Een gebrekkig historisch besef

kolonien-indie-overdrachtAmsterdam, 27 september 2008
door Ed Caffin

Ik moet vaak uitleggen wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch. Meestal vragen mensen waar ik vandaan kom of “wat mijn achtergrond is”. Ik zie er volgens de meeste mensen “mediterraans” of “Arabisch” uit, maar zeg ik “Indisch”, dan denken sommigen dat ik uit India kom. Als ik zeg dat ik “Indo” ben, dat heeft meestal mijn voorkeur, zegt bijna iedereen “oh, Indonesisch”. “Nou, nee niet precies” is dan mijn antwoord, om vervolgens geduldig de nuances uit te leggen tussen deze verschillende begrippen.

Tijdens die uitleg ontkom ik niet aan een stuk geschiedenis. Meestal vertel ik in grote lijnen dat Indische mensen een gemengde Europees/Aziatische afkomst hebben en dat zij (daarmee) een aparte groep vormden in de vroegere kolonie Nederlands-Indië. De meesten van hen kozen er na de onafhankelijkheid van Indonesië voor om naar Nederland te gaan. Zoals mijn grootouders die zo, samen met mijn vader en zijn broers, in Nederland terecht kwamen.

De meeste mensen reageren met verbazing op dat verhaal. Hoe komt dat nou? De belangrijkste reden is volgens mij dat er bij de meeste (jonge) Nederlanders een gedegen ‘historisch besef’ ontbreekt. Zij kennen de koloniale geschiedenis gewoonweg niet. De meeste bibliotheken hebben echter vrij veel boeken over de koloniale geschiedenis en op internet is veel te vinden. Misschien is het dus een gebrek aan interesse, maar volgens mij is het nog veel meer een gebrek aan koloniale geschiedenis in het onderwijs. Mijn geschiedenisleraren vertelden zo goed als niets over Nederlands-Indië en Indonesië en legden niet uit waarom er eigenlijk zoveel Indische mensen in Nederland wonen. Een schande eigenlijk.

Daarnaast is er een hardnekkige vorm van geschiedkleuring geweest die eigenlijk nog steeds voortduurt en die het historisch besef vertroebeld. Wat in Nederland wel ‘algemeen bekend is over Nederlands Indië en Indonesië is eenzijdig en hevig geromantiseerd. “Nederland heeft in de koloniale tijd veel goeie dingen gedaan voor de lokale bevolking in de Indonesische archipel” bijvoorbeeld, en “men legde wegen aan en er was scholing” etc. Dat gold misschien voor Java en een deel van Sumatra, maar zelfs daar kon maar een klein deel van de lokale bevolking daarvan profiteren.

Ander voorbeeld: volgens veel geschiedenisverhalen zijn Lombok en Bali aan het eind van de 18e en het begin 19e eeuw “gepacificeerd”, voerde Nederland een “ethische politiek om de mensen te verheffen” en zag het zich regelmatig “genoodzaakt her en der in de Archipel verzet de kop in te drukken”. Wat moet dat allemaal precies betekenen? Het zijn zachte, mooie woorden voor keiharde, lelijke feiten.

Het koloniale hoofdmotief was namelijk niet ethisch, maar puur economisch. De waarheid is dan ook dat er ten koste van bijna alles heel veel geld verdiend werd, de belangen groot waren en dat die belangen met behulp van vele oorlogen werden veilig gesteld en uitgebreid. Maar de mensen in Nederland kregen toen propaganda te horen. En eigenlijk gebeurt dat nog steeds. Op school horen leerlingen nog steeds dat er politionele acties in waren in Indonesië. Politionele acties? Iedere leerling die iets meer te weten komt over die tijd beseft zich al snel dat er sprake was van een oorlog. Een oorlog tussen Indonesische revolutionairen die vochten voor een vrij en onafhankelijk Indonesië en de (oude) koloniale machthebber die zijn kolonie eigenlijk wilde behouden*.

Wat ik zelf te weten ben gekomen over de geschiedenis van Indië en Indonesië weet ik door de verhalen die thuis werden verteld en voor de rest heb ik dat aangevuld met mijn eigen interesse en nieuwsgierigheid. Dat heeft in mijn geval misschien vooral wel te maken met het feit dat ik een (derde generatie Indische) Nederlander ben die een deel van zijn wortels in Indonesië heeft liggen.

Ik vind echter dat het opdoen van kennis over die belangrijk tijd in de Nederlandse geschiedenis niet afhankelijk moet zijn van die ‘toevallige’ interesse, of afgedaan kan worden met een kort en eenzijdig gekleurd verhaal. Hoewel het erop lijkt dat er de laatste tijd meer aandacht komt voor een genuanceerder verhaal en de geschiedenis van Indië en Indonesië recent een examenonderwerp was op middelbare scholen, vind ik dat niet genoeg.

Nee, de hele koloniale geschiedenis zou een vast onderdeel moeten worden in het onderwijs. Vanaf de VOC tot aan de Indonesische onafhankelijkheid en hoe bijna 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland kwamen. Verplichte kost! En graag ook in de juiste bewoordingen.

* Later zag ik overigens dat Alfred Birney in een recent artikel op zijn weblog ook ingaat op o.a. dit onderwerp. Zie hier zijn artikel.

Ver van familie: herkenbaar, Indisch, maar warrig

Terrence Scheurs. Bron: www.vervanfamilie.nl

Tijdens het filmfestival Film by the Sea in Vlissingen is de lang verwachte Indische speelfilm van Marion Bloem Ver van familie in première gegaan. Een maand eerder waren Ed Caffin en ik namens  Indisch 3.0 aanwezig bij de voorvertoning in Amsterdam. Veel mensen waren geraakt door de film. Ikzelf verliet de zaal met een dubbel gevoel: de scènes uit Ver van familie zijn ontzettend herkenbaar en daarom is de film een aanrader. Het verhaal als geheel had alleen beter verteld kunnen worden.

De Indische familie König krijgt in de jaren ’80 bericht dat hun uit het oog verloren nichtje Barbie (Terence Schreurs) uit Amerika naar Nederland zal komen. De Königs zijn hier niet bepaald blij mee. Hun oma Em (Anneke Grönloh) ligt op sterven en zij zijn ervan overtuigd dat Barbie haar onnodig van streek zal maken. De Königs zetten zich daarom actief in om te voorkomen dat Barbie en oma Em elkaar ontmoeten. Barbie is de dochter van oma Em’s zoon Buddy (Maurice Rugebregt) die zich, voordat hij stierf, van zijn familie gedistantieerd had. De zoektocht van Barbie naar haar oma en de vele pogingen van de Königs dit te voorkomen, vormen de rode draad van deze film.

Met deze verhaallijn onthult Marion Bloem een goed bewaard Indisch geheim: Indische families zijn niet altijd hecht, warm en gezellig. De wens pijnlijke ervaringen te vergeten en geaccepteerd te worden, is belangrijker dan de behoefte van een individueel familielid om zichzelf te kunnen zijn. Daardoor kunnen Indische families benauwen en verstillen, zonder dat de buitenwereld daar ook maar iets van merkt. De keuze van Bloem dit taboe bespreekbaar te maken vind ik een verademing. Haar keuze voor Anneke Grönloh en Terence Schreurs is net zo sterk. Dankzij hun overtuigende acteerwerk heeft het verlangen van oma Em en Barbie om elkaar weer te zien, me tot het eind geraakt. Tot slot verdienen Margot Annuschek en Nathalie Ypma een groot compliment voor de prachtige tentoonstelling in de film.

Wat ik alleen jammer vond, is dat er in de film teveel in verteld werd. Meerdere lagen in een film kunnen een verhaal meer diepgang geven, maar in Ver van familie zorgden ze voor verwarring. Het ene personage na het andere met een persoonlijk verhaal diende zich aan. Zij zorgden ervoor dat ik, terwijl ik probeerde te ontdekken waarom oom Buddy zich had verwijderd van zijn eigen familie, verstrikt raakte in de overweldigende stortvloed van intriges.

Daarnaast voelde ik plaatsvervangende schaamte over de ongeloofwaardige Indische tongval, verbaasde ik me over het slechte acteerwerk van sommigen en ergerde ik me aan de overdaad aan makkelijke symboliek. Bovendien lijkt Bloem het verhaal van de Indische wereld niet voor zich te willen laten spreken, maar het te willen uitleggen. In een aantal gebeurtenissen in de film herkende ik bijvoorbeeld de Indische gewoonte dat het not done is om bepaalde vragen te stellen. Vervolgens benadrukten de spelers dit ook nog eens, door het gewoon te zeggen. Wellicht was dit nodig om de boodschap over te brengen aan mensen die de Indische wereld niet zo goed kennen, maar ik vond het storend. Daardoor werd ik me er telkens van bewust dat iemand me wat wilde vertellen, in plaats van me iets te laten beleven en ontdekken.

Ondanks mijn kritiek ben ik blij dat ik Ver van familie gezien heb. Het is een herkenbare film die veel Indische Nederlanders zal raken. De setting in het Nederland van de jaren ’80 is vertrouwd, net als de Tupperwarebakjes, het bereiden van 200+ hapjes en de heerlijk chaotische kumpulans. Ik zou daarom iedereen aanraden de film te gaan zien en ik ben benieuwd wat anderen ervan vinden.

Voor speeldata en meer informatie: www.vervanfamilie.nl

Contractpensions – Djangan Loepah!

Amsterdam, 2 september 2008
door Ed Caffin

Op 24 augustus ging de nieuwe film van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich in voorpremière tijdens de Scarabee filmweek in Apeldoorn. Ze produceerde met Scarabee Filmproducties al vele films, zoals de veel bekroonde Stand van Maan en Stand van de Zon, beiden geregisseerd door haar broer Leonard. De filmdocumentaire “Contractpensions-Djangan Loepah!” is haar regiedebuut.

De documentaire gaat over de tijd waarin een groot deel van de Indische repatrianten vanwege de woningnood in het naoorlogse Nederland na aankomst eerst in tijdelijke behuizing moest worden ondergebracht. De groep ‘exotische Nederlanders’ kreeg onderdak in zogenaamde contractpensions verspreid over het land. Voor de film interviewde Hetty Naaijkens een groot aantal direct betrokkenen in Nederland en het buitenland. Wat zij te vertellen hebben is soms ontroerend, vaak hilarisch en dan weer verbijsterend.

Voorafgaand aan de voorpremière sprak ik met Hetty Naaijkens en Mary Weinsteiner, die in een contractpension terecht kwam en in de film wordt geïnterviewd.


U heeft een documentaire gemaakt over de tijd van de Contractpensions. Wat wilt u met deze film vertellen?

HN – Ik wilde graag iets doen met dit verhaal. Het is een verhaal dat nog nooit verteld is, maar waarvan ik vond dat het wel verteld moest worden. Het verbaast me namelijk dat er bij veel mensen maar weinig bekend is over de Indische geschiedenis. Veel is weggemoffeld, terwijl het verhaal van de Indische Nederlanders een belangrijk onderdeel is van de Nederlandse geschiedenis. Ik hoop in de toekomst nog meer films te maken over Indische thema’s. Er zijn bijvoorbeeld mensen geweest die begin jaren zestig Indische Nederlanders hebben opgehaald uit Indonesië en naar Nederland hebben gebracht. En er zijn verhalen bekend van mensen die als verstekeling op de boot naar Nederland zijn gekomen. Maar er zijn daar ook Indische mensen gebleven. Wat is er met hen gebeurd? Dat soort verhalen wil ik ook vertellen.

En wat betreft deze film?

HN – Het verhaal waar deze film over gaat is natuurlijk maar een klein deel van die geschiedenis, maar wel een belangrijk deel. Wat vooral bijzonder is aan deze film is dat voor het eerst Indische mensen zelf uitgebreid aan het woord komen en vertellen wat zij hebben meegemaakt. Wellicht draagt de film bij tot een beetje meer historisch besef.

Is dat wat U met deze, en mogelijke toekomstige films, mensen wilt bijbrengen?

HN – Ja, op zich wel. In deze film gaat het over gevoelens van ontheemdheid en ontworteling. Mensen kwamen ineens in een vreemd, onbekend land terecht en ondanks dat Indische Nederlanders feitelijk Nederlandse staatburgers waren, werden ze hier behandeld als vreemdelingen.

MW – Je was eigenlijk “ontheemd in eigen land”. Dat was het gevoel wat wij en de meeste anderen wel hadden.

Gaat de film vooral daarover? Ontheemding?

HN – Het thema van de film is eigenlijk “overleven in moeilijke omstandigheden”, zoals in al mijn films het geval is. Maar daarnaast gaat het in deze film ook over onbegrip. Er was een nationaal trauma in Nederland toen de koloniale tijd eindigde en veel Indische Nederlanders repatrieerden. Men wist niet wat men daarmee aan moest. Er was veel onbegrip bij Nederlanders die nauwelijks iets wisten over de nieuwkomers. Maar er was ook onbegrip bij de Indische mensen die de cultuur en gewoonten van hier niet helemaal gewend waren. Men wist niet hoe het hier ging, dus men accepteerde het dat ze in kleine kamertjes in contractpensions terechtkwamen, en grote bedragen moesten betalen en zelfs jarenlang geld moesten terugbetalen voor de opvang die was geboden.

MW – Wij hebben nooit iets terugbetaald, mijn man weigerde dat.

HN – Dat is goed van hem geweest, maar het is wel een uitzondering. De meeste anderen waren minder assertief, terwijl velen eigenlijk werden uitgebuit door het moeten afstaan van grote percentages van hun salaris. De meeste mensen moesten lang veel geld moesten terugbetalen wat hen door de overheid was ‘geleend’ voor huisraad en kleding. Maar naar buiten toe klaagde men daar niet over. Dat is dan wel weer typisch. Men dacht vaak soedah, laat maar…

Waarom heeft u eigenlijk juist dit onderwerp gekozen?

HN – Men kwam na aankomst uit Indonesië meestal direct in een contractpension terecht. Dus voor Indische Nederlanders was dit de eerste ‘kennismaking’, de eerste ervaring met Nederland. Ik was benieuwd naar die ervaringen. Wat hebben ze meegemaakt? Wat voelden zij? Wat waren hun emoties?

En hoe was het om terecht te komen in een contractpension?

MW – Het was akelig. We hadden niets, geen rooie cent! Ik kwam aan in Nederland met één koffer. In het pension had ik een piepklein kamertje en kon ik me niet eens goed douchen. Dat was ik niet gewend. Ik vond het verschrikkelijk gewoon!

HN – Dat hoor ik van meer mensen. Er komen in de film verschillende mensen aan het woord, maar eigenlijk vertellen ze allemaal hetzelfde verhaal. De dingen die zijn gebeurd hebben tot bij sommigen uiteindelijk tot een soort wrok geleid. Mensen konden er tijdens het maken van deze documentaire vaak voor het eerst over praten.

Hoe was het om aan deze film mee te werken?

MW – Ik vond het best lastig om ook moeilijke herinneringen op te halen. Ik had daar nooit over gepraat. Nu ben ik blij dat het verteld is. Mijn kleinkinderen zijn me nu ook meer vragen gaan stellen. Dat vind ik wel bijzonder.

De film heeft in de titel “Djangan Loepah!” oftewel “Niet vergeten!” Wat moeten we vooral niet vergeten?

MW – Men moet lering trekken uit wat er gebeurd is met ons, vind ik. Er werd niets tegen ons gezegd toen we aankwamen, en er is ook nooit iets aan de Indische mensen zelf gevraagd. De jongere generatie moet hier kennis van nemen en van leren. Jongeren zijn tegenwoordig al veel mondiger en komen meer voor zichzelf op. Het was goed geweest als mensen dat toen meer hadden gedaan.

HN – Er werd inderdaad erg slecht gecommuniceerd vanuit de overheid. Dat is vrij kwalijk en een dergelijk gebrek aan communicatie leidt al snel tot veel onbegrip. Overigens is het stukje “Djangan Loepah!” in de titel de naam van een boekje die Indische Nederlanders kregen bij aankomst in Nederland. Er stonden allerlei lessen in over de Nederlandse cultuur en gebruiken. Ondanks de ongetwijfeld goede bedoelingen een voorbeeld van hoe het niet moet.

Wat voor reacties hoopt u te krijgen op de film?

HN – Ik ben vooral erg benieuwd naar de reacties van mensen uit de Indische gemeenschap. Daarvoor heb ik de film in eerste instantie gemaakt. Maar de film is ook heel relevant voor andere Nederlanders, omdat het zoals gezegd een belangrijk stuk van de Nederlandse geschiedenis is. Ik hoop daarom dat mensen massaal gaan kijken en dat het kijken van de film leidt tot meer kennis en begrip.

Tijdens het Nederlands filmfestival in Utrecht (van 24 september tot 3 oktober 2008) is “Contractpensions – Djangan Loepah!” te zien op zondag 28 september om 14.00 uur Rembrandt 3 (première) en op dinsdag 30 september om 20.00 uur in Hoogt 2. Vanaf 11 januari 2009 zal de film draaien in verschillende filmhuizen in Nederland. Klik hier door naar de website van de film.