Tastbaar Verleden in het hier en nu

Nederlands-Indië is hip in Indonesië. Wat is er aan de hand?

Aankomende dinsdag ben ik te gast als spreker op een avond over culturele identiteit en herwaardering van gezamenlijk erfgoed van Nederland en Indonesië. Een programma georganiseerd door Stichting Tastbaar Verleden en de Nederlands-Indië Tafel, Geschiedenis Tafel en de Kunst en Cultuurtafel van de Koninklijke Industrieele Groote Club met vier sprekers over artistieke inspiratie en persoonlijke verhalen – en natuurlijk een heerlijke rijsttafel.

De avond is de aanloop naar een grote kunstmanifestatie in 2015 in Nederland èn Indonesië. Dat jaar is het zeventig jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dat de republiek Indonesië werd uitgeroepen. In dit toekomstige herdenkingsjaar zullen tien Nederlandse en tien Indonesische hedendaagse kunstenaars (beeldend kunstenaars, filmers, schrijvers, theatermakers, dichters, componisten etcetera) met nieuw werk reflecteren op het breukvlak in een gedeelde geschiedenis. Centraal staat daarbij de vraag wat de invloed van deze gedeelde historie is op hun identiteit.

Een gedeelde geschiedenis
Deze gedeelde historie is precies waar ik het over wil hebben dinsdagavond. Er kan veel gezegd worden over het (voort)bestaan van een Indische identiteit bij de jongere generaties Indo’s. Zoals de stichting het formuleert in de aankondiging: “Tweede en 3e generatie Indische Nederlanders worden zich steeds meer bewust van hun persoonlijke identiteit en erfgoed van ouders en grootouders. Met het vergrijzen en verglijden van de eerste generatie verdwijnt ook de mondelinge overlevering in rap tempo.”

Ik ben niet bang voor het verdwijnen van het Indische.

Toch ben ik niet bang voor het verdwijnen van ‘het Indische’. De mondelinge overlevering van geleefde herinneringen (van ervaren gebeurtenissen) zullen verdwijnen. De laatsten van de eerste generatie, onze grootouders, zullen er niet meer zijn om het na te vertellen. Maar als we goed hebben geluisterd, en tussen de regels door hebben gelezen, is er een hoop wat we weten. En dan is er nog de tweede generatie, onze ouders, om de verhalen door te geven. Een kanttekening is dat zij het niet zelf hebben ervaren, en er meer ruis is. Maar de ruis is er altijd al geweest.

Ook geleefde herinneringen zin sterk gekleurd door de persoon die het verteld, door trauma, door zeer uiteenlopende persoonlijke situaties, door het bagatelliseren van ongemak. Ondanks dat heeft de eerste generatie een gezamenlijk verleden overgedragen. Hetzij gekleurd, maar welke (post-)herinnering is dat nu niet? Ook nostalgie is gekleurd door een roze bril, maar daardoor niet minder waar.Ook met het wegvallen van de eerste bron hebben we een gedeelde historie. Dat weten we, nu moeten we ervoor zorgen dat we het niet vergeten, en herinneren in het hier en nu.

Nostalgie is gekleurd door een roze bril.

Ons gezamenlijke erfgoed: een trending topic in Indonesië en Nederland
De andere drie sprekers zijn:
Hans Goedkoop, historicus, schrijver en TV presentator van o.a. Andere Tijden en bestuurslid van de Stichting Tastbaar Verleden vertelt over zijn boek ‘De Laatste Man’, het verhaal van zijn grootvader, generaal-majoor Van Langen, de man die in 1948 Soekarno arresteerde.
Ben de Vries, senior beleidsmedewerker van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, vertelt over het hedendaags gebruik in Indonesië van gedeeld erfgoed.
Bo Tarenskeen, toneelschrijver, acteur en filosoof, over het Nederlands-Indische perspectief als “condition humaine”.
Dinsdag 10 september 2013 om 18.00 uur
KIGC, Dam 27 in Amsterdam.

Programma:

18.00 uur Borrel en ontvangst
18.45 uur  Presentaties

Voor niet-leden van Koninklijke Industrieele Groote Club:
Als je op deze bijzondere avond aanwezig wilt zijn dan ben je van harte welkom. Stuur dan een e-mail naar Marga Bosch (mgbosch@smartartvise.nl). Geef dan de namen van die personen op samen met zijn/haar e-mail adres voor de bevestiging vanuit de IGC. De borrel en de rijsttafel zijn op eigen rekening.

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.

Film Soegija boeit

Aankondiging Soegija

Indonesische herinneringen aan de dekolonisatie

Op het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) draaide dit jaar een film die ik moest zien: Soegija van regisseur Garin Nugroho, over het leven in Indonesië tussen 1940 en 1949. Uniek is dat we kunnen zien hoe deze periode vanuit Indonesisch perspectief wordt verteld. En waar ik in het bijzonder in geïnteresseerd ben: hoe zouden wij Indo’s in Soegija naar voren komen?

Soegija gaat over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands-Indië tussen 1940 en 1949. Deze verhalen komen uit de memoires van de eerste Indonesische bisschop: Albertus Soegijapranata.

Oorlog
De film start in het nog koloniale Nederlands-Indië van 1940 en eindigt in 1949, waarin Nederland Indonesië als onafhankelijke republiek erkent. De Indonesische verpleegster Maryam wordt gekweld door het verlies van haar broer, de oorlog en de irritante versierpogingen van de Hollandse Hendrik. Een – Nederlands sprekende – Chinese familie valt uit elkaar doordat Japanners de mooie moeder meenemen naar het kamp.

De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.
De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.

Geflipt
De menselijke kant van de keiharde Japanse officier Nobuzuki komt naar voren door zijn verlangen naar huis. En dan heb je de Nederlanders. Hendrik is een vrij naïeve fotograaf die de oorlog vastlegt en moeite heeft met het onrecht om hem heen. Robert is een megalomane, geflipte militair die af en toe zomaar Indonesiërs afranselt of neerschiet. Door de verhalen heen, luisteren we naar de overpeinzingen van de bisschop Soegijapranata, die zich als een ware leider opoffert voor zijn volk.

Indo’s
Maar waar zijn de Indo’s? Misschien was het te ingewikkeld om dat Indische perspectief er bij te halen. Misschien heeft die bisschop helemaal nooit over Indo’s in zijn memoires gesproken. Of misschien zijn ze ons gewoon vergeten. Hoe dan ook: in Soegija zijn er geen Indo’s.

De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.
De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.

Campur
Toen ik de assistent regisseur na afloop uitlegde dat wij de derde generatie Indo’s zijn en of het klopt dat ik geen Indo’s heb gezien, begreep hij in eerste instantie mijn vraag niet. Toen iemand ‘Indo campur!’ riep, begreep hij mijn vraag beter, en legde hij uit dat de film maar een korte periode bestrijkt, dus dat ze niet alle perspectieven konden laten zien.

Medeplichtig
We zijn gewoon een onhandig displaced volkje. En tja wat denken we eigenlijk? Dat Indonesiërs nog weten wie wij zijn? Ik voel dat ik het ergens wel graag zou willen. Maar ik voel me er ook ongemakkelijk bij. Want hoe je het ook wendt of keert, Indo’s hebben het koloniale systeem in Nederlands-Indië mede mogelijk gemaakt. We waren handlangers van de belanda’s. En waren wij niet reuze blij met onze Europese status? Wij zijn medeplichtig geweest.

Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR (foto: Angelo Vodegel 2013)
Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR
(foto: Angelo Vodegel 2013)

Indonesisch perspectief
Dus ja, kasian voor ons, deze film gaat niet specifiek over onze struggle. Maar, als je de kans hebt moet je deze film wel gaan zien. Ten eerste is het werkelijk een verademing om een keer vanuit Indonesische perspectief een film over het koloniale verleden te zien. Ten tweede is dit de eerste film over Nederlands-Indië, die voor mijn gevoel een realistisch beeld gaf van het straatbeeld, de kleding en de verhoudingen Europeaan – Indonesiër in deze periode.

Aarde der mensen
De geruchten gaan dat in de nabije toekomst het boek Bumi Manusia (Aarde der mensen) van Pramoedya Ananta Toer verfilmd gaat worden. In dat boek wordt de Indo veelvuldig beschreven, dus dan kunnen we onze lol op. Tot die tijd hoop ik dat Soegija in de Nederlandse bioscopen komt, want ik wil ‘m nog een keer zien.

Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

PhotoFriday #3: Wim Manuhutu over Sinterklaas

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

‘Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van Nederlands’

Deze PhotoFriday #3 bespreekt historicus Wim Manuhutu de Sinterklaasviering in Nederlands-Indië. De gekozen foto komt uit de collectie van het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum. Deze foto’s komen uit albums die zijn gevonden door Nederlandse militairen in verlaten huizen vlak na de oorlog. Nu, meer dan zestig jaar later, worden deze overgebleven albums gedigitaliseerd en zullen binnenkort online te bekijken zijn.

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum
Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

Europeanen vieren feest
In de aanloop naar pakjesavond op 5 december hebben we alvast deze foto van een Sinterklaasviering bemachtigd. Indisch 3.0 vraagt zich af wat de betekenis van het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indië was. En door wie werd dit feest gevierd? Historicus Wim Manuhutu legt uit: ‘We zien hier inderdaad een Sinterklaasfeest. Dat roept meteen vragen op. Je zou zeggen dat het in een sociëteit moet zijn geweest. Waarschijnlijk in de jaren ’30 of ’40 van de vorige eeuw. Het gaat hier om mensen uit de Europese klasse. Je ziet voornamelijk blanke kinderen, maar hier en daar ook Indische kinderen. Er is rechts een wat donkerder jongetje. Is dat een wat donker uitgevallen Indo? Of misschien een Indonesische jongetje, bijvoorbeeld een Molukker? Het kan zijn dat hij etnisch misschien niet Europees was, maar dat zijn ouders door middel van opleiding en werk zich lieten gelijkstellen met een Europeaan en daardoor hogerop de sociale koloniale ladder zijn geklommen.’

Sinterklaas als statussymbool
‘Sinterklaas is een ritueel dat vanuit Nederland naar Nederlands-Indië is gebracht en liet zien uit welk sociaal milieu je kwam. Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van het Nederlands, naar Europese scholen gaan en Europese kleding dragen. Het was een manier om je te onderscheiden en afstand te nemen van de inheemse cultuur. De foto laat zien wie er eigenlijk bij hoorde in de koloniale samenleving van Nederlands-Indië, en wie niet. Foto’s zoals deze zijn een weerspiegeling van de manier waarop de maatschappij was georganiseerd. Tegelijkertijd zijn deze foto’s niet onschuldig. De foto toont een culturele praktijk dat een onderdeel uitmaakte van het koloniale systeem.’

Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons
Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons

Zwarte Piet
‘In het huidige Indonesië vind je nog steeds resten van Sinterklaas. Ook op Ambon wordt door sommige Christenen op 5 december nog Sinterklaas gevierd. Zwarte Piet wordt hier nog steeds als een boeman gezien, waar kinderen bang voor zijn. Je ziet nu in Nederland dat er vraagtekens worden gezet bij Zwarte Piet (denk aan: Zwarte Piet is racisme red.). Een grote meerderheid reageert hier emotioneel en boos op. Zwarte Piet staat kennelijk voor ‘echt Nederlands’ en mensen moeten het niet wagen aan ‘ons feest’ te komen. Een veel gehoord argument is dat het ‘eeuwenlang’ zo wordt gevierd. Dit klopt echter niet aangezien het pas in de 19e eeuw is geïntroduceerd. Frappant is het dat het oer-Hollandse bedrijf HEMA geen Zwarte Piet in haar filiaal in Londen zal neerzetten, omdat het weet dat het in verkeerde aarde zal vallen. Als de economische belangen worden bedreigd is Zwarte Piet opeens minder problematisch.’

Indo’s en Sinterklaas
‘Zeker voor Indische mensen was het over het algemeen belangrijk het Europese deel van hun afkomst te benadrukken.Het zou goed kunnen dat een culturele praktijk als Sinterklaas zelfs nu in Nederland nog steeds een bevestiging is voor de Europese identiteit van de Indische groep. Toen de Indische groep in Nederland terecht kwam had de meerderheid last van de zogenaamde ‘status deprivatie’. Ze moesten helemaal opnieuw beginnen. Om toch weer hogerop te komen in Nederland werd er in de opvoeding gehamerd op onderwijs en prestatie; bescheidenheid, aanpassen en de beste van de klas zijn. Er zijn nu ook nog steeds weinig Indo’s die zich identificeren met het huidige Indonesië. Het referentiekader blijft Nederland.’

Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie. ©Patricia Steur
Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie © Patricia Steur

Nazi Mania, ‘Hidden’ Jews & the unintended consequences of the Dutch in Indonesia

Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Kel O'Neill (center) and Eline Jongsma (right). (c) The Empire Project
Kel O’Neill (center) and Eline Jongsma (right). (c) The Empire Project

The filmmakers behind the Empire project on why colonialism still matters

It takes a moment before the reality of modern-day Jakarta catches up with our research-oriented minds. Stimuli upon stimuli rush by our car window: skyscrapers, traffic, shopping malls, billboards, neon. We’re enduring this urban assault for a single night; tomorrow we’ll be thrown back into the past when we fly to the fog-filled rice paddies of the Minahasa region in North Sulawesi to start filming our documentary.

It’s early 2011 and we’ve come to Indonesia in search of a Rabbi and a Nazi. This colorful pair, should we find them, are poised to be the lead characters in the latest chapter of Empire, our global documentary project. Empire is an ongoing investigation into the unintended consequences of Dutch colonialism. Rather than focusing on physical remains like forts or shipwrecks, we look at the human-scale side effects of colonial domination. Colonies were formed to generate profit for the colonizing country, but they yielded unexpected results in the form of hybrid cultures, convoluted religious practices, and new ethnicities. All of the work in Empire arises from a pressing question: if residue from the Dutch colonial endeavor is still impacting our lives today, what can that tell us about the future effects of today’s global capitalism?

There are many other ‘hidden’ Jews in Indonesia

We find the Ohel Yaakov synagogue tucked away behind a volcano in the middle of Minahasa. The synagogue is really just a small room covered by a red roof, which makes it look like a gnome’s house between the overwhelming tropical green that surrounds us. We’re here to talk with Yaakov Baruch, the young Indonesian responsible for revitalizing the Jewish community in North Sulawesi—and all of Indonesia, as there are almost no practicing Jews in the country. Yaakov tells us that he inherited his Jewish lineage through his Dutch ancestors. He claims that there are many other ‘hidden’ Jews in Indonesia, but that many are unaware of their heritage.

Video still taken from the Empire Indonesia film. Yaakov contemplates life in front of a giant Menorah. North Sulawesi, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Video still taken from the Empire Indonesia film. Yaakov contemplates life in front of a giant Menorah. North Sulawesi, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011

Yaakov Baruch is not a real name. Although he is willing to show his face on camera, Yaakov is trying to keep a somewhat low profile to avoid conflict. Judaism is not one of Indonesia’s six government-approved religions, and Indonesians are no strangers to violent outbursts of religious intolerance. Yaakov’s assumed name not only keeps him safe, but it also allows him to engage in a type of identity theater. By embracing his Jewish ancestry and religious practice, he flaunts his difference from the majority. Bullied as a child, he now uses his paler skin and vaguely Caucasian features to his advantage. ‘I’m proud,’ he says.

The glorification of whiteness takes an interesting turn

Even though Yaakov was ridiculed for his looks, fair skin seems to be admired everywhere we go in the country. There are skin-whitening ads on TV during every commercial break, and pop stars (male and female) look as white as lilies. Even our Indonesian artist friends avoid the sun at all costs. People assure us this has nothing to do with wanting to look ‘European’ but when we return to Java to meet our second subject, Permadi, the glorification of whiteness takes an interesting turn.

Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011

HS Permadi is a tall, energetic Indonesian in his late 30’s. We track him down in a large park outside Jakarta, where he runs a war re-enactment group called the “Niederlande Kampfgruppe” (Netherlands Battle Group). Permadi and his men get together every other weekend to dress up as Dutch Waffen SS soldiers and act out historic battle scenes. According to Permadi, the Niederlande Kampfgruppe’s war games are based on the lives of about 20 Indonesians who signed up for the Dutch Waffen SS while living in occupied Holland during WWII. Permadi’s men start their practice days by gearing up from head to toe in Nazi drag. Attention to detail is everything: their uniforms even feature a Dutch flag on one arm.

Video excerpt of the Empire film from Indonesia.

Empire: 5°00′ N 120°00′ E excerpt from EMPIRE PROJECT on Vimeo.

Guessing that Permadi is avenging his forefathers for everything the Dutch did to the country, we ask him about his motives. His answer couldn’t be further from our expectations. Permadi explains that he admires the Europeans, and believes that Indonesians didn’t have a real civilization before the Dutch presence. To him, the Nazis represent the apex of European sophistication. They are a force to be studied and admired.

Indonesians didn’t have a real civilization before the Dutch presence

Others seem to agree. We ask the wife of one of the soldiers if she prefers her husband in a Nazi uniform or in an Allied Forces uniform. She says she likes the Nazi uniform because “It’s sexier!’ After our encounter with the “Niederlande Kampfgruppe” we start noticing a certain Nazi-mania in Jakarta: posters on the street feature Hitler’s portrait; cars are adorned with (non-Buddhist) swastika decals.

We are somewhat shaken by our encounter with Permadi and his men, in part because we have so much fun with them. It’s a blast to run around in the jungle, playing war—or war film director as the case may be. When Yaakov visits us on one of our last days in Jakarta, we feel the need to confess to him exactly who we’ve been spending our time with.

Yaakov’s eyes widen when we tell him about Permadi and his group of Nazi’s. There is a pause, which we take as a sign of discomfort. Finally, he speaks.

“Do they need a Jew to chase?” he asks.

Yaakov is serious, but the meeting never comes together.

Ancillary video journalism piece made from rest material of the Empire film. Sold to the VJ Movement.

Recensie: Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Blanke vertellingen: over de ‘geruisloze’ geschiedenis van het kolonialisme.

Grote kans dat je op school of op de universiteit weinig over je Indische geschiedenis hebt geleerd. Bij mij was dat zeker het geval, dus om meer over mijn achtergrond te begrijpen probeer ik steeds meer te leren over onze koloniale geschiedenis. Eén van deze pogingen was het audioboek Koloniale geschiedenis. De afgelopen week schalden in dolby surround de stemmen van prof. dr. Leonard Blussé en prof. dr. Piet Emmer uit de speakers.

Het woord ‘Indo – Europees’ is niet één keer gevallen

Tien hoorcolleges lang heb ik geluisterd naar hun ideeën over de Europese koloniale expansie en in het bijzonder die van Nederland. Ik heb geluisterd naar deze cd’s vanuit mijn Indo-perspectief. Dat wil zeggen dat ik er op heb gelet in hoeverre de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur ter sprake komen en vanuit welk perspectief de sprekers de geschiedenis vertellen.

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.
Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Ontkenning van de Indo
Ik zal maar meteen verklappen dat de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur totaal niet aan bod komen in deze hoorcolleges. Het woord ‘Indo – Europees’ is niet een keer gevallen, laat staan het woord ‘Indo’. Als ik deze hoorcolleges Koloniale Geschiedenis mag geloven, hebben wij niet eens bestaan. Nu zijn er drie momenten waar ik vermoed dat er over de Indo wordt gesproken, hoewel we dus niet bij naam genoemd worden. Kennelijk zijn dat momenten waarop de sprekers niet om ons heen kunnen. Dat is ten eerste wanneer er gesproken wordt over het ‘probleem’ van het legaliseren van de kinderen uit gemengde huwelijken tussen Europeanen en inheemse vrouwen , oftewel ‘de njais’. Dat waren onze voorouders! Ten tweede wanneer er gesproken wordt over de ‘corrupte’ en ‘parasitaire’ bourgeoisie in de kolonie die niet in het moederland (dus Nederland) geboren is. Ten derde wanneer kort de ‘geruisloze integratie’ van migranten uit Nederlands-Indië in het moederland na de dekolonisatie wordt vermeld. Dit alles zonder enige vermelding van de naam die wij hebben, Indo’s, of Indo-Europeanen.

De Indo en de Indische cultuur komen totaal niet aan bod.

Eurocentrisch perspectief
Het perspectief van de sprekers is behoorlijk eurocentrisch, met ook geen of nauwelijks aandacht voor de gevolgen van het kolonialisme voor de inheemse bevolking. Opvallend is dat de geschiedenis voornamelijk in theoretische en bestuurlijke termen wordt uitgelegd: het wordt maar niet concreet. Oude bekenden zoals J.P. Coen en Van Heutsz passeren alleen de revue tijdens de beschrijvingen van hun bestuurlijke ideeën. Wat echter de levensbedreigende gevolgen van deze ideeën in de praktijk waren voor de plaatselijke bevolking blijft onderbelicht. Bij Daendels, die de Grote Postweg heeft laten aanleggen, wordt nog net vermeld dat bij de aanleg van deze weg ‘veel mensen zijn omgekomen’. Waarom niet vermelden dat er 12.000 mensen hierbij zijn omgekomen? Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht. Over het verplichte werk dat de plaatselijke bevolking moest doen wordt gezegd ‘je zou het zelfs dwangarbeid kunnen noemen’. Dit lumineuze idee wordt echter meteen afgeserveerd als ‘overdreven’: het cultuurstelsel was gebaseerd op al ‘bestaande corveediensten’. Met andere woorden: omdat de plaatselijke bevolking toch al uitgebuit zou worden door plaatselijk heersers en dat de Nederlanders dit systeem slechts overnamen, mag je het geen dwangarbeid noemen. Interessant.

Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht.

Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)
Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)

‘Geruisloze’ dekolonisatie
Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen. Aan het eind van de reeks hoorcolleges begint hij zich dan ook opeens af te vragen: ‘Waarom kunnen we zo ontspannen luisteren naar een verhaal over dekolonisatie? Waarom heeft die dekolonisatie geen diepere wonden geslagen en sporen nagelaten in het moederland?’ Dit zijn vragen die slechts kunnen komen van iemand die als elite vanuit eurocentrisch perspectief spreekt. Het zijn in elk geval niet de vragen die bij mij opkomen als ik mij buig over het koloniaal verleden en de dekolonisatie. Ik ben niet ontspannen en voel wel degelijk een wond. De wond die ik ook weer voel als ik naar de hoorcolleges luister. Mijn bestaan als Indo in de koloniale geschiedenis en daarmee ook in de huidige maatschappij wordt ontkend. Bovendien worden de gevolgen van het Nederlands kolonialisme voor de Indische gemeenschap en Indonesië niet genoemd.

Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen.

Deze hoorcolleges hebben mij niet veel nieuwe kennis opgeleverd over de koloniale geschiedenis. Ik heb wel meer geleerd over het eurocentrische discours dat in de Nederlandse cultuur bestaat als het koloniaal verleden wordt besproken. Ik raad deze hoorcolleges dan ook af mocht je naar echte kennis over je koloniale geschiedenis op zoek zijn. Maar ben je een Indo die tijdens de rijsttafel altijd begint van ‘Maar het kolonialisme heeft ook goede dingen voortgebracht, denk aan de infrastructuur en onderwijs!’ dan is deze reeks echt wat voor jou. Ik ga op zoek naar boeken of artikelen die minder eurocentrisch zijn.

Koloniale geschiedenis NRC Next

Wil jij deze hoorcollegereeks zelf beluisteren? We geven ons exemplaar weg. Stuur voor 31 augustus a.s. een mailtje met je adresgegevens naar redactie@indisch3.nl en leg uit waarom deze cd-reeks echt bij jou thuis hoort.

Hoorcollegereeks Koloniale geschiedenis. Leonard Blussé en Piet Emmer. NRC Handelsblad Academie 2012. 53,96 euro (10 cd’s).

 

Introducing: the Empire project

Portrait of directors Eline jongsma and Kel O'Neill - the empire project. Credit: Ben Pier
Portrait of directors Eline jongsma and Kel O'Neill - the empire project. Credit: Ben Pier
Portrait of directors Eline jongsma and Kel O’Neill. Credit: Ben Pier

What goes into the creation of an identity?

On August 17, Indisch 3.0 publishes an essay by Eline Jongsma and Kel O’Neil, about the unintended consequences of Dutch colonialism in Indonesia. The two of them became a couple before they started reporting together, for VPRO’s Metropolis TV. Eight years later, documentary makers Eline Jongsma (3rd generation Indo Dutch) and Kel O’Neil are travelling the world for their own Empire project

The Empire Project consists of documentaries in which Kel O’Neil and Eline Jongsma record the “unintended consequences of Dutch colonialism.” This ongoing project has thus far resulted in seven – almost finished – documentaries, about Sri Lanka, India, Indonesia, South-Africa, Brasil, Ghana and Surinam. I interview Kel and Eline through Skype – they are in New York.

What trigged this project?

The dutch burgher union. http://www.dutchburgherunion.org/
Logo of the dutch burgher union. http://www.dutchburgherunion.org/

‘We had been working for Metropolis TV for three years when we noticed our lives had fallen too much into a set pattern. So we decided to change our lives,’ says Kel O’Neil. ‘We started a search for international artist residencies and found one in Sri Lanka through theertha.org. In Sri Lanka, we had discovered the Dutch Burgher Union. That gave the initial spark for the Empire Project.’ The Dutch Burgher Union is an organization for descendents of the Dutch VOC-colonists, who occupied Sri Lanka –  known as Ceylon –  between 1640 and 1790.

‘Finding the Dutch Burgher Union showed me and Eline that history isn’t just in the past,’ Kel O’Neil continues. ‘When we came to Sri Lanka, we found these unmarried Dutch Burgher Union Christians with Dutch last names. They lived in a hybrid European culture. We set a red dot there, marking this as our first project. We weren’t thinking about the future. Now we know we can just keep going.’

How has Eline’s Indische background influenced this project? She smiles. ‘A lot. I was fascinated by identity. How is formed through past generations? My generation is interested, but removed from Indonesia. I felt like I wasn’t allowed to feel out of place, yet I felt displaced. How important is it, to be from one place? I now have my own answer – it doesn’t matter. Kel adds: ‘And what goes into the creation of an identity? We all have roots, but identity is formed in our intellect. It is not easy to draw a line, but something in our minds wants to do so.’

Kaapstad. Foto: reisgraag.nl.
Kaapstad. Photo: reisgraag.nl.

Naively, I suggest that there surely is an end to places in the world where the Dutch have left their mark. Kel laughs. ‘Ha, you’d think that, wouldn’t you? Everyday we can add new places to our list. The Dutch don’t see themselves as a diaspora people, but you guys are scattered around the world. The traces of the Dutch aren’t necessarily colonial. There was slave trade; loading up slaves, loading them off, it happened throughout the world. There were trading posts and supply posts. A city like Kaapstad, for instance,  simply started as a vegetable garden for crews on VOC-ships. ’

I quickly learn that Eline and Kel plan to continue their project for as long as they have stories to tell. But how on earth are they financing all this? ‘The Sri Lanka documentary was funded by the artist residency,’ Eline explains. ‘And we are a two-person-crew — we produce ourselves and do the post-production. Then there are different kind of budgets. Generosity; getting a ride when we need it, for example. Further more, this year, we got funding of the Dutch ministry for Education, Culture and Science. Three films were funded by the Mondriaan Fonds and of course there is our own money:  we gave up our New York apartment. And we are able to combine our documentary making with freelance work for hire.’

How does this permanent travelling without a home address effect a person? Eline: ‘I don’t feel like the same person I was two years ago, creatively or personally. We’ve learnt to trust and rely on each other deeply. We don’t feel connected to places anymore. We make friends with different kinds of people: diplomats, artists. Luckily, our close friends and relatives are very forgiving – we always miss their birthdays.’

Trailer for Empire-documentary Migrants (Ghana), about Ghana’s Afro-European aristocracy through the eyes of Dutch-descended photographer Isaac Vanderpuije.

 

Koloniale geschiedenis: Nederlands-Indië

Standbeeld Multatuli in Amsterdam. Foto: http://entoen.nu/media/_600/31_Standbeeld_Multatuli.jpg

Opkomst van de Indo in de koloniale tijd (1596 – 1942)

Standbeeld Multatuli in Amsterdam. Foto: http://entoen.nu/media/_600/31_Standbeeld_Multatuli.jpg
Standbeeld Multatuli in Amsterdam. Foto: http://entoen.nu

Toen de Portugezen in de 16e eeuw Indië aan de VOC verloren, was de Archipel een versnipperd eilandenrijk. Drie eeuwen later leidde de Nederlandse ethische politiek tot een zelfbewust Indonesië, dat koloniale heerser Nederland verjoeg. Deel 1 van een tweeluik waarin we inzoomen op de koloniale geschiedenis van Nederland in voormalig Nederlands-Indië.

Wellicht ten overvloede: deze – maatschappelijk georiënteerde – bloemlezing van onze koloniale geschiedenis, is langer dan onze andere posts. A.s. vrijdag sluiten we deze historische terugblik af, met aandacht voor de Japanse bezetting tot en met de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Wil jij iets toevoegen aan dit overzicht? Reageer, zodat we samen met jullie een dossier kunnen samenstellen over de koloniale tijd.

Eerste Nederlanders in Indië: de VOC
De VOC (1602-1799) was een handelscompagnie en had als doel zoveel mogelijk geld te verdienen met de internationale handel in specerijen en andere exotische artikelen. Haar dominantie in Indië duurde twee eeuwen en begon in 1596 in Bantam (Java). Via Batavia en op Ambon (Molukken) breidde deze compagnie haar handelsimperium in Indië uit naar de hele archipel, met strategisch gelegen handelsposten op onder meer Java, Sumatra, de Molukken, Celebes (Sulawesi) en de Banda-eilanden. In 1795 ging de VOC failliet en in 1799 vervielen haar bezittingen aan de Republiek der Nederlanden – inclusief Nederlands-Indië.

Ontstaan van de Indo
De VOC-mannen zochten al snel het ‘gezelschap’ van lokale vrouwen op. Zo ontstond een nieuwe bevolkingsgroep: de Indo-Europeanen (in de VOC-tijd mestiezen of sinjo’s genoemd). Officieel was leven met concubines niet toegestaan, in 1620 werd dat bij wet zelfs verboden. Daarom liet de VOC vrouwen overkomen uit Nederland, zonder succes: de overkomst kostte de VOC veel geld, de vrouwen waren slecht bestand tegen de tropen en zij wilden vooral snel met hun echtgenoot repatriëren. In 1630 veranderde de wetgeving, waardoor trouwen met lokale vrouwen de voorkeur kreeg. Die vrouwen wilden tenminste in ‘de oost’ blijven, kinderen uit zulke huwelijken waren beter bestand tegen een leven in Indië en een huwelijk met een lokale vrouw kostte de compagnie niets. Een vrouw laten overkomen uit Holland was voorbehouden aan hoger geplaatst VOC-personeel. Terugkeren met een lokale vrouw naar Holland was verboden.

Lokale vrouwen waren beter bestand tegen leven in de kolonie.

Frans en Brits bestuur
Nederland kreeg Indië in 1799 in handen, maar toch zou het pas in 1824 de kolonie zelfstandig gaan besturen. Nederland was sinds 1795 onder Frans bestuur gekomen. In eerste instantie had de Bataafs-Franse republiek vrij veel zelfstandigheid, maar in 1810 werd de republiek ingelijfd door Frankrijk. In diezelfde periode verloor Nederland Indië aan Engeland: sir Stamford Raffles werd er in 1811 gouverneur-generaal. Pas in 1824 kreeg Nederland haar kolonie volledig in bezit.

Invoering Cultuurstelsel
Na het Britse bestuur, kreeg zelfstandige natie de Republiek der Nederlanden de Indische archipel in handen. Hoe ging zij geld verdienen aan die kolonie? In Indië hield de Republiek de bestuursvorm in stand die de VOC had ingevoerd: een gouvernement, geleid door een gouverneur-generaal (GG).  Gouverneur-generaal Jeroen van den Bosch, die in Indië diverse GG’s geassisteerd had, had een antwoord: de invoering van het – later door Multatuli beklaagde – Cultuurstelsel. Tot die tijd gold het landrentestelsel: lokale boeren waren verplicht 2/5e van hun oogst aan hun koloniale heerser af te staan. Onder het Cultuurstelsel werden zij verplicht 20% van hun grond te gebruiken voor producten voor Nederland. In de praktijk was dit onder dwang vaak meer dan 20% of de beste grond die een boer had. Verder kregen lokale vorsten meer geld als hun gebied Nederland meer opbracht. Het stelsel had uitbuiting en hongersnoden tot gevolg.

Wet op het nederlanderschap van 1892. Afbeelding: http://www.vijfeeuwenmigratie.nl
Wet op het nederlanderschap van 1892. Afbeelding: http://www.vijfeeuwenmigratie.nl

Nieuwe toestroom van Hollanders
Onder het Cultuurstelsel was exploitatie van de kolonie voorbehouden aan de Nederlandse staat, tot woede van veel Nederlandse ondernemers. Zij wilden ook geld kunnen verdienen aan de kolonie. Met de invoering van twee nieuwe wetten (de Agrarische wet en de Suikerwet in 1870) werd particuliere exploitatie van de kolonie mogelijk en zou er tevens een einde komen aan de uitbuiting door lokale vorsten. Deze openstelling van de kolonie leidde tot een toestroom van ondernemende Hollanders en andere Europeanen. Dit keer waren het veelal vrijgezelle mannen of getrouwde stellen die al dan niet met hun gezin naar Indië verhuisden: een heel ander volk dan de militairen en zeemannen die in de VOC-tijd naar Indië kwamen.

Koloniale bevolking
De koloniale bevolking van Indië bestond inmiddels uit gouvernementsambtenaren, particuliere plantagehouders en militairen. De oorspronkelijke inwoners van de archipel hadden hun eigen vorstendommen, werkten op het land of als bediende voor de koloniale bevolking. Nog steeds werden er Indo-Europese kinderen geboren, vaak uit de heimelijke ‘ontmoetingen’ tussen een Europeaan en een lokale vrouw. De Indo-Europeanen die niet door hun Europese vaders teruggestuurd waren naar de kampong, groeiden in de koloniale domeinen op als tussengroep. Als zij geluk hadden, waren zij erkend door hun vader en hadden zij de status van “gelijkgesteld aan een Europeaan.”

Als zij geluk hadden, waren zij erkend door hun vader.

De ‘gelijkstelling’ van de Indo-Europeanen in 1854
In 1854 zorgde de gelijkstelling ervoor dat de samenleving volgens een hiërarchisch model ingedeeld werd, dat een keerpunt betekende voor de Indo-Europeanen. De samenleving werd hiërarchisch ingedeeld in (1) Europeanen, (2) Vreemde Oosterlingen en (3) Inlanders. Elke groep had eigen juridische rechten en plichten. Het belang van deze indeling was dat Indo-Europeanen een juridisch gelijkwaardige positie kregen aan volbloed Europeanen: totoks. In 1892 werd hun positie bevestigd in de Wet op het Nederlanderschap. Dit gold overigens alleen voor Indo’s die erkend waren door hun Europese vader: was hij niet erkend, dan kreeg hij de status van Inlander.

Voorkeurspositie
De ‘gelijkgestelde’ Indo-Europeanen hadden een voorkeur voor werk als “klerk” om te onderstrepen dat zij een status met meer rechten dan de oorspronkelijke bevolking. Denk daarbij aan banen als ambtenaar en administrateur op een plantage. Andere banen voor Indo’s waren onderwijzer en militair (waarbij iemand natuurlijk liever een officier was dan een soldaat). In eerste instantie gaf de volbloed Europese elite (de totoks) deze groep ook een voorkeurspositie als het ging om de invulling van dergelijke posities. Totdat de ethische politiek ingevoerd werd.

Ethische politiek: de inheemse bevolking verheffen en beschermen

Een Ereschuld: invoering ethische politiek
Rond de eeuwwisseling deed de ethische politiek (ook wel voogdijpolitiek) zijn intrede in Nederlands-Indië, mede ingegeven door Multatuli’s Max Havelaar. In 1901 kondigde koningin Wilhelmina aan dat Nederland een Ereschuld had en ‘als Christelijke Mogendheid’ de taak had de lokale inwoners te ‘verheffen’ en haar te beschermen tegen willekeur van de inheemse adel. De ethische politiek had als gevolg dat de inheemse bevolking goed onderwijs kon volgen en op den duur aanspraak maakte op de lagere ambtelijke banen, tegen een eerlijk loon (het unificatiebeginsel). Tevens was het voornemen van de Nederlandse regering om van Nederlands-Indië een moderne staat te maken, onder leiding van Nederland.

Achtergestelde Indo-Europeanen
De door de ethische politiek verleende voorrang aan de inheemse bevolking betekende dat Indo-Europeanen hun banen verloren. Zij moesten aanzien hoe zij, ondanks hun Europese status, opeens gelijkgesteld werden aan de lokale bevolking: zij kwamen door het eerder genoemde unificatiebeginsel op hetzelfde loonpeil als de ‘inheemse’ klerk. Staffuncties waren niet toegankelijk voor Indo-Europeanen, – hiervoor was een universitaire opleiding vereist. Alleen totoks en, door de ethische politiek, leden van de inheemse bevolking konden die volgen. Door deze ‘indianisatie’ en sociale achterstelling door de totoks voelen Indo-Europeanen zich tussen 1900 en 1920 bedreigd in hun bestaan.

Vlnr: Sjahrir, Soekarno en Hatta. Foto: politik.kompasiana.com
Van links naar rechts: Sjahrir, Soekarno en Hatta. Foto: politik.kompasiana.com

Hoog opgeleid, maar geen macht
Onderdeel van de ethische politiek was de associatiegedachte: de inheemse bevolking zou Westerse normen en waarden leren, zodat op termijn een ‘multiraciale bevolkingsgroep zou ontstaan die Indië zou gaan besturen.’ Daarom mochten enkele volbloed Indonesiërs een universitaire opleiding volgen in Nederland, onder wie de latere nationalisten Mohammed Hatta en Soetan Sjahrir. Een derde naam die in deze alinea niet mag ontbreken, is die van Soekarno (die geen voornaam had). Hij kreeg toegang tot de Hogeschool van Bandung, waar hij opgeleid werd tot ingenieur. Zo ontstond er een ‘inheemse’ hoogopgeleide elite, die het westerse gedachtegoed beheerste, maar in Indië op bestuurlijk niveau niets wezenlijks mocht uitvoeren.

Telkens veranderende wetgeving voor Indo-Europeanen

Inheems verzet tegen de elites
Alle hoge posities bleven voorbehouden aan Nederlanders, aangezien op deze posities de Nederlandse staat vertegenwoordigd werd. Daarmee had de associatiegedachte de grondslag gelegd voor de nationaliseringbeweging. De moderne inheemse elite ontwikkelde een weerzin tegen de koloniale overheersing, waardoor de onderlinge saamhorigheid toenam. Versterkt door de opkomst van de islam, voelden Javanen zich niet langer alleen Javanen. Steeds meer voelden zij zich Indonesiër. Deze nationalisten gingen zich tevens afzetten tegen de traditionele eigen elite, die minder verlichte denkbeelden had en uit eigen belang samenwerkte met de Nederlanders.

Dominique Berretty. "Mediatycoon" in Indie. Foto: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn6/berretty
Dominique Berretty. Selfmade “Mediatycoon” in Indie. Foto: http://www.historici.nl

Indo-Europeanen verenigden zich
Als reactie op deze ontwikkelingen, ontstond behoefte aan een belangenbehartigende organisatie voor Indo-Europeanen: het Indo-Europees Verbond (IEV). Het IEV was de eerste organisatie waarin Indo-Europeanen zich met succes verenigden. In tegenstelling tot eerdere initiatieven, wist het verbond de meerderheid van de Indo-Europese gemeenschap (van elite tot klerk) aan zich te binden; zij namen geen beginselprogramma op. Totoks reageerden geïrriteerd: zij zagen het IEV als blijk van jaloezie van Indo-Europeanen – maatschappelijk succes hing niet af van huidskleur, maar van de eigen inzet. Uit de koloniale sociale geschiedenis valt op te maken dat dit waar was, maar waar de totoks aan voorbij gingen, was dat Indo-Europeanen telkens weer te maken kregen met continu veranderende wetgeving. Iets dat exemplarisch zou zijn voor de mate waarin deze ‘tussengroep’ afhankelijk was – en is – van de politieke wind in Den Haag.

Hyper Nederlandse Indo-Europeanen
In de jaren ’20 voelden Indo-Europeanen zich geroepen om zich te onderscheiden van de inheemse bevolking. Ze gingen zich hyper-Nederlands gedragen en de Nederlandse overheid stimuleerde deze Nederlandsgezindheid: een sterke steun voor Nederland bij de Indo-Europeanen versterkte het koloniale gezag. Het echte Indische leven bleef, maar verhuisde naar binnen. Ondanks de maatregelen van de Nederlandse regering om het Indonesische nationalisme in te dammen, was het niet weg te krijgen uit Nederlands-Indië.

Pleidooi voor Nederlands-Indië als zelfstandig onderdeel Koninkrijk

Het einde van de kolonie
In de crisisjaren van 1930 nam de roep om zelfstandigheid toe, variërend van zelfstandig binnen het Koninkrijk der Nederland tot volledige onafhankelijkheid. Soekarno, Hatta en Sjahrir kregen steeds meer steun van de lager geplaatste autochtone bevolking. In 1936 diende een vertegenwoordiger van de inheemse bevolking, Soetardjo, in de Volksraad een petitie in. Daarin verzocht hij – tevergeefs – de Nederlandse regering om Nederlands-Indië een zelfstandige plek in het Koninkrijk te geven.  Aan de vooravond de Tweede Wereldoorlog was de spanning in Nederlands-Indië hoog opgelopen. Meer daarover lees je op 17 augustus a.s.

Heb jij aanvullingen op deze bloemlezing van de Nederlandse koloniale bezetting tot 1942? Laat je horen en reageer. 


Geraadpleegde bronnen

  • www.voc-kenniscentrum.nl
  • www.parlement.com
  • Wikipedia
  • www.vijfeeuwenmigratie.nl
  • H. van den Doel Afscheid van Indië. De val van het Nederlandse imperium in Azië (Amsterdam 2001).
  • H. Meijer In Indië geworteld. De twintigste eeuw (Amsterdam 2004).

 

Start themaweek koloniale geschiedenis

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl

Het Nederlandse koloniale verleden in Indonesië

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl
Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl

Vanaf vandaag staat Indisch 3.0 een (werk-) week lang in het teken van Nederlands koloniale verleden in Indonesië. We duiken er eens goed in tussen 13 en 17 augustus a.s., duik je mee?

Op 15 augustus herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, op 17 augustus viert Indonesië haar zelfstandigheid die zij in 1945 uitriep, twee dagen na de Japanse capitulatie. Hoe leidde de Japanse bezetting tot de zelfstandigheid van Indonesië? Begon die wens toen pas of was die al eerder aanwezig?

We starten vanmiddag met een bloemlezing over de Nederlandse overheersing van voormalig Nederlands-Indië (door Kirsten Vos), waarbij we jullie om aanvullingen vragen. Wat zijn de “hoogtepunten” van het Nederlandse koloniale tijdperk in Indonesië? Hoe leidde deze aanwezigheid tot de onafhankelijkheid van Indonesië? En hoe ontwikkelde de Indo-Europese groep zich in die samenleving?

Een dag later lees je twee artikelen over andere Nederlandse koloniale sporen: in India (een post door Ed Caffin) en over de hele wereld (interview in English, introducing Eline Jongsma & Kel O’Neil’s Empire project).

Op de dag van de Indië-herdenking 1942 – 1945, woensdag 15 augustus 2012,  plaatsen we een reportage over de nieuwe expo ‘Oostwaarts’ in het Tr0penmuseum (door Christie Haalboom) en een recensie van de hoorcollegereeks van NRC Opleidingen, over de koloniale geschiedenis (door Sarah Klerks). De dag daarna besteden we aan de Indië-herdenking, in de vorm van een reportage door Tabitha Lemon en Kirsten Vos.

We sluiten de themaweek op vrijdag 17 augustus af met twee essays, over de bersiap en politionele acties (Kirsten Vos) en een essay in het Engels door Kel O’Neil en Eline Jongsma over een bizar en onverwacht spoor van het koloniale verleden in Indonesië. Hierbij alvast een voorproefje daarvan. Als deze week een succes is, zullen we een vervolg inplannen waarbij we dieper ingaan op het dekolonisatieproces, inclusief de Molukse kwestie en de repatriëring, en de postkoloniale geschiedenis van Nederland en Indonesië.

Het Nederlandse verleden in Indonesië doet elk jaar stof opwaaien in eigen land. Oorlogsmisdaden en andere misdaden tegen de menselijkheid van Nederlandse militairen leiden tot grote verontwaardiging. Terecht. Tegelijkertijd voeren Nederlandse politici het hoogste woord over de mensenrechtensituatie in het huidige Indonesië. Terecht. Toch zou een andere toon van Nederland een gesprek met Indonesië over dit onderwerp ten goede komen. Gezien de geschiedenis zou zo’n gematigde toon best op zijn plek zijn.

Empire: 5°00′ N 120°00′ E excerpt from EMPIRE PROJECT on Vimeo.