Wanneer dromen tastbaar worden (2)

Yulia village inn

Wanneer nacht vanzelf morgen wordt

Een taxi brengt ons door de donkere straten van Bali naar Ubud. Wanneer ik door het raam naar buiten kijk, zie ik enkel duisternis. Het kan me niet snel genoeg licht worden. In Ubud worden we afgezet bij ‘Yulia Village Inn’. Hier zullen we onze eerste nacht doorbrengen. De kamer voelt nat en klam. Het is zo anders. Ik besef nog steeds niet dat ik er ben. Ik ben in Indonesië, op Bali, in Ubud. Onwerkelijk, maar waar.

Vermoeid van de reis kruipen we het bed in. Klokslag drie uur ’s nachts worden Sjors en ik tegelijk wakker. Is dit nu de jetlag? Omdat bij beiden de slaap ver te zoeken is, besluiten we de Indonesische televisie te gaan ontdekken. Niet te vergeten strijdt Nederland die avond om de wereldbeker. Daar zitten we dan, midden in de nacht, klaarwakker, in een land dat voor mij ergens ruikt naar thuis, stiekem te hopen dat Nederland wereldkampioen gaat worden. Hoe dubbel kan het soms zijn.

Als ik wakker word, weet ik niet hoe snel ik naar buiten moet. Ik hoor mensen praten. Ik hoor geluiden die ik niet weet te plaatsen. Snel open ik de bewerkte houten deuren. Opnieuw valt diezelfde natte deken, die mij ook op het vliegveld overviel, over mij heen. Vandaag ga ik maar eens aan dit klimaat wennen.

Wanneer Sjors en ik aangekleed zijn, gaan we richting het ontbijt. Overweldigd door alle kleuren, geuren en geluiden, let ik, dromer die ik ben, totaal niet op. Ik struikel. Een klein gevlochten mandje ligt voor mij, de inhoud ervan ligt achter mij. Op dat moment weet ik nog niet dat dit een met veel liefde en zorg bereid offertje is. Later zal ik nog veel meer van deze offertjes tegenkomen en deze met alle voorzichtigheid ontwijken.

Het ontbijt bestaat uit Pancakes, French toast of Nasi. Nasi klinkt erg aantrekkelijk, maar ik kan met mijn niet perfect werkende darmstelsel op de vroege ochtend toch echt beter voor de Pancakes of French toast gaan. Ik besluit de Pancakes een kans te geven. Deze gaan erin als koek. De basis is gelegd om Ubud te gaan ervaren.

Wanneer we de straat opgaan, worden we overvallen door taxichauffeurs. ‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Wanneer wij heel beleefd antwoorden dat we geen taxi nodig hebben, geven ze het natuurlijk niet zomaar op. ‘You need taxi today, tomorrow, yesterday?’ Om de ‘yesterday’ wordt er smakelijk gelachen. Sjors en ik lachen net zo hard mee. Direct denk ik dit zou zomaar een slechte grap van mijn moeder of mij geweest kunnen zijn. Verdacht.

Jonge Indo's op de werkvloer: Edith Molemans

[box]Naam: Edith Molemans

Leeftijd: 33 jaar

Beroep: Advocaat/Partner bij Boontje Advocaten Arbeidsrecht

Werkzaamheden: Mijn dagelijkse praktijk als advocaat omvat alle aspecten van het arbeidsrecht met specifieke
aandacht voor het onderwijs- en ambtenarenrecht. Ik adviseer en procedeer voor zowel werkgevers als werknemers over uiteenlopende zaken, zoals ontslagzaken,
reorganisaties en arbeidsvoorwaarden. Naast mijn werkzaamheden als advocaat ben ik bestuurslid van de stichtingen Coolpolitics en
LokaalMondiaal.

Leukste aan het beroep: Dat ik als advocaat mensen van divers pluimage ontmoet met ieder hun eigen verhaal en dat
ik hen vervolgens kan bijstaan op basis van mijn expertise. [/box]

Oproep: Jonge Indo's in de Keuken

Rijsttafel Indisch3 kumpulan

Gezocht: Kokende Indo’s

Cliché of niet, ‘Indisch’ is onlosmakelijk verbonden met ‘eten’. Hetzij Indisch eten, lekker eten, veel  eten, of nog beter: de combinatie van ‘lekker én veel Indisch eten’. Het is niet voor niets dat de blogs en series over ‘eten’ gretig worden gelezen op onze blog.

Foto: Bas de Meijer

Niet alleen is het één van de meest populaire topics op de website, zet een paar Indo’s bij elkaar en het gaat binnen no-time over eten. Wie vindt welk gerecht het lekkerste, welke boemboe’s zijn de beste, in welk Indisch restaurant kom je graag en wie heeft er nog een goed recept voor soto? Máár! Niemand kon of kan zo goed koken als oma!

Welnu, waar je het lekkerste Indische eten kunt vinden, daar zijn we na het daverende succes van ‘De Tokotest’ wel achter. Maar hoe zit het nu eigenlijk met onze eigen kookkunsten? Staat de jongere generatie nog hele dagen in de keuken te zwoegen op de authentieke femilierecepten? Of wordt er lustig op los geëxperimenteerd en ontstaan er geheel nieuwe recepten met dat ene vleugje nostalgische Indische van toen? Om hierachter te komen is de nieuwe serie ‘Jonge
Indo’s in de Keuken’ in het leven geroepen en zijn wij op zoek naar jou!

Sta jij graag in de keuken en wil je graag jouw passie voor Indisch koken met ons delen? Laat het ons weten door een comment achter te laten of stuur een mailtje naar redactie@indisch3.nl.

*** Voor de eerste aflevering van ‘Jonge Indo’s in de Keuken’ zijn wij op zoek naar iemand die zijn of haar kerstspecialiteiten met ons wil delen***

Indo Ink: First family for life

“Meer thuis dan dadelijk zal ik mij wel niet kunnen voelen,” dacht ik net voordat ik met Darah Ketiga oprichter Erik Koks en zijn saudara had afgesproken voor de eerste aflevering van Indo Ink. Met acht andere diehard Indo’s over tattoos praten bij een Indische toko in mijn hometown Den Bosch, zou precies in mijn straatje moeten passen. Niets bleek minder waar te zijn toen ik deze family met hun voorliefde voor tattoos beter leerde kennen.

Ik legde mijn voicerecorder annex smartphone op tafel en keek de ruimte nogmaals rond alsof ik in een laatste adem de sfeer correct wilde te proeven. Zeven jonge Indo’s uit geheel Zuid-Nederland zaten op z’n Indisch vrij relaxed door elkaar, wachtend om eindelijk hun verhaal te kunnen doen. Hun zwarte, glanzende bomberjackets bedekten vooralsnog de onderwerpen van de dag. Op de achtergrond ritselde Levi, eigenaar van Toko Oost-Java, in zijn keuken met dezelfde ontspanning en vriendelijkheid waarmee hij de organisatie van dit interview in zijn zaak toeliet. De setting en sfeer waren perfect: Indo Ink was geboren.

De tattoo als dagboek
In de eerste minuten van het interview werd het al duidelijk dat deze groep een diepe, persoonlijk band heeft met de tatoeagekunst. “Een tattoo is een uiting van jezelf, het definieert jezelf. Het vertelt jouw verhaal alsof het je eigen dagboek is. Het accentueert ook je trots. Wij vinden het natuurlijk ook gewoon mooi, maar laten geen plakker zetten om bijvoorbeeld onze status te verhogen.” Hierin onderscheidt de groep zich van de mainstream tattoohype die momenteel gaande is. “Je ziet dat nu veel mensen uit mode overwegingen tattoos nemen en hier waarschijnlijk na twee haar spijt van zullen hebben. Neem bijvoorbeeld de ‘sterretjes’-tatttoos, mensen nemen deze omdat ze een tattoo willen maar niet weten wat voor een. Pas later geven zij hier een betekenis aan. Bij ons werkt dat juist andersom.”

Acceptatie versus stereotypering
De voorliefde voor tatoeages is op het eerste gezicht bij hen niet aan zichtbare lichaamsdelen af te zien. “Ondanks dat je steeds meer tattoos ziet, worden getatoeëerde mensen nog vaak gestereotypeerd als fout volk. Met ons werk moeten we daar rekening mee houden. Bijvoorbeeld in restaurants of in winkels is het voor personeel wat meer geaccepteerd omdat daar meer jonge mensen komen. Maar op zakelijk niveau is dat nog niet zo. Misschien als de rage van nu ooit algemeen gedachtegoed wordt, zal er een bredere vorm van acceptatie kunnen ontstaan.”

Bestaat de Indische tatoeage?
De tatoeages die naar het Indische refereren zijn vaak symbolen en mythes uit het land van de voorouders, zoals wayangpoppen, krissen en teksten in het Maleis. “Je kunt niet zeggen dat dit Indisch is, in de absolute zin. Een Indische tatoeage is juist heel erg persoonlijk. Niemand kan namelijk voor zichzelf of een ander zeggen wat voor tattoos wel en niet Indisch zijn.” Wat de groep wel ziet, is dat wanneer jonge Indo’s een tatoeage nemen, deze vaak wel cultureel gerelateerd is. “Voor jongeren is dit al een onderdeel van onze cultuur. Dit is een manier geworden waarop wij onze achtergrond laten zien.”

Band of brothers… and sisters
In eerste instantie waren het niet eens tattoos die de groep bijeen bracht, maar hun onderlinge acceptatie en begrip van de Indische cultuur. “Er zijn mensen die bij ons ‘blanco’ binnenkwamen, zich senang bij ons voelden en het gevoel gingen delen om ook via tattoos hun culturele achtergrond te uiten”.

Deze laatste woorden kan ik lang nooit zo geloofwaardig opschrijven als dat ik ze toen tijdens het interview bemerkte. In een soort huiskamer deelde een groep jonge Indo’s met mij niet een zozeer passie voor tatoeages, maar een band die hen meer dan vrienden maakten. Eerder broeders en zuster, van hetzelfde gemengde bloed, geuit en gedeeld door inkt.

Foto’s: Patrick van Beek http://www.patrickvanbeekfotografie.nl

Rolf Görtz (21) uit Maastricht heeft de Gatot Kaca in spiegelbeeld op zijn schouderbladen. Dit is een van de meest geliefde helden van de Javaanse Wayan Purwa. Hiermee eert hij niet alleen zijn Indische trots, maar ook zijn karaktereigenschappen als kracht, zelfbewustheid en trouw
Joey Lopies (28) uit Tilburg heeft een engel op zijn rechterschouder vanwege zijn geloof en een customized Indo Melati logo op zijn rug vanwege zijn Indische geschiedenis, roots en trots.
De tekst “hanya tuhan dapat menilai saya” op Joey's borst betekent "alleen god kan over mij oordelen".
Nina Kruithof (28) uit Rotterdam heeft de Borneoroos als eerbetoog aan de ouders van haar oma.
Percy Pfoster (34) uit Sittard heeft de wayang als zijn metgezel op zijn linkerarm. Met de traditionele golok baant hij een weg door de wildernis, symbolisch voor het leven. Het Balinese masker op zijn helm verdrijft de boze geesten die op zijn pad komen.
Mark de Vos (25) uit Heerlen heeft een Indisch portret op zijn borst omdat het Indische hem dicht bij het hart staat. De tekst op zijn arm verwijst naar die groep die hij meer als familie ziet dan gewoon vrienden.
Erik Koks (31) uit Tilburg heeft een scene uit de barong dans op zijn rug. Deze geeft de verhouding tussen het Goede en het Kwade weer.
Erik Koks heeft op zijn onderarmen ‘Harapan’ (hoop) en ‘Percaya’ (vertrouwen) Op zijn borst staat de Raja Putri als eerbetoon aan schoonheid en liefde in het leven en Dalem als symbool voor kracht en bescheidenheid in het leven. In midden van het stuk staat een ‘Unalom’, symbolisch voor reïncarnatie en een persoonlijk eerbetoon aan zijn overleden tante.
De gehele crew
Levi van Loon (41) uit 's-Hertogenbosch heeft zijn gehele bovenlichaam bedekt met Balinese tatoeages en ook aldaar laten zetten.

[learn_more caption=”Toko Oost Java”]Tijdens en na het interview genoten wij van heerlijke Indische hapjes en voor-, hoofd- en nagerechten van Toko Oost-Java in ’s-Hertogenbosch. Wil je ook een keer op bezoek bij Levi en Dewi? Check dan http://www.oostjava.nl.[/learn_more]

In(disch in) het ziekenhuis

In(disch in) het ziekenhuis

“Rendang, sambal goreng boontjes, frikadel…” somde de aardige verpleger voor mij op. Afleiding had ik nodig terwijl ik op mijn buik lag en net deed alsof er niets aan de hand was. In totale ontkenning was ik. Het infuus dat er pas na vijf pogingen inzat negeerde ik. De bloeddrukmeter die om de paar minuten mijn bovenarm in de wurggreep nam… Die negeerde ik ook. De saturatiemeter om mijn vinger, de echo-beelden van de zenuwen in mijn been, piepjes, rondrennende mensen… Ik zou alles negeren!

Voor het eerst in mijn leven lag ik in het ziekenhuis. Ik zou geopereerd worden aan mijn been en zo groen als ik was: ik was nergens bang voor. Het zou wel loslopen! Waar ik me echter compleet op had verkeken, was het allesoverheersende gevoel van “alleen-zijn” dat met een onverwachte sneltreinvaart op mij afkwam in de pre-operatieve ruimte van het UMC. Van alle kanten fladderden er mensen in het rond. Er werden snoertjes op me aangesloten, vragen op me afgevuurd en vanuit mijn ooghoeken zag ik de gevreesde infuusnaald. Hoe meer er gebeurde, hoe eenzamer ik me voelde en hoe breder de lach op mijn gezicht werd. Als die-hard Indo zou ík toch zeker niet een potje gaan janken daar?!

Kennelijk hadden de goden een beetje medelijden met dat Indische meisje zo alleen en besloten mij te troosten. Een Molukse verpleger dook naast me op en besprak tot in detail de Indische rijsttafel die hij van het weekend had klaargemaakt voor zijn dochter. Terwijl de injectienaalden genadeloos in mijn been werden gestoken, waande ik mij in de betere makan-sferen. De anesthesiste, die ook Indisch bleek, kon meepraten en toen ik uiteindelijk in de O.K. lag en voorbereid werd op de narcose, was het tot mijn verbazing weer een Indo die in mijn gezichtsveld verscheen, “Dit is een zuurstofmasker meid, even goed in- en uitzuchten. Zeg, ben jij Indisch?”

De laatste gedachte voordat de narcose begon te werken, was dat ik niet geloofde in toeval en dat het toch maar een klein Indisch wereldje was… Die herkenning was toch wel fijn en zorgde voor een soort familiegevoel die de eenzaamheid een beetje verdreef!

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago

Sanne en Jago met hun kindje Sem

Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.” 

Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een

Jago en Sanne op het podium met Bahaya
Jago en Sanne op het podium met Bahaya

Indische of Molukse achtergrond.  Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies.  Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?

Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”

“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.

Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan:  “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.

Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.

Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!”  Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één  aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago
Trouwen in Vegas

In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd  tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem.  Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.

Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien.  Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd.  Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”

Sanne en Jago met hun kindje Sem
Sanne en Jago met hun kindje Sem

Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd  het monyet.”  En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago.  Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”

Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”

The Kings of Rock

Andy Tielman en Dinand Woesthoff

19 augustus, Hotel des Indes, 14.00uur. Dat was de dag, tijd en plaats dat de fotoshoot tussen de twee Indische muzikale iconen Andy Tielman en Dinand Woesthoff plaats zou vinden. Een bijzonder moment, we keken er enorm naar uit. Het leek allemaal meant to be. Maar het mocht niet zo zijn. Andy Tielman was erg ziek en leek die strijd langzaam te gaan verliezen.

Op internet las ik dat Andy erg ziek was. Carmen Tielman vertelde me over zijn ziekte, maar vooral ook hoe positief hij nog in het leven stond en dat hij kracht putte uit de aandacht van fans, uit het geven van interviews en het geplande optreden op de Tong Tong Fair. Andy plukte de dag en genoot zoveel mogelijk.

Andy Tielman en Dinand Woesthoff
Andy Tielman en Dinand Woesthoff door Natalie Ypma

Een paar dagen voor de fotoshoot kreeg ik bericht dat de shoot niet door kon gaan wegens Andy’s gezondheid. Het nieuws overviel me en ik twijfelde aan het hele project. Toch overtuigde Carmen en Frans Leidelmeijer, die dit allemaal voor zijn project De Blauwe Kamer in werking had gezet, dat de foto er moest komen. Het was een van Andy’s laatste wensen.

Dus volgde er onzekerheid, afwachten en radiostilte. Ik probeerde het idee langzaam naast me neer te leggen. Tot twee weken later het bericht kwam dat Andy weer thuis was en het beter met hem ging. Al snel stond er een nieuwe afspraak gepland op 13 september.

Geen Hotel Des Indes, geen visagiste, maar gewoon thuis bij de Tielmans. Improviseren, omringd door herinneringen, gitaren en tientallen foto’s. Even voelde ik me een indringer in deze fragiele en persoonlijke situatie van iemand waarvoor ik zo veel respect had, die zo bekend was, maar ook zo ziek. Even dacht ik bij mezelf: ‘moeten we dit wel doen?’ Maar na Carmens warme ontvangst installeerde ik me naar Andy op de bank en kreeg ik al snel het gevoel van ‘Indo’s onder elkaar’. Vanaf dat moment dacht ik: ‘dit zit wel goed.’

Toen Dinand arriveerde zag ik de twijfel in zijn blik bij het zien van de geïmproviseerde fotoset. Twee stoelen in een hoek van de kamer, een blanke muur als achtergrond en slechts daglicht. Even moest ik lachen om de knullig ogende situatie, de leadzanger van Kane is natuurlijk een hoop gewend en voor een moment werd ik overvallen door onzekerheid. Maar ik was vastberaden goede foto’s te maken. Improviseren, werken met minimale middelen en de puurheid van het moment, mijn creativiteit en vermogens als fotograaf. Het zou allemaal bijdragen aan een mooi eindresultaat. Bovendien was het misschien wel de laatste mogelijkheid voor een foto.

Om Andy zo min mogelijk te belasten hield ik de shoot zo kort mogelijk.  Dinands zichtbare bewondering en warmte voor Andy deden mijn lens oplichten. Ik wilde een karakter, ziel, puur en eerlijk op de gevoelige plaat vastleggen. Ik fotografeerde in een roes en in een luttele twintig minuten stonden de foto’s erop. Misschien had dit zo moeten zijn. Het weelderige interieur van Hotel Des Indes had afbreuk gedaan aan de gemoedelijkheid van deze twee iconen.

Deze foto is mijn favoriet, de eerste die ik die dag maakte. Hij spreekt boekdelen en toont kwetsbaarheid. Het is een momentopname van twee mensen die door hun liefde voor muziek en Indische roots met elkaar verbonden zijn, die zich bewust zijn van dat speciale moment en de vergankelijkheid ervan.

Andy Tielman en Dinand Woesthoff
Andy Tielman en Dinand Woesthoff door Natalie Ypma
Wil je meer foto’s zien van deze rock iconen? Check dan de Moesson van deze maand!

De foto’s zoals ze tentoongesteld zijn op ARTI11 zijn te koop via www.nayp.nl waar ook meer werk van Natalie Ypma te vinden is. De helft van de opbrengst komt ten goede aan de Guusje Nederhorst Foundation.