“Your face is Indonesian, but why are you so white?!”

Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com
Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com
Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com

Ik geloof dat iedere zich van zijn achtergrond bewuste Indo de situatie wel kent waarin je schaapachtig en onbegrepen wordt aangestaard, als je in Nederland probeert uit te leggen wat ‘Indisch’ eigenlijk is. Na mijn recente vakantie in Indonesië kan ik niet anders concluderen, dan dat het daar niet veel anders is. Als Nederland en Indonesië als respectievelijk de vader en moeder van ons volk gezien kunnen worden, wordt het toch eens tijd dat zij hun Indische kind leren kennen.

Na ongeveer twintig keer in Californië geweest te zijn, ontdek ik toch steeds weer nieuwe dingen daar. Zo verliep mijn tweede vakantie in Indonesië ook. Het begon eigenlijk aan het begin van iedere taxirit, als de chauffeur vroeg waarom ik zo goed Maleis kon. Het meest acceptabele antwoord voor hen was dat mijn moeder uit Surabaya komt. Niet dat dat een directe reden is, maar het verklaarde wel op de meest begrijpbare manier mijn affiniteit met de taal.

“Nee, mijn moeder is geen Indonesische vrouw maar een Indo… Indo-Belanda.”

Mijn antwoorden op hun vervolgvragen waren meestal hetzelfde; “Nee, mijn moeder is geen Indonesische vrouw maar een Indo… Indo-Belanda. Nee, zij is niet half Nederlands, maar gemengd net als haar ouders en grootouders… Uit de Nederlandse tijd”. Ik maakte het mijzelf er niet makkelijker op want uiteindelijk begreep niemand wat ik nou exact bedoelde.

Na taxichauffeurs, volgde met vele winkelbediendes, straatverkopers, hotelmedewerkers en uitgaanspubliek hetzelfde verhaal. Zelfs mijn nieuwgevonden familie in Jakarta zag mij niet als Indisch, maar wel als hun familie. De concepten ‘Indisch’ of ‘Indo-Europees’ waren hen vreemd; ik was de vleesgeworden representatie van het Europese, blanke bloed dat hun vader, een volle neef van mijn moeder, zou bezitten. Hun mildste uitdrukking was: “Your face is Indonesian, but why are you so white?!”.

Ik was de vleesgeworden representatie van het Europese bloed.

De onwetendheid over het Indische is de dagelijkse realiteit voor een goede vriend van mij, eveneens een blanke Indo, die al jaren in Bandung woont. Maar ook mijn donkere, Indische reisgenoot kreeg – op een omgekeerde manier – dezelfde bejegening. Men zag hem weer als Indonesisch, zonder te begrijpen dat zijn beide ouders nakomelingen zijn van een eeuwenlange vermenging. Wanneer wij drieën op stap gingen, zag niemand drie mannen van dezelfde afkomst en cultuur. Zij zagen alleen maar twee bulehs en een Indonesiër.

Na mijn ervaringen kan ik alleen concluderen dat er in Indonesië net zoals in Nederland voornamelijk een dichotome interpretatie van afkomst heerst. Je bent wit of zwart. Misschien dat men ergens het idee ‘halfbloed’ half begrijpt, maar het concept ‘bloedvermenging door de eeuwen heen’ lijkt totaal vreemd. En toch dien je dat idee eerst meester te zijn, wil je begrijpen wat Indisch is.

Als volk bestaan we al eeuwenlang, maar niemand weet wie je bent.

Ergens vind ik mijn conclusie triest. Als je als volk al eeuwen bestaat, 1 miljoen of meer in aantal bent, vertegenwoordigd bent in drie werelddelen, maar bijna niemand weet wie je bent! Zijn wij uit het Nederlandse en Indonesische collectieve geheugen verdwenen of zaten wij er nooit in?

Wat zou het toch fijn zijn, als je vertelde dat je Indisch was en iedereen meteen wist wat je bedoelde. Om deze droom ooit verwezenlijkt te zien, kan ik alleen nog maar mijn hoop vestigen op dat kleine groepje aan wijsneuzen, dat al jaren de comments van fora als deze volkrabbelt met epistels en discussies over minuscule afwijkingen in interpretaties over wat Indisch is. Ik hoop dat zij zich kunnen verbroederen om vervolgens hun krachten en kennis te bundelen en het Indische woord te verspreiden. Alleen dan is er nog hoop om de wereld, voornamelijk onze Nederlandse vader en Indonesisch moeder, eens te leren wie en wat wij zijn.

Indo Ink: Tattoo Yanoezs

Volgens de wet van vraag en aanbod groeit naast vraag naar tatoeëerders ook het aanbod van tattooshops. Maar hoe begin je nou een tattooshop? De Molukse Yance Thenu is dit avontuur aangegaan en heeft afgelopen augustus Tattoo Yanoezs geopend in Venlo. Indo Ink vroeg hem over zijn pad naar het tattoo ondernemerschap.

fotografie: Armando Ello

Yanoezs is volgens mij Venlo’s best kept secret. Te midden van een troosteloos ogend centumdeel van Venlo staat een lel van een sportschool alwaar je pas achteraan een van de keldergangen op Yanoezs stuit. Deze speurtocht laat je in gedachten al gauw achter je als je Yanoezs binnentreedt. Je ervaart hier namelijk geen standaard, ruig inkthok waar de doodshoofden op je afkomen, maar een verfrissend en vooral gezellig huiskamer idee dat tot in elk detail Yance’s persoonlijkheid uitademt.

Start-up
Yance (1982) werd geboren in Vught en groeit op in het Molukse kamp Lunetten. Na het Grafisch Lyceum is hij voornamelijk kantoorwerk gaan verrichten en hield zijn creatief werk op hobbyniveau. “Ik ben naast mijn werk altijd bezig geweest met tekenen en begon 14 jaar geleden met tatoeëren. Ondanks dat ik veel klandizie had, durfde ik de stap tot een eigen zaak nog niet aan. Voornamelijk mijn ouders zagen de onzekerheden van het zelfstandig ondernemerschap als te risicovol”. De omslag kwam in april 2011 toen zijn neefje en jarenlang tattoopartner zijn eigen shop ‘Tattoo G’ opende in Tilburg. Met menig jaren aan ervaring en nu steun van zijn ouders en zijn (Indische) vriendin Patty, ondernam hij de stap tot het beginnen van Yanoezs. Naast support is volgens Yance zijn instelling primair geweest aan zijn snelgeboren succes. “Een positieve instelling is nog belangrijker dan jouw vaardigheden. Ben je positief, dan krijg je positiviteit terug van je omgeving. Ik heb ook geen ondernemingsplan gemaakt, maar ben na mijn inschrijving meteen begonnen met het zoeken van een pand en het werven van klanten. Hierin stond steeds mijn instelling centraal”.

Leerlingen
Een voorbeeld van feedback op zijn positieve instelling zijn de leerling-tatoeëerders die hij al vrij snel na de opening had aangetrokken. Romano (aka ‘Truusje’) en Wesley (allebei 22) zijn beiden spontaan en ieder op geheel eigen wijze leerling van Yance geworden. Naast hun dagelijkse banen in respectievelijk het leger en een restaurant, zijn zij via Yance’s begeleiding gaan tatoeëren en is bij hen ook hun droom reëel geworden om van hun creatieve hobby’s hun werk te gaan maken. “Wij hebben een wisselwerking. Zij leren van mij en terzijde helpen zij in de shop met bijvoorbeeld de verdere uitbreiding en ontvangst van klanten. Ik focus eerst op hun instelling en dan pas op hun vaardigheden. Zo maken wij gezamenlijk de shop.”

Stijlen vs. cultuur
Ondanks Yance’s persoonlijke interesses en culturele achtergrond, zijn het voornamelijk de achtergronden van zijn klanten die de stijl van de tatoeage bepalen. “Het kan best dat er Molukse elementen in een tattoo verwerkt worden, maar dat zal eerder aan de achtergrond van de persoon zelf liggen. Het levensverhaal en de ideeën van de persoon in de stoel staan centraal. Ik had laatst bijvoorbeeld hier een persoon met een eigen recording studio genaamd Protailz. Bij hem kwamen muzieknoten, pianotoetsen tot zijn bedrijfslogo in zijn tattoo terug. Bij een ander waren het Cendra Wasih’s en de sterfdatum ’28-4’ ter nagedachtenis van zijn Indische grootouders. Het zijn mijn eigen interpretaties van iemands wensen en voorkeuren die de tattoo bepalen, eerder dan een voorgeschreven stijl.”

Davy
Tijdens het interview zit de Indische Davy (telg van de bekende familie ‘Purvis’) in Yance’s stoel. Zijn rechterarm zit al bijna geheel vol met Indische elementen als eerbetoon aan zijn grootouders.
“Als oudste van de kleinkinderen, vind ik het belangrijk dat de Indische cultuur bij ons erin moet blijven en dat ik hierin een voorbeeld ben voor de anderen. Het is in eerste instantie niet eens Yance’s connectie met mijn achtergrond dat ik hier zit, maar ik voel mij hier thuis en begrepen in wat ik graag wil”.

Yance’s magic
Terwijl Yance verder gaat met de wayang op Davy’s arm, bedenk ik mij dat Davy exact de magie van Yanoezs te pakken heeft. In de gezellige, ontspannen sfeer vergeet je dat je een tattooshop bent, krijg je de tijd om gezamenlijk tot het gewenste ontwerp te komen en om bijvoorbeeld over wat last minute angst voor de naald heen te komen. Van een koelkast gevuld met eten en drinken tot een TV waar je een willekeur aan films op kan kijken, je zou haast in tweede instantie pas voor een tattoo hier naar toe komen. Yance heeft met succes zowel zijn persoon als de Molukse gastvrijheid weten te verwerken in een eigen bedrijf. Hier chillen mensen, krijgen de ruimte om zichzelf te zijn en oja, laten ook nog eens een tattoo zetten!

[learn_more caption=”Meer over Tattoo Yanoezs”]Wil je meer weten over Tattoo Yanoezs? Bezoek dan zijn website http://www.tattooyanoezs.nl of zijn Facebook pagina http://www.facebook.com/tattoo.yanoezs.[/learn_more]

Indo Ink: First family for life

“Meer thuis dan dadelijk zal ik mij wel niet kunnen voelen,” dacht ik net voordat ik met Darah Ketiga oprichter E. en zijn saudara had afgesproken voor de eerste aflevering van Indo Ink. Met acht andere diehard Indo’s over tattoos praten bij een Indische toko in mijn hometown Den Bosch, zou precies in mijn straatje moeten passen. Niets bleek minder waar te zijn toen ik deze family met hun voorliefde voor tattoos beter leerde kennen.

Ik legde mijn voicerecorder annex smartphone op tafel en keek de ruimte nogmaals rond alsof ik in een laatste adem de sfeer correct wilde te proeven. Zeven jonge Indo’s uit geheel Zuid-Nederland zaten op z’n Indisch vrij relaxed door elkaar, wachtend om eindelijk hun verhaal te kunnen doen. Hun zwarte, glanzende bomberjackets bedekten vooralsnog de onderwerpen van de dag. Op de achtergrond ritselde Levi, eigenaar van Toko Oost-Java, in zijn keuken met dezelfde ontspanning en vriendelijkheid waarmee hij de organisatie van dit interview in zijn zaak toeliet. De setting en sfeer waren perfect: Indo Ink was geboren.

De tattoo als dagboek
In de eerste minuten van het interview werd het al duidelijk dat deze groep een diepe, persoonlijk band heeft met de tatoeagekunst. “Een tattoo is een uiting van jezelf, het definieert jezelf. Het vertelt jouw verhaal alsof het je eigen dagboek is. Het accentueert ook je trots. Wij vinden het natuurlijk ook gewoon mooi, maar laten geen plakker zetten om bijvoorbeeld onze status te verhogen.” Hierin onderscheidt de groep zich van de mainstream tattoohype die momenteel gaande is. “Je ziet dat nu veel mensen uit mode overwegingen tattoos nemen en hier waarschijnlijk na twee haar spijt van zullen hebben. Neem bijvoorbeeld de ‘sterretjes’-tatttoos, mensen nemen deze omdat ze een tattoo willen maar niet weten wat voor een. Pas later geven zij hier een betekenis aan. Bij ons werkt dat juist andersom.”

Acceptatie versus stereotypering
De voorliefde voor tatoeages is op het eerste gezicht bij hen niet aan zichtbare lichaamsdelen af te zien. “Ondanks dat je steeds meer tattoos ziet, worden getatoeëerde mensen nog vaak gestereotypeerd als fout volk. Met ons werk moeten we daar rekening mee houden. Bijvoorbeeld in restaurants of in winkels is het voor personeel wat meer geaccepteerd omdat daar meer jonge mensen komen. Maar op zakelijk niveau is dat nog niet zo. Misschien als de rage van nu ooit algemeen gedachtegoed wordt, zal er een bredere vorm van acceptatie kunnen ontstaan.”

Bestaat de Indische tatoeage?
De tatoeages die naar het Indische refereren zijn vaak symbolen en mythes uit het land van de voorouders, zoals wayangpoppen, krissen en teksten in het Maleis. “Je kunt niet zeggen dat dit Indisch is, in de absolute zin. Een Indische tatoeage is juist heel erg persoonlijk. Niemand kan namelijk voor zichzelf of een ander zeggen wat voor tattoos wel en niet Indisch zijn.” Wat de groep wel ziet, is dat wanneer jonge Indo’s een tatoeage nemen, deze vaak wel cultureel gerelateerd is. “Voor jongeren is dit al een onderdeel van onze cultuur. Dit is een manier geworden waarop wij onze achtergrond laten zien.”

Band of brothers… and sisters
In eerste instantie waren het niet eens tattoos die de groep bijeen bracht, maar hun onderlinge acceptatie en begrip van de Indische cultuur. “Er zijn mensen die bij ons ‘blanco’ binnenkwamen, zich senang bij ons voelden en het gevoel gingen delen om ook via tattoos hun culturele achtergrond te uiten”.

Deze laatste woorden kan ik lang nooit zo geloofwaardig opschrijven als dat ik ze toen tijdens het interview bemerkte. In een soort huiskamer deelde een groep jonge Indo’s met mij niet een zozeer passie voor tatoeages, maar een band die hen meer dan vrienden maakten. Eerder broeders en zuster, van hetzelfde gemengde bloed, geuit en gedeeld door inkt.

Foto’s: Patrick van Beek http://www.patrickvanbeekfotografie.nl

Rolf Görtz (21) uit Maastricht heeft de Gatot Kaca in spiegelbeeld op zijn schouderbladen. Dit is een van de meest geliefde helden van de Javaanse Wayan Purwa. Hiermee eert hij niet alleen zijn Indische trots, maar ook zijn karaktereigenschappen als kracht, zelfbewustheid en trouw
Joey Lopies (28) uit Tilburg heeft een engel op zijn rechterschouder vanwege zijn geloof en een customized Indo Melati logo op zijn rug vanwege zijn Indische geschiedenis, roots en trots.
De tekst “hanya tuhan dapat menilai saya” op Joey’s borst betekent “alleen god kan over mij oordelen”.
Nina Kruithof (28) uit Rotterdam heeft de Borneoroos als eerbetoog aan de ouders van haar oma.
Percy Pfoster (34) uit Sittard heeft de wayang als zijn metgezel op zijn linkerarm. Met de traditionele golok baant hij een weg door de wildernis, symbolisch voor het leven. Het Balinese masker op zijn helm verdrijft de boze geesten die op zijn pad komen.
Mark de Vos (25) uit Heerlen heeft een Indisch portret op zijn borst omdat het Indische hem dicht bij het hart staat. De tekst op zijn arm verwijst naar die groep die hij meer als familie ziet dan gewoon vrienden.
E. heeft een scene uit de barong dans op zijn rug. Deze geeft de verhouding tussen het Goede en het Kwade weer.
E. heeft op zijn onderarmen ‘Harapan’ (hoop) en ‘Percaya’ (vertrouwen) Op zijn borst staat de Raja Putri als eerbetoon aan schoonheid en liefde in het leven en Dalem als symbool voor kracht en bescheidenheid in het leven. In midden van het stuk staat een ‘Unalom’, symbolisch voor reïncarnatie en een persoonlijk eerbetoon aan zijn overleden tante.
De gehele crew
Levi van Loon (41) uit ‘s-Hertogenbosch heeft zijn gehele bovenlichaam bedekt met Balinese tatoeages en ook aldaar laten zetten.

[learn_more caption=”Toko Oost Java”]Tijdens en na het interview genoten wij van heerlijke Indische hapjes en voor-, hoofd- en nagerechten van Toko Oost-Java in ’s-Hertogenbosch. Wil je ook een keer op bezoek bij Levi en Dewi? Check dan http://www.oostjava.nl.[/learn_more]

DJ W&DY – van Oosterhout via Amsterdam naar Jakarta

In het derde en laatste interview van deze muziekweek vertelt DJ Wendy over haar roots als DJ en zelfbewuste, Indische vrouw.

De Indische Wendy Wustlich, alias DJ W&DY, heeft op vele nationale en internationale plaatsen haar draai gevonden. Toch hoort de geoefende luisteraar nog de lichte Brabantse ‘g’ die haar bakermat verraadt. DJ W&DY’s langlopende dans- en daarna muziekcarrière hebben haar de meest uiteenlopende ervaringen en avonturen gebracht. Indisch3.0 sprak met deze ‘draaiende dame’ over haar verleden, heden en toekomst.

Tekst: Willem-Jan Brederode, Fotografie: Armando Ello (Hoezoindo)

Al het begin is klein

Wendy werd in 1973 geboren in Breda, maar groeide op in het nabij gelegen plaatsje Oosterhout met haar twee Indische ouders en twee broertjes. Haar ouders werden beiden geboren in Jakarta en groeiden op als buurjongen en –meisje. Eenmaal in Breda kwamen ze elkaar weer tegen en werden verliefd. Haar moeder kwam in 1953 naar Nederland met de boot “De Oranje”. “Mijn oma kon bijna niet eens mee, omdat ze hoogzwanger was”.

(c) Armando Ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Het was geweldig om in zo’n hechte, creatieve familie op te groeien

Wendy’s familie in Nederland, had op Indisch vlak het summum: een eigen Hawaiiaanse dansgroep genaamd “Sweet flowers of paradise”.  Wendy herrinert zich dat nog goed: “Heel mijn familie deed hier aan mee. Iedereen had wel een taak als musicus, danser of kledingmaakster. Het was geweldig om in zo’n hechte, creatieve familie op te groeien”.

In 1953 kozen Wendy’s grootouders voor de Nederlandse nationaliteit om hun kinderen een betere toekomst te geven. Zij kent de geschiedenis die hieraan vooraf ging. Daarvoor heeft veel respect.
“Mijn beide oma’s zijn erg slecht behandeld tijdens de Japanse bezetting en mijn beide opa’s hebben in het Jappenkamp gezeten en moesten aan de Birma spoorweg werken. Hierdoor is bij mij wel het bewustzijn over mijn familie’s verleden ontstaan. Ik ben blij dat ik weet wat vrijheid is en juist daarom geniet ik enorm van mijn leven”.

(c) Armando ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Back to your roots

“Toen ik 22 was, ben ik voor de eerste keer naar Indonesië gegaan. Ondanks dat ik helaas geen Maleis kan, merkte ik vlak na aankomst dat ik via handen en voeten werk al een half uur met de chauffeur aan het lullen was! Bij die eerste reis kwam er een onbeschrijfbaar gevoel naar boven. Een soort energie waaraan ik voelde dat ik terug ging naar mijn roots”.

“Eenmaal op mijn afspraak ontmoette ik een jonge vrouw op een erf vol met jonge diertjes. Ze ging achter mij zitten en veranderde qua stem in een kind uit de geestenwereld. Zij heette ‘Rahayuh’ en reisde per kameel over het water. Vervolgens blies ze een aantal keer over mijn rug, waardoor het water zwart werd. Ik kon dit niet verklaren maar sindsdien heb ik geen last meer van slechte dromen. Nou, meer ‘back to your roots’ dan dat kan toch niet!”

“Een DJ-event door vrouwen is vrij uniek binnen de DJ scene, die door mannen wordt gedomineerd”

De wijde wereld

Wendy is écht old school, zowel in de hiphop als in de house. Begin jaren ’80 begon ze met breakdancen en rappen in Oosterhout. Eenmaal op haar 18e ontstond de behoefte om de wijde wereld te verkennen. “Ik begon met bodypainten met mijn nichtje Mona. Met haar ben ik daarmee Benelux-kampioen geworden. Daarna werden we veel gevraagd in de house scene. Toen een keer een danseres uitviel, mocht ik invallen en zo ben ik in de danswereld terecht gekomen. Ik was inmiddels in Den Haag gaan wonen en kreeg veel boekings. Ik ben daardoor ook in de meest aparte gebieden geweest; het Oostblok, Israel, Dubai, Australië en natuurlijk Indonesië!”

(c) Armando Ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Het begin van ‘DJ W&DY’

Hoewel Wendy heel haar leven vinyl spaarde, begon ze pas een jaar of 9 geleden zelf te draaien. “Tijdens mijn danstijd begon ik mij op een gegeven moment te irriteren aan slechte muziek en toen besloot ik er wat aan te gaan doen, namelijk zelf te gaan draaien.

Uiteindelijk ben ik gaan draaien voor “Chickz with skillz”. Dit event wordt totaal uitgevoerd door vrouwen, van DJ’s tot danseressen en van producers tot technici. Dat is vrij uniek binnen de DJ scene, die door mannen wordt gedomineerd. We begonnen ooit in de kleine zaal van de Panama, maar staan tegenwoordig in de Paradiso. Ik ben erg trots dat wij dit hebben bereikt en dat ik resident-DJ van dit event ben geworden.”

Na het dansen en DJ-en, is Wendy’s volgende uitdaging het produceren van muziek. Het Griekse label ‘Movement Records’ van haar maatje Stage van H tekende haar onlangs en van hem leert ze de fijne kneepjes van het vak. Een van de eerste releases die hieruit voortkwam, was ‘Voices of Patlon’ dat de top 20 haalde van de gerenommeerde DJ/ producer Harnan Cattaneo.

Ook heeft Wendy een krontjong-remix gemaakt. Het origineel stond op een EP genaamd Nachtsirene, gemaakt door haar grootvader, die onlangs door een tante werd gevonden op zolder. “Het was een uitdaging om deze remix te maken. Enerzijds uit respect voor mijn reeds overleden opa en anderzijds om krontjong te mixen van met de muziek van nu. Maar wanneer je dingen uit je hart doet, zonder commercieel einddoel, komen de mooiste dingen in je naar boven”.

(c) Armando Ello / Hoezo Indo / Indisch 3.0

Luister naar het krontjong nummer van Wendy’s opa en voor haar remix via de volgende link/download:
DJ W&DY & Stage van H – Nachtsirene remix

Wil je meer over Wendy weten, bekijk dan Wendy’s Myspace, beluister haar tracks op Soundcloud en klik op de website van haar platenlabel Movement Recordings

Angela Moyra – “Ik voel mijzelf een wereldburger”

Deze week is het muziekweek op Indisch 3.0. Achtereenvolgens worden er drie interviews gepubliceerd met jonge getalenteerde Indo’s die iets doen in de muziek. Vandaag beginnen we met een interview met Angela Moyra.

Tekst: Willem-Jan Brederode, Fotografie: Tabitha Lemon

Angela Moyra was één van de grote verrassingen van het afgelopen seizoen van “Popstars”. Zichzelf begeleidend op gitaar veroverde ze de harten van de jury met haar eigen geschreven liedje ‘Timid’. Ondanks het contrast tussen het commerciële format van de show en haar singer-songwriter achtergrond veroverde zij een zesde plek. Indisch3.0 sprak met haar, bijna een jaar na dit stormachtige avontuur.

Wie de optredens van Angela bij Popstars heeft gezien, ziet door de visagie en styling heen nog steeds het frêle meisje dat de boude beslissing nam om met gitaar en een eigen liedje auditie te doen. Maar hoe wist zij dit verschil te overbruggen en zover in de show te komen? “Het was niet ongewoon voor me een vreemde eend in de bijt te zijn, zo voel ik mezelf mijn hele leven al. Vroeger was ik daar erg onzeker over, ik voelde mezelf nooit op m’n plek. Nu vind ik het juist cool om niet standaard te zijn’.

 

“Het leek wel een droom soms. Toen de show voorbij was en de aandacht weg, zat ik nog een tijdje in een soort roes”

 

‘En muziek blijft muziek’, zo vervolgt ze, ‘dus het moest wel ergens passen. Uiteindelijk is het toch gelukt mijn eigen muziek te laten horen en daar kreeg ik erg leuke reacties op. Veel meisjes schreven mij om te vertellen dat ik ze inspireerde zelf liedjes te schrijven”. De andere kant van de medaille leerde Angela ook kennen: “Ik kreeg ook kritiek en daar leerde ik gaandeweg mee omgaan. Ongeacht dat erg leuk was om mee te maken was het ook enorm zwaar. Het leek wel een droom soms. Toen de show voorbij was en de aandacht weg, zat ik nog een tijdje in een soort roes”.

De verhalen van oma

Angela’s levensverhaal begon 26 jaar geleden in de Zaanstreek als enige dochter van een Nederlands-Engelse vader een Moluks-Manadonees-Javaanse moeder.  “Ik heb een erg fijne jeugd gehad samen met mijn ouders en mijn drie broers. Mijn moeder was en is nog steeds een voorbeeld voor mij. Ze is een traditionele en zorgzame maar ook een heel sterke vrouw. Na kanker te hebben overwonnen, is zij nu een succesvolle ondernemer met haar eigen Indonesische restaurantje. Ik zou graag zijn zoals zij is en ook zoiets doen. Ik denk ook dat ik haar daar blij mee zou maken, maar helaas heb ik haar kookkunsten niet geërfd”.

(c) Tabitha Leom/ Indisch 3.0 2011

De sterkste jeugdherinnering heeft Angela aan haar oma, die vroeger dichtbij woonde. Als een soort tweede moeder paste zij vaak op haar en haar broers. Naast haar lekkere spekkoek, herinnert ze zich de verhalen van haar Molukse oma het meest. “Voor het slapen gaan vertelde ze honderduit over haar jeugd, de boottocht naar Nederland en de tijd in de barakken. Ze stopte pas als ik zei; “Oma, ik wil slapen…”. Toen ik later de Molukse geschiedenis leerde kennen, kon ik haar verhalen pas plaatsen. Ze overleed een uur voor de eerste liveshow van Popstars. Toen moest ik nog zingen. Mijn moeder en ik keken elkaar aan en wisten dat mijn oma erbij was en naar mij keek”.

Wereldburger

De familie van haar moeders kant zijn echte familiemensen. Angela zelf is op dit moment echter heel erg gefocust op zichzelf. Dat uit zich in een ‘internationale zoektocht naar wie ze is: “Ik zou heel graag voor een langere tijd naar Engeland en Indonesië gaan, om delen van mijn eigen achtergrond en daarmee mijzelf beter te leren kennen.

Amerika is echter mijn tweede thuisland. Tijdens mijn tijd aan de Hogere Hotelschool heb ik daar meerdere malen stage gelopen. Ondanks dat veel Nederlanders Amerika nep en opgeblazen vinden, vind ik het prachtig als mensen in een winkel beginnen met “How are you?” en eindigen met “God bless you”. In het buitenland staat men bovendien veel opener voor muzikale ontwikkeling; men is daar meer van “follow your dreams”. Ik ben meer internationaal georiënteerd en dat gaat verder dan alleen de achtergrond van mijn ouders. Ik voel me een wereldburger”.

“Ik zou dolgraag een keer op een pasar malam willen optreden. Dat past perfect in mijn zoektocht naar mijzelf”


(c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

 

Pasar Malam

Naast haar reisplannen, is Angela momenteel ook druk met haar muzikale carrière. Ze staat binnenkort in de kwartfinale van de Grote Prijs van Nederland en is ook in gesprek met een publisher om haar nummers te laten gebruiken door andere artiesten. “Ik leer steeds beter hoe ik liedjes kan schrijven. Er is veel interesse naar mijn werk, maar ik weet nog niet hoe alles precies gaat lopen. Ik weet wel dát er iets staat te gebeuren”. Ook heeft ze nog een speciale wens. “Mijn muzikale invloed en kennis komen vanuit beide zijden van mijn familie, maar ik zou dolgraag een keer op een pasar malam optreden. Dat past perfect in de zoektocht naar mezelf”.

Met deze wens besluiten we het interview. Terwijl Angela en Tabitha de drukte van Amsterdam induiken voor een aantal kiekjes, mijmer ik over Angela’s wens. Ik heb er wel een goed gevoel bij. Volgend jaar zal ik haar vast een keer zien optreden op het Malieveld in den Haag…

 

 

Nieuwsgierig geworden naar meer? Kijk op Angela’s Youtube-kanaal en volg haar tweets…

Bibi Breijman – “Ik voel mij meer Indische, dan Haagse”

Bibi Breijman (c) Armando Ello/ Indisch3.0 2011
Dubbelpublicatie Moesson en Indisch 3.0

 

Tekst: Willem-Jan Brederode, Fotografie: Armando Ello (Hoezo Indo), Visagie: Lara van Leeuwen

Oh Oh Cherso was hét kijkcijferkanon van 2010. Ook het tweede seizoen, Oh Oh Tirol, trekt momenteel meer dan 1 miljoen kijkers per aflevering. Geliefd of gehaat, de castleden met aparte bijnamen zijn met een noodgang bekende Nederlanders geworden. Eén van deze Haagse feestgangers is de Indische Bibi Breijman, alias ‘Kabouter’. Indisch3.0 sprak met haar.

Wie op google zoekt krijgt ongelooflijk veel hits over de Oh Oh castleden. Ook over Bibi. Buiten een overdaad aan meningen, foto’s, babe-ratings van puber-jongens, vind je echter bar weinig informatie over haar. In een enkel biografietje lees je niet meer dan dat Bibi klein is, haar wenkbrauwen vaak plukt en haar vriendje mist tijdens de vakanties. Maar er is toch wel meer over haar te vertellen? Als ze na onze kennismaking vrij bedeesd en bescheiden naast haar moeder op de sofa gaat zitten, zie ik het beeld dat ik ken uit de media: een mooie, modieuze Haagse meid. Maar het beeld dat ik van haar krijg tijdens ons gesprek, gaat veel verder dan dat.

Opa en Oma

Bibi (1991) werd geboren in de stad van haar Indische vader, Zoetermeer, maar groeide op bij haar Hollandse moeder in Den Haag. Bij opa en oma Breijman, geboren in Soerabaja en Semarang en na de oorlog naar Nederland gerepatrieerd, leerde ze het Indische familiegevoel kennen.

“Helaas zijn mijn opa en oma uit elkaar, dus het is helaas niet meer zoals het was. Dat mis ik wel. Mijn Indische opa komt uit een grote, traditionele familie. Ik heb nog een overgrootmoeder die dit jaar 100 wordt. Zij houdt de boel nog enigszins bij elkaar”.

Het Indische is een rode draad in Bibi’s leven. “Met mijn familie ging ik altijd naar pasars, Indische avonden en Semarang-reünies. Bijna al mijn vriendinnen hebben iets Indisch en ook mijn vriend is Indisch. Hij heeft een echte Indische opvoeding gehad. Toen ik bij hem in de familie kwam, werd ik met open armen ontvangen”.

Indisch koken leert Bibi van haar vader en oma; “Pepesan is mijn lievelingsgerecht. En ik kan zelf soto maken, maar soms mislukt het”, zegt ze bescheiden. Dan vult haar moeder haar snel aan; “De laatste keer was wel heel erg lekker, hoor!”

Naar Indonesië

De verhalen van haar opa en oma maken haar van jongs af aan erg nieuwsgierig naar Indonesië. “Ik wil er graag naartoe, maar dan wel om meer dan alleen Bali te zien. Mijn grootouders maakten altijd mooie video’s als ze gingen, en ook in hun verhalen over vroeger vertellen ze hoe mooi het land was ”.

Ook de mindere kanten van haar familiegeschiedenis kent ze: “Mijn oma kwam uit een rijk Indisch gezin, mijn opa’s familie was arm. Er waren veel kinderen en ze hadden een zwaar leven. Mijn overgrootmoeder vertelde ons over de verschrikkingen tijdens de oorlog. Dat zijn heftige verhalen. Maar ik vind het interessant om daar zoveel mogelijk over te weten te komen”.

Oh Oh Bibi?

In een half jaar zijn de Oh Oh castleden nationale bekendheden geworden. Dat is niet niks. “Aanvankelijk twijfelde ik nog of ik mee moest doen, maar uiteindelijk leek het mij leuk om het mee te maken. Je kunt beter spijt hebben van iets dat je wel gedaan hebt, dan van iets dat je niet gedaan hebt! In het begin vond ik het onbegrijpelijk dat zoveel mensen je ineens herkennen. Maar ik krijg leuke reacties. Van oudere mensen tot moeders op de school van mijn broertje en zusje komen mensen op me af om te zeggen hoezeer zij zichzelf in ons herkennen”.

Ondanks alle aandacht blijft Bibi bescheiden en nuchter. De negatieve aandacht relativeert ze: “Heel Nederland geniet mee als er iets via de media uitlekt. Gelukkig spring ik zelf nooit uit de band. Maar het zou niet leuk zijn als wij ineens politiek correcte dingen zeggen. Mensen vinden ons leuk vanwege de directheid en grenzeloosheid. Zonder dat is de ‘reality’ weg”.

Vooroordelen

Ook alle makkelijke meningen op internet kan ze goed verdragen: “De makers van het programma zoomen natuurlijk in op onze uitspattingen en platte uitspraken. Omdat ik vrij principieel reageer lijkt het alsof ik een enorme zeikerd ben of arrogant. Maar ik ben gewoon niet zo en wil mij ook niet anders voordoen dat ik ben. Later, na de PABO, wil ik ook gewoon nog een baan als leraar”.

Of Bibi zou meedoen aan een serie met alleen Indo’s? “Dat zou ik zeker doen, want ik voel meer Indische dan Haagse. Ik denk dat er veel gegeten wordt en er geen ruzies zouden zijn. Daar zijn Indo’s te beschaafd en bescheiden voor. Misschien zou het leuk zijn voor Indische mensen, maar voor de Nederlandse televisie zou dit weinig spectaculairs opleveren, denk ik”.

Dan, na een uur met Bibi gesproken te hebben, is er geen spaan over van de vooroordelen die over haar bestaan. Bibi is doordacht, welbespraakt en heeft een nuchtere en bescheiden blik op haar Oh Oh avontuur en haar bekendheid. Daarbij is ze zich op een natuurlijke manier bewust van en trots op haar Indische familiegeschiedenis en culturele erfenis.

Wil je meer van Bibi zien? Zie het Indische tijdschrift Moesson voor meer foto’s behorende bij het interview. De aflevering van Oh Oh Tirol vind je op deze pagina op de site van RTL en klik hier voor het gehele seizoen van Oh Oh Cherso.

Toko Test #6: Kedai Nikmat in West-Covina

De zesde aflevering van de Tokotest vindt voor de tweede maal plaats in de regio met de op een na grootste Indische populatie ter wereld: Zuid-Californië. Ditmaal deden Willem-Jan Brederode en Amerikaanse familieleden de foodcourt van de Hong Kong Plaza in West-Covina aan. Zullen zij wederom likkebaardend smullen en smikkelen van een overdadigheid aan Indonesische lekkernijen?

West-Covina is een aardig plaatsje in oostelijke suburbs van Los Angeles en is voorzien van een relatief grote Aziatische gemeenschap. Wanneer je dan ook door West-Covina rijdt, wordt je doodgegooid met een veelvoud aan Aziatische karakters, geplakt op menig restaurant, toko of supermarkt. Ook het straatbeeld wordt overheerst door onze Aziatische medemens, de traditionele Mexicaan daargelaten. Het verbaasde mij dat ook totaal niet dat wij Hong Kong Plaza in deze stad zouden vinden.

Hong Kong Supermarkets is een opkomende Aziatische winkelketen wiens locatie in West-Covina een Indonesische nadruk heeft. Bij het oprijden van de parkeerplaats merk je daar nog weinig van. Van buiten lijkt het geheel op een standaard Amerikaanse stripmall met een licht Aziatisch tintje. Dit verandert echter wanneer je de naast de supermarkt gelegen foodcourt binnenkomt.

Eenmaal binnen stoof mijn familie, haast voorgeprogrammeerd, naar Kedai Nikmat om naast de bestellingen tal van producten voor thuisgebruik uit te kiezen. Naast deze toko bevonden zich nog drie andere Indonesische deli’s in de ruimte die, zoals mijn tante het zo mooi verwoordde, hun achtergrond in de ‘buitengewesten’ hadden. Ik merkte aan de Jakartaanse eigenaresse van Kedai Nikmat dat mijn familie al uitstekende ervaringen met haar had opgedaan. Onder het enthousiast geroep van “tante..! tante..!” werden mijn vrouwelijke familieleden de een na de andere Indonesische of Nederlandse lekkernij voorgelegd. Ondertussen had deze getalenteerde damemij een heerlijke portie Nasi Bungkus Padang in de maag weten te splitsen.

Dit gerecht betrof een soort rames samenstelling verlekkerd door de pisang aroma van het blad waarin het verpakt was. De ayam en rendang waren heerlijk ‘ngerep’ door de bumbu’s. Het gebruik van de lombok ijo werkte verrassend op mij daar ik vrijwel alleen de rode variant eet. Ook de nangka gaf het geheel een voor mij onorthodoxe doch verfijnde draai. Se-DAP! Nadat ik hier en daar veen saté had gepikt, verzachte ik het pedis gevoel met een aardig smakend glaasje cendol.

Helaas heb ik mijn maaltijd niet op kunnen eten. Bij mijn een na laatste hap ayam, schoot een stuk bot los en bleef ferm haken tussen twee van mijn achterste kiezen. Nadat mijn zus en moeder als een tandheelkundig traumateam hadden getracht mij te verlossen van dat stukje kippenbot, was mijn eetlust helaas verdwenen.

Als toetje bezochten wij de Hong Kong Supermarket. Meteen aan de rechterkant stond een ferm afgeschermd gedeelte met Indonesische producten, terwijl de ruime rest van winkel gereserveerd voor “overig Azië”. Een beetje vreemd allemaal…

Ondanks dat ik het rare idee had dat ik een barak voor quarantaine patiënten binnen moest, zag ik eenmaal binnen iets dat exemplarisch is voor Amerikaanse toko’s die Indonesische producten verkopen. Tussen alle Indonesische artikelen staan namelijk her en der oer-Hollandse producten te koop. Op dat moment bedacht ik mij voor de eerste keer dat eigenlijk niemand dit scherpe contrast zou begrijpen. Behalve een Indo natuurlijk, want voor hen staan juist deze producten er! Als een soort symboliek voor de Indo, staan de bumbu’s naast de hagelslag, de kue’s naast de stroopwafels en krupuks naast speculaas. Op een vrij aparte manier wordt wederom duidelijk hoe complex het Indische wel niet is, en hoe normaal voor mij…

Het eindoordeel:

Als je een keer in Californie bent, oordeel dan zelf: Kedai Nikmat – 989 Glendora Ave #18 West Covina, California

MC DRT – “Rappen is een roeping, geen ambitie.”

MC-DRT 2011 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0

In één oogopslag ontkracht MC DRT (aka Kevin Visser) het clichébeeld, namelijk dat alle Indische mannen klein en tenger zijn. Deze boomlange rapper torent met zijn statuur én skills hoog boven menigeen uit.

tekst: Willem-Jan Brederode fotografie: Armando Ello

Unieker is dat deze Indische Almeerder rapteksten schrijft met inhoud, visie en kritiek – binnen de hedendaagse hiphop helaas een uitstervend ras. Hoog tijd om eens meer over hem te weten te komen.

Terwijl MC DRT fotograaf Armando Ello en mij begeleidt naar de hotellounge voor het interview, vertelt hij kennisvol over de stadsgezichten van Almere die wij onderweg tegenkomen. Met een architectuur die nooit ouder dan een aantal jaar (hoogstens decennia) oud kan zijn en een sterke multiculturele demografie, maakt Almere het woord ‘oer-Hollands’ juist exotisch. Na een kwartier moest ik toch eerlijk bekennen dat ik weinig personen van zijn leeftijd ken die zoveel over hun eigen stad of regio weten. Achteraf kan ik deze eigenschap alleen maar wijten aan zijn diep ontwikkelde sociale betrokkenheid en maatschappelijke visies die als vlijmscherpe rode draden door zijn teksten lopen.

MC-DRT 2011 4 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0

Eerste generatie Almeerder
MC DRT werd in 1982 in Amsterdam geboren, maar zijn familie woonde al in het toen nog vrij nieuwe Almere. Naast een derde generatie Indo, noemt hij zichzelf dus een eerste generatie Almeerder. “Mijn stad heeft nog geen geschiedenis, dus ook nog geen identiteit. Juist door het ontbreken van een gevestigde orde heeft men moeite om om te gaan met de creativiteit van jongeren. Hierdoor zie ik dat er, voor artiesten zoals ik, voornamelijk proefkonijn initiatieven worden opgezet. Mensen van mijn generatie vormen de grondleggers van deze stad. Wij zullen geschiedenis schrijven door het fundament te leggen. Helaas mist bij mijn generatie het bewustzijn en de ruggengraat hiervoor.” Ik bedenk me dat ironisch genoeg bij zijn Indische generatiegenoten een identieke problematiek zich voordoet.

Indische invloed
Blootstelling aan de Indische cultuur begon voor MC DRT al op jonge leeftijd. Tijdens zijn jeugd had hij veelvuldig contact met zijn Indische grootouders. In hoeverre hij daar Indische eigenschappen aan heeft overgehouden? “Een andere Indo kan die beter bij mij herkennen dan ikzelf, want voor mij is hoe ik ben normaal.” Bewust zijn van zijn culturele achtergrond begon ook in die tijd. “Halverwege de jaren ’80 had je veel minder gekleurde mensen hier, zeker in het toen blanke, dorpse gedeelte van Almere waar ik ben opgegroeid. Toen mijn opa hier kwam, werd hij zeg maar gezien als één van de ‘negers’, waardoor ik automatisch ook. ”

Gedurende zijn ontwikkeling als artiest, ondervond hij steun vanuit ‘het Indische’. “Ik neem mijn leven als musicus serieus. Het is een middel om een boodschap te verspreiden; om mijn droom uit te spreken. Deze opstelling wordt eerder door mijn Indisch deel geaccepteerd en gestimuleerd. Vanuit mijn Hollandse kant wordt liever een “strak in het gareel” manier van leven gezien.”

Wat paradoxaal lijkt te zijn, is zijn directe, harde manier van rappen versus de introverte communicatie binnen de Indische wereld. MC DRT heeft echter een andere benadering; “Ik zal mijn cultuur nooit ten schande brengen. Ik gebruik juist het collectieve aspect om een stem te geven aan diegenen dit dat niet kunnen. Wat ik zeg moet een meerwaarde hebben, ik zeg dingen omdat ze gezegd MOETEN worden. Ik zie rappen dan ook eerder als een roeping dan als een ambitie.”

Deze ‘stem’ hoor je luid en duidelijk terugkomen in de gevarieerde onderwerpen die aan bod komen in zijn teksten. Hierin is echter nog niet de ‘Indische stem’ naar voren gekomen. MC DRT legt uit; “Ik zou graag over iets Indisch willen schrijven, maar op een of andere manier kan ik er nog niet helemaal cool onder zijn. Als ik nadenk over wat er gebeurd is, gaat mijn bloed koken. Ik heb het zelf niet eens meegemaakt, maar het zit toch nog te diep.” Ik vraag niet naar verdere uitleg, omdat ik feilloos weet wat hij bedoelt. We laten het erbij.

Indo Hop
Op de middelbare school leert MC DRT Jerome XL kennen, een Indische jongen met een freestyle talent waardoor DRT zich aangespoord voelt ook te gaan rappen. Vanaf 1997 betreden zij samen als rappers de hiphop-wereld en stichten hun eerste groep genaamd “Indo Tribe”, samen met twee andere Indische jongens. “Vervolgens vormden wij een van de eerste allround hiphop crews van Nederland, genaamd DC 13. We hadden alles, rappers, freestylers, breakers, DJ’s, graffiti… Helaas eindigde alles toen een van onze leden, Ali B, aan zijn weg naar succes begon te timmeren.” Daarna gingen MC DRT & Jerome XL als duo door, waarmee zij terechtkwamen op een aantal compilatie-albums en een aantal videoclips maakten.

MC-DRT 2011 1 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0Helaas is het duo daarna uit elkaar gegaan ‘due to creative differences’, zoals men in de hip hop altijd zo mooi kan zeggen. Maar bestaat er eigenlijk wel een culturele band tussen Indische rappers? “Ik denk het niet, het is ten eerste voornamelijk de stad of regio die de band vormt tussen rappers”, zegt MC DRT. Dit is niet ongewoon binnen de hiphop. In de VS bijvoorbeeld, vormt binnen de hiphop je geografische achtergrond eerder je identiteit dan je afkomst. Maar hij vervolgt; “Maar niemand heeft ons ook ooit bij elkaar gezet. Als we elkaar op de pasar malam zouden tegenkomen, kunnen we elkaar leren kennen”. Alsof ik een ‘gat in de Indische markt’ hoor, vraag ik mijzelf af waarom er inderdaad nog niemand zo slim is geweest om al het onbekende en bekende jong Indisch muziektalent bij elkaar te zetten… (HINT HINT).

Rebel Without A Pause
MC DRT is een opkomende Indische artiest/ rapper waar ik al jaren op wacht. Eindelijk iemand die breekt met het populaire format waarmee Indische artiesten door de Hilversumse fabriek tegenwoordig worden uitgepoept. Geen popstar, geen mooiboy aspiraties, geen player antics, geen bling in zijn oor, geen wanna-be neger die praat als een Marokkaan, geen gepolijste poprijmpjes die uit zijn mond rollen. Leefden wij 20 jaar geleden, dan deed ik Chuck D’s klok om MC DRT zijn nek. ‘Cause he knows what time it is…!’

[learn_more caption=”Meer over MC-DRT”]Wil je meer over MC DRT weten, zijn artikelen lezen of EP’s “Pennevrucht” en “Suikerwater” downloaden, check dan zijn website http://www.drt.nu. Blijf zijn site geregeld checken voor het aankomende album “Volkstherapie”.[/learn_more]

Nieuw-Guinea-dag in Bronbeek

Vlak voor de nieuwe website-vormgevingvond de themazondag Nederlands Nieuw-Guinea van thuisland tot overdracht plaats op Bronbeek in Arnhem. Het verhaal over de laatste jaren van het Nederlandse aanwezigheid in Nieuw-Guinea is een bewogen geschiedenis. De overdracht van Nieuw-Guinea was een speerpunt van zowel de Nederlandse als Indonesische regering en gepaard ging met militaire conflicten tussen deze twee landen. Tijdens de bijeenkomst belichtten verschillende sprekers onderdelen van deze geschiedenis. Merah en Charlie waren erbij. Hier leest u hun verslag.

Om 10.00u stonden we met slaperige weekendkopjes op Arnhem CS. Uiteraard misten we de bus op nog geen tien meter. Na wat onderhandelingen met de taxichauffeur over de ritprijs kwamen we toch op tijd aan op Bronbeek. We werden warm verwelkomd met de woorden: ‘Ach kijk, de jeugd! Wat leuk!’ We hadden het genoegen gasten zijn van de Stichting Indisch Erfgoed met dank aan Ralph Kneefel. Echte Indische gastvrijheid, zeg maar. Na een beleefd voorstelrondje met een aantal medewerkers kregen wij een ereplek vooraan in de zaal; “dan kunnen jullie goed opletten”.

Politiek

De eerste spreker was de heer Pieter Drooglever die vertelde over de geschiedenis van Nederlands-Nieuw-Guinea en de overgang naar Nieuw-Guinea als onderdeel van Indonesië. Met een licht zalvend stemgeluid beschouwde de heer Drooglever hoe het Nederlands avontuur in Nieuw-Guinea begon, verliep en eindigde. De afdronk van deze stormvloed aan geschiedkundige feiten, betrof de politieke achtergrond waartegen onze (groot)ouders wederom hun thuis in de Oost dienden te verlaten.

PVK
De volgende spreker was de heer Mark Lohnstein die de luisteraars inwijdde in de geschiedenis van het Papoea Vrijwilligers Korps (PVK). Dit legeronderdeel werd opgericht om tegenstand te kunnen bieden een mogelijke invasie van Indonesische troepen. Het verhaal werd keurig uiteengezet, compleet met uniek beeldmateriaal. Jammer was dat de vraag uit het publiek “Wat gebeurde er met de PVK leden nadat de Nederlandse periode was beëindigd?” niet kon worden beantwoord. Wellicht had een Papua perspectief op de PVK een meer compleet en ander beeld kunnen laten zien…

Makanan
Na deze interessante lezingen was het tijd voor de lunch. Een enorme, geurige rijsttafel die niet onder deed voor die van oma. Ginnegappend zeiden de dames die de bordjes klaarmaakten: ‘Fijn
he, je hoeft vanavond niet meer te koken!’ En dat hoefde we inderdaad niet. De stroop susu werd aangerukt en tussen de mensen die spraken over Nieuw-Guinea voelden we ons helemaal
senang.

Willem Oltmans
Na de lunch was het woord aan de heer Wouter Meijer, de jongste van het stel met zijn leeftijd van 28. Hij sprak over Willem Oltmans en zijn journalistieke, politieke en diplomatieke
praktijken. Meijer had de onverdeelde aandacht van de zaal, je kont merken dat de ‘oudjes’ het leuk vonden zo’n ‘jonge kerel’ in hun midden te hebben. De conclusie was tweeledig. Willem
Oltmans was niet de grote schakel geweest in de gehele Nieuw-Guinea kwestie. Hiervoor miste hij de ervaring en positie als onderhandelaar. Hij was wel een persoon die zich heef ingezet voor
een zaak die in latere ogen zijn visie in het gelijk stelde.

Nico Jouwe
De dag werd afgesloten door Nico Jouwe, zoon van de Papoealeider Nicolaas Jouwe. Met zijn persoonlijke, en naar eigen zeggen subjectieve verhaal, wist hij een snaar bij de luisteraars te raken. Het was een bijzonder verhaal over wat zijn vader, maar ook hij, hadden meegemaakt. Voor sommigen zal het op bepaalde punten herkenbaar zijn geweest. Ook voor de derde generatie Indo’s. Hun generatiegenoten onder de Papua’s in Nederland zijn ook hun cultuur aan het hervinden en hebben minder oog voor de politieke kwesties waar hun grootouders mee worstelden.

Dit dagje Bronbeek heeft onze kennis over het gebied waar onze moeders waren opgegroeid verbreed en verdiept. Hoewel het voor de meeste jongeren niet direct tot de verbeelding zal spreken, is het een aanrader voor iedereen met een band of interesse voor dit vergeten stuk Nederlandse historie in de Oost. Hopelijk zullen er ooit derde of zelfs vierde generatie Indo’s een dergelijk podium betreden om deze geschiedenis niet te doen vergeten.

Rebekka Ling, zangeres

Voor de derde aflevering van de serie “Jonge Indo in de muziek” trotseren fotograaf Armando Ello en Willem-Jan Brederode op een onstuimige herfstavond de verregende straten van Amsterdam-Oost. In de lobby van Hotel Arena vertelt opkomend artiest Rebekka Ling over haar passie voor muziek, haar nieuwe album en de invloed van haar Indische roots.

Rebekka Ling (c) Indisch 3.0/ Armando Ello

Al woont Rebekka Ling (volledige naam Reba Rebekka Thenu) al heel wat jaren in Amsterdam, ze is geboren in Assen, Drenthe. Rond haar 18e trekt ze een tijdje in bij haar zus in Den Haag en kort daarna verhuist ze naar Amsterdam. Ze begint een studie SPH en een opleiding conservatorium Jazz zang. Dit bleek echter niet de juiste keuze. “Ik zie mijn tijd op het conservatorium als een leerzame, leuke fase, waarin ik voornamelijk een aantal te gekke muzikanten heb leren kennen met wie ik nog steeds samenwerk. Maar daarvoor stond eigenlijk al vast wat ik met mijn leven wilde. Ik had inmiddels wat ervaring opgedaan als backingvocaliste, en diep van binnen wist ik dus precies wat ik wilde.”  Rebekka werd fulltime zangeres en zanglerares op de Popschool Amsterdam. Momenteel werkt ze samen met o.a. producer/bassist Glenn Gaddum jr en drummer Tim Dudek aan haar eerste album.

Geen etiket, wel een boodschap

Als je Rebekka’s muziek hoort, is het niet makkelijk er het label van een bepaald genre aan te hangen. Toch ontdek je al snel jazzy vibes en invloeden uit de soul. “Ik ben geinspireerd door uiteenlopende muziekstijlen van soul tot rock, maar het allerbelangrijkst vind ik dat het een eigen en positief karakter heeft. In de muziek kan ik compleet mezelf zijn en voel ik me gelukkig. Dit wil ik graag delen met mijn publiek”. In haar band voelt Rebekka zich een van de elementen in een muzikale synergie. ”Ik ben dan wel frontvrouw in de band maar ieders aandeel is onmisbaar in de uiteindelijke sound. Het is voor mij belangrijk dat elk van de bandleden zijn ding kan doen”. Het delen van de inbreng en aandacht, zo realiseer ik me later, kan ik niet anders omschrijven als bescheidenheid.  Een eigenschap waar ik stiekem toch een Indisch label op plak.


Rootsreis

Constante factoren in Rebekka’s leven zijn de steun, interesse maar ook muzikale invloed van haar familie geweest. “Mijn vader heeft moluks, chinees, duits, nederlands en javaans bloed en komt net als mijn moeder van Sumatra. Hij heeft zelf altijd gedrumd en gitaar gespeeld en zijn vader speelde in een jazz band. Mijn moeder is een echte Batakse en zingt ook. Mijn broer en oudste zus treden op onder de naam Saudara”.

“Toen ik voor het eerst in Indonesië kwam, was het als een thuiskomst, ook op muzikaal vlak. Ik kwam er achter dat batakkers krachtige stemmen hebben, heel bijzonder!”. Ongeveer 35 jaar geleden kwamen haar ouders naar Nederland. Na aansluiting bij de Pinkstergemeente ontstond er ook muzikale beïnvloeding uit een andere hoek. “In de kerk werd er veel gospel gezongen. Liederen met veel positivisme en overgave, wat misschien dus ook de aard van mijn muziek kan verklaren”.

Rebekka Ling (c) Indisch 3.0/ Armando Ello

Ondanks dat er een gemêleerd publiek op Rebekka’s optreden afkomt, zijn Indische en Molukse muziekliefhebbers regelmatig vertegenwoordigd. “Ze luisteren heel aandachtig. Ook komen ze na de show vaak even een praatje maken. Waarschijnlijk voelen zij een stuk herkenning.” Toch wil Rebekka liever niet geclaimd worden vanuit de Indische of Molukse hoek. “Natuurlijk heb ik een sterke binding met mijn gemixte achtergrond, maar mijn muziek moet toegankelijk zijn voor iedereen. Ik vind het belangrijk dat mensen onbevooroordeeld naar m’n liedjes luisteren. Soms zijn mensen verrast omdat ze mijn stem niet direct kunnen matchen met mijn aziatische uiterlijk, en daarbij ben ik ook nog eens klein. Daar krijg ik leuke reacties op.”

Keeping it real

Wanneer Armando bezig is met de fotoshoot, heb ik tijd te reflecteren op het gesprek. Net als tijdens de fotoshoot kan Rebekka zichzelf prachtig presenteren en tegelijkertijd compleet zichzelf blijven. Later op het podium laat ze haar muzikale skills zien. Haar bescheidenheid en spontaniteit werken als een charmante mantel om haar vocaal talent. Diva-gedrag is haar vreemd, op het podium staat iemand die leeft voor haar muziek. Rebekka Ling is keeping it as real as can be.

Wil je meer over Rebekka weten? Kijk op haar website of kom naar haar optreden tijdens het evenement “Zwoel” in Utrecht op 28-11-2010: zie www.thisiszwoel.nl