Indisch3.0: er zit muziek in jaar drie

Deze maand begint Indisch 3.0 aan zijn derde jaar online. Dat betekent feest én vernieuwing. In deze post kijken we terug, vooruit en vragen we jou, onze bezoekers, naar je favoriete Indo-muzikant. Want ook dit jaar willen we je weer boeien met vrijzinnige, verrassende en vernieuwende posts.

De enige echte Indische feestmaaltijd: nasi koening. Foto: www.roysrecepten.nl

Het bezoekersaantal is verdubbeld en, ook al zijn er dagen geweest dat de redactie heeft zitten vloeken op de internetprovider (de server kon de piek in bezoekers niet altijd aan): we kijken terug op een goed jaar. De uitbreiding van de redactie heeft gezorgd voor grotere variëteit in soort posts, de insteek ervan en de bezoekers. De top-5 van berichten laat zien waar jullie aandacht het meeste naar uitgaat:

1. Eten! De digitale rijsttafel en Mijn moeder kookt veel beter zijn ongekend populaire artikelen.
2. Symbolen. Op zoek naar symbolen voor Indo’s staat een jaar na publicatie nog steeds bovenaan.
3. Identiteit. De Indotiteit-crises, met name deel 2, waren goed voor enorme discussies op Indisch3.0.
4. Wilders. Het artikel over Wilders’ wortels heeft de meeste  bezoekers op één dag gegenereerd.
5. Indo’s nu. De serie Jonge Indo’s in de provincie, die deze maand afloopt, trok de aandacht van duizenden bezoekers.

Maar goed, met een beetje zelfgenoegzaam terugkijken kom je niet ver. Dus we gaan er wederom volop tegenaan. Om te beginnen staan we in 2010 maar liefst twee keer op de Tong-Tong Fair in mei, op het Haagse Malieveld. Verder kunnen jullie dit jaar een verrassende, eigentijdse webtvserie verwachten, die we gaan uitzenden vanaf  ons YouTube kanaal www.youtube.com/indisch3. In mei beginnen we bovendien met twee series die aansluiten bij de interesses van onze bezoekers: eten en muziek.

Waylon of toch liever iemand anders? Foto: www.zakensocieteit.nl

Daarvoor hebben we jullie mening nodig. In mei verschijnt de eerste aflevering van Jonge Indo in de muziek als opvolger van de provincie-reeks. De redacteuren hebben voorkeuren genoeg. Zo stonden Charlie en Kirsten al bijna met elkaar in de ring over wie Waylon en Dinand mocht gaan interviewen. Om een beetje eerlijke verdeling te maken, vragen we jou om raad. Ken jij een jonge Indo in de muziek die jij op Indisch3.0 wil zien? Mail zijn of haar naam dan naar redactie@indisch3.nl of tweet naar @indisch3 en vertel waarom jij een grote fan bent.

Net als in de provincie-reeks willen we in 2010 maandelijks de jonge variëteit van onze cultuur laten zien. Daarom gaan we muzikanten ondervragen over hun wortels, identiteit, gevoel voor Indonesië en eetvoorkeuren.

Jaja... eten it is!

Over eten gesproken: vanaf 23 april a.s. staat deze blog een week lang in het teken van de eetvoorkeuren van de Indisch3.0-redacteuren. Want zonder Indisch eten is geen enkel feest compleet.

Oproep: jij met Indisch 3.0 op de TTF 2010?

Alvast voor in je agenda: Indisch 3.0 gaat op de Tong Tong Fair (voorheen Pasar Malam Besar) in Den Haag twee talkshows verzorgen: “Indotiteit onderzocht” (21 mei) en “Maak je eigen rootsreis” (28 mei). Beide talkshows vinden plaats in het Bibit-theater en zijn gericht op jonge Indo’s.

Indo Pride op de Tong Tong Fair in Den Haag - foto Arenda Oomen / Tong Tong Fair

Patrick Neumann host op 21 mei de talkshow ‘Indotiteit’ onderzocht. Bevindingen van Indische studenten. Drie Indische jongeren zijn te gast om te vertellen over hun recente afstudeeronderzoek naar de Indische identiteit en cultuur. Afgewisseld met korte reportages waarin jonge Indo’s op de TTF hun mening geven, verkent Patrick samen met hen en het publiek de uitkomsten hun onderzoeken. Herkennen andere jongeren zich hierin? Wat kunnen we met deze bevindingen?

Ed Caffin praat in de talkshow Rootsreizen op vrijdag 28 mei met verschillende jongeren over de reis die zij maakten naar Indonesië. Hoe was het om in contact te komen met het land dat je alleen nog maar kende van verhalen? Hoe vind je de plekken waar je ouders en/of grootouders geboren zijn? Ook in deze talkshow wisselt Ed  verhalen van de gasten op het podium af met reportages waarin jongeren vertellen over ideeën over een rootsreis naar Indonesië.

Voor Rootsreizen is Indisch 3.0 op zoek naar deelnemers. Ben je Jong & Indo, heb je een rootsreis gemaakt en vind je het leuk om erover te vertellen? Stuur dan nu een e-mail naar redactie@indisch3.nl en geef daarin kort aan wat de rootsreis voor jou betekende en wat voor tip je hebt voor mensen die nog een rootsreis gaan maken. Laat ook even weten hoe oud je bent en waar je woont. Er is plaats voor drie personen.

Komedie Stamboel: Oost-Indische Opera

Stel dat ik rond 1900 in Nederlands-Indië had geleefd. Dan was ik vast Komedie Stamboel-actrice geweest. Deze Indo-Europese theatervorm is me namelijk op het lijf geschreven. Neem een mooi verhaal uit ‘Duizend en één nacht’, bewerk dit tot een toneelstuk in het Maleis, met hier en daar een Nederlands woord, laat ruimte over voor improvisatie en uitwisseling met het publiek, en nodig bevolkingsgroepen uit alle lagen van de bevolking uit. Zie daar: Komedie Stamboel, of Oost-Indische Opera, oftewel Indo-Europees volkstoneel.

Matthew Isaac Cohen's boek over Stamboel. Bron: www.library.ohiou.edu

Auguste Mahieu was de grondlegger van deze theatervorm uit Indië, hij richtte in 1891 een ‘Oost-Indische opera’ op door in Surabaya een woonhuis te huren en om te bouwen tot schouwburgzaal. Hij ging voortvarend aan de slag en bewerkte verhalen als ‘Aladin en de wonderlamp’ en ‘Ali Baba en de veertig rovers’ tot theater.

Succes
Het was een doorslaand succes, die Komedie Stamboel. Er kwamen zoveel mensen op af dat het huis in Surabaya al snel te klein werd, er moest een circustent worden opgezet om al het publiek in onder te brengen. Er volgde een tournee door heel Indië. Nadat Mahieu in 1903 overleed, kreeg hij vele opvolgers. Zo had je bijvoorbeeld het toneelgezelschap ‘Indo’s Komedie Vereeniging De Eendracht’ en ‘Opera Bangsawan’, waarbij Bangsawan ‘afstammend uit een aanzienlijk geslacht’ betekent. In Komedie Stamboel speelden namelijk vaak adellijke figuren een rol.

Istanboel
Auguste Mahieu verbond zijn voorstellingen zo sterk met het oriëntaalse, dat Komedie Stamboel een soortnaam werd voor theater voor het volk uit die tijd. Zelfs als men Europees repertoire opvoerde. Zo trad hij met zijn acteurs op met een rode fez op zijn hoofd, en de naam Komedie Stamboel komt van het woord Istanboel. Er is helaas niet erg veel bekend over deze markante figuur, er schijnt zelfs geen foto van hem te bestaan. Voor de lezers die meer willen weten: in 2006 is een Amerikaanse studie verschenen over de populaire theatervorm: The Komedie Stamboel- Popular Theater in Colonial Indonesia, 1891–1903, door Matthew Isaac Cohen.

Cabaret
Als theatermaker, opgeleid tot kleinkunstenaar, zie ik Komedie Stamboel graag als een van de grondleggers voor het hedendaagse cabaret en de kleinkunst in Nederland. Onderbouwen kan ik dit helaas niet, maar: de gedachte spreekt me aan. Komedie Stamboel was namelijk een combinatie van zang, dans, tekst en spel, en de wisselwerking met het publiek was een vast onderdeel. Vaak werd er geïmproviseerd. Net als in het cabaret in Nederland ontbreekt de ‘vierde wand’ die bij toneel wel bestaat tussen acteurs en publiek, en kan de acteur het publiek direct aanspreken. De parallel met cabaret en kleinkunst is daarom snel gelegd.

Ordinair
Helaas is Komedie Stamboel uitgestorven. Toen in Nederlands-Indië de Nederlandse taal het overnam van het Maleis als meest gesproken taal, raakten de voorstellingen uit de gratie. De theatervorm werd vooral voortgezet door Chinese en Indonesische groepen. Het volkstoneel kreeg een vaudeville-achtig karakter, en sommige Indo’s vonden het maar een ordinaire bedoening. Toch zijn er vandaag de dag in Nederland meerdere pogingen ontstaan om het volkstoneel nieuw leven in te blazen. Er is zelfs een Nederlandse toneelvereniging, Adinda, die zich uitsluitend bezighoudt met Komedie Stamboel.

Krekels
Ik krijg wel een beetje plaatsvervangende heimwee als ik denk aan dat huis in Surabaya waar avond aan avond een gemengd publiek van blanda’s, Indo’s, Chinezen, Hindoestanen, Arabieren, Javanen en Madoerezen op afkwam. Een publiek dat smulde van het orkest bestaande uit ‘piano, drie violen, een fluit, een klarinet, een cornet à piston, een trombone en een contrabas’ en van de zingende en spelende acteurs in ‘frisse costuums’. Waar ik er dan één van was, als ik toen geleefd had. Ik zie voor me dat ik iedere avond om half negen een voorstelling gaf in Surabaya, voor een dampend publiek van luid joelende en fluitende mensen, terwijl buiten de krekels hun eigen concertje weggaven.

Leestips:
Amerikaanse studie naar Stamboel (boek)

Stichting Adinda over Komedie Stamboel (site)

Jonge Indo in de provincie… Flevoland

In het een na laatste interview in de reeks Jonge Indo’s in de provincie… reist Indisch 3.0 af naar Flevoland voor een gesprek met Remco Vereijken (34). Met de eerste voorjaarszon die langzaam naar binnen kruipt en een warme pot thee op tafel vertelt Remco over de weg die hem van een klein dorp in Noord-Brabant naar Almere Haven bracht, zijn leven na het dansen en zijn Indische ‘coming out’.

Fotografie: Natalie Ypma

Om bij het begin te beginnen. Wie is je vader, wie is je moeder?

Mijn vader heet Frans Vereijken en is een Brabander. Mijn moeder, Julia Vereijken-Pleyte is Indische. Ze is in 1952 geboren in Semarang en kwam in oktober 1964 met mijn opa en oma, twee broers en twee zussen met het vliegtuig naar Nederland. Veel meer weet ik eigenlijk niet over mijn Indische familie”.

En jij bent geboren in?

“In Best, een dorpje boven Eindhoven. Ik heb daar tot mijn 19e gewoond”.

Hoe komt een Brabantse jongen vervolgens in Almere terecht?

“Brabant en Almere, ja dat is wel wat anders hè? Rond de tijd dat ik professioneel danser werd besloot ik naar Amsterdam te verhuizen. Ik kon geen huis vinden en kreeg iets aangeboden in Almere. Ik vond het behoorlijk wennen in het begin, maar inmiddels heb ik het erg naar mijn zin. Er is veel groen hier, ik kan lange wandelingen maken met de hond, de mensen zijn vriendelijk en ik heb een heel ruim appartement. Voordat ik hier terecht kwam heb ik eerst een tijd in Tilburg gewoond. Vanuit Best verhuisde ik daarheen om de opleiding theatervormgeving aan de Academie voor Beeldende Vorming te gaan volgen. Dat heb ik niet afgemaakt. Ik bleek meer geïnteresseerd te zijn in het theater zelf, dan het ontwerpen van decors. Uiteindelijk koos ik voor een vak waarmee ik zelf op het podium kon staan.”

Remco Vereijken (34)

“Doordat een vriend werd aangenomen op de Dansacademie kwam een oude droom terug: danser worden. Al vanaf dat ik me herinner wilde ik dat, ja, toen ik zes jaar was eigenlijk al, grappig he? Maar ik werd daar thuis nooit in gestimuleerd. Ik was met een andere opleiding bezig, was 22 of 23 en dacht: ik ben al te oud voor een dansopleiding. Die vriend was 27 en werd toch aangenomen. Dat was het moment om het ook te proberen. Ik besloot auditie te doen voor musicaltheater aan de Dansacademie en werd aangenomen”.

Je droom kwam uit?

“Ja eigenlijk wel. Na twee jaar dansacademie werd ik aangenomen voor de Dinnershow 2000. Dat was geweldig. Ik was toen ineens professioneel danser”.

Hoe was het om professioneel danser te zijn?

“Het was een geweldige tijd! Ik heb écht van alles gedaan. Een aantal jaar heb ik deel uitgemaakt van het Holland Show ballet, waar ik mijn vriend Gerhard ook heb leren kennen. We vlogen vaak met het hele dansgezelschap naar verschillende Europese locaties om een show te doen. Ook heb in verschillende producties gestaan in de Nederlandse theaters: 2nd Street, Barcelona, Hello Dolly!, maar ook in Ahoy bij de show van Frans Bauer. Haha! Meestal in het ensemble, maar omdat ik redelijk een beetje kon zingen werd ik ook aangenomen als zanger en danser in Wonderlijke Efteling Show en Pietje Bell en kreeg ik kleine rollen in musicals zoals Alladin en Junglebook. Mijn laatste producties waren Jeans en Assepoester. Toen was het tijd voor een volgende stap. Professioneel danser is een lastig bestaan. Elk jaar opnieuw auditie en als je voor een seizoen werk hebt, is het onzeker of je het jaar erna aan de slag kunt. Gelukkig lukte dat steeds, maar op een gegeven moment voelde ik dat het tijd was iets anders te gaan doen”.

En dat werd?

“Tja, dat was wel even zoeken. In het begin had ik geen idee wat ik wilde doen. Ik heb maar wat geprobeerd: werken in een sportschool en als suppoost in een museum. Kon ik aan de slag in het horecagedeelte van een Spa- en Wellness centrum. Daar werk ik nog steeds. Sinds kort doe ik ook Löyly–behandelingen in de sauna. Heel leuk om te doen. Uiteindelijk zou ik iets voor mezelf willen beginnen op horecagebied. In ieder geval service gericht”.

Remco met zijn hond

Mis je het dansen?

“Nee, eigenlijk niet. Ik heb een fantastische tijd gehad, maar ik was toe aan iets anders. Ik heb geweldige herinneringen, maar het is goed zo”.

Met de gemeenteraadsverkiezingen net geweest kan ook een vraag hierover niet ontbreken. De PVV is de grootste partij geworden in Almere. Hoe kijk je daar tegen aan?

“Hm, dat vind ik wel moeilijk hoor… Ik merk niet zoveel van de problemen en de onvrede die een deel van de mensen hier heeft. Daar sta ik misschien toch te ver van af. Ik weet ook niet precies wie die mensen zijn. Er zijn veel verschillende culturen op straat in Almere en dat maakt de stad voor mij bijzonder. De PVV gebruikt grote woorden, en ik ben benieuwd wat daar uiteindelijk van terecht komt. Ja, ik vind het ook wel spannend eigenlijk”.

Als ik tot slot wat meer vertel over Indisch 3.0 en een korte impressie geef van wat je op de site zoal aantreft, is het Remco die enthousiast vragen gaat stellen. Hij is verrast over de manier waarop “het Indische” leeft, ook bij de jongere generatie. Bij hem is dat pas kort geleden begonnen.

Hoe komt het dat je daar de laatste tijd meer mee bezig bent?

Ik heb een aantal Indische en Indonesische collega’s en op een gegeven moment raakten we over onze gedeelde achtergrond in gesprek. Gek genoeg was ik er nooit zo mee bezig. Het was vanzelfsprekend, niet iets waar ik me heel bewust van was. Ja, we aten vroeger 5 dagen in de week rijst en bepaalde dingen gingen anders dan in andere gezinnen. Verder wist ik niet veel. Maar inmiddels vind ik mijn Indische achtergrond toch wel iets bijzonders dat bij me hoort”.

Een soort “coming out”?

Hahaha, leuk hoe je dat zegt. Misschien wel ja. Ik ben nieuwsgierig geworden en moet bijvoorbeeld maar eens iets Indisch leren koken, dat kan ik niet… Als je over een paar jaar nog eens terug komt sta ik hier misschien wel elke dag in batikkleding sateetjes te roosteren!”

Voor het laatste interview in deze serie gaat Kirsten naar een jonge Indo in de provincie Overijssel. Het artikel verschijnt in april op deze site, samen met info over een nieuwe interviewreeks.

Patrick Neumann a.k.a. Failure 3.0

Ik wilde dit stukje beginnen met een godslasterlijke vloek, maar zo begint het boekenweekgeschenk helaas al en plagiaat is wel het laatste waar ik op zit te wachten. Het gaat sinds kort namelijk niet zo goed met mij. Ik dacht dat ik inmiddels alles, maar dan ook alles uit de kast getrokken had om van mijzelf een Echte Indo (in hart en nieren) te maken. En ik ben ver gekomen. Tot vorige week.

Failure 3.0

De zoektocht naar mijn eigen Indoschap begon met het veilig tikken van verhaaltjes, maar dat maakte het beest in mij los en ik kreeg de smaak te pakken. In de keuken, zonder Conimex, in mijn Super Indo t-shirt (of was het I love Indo?) was ik, a.k.a. The Blue Lonny, er helemaal klaar voor. Met Anneke Grönloh al brandend zanderig op de achtergrond begon ik te bouwen aan mijn spekkoek, laagje voor laagje. Vloekend, tierend en briesend ging ik tekeer. Mijn eigen ‘kroepoekje’ kon mijn geklieder nauwelijks aanzien. Maar het lukte: de eerste perfecte Patrick Neumann-spekkoek was geboren.

Ik ging door. Ik verslond stapels boeken en artikelen over ONZE geschiedenis. Ik worstelde me door e-mails van hulpbiedende Indo’s. Zelfs over mijn hyves-profiel goot ik een pindasausje. Passies: Alles dat Indisch is! Muziek: Krontjong. Boeken: Geschiedenis. Films: Gordel van Smaragd, Ver van Familie, Oeroeg. Eten: Indisch!!! Helden: Martin Schwab, Willem Nijholt. Toen ik op onze trouwdag met de Wajangpoppen van mijn ouders voor de deur stond, vond mijn vrouw het wel welletjes. Dagenlang hebben wij (op z’n Indisch) gezwegen en elkaar geen blik of woord waardig gegund. We zijn weer on speaking terms gekomen, maar uiteindelijk is alles zinloos geweest.

Want vorige week gebeurde het, de mokerslag, nee, de Catastrofe.

Kroepoekje en ik kregen vrienden te eten. Tijdens de koffie riep ik: ‘Willen jullie misschien met mij mee naar de Tong Tong Fair?’ Iedereen, behalve Kroepoekje, reageerde enthousiast. Terwijl ik al online kaarten aan het bestellen was, vroeg een vriendin me: ‘Goh, waar in Nederlands-Indië is jouw vader geboren? Heb je een atlas?’ Kroepoekje liep naar de kast en pakte de atlas. En toen kwam het. De vriendin vroeg:

‘Patrick, waar komt jouw vader vandaan?’

‘Nieuw-Guinea’.

Meteen kreeg ik de atlas onder mijn neus gedrukt.

‘Waar dan precies?’

Met mijn mond vol tanden zat ik daar, met de atlas in mijn hand, door de mand gevallen, volledig ontmaskerd. Ik wist het gewoon niet. ‘ Je weet toch wel waar je vader vandaan komt? Je weet toch wel waar je roots liggen? Hoe kan je voor een Indische website schrijven als je niet eens weet waar je vader vandaan komt?’ Ze had natuurlijk groot gelijk. Wat nog veel erger is: ik heb er nooit bij stil gestaan om het mijn vader te vragen. Het is niet eens desinteresse, omdat ik er dan bewust voor kies om het niet te vragen. En het is ook niet dat ik het niet durf. Was dat het maar, dan had ik tenminste een smoes. Nu heb ik niets. Pas begonnen en nu al gefaald in mijn zoektocht

We zijn nu een week verder. Ik heb mijn vader inmiddels twee keer gesproken, maar het niet gevraagd. Hallo, ik ben Patrick Neumann, a.k.a. The Blue Lonny, a.k.a. Failure 3.0. Iemand belangstelling in een Wajangpop?

De I-factor

door Charlie Heystek en Willem-Jan Brederode

Naast moeders die opgroeiden in Nederlands Nieuw-Guinea, delen Charlie en Merah nog een overeenkomst. Beiden hebben een Indisch uiterlijk met Noord-Europese kleuren en een palet aan sproeten. Hierdoor is het vaker  regel dan uitzondering dat we op het eerste niet herkend worden als Indisch. Vertellen we het , dan krijgen we, na een korte observatie, een instemmende blik en voelen we een ‘klik’. Wat is dat gevoel van onderlinge verbondenheid?

Een paar jonge Indo's uit de Indisch3.0-provinciereeks

Een Indisch uiterlijk bevat iedere mogelijke uiting van een eeuwenlange vermenging van Europese en Indonesische genen. Dit betekent dus een oneindigheid aan Indische gezichten. Hierdoor  worden dagelijks vele Indo’s herkend als puur Aziaat, neger, Arabier, Zuid-Europeaan of als doorsnee Belanda. Enerzijds heeft dit te maken met het beeld dat mensen hebben van een Indo in Nederland. Omdat toch voor vele mensen het nog steeds onduidelijk is wat Indo’s eigenlijk zijn, denkt men bij Indische mensen aan het clichébeeld van kleine, donkere Indonesiërs die met een gevlochten hoed door rijstvelden jakkeren. Overigens, niet alleen Nederlanders, maar ook Indonesiërs delen ons zwart-wit in. Of beter gezegd, bruin-wit; donkere Indo’s horen bij hen, lichte of blanke Indo’s horen bij de ‘bulehs’.

De meeste Indo’s herkennen ons ondanks het Europese uiterlijk vaak direct als een van hen. Maar er zijn ook Indo’s die het niet direct doorhebben. Wanneer je ze vertelt dat je Indisch bent, zie je ze een nanoseconde denken en vervolgens herkennen ze je op een haast mystieke, onverklaarbare manier. Bovendien: er is direct een gevoel van onderlinge verbondenheid. Die klik die los staat van alleen uiterlijke herkenning. Komt het door bekende gebaren, omgangsvormen, bewegingen en woordkeuzes? Wij denken dat het de I-factor is.

Zodra het codewoord ‘Indisch’ is gevallen en de I-factor vastgesteld, krijgt het gesprek een diepte die eigenlijk alleen voorkomt tussen mensen die elkaar al jaren kennen. Zo is het geen zeldzaamheid dat oudere Indische mensen vertellen over ‘vroeger’ en zonder schaamte hun emoties daarbij de vrije loop laten. Jongeren met de I-factor voelen die onderlinge band ook en vertellen vaak als eerste over het gebrek aan herkenning door niet-Indischen.

Het uitleggen van de I-factor aan buitenstaanders is vrijwel onbegonnen werk. Hoe leg je een gevoel uit dat niet slechts een gevoel is? Het is niet zo simpel als ‘vlinders in je buik’. Het is een gevoel dat uit meerdere factoren en aspecten bestaat. Herkenning, sfeer, naadloos begrip en een connectie. De herkenning van ‘iets’ van jezelf in een ander. Die onderlinge verbondenheid brengt een bepaalde sfeer met zich mee, een soort gezelligheid, ‘senang’. Het begrip is groot omdat je dingen van de ander makkelijker kunt verklaren dan bij niet-Indischen. En dat alles vormt een dusdanige connectie die de I-factor is. Voel je ‘t ook?

Indische Titaantjes!

Indische Titaantjes!

Zijn er ook Indische Titaantjes, vroegen wij ons af. Vanaf 10 maart is het namelijk weer Boekenweek. In de Moesson van maart vertellen Ed Caffin en ik al over onze favoriete Indische boeken: Goena Goena en De Stille Kracht. Die hebben alleen niets te maken met het thema van de 75e Boekenweek: “Het kind, de jeugd, de jongere.” De CPNB heeft dit gebaseerd op een  novelle van Nescio, Titaantjes (en ik beken, ik heb haar niet gelezen), over het verliezen van de idealen uit je jeugd.

In het Boekenweekmagazine staat een uitgebreid overzicht van boeken over het thema, van De vanger in het graan (wat klinkt dat absurd in het Nederlands!) van J.D. Salinger tot Christiane F. van Kai Hermann & Horst Rieck. Het enige Indische boek dat erin genoemd wordt is Indische Duinen van Adriaan van Dis. Wij verzamelden daarom voor jullie: Indische Titaantjes!, in willekeurige volgorde. Wie vult aan?

Matabia (Bloem)
Matabia (Bloem)

1. Matabia/ Marion Bloem (1990)
Kinderboek van Marion Bloem waarin Sylvia, tijdens een lange donkere nacht op haar kleine broertje en zusje moet passen. Het huis is vol enge geluiden: de trap kraakt, de koelkast kreunt. op zolder sluipt een inbreker rond. het ritselt in de kelder… Het is doodeng totdat Sylvia besluit haar matabia te zoeken. Die zal haar beschermen en dan kan er niets meer gebeuren.

Bestel de voorlees-CD

Tjon (Holman)

2. Tjon/ Theodor Holman (2007)
Tjon is het verhaal van een Indische jongen die overeind probeert te blijven in een omgeving vol leugens en gevaar. Hij is speelbal van treiterijen van zijn oudere broer Joost, heeft een vader die kampt met de spoken uit het verleden van zijn Japanse gevangenschap en een moeder die hem beschermt hem met haar sussende liefde.

Bestel het boek

Oeroeg (Haasse)

3. Oeroeg/ Hella Haasse (1948)
De vriendschap tussen een Indonesische jongen, Oeroeg, en de zoon van een Nederlandse administrateur in het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse jongen keert na een studie in Delft terug in het Indië dat nog net geen Indonesië is geworden en merkt dat hun verwijdering is uitgegroeid tot een kloof.

Bestel de Nederland-Leest-editie

Nathan Sid (Van Dis)

4. Nathan Sid/ Adriaan van Dis (1983)
De familie Sid leeft in een repatriantenhuis aan zee, met afgedankte meubelen, Rode Kruis-dekens, Indische mensen, Maleise woorden en Oosterse geuren. Adriaan van Dis (1946) groeide op in eenzelfde huis in Bergen aan Zee, met zijn drie Indische halfzusjes, vader, moeder en enkele andere repatriantenfamilies. Nathan Sid is gebaseerd op Van Dis’ eigen jeugdherinneringen. De novelle kwam voort uit een kookrubriek in NRC Handelsblad, waarin de auteur schreef over de maaltijden van vroeger: de Hollandse aardappels van zijn moeder versus de Indische rijsttafels van zijn vader.

Bestel het boek

Bestel de luistercd

Kind in Surabaja (Van Dort)

5. Kind in Surabaja – Indische herinneringen/ Wieteke van Dort (2003)
Het verhaal speelt zich af in 1948-1949, het naoorlogse jonge Indonesië. Het ademt de sfeer van het authentieke Nederlands-Indië, waar velen nog zo’n heimwee naar hebben. Wieteke van Dort verplaatst zich in haar eigen kleutertijd en verwondert zich over de warmte, de schoonheid, en de zuiverheid van haar geboorteland. Met oude familiefoto’s en zelfgemaakte pentekeningen.

6. Menno’s Indisch-prentenboek : uit het dagelijksche Indische leven van het Indische kind : met versjes voor de jeugd (1924)

Menno's prentenboek

Blanke kinderen worden door baboe gewassen, ze rijden naar de passar, bezoeken de toko Chinees, de kebon haalt water, de auto gaat naar de garage, de kinderen spelen met de oude huisboy, een bruin en een wit kindje zitten bij een po, ze gaan paardrijden in de bergen, zien een koelie sjouwen, eten rijst en gaan slapen. Tot slot gaan ze op verlof naar Holland en baboe gaat mee.

Indië vaarwel (Schomper)

7. Indië vaarwel/ Pans Schomper (1994)
Biografie over de eerste twintig levensjaren van Schomper in het voormalig Nederlands Indië (Indonesië) waar het leven paradijselijk was, totdat de Tweede Wereldoorlog, met de komst van de Japanners, zijn leven in een volkomen chaos veranderde.

Bestel het boek

Bestel de luistercd

Hoezo Indo live

In de Moira-zaal in Utrecht hebben vanavond tientallen Indo’s en Nederlanders de lancering gevierd van een nieuwe website voor Indische jongeren: Hoezo Indo.  Nieuwsgierig naar de insteek van dit platform, namen Charlie Heystek en ik de uitnodiging aan om erbij te zijn.

De Hoezo Indo-crew

Na het bekijken van een fotopresentatie over de vier Hoezo Indo’s, luisterden we hoe gastheer Hugo Loomeyer hen naar hun achtergrond en motieven voor dit initiatief vroeg.  “We willen een eigentijds platform voor jonge Indo’s zijn,” lichtte 27-jarige Monique van de Laar toe. Denise Lappain (29), in verwachting van de vierde generatie, voegde hier aan toe: “Wat gaan wij onze kinderen meegeven van onze cultuur? Daarom ben ik op dit idee gekomen.” Met behulp van een filmpje, waar Armando Ello (29) tot in de late uurtjes aan had gewerkt, vond vervolgens de symbolische lancering plaats: “Hoezo Indo is LIVE!”. Hoezo Indo-webbie Marcel Jansens (32) zal opgelucht ademgehaald hebben.

Gastheer Hugo Loomeyer, met op de achtergrond Armando Ello

Hoezo Indo zal maandelijks artikelen, reportages en recepten publiceren. Sponsors zijn al present, de eerste artikelen staan online en ook op Twitter zijn de Hoezo Indo’s flink actief. Neem zelf een kijkje op www.hoezoindo.nl of volg ze via Twitter op http://twitter.com/hoezoindo. Denise, Moniue, Armando en Marcel: heel veel succes en we zijn benieuwd naar jullie postings!

Tijd voor een Indisch politiek geluid?

Een gevallen kabinet, gemeenteraadsverkiezingen en Tweede Kamerverkiezingen in juni: de eerste helft van dit jaar staat bol van de politiek. Onderwerpen als economie, veiligheid, maar vooral integratie zullen het maatschappelijke debat domineren. Nog niet eens zo heel lang geleden was er een “Indisch geluid” in de politiek te horen. Zou zo’n partij weer bestaansrecht hebben?

De VIP (2002). Bron: www.verkiezingsaffiches.nl
Verkiezingsaffiche van de VIP uit 2002. Bron: www.verkiezingsaffiches.nl

De enige Indische politieke partij die ooit de geschiedenisboeken heeft gehaald was de Vrije Indische Partij. De VIP wilde spreekbuis worden in Den Haag voor de Indische gemeenschap, die al jaren vergeefs streed voor onder andere rechtsherstel en reparatie van de AOW-uitkeringen en pensioenen. Vanaf de oprichting in 1994 probeerde de VIP parlementaire invloed te krijgen. Nadat het hen in drie opeenvolgende verkiezingen niet lukte in de Tweede Kamer te komen, besloot de partij zichzelf in 2006 op te heffen.

Sowieso zijn er maar weinig Indische partijen die politiek een vuist hebben gemaakt. In Nederlands-Indië ontstonden rond de eeuwwisseling enkele Indo-Europese belangenorganisaties. In beperkte mate waren die politiek  van aard. De enige echt politiek te noemen organisatie was het in 1919 opgerichte Indo-Europees Verbond. Het IEV streefde naar eenheid onder en emancipatie van Indo-Europeanen in Indië. Prominente leiders waren o.a. Karel Zaalberg (1873-1928) en Frederik Hermanus De Hoog (1881-1939).

Het IEV vertegenwoordigde de Indo-Europese bevolkingsgroep in de Volksraad in Indië. Dit was een volksvertegenwoordiging in de kolonie die in 1916 was opgericht, in reactie op aanzwellende kritiek dat het beleid vervaardigd werd in Den Haag. De raad, die  in eerste instantie alleen adviesrecht had, werd deels gekozen door vertegenwoordigers van bevolkingsgroepen en deels benoemd door de Gouverneur Generaal.

De Volksraad was, in tegenstelling tot diverse opkomende belangenorganisaties, het eerste orgaan dat politieke invloed kon uitoefenen op het centrale gezag in Nederlands-Indië. Gaandeweg kreeg de raad, waarbinnen de IEV een invloedrijke partij was, meer invloed en rechten en het ontwikkelde zich in de twintiger jaren als een essentieel onderdeel in de zogeheten ontvoogding van Nederland. In het eerste jaar van de Japanse Bezetting werd de Volksraad ontbonden. Het IEV ging verder als een Indo-Europese belangenbehartiger in Indonesië, en is uiteindelijk wegens gebrek aan achterban opgeheven.

Na de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende repatriëring ontstonden verschillende Indische belangenbehartigers in Nederland. De nadruk kwam nu te liggen op gebeurtenissen tijdens en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Het moest tot halverwege de jaren negentig duren voordat er in Nederland een serieuze poging kwam om deze belangen op de hoogste politieke agenda te krijgen, met een Indische vertegenwoordiging in de Tweede Kamer. Ondanks dat de Indische gemeenschap ongeveer 5% van het electoraat hier vertegenwoordigde, lukte het tot drie keer toe niet om een kamerzetel te bemachtigen.

Het verdwijnen van de VIP in 2006 markeert naar mijn mening het definitieve einde van een volksvertegenwoordiging voor Indische belangen. Omdat de politieke speerpunten van het Indische geluid in parlementair Den Haag direct gekoppeld waren aan de eerste generatie, heeft het nobele streven naar uitkeren van de tegoeden en naar eerherstel, hoe spijtig ook, weinig relevantie meer voor volgende generaties. In de regel gaan politieke partijen uit van een aantal ideologische beginselen waar een groep mensen zich door vertegenwoordigd ziet en niet van het belang van een bepaalde etnische of culturele bevolkingsgroep.

Ik heb niet de indruk dat de derde en vierde generatie Indische Nederlanders haar gemengde culturele identiteit politiek vertegenwoordigd wil zien. Bij de jongere Indische generaties is ook geen behoefte (meer?) aan maatschappelijke emancipatie, zoals dat bij eerdere generaties wel het geval was. De Indische cultuur en identiteit lijkt mij dus onvoldoende fundament voor een nieuw Indisch politiek initiatief. Kortom, Indische politiek behoort voorgoed tot de geschiedenis.