3.0 in de muziek: Dewi van Hoek

Twee soorten gitaar, twee bandjes, één liefde: de muziek.

‘Er liggen hier drie gitaren thuis, het is leuk om daar wat noten uit te halen.’ Met deze gedachte begon Dewi van Hoek (29 jaar) haar muzikale interesse te krijgen. Zij komt uit een gezin waarin muziek een centrale rol had, voor haar Nederlandse familie van moeders kant en haar Indische vader. Haar vader is geboren op de Molukken en heeft Indische, Molukse, Portugese en Timoreese invloeden. Hij heeft haar uiteindelijk gestimuleerd om op gitaarles te gaan.

Waarde

Haar Indische achtergrond ontbreekt niet in het leven van Dewi; die is haar van jongs af aan met de paplepel ingegoten. Ze vertelt dat iedereen altijd kon aanschuiven bij haar thuis, er werd gelijk een bord klaargezet zodat er meegegeten kon worden. ‘De gastvrijheid, daar ben ik toch altijd wel dankbaar voor dat ik dat heb meegekregen’, vertelt Dewi met trots. ‘Ook probeer ik altijd iedereen in zijn waarde te laten, gewoon door op een normale manier met iedereen om te gaan.’ Dit zijn de belangrijkste kernwaarden waar Dewi aan hecht en die te danken zijn aan haar Indische achtergrond.

Dewi geniet van elke noot die ze uit de gitaar haalt /Foto: Dewi van Hoek
Dewi geniet van elke noot die ze uit de gitaar haalt: the Eagles, Queen, Santana, Jimmy Hendrix en the Lonely Boys. Foto: Dewi van Hoek

Indische muziek 
Thuis is Dewi met de Indische en Molukse liedjes opgegroeid. Zoals Terang Bulan, Nina Bobo. Ole sio, Blue Bayou en liedjes van Rudy van Dalm, George de Fretes en nog meer bekende Indische artiesten klinken haar zeker niet onbekend. ‘Die liedjes zitten ongetwijfeld op mijn IPod’, lacht ze. ‘ Ik werd zeker geïnspireerd door de Indische muziek als ik op de Pasar Malam kwam. De sfeer, de muziek en het lekkere eten. Ik kom dan echt in de mood’. Maar haar inspiratie is ook zeker gegroeid door de stukken van Eric Clapton, the Eagles, Queen, Santana, Jimmy Hendrix en the Lonely Boys.

Terang Bulan heb ik op mijn iPod staan.

Discipline
Dewi vertelt mij hoe haar muzikale interesse is begonnen. Op 9-jarige leeftijd begon Dewi met keyboard-les, op een traditionele muziekschool, maar die is niet doorslaggevend geweest voor haar muzikale weg. Het werd de gitaar waar haar liefde naartoe ging. Op 20-jarige leeftijd begon ze met haar eerste gitaarlessen nadat haar vader van een nicht uit Indonesië een gitaar had gekregen. Hij stimuleerde Dewi om op les te gaan. ‘Ik leerde vooral de basis in die periode. Sinds het afgelopen jaar ben ik pas bij een goede leraar terecht gekomen, die mij vanaf nul de juiste kneepjes aanleerde en mij corrigeerde wanneer ik een verkeerde noot aansla’. Elke maandag is de vaste repetitie-avond. Ze legt uit dat je discipline moet hebben, wil je er intens mee bezig zijn. Ze lacht: ‘Misschien is dat ook iets wat een klein beetje ontbreekt bij mij, en te maken heeft met mijn Indische achtergrond.’

Muziekbandje: Ambeua / Foto: Dewi van Hoek
Muziekbandje: Ambeua / Foto: Dewi van Hoek

Bandsamenstelling
Dewi maakt deel uit twee bandjes die is opgericht door een Molukse gitaarleraar. Mensen die bij hem op les komen, probeert hij in meerdere bandsamenstellingen in te zetten. Met als doel dat zijn leerlingen de verschillende muziekstijlen kunnen gaan proeven. Dewi’s leraar probeert om naar een stevig repertoire te gaan en om op grote festivals te gaan spelen met zijn bands. Dewi vertelt: ‘Ik speel op een elektrische en op een akoestische gitaar, in twee bandjes. De jonge band heet Ambeua, wij bestaan uit drie meisjes en een jongen. Het muziekgenre is vooral pop, maar mijn leraar probeert ons ook om Molukse liedjes te gaan leren’. In het tweede bandje, genaamd Weplay speelt Dewi met twee Indische mannen die zich vooral richten op Indorockmuziek. De bandjes hebben op diverse gelegenheden opgetreden, zoals op een openlucht festival, een marathon en diverse feestjes. Zij vragen geen vergoeding, een portie eten is voor de bandleden genoeg. ‘Zo wordt het plezier in tact gehouden’, geeft Dewi toe.

Muziek wil ik met passie en gevoel overbrengen.

Emotie
Aan het eind van ons gesprek wordt het opeens serieus als Dewi vertelt wat voor gevoelens er kunnen ontstaan tijdens het muziek maken. Sommige mensen schrijven een liedje vanuit een bepaalde emotie. ‘Als je muziek met passie en gevoel kan overbrengen, ben je pas echt een goede muzikant,’ vindt Dewi. Mensen identificeren zich vaak tot een bepaald lied. ‘Ik vind muziek zo leuk, ik kan mijn emoties erin kwijt en soms kan ik ook veel voor een ander betekenen’. Het feit als een groep door haar muziek gaat dansen en plezier heeft, geeft Dewi voldoening.

Veel succes en we hopen je tegen te komen op een Indische avond!

3.0 in de muziek: Blain

Blain portrait by Richard Tjoeng

‘Eerlijke songs: het moet gewoon kloppen’

Ze stond in Ziggo Dome in het voorprogramma van Jason Mraz en als backing-vocalist bij Shawn Barry.  Ze zingt ook bij Parrish Black, doet backings bij Brown Hill en Meike van der Veer. Maar of ze nu op het podium, in de studio of thuis muziek maakt, het creëren en samen muziek maken vindt zangeres Blain (1978) het belangrijkst.

Blank en Indisch
Ik ben nog niet binnen of Blain toont me haar nieuwe aanwinst: een ukelele. ‘Ik leer het best snel, omdat ik als kind viool heb gespeeld’. Ze herinnert zich van huis uit het zingen bij de piano, met haar ouders en zussen, en alle instrumenten die haar vader had. ‘Hij wilde altijd dat zijn dochters een instrument leerden spelen, zodat we met hem samen konden spelen. Nu heeft hij toch nog zijn zin’. Blain (deze artiestennaam is een samentreksel van BLank en INdo) is Indisch via haar vader. Zijn broers en zus zijn in Indonesië of op de boot geboren, hij in Nederland. Opa kwam uit een klein vissersdorpje op Java, oma kwam uit Menado.

Blain © Pascal Music Pics
Blain © Pascal Music Pics

 

Van kinderkoor tot Academie Voor Lichte Muziek
Blain begon al vroeg met zingen: eerst in een kinderkoor, toen tijdens uitvoeringen op de basisschool en op de middelbare school in een groep die rap met zang combineerde. Haar eerste coverbandje en een schrijf-samenwerking met een toetsenist volgden. Op haar zeventiende deed ze de vooropleiding van het Conservatorium, maar kon er niet goed aarden. Al gauw vond ze een passende opleiding: Academie Voor Lichte Muziek, waar de theorie minder de leidraad vormde en performance centraal stond. ‘Ik ben lang zoekende geweest, maar toen ik bijna dertig was, wist ik het zeker: muziek is het voor mij’. Nu is songwriting een van haar grootste passies. ‘Alles kan me inspireren: voetstappen, of het geklik van een balpen’. Haar songs kunnen dan ook alle kanten op gaan, van onvervalste pop-songs tot R&B en commerciële dance: ‘Ik wil me niet vastleggen op een stijl, ik wil alles kunnen blijven maken’.

Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain
Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain

‘Echt iets Aziatisch’
Op tafel ligt een batik-kleedje. Ik ben benieuwd: wat in Blains leven beschouwt zij als Indisch? ‘Bij ons thuis waren er altijd mensen over de vloer. Die gezelligheid, en natuurlijk het eten vind ik Indisch. Mijn Nederlandse moeder kan goed Indisch koken, dat heeft ze geleerd van mijn oma’. En in de muziek? ‘Het lijkt wel of alle Aziaten gitaar kunnen spelen of zingen! Muziek vind ik echt iets Aziatisch’. Het valt me op dat ze over Aziaten praat en niet specifiek over Indo’s. ‘Ook veel Molukkers, Chinezen, Koreanen kom ik in de muziek tegen, en vaak zijn ze een mix van verschillende (Aziatische) culturen’. Een beetje verder vragen leert dat Blain spiritueel is ingesteld: ‘Er is meer dan wat we kunnen zien, ik respecteer de geestenwereld. Ik zou ook nooit glaasje draaien, daar moet je voorzichtig mee zijn’. Het idee van een kris die de ziel van de maker in zich herbergt, vindt ze ook maar niks. Maar ze gelooft er dus wel in.

 Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods
Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods

Internationaal succes
Wat opvalt aan Blain is haar directheid. ‘Oudere Indo’s, of Aziaten in het algemeen, zeggen niet altijd wat ze echt denken. Wat dat betreft ben ik heel Westers. Dat vind ik soms moeilijk, ik wil niemand kwetsen. Maar ik zal niet mijn kop in het zand steken. Zo Indisch ben ik dus niet’, grapt ze. Ondertussen tokkelt ze rustig door op de ukelele. Ook in haar eigen songs streeft ze naar eerlijkheid. ‘De muziek en de tekst samen, het moet gewoon kloppen’. Met succes, want ze werkt samen met succesvolle producers en DJ’s zoals Ron Carroll, en ze schrijft songs die internationaal worden uitgebracht. En onlangs heeft ze dus haar hart verpand aan een ukelele, waarmee ze nog makkelijker liedjes schrijft. Een eenvoudig, bescheiden instrument. Als ik het instrument oppak, ben ik al gauw aan het spelen, terwijl ik verder geen instrument kan spelen. Hier word ik enthousiast van! We maken gauw een afspraak samen liedjes te schrijven. Als ik wegga, weet ik het zeker: vanavond nog schaf ik een ukelele aan!

De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain
De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

3.0 in de muziek: Lynn Stephans

Lienke tijdens een optreden met SESSION Music in Hengelo Foto: Berend Ouwerling

Geen gewoon muzikaal meisje

Op de zonnige namiddag van 15 augustus ontmoet ik Lienke Iburg, (a.k.a. Lynn Stephans, een creatieve vertaling van haar voornamen Lienke Stephanie) op station Arnhem, om vandaar naar een terrasje te wandelen. Ze is een stralende, jonge vrouw van 29, Indisch via haar vader (Djakarta) en vernoemd naar haar Indische opa en oma.

Lienke tijdens een optreden met SESSION Music in Hengelo Foto:  Berend Ouwerling
Lienke tijdens een optreden met SESSION Music in Hengelo Foto: Berend Ouwerling

‘Misschien kunnen we ook een hapje eten’, stelt Lienke voor, als we plaatsnemen bij een tapasbar. Eten vindt Lienke een gezamenlijke bezigheid die niet alleen gaat om het lekkere gerecht, maar ook om het sociale aspect.

Verbonden met haar Indische roots.

Eenmaal aan tafel, met om te beginnen een glaasje fris, vertelt Lienke dat ze naar de Indië herdenking heeft gekeken op televisie, en zich daardoor weer extra bewust is geworden van haar eigen Indisch zijn en de geschiedenis die daarbij hoort. Lienke voelt zich verbonden met haar Indische roots. Die verbondenheid voelde ze al toen ze een klein meisje was; haar afkomst prikkelde haar nieuwsgierigheid. Haar oma nam Lienke bijvoorbeeld mee naar de toko en liet haar kennis maken met tropische vruchten die zij in Nederlands Indië at. Haar vader en zusje Nora – ook Indisch 3.0 freelancer – hebben allebei een boek geschreven over hun Indische roots. Lienke: ‘Bij mijzelf herken ik het Indische aan mijn bescheidenheid, het graag samen dingen willen doen (zoals koken en muziek maken) en bijgelovigheid.’

Het is belangrijk om die jongeren een duwtje in hun rug te geven.

Lienke aan de tapas in Arnhem. (C) Jennifer Valentijn Indisch 3.0 2012.

Aangeboren talent

Muzikaal talent zit bij Lienke in de familie, zowel van vaders als van moeders kant. Haar moeder speelde piano en zong in een koor. Haar vader heeft in een band gezongen. ‘Ik wist al op jonge leeftijd dat ik van zingen en/of dansen mijn beroep wilde maken. Ik begon vroeg met vroeg met kleuterdans, later gevolgd door jazzballet, klassiek ballet, modern jazz, salsa en break dance,’ vertelt ze met een glimlach. Zingen is Lienke’s grootste talent. Na de middelbare school koos ze voor een particuliere zangopleiding aan de Academie voor lichte muziek. Gevolgd door een jaar Musical Theaterdans aan de dansacademie in Tilburg. Waarna Lienke besloot om zich volledig op het zingen te richten.

Zangles +

Lienke is nu zzp’er: ze geeft zangles en vocal coaching. De zangles beperkt zich niet alleen tot lichte zang; zo kunnen rappers ook lessen volgen in ademtechnieken. ‘Als zzp’er ben ik niet gebonden aan gezette tijden en ben ik eigen baas. Het geeft een stukje vrijheid.’ Lienke kiest bij al haar leerlingen voor een persoonlijke benadering. ‘Ik weet precies wie welke aanpak nodig heeft om het beste uit zichzelf te halen. Zo geef ik bijvoorbeeld les bij New Arts College, waar veelal jongeren op zitten die binnen de reguliere schoolmethode hun weg niet kunnen vinden. Het is belangrijk om die jongeren een duwtje in hun rug te geven.’

Uitvoerend

De frisdrank heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een karafje sangría. Ik schenk ons ieder een glas in terwijl Lienke verder vertelt dat ze – naast haar werk als coach – veel optreedt met haar coverband SESSION. Ook is ze te zien als MC Lynn in clubs. ‘Ik doe ook studiowerk en heb onlangs met SESSION het nieuwe Hou van Holland spel voor de iPad ingezongen.’

Momenteel is Lienke bezig met het produceren van haar eigen Engelstalige nummers in samenwerking met Zebra Music en heeft ze inmiddels al een eigen nummer ten gehore gebracht bij de Miss Flevoland verkiezing. Lienke is ervan overtuigd: ze heeft haar grootste droom vervuld; het kunnen leven van haar passie.

We rekenen af en ik weet één ding zeker, ik ga dit muzikale wonder in de gaten houden.

Wil je Lienke volgen of  weten waar en wanneer ze optreedt? Dat kan via TwitterFacebook en Session Music.

Oproep: Ken/ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl

3.0 in de muziek: T’Amore

T'Amore DJ Raymundo @ Brainwash. Foto: Dennis Veldman.

Na Pertama komt… ?

Ze is Indisch, heeft pidjit van haar oma geleerd, draait in haar vrije tijd plaatjes en wil nog eens graag meer van Indonesië zien dan alleen Bali. In de studio van producer Michael Boldwell in Hoofddorp tref ik music artist Tamara van Tol (26 jaar) alias T’Amore. Daar werkt zij aan haar tweede track – de eerste kwam afgelopen 1 augustus uit en heeft ze heel toepasselijk Pertama(= eerste) genoemd.

Goedkope dj-set
Via de keuken kom ik in de studioruimte, met een bijna verblindend groot beeldscherm en colablikjes her en der. In een grote ruimte achterin kunnen we gaan zitten met – hoe kan het ook anders – een glaasje cola. Tamara groeide op onder de rook van Amsterdam, in Ouderkerk aan de Amstel. ‘Ik ging heel veel uit vanaf mijn zestiende, vooral naar housefeestjes. Ik kende altijd alle tracks van het moment. Zo’n drie jaar geleden heb ik een goedkope dj-set gekocht en ben ik met een vriend gaan oefenen, één keer per week plaatjes draaien. Mijn eerste optreden was in Hoofddorp, bij discotheek de Challenge.’

Zomerse house
Tegenwoordig werkt ze bij evenementenorganisator ID&T, op de afdeling personeelszaken. Daarnaast draait ze een á twee keer per week. Tamara draait een mix van vrolijke, zomerse, vocale house. Ze stond deze zomer al op Flirtation, Milkshake Festival, op de boot van Rumour Has It, en tijdens de Canal Parade op When Harry Met Sally. ‘Strandfeestjes zijn mijn ding, lekker buiten. Ik hou van zomerse, vrolijke, gezellige house.’ Haar hoogtepunten tot nu toe? ‘Met de Gay Pride in Amsterdam afgelopen twee jaar op de boot van Flirtation, omdat er honderd vrouwen op de boot en duizenden mensen langs de gracht staan. Heel tof om de hele tocht te draaien. Ook op de Gay Pride in Brussel waren dit jaar zoveel mensen. De hele straat liep achter de kar aan.’

DJ T'Amore @ Club Mystere. Foto: Lieke van Kalke mei 2012
DJ T’Amore @ Club Mystere. Foto: Lieke van Kalke mei 2012

‘Ik vind van de vrouwelijke dj’s Isis geweldig, en La Ona vind ik top in haar hele performance. Gregor Salto, Chocolate Puma en Roul and Doors ook, door de zomerse invloeden in hun sets. En ik word erg geïnspireerd door Michael (Boldwell – red.) doordat we nu samen in de studio zitten. Om een eigen track te maken en die te draaien, is eigenlijk heel gek. Mensen dansen erop en hebben geen besef wie die track gemaakt heeft.’

Indische achtergrond
‘Ik ben Indisch, van mijn moeders kant. Mijn opa en oma zijn beide Indo’s. Ik heb leren pidjitten, mijn opa en oma deden dat altijd voor we gingen slapen. En het Indische eten van mijn oma is natuurlijk het lekkerste. Maar verder heb ik eigenlijk weinig meegekregen. Ik denk dat ik heel westers ben, maar je voelt wel iets. Ik heb dat bij de Pasar Malam, iedereen is daar tante en oom. Opeens voel ik me toch ineens een klein beetje Indisch terwijl ik dat normaal niet heb. Ik zou het leuk vinden als ik de taal meer zou begrijpen. Mijn oma heeft ons vroeger wat woordjes geleerd. Ik kan me eigenlijk alleen de viezere woordjes herinneren: bau kelek, bau mulut, bau kaki.’

Flirtation Flashmob 2011 – Run the world

Eerste keer Indonesië
‘Ik wilde Indonesië heel graag zien. Ik ben in 2010 bijna een maand gaan rondreizen met mijn opa en oma door Bali, Lombok en de Gili-eilanden. Ik wil graag terug naar Indonesië en dan naar een ander deel. Borneo wil ik graag zien. Dat ik op Bali ben geweest met mijn opa en oma, voelde wel heel erg bijzonder.’

Per..?
Ondertussen gaat Michael verder met de tweede track. ‘Ik zei al: De tweede track moet dan ook maar tweede in het Indonesisch gaan heten. Maar dat is misschien niet zo origineel.’

Wil je weten waar T’Amore de aankomende tijd te bewonderen is? Kijk dan op haar website.

Oproep: Lijkt het jou ook wel wat om mee te werken aan een Jonge Indo in de Muziek, of ken je iemand die goed bij deze serie zou passen? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl

 

Jonge Indo in de Muziek – Jerome XL

‘Mijn moeder zei: wie hoog vliegt kan hard vallen’

In Almere-Stad ontmoeten fotograaf Armando Ello en ik rapper Jerome XL (a.k.a. Jerome Levy, 1980). Bekend als solo-artiest, maar ook als producer en vocalist bij rapgezelschap De Onderhonden. Op een terras in de zon vertelt Jerome, met goede vriend Jerryl aan zijn zijde, openhartig over (blauwe) trots, de XL in zijn artiestennaam, zijn pasgeboren dochter en de betekenis van geluk.

Tekst: Liselore Rugebregt. Fotografie: Armando Ello.

Jerome XL © Armando Ello / Indisch 3.0 2012

Afkomst

Indisch via zijn moeder, Duits via zijn vader en pas sinds zijn dertiende Nederlands staatsburger, voelt Jerome zich vooral Indo. Vol passie, en nog voor ik mijn eerste vraag kan stellen, begint Jerome te praten. ‘Ik ben opgegroeid met mijn Indische familie. Het was allemaal heel geborgen. Oma’s keuken was even verderop. Iedereen lette op elkaar. De familie was en is als een liefdevol front voor elkaar.’ Maar de Indische achtergrond van Jerome had ook een keerzijde in het Limburgse dorp waar hij tot zijn negende opgroeide. ‘Ik werd genadeloos gepest met mijn donkere uiterlijk. Maar ik hield mijn hoofd hoog. Mijn ouders hebben mij altijd gezegd: verloochen nooit je afkomst.’

Blauwe trots
Met een warm gevoel en vol trots praat Jerome verder over zijn grootouders. ‘Weet je wat wij te danken hebben aan die generatie?! Wat die mensen hebben meegemaakt! Stel je voor dat ze niet op die boot waren gestapt? Ik had nu ook in pure armoede op een sawa kunnen staan. Die generatie heeft ons gered.’ Ineens rollen de tranen uit Jerome’s ogen terwijl hij verder vertelt. ‘En die blauwe trots van mijn opa. Liever vertellen over de mooie dingen van vroeger en niet over de nare gebeurtenissen. Toch hebben mijn grootouders openlijk verteld over de Japanse bezetting. Hoe de vingers van mijn opa verminkt werden en het oog van mijn oma uitgestoken.’

‘Liever vertellen over de mooie dingen van vroeger, niet over de nare gebeurtenissen.’

Jerome XL © Armando Ello / Indisch 3.0 2012

Muziek
In de familie en opvoeding van Jerome was er alle ruimte voor muziek. ‘Wilde ik piano leren spelen? Stond er ineens een piano in de huiskamer. Een geluidskaart voor in de computer? Ja hoor. Maar! Eerst school, dan muziek. Muziek werd gezien als een hobby. Zelfs toen na een paar jaar duidelijk werd dat hiphop serieus een bron van inkomsten werd, bleef mijn moeder erop hameren: wie hoog vliegt kan hard vallen!’ Jerome barst in lachen uit. ‘Maar trots is ze ook! Dan zegt ze tegen iedereen: dit is mijn zoon. De hele familie vond het helemaal te gek dat ik een paar jaar geleden in de Moesson stond en optrad op de Pasar Malam (huidige Tong Tong Fair, LR). Op de pasar had ik echt het gevoel van dit-is-onze-cultuur, waardoor het optreden meer weg had van een huiskamerperformance.’

XL
Maar waar staat die XL nu eigenlijk voor? ‘XL slaat op mijn uitingsvorm, de kern van wie ik ben, ik zeg waar het op staat. Niet om geweld te verheerlijken, zoals in van die gangsterteksten. Dat vind ik respectloos. Bovendien, ik moet het eens wagen om met zulke teksten thuis te komen. Dan krijg ik de hele familie over me heen! Luister, je draagt een naam en daar moet je voor staan. Zo heb ik mijn neefje met een gerust hart De Laatste Dag gegeven om te beluisteren. En de keer dat ik daarin bitch zeg, dacht hij dat ik flits zei! Hiphop is toch heel erg van: ik ben beter dan jij, en commentaar op anderen leveren. Maar dat boeit me echt niet, daar word je niet beter van.’

‘Ik ben een zweverige hippiehopper.’

Jerome XL © Armando Ello / Indisch 3.0 2012

Dromen
Na een samenwerking met meerdere internationale artiesten en zelf in New York on stage te hebben gestaan, welke dromen zijn er nog voor de toekomst? ‘Weet je wat het is, wat moet ik nu nog dromen na alles wat ik bereikt heb? Natuurlijk zou het tof zijn om nog eens met Public Enemy en KRS-One samen te werken. Maar ik ben nu al dankbaar. Zeker sinds de geboorte van mijn dochter. Als ik denk aan haar toekomst, dan wil ik haar meegeven trots te zijn op wie ze is. Dat je in goede overtuiging en met een rein hart moet gaan voor wat je wilt bereiken. Het geluk te hebben om hulp te ontvangen en hulp te geven aan een ander. Ik geloof in karma. Het diepste geloof moet je hebben in jezelf. Weet je wat ik ben? Een zweverige HIPpieHOPper. Ik ben gelukkig met mijn mentaliteit om te leven.’

Oproep: Lijkt het jou ook wel wat om mee te werken aan een Jonge Indo in de Muziek, of ken je iemand die goed bij deze serie zou passen? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl

Jonge Indo in de Muziek – Patrick Rugebregt

Patrick Rugebregt – Foto: Patrick Rugebregt

Op het North Sea Jazz Festival 2012

Als hij een stuiterbal was, was Patrick al lang van het terras af gestuiterd. Hij praat rustig, maar van binnen borrelt de opwinding. Zijn grote wens sinds hij een tiener was, is in vervulling gegaan: deze zomer speelt hij op het North Sea Jazz Festival met Tuur Moens & Syndicate. Ontspannen maar vol ambitie vertelt de (jazz)pianist, componist en arrangeur Patrick Rugebregt (25) over zijn passie voor muziek, Indische familiefeestjes en zijn allergie voor… pinda’s!

Boogie Woogie
Op een steenworp afstand van het Utrechtse Conservatorium spreken we af op een terras. Niet dat het conservatorium de start was van zijn muzikale carrière: De eerste keer dat Patrick in zijn bewuste leven in aanraking kwam met muziek was hij vier jaar en zat hij langdurig ziek thuis vanwege zijn allergieën (Patrick is onder meer allergisch voor pinda’s – je verzint het niet!). Tegen de verveling van het thuis zitten, bouwde zijn vader met oude gitaarsnaren een piano voor hem. Hij leerde hem zijn allereerste liedje spelen; een boogie woogie. Het instrument heeft hem vanaf toen nooit meer los gelaten.

Patrick spelend op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Patrick achter de piano op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Muzikale familiefeestjes
Patrick is Indisch van vaders kant: hij kwam op achtjarige leeftijd naar Nederland vanuit Sulawesi. Zelf speelt hij gitaar en zingt hij. Maar Pa Rugebregt is niet de enige van de familie die de liefde voor muziek heeft aangewakkerd. ‘Wat ik heb meegekregen van mijn Indische achtergrond? Muziek! De hele familie speelt wel wat: opa dwarsfluit en gitaar, de tantes zingen, de ooms spelen gitaar. Niet professioneel, ze spelen echt voor het plezier. Maar op familiefeestjes – waarbij iedereen hapjes meeneemt – staat iedereen met elkaar muziek te maken’.

Altijd mee kunnen eten
Deze jongen leeft, ademt en eet muziek, merk ik, maar ik vraag toch even verder: ‘Er is vast wel iets anders dan muziek dat je ook typisch Indisch vindt?’ Patrick denkt even na, maar al snel geeft hij antwoord: ‘Gastvrijheid. Dat gasten zich snel thuis voelen in jouw huis, en dat iedereen altijd onaangekondigd mee kan eten.’ Bij dat laatste speelt Patricks Nederlandse moeder een grote rol. ‘Vooral mijn moeder kookt Indisch thuis, en dat doet ze ook heel goed! Wanneer ik vroeger vrienden en vriendinnen van de middelbare school mee naar huis nam, maakte ze er geen probleem van om een rijsttafel klaar te maken.’ Zelf Indisch koken doet Patrick niet en heeft daar verder ook geen speciale belangstelling voor: alle aandacht en passie gaat naar muziek.

Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt
Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt

Van punkrock en hiphop naar moderne jazz
Op zevenjarige leeftijd ging Patrick naar de muziekschool. Muziekstijlen die hem inspireerden gingen echt alle kanten op. ‘Ik luisterde een tijd veel naar hiphop en had zelfs even een punkrockperiode’. Op de muziekschool maakte hij voor het eerst echt kennis met jazz. ‘Een contrabasdocent vroeg of ik in zijn bigband wilde spelen, geweldig! Ook de ensemblelessen, waarbij we veel improviseerden, vond ik heerlijk. Miles Davis was bijvoorbeeld een grote inspiratie, mijn eerste CD’s zijn van hem. Nu ben ik erg fan van moderne jazzpianist Aaron Parks’. Op TV zag de jonge Patrick registraties van North Sea Jazz, met onder andere optredens van Dianne Reeves en Chick Corea. ‘Vanaf dat moment wilde ik daar ook ooit staan.’ Toen Patrick veertien was wist hij: ‘Ik wil naar het conservatorium’.

Een muzikale toekomst

In 2010 studeerde Patrick cum laude af aan het Conservatorium van Utrecht. Hij werd bij zijn eindexamen geprezen voor zijn eigen adem in de muziek. Inmiddels is Patrick zelfstandig muzikant en kan hij van piano spelen leven. In 2009 speelde Patrick voor het eerst een heel album in voor de fusion band Elixxir onder leiding van André Orsel. Begin 2011 start Patrick als vaste toetsenist bij Rigby, een Nederlandse pop/rock band, waarmee hij met de single ‘One Life To The Next’ op 15 kwam in de single top 100 van iTunes. Rigby heeft onlangs hun  tweede single opgenomen en van de zomer gaat de band de studio in voor hun derde album.

De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt
De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 2011 heeft Patrick zijn eigen kwartet, genaamd PRQ (Patrick Rugebregt Quartet – onlangs overigens een Quintet geworden), waarvoor hij de muziek schrijft. Hiermee nam hij in de zomer van 2011 een EP op ‘Skybound’ met vier  van zijn eigen stukken. Als ik Patrick vraag naar zijn ambities houdt hij zich bescheiden, maar de ogen twinkelen:  ‘Ik wil met  mijn eigen muziek op zoveel mogelijk plekken spelen en verder zoveel mogelijk met muziek bezig zijn.’

Indisch 3.0 zegt tegen al haar lezers: hou ‘m in de gaten – hij gaat hard, deze jongen. Check ook vooral www.patrickrugebregt.nl

Oproep

P.S. Ken/ben jij een muzikale Indo die mee zou willen werken aan een aflevering van Jonge Indo in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl 

Jonge Indo in de Muziek: Maya Mertens

Aanstaande maandag staat ze op het podium in De Melkweg, tijdens het vierde Indomania-festival: Maya Mertens (Amsterdam, 1992). Eerder stond ze op Lowlands, bij de Kunstbende, Stofpop en Onderstroom. In deze aflevering van Jonge Indo in de Muziek presenteren we jullie daarom deze getalenteerde Indische selfmade muzikante.

Maya steekt meteen van wal, als ik vraag wat Indisch voor haar betekent.“Ik heb een Indische moeder. Daardoor voel ik me niet 100% Nederlands, maar ook niet per sé Indisch, eerder nog een Amsterdammer. Ik heb er wel positieve gevoelens bij hoor! Op straat bijvoorbeeld, dan herken je andere Indo’s, of als mensen vragen waar ik vandaan kom, omdat ik een kleurtje heb, dan vertel ik trots dat ik Indisch ben.”

Oma
De jonge muzikante vervolgt: “Ik word er eigenlijk niet veel mee geconfronteerd, met mijn Indische roots. Behalve als ik bij mijn familie in Gelderland ben. Daar woont mijn oma, mijn moeders moeder. Ik duik dan een beetje onder, in het Indische cultuurtje, dat is echt zo gezellig. Mijn familie, de sfeer, weet je, daar ben ik even helemaal Indisch. Bij mijn oma ben ik de enige die over haar schouder mee mag kijken als ze aan het koken is. Ik ben de enige die naar binnen mag, dat is echt een voorrecht hoor. Zij vindt dat, omdat ik als kind al interesse toonde in Indisch koken, ik er aanleg voor heb. Ja, dat is wel een eer!”

iPod
Maya is in 2002 voor het eerst in Indonesië geweest. “ Ja, dat vond ik echt supervet. Ik ben daar een hele tijd geleden geweest. Maar ik vond het ook wel moeilijk. Ik was 10 jaar en voelde me net zo Indisch als ik me Nederlands voelde. Ik weet nog goed hoe ik schrok van de kinderen van mijn leeftijd. Ik herinner me een specifiek moment. We reden in zo’n tourbus, met een georganiseerde reis. Ik zat voorin met mijn iPod. Langs de weg zag ik kinderen staan die even oud waren als ik, jonge kinderen die van alles aan het verkopen waren. Zij moesten werken, terwijl ik rustig in die bus zat, te chillen met mijn iPod. Dat vond ik moeilijk. Ooit ga ik weer terug. Dan wil ik langer blijven en neem ik mijn gitaar mee.”

Maya Mertens. Foto: www.Kunstbende.nl
Maya Mertens. Foto: www.Kunstbende.nl

Videomateriaal
Haar Indische roots hebben weinig invloed op haar werk als muzikante. Wat is dan haar inspiratiebron, vraag ik haar. “Poeh. Zoveel! Weet je, ik heb nooit een muziekinstrument leren te bespelen. Ik heb gewoon extreem goed gelet op andere muzikanten. Amy Winehouse, die ik heb ik echt bestudeerd, Janis Joplin, Prince, ik ben een grote fan van Prince. Ik heb uren naar videomateriaal gekeken. Ik heb ook veel nieuwe artiesten bestudeerd hoor, zoals M.I.A. en Little Dragon. Die artiesten zijn echt persoonlijkheden, dat vind ik machtig, daarmee maken ze muziek groter.”

Minimale gitaarakkoorden
Gewoon gitaar geleerd te spelen door ernaar te kijken? Grinnikend legt Maya uit: “Ja. Toen ik heel jong was, schreef ik teksten. Daar wilde ik het podium mee op, dat leek me gewoon leuk. Ik heb mezelf toen minimale gitaarakkoorden aangeleerd, genoeg om het podium mee op te kunnen. Zo is het gegroeid. Het is nog steeds geweldig, dat andere mensen leuk vinden wat ik doe. Waar ik echt energie van kan krijgen, is als mensen me na afloop inhoudelijk feedback geven. Dat ze echt iets hebben begrepen van wat ik op het podium sta te doen, en er iets uithalen.”

Meer zien van deze eigenzinnige singer/songwriter? Ga dan op 9 april a.s. naar Indomania, waar Maya een speciale show voor samengesteld heeft. Op 14 april is ze te horen in de OT301 op festival Drift. Of bezoek haar online portfolio op www.mayaforsale.com. Daar is ze 24/7 op te horen.

Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen

Michael Jeremy (27) producer en rapper uit Utrecht

Voor deze aflevering van  Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader,  bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.

In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn studio

Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.

‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.

Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer.  Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’

Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd  te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’

Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen.  ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische  mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’

De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn thuisstudio

‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij  nog maar méér om muziek te maken.’

 ‘Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’

Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl

TTF 2011: Gitaarheld Makana in Bengkel

De afgeladen Bengkel-zaal verraadt de populariteit van de jonge man op het podium, de schelpenketting om zijn nek verraadt een tropische afkomst. Ik ken hem nog niet, de Hawaiiaanse gitaarvirtuoos Makana. Na de masterclass ben ik, gitaar-newbee, om en snap ik waarom slack key gitaar zo bij Indo’s past.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Makana, ik gok dat hij een jaar of 30 is, legt in het Engels uit wat slack-key gitaar is. ‘Slack-key gitaar is net zoiets als de Spaanse flamenco en de blues uit New Orleans. Het is een typisch Hawaiaanse, volkse muzieksoort. Het verhaal gaat dat het begonnen is met de komst van ‘cowboys’. Die brachten gitaars mee en maakten Hawaianen bekend met het instrument. Toen de cowboys vertrokken, hebben de Hawaianen hun eigen draai gegeven aan gitaarmuziek.’

Slack key gitaar betekent, als ik het goed begrijp, dat je de toetsen, waarmee je de klanken van de gitaarsnoeren instelt, meer ‘ruimte’ (=slack) geeft, waardoor je een – in mijn eigen woorden – galmend, resonerend geluid krijgt. Grappig, ik heb daar niet eerder bij stilgestaan, maar dat is inderdaad hoe ik de klank van Hawaiiaanse muziek zou omschrijven. Is dat ook de parallel met krontjong muziek, trouwens?

Makana vervolgt: ‘Met de komst van missionarissen is veel wat typisch Hawaiiaans was, verboden. Slack key gitaar incluis, dus ging het underground. Het werd een erg persoonlijke bezigheid; vaders wilden het niet eens aan hun kinderen leren. Pas halverwege de vorige eeuw traden slack key gitaristen in de openbaarheid.’

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011

Het typische Hawaiiaanse van deze gitaarstijl zit hem niet alleen in de klank, het drukt ook de Hawaiaanse levensvisie uit. Makana: ‘Bij slack key gaat het meer om het instrument dan om de gitarist. Met weinig aanraking krijg je al veel klank. Dat zie je aan mijn handen. Deze hand (waarmee hij de akkoorden aanslaat) doet het meeste werk, de hand waarmee ik de klanken vervorm het minst. Bij rockmuziek is dat juist andersom: daar zit de meeste actie juist bovenin (bij de hals).’ De gitarist concludeert: ‘So, not much is going on, but a beautiful sound is coming out’.

Tussendoor geeft de virtuoos een paar demonstraties, zoals hoe je een Portugees fadostuk kan spelen met slack key, en hoe een slack key stuk kan klinken als je de rock-techniek gebruikt. Dankzij de enthousiaste TTF-gastheer, geeft het – vreemd genoeg – chagerijnig kijkende publiek Makana af en toe een hartelijk applaus. Ik observeer Makana met bewondering. Volledig geconcentreerd sluit hij zijn ogen en laat zijn handen soepel over de gitaar glijden. Soms zie ik een minuscule glimlach om zijn lippen verschijnen, alsof hij tevreden is met de klanken die de gitaar hem wil geven. Mooi vak, gitarist.

Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011
Makana masterclass Bengkel TTF 2011 (c) Kirsten Vos/ Indisch 3.0 2011