Aankondiging: Indisch 3.0-themaweek over het Nederlandse koloniale verleden

Themaweek Kolonialisme 2012 . 13-17 aug op www.indisch3.nl
Themaweek Kolonialisme 2012. Image credit: <a href='http://nl.123rf.com/photo_7122274_old-map-compass-and-navigation-equipment.html'>fikmik / 123RF Stockfoto</a>
Themaweek Kolonialisme 2012. Image credit: fikmik / 123RF Stockfoto

Van 13 tot 17 augustus 2012 organiseert jongerenmagazine Indisch 3.0 een themaweek over het Nederlandse kolonialisme in Indonesië op www.indisch3.nl & www.facebook.com/indisch3. 

In de week van 13 augustus 2012 herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië (15 augustus) en viert Indonesië haar onafhankelijkheid (17 augustus). Beide gebeurtenissen vonden plaats in 1945 en vormden de opmaat voor twee politionele acties  – een koloniale oorlog – in 1947 en 1948, waar momenteel weer veel om te doen is.

Om op een rijtje te zetten wat Nederland voor de komst van de Japanners in Indië deed, organiseert Indisch 3.0 voor het eerst een eigentijdse themaweek over het Nederlandse koloniale verleden Indonesië. De afleveringen van deze themaweek zijn te vinden op www.indisch3.nl. Speciaal voor haar Facebook-fans zal  Indisch 3.0 dagelijks een tv-of film-tip publiceren. Nog geen fan van Indisch 3.0? Zoek ons eens op op Facebook.

Programma

13 augustus 2012

  • Essay: 300 jaar Nederlandse aanwezigheid in Indonesië

14 augustus 2012

  • Interview in English with Eline Jongsma & Kel O’Neill about their Empire Project
  • Blog: Koloniale sporen in India

15 augustus 2012

16 augustus 2012

17 augustus 2012

  • Essay: Merdeka – bersiap! en politionele acties
  • Empire Project Indonesia: the unintended consequences of Dutch colonialism in Indonesia (essay)

De themaweek is geheel onafhankelijk tot stand gekomen. De redactie bedankt haar freelancers voor hun belangeloze medewerking hieraan.

Indië thuis – weggemoffeld in de kelder

Als de drie musketiers staan we, Liselore, Tabitha en Charlie, in het koetshuis van Museum Geelvinck te Amsterdam, waar momenteel de expositie ‘Indië thuis – Sporen van een koloniaal verleden’ te bezichtigen is. Gelokt met de beloftes van onder andere een ‘volledig Djokja zilveren theeservies, wajongpoppen van kratonkwaliteit en de 17e eeuwse troon van de Sultan van Djokja’, zijn we razend benieuwd of deze sporen van een koloniaal verleden ons een interessant kijkje kunnen opleveren in de geschiedenis van onze Indische roots.

Foto’s: Tabitha Lemon

© Tabitha Lemon
Koloniaal (waan)beeld

Het begint allemaal veelbelovend na binnenkomst in het koetshuis, het eerste deel van het museum, waar allerlei zaken uit voormalig Nederlands-Indië staan uitgestald. Zo zien we prachtige koloniale meubels, allerhande snuisterijen en wordt onze aandacht getrokken door posters van onder andere Verkade’s Biscuits en weggelopen slaven. Tja, de koloniale tijd was ook een tijd van tegenstellingen. Deze eerste indruk smaakt natuurlijk naar meer en creëert hoge verwachtingen van de eigenlijke expositie in het tweede deel het museum. 

Bij het binnenkomst in het woonhuis van de familie Geelvinck-Hinlopen, gebouwd in 1687, worden we direct gekaapt door een medewerker van het museum. Hij vertelt alles, over alles, over elke vaas en kandelaar in het huis. De naam Geelvinck blijkt niets te maken te hebben met de Geelvinck-baai in Nieuw-Guinea, zoals Charlie dacht. Of misschien toch wel:  meneer mertkt terloops op dat de familie zijn fortuin te danken had aan de handel met de Oost. Misschien is het de baai die vernoemd is.. 

 

© Tabitha Lemon
Charlie leest voor

Pas aan het einde van de rondleiding door alle woon- en werkvertrekken merkt de medewerker, wederom, terloops op: “Dit was het dan en als jullie misschien interesse hebben, er is beneden ook nog een kleine expositie over Indië.” Verbaasd door de desinteresse van de museumman kaatst Charlie dan ook terug: “Daar komen we eigenlijk voor…”

We kunnen er niets aan doen, maar terwijl we de trappen afdalen naar de voormalige vetrekken van de bediendes, besluipt ons het ironische gevoel over hoe de geschiedenis zich hier symbolisch lijkt te herhalen. Weggemoffeld in de kleinste en donkerste vertrekken, zoals Nederlands-Indië haast onzichtbaar in een kanttekening van de geschiedenisboeken staat vermeld, vinden we dan de ‘sporen van het Indische verleden’. Helaas komen we ook meteen tot de conclusie dat die ‘sporen van het verleden’ vergeleken kunnen worden met een paar broodkruimels. Begon het zo veelbelovend in het koetshuis, in de bediendevertrekken vinden we maar weinig spectaculairs. Een paar krissen, wajongpoppen, maskers, beelden, enkele serviesstukken, beeldopnames van een gezin dat de dierentuin bezoekt en een schaaltje kroepoek van Conimex in een vitrinekast. Niets wat wij nog niet wisten en weinig meer dan het stereotypebeeld van een Indo. Het ontbreekt aan een interessant kijkje in het verleden, al zou het maar een vluchtige zijn. Eigenlijk weten we vooral weer hoe de Hollander naar ‘ons’ kijkt. En stiekem moeten we daar best om grinniken.

 Indië thuis – Sporen van een koloniaal verleden: t/m 30 januari 2012

 

© Tabitha Lemon
Max en Multatuli
© Tabitha Lemon
Kruidnagel
© Tabitha Lemon
De Indische keuken in een vitrinekast
© Tabitha Lemon
Portretten, bewijzen
 
© Tabitha Lemon
Wayang
© Tabitha Lemon
Eigendom

Het erfrecht van schuld

Wanneer mag je soeda zeggen?

[box type=”shadow”]Mijn vriend M. en ik hebben erg on-Indisch gedrag vertoond: we zijn de familiedrukte rond de feestdagen ontvlucht door 10 dagen Berlijn te boeken.  Ja, stiekem heb ik de chaos en stress van het Kerstdiner met de familie gemist. Daar staat tegenover dat de vragen die Berlijn bij me oproept, dat gemis meer dan waard zijn geweest.[/box]

Berlijn, oudjaarsavond 2010

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestierde Hitler vanuit zijn in Berlijn gevestigde Reichskanselarei zijn oorlog. De man uit Beieren, die zo’n 10 jaar voor zijn verkiezing tot Reichskanselier gevangen had gezeten voor een poging tot staatsgreep, wilde van Berlijn Germania maken: hoofdstad van het grote Germaanse rijk. Tegenwoordig is het een stad die bulkt van de vragen.

Na toeristische trekpleisters te hebben bezocht, Weihnachtsmarkten te hebben afgestruind en door kleine buurtjes te zijn geslenterd, zou het vreemd zijn om te zeggen dat ik wél de antwoorden heb, waar de Berlijners zelf al decennia over twisten: hoe is het mogelijk geweest dat Hitler aan de macht gekomen is, hoe gaan we om met de tastbare overblijfselen in onze stad uit zowel de nazitijd als de Koude Oorlog, en hoe bouwen we aan een gemeenschappelijke toekomst, terwijl we als stad met een schuld van 80 miljard failliet zijn?

Wat ik wel door heb van de Berlijners? Ze stéllen die vragen, publiekelijk en zorgvuldig, ook als ze pijnlijk zijn. Misschien omdat ze er niet onderuit kunnen, maar ze doen het wel.Een voorbeeld: in het Duits Historisch Museum (Zeughaus) is een tentoonstelling ingericht over hoe het mogelijk is geweest dat Hitler steun had van zowel Duitsers. Hoewel voor mij die vraag vrij logisch is, is het hier onderwerp geweest van een flink publiek debat. Hoewel ik de expositie in Wannsee meer antwoorden vond geven dan de expositie in het Zeughaus, laat de discussie over de tentoonstelling zien dat, ten eerste Hitler en de Tweede Wereldoorlog nog steeds een gevoelig onderwerp zijn, en ten tweede dat de Duitsers, ondanks die pijnlijkheid, de vraag willen beantwoorden.

Misschien denk jij nu ‘Ja, het toch logisch dat ze dat doen? Dat is de enige manier om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt.’ Ik zou dat ook zeggen. Maar als ik zie hoe Nederland omgaat met haar eigen verleden, moet ik constateren dat óf Nederland niet logisch nadenkt, óf pijnlijke vragen over het eigen verleden liever verbergt. Want we weten allemaal dat het koloniale verleden van Nederland, de gruwelijk effectieve Jodenvervolging in ons land tijdens de WOII en de late afschaffing van de slavernij – of onze bijdrage aan de ontwikkeling daarvan – niet meer dan voetnoten zijn in de vaderlandse geschiedenis.

Hoe komt het dat een land als Engeland wel met haar voormalige kolonien in een Commonwealth  zit en goede banden onderhoudt met zowel India als Canada? Vergelijk de relatie van Engeland maar eens met het uitgestelde staatsbezoek van Indonesië, de ophef over Desi Bouterse’s verkiezing tot nieuwe president van Suriname, of de anti-Nederlandse houding op de (voormalige) Antillen? Net als Duitsland, heeft ook Engeland haar fouten uit het verleden benoemd en aangepakt. Op die manier kan het signalen herkennen die duiden op mogelijke herhaling, maar vooral meer toekomstmogelijkheden in de internationale relaties ontwikkelen.

Zou het voor Nederland dan te moeilijk zijn om vragen te stellen over het eigen verleden? Want ik ben geneigd te concluderen dat, als een land zijn verleden onder de loep neemt, het lef nodig heeft om pijnlijke vragen te stellen. Lef, en misschien ook wel een oprecht eergevoel. Of zou er een andere reden zijn voor het Nederlandse gebrek aan durf om pijnlijke vragen en antwoorden uitgebreid in de geschiedenisboekjes op te nemen?

Herdenkingsmonument door heel Berlijn (c) Kirsten Vos Indisch 3.0 2010Maar goed. Dit gaat verder. Een jonge Duitser krijgt, als hij een gesprek is met iemand uit een ander land, gemiddeld binnen half uur een vraag over de oorlog, hoorde ik iemand vertellen. Hoort dit? Of moeten we als buitenland op een gegeven moment ophouden met de vinger wijzen? Wat doe je als nakomelingen van degenen die ‘schuldeiser’ zijn? Blijf je het recht houden op verwijt? En, als de beschuldigde de schuld niet erkent, blijf je dan ook de recht en de plicht hebben die schuld te innen? Hebben wij als nakomelingen van de eerste generatie Indische Nederlanders, die schuldeisers zijn van Nederland als ex-koloniale mogendheid, nog het recht om de nakomelingen van de voormalige koloniale heerser ter verantwoording te roepen? Hebben wij het recht om die schuld te laten gaan? En verzaken wij dan als nakomelingen, of kiezen wij simpelweg voor onze toekomst? Mijn vraag is dus: wat is hierin het erfrecht van schuld? En: wanneer houdt het op?

Aan de vooravond van 2011 zijn dit een paar van die vragen die het verblijf in Berlijn bij me losmaakt. Wie weet vind ik in het komende jaar antwoorden.  Jullie, onze lezers, wens ik namens de hele redactie een prachtig nieuw jaar toe, vol met inspirerende antwoorden en prikkelende vragen.