Jonge Indo’s in de provincie… Limburg

Op wat wel eens de laatste mooie herfstdag van dit jaar zou kunnen worden, reis ik af naar Maastricht, Limburg voor alweer het zesde interview met een jonge Indo. Kenneth van Haaren (24) is afgestudeerd in Cultuur en Maatschappijwetenschappen en speelt gitaar in een bigband en in een jazzcombo. Zijn studie heeft de deur naar zijn Indische achtergrond weer opengezet. Of was dat misschien zijn gitaarmuziek?

‘Een Indo op de gitaar is geen garantie voor goede muziek’

Kenneth van Haaren
Kenneth van Haaren (24 jaar), Maastricht

Exotisch
‘Ik heb het Indische lang buiten de deur kunnen en willen houden. Ik ben opgegroeid in Genhout, een dorpje van 300 inwoners, waar mijn ouders sinds 1974 woonden. Mijn moeder was daar ‘het’ Indische vrouwtje. Ik ben altijd bezig geweest me geaccepteerd te voelen als Limburger, al weet ik nog wel dat er op de middelbare school een jongen uit mijn straat op school kwam, een Indo. Hij wist dat exotische zo te cultiveren, dat hij bekend werd als die spannende Indische jongen. Toen dacht ik wel: “Ik ben drie of vier jaar ouder, zit hier langer op school, en hij is de Indische jongen?’

Fenomenaal drummer
‘Indische vrienden heb ik nauwelijks. Ja, eentje, maar dat is omdat hij een fenomenaal drummer is. Ik heb dat verongelijkte gevoel niet. Op school ook. Tot aan de middelbare school heb ik nooit last gehad van mijn kleurtje. Nou moet ik toegeven dat ik dikkig was en dat ik vooral daar mee gepest werd. Maar goed, in de brugklas kreeg ik opeens een paar Indo’s in de klas. En aangezien ik ook Indo was, moest ik met ze optrekken. Dat was niets voor mij. Op het VWO was ik de enige Indo , de rest deed MAVO. Ze reden rond op scootertjes, waren aan het gabberen, vonden zich Indische relschoppers. Ik voelde daar een zekere weerzin tegen.’

Vragen stellen
‘Tijdens het onderzoek voor mijn scriptie over Indisch eten, identiteit en integratie kwam ik op Indisch 3.0 terecht. Daar vond ik goede discussies. Ik had er in elk geval veel aan. Sowieso spreekt het concept van de derde generatie me wel aan. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik merkte hoe graag ik al die vragen, die toen opborrelden, had willen stellen aan mijn grootouders van mijn vaders kant. Ik heb wel gesprekken met ze gevoerd, maar toen was ik 5, 6 jaar oud, dat weet ik allemaal niet meer. De echt scherpe vragen durf ik niet aan mijn ouders te stellen, ook niet toen ik met mijn scriptie bezig was. Je voelt toch dat er gevoeligheden zijn. Ik denk dat mijn opa mij daar wel antwoord op zou hebben gegeven.’

Wayang
"Deze heb ik van mijn moeder gekregen"

Stereotypes
‘Mijn ouders zijn uit ’44 en ’48. Ze hebben me nooit zoveel verteld over hun emoties. Wel over wat nou typisch Indisch en typisch belanda-gedrag is. Dan vroeg ik me af – wat is dat dan? Want het Limburgse en Indische hebben nogal wat raakvlakken met elkaar. Ik heb alleen op bepaalde momenten de neiging om te zeggen dat ik Indisch ben. Ik voel me vaak in een hoekje geduwd. Als ik op een verjaardag bijvoorbeeld rondga met een schaal koekjes, dan is dat mijn Indische dienstbaarheid. Doet mijn vriendin Christine dat, dan vragen mensen haar of ze zich verveelt. Waarom stellen ze mij die vraag niet? Ja, je kan wel zeggen dat ik soms het gevoel heb dat als ik zeg dat ik een Indo ben, mensen me volgens een bijna koloniaal stereotype behandelen, en niet meer zien wie ik zelf ben.’

Luisteren
‘Er zijn twee mensen bij wie ik me genoeg op mijn gemak voel om Indisch te zijn, in wie ik me herken. Dat zijn Christine, mijn vriendin, en mijn vader. Christine heeft me geleerd me te uiten. En mijn vader luistert naar me. Heeft niet een nog beter verhaal dan ik, wanneer ik iets vertel. We hebben dezelfde interesses, en hij is relaxter in de omgang. Hij wordt bijna 65. Vroeger vond ik het vervelend om een oudere vader te hebben, nu merk ik dat ik gesprekken met hem kan voeren waarvan ik niet had gedacht die ooit met hem te voeren. Over mijn vriendin. Over relatiedingen. Hoe hij tegen dingen aankijkt, zijn afkomst.’

Gitaar spelen
‘Dit is een heel belangrijke foto voor me, van Reggie Agerbeek en mij, van een paar jaar geleden. In die tijd woonde en studeerde ik in Rotterdam. Ik werkte ’s avonds in de Mediamarkt. Op een avond, het was heel rustig, kwam er een Indische man binnenlopen, die hulp nodig had met het aansluiten van zijn dvd-speler op zijn tv. We raakten aan de praat, zo van ‘Ben je Indo?’, ‘Ja,’, ‘Speel je gitaar?’,’Ja natuurlijk.’ Ik vertelde dat ik nog een leraar zocht en zo stond ik een paar weken later bij Reggie op de stoep. Het klikte enorm. Ik heb daar, nou ja, niet alles geleerd, maar wel zeker mijn eigen stijl ontwikkeld.’

Reggie_en_Kenneth
Kenneth van Haaren en Reggie Agerbeek (ca. 2005)

Verloren Indo
‘Deze foto is van Reggie’s afscheid. Hij werd uitgezonden naar Benin in Afrika. Voor mij was hij heel belangrijk geworden. Ik was in mijn eentje naar Rotterdam gekomen, volgde een particuliere opleiding, was ’s avonds veel alleen. De collega’s in de Mediamarkt, daar had ik ook niet veel mee. En dan komt er opeens een verloren Indo binnenlopen, die me in contact brengt met Reggie. Bij hem voelde ik dat het Indische een band schept. Zeker tussen twee muzikanten. Je gaat gewoon op een andere manier met elkaar om.’

Opluchting
‘Het is trouwens wel grappig. Samen met mijn broer zit ik in dat jazzcombo. Elke keer als wij op het podium gaan staan, tussen al die witte Limburgers, merk ik dat de zaal opgelucht ademhaalt. Alsof Indo’s op bas en gitaar een garantie zijn voor goede muziek.’

Kenneth heeft Friesland als volgende provincie aangewezen. Ook zal hij op uitnodiging van Indisch 3.0 een artikel schrijven over zijn scriptie, waarin hij ingaat op de koppeling tussen integratie, Indische identiteit en: eten. Jullie gaan dus nog meer van deze Limburgse Indische Nederlander horen.

Oud verdriet, ons verdriet?

Het is altijd heerlijk als een zomerse dag en een weekenddag samenvallen. Om dit te vieren gaan Jeffrey en ik een terrasje pikken bij een café op kruipafstand van zowel zijn als mijn huis. Na de eerste slok van ons koude biertje staat zonder aankondiging een oudere, Indische man naast Jeffrey. Een paar biertjes later nemen we met een brok in onze keel afscheid van hem.

De oudere man herkent Jeffrey als Indische jongen aan zijn donkere kleur en Indonesische gelaatstrekken. Mijn uiterlijk –dat het best als Ierse camouflage kan worden omschreven- doet niets Indisch vermoeden. De man stelt zich voor als Johan en is direct zeer enthousiast om “eens een ander Indisch persoon te ontmoeten”. Ondanks dat dat ons verbaast, in Noord-Brabant wonen immers vrij veel Indische mensen, bieden we hem volledig in overeenstemming met onze Indische beleefdheid direct een stoel aan onze tafel aan.

Als zijn verbazing dat ik ook Indisch ben is gezakt, begint Johan ons de oren van het hoofd te vragen: waar komen jullie dan vandaan, waar zijn jullie geboren, en jullie ouders? Als een langspeelplaat die blijft hangen, blijft hij herhalen dat hij het zo enorm leuk en fijn vindt met echte Indische jongens een borrel te kunnen drinken. Ik apprecieer dat, maar kan zijn inmenging nog steeds niet echt goed verklaren.

Vanwaar de hunkering om contact te hebben met andere Indische mensen? Johan voelt zich, zoals waarschijnlijk vele andere ouderen, ongetwijfeld alleen. Gaandeweg wordt duidelijk dat hij zijn ‘ thuis’ mist. Thuis als de plaats waar je je ‘senang’ voelt. En dat was Nederlands-Indië, dat was alles dat Indisch was, dat was zijn Indische familie. Gewoonweg alles dat ooit was, maar verdwenen is. Nederlands-Indië bestaat immers niet meer, het Indische is zoek en zijn familie is overleden of wil geen contact meer. Familie, is dat niet het fundament van alles dat Indisch is? Wij voelen met Johan mee, maar kunnen niet meer dan aanhoren en begrijpen, herkennen en meepraten.

Drank vloeit en verhalen komen los, en wij hangen aan zijn lippen. Onverwacht plotseling snijdt Johan het onderwerp van de Japanse bezetting aan. Hij vertelt dat hij als klein kind met zijn moeder in het kamp zat; zijn vader was als krijgsgevangene weggevoerd. De allereerste keer dat hij zijn dood gewaande vader ontmoette, was na de capitulatie. De man stond ineens in levende lijve voor zijn neus. “Ben jij mijn zoon Johan? Ik ben je vader.” Johan stopt met vertellen. Zijn hoofd zakt naar beneden en zijn handen vouwen zich als een gebaar van schaamte in een scherm voor zijn voorhoofd. Zijn kin bibbert, zijn woorden zijn piepende geluiden. Johan lijkt het moment van bijna 65 jaar geleden levendig voor zijn ogen te zien en hij huilt.

Ik probeer te beseffen wat er hier op een mooie zaterdag in de zon op dit terras gebeurt. Een bejaarde Indischman zit huilend tegenover me, getergd door een ontsloten oorlogstrauma. Wat moet ik doen? Troosten en zeggen ‘Ah, het komt wel goed’, of zo? Deze man herleeft voor mijn ogen een situatie waar ik geen benul van heb. Ik ken alleen welvaart, vrede, voorspoed, geld, vreten, gezuip en gezeik over triviale onderwerpen. Ik ben strontverwend. Ondertussen merk ik dat ik met hem mee begin te voelen. Ik ken namelijk wel de geschiedenis van het Indische volk en het verhaal van mijn bloedeigen familie. Het verhaal dat zich in dezelfde tijd, omstandigheden en plaats afspeelde. Hebben mijn familieleden ook niet de gruweldaden en excessen van de Japanse bezetting, de bersiap en onafhankelijkheidsstrijd beleefd en overleefd? Voel ik nu medelijden of is dit verdriet?

Mijn familieleden, die hetzelfde hebben meegemaakt als Johan, zijn geen verre voorouders uit een vergeten tijdperk. Het betreft familieleden die ik ken of heb gekend. Mensen van wie het bloed onverdund door mijn aderen stroomt, bij wie ik op schoot heb gezeten. Van wie ik opvoeding, liefde en zorg heb gekregen en met wie ik vereeuwigd ben op familiefoto’s. Dit is dus ook mijn geschiedenis. Maar is dit daarmee dan ook mijn verdriet?

Johan excuseert zich ondertussen al voor de zoveelste maal voor zijn emotionele uitbarsting. Zijn tranen blijven echter stromen. Ik weet nog steeds niet wat ik moet zeggen. Door mijn besef dat dit ook mijn achtergrond betreft, zijn zijn emoties aanstekelijk geworden. Mijn hart klopt wild, mijn ogen knipperen en mijn lippen klemmen op elkander. Jeffrey en ik kijken elkaar ongemakkelijk aan. Ik weet dat ook hij de verhalen van zijn grootouders hoort.

Uiteindelijk durf ik Johan te vertellen dat wij zijn verhaal herkennen en begrip hebben voor zijn gevoel. Het zijn dooddoeners. Johan komt pas weer bij zijn positieven wanneer hij zelf zijn emoties meester heeft kunnen worden. Wij spreken vervolgens afwisselend in het Nederlands en Maleis over allerlei lichtere onderwerpen. Op z’n Indisch doen we alsof er niets is gebeurd. We worden zelfs jolig en spreken alsof we elkaar al jaren kennen. En wanneer de tijd is gekomen om te gaan, moeten wij Johan verzekeren een keer bij hem te komen ‘mampir’. Dan omhelst hij ons en vertelt dat hij altijd al zonen had willen hebben.

Op weg naar huis blijft in mijn hoofd de vraag rondspoken of Johan’s verdriet en het verdriet van zijn lotgenoten zoals mijn familie, op een of andere manier ook aan mij als latere generatie toebehoort. Ik geloof van wel.

Indische buurten: ‘Lombok’ in Utrecht (a.k.a. ‘Klein Alanya’)

Voor het derde deel van de serie Indische buurten’ trekken Charlie Heystek (tekst) en Valérie Harmanus (foto’s) de Indische buurt van Utrecht in.

Lombok, zo heet de Indische buurt hier. Mijn beste vriendin, die aan de rand van de buurt woont, noemt het altijd gekscherend ‘Klein Alanya’. En dat is het ook: op elke hoek van de straat zit wel een Turkse groetenboer, bakker of een lamachun (Turkse pizza) tent.

kanaalweg
De Kanaalstraat die midden door Lombok loopt en waar straten met bekende namen als Balistraat, Javastraat en Sumatrastraat op uitkomen

Toen ik de vraag kreeg of ik voor mijn eerste bijdrage aan Indisch 3.0 een verhaal wilde schrijven over de Indische buurt van Utrecht, vroeg ik me dan ook sterk af wat ik over deze buurt moest vertellen. Ik kom er niet veel, maar wel altijd graag. Omdat ik me thuis voel tussen de Turken, niet vanwege iets Indisch. Ik vond het dan ook moeilijk te bedenken wat ik over Lombok moest schrijven als Indische buurt. Welke link zou ik kunnen leggen met het Indische, behalve de straatnaambordjes die aan onze koloniale geschiedenis herinneren?

Nieuwsgierig lopen Valérie en ik de wijk in. Zij gewapend met haar fotocamera, ik met een schrijfblok en een pen. Lombok is een wijk met een grote islamitische populatie. Vandaag is de eerste dag van drie dagen Eid-ul-Fitr, het einde van de vastenmaand Ramadan, het Suikerfeest is vanavond. Op mijn werk zal het vanavond een komen en gaan worden van Turkse familieleden van mijn baas, een keuken vol baklava en Turkse thee. Ik bedenk me dat het juist vandaag misschien wel leuk even langs de moskee om de hoek te gaan. Maar helaas: hij is dicht. De twee heren die er voor staan fluiten Valérie en mij na.

We besluiten door te lopen en ik krijg het idee om verschillende winkels binnen te gaan om te vragen hoe zij vanavond in Lombok Suikerfeest vieren. Nog geen tien meter verder worden we weer nagefloten. Een man roept naar Valérie: ‘Hey, maak een mooie foto van mij!’. Aan de overkant hangen wat groepjes Turkse jongeren op straat. ’Hoe maak ik dit aantrekkelijk voor Indisch 3.0?’ spookt er door mijn hoofd. Ineens zie ik aan de overkant ‘Kopi Susu’ op het raam staan.

Museumcafé Kopi Susu op de J.P. Coenstraat
Museumcafé Kopi Susu op de J.P. Coenstraat

Die naam herken ik. Voordat ik Lombok ging verkennen, had ik al het een en ander aan research gedaan naar achtergronden van de wijk. Kopi Susu is een cultureel café in Lombok dat samenwerkt met het project ‘Linken Leggen Lombok’. Dit project probeert door middel van verschillende activiteiten de naamgeving van Lombok uit te leggen en op die manier de koloniale geschiedenis levend te houden. Ook proberen ze de eerste groepen migranten (Indische Nederlanders, Molukkers en Papoea’s) in contact te brengen met de latere groepen migranten (Marokkanen en Turken).

Als Valérie en ik het café binnen lopen herkennen we achter de bar direct twee Indische dames. We vragen of ze ons kunnen helpen en leggen uit waar wij mee bezig zijn. ‘Willen jullie wat drinken? Kopi susu?’ Onmiddellijk begint Micky, een van de twee bardames, enthousiast te vertellen. Het doel van Kopi Susu is om mensen met verschillende culturele achtergronden bij elkaar te brengen: ‘niet alleen Indische mensen, maar mensen van alle culturen.’ Het culturele café ontvangt geen subsidie en is daarom maar vier dagen per week geopend. ‘We hebben er simpelweg het geld niet voor vaker open te zijn.’ We hebben dus geluk dat ze net vandaag wel open zijn. Ik vraag of er nog iets ‘echt Indisch’ in de buurt te vinden is. Micky kijkt me aan, denkt even en zegt dan ferm: ‘Nee, eigenlijk niet echt.’ We praten verder, honderduit over Indische dingen, de geschiedenis, de Indische ‘klik’ die ik niet kan uitleggen is er.

In gesprek met Micky
In gesprek met Micky

Achterin zie ik een kamer met knalroze wanden. ‘Wat dachten jullie? Deze kamer geven we de kleur van stroop susu?’ vraag ik lachend. Dan stapt er een Nederlandse dame binnen: ‘Heb jij die flyer voor de krontjongmiddag nog opgehangen?’ Micky haakt er direct op in en stelt ons voor: ‘Dit zijn Valérie en Charlie, derde generatie Indo’s. Ze zijn met een verhaal bezig voor een Indische weblog.’ De dame nodigt ons uit om dezelfde middag nog langs te komen bij de krontjongmiddag: ‘Het wordt georganiseerd door Nusantara Indah. Er zijn veel Indische en Nederlandse mensen, maar ook mensen van andere culturele achtergronden. We spelen en zingen samen krontjong, jullie zijn meer dan welkom.’ Direct besluiten we: dat moeten we doen.

Als de koffie met melk op is, hobbelen we in de richting van het buurthuis waar de krontjongmiddag plaats vindt. We raken de weg al snel kwijt,en als we twijfelen of we wel bij het juiste adres zijn, verschijnt gelukkig de dame van het café. ‘Wat leuk dat jullie er zijn! Ik heb het al even over jullie gehad. Kom binnen, kom binnen!’ We worden warm onthaald door de aanwezigen. Er wordt ons kort uitgelegd dat ze deze middagen organiseren om de buurtbewoners dichter bij elkaar te brengen en hoe de uitspraak van het Maleis te leren. Minuten later zing ik uit volle borst zing ik mee met ‘Ayun ayun’ en ‘Nina bobo’. Een van de Nederlandse aanwezigen lacht breeduit naar me.

Krontjong spelen en elkaars cultuur leren kennen
Krontjong spelen en zingen en elkaars cultuur leren kennen

Ik verbaas me over het feit dat, terwijl verwachtte alleen Turkse Nederlanders te vinden, ik in deze wijk ineens krontjong aan het zingen ben. Dan spelen ze ‘Terang Bulan’. Ik krijg tranen in m’n ogen: op dit liedje ging mijn opa tijdens zijn begrafenis min of meer ‘swingend’ te kerk uit.

Tot zover de bijnaam ‘Klein Alanya’. Ik besluit de Indische buurt voortaan weer Lombok te noemen.

 

Klik hier voor meer achtergronden over de wijk Lombok en bezoek ook de site van het leuke initiatief Linken Leggen Lombok.

Identiteitscrisis (deel 1)

vingerafdrukOm meteen met de deur in huis te vallen: Ik ben Indisch en dat waardeer ik. Nu zal geen enkele bezoeker van Indisch 3.0 geschokt van zijn stoel vallen. Laat staan dat men er vreemd van opkijkt. Toch wil ik er speciaal melding van maken, omdat ik in het dagelijks leven voor van alles en nog wat wordt aangezien behalve voor Indo. Eigenlijk lijk ik op Geert Wilders. Wel Indisch, maar je ziet het niet. In tegenstelling tot moi doet Geert daar natuurlijk ook zijn uiterste best voor. En terecht, want Indisch of niet, als ik in zijn schoenen stond zou ik ook proberen er zo Hollands mogelijk uit te zien. Het is dus wachten op het moment dan onze Limbonesiër blauwe lenzen gaat dragen en op bezoek gaat bij de huidarts van Michael Jackson.

Wilders en ik hebben beide een identiteitscrisis. Ik voel me namelijk niet Indisch. Nederlands trouwens ook niet. Voetballer Ibrahim Afellay is Nederlander, maar voelt zich, naar eigen zeggen, tegelijkertijd Marokkaan in hart en nieren. Zelf heb ik dat niet. Ik WEET dat ik Nederlander ben met Indische roots, maar daar houdt het op. Vaak vraag ik me zelfs af of zo’n gevoel überhaupt bestaat of dat het een door de gemeenschap gecreëerd geloof is. Zo van: ,,We zijn Indo’s, dus dan zullen dat van binnen voelen ook!’’ Een soort fantoomziekte. Als je er flink in gelooft, gaat het bestaan. Of nog belangrijker: Het krijgt betekenis. Daar is overigens niets mis mee. Integendeel, ik ben er jaloers op. Het houdt me steeds meer bezig. Het is niet voor niets dat ik vrijwillig voor deze site ga schrijven. En is het toeval dat er een Indisch film èn een Indische voorstelling op mijn CV staan? Ja, is mijn eerste reactie, want er moet simpelweg geld worden verdiend, maar dat ik de afgelopen jaren in mijn privéleven mijn interesses heb verlegd naar Indische vrouwen is wel raar. Sterker nog, ik ben met een vrouwelijke soortgenoot getrouwd! Of is dat ook toeval?

Misschien maak ik het groter dan het is (dat is nu eenmaal mijn werk) en is het logisch dat ik me niet Indisch voel. Ik zit in percentages als volgt in elkaar: 50% Nederlands, 25% Chinees, 25% Indisch

Slechts een kwart Indisch zijn is wellicht te weinig om je Indo te voelen. Dat ik me niet oer-Hollands voel is niet gek, want wij Nederlanders hebben enkel een groot saamhorigheidsgevoel wanneer het ons uitkomt. Die zogenaamde wij-momenten zijn overigens op één hand te tellen: Koninginnedag, dodenherdenking en wanneer het Nederlands Elftal wint (als er verloren wordt, spreken we uiteraard van zij, maar da’s logisch…).

Over mijn Chinese achtergrond heb ik sowieso nooit nagedacht. Het klinkt heel flauw, maar laten we eerlijk zijn. Als ik spleetogen had gehad was dat anders geweest. Wellicht ga ik dat nog ontdekken. Onlangs kwam ik erachter dat mijn schoonmoeder in de muur tussen de eetkamer en keuken een luik in de muur heeft. ,,Net zoals bij de afhaalchinees!”, dacht ik nog, maar dat is meer gevoel voor humor dan voor China. Ach, je moet ergens beginnen.

Het moge duidelijk zijn dat ik mijn stinkende best doe om me Indisch te voelen, maar het wil nog niet vlotten. Het ligt dus niet aan mij, maar aan anderen. Aan mijn ouders bijvoorbeeld. Mijn moeder is Nederlandse en mijn vader is een donkere Indische man die plat en onverstaanbaar Drents praat. Zij hebben me volledig Nederlands opgevoed. Inclusief het eten. Allemaal Hollandse kost. Mijn vader is een meester in stamppotten en hutspot, maar een fatsoenlijke Indische rijsttafel heb ik vroeger nooit op onze keuken zien komen. Af en toe een surrogaatrijsttafel met behulp van Conimex, maar dat telt niet.

Verder hadden mijn ouders, buiten de familie van mijn vader, geen andere Indo’s om zich heen. Daar heb ik nu nog steeds een trauma van. Vooral nu ik tegenwoordig steeds vaker in Indische kringen verkeer. Tijdens het draaien van de speelfilm ‘Ver van Familie’ vlogen er woorden en termen om mijn oren, waarvan ik nu nog steeds de betekenis niet weet. Zelfs de aangetrouwde blondines hadden een ruime voorsprong op mij. Dat wil je natuurlijk niet laten merken en als acteur kan je dat gelukkig verbloemen. Acteren is een eenzaam vak.

Ik trek de lijn van schuldigen verder door, want de society valt net zoveel te blamen. Er is in mijn leven nog nooit, maar dan ook nooit iemand naar me toe gekomen die heeft gevraagd: ,,Ben jij Indisch?” Als men het al vraagt i.p.v. roept (bv.: ,,Rot op naar je eigen land, kankerturk!”) is het altijd: ,,Bent u Spaans/Turks/Braziliaans/Italiaans/Marokkaans?” Bijeenkomsten met andere Indo’s heb ik natuurlijk niet meegerekend, want daar gaat men er klakkeloos vanuit dat ik er, net als de andere kleurlingen, ook bij hoor.

Tot zover mijn leven als Indo. De volgende keer deel 2 van mijn identiteitscrisis over mijn leven als Spanjaard/Turk/Braziliaan/Italiaan/Marokkaan.

Overigens moet mij als afsluiting van het hart dat ik, ondanks de Nederlandse opvoeding, heel veel van mijn ouders hou en veel waardering heb voor de wijze waarop ze mij hebben opgevoed. Geen respect trouwens! Dat woord heeft vandaag de dag totaal geen betekenis meer. Iedereen eist tegenwoordig altijd en overal van iedereen respect. Dat volgens mij de omgekeerde wereld. Daarom staat het woord respect niet langer in mijn vocabulaire. Waardering vind ik een logische èn goede vervanger. Waardering heb je voor iemand, respect verwacht je van iemand. Normen en waarden anno 2009. Tot zover mijn preek, want al voel ik me geen Indo, ik ben zeker geen Bono.

Vier nieuwe redacteuren op Indisch 3.0

logo30_small1.pngBegin augustus kondigden we aan dat we onze redactie hadden versterkt met Elsbeth Vernout, Natalie Ypma en Patrick Neumann. Sinds vorige week zijn op Indisch 3.0 de eerste bijdragen van hen te zien en lezen. Vanaf vandaag kunnen we hier de namen aan toevoegen van vier nieuwe, enthousiastische jonge redacteuren die in woord en beeld gaan bijdragen aan de weblog.

Roos Carlier
Roos Carlier

Roos Carlier (1981) studeerde Culturele antropologie, na eerder de pabo succesvol te hebben afgerond. Voor haar bachelorscriptie CA verbleef ze drie maanden in Mexico om onderzoek te doen naar straatkinderen in Guadalajara. Het masterjaar was voor haar naast een wetenschappelijke zoektocht eveneens een persoonlijke zoektocht naar haar Indische achtergrond. Dit leidde tot een masterscriptie met als onderwerp de identiteitsvorming van drie generaties Indische Nederlanders in Nederland onder de titel: ‘Drie Indische generaties, Drie Indische Identiteiten?’ Roos houdt zich veel bezig met fotografie. Voor de talkshow georganiseerd door Indisch 3.0 maakte zij eerder foto’s gemaakt. Voor Indisch 3.0 gaat ze vooral in beeld bijdragen leveren. Een groot aantal van haar foto’s is te zien op: www.flickr.com/photos/rooos

Valérie Harmanus
Valérie Harmanus

Valérie Harmanus (1977) studeerde dans aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds 2007 studeert ze fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in dezelfde stad. De onderwerpen die centraal staan in haar fotografie haalt ze uit haar eigen leven. Dit zijn thema’s zoals: identiteit, ouderschap, liefde en haar herinneringen aan vroeger. Ook Valérie zal op Indisch 3.0 vooral met beeld bijdragen gaan leveren. Een impressie van haar werk is te zien op: www.valerieharmanus.com

Willem-Jan Bederode (Merah)
Willem-Jan Brederode (Merah)

Willem-Jan Brederode (1979) woont in ‘s-Hertogenbosch, studeerde Bedrijfswetenschappen (2004) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is werkzaam in de financiele dienstverlening. Hij is lange tijd actief geweest binnen de Indische 3de generatie beweging. Vanaf eind jaren ’90 begon hij als actief lid van meerdere Indische jongerenorganisaties zijn Indisch-zijn vorm te geven. Na de jongerenafdeling van de Vrij Indische Partij, het Indisch-Brabantse vriendengezelschap South Side Indo Crew en het bestuur van Darah Ketiga volgden meer creatieve participaties tijdens voorstellingen op de Pasar Malam Besar in 2004 en het jaar daarop in een voorstelling genaamd “Blue Print: The Morning Shapes The Night”, georganiseerd door Het Indisch Huis. Inmiddels is hij klaar voor een nieuwe uitdaging. Voor Indisch 3.0 zal Willem-Jan (in de Indische wereld beter als ‘Merah’) een variété aan Indische onderwerpen met een lach maar ook een sneer aan de kaak stellen. Indische organisaties, de derde generatie en Indo’s in de VS zijn de hoofdingrediënten in zijn receptuur.

Charlie Heystek
Charlie Heystek

Charlie (Charlotte) Heystek (1988) woont in Utrecht. Na het behalen van haar VWO diploma studeerde ze Geschiedenis, maar inmiddels is ze overgestapt naar Communicatie- en Informatiewetenschappen. De afgelopen jaren heeft ze naast haar studie en werk in de horeca, aan veel uiteenlopende jongerenprojecten meegewerkt en schrijft ze met regelmaat columns die ze publiceert op haar eigen blog. In deze columns komen de discussies die ze met anderen voert en haar Indische achtergrond met regelmaat naar voren. Ze gaat nooit een discussie uit de weg en staat er om bekend vaak met een nieuwe, originele visie op onderwerpen te komen. Op Indisch 3.0 was in april een interview met haar te lezen was. Als redactielid zal ze vanaf deze maand schrijven over wat Indisch-zijn in het dagelijks leven –waarin ze vaak wordt bestempeld als ‘Belanda-Barbie’ als gevolg van haar Nederlandse uiterlijk- voor haar betekent.

De allesbepalende kracht van Indische (haar-)wortels

RootsWilders is een Indo. En het zijn die Indische roots die grote invloed hebben op de politieke ideologie die de Limburgse politicus nu uitdraagt, betoogde bestuurskundige en antropologe Lizzy van Leeuwen. Maar wacht even. Bepalen je Indische roots zó’n groot deel van wie je bent en waar je voor staat?

De PVV-leider zou zijn haar niet zomaar blond verven, hij doet dit om zijn afkomst uit een Indisch geslacht te verhullen. Lizzy van Leeuwen schildert Wilders af als een ‘postkoloniale revanchist’ die wreker is van zijn Indische grootouders. Hij zou er ongeveer dezelfde politieke standpunten op na houden als de conservatieve en koloniale politici van vijftig jaar geleden. Die wilden destijds het liefst terug naar de tijd van vroeger. Wilders is net als zij gericht op versterking en behoud van de Nederlandse dominantie, waarden en cultuur.

Lizzy van Leeuwen gaat er vanuit dat Wilders’ Indische wortels zeer bepalend zijn voor hoe hij handelt. Zijn frustratie over wat er met zijn grootouders is gebeurd in Nederlands-Indie , komen tot uiting in zijn politieke standpunten, meent zij. Zo probeert ze te verklaren hoe het omt dat Wilders pleit voor behoud van ‘de eigen dominante cultuur’, en het terugdringen van de islam. Maar of dat nou ingegeven is door zijn Indische achtergrond?

Dezen en genen
Rond mijn dertigste ben ik gaan zoeken naar wat mijn Indische wortels nou eigenlijk inhouden, wat ze voor me betekenen. Op basis van die zoektocht heb ik de voorstelling ‘Deze en genen’ gemaakt en gespeeld. De titel sloeg op een soort verontwaardiging van mijn kant: blijkbaar zit die Indische kant zo in je genen, dat je er niet omheen kan. Als derde generatie Indo heb je in principe niets met de oorlog te maken, je groeit op in een land waar vrede is. Maar toch krijg je altijd iets mee van de oorlogstrauma’s die leven bij je voorouders. Al is het maar het zwijgen erover, het onuitgesproken verdriet.

Die overgeërfde oorlogsproblematiek sijpelt dus nog een generatietje door, in mijn geval. Mijn opa, die overleed toen ik vier jaar was, heeft ooit aan de Birma spoorlijn moeten werken als dwangarbeider, zoals zovelen in die tijd. Hij overleefde het, maar heeft er nooit iets over verteld, zelfs niet aan mijn oma of vader. Als kleindochter wist ik dus niets van wat hij daar had meegemaakt. Maar ik voelde er wel iets van. En daar heb ik uiteindelijk in mijn professionele leven iets mee gedaan.

Met dit betoog impliceer ik dat je roots inderdaad bepalend zijn voor wie je bent, wat je drijfveren zijn, waarom je dingen doet. Maar hoe zit het dan met de andere componenten waar mijn wortels uit zijn opgebouwd? Net zo goed als dat Wilders naast Indo ook Limbo is, heb ik naast Indische (van mijn vaders kant) ook Arnhemse wortels (mijn moeder werd geboren in Arnhem) en zelfs een link met Zeeland (mijn oma van moederskant groeide op in een hotel in Den Briel). Bovendien heb ik van mijn vijfde tot mijn zeventiende jaar in Bovensmilde gewoond, zie daar: Drentse invloeden.

Exotisme
Mijn vader, geboren in Batavia in 1938, noemt het ‘exotisme’, die focus op wat anders is, wat afwijkt. Weliswaar was hij zeer gevleid met de aandacht die ik door middel van theater heb besteed aan zijn Indische achtergrond, maar hij werd wel wat brommerig als ik die Indische kant teveel benadrukte.

Indië is wellicht exotischer om het over te hebben dan Nederland. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het interessanter vind om te vertellen over een achtergrond die bestaat uit wuivende palmen, krontjongmuziek en schommelstoelen op de veranda, dan over de wortels die ik heb in de koude Nederlandse kleigrond. Terwijl eigenlijk ook de Hollandse kleigrond mooie verhalen oplevert. Voor mij heeft Indie ook een link met het theater, omdat mijn oma in Indie vroeger al overal enthousiast optrad op elk podium dat ze kon vinden.

En dan nog iets: ik heb opvallend veel vriendinnen die ook een link hebben met Nederlands-Indië. En we hebben elkaar niet eens ontmoet op de Pasar Malam, oh nee Tong Tong Fair. Vaak kwamen we er pas na een tijdje achter, als we elkaar beter leerden kennen, dat die link met Indië bestaat. Het voelt meteen al vertrouwd, er hoeft op een bepaalde manier niet zo veel uitgelegd te worden. En zo beland ik toch weer bij dat moeilijk te benoemen, niet rationeel te verklaren gebied waar je al snel in wegzakt als je zoekt naar je identiteit als Indische Nederlander.

Het gebied waarin je van elkaar snapt dat je soms met tranen in je ogen over die Tong Tong Fair kan lopen. En dat het zo opvalt als je dan weer buiten staat en op de trein stapt. Dan moet je altijd even schakelen. Zo open en vriendelijk als mensen op de overdekte Indonesische markt met elkaar omgaan, dat werkt niet meer als je in de rij staat voor een strippenkaart op Den Haag CS. Dan moet je toch weer terug je hok in.

Inderdaad, ik ben een Indo. En mijn Indische familiegeschiedenis heeft zeker invloed op wie ik nu ben. Maar het is niet allesbepalend voor mij of mijn werk. Liever niet! Dan zou ik alleen maar voorstellingen maken over Indie, begeleid door krontjongmuziek. Ook bepalend voor wie ik ben zijn mijn Arnhemse, Den Brielse en Bovensmildense roots. Amsterdam, waar ik nu alweer 16 jaar woon, is ook van invloed. En wie ik ben is, naast door mijn genen en mijzelf, ook mede mogelijk gemaakt door: mijn geliefde, vrienden, juffen, meesters, docenten, regisseuse, coaches, toevallige passanten in de tram, buren en misschien zelfs wel woestijnrat Jerry. Zo ingewikkeld is dat, die identiteit.

Tropische storm Wilders

rijstevlaai

Geert Wilders is Indo en zijn achtergrond speelt mogelijk mee in zijn gedachtegoed. Dat is zo’n beetje  de strekking van het verhaal van Lizzy van Leeuwen in de Groene Amsterdammer van 3 september. Met dat artikel beoogt de Indische wetenschapper aan te geven hoe Nederland Wilders een plek kan geven. Een interessante vraag; voor velen zou het een grote opluchting zijn om eindelijk een passend antwoord te hebben op het ‘fenomeen-Wilders’. De psychologie van deze bestuurskundige antropologe schiet daarvoor echter tekort.

door Ed Caffin en Kirsten Vos

Dat het nu bewezen is dat Wilders Indo is, boeit niet zo. Er zijn wel meer Indo-Europeanen in de Nederlandse politiek. En voor de ‘verleidelijke conclusie’ dat Wilders met zijn extreme gedachtegoed zijn Indische voorouders wreekt, biedt Van Leeuwen een te simpel en weinig sluitend verhaal. Het ontstaan van deze radicale ideeën is daar toch echt te complex voor. Dat zijn Indische achtergrond mede heeft bepaald hoe hij tot dat gedachtegoed gekomen is echter wel interessant. Zijn gedachten passen bij oude koloniale superioriteitsgevoelens. En daarmee komen we bij een intrigerende uitspraak, die in De Groene helaas volledig ondergesneeuwd is.

De politicus uit Venlo heeft denkbeelden die zouden kunnen voortkomen uit de koloniale tijdsgeest van zijn grootouders. Doordat nauwelijks het debat gevoerd is over hoe Nederland als samenleving haar koloniale verleden kan verwerken, herkennen we geen ‘symbolen en retoriek die lange tijd gezichtsbepalend waren’ voor de VOC-mentaliteit. Als we deze uitspraak goed begrijpen, wil Van Leeuwen dus zeggen dat, als Nederland wel het postkoloniale debat had gevoerd, zoals België, Frankrijk en Engeland gedaan hebben, we allang een antwoord hadden gehad op Geert. Immers, in die landen zijn er wel rechtsdenkende politici zoals LePen en Dewinter, maar – vrij vertaald naar Van Leeuwen –  zijn dat mietjes als je ze vergelijkt met onze geblondeerde rijstevlaai.

Het vervelende is dat ook deze gevolgtrekking weinig soelaas biedt; zij is niet meer dan een hypothetische als-dan redenering. Hoogstens ondersteunt deze het pleidooi om alsnog een postkoloniaal debat te gaan voeren in Nederland, een conclusie die Van Leeuwen heeft getrokken in haar publicatie ‘Ons Indisch erfgoed’ (2008). In feite lijkt in De Groene Amsterdammer van 3 september dus te staan dat Geert Wilders bewijst dat Nederland nodig moet praten over zijn koloniale erfenis. Maar is de inhoud van het hele artikel echt relevant om tot die conclusie te komen?

Wilders als 18-jarige in een kibboets. Bron: www.geenstijl.nl
Wilders als 18-jarige in een kibboets. Bron: www.geenstijl.nl

Zeker. Het familieverhaal van Wilders is aangrijpend. De manier waarop zijn grootouders gestrand zijn in Nederland, zonder dienstverband, pensioen of andere zekerheden, doet denken aan het ‘wij konden niet anders’ van de repatrianten tien tot twintig jaar later. En natuurlijk is het niet onwaarschijnlijk dat zijn familiegeschiedenis een rol heeft gespeeld. Wilders kende zijn tevens deels mogelijk Joodse achtergrond ongetwijfeld, in elk geval in grote lijnen. Of is zijn ‘grote liefde’ voor Israel toeval? Het is trouwens niet ondenkbaar dat hij, als zoveel Indo’s, weinig tot niets gehoord heeft over zijn Indische wortels. Hoe dan ook. Zijn gemengde achtergrond had ook de ideale voedingsbodem kunnen zijn voor een juist grote tolerantie voor andere culturen. Wat is er misgegaan? Zou hij gepest zijn? Gefrustreerd? Anti-moslim geworden door zijn tijd in Israël? Of is hij vroeger om zijn oren geslagen met het gevoel voor humor van Nico Dijkshoorn en zijn vrienden?

En ja, het is schokkend dat sommige Indo-Europeanen dezelfde denkbeelden hebben als mensen die zich verzetten tegen élke etnische groepering. Maar is het onvoorstelbaar? Het simpele gegeven dat iemand een kleurtje heeft, of uit een ander land komt, wil nog niet zeggen dat hij een liberaal denker is. Veel oudere Indische Nederlanders zijn vrij conservatief. Een derde van de jonge Marokkanen vindt dat Marokkaanse Nederlanders het land uitgezet mogen worden als ze de wetten overtreden van het te softe Nederland. En voor degenen die ‘Alleen maar nette mensen’ (2009) van Robert Vuijsje hebben gelezen, is deze anti-vreemdelingenhouding alleen maar een begrijpelijk vervolg op de inleiding van dat boek.

Dan de uitspraak dat Wilders zijn haar blondeert, een ‘politiek symptoom dat ten onrechte niet serieus genomen wordt’, terwijl het tekenend is voor zijn ‘klassieke Indische identiteitsvervreemding’. Wil Van Leeuwen zeggen dat het blonderen hetzelfde is als al die Indo’s die hun achtergrond wilden verdoezelen? Dat zou kunnen. Maar is het niet een tikje overdreven om daar in dit artikel zoveel gewicht aan te verbinden?

Al met al lijkt het betoog te bestaan uit veel losse flodders om aandacht van lezers te trekken, en weinig uit wetenschappelijk onderbouwde uitspraken om een werkelijk nieuw inzicht te bieden in Geert Wilders. Op Indisch internet leidt het artikel nog steeds tot veel onrust, maar in de Nederlandse media is tropische storm Wilders alweer gaan liggen. En daarmee is dit artikel toch een beetje een klassiek geval van jammer. Want het zou best interessant zijn om te weten wat die Indisch-Limburgse Nederlander beweegt. Al is het voor Nederland vooral belangrijk om te weten wanneer het voor hem genoeg is en deze tropische storm helemaal uitgeraasd is.