hem vaker dan ooit en bouwden we een sterke band op. Gek genoeg hebben we het nooit meer over de oorlog gehad.

Mijn haat jegens Japanners werd minder naarmate ik mijn opa beter leerde kennen en toen hij de dag voor de trouwdag van mijn ouders overleed, kwam hij even gedag zeggen, voordat hij de wereld verliet. Ik was er stuk van, maar met het verdriet van het overlijden van mijn opa dat ik langzaam losliet, liet ik ook de haat jegens Japanners steeds meer varen.

Ik besefte me dat ik geen recht heb op de haat, het verdriet, de angst en de pijn van mijn grootouders. Zeker niet als mijn opa dat zelf nooit heeft willen voelen. Ik ga nog jaarlijks met veel plezier naar de concerten van Yamato en ik ben zelfs een keer de artiestenvoyer ingeslopen om in het Japans om handtekeningen te vragen. En toen ik in mei 2006, nog geen jaar na het overlijden van mijn grootvader, het Mutual Understanding Programme van de Japanse overheid ontdekte, dacht ik: ‘Zo opa, dat gaan wij eens even doen.’

Benieuwd naar de ervaringen van Charlie in Japan? Lees dan de Moesson van deze maand.

Charlie tijdens haar reis in Japan
Charlie tijdens haar reis in Japan

Niet eten in de hemel?!

Geen eten in de hemel?!

Indisch zijn, je Indisch voelen, het Indische in jezelf profileren… Ik ben van mening dat het Indische in mij zich manifesteert in de kleine dingen. In nuances, die over het algemeen niet meteen als Indisch te herkennen zijn. Soms realiseer ik me pas jaren later… ‘Tja, dat was best wel Indisch!’

Laatst, toen ik ongeduldig (helaas één van mijn minder leuke karaktertrekken) stond te wachten tot de rijst in mijn één-persoons-rijstkokertje gaar was, bedacht ik me hoe Indisch mijn eetpatroon altijd is geweest. Ik doel hiermee niet zozeer op de alom bekende selamatans bij opa en oma, of de verjaardagen waarop de hele familie kwam opdraven en een lekker gerecht meenam. Nee, ik doel op de kleine specifieke voorkeuren die ik altijd heb gehad als het om eten gaat.

Ik at van kleins af aan meestal rijst bij het avondeten. Zelfs als ik bij mijn Hollandse opa en oma logeerde maakten die steevast wat rijst voor mij tijdens het avondeten. Als kind op ponykamp weigerde (!) ik de aardappelen te eten die steevast bij het avondeten geserveerd werden. Ik snapte er niets van: “Je at toch zeker rijst ’s avonds?” Tolol die Hollanders daar op ponykamp!

En eten, dat was voor mij als klein Indisch kind toch echt het belangrijkste dat er bestond. Ik herinner me een conversatie tussen mij en mijn vader, toen ik als ukkepuk van hem in de McDonalds een happy meal kreeg. De patatjes die daarbij zaten waren de enige aardappels die ik at. Ondertussen vrolijk babbelend met mijn papa.

Nu was mijn papa een meester in het vertellen van dé grootste onzinverhalen die er bestonden. Tot die dag geloofde ik alles wat hij vertelde. Zo woonde er een reus in de grot die te zien was vanuit het vakantiehuisje in Zwitserland en waren mensen die zonder paraplu in de regen liepen robots. Bijna alles wat we in huis hadden heette totaal anders dan de naam waaronder je het in de winkel kocht. Toen, in het gesprekje dat we hadden in de McDonalds kwam ik erachter dat papa’s ook konden liegen.

‘Papa, is dood gaan eng?’, vroeg ik hem.

‘Nee hoor’, stelde hij me gerust.

‘Ga ja dan naar de hemel?’

‘Ja.’

‘Is het daar eng?’

‘Nee hoor, daar is het heel fijn, daar heb je nooit honger!’

‘Dus daar kun je heel veel eten, ook patatjes!’

‘Nee, in de hemel eet je niet, je hebt daar nooit honger.’

‘Dan wil ik nooit doodgaan!’

‘Waarom dan, doodgaan is toch niet eng?’

‘Maar in hemel kun je niet eten!’

Toen was erover uit, ook papa’s jokten. Geen eten in de hemel! Geen patat en geen rijst? Dat kon toch zeker niet?!