Recensie: Terra Incognita

‘Herinneringen om bewaard en gelezen te worden’

.

‘In de tijd vóór de oerknal was alles punt nul. Die tijd grenst aan oneindigheid. In punt nul komt alles samen. Wie zich erin bevindt weet dat niet. Dus ook niet of het een kort middagdutje is, de eeuwige slaap van de dood, of de tijd voorafgaand aan de oerknal. Punt nul is mysterie, van heel kort tot heel lang. Je bent er eigenlijk niet in punt nul, want je weet niet dat je bestaat.’

[Terra Incognita: blz. 8]

Wat doe je als je zoon in coma ligt? Als hij zich bevindt in punt nul? Het punt waarop hoop het enige is om je als wanhopige vader aan vast te klampen? Op dat punt vertelt Ruud Lapré zijn zoon Niels over zijn jeugd in Nederlands-Indië. Een terra incognita (onbekend land) dat vorm krijgt aan de hand van de jeugdherinneringen van Ruud, en de persoonlijke brieven die hij van zijn vader kreeg. Brieven vol ingehouden emoties waarin het landschap van de jeugd van Ruud wordt beschreven kort voor, tijdens en na de oorlog.

Ruud Lapré
Ruud Lapré

Schets van een jeugdlandschap
Ik ben altijd een beetje terughoudend als het aankomt op het lezen van een boek waarin oorlog een prominente plek inneemt. Ik heb oftewel een te levendige fantasie, of een veel te goed ontwikkeld inlevingsvermogen waardoor ik als de dood ben dat wat ik lees (aan nare tot in de details beschreven onderwerpen) mij ’s nachts zal achtervolgen in mijn dromen. Maar bij Terra Incognita hoefde ik mij hier niet druk over te maken, ik heb het boek uiteindelijk zelfs twee keer gelezen. Hoewel de oorlog en de tijd ervoor en erna het landschap van de jeugd van Ruud schetsen, zijn het de herinneringen van een kind en de herinneringen van zijn vader, zorgvuldig opgeschreven in lange brieven, die de boventoon voeren.

As van het kwaad
Ik word meegenomen in het verhaal dat vlak voor het begin van de oorlog begint, toen ‘de wielen aan de internationale as van het kwaad op volle toeren draaiden’ [blz. 12]. De moeder van Ruud is op dat moment zwanger van hem en evacueert van Batavia naar Tjiandjoer met zoon Jerry. Vader weet later ook naar Tjiandjoer te komen, maar wordt opgepakt en belandt tijdens de oorlog in de beruchte Glodok-gevangenis, waar ik even moet slikken bij het volgende brieffragment:

‘De foto en het briefje had je moeder verpakt in zacht vloeipapier. Ze had er ook een heel klein, geborduurd zakdoekje bijgedaan. Met haar parfum erop. Iedereen in de cel rook aan haar zakdoekje. Velen huilden, de geur deed ze aan thuis denken. Eindelijk een andere lucht dan die van dood en verderf.’ [blz. 54-55]

Door kinderogen
Als kind weet Ruud niets van hetgeen zijn vader tijdens de oorlog meemaakt. Hij ziet het leven door kinderogen. Hij speelt met zijn broertje in en rondom het huis van zijn tante in Tjiandjoer, en snapt niet waarom zijn moeder ’s nachts in stilte huilt. Het moment dat de vader van Ruud na de oorlog hulpeloos en verkrampt thuis komt, en uit alle macht niet probeert te huilen als zijn twee kinderen hem niet herkennen, snijdt door mijn ziel. Al snel breekt de Bersiap uit en volg ik het gezin als zij geïnterneerd worden in de kerk van Tjiandjoer, door de Engelsen verplaatst worden naar Sukabumi en Bogor, en de ‘rust’ tijdelijk terugkeert als het gezin in 1946 weer in Batavia belandt.

Plofjes ontsnappend licht
Zoals Ruud terecht opmerkt tegen Niels, is elke geschiedenis een constructie. In dit geval een constructie van ‘herinneringen die oplichten en verdwijnen als vuurvliegen in een tropennacht’ [blz. 76]. Jeugdherinneringen aan Batavia toen de baboe Ruud in een draagdoek op haar heup meedroeg, het vangen van vogels, vliegeren en het spelen met vriendjes. Een schijnbaar zorgeloze tijd voor Ruud, maar een zorgelijke tijd voor zijn vader, en voor alle andere volwassenen gedurende die na-oorlogse periode, die eindigde met de repatriatie van het gezin in 1950. Al zijn persoonlijke herinneringen en die van zijn vader vertelt Ruud aan Niels, alles in de hoop dat hij toch nog wakker wordt.

‘Nu ik jou zo over het land vertel, wellen steeds meer stukjes herinneringen op. Kleine plofjes ontsnappend licht uit een moeras met de ongewisse geuren van het onderbewuste.’ [blz. 41]

Oneindig punt nul
Aan het einde van het boek vraag ik me af: zou Niels alles gehoord hebben wat zijn vader hem vertelde? En zou hij zijn vader beter zijn gaan begrijpen en waarderen, net zoals Ruud zijn vader door diens brieven? Vragen kunnen we het hem niet, op de laatste bladzijde van Terra Incognita is het punt nul van Niels oneindig geworden.

Ter afsluiting, de woorden waarmee Ruud Lapré Terra Incognita begon:

‘Dit boek draag ik op aan de schoonheid van herinneringen, de goede en de slechte. Zij maken het leven waard om geleefd te worden.’

En deze herinneringen zijn het ook zeker waard om bewaard en gelezen te worden.

.

  • Van Ruud Lapré mag Indisch 3.0 twee exemplaren van Terra Incognita weggeven. Wil je kans maken op een exemplaar? Bekijk dan hier de winactie.

.

Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 |  € 15,00
Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 | € 15,00

 

Interview met Eveline Stoel

‘Stel jezelf twee vragen: wat wil ik weten en wat wil ik vertellen?’

Eveline Stoel (1971) is journalist en schrijfster van Asta’s ogen, het waargebeurde verhaal van haar Indische schoonfamilie. Asta’s ogen ging tot nog toe 50.000 keer over de toonbank en de filmrechten zijn inmiddels verkocht. In maart verschijnt een luxe, gebonden editie van het boek, aangevuld met stamboom en register. Exemplaren van deze luxe-editie zijn opgenomen in de prijzenpakketten van de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde, waarvan Eveline tevens de juryvoorzitter is. Met de wedstrijd volop in gang, stel ik Eveline enkele vragen over haar motivatie om plaats te nemen als juryvoorzitter en over haar schrijverschap.

Waarom heb je toegestemd om plaats te nemen als juryvoorzitter van de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde?
‘Eigenlijk houd ik niet van oordelen over het werk van anderen, maar dit initiatief steun ik graag. Hoe meer Indische verhalen worden vastgelegd, hoe beter, want het aantal mensen dat uit eigen ervaring kan vertellen, wordt natuurlijk steeds kleiner. Voor mijzelf was schrijven het perfecte excuus om de ooms en tantes van mijn Indische vriend het hemd van het lijf te vragen – wat ik daarvoor nooit durfde. Het zou mooi zijn als deze wedstrijd hetzelfde effect heeft. Ik hoop dat mensen worden aangemoedigd om hun eigen Indische geschiedenis op te schrijven, of om vragen te stellen aan familieleden van wie zij vermoeden dat ze boeiende, grappige of mooie verhalen hebben.’

Eveline Stoel (c) Caroline Westdijk
Eveline Stoel (c) Caroline Westdijk

Wat is voor jou het de meerwaarde van de schrijfwedstrijd?
‘Bijzonder aan deze wedstrijd is dat hij niet alleen is opengesteld voor Indische jongeren, maar ook voor oudere generaties en voor Hollanders met Indische verhalen. Dat kan een interessante kruisbestuiving opleveren. Toen ik over mijn Indische schoonfamilie schreef, begon mijn Hollandse vader opeens te vertellen over de Indische kinderen die in de jaren vijftig bij hem in de klas werden gezet, en hoe daar tegenaan werd gekeken door de ‘Hollanders’. Zulke insider-verhalen wekken geschiedenis tot leven. Ook tijdens lezingen vertellen mensen mij de bijzonderste dingen. Zoals de soldaat die werd uitgezonden tijdens de politionele acties en daar zestig jaar niet over sprak. Indische omaatjes die kokkies gewend waren, vertelden hoe ze in Nederland ineens zelf moesten koken – met Hollandse ingrediënten. En ik ontmoette keurige Hollandse vrouwen die in de jaren zestig smoorverliefd waren op Indische nozems. Geweldig. Ik denk dat het delen van álle Indische verhalen meer toekomst heeft dan alsmaar onderscheid blijven maken tussen Indo- en Belandaverhalen. Alleen door ze allemáál te vertellen, ontstaat een volledig beeld van de Nederlands-Indische geschiedenis.’

‘Schrijven begint in feite al voordat je ook maar één letter op papier zet.’

Voor Asta’s ogen heb je veel mensen geïnterviewd, hierdoor had je veel ruw materiaal om uit te putten. Hoe maakte je hierna een begin met het schrijven van het verhaal?
‘Ik vind het spannend om te schrijven zonder vastomlijnd plan, maar in je achterhoofd moet je natuurlijk ongeveer weten waar het verhaal heen gaat. Schrijven begint in feite al voordat je ook maar één letter op papier zet. Zelf ben ik begonnen met het lezen van geschiedenisboeken, zodat ik van te voren wist welke historische feiten ik wilde laten samenvallen met Asta’s verhaal. Daardoor kon ik tijdens de interviews gericht vragen stellen, wat een hoop overbodige informatie scheelt. Toen duidelijk was wat de krenten in de pap waren en waar de omslagpunten in de familiegeschiedenis zaten, heb ik die gebruikt als ‘boeien’ waar ik het verhaal omheen schreef.’

Asta's Ogen - Eveline StoelWat deed je als je vastliep tijdens het schrijven? Heb je tips om weer op gang te komen als het schrijven even niet wilt vlotten?
‘Tja, dat is een beetje een raar verhaal. Ik had tijdens het schrijven een foto van Asta op mijn bureau staan en als ik vastliep of informatie niet kon vinden, vroeg ik haar om hulp. Het begon als grapje, maar het wérkte. Zo heb ik eens urenlang gezocht naar een anekdote over de sultan van Solo die ik ergens had gelezen en in mijn boek wilde verwerken. Uiteindelijk keek ik zuchtend naar Asta, waarna ik sterk voelde dat ik een bepaald boek moest pakken. Ik sloeg het open en zag precies de pagina die ik nodig had. Sindsdien durf ik niet meer zo stellig te beweren dat goena-goena onzin is. Voor de minder bijgelovigen: ga een blokje om en laat het verhaal even los, of ga verder bij een gedeelte waarvoor je wél inspiratie hebt. Zo ben ik met Asta’s ogen begonnen bij hoofdstuk zes, als de familie aankomt in Nederland. Toen dat af was, werd direct duidelijk wat ik daarvóór en daarna moest vertellen.’

Heb je tips voor de mensen die graag een verhaal in willen sturen voor de schrijfwedstrijd, maar nog geen onderwerp hebben?
‘Kijk in familiefotoboeken, vraag naar de herkomst van Indische snuisterijen of ga samen Indisch koken met een ouder of grootouder. De kans is groot dat ze dan vanzelf beginnen te vertellen. Stel jezelf twee vragen: wat wil ik weten en wat wil ik vertellen? De antwoorden op die vragen zullen je naar jouw verhaal leiden. Dan hoef je het alleen nog maar op te schrijven.’

Meer weten over de schrijfwedstrijd? Bekijk dan hier de aankondiging van Indische Bladzijde.

Interview with Jamie Stern

‘My presence on the TIP board is a step towards bringing Indo youths together.’

Jamie Stern, a third generation Indo, born in 1987 in Santa Monica, California where she still lives. Her Indo roots come from her mother who was born in Semarang, Indonesia in 1958. After Jamie’s mother’s birth, her family repatriated to The Netherlands where they spent four years before immigrating to the United States in 1962. Jamie is currently finishing her Masters degree in Cultural Geography. For the past five years she has worked as an aviation meteorologist and serves as a board member for The Indo Project (TIP); an international nonprofit organization that promotes Indo history and culture in the English language. I speak with Jamie about TIP and the ethnographic research to ‘fully describe what has happened to the Indos and where they are today; geographically as well as within society’.

Jamie Stern (c) Jamie Stern

A rich mixed heritage
Jamie is TIP’s geography academic and one of their researchers. As the youngest member on the board, she explains to me that she reaches out to other young Indos. Jamie: ‘Though being Indo often means having a very rich mixed heritage, mine is further mixed by the fact that I am half Indo. My other half is Jewish from my father’s side, though I most closely identify with the Indos and regard myself as an Indo-American.’ Being half Indo is not something Jamie likes to point out because she feel like it diminishes the value of being Indo. However, this is a point that some third and fourth generation Indos in the U.S. become stuck on. Jamie explains: ‘In their eyes, they see that they are only half or only a quarter Indo and therefore do not belong. This is not true!’

The value is to unify our Indo culture by providing an organized legitimate academic source of information that can be used to stimulate further marginalization through generalization.

Why the research?
The research is being conducted with two goals in mind. First of all, it is the final research required for Jamie’s Masters degree. Jamie: ‘It will preserve a standing document in academia that makes available a plethora of statistical and subjective information about the U.S. Indo population.’ Second, it will be available through TIP as a research document for the entire Indo community and global community at large as an opportunity to perpetuate Indo awareness. Jamie: ‘The value is to unify our Indo culture by providing an organized legitimate academic source of information that can be used to stimulate further marginalization through generalization.’ For Jamie it is important to take on the responsibility of documenting the unique Indo culture and preserving it for future generations.

Jamie: ‘Another piece of interesting information coming from the survey – and something to have pride in – are the Indos’ educational accomplishments. Both second and third generations surpass the U.S. national average with Masters and advanced professional degrees.’

Research results so far
At this moment almost nine hundred people from all over the world have completed the research survey. Jamie tells a little bit about the results so far: ‘In the U.S. forty-five percent of the survey responses have come from third-generation Indos. This clearly indicates a surge in heritage and cultural interest by our younger community. Our third generation is very interested in learning more about their heritage but one issue is the language barrier.’ Almost sixty-five percent of this group learned English as their first language. Only five percent of those individuals went on to learn Dutch. This means that sixty percent of them cannot understand the Dutch documentaries on the Indo experience. Jamie adds to this: ‘Almost seventy percent of the third-generation English-speaking group said that they would love to be able to read books and watch films and documentaries about the Indo experience. This brings to surface the necessity for our younger Indo generations to have information accessible in English*.’

My presence on the TIP board is a step towards bringing Indo youths together, sort of bridging the gap that currently exists.

Connected through food
The last subject we discuss is how U.S. Indo youths meet each other typically through family and friends, and through the use of social media like Facebook, Twitter, and YouTube. Jamie: ‘There are no organizations or clubs that I know of in California or in the U.S. that specifically target Indo youths. My presence on the TIP board is a step towards bringing Indo youths together, sort of bridging the gap that currently exists.’ How Indo youths connect to their heritage seems to be somewhat universal, Jamie: ‘Eighty-nine percent of the younger Indos reported that they felt connected through food and meals, and also through family gatherings and listening to stories from their grandparents.’

The Indo Project (c) Jamie Stern

* Right now, a documentary is a major goal and very high on TIP’s priority list. In order to accomplish this as a non-profit organization, they need more funding. 

Jamie: ‘We are seeking funding sources such as foundations or corporations in the U.S. or the Netherlands. Another priority for funding is to find the money to translate material from Dutch into English. It is sad that there is a wealth of information available in the Dutch language and hardly any in the English language that would help Indo youth to find out more about their heritage. If any of the Indisch 3.0 readers can help in finding funding or professional translation, please contact me via jamies@theindoproject.org.’

PhotoFriday #4 [slot]: Cap van Balgooy over de Jacht

Één ding was zeker, de jacht kende geen klassenverschil.

Voor deze laatste aflevering van PhotoFriday steken we digitaal de Atlantische Oceaan over. Vanuit de Verenigde Staten bespreekt Cap van Balgooy, in het kader van het project Foto zoekt Familie, een foto over de Jacht in Nederlands-Indië. Vanaf zijn zesde jaar ging Cap al op jacht en op zijn tiende schoot hij zijn eerste zwijn. Cap jaagde voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. 

Midden Java
Cap van Balgooy: ‘Het zwart-wit van de foto doet mij denken aan een moderne methode van ontwikkelen, maar de foto is menigmaal afgedrukt wat het beeld onduidelijk maakt. Het lijkt mij dat de foto in de dertiger jaren is gemaakt in Midden Java gezien de klederdracht van de man helemaal links op de foto. Hij draagt een traditionele hoofddoek en bril, en zal een mandoer of desahoofd zijn. De derde en vierde man van links zijn beslist Indische Nederlanders. De andere drie zijn Indonesiërs, waarschijnlijk Javanen.’

PhotoFriday De Jacht (c) Tropenmuseum 2012

Target of opportunity
‘Deze foto is uitzonderlijk te noemen omdat men in die tijd nagenoeg niet op panters jaagde. Panters waren, zoals men dit hier in de U.S. uitdrukt, voornamelijk een target of opportunity. Dat wil zeggen: geschoten tijdens een jacht die gemunt was op ander wild. De panter lijkt mij een jong of onvolwassen dier dat waarschijnlijk verdwaald is geraakt en/of een tam dier zoals een hond of geit had gedood. Men posteert dan bij de overblijfselen van het gedode dier om diens belager neer te schieten.’

Panters hebben de hebbelijkheid om tijdens een drijfjacht één van de honden te grijpen. Een hond is tenslotte malser dan een zwijn.

Panthera pardus melas
De panter op de foto is een Javaanse panter, Panthera pardus melas, een unieke soort die alleen op Java voorkomt. De prooi van een panter bestaat uit zowel wilde als tamme dieren. Zolang zij huisdieren met rust lieten negeerde men hen. Maar panters hebben de hebbelijkheid om tijdens een drijfjacht één van de honden te grijpen. Een hond is tenslotte malser dan een zwijn. Op deze wijze is mijn vader minstens vier honden kwijtgeraakt.’

Mehlbaum
‘Het aantal panters welke zich in een bepaalde streek ophouden werd ons duidelijk nadat eentje mijn vaders favoriete hond had opgepeuzeld. Mijn vader beloofde Mehlbaum, een bekende broodjager*, vijf gulden voor elke panter die hij in de buurt neerschoot. Als bewijs moest hij diens staart tonen. Mehlbaum verscheen elke week met één of twee staarten. Toen hij met nummer dertig kwam maakte mijn vader daar een eind aan: “Het is niet mijn bedoeling dat je de boel uitroeit.”’

Tempo doeloe
‘Nu wat algemeen commentaar op de jacht in Indië voor de Tweede Wereldoorlog. In tempo doeloe speelde deze een vrij grote rol voor mensen die buiten de grote steden woonden. Het waren voornamelijk Europeanen die jaagden. Dit had te maken met de wapenwetten die stelden dat alleen ingezetenen met een Europese naam een vuurwapen mochten bezitten. Chinezen en andere Vreemde Oosterlingen mochten vuurwapens bezitten na een onderzoek van gouvernementswezen.’

Één gulden per jaar om zonder limiet op zwijnen te jagen, vijfenzestig gulden om drie herten per vier maanden te schieten, en honderd gulden voor twee bantengs per drie maanden.

Een jonge Cap van Balgooy bij de Ciater-pas nabij Lembang (West Java) Foto: Cap van Balgooy

Jachtaktes
‘In de loop der tijd verschenen meer jachtreglementen. Ook moest je in het bezit zijn van jachtaktes. Een paar voorbeelden: één gulden per jaar om zonder limiet op zwijnen te jagen, vijfenzestig gulden om drie herten per vier maanden te schieten, en honderd gulden voor twee bantengs per drie maanden. Waar het doorsnee salaris van de gemiddelde geschoolde werker tussen de vijfendertig en vijfenveertig gulden per maand lag, is het duidelijk dat de jacht niet binnen het bereik van iedereen lag.’

Resident van Banyoema
‘Één ding was zeker, de jacht kende geen klassenverschil. De Administrateur, de lokale arts, de Resident, en broodjagers gingen vaak samen op jacht. Onder de ongeveer acht jachtkornuiten van mijn vader bevonden zich drie Indo’s, waaronder de Resident van Banyoema. Niemand stoorde zich aan jagers of jagen, ofschoon vele nieuwkomers, totoks uit Europa, jagen beschouwden als iets voor wilde mensen die niets beters te doen hadden.’

*broodjager: persoon die leeft van de jacht

Met het project Foto zoekt Familie wil het Tropenmuseum fotoalbums, die na de Tweede Wereldoorlog zijn gevonden, herenigen met hun rechtmatige eigenaren of nazaten.

3.0 in de Sport: Rik Wester

Ik heb nooit meer omgekeken naar een andere sport

Negen keer per week is hij te vinden op de atletiekbaan, Rik Wester (26). Ik moet het hem nageven, terwijl we op een zondagmiddag tegenover elkaar zitten in Amsterdam: deze jongen heeft discipline. Soms wel twee keer op een dag trainen, werken als onderzoeksassistent en ook nog eens actief met goede vriend Jim als Hiphop duo Rasa. Of hij ook weleens vrije tijd heeft? ‘Nou, niet echt.’

Allochtoon
Rik: ‘Ik kom oorspronkelijk uit Nijmegen. Mijn familie woont daar nog steeds en wij hebben een sterke band met elkaar. Maar met het Indische ben ik niet echt opgegroeid, daar werd niet over gesproken binnen de familie. In Nijmegen werd ik vaak bestempeld als allochtoon. Nu nog word ik daar aangesproken omdat ik anders ben. In Amsterdam heb ik daar weinig last van, hier lijkt niemand erom te geven dat je er anders uitziet, het valt niet zo op.’

Rik Wester (c) Erik van Leeuwen

Groepsvorming
Doordat ik in Nijmegen zo vaak als allochtoon werd bestempeld, zorgde dit ervoor dat ik een extra band kreeg met bijvoorbeeld mijn Turkse vrienden. Wat mij opviel aan Turken was dat zij echt een groep vormden, maar dat dit bij Indo’s niet het geval was. Ik merkte dat ik aansluiting zocht, zeker toen ik mij op de middelbare school begon te realiseren dat ik er echt anders uitzag. Politieke statements van Indische verenigingen zoals Darah Ketiga vond ik toen ook heel stoer en leuk, maar het ging me te ver om mij daar ook echt bij aan te sluiten.’

‘Ik merkte dat ik aansluiting zocht.’

Atletiek
‘Ik heb mij altijd meer bezig gehouden met sporten, dat heb ik van mijn vader. Mijn moeder is trouwens Indisch en mijn vader Nederlands. Mijn vader wilde altijd gymleraar worden maar kon dit niet in verband met zijn platvoeten, die ik ook nog eens van hem geërfd heb. Toch bleef sport belangrijk voor hem en liet hij mij via atletiek kennis maken met sport. Ik heb nooit meer omgekeken naar een andere sport en ben blijven verspringen en sprinten.’

Rik Wester aan kop (c) Erik van Leeuwen

Sprinten
‘Hoewel ik de Indische bouw van mijn moeder heb, heb ik helaas niet de bijbehorende souplesse in mijn lichaam. Ook heb ik scoliose in mijn rug (kromming in de wervelkolom red.) plus die platvoeten. Hierdoor ben ik behoorlijk blessuregevoelig. Op mijn dertiende kreeg ik pijn bij het verspringen en heb me daarom volledig toegelegd op het sprinten. Na de middelbare school vertrok ik voor een jaar naar El Paso, Texas om daar te gaan trainen en te ontdekken waar mijn grenzen lagen. Een sprong in het diepe, maar het leverde mij ter plekke een scholarship op.’

‘Hoewel ik de Indische bouw van mij moeder heb, heb ik helaas niet de souplesse.’

Trainen
‘Alles ging dus goed en dat smaakte naar meer. Maar op mijn drieëntwintigste kreeg ik steeds meer last van blessures en lukte het niet meer om met de grote mannen mee te komen. Toen ik vorig jaar weer geblesseerd raakte besloot ik van coach te wisselen. Ik vond een coach in België, en toen begon het drukke leven pas echt! Van maandag tot en met woensdag werk en train ik hier in Amsterdam en op woensdagavond ga ik richting België. Daar train ik van donderdag tot en met zaterdag. De rest van mijn tijd steek ik in Rasa (‘smaak’ in het Indonesisch red.)’

Rik Wester aan het trainen (c) Erik van Leeuwen

Rasa Hiphop
‘Met Rasa begon ik samen met Jim rond mijn vijftiende, zestiende. Eigenlijk was het meer een grap en pas na mijn studie zijn we er serieuzer mee verder gegaan. Rasa maakt Nederlandstalige hiphop gebaseerd op de sound van halverwege de jaren negentig. Een warm, positief en poëtisch geluid, soul. Muziek die we missen in de scene. Vorig jaar stonden we ook op de Tong Tong Fair in het Bintangtheater, maar er was maar heel weinig publiek en allemaal grijs haar. Dat was wel een beetje jammer.’

Inmiddels begint het al behoorlijk te schemeren en Rik kijkt met een bezorgde blik naar buiten. ‘Ik moet nu echt wel gaan om te trainen voordat het donker wordt…’
Aduh, discipline deze jongen!

===============================================================================

Rik Wester schreef eerder voor Indisch 3.0 over zijn masteronderzoek (2010) naar de invloed van het integratiedebat op de manier waarop Indische jongeren betekenis geven aan hun etnische achtergrond.

===============================================================================

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de sport die geïnterviewd zou willen worden door Indisch 3.0? Stuur dan een mailtje naar nora@indisch3.nl

WIN: 2×2 vrijkaartjes voor Club I Love Indo

Indisch 3.0 mag van I Love Indo 2×2 vrijkaartjes weggeven voor hun party op 7 december a.s.: Club I Love Indo.

Wil jij kans maken op deze vrijkaartjes?

Stuur ons dan vóór 29 november a.s. een foto van jouw beste party-outfit naar redactie@indisch3.nl. De 2 winnaars met de beste/leukste/raarste/stoerste/origineelste etc. party-outfits winnen de vrijkaartjes.

De winnaars zullen 29 november op Facebook bekend gemaakt worden.

Correspondentie over de uitslag van deze actie is niet mogelijk. 

WIN: 2 vrijkaartjes voor de premiere van L'Histoire du Soldat

Aanstaande zaterdag gaat in het Tropentheater te Amsterdam de Javaanse uitvoering van Stravinsky’s L’Histoire du Soldat in premiere. Indisch 3.0 sprak met regisseur en choreograaf Gerard Mosterd over het tot stand komen van deze theaterproductie in samenwerking met podiumkunstenaars en meesters in de Javaanse dans: Miroto, Rury Avianti en Hendro Yulyanto.

Russische legende
Gerard: ‘L’Histoire du Soldat is geschreven door Stravinsky tijdens de naoorlogse crisis in 1918 voor een groep arme, werkeloze kunstenaars en muzikanten. Het libretto is geïnspireerd op een oude Russische legende van een soldaat die zijn ziel (viool) verkoopt aan de duivel; een aanklacht tegen de corrumperende macht van geld. Stravinsky streefde met deze productie naar een compacte, ‘reisbare’ voorstelling die overal ter wereld opgevoerd kon worden door gebruik te maken van de lokale culturele context.’

Andere culturele omgeving
‘Het tijdloze, moralistische concept van de dialoog die de soldaat heeft na zijn ziel (viool) te hebben verkocht aan de duivel, is uitgewerkt tot een meer abstracte voorstelling met visuele, historische en narratieve verwijzingen en metaforen. Deze verbinden het oorspronkelijke verhaal met de hedendaagse situatie in Indonesië, waarmee Stravinsky’s wens gerealiseerd wordt om de muziek en het onderwerp te verplaatsen naar een andere culturele omgeving.’

L’Histoire du Soldat (c) Dadang Pribadi

Meer hedendaagse tekst
‘De Javaanse editie van L’Histoire du Soldat ging in 2011 in Yogyakarta op Java in premiére, gevolgd door een uitverkochte Javaanse tournee. Inmiddels is er een nieuwe sterbezetting en wordt er gebruik gemaakt van een meer hedendaagse tekst van de internationaal gelauwerde Indonesische dichter en journalist Goenawan Mohamad. De tekst wordt in het Indonesisch gesproken door de Indonesische acteur Rudy Wowor terwijl de Nederlandse vertaling wordt geprojecteerd.’

Snelle improvisatie
‘Het maakproces van deze voorstelling in de zomer van 2011 was een grote uitdaging en niet zonder risico. De Indonesische wereld van de podiumkunsten kenmerkt zich door een gebrek aan infrastructuur en chaotische situaties waarbij snelle improvisatie nodig is. Daarbij geven Indonesiers doorgaans een andere invulling aan de termen hedendaags en modern dan in Europa.’

Groot contrast met unieke uitkomst
‘De keuze om met Javaanse dansers te werken is zeer ongebruikelijk. Hun training in Pre-Islamitische, Hindoe gebaseerde dansvormen garandeert een expertise in verfijnde vinger-, hand- en hoofdbewegingen in een traditiegetrouw traag en regelmatig tempo waarbij veel geïmproviseerd wordt. Dit staat haaks op de wervelende, hoog individualistische en onregelmatige, maar ook buitengewoon exacte muziek van Stravinsky. Een groot contrast met een unieke uitkomst in de uitvoering van de top van de Midden-Javaanse danswereld.’

.

Indisch 3.0 mag 2 vrijkaartjes weggeven voor de premiere aanstaande zaterdag 17 november in het Tropentheater te Amsterdam. Wannahave? Like dit artikel op Facebook voor morgen 12.00 uur ’s middags en stuur een mailtje met je contactgegevens naar redactie@indisch3.nl o.v.v. Vrijkaartjes L’Histoire du Soldat.

Wereldpremiére L’Histoire du Soldat
Zaterdag 17 november Tropentheater Amsterdam | 20.30 korte inleiding & voorstelling
Zondag 18 november Theater de Flint Amersfoort | 19:15 korte inleiding – 20:15 voorstelling

L’Histoire du Soldat (c) Dadang Pribadi

Igor Stravinsky – L’Histoire du Soldat
Insomnio o.l.v. Ulrich Pöhl
Dans: Hendro Yulyanto, Rury Avianti, Martinus Miroto
Verteller: Rudy Wowor
Tekst: Goenawan Mohamad
Regie, choreografie, kostuums, stage set, licht: Gerard Mosterd
Vertaling: Monique Soesman
Teleplay: Azuzan Gontarela

.

3.0 in de Media: Priscilla Obermeier

‘Ik zie het ontwerpproces als storytelling.’

De in Jakarta geboren Priscilla Obermeier (33) is, toen zij zes weken oud was, geadopteerd door een Nederlandse vader en een Indische moeder. Ze groeide op met zowel Indische als Nederlandse gebruiken, naar eigen zeggen: ‘een beetje zuurkool met sambal’. Sinds vorig jaar woont Priscilla in Berlijn en houdt zij, naast haar eigen blog By Priscilla Obermeier, een fashionblog bij voor ELLE Nederland: Een koffer in Berlijn. Ook is Priscilla druk bezig met de ontwikkeling van haar eigen modelabel. Ik ben nieuwsgierig naar deze veelzijdige dame in één van mijn meest favoriete steden.

‘Berlijn. De stad was onaf, historisch, interessant en artistiek.’
Foto © Priscilla Obermeier

Priscilla, hoe was het als geadopteerd Indonesisch meisje in een Indische familie?
Priscilla: ‘Mijn adoptie is altijd een open boek geweest. Ik was vier toen mijn ouders mij vertelden dat ik uit de buik van een andere mevrouw kwam. Ik vond dat prima, maar de vraag wie mijn biologische ouders waren is blijven hangen. Het Indische in mijn jeugd, het eten, de Wayang Kulit, de Kris, Maleise woordjes, geloven in geesten en alternatieve geneeswijzen strookte niet altijd met de Nederlandse nuchterheid, de gehaktbal met aardappels en andijvie, en zonder afspraak geen eten. Bij ons thuis was er altijd plek voor iemand aan de eettafel. Eten was gezelligheid, een gebaar dat je om iemand gaf. Ik kan me nog goed herinneren dat ik onze familie in Amerika bezocht en mijn moeder zes potten sambal in mijn beautycase stopte: ‘Zo. Dat is voor je tante.’ Daar stond ik dan bij de Amerikaanse customs met een ‘nee, ik heb niets aan te geven’ gezicht. Dat was mijn moeder. Aduh, niet zeuren, doen.’

Als alle wegen naar Rome leiden, dan is mijn Rome een internationaal modelabel in het luxe segment voor de vrouw.

Hoe ben je in de fashionwereld van Berlijn terecht gekomen?
‘Al sinds ik me kan herinneren ben ik geïnteresseerd in kleding en accessoires. Expressie via creativiteit was ook aan de orde van de dag binnen ons gezin. Toen ik op de middelbare school zat begon ik met het ontwerpen van mijn eigen kleding en wist ik dat ik ‘iets met mode’ wilde. Aan de andere kant was ik ook erg geïnteresseerd in schrijven, geschiedenis, talen, de maatschappij en de zakelijke kant van de wereld om me heen. Ik koos uiteindelijk, ook vanuit een stukje onzekerheid, Rechten. De studie heb ik nooit afgemaakt. Wel kwam ik aan de zakelijke kant van de modewereld terecht, en rolde van daaruit in de modejournalistiek. Het avontuur riep en vlak na de geboorte van ons zoontje Indy, verhuisden we naar Los Angeles. Hier dook ik in de wereld van branded entertainment, het integreren van een merk in de verhaallijn van een televisieserie of film. Maar in Los Angeles mistten mijn man, Markus en ik een echt stadsleven. Na bijna twee jaar reisden we terug naar Europa en bleven hangen in Berlijn. De stad was onaf, historisch, interessant en artistiek.’

‘De geboorte van Indy heeft me nieuwsgieriger gemaakt naar mijn biologische ouders.’  
Foto © Priscilla Obermeier

Waar haal je je inspiratie voor je blogs en ontwerpen vandaan?
‘Los Angeles en Berlijn hebben me een reeks praktijklessen in het leven gegeven. Mijn eigen Eat, Pray, Love. Als alle wegen naar Rome leiden, dan is mijn Rome een internationaal modelabel in het luxe segment voor de vrouw. Mijn blog By Priscilla Obermeier riep ik in het leven als een mogelijkheid om mijn belevenissen, kijk op de internationale modewereld en het leven in de stad te documenteren. Eenmaal in Berlijn benaderde ik ELLE Nederland om voor hen te schrijven. Dit bleek een match. Elke week schrijf ik voor mijn eigen blog op ELLE.nl over de Berlijnse modewereld. Mijn inspiratie voor een blog begint vaak met een gedachte over iets wat ik tegenkom op straat, in een boekenwinkel, op de catwalk, of in mijn eigen kast. Van mijn moeder kreeg ik de ketting die zij van mijn opa kreeg op de boot van Indonesië naar Nederland in de jaren vijftig. De ketting en haar geschiedenis blijven inspireren. Hetzelfde geldt voor mijn modelabel. Ik wil dat mijn kleding mensen doet omdraaien, niet zozeer om de kleding, maar om de vrouw in die kleding. Ik zie het ontwerpproces als storytelling, een verhaal waarin oude tradities samengaan met commercie. Die interesse in oude tradities, kunstgeschiedenis en mijn storytelling-skills komen mogelijk voort uit mijn Indische achtergrond. Verhalen maken deel uit van de Indische cultuur en zijn verworden tot tradities die je terug kunt vinden in dans, theater, poppenspel en motieven in batik.’

Ik maak uiteindelijk zelf de beslissing of iets ten goede komt van mijn zelfontwikkeling, of niet.

Speelt het Indische ook een rol binnen je eigen gezin?
‘Binnen mijn eigen gezin komt de Indische achtergrond het meest naar voren in de keuken, we houden alle drie van Indisch eten! Voor mijn moeder waren geesten en alternatieve geneeswijzen doodnormaal, voor mij ook. Ik sta open voor nieuwe ideeën en invloeden, voor bovennatuurlijk, voor vreemd, maar ik maak uiteindelijk zelf de beslissing of iets ten goede komt van mijn zelfontwikkeling, of niet. Dat is wat ik Indy ook wil meegeven. De geboorte van Indy heeft me nieuwsgieriger gemaakt naar mijn biologische ouders. Hij heeft enkele fysieke kenmerken en karaktertrekken die niet in zijn ouders, of Markus’ familie terug te vinden zijn. Ik kan niet anders dan me afvragen of hij iets weg heeft van mijn Indonesische ouders. Ik hoop ooit meer over hen te weten te komen en over hun motivatie achter de adoptie. Het is nu alsof je een boek leest waar de ‘er was eens…’ ontbreekt.’

‘Van mijn moeder kreeg ik de ketting die zij van mijn opa kreeg op de boot naar Nederland.’
Foto © Priscilla Obermeier

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Media die graag mee zou willen werken aan een interview voor Indisch 3.0? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl

Kinderboekenweek 2012: Hallo Wereld! Hallo Indonesië!

Ontdek vanaf morgen 3 t/m 14 september (verre) landen, bijzondere culturen en fantasiewerelden

Kinderboekenweek 2012 @ Bibliotheek Utrecht (c) Liselore Rugebregt / Indisch 3.0 2012

Hallo Wereld, denk ik met een zorgelijke blik op de regenwolken die in gevaarlijk tempo steeds dichterbij komen. Met een stortbui op mijn hielen (of zal ik zeggen: fietswielen) trap ik wind mee, wind tegen, richting de bibliotheek om de kinderboekenkrant 2012 op te halen. Het thema van de kinderboekenweek 2012 is: Hallo Wereld! Ontdek (verre) landen, bijzondere culturen en fantasiewerelden. De perfecte gelegenheid om mij te verdiepen in kinderboeken over Indonesië of met een Indische inslag, geschreven door zowel Nederlandse als Indische schrijvers.

Na het doorspitten van de kinderboekenkrant en enkele online archieven, valt het mij op dat ‘Indische’ kinderboeken vrijwel allemaal over de oorlog gaan. En enkel de oorlog, definieert naar mijn mening niet de Indische cultuur. Daarom in dit artikel meer aandacht voor Indonesië en de Indonesische cultuur, waar we meer dan genoeg herkenbare Indische elementen terugvinden uit de verhalen van onze Indische grootouders, ouders, ooms en tantes.

Liselore voelt zich wel thuis @ Bibliotheek Utrecht (c) Liselore Rugebregt / Indisch 3.0 2012

Gedurende mijn zoektocht vallen mij drie auteurs op die de afgelopen 30 jaar kinderboeken over Indonesië of met een Indische inslag hebben geschreven: de alom bekende Indische Marion Bloem, de Indische Robin Raven en de Nederlandse Peter Vervloed, wiens vrouw uit Indonesië komt. De link met het Indische of met Indonesië kom ik bij meerdere auteurs tegen gedurende mijn zoektocht. Wat ook opvalt zijn de spirituele thema’s die veelvuldig aan bod komen in de boeken. Zo heeft Peter Vervloed een hele serie over krissen geschreven, en worden andere ‘stille’ krachten zoals magie en geesten niet geschuwd.

Over stille krachten gesproken. Toen ik afgelopen zaterdag de kinderafdeling van de bibliotheek Utrecht bezocht en de catalogus wilde bekijken, bleken de computers niet te werken. Met een sip gezicht stond ik tussen de rijen boekenkasten, ik had geen idee waar ik moest zoeken. Tot ik als vanzelf begon te lopen naar de achterste kast en daar meteen een boek over Indonesië en krissen uit de kast plukte, en mijn blik als vanzelf in een andere boekenkast viel op een prentenboek van de Indische illustrator Thé Tjong-Khing. Toeval of stille krachten?

Kinderboekenweek 2012 @ Bibliotheek Utrecht (c) Liselore Rugebregt / Indisch 3.0 2012

Voor de personen die nog een gat in de markt zoeken, ik ben tot de conclusie gekomen dat er maar weinig boeken voor de allerjongsten te vinden zijn over Indonesië. Natuurlijk zijn er de sprookjesboeken, maar een goed prentenboek of iets dergelijks, daarvan ben ik er maar één tegen gekomen: Ayu and the perfect moon van David Cox. Hoewel in het Engels, ben ik ervan overtuigd dat kinderen genoeg hebben aan hun fantasie bij het zien van de mooie illustraties.

Voor alle (groot)ouders die hun (klein)kinderen willen voorlezen of stimuleren om te lezen over Indonesië en aanverwante onderwerpen, hieronder een selectie van kinderboeken waarvan het merendeel te vinden is in de bibliotheek of in de (online) boekenwinkel. Voel je vrij om aanvullingen te geven.

 

Auteur: Marion Bloem

–       Brieven van Souad (1986)

–       Matabia (1990)

–       De droom van de magere tijger (1996)

–       De kleine krijger (2005) v.a. 10 jaar

Auteur: David Cox

–       Ayu and the perfect moon (1984) v.a. 5 jaar

Auteur: Paula Gomes

–       Ik eet een tijger (1992) 9-12 jaar

Auteur: Ad Hoofs

–       Geleende krachten (2004) v.a. 10 jaar

Auteur: Guus Kuijer

–       Het land van de neushoornvogel (1985)

Auteur: Sandra Lanzing

–       De stenen poortwachter (2005) v.a. 10 jaar

–       Tijgerhout (2007)

Auteur: Robin Raven

–       De vloek van Pak (2006)

–       Strijd in het regenwoud (2007)

–       De avonturen van Tjitjak (2009) v.a. 8 jaar

Auteur: Ruud Spruit

–       De heks van Bali (1995) 9-12 jaar

Auteur: Riet Vanloo

–       Op blote voeten (1996) 9-12 jaar

Auteur: Peter Vervloed

–       De weg terug (1991) v.a. 10 jaar

–       De laatste sprong (1995) v.a. 8 jaar

–       De zeven golven (1996) v.a. 9 jaar

–       Vluchten voor een glimlach (1998) v.a. 10 jaar

–       De macht van de krokodil (2000) v.a. 11 jaar

–       Door merg en been (2000) v.a. 10 jaar

–       De paal in! (2004) v.a. 8 jaar

–       Zwevend bezoek (2005) v.a. 8 jaar

–       Onzichtbare krachten (2005) v.a. 10 jaar

–       Dwars door Sumatra (2005) v.a. 10 jaar

 

P.S. Met het kinderboekenweekgeschenk kunnen kinderen jonger dan 12 jaar van 3 t/m 14 oktober gratis naar het Tropenmuseum (Amsterdam), Museum Volkenkunde (Leiden) en het Afrika Museum (Berg en Dal). 

 

3.0 in de Keuken – Kelly Wijntuin-Menkel

‘Niets gaat de vuilnisbak in’

Wie: Kelly Wijntuin – Menkel | Indisch via: vader en moeder | Beroep: Top Secret bij Defensie | Culinaire specialiteiten: Taarten, cupcakes en zelfverzonnen variaties op bestaande Indisch recepten 

Kelly Wijntuin – Menkel (c) Wendy de la Rambeljé / Indisch 3.0 2012

Twee dagen had Kelly (31) nodig voor de sierbloemen op haar spekkoektaart. Voor de spekkoek, die de basis van de taart vormt, draaide ze haar hand niet om, en de fondant nam ‘maar’ een half uurtje in beslag. Vol bewondering kijken wij (Liselore & Wendy) naar de taart die op tafel staat. ‘Willen jullie proeven?’ vraagt Kelly met een gulle lach op haar gezicht en een mes al in de aanslag. Het moge duidelijk zijn, dit is het begin van opnieuw een smakelijke aflevering van 3.0 in de Keuken. 
Foto’s: Wendy de la Rambeljé & Kelly Wijntuin – Menkel

Van moeder op dochter
‘Mijn grootouders kwamen uit Solo en mijn moeder is geboren in Jakarta, ze was vier toen het gezin naar Nederland kwam. Van mijn oma heeft mijn moeder als kind al leren koken: ik was drie toen mijn moeder mij leerde hoe je rijst moest wassen en oeleken. Dylana kan ook al oeleken en meehelpen met koken.’ Dylana, Kelly’s dochter van drie, zit bij ons aan tafel en beaamt trots wat Kelly over haar vertelt.

Stinkende visjes
‘Het eten dat je zelf maakt is toch het lekkerste. Neem bijvoorbeeld soto. De vader van Dylana is Surinaams, maar Surinaamse soto vind ik niet lekker. Ik experimenteer graag met kruiden en maak dan eigen verzinsels klaar zoals sambal goreng spek. Dylana weet inmiddels al veel kruiden te herkennen naar smaak. Dylana, wat is trassi?’ Met grote ogen kijkt Dylana naar haar moeder. ‘Stinkende visjes.’

Trassi en vuurgevechten
‘Over trassi heb ik nog wel een mooi verhaal. Toen ik voor Defensie in Afghanistan zat, heb ik een keer trassi in de ventilator van één van de auto’s gestopt. Wat een geur moet dat gegeven hebben toen ze de airco aanzetten! En bij die auto’s kunnen de ramen niet open. Ik heb daar veel meegemaakt, waaronder twee vuurgevechten. Maar ik ben blij dat ik in dienst ben gegaan. Ik heb daardoor veel ontwikkeling doorgemaakt.’

Taarten
‘Naast mijn werk voor Defensie maak ik sinds vier jaar taarten op bestelling en geef ik workshops onder de naam Kellz Cakery. Dat is ooit eens begonnen met een workshop taarten maken voor mijn moeders verjaardag, maar daar vond ik niet zoveel aan. Mijn interesse werd pas echt gewekt toen ik met een collega meeging naar een workshop cupcakes maken. Daarna heb ik een basisopleiding gevolgd en mezelf steeds meer aangeleerd.’

Kelly’s Kookkunsten (c) Wendy de la Rambeljé / Indisch 3.0 2012

Niets weggooien
‘In het begin mislukte er nog weleens een taart. Nou ja, jammer dan. Dan maakte ik er wel bonbons van. Denk maar niet dat er iets de vuilnisbak in gaat!’ We barsten in lachen uit bij dit duidelijke Indische trekje en nemen nog eens een hap van een stuk spekkoektaart. Kelly vervolgt: ‘Ik heb ook taarten gemaakt voor Indische families. Deze spekkoektaart is eigenlijk een basis voor een bruiloftstaart.’

Indische basis
‘De basis blijft toch eigenlijk altijd Indisch eten. Niet alleen met mijn taarten, ik heb ook nog een tijdje met mijn moeder op bestelling Indische snacks gemaakt. Maar dan niet met kant en klare loempiavelletjes enzo. Ik maak alles zelf. Het is voor mij ook de normaalste zaak van de wereld dat iedereen mee kan eten, er is altijd genoeg. Over eten gesproken. Hebben jullie al honger?’

Ook een keer spekkoek(taart) maken? Hieronder het spekkoekrecept van Kelly.

Spekkoek

Ingrediënten
• 7 eieren
• 250 gr. boter
• 200 gr. lichtbruine basterdsuiker
• 50 gr. bloem
• 1 t.l. zout
• 1 t.l. vanillemerg
• 8 t.l. kaneel
• 4 t.l. kardemon
• 3 t.l. anijspoeder
• 2 t.l. nootmuskaat
• 2 t.l. kruidnagelpoeder
• 50 gr. boter

Bereiding
• Verwarm de oven voor op 175 graden
• Splits de eieren in de dooiers en de eiwitten
• Klop de boter met de suiker tot een lichte, romige massa (ong. 10 min.)
• Roer de eidooiers een voor een door de romige massa
• Zeef de bloem en het zout
• Schep de bloem en het zout met de vanille door het botermengsel
• Klop de eiwitten tot een stevig schuim en spatel dit voorzichtig door het beslag
• Schep een derde deel van het beslag in een andere kom
• Vermeng de specerijen en spatel ze door een derde van het beslag
• Je kunt eventueel pandan-stroop bij het beslag voegen

• Beboter de springvorm van 15 a 20 cm
• Schep een dun laagje licht beslag in de springvorm
• Bak het laagje 10 min in de oven (grilstand)
• Smelt 50 gr. boter
• Neem de vorm uit de oven en smeer een dun laagje boter over het laagje cake
• Schep er een dun laagje gekruid beslag over
• Zet de vorm weer in de oven voor ong. 4 a 5 min.
• Herhaal deze handelingen tot het beslag op is

• Laat de spekkoek eerst even in de vorm afkoelen
• Stort de spekkoek op een rooster of bakpapier, en laat deze volledig koud worden
• Laat de koek minstens een halve dag staan, zodat de smaak zich beter kan ontwikkelen

Tips
• Aan het beslag kunt je ook een scheutje rum of een andere smaak-essence toevoegen
• Ook kun je aan het kruidenbeslag pandan toevoegen (voor de groene laagjes)
• De spekkoek kun je mooi decoreren met fondant of marsepein

Oproep: ken/ben jij iemand die graag in de keuken staat en mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Keuken? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl