Indo 1.0 in de politiek: Alexander Scholtes

Alexander Scholtes. Foto: Polle Willemsen

“Indonesië is een boeiend land om te volgen”

Alexander Scholtes (30 jaar) uit Amsterdam is, met een Indonesische moeder en een Hollandse vader, een Indo 1.0. Doordeweeks werkt hij in Den Haag bij de Vereniging  Hogescholen en daarnaast is Alexander actief in de politiek. Hij is fractievoorzitter van D66 in de deelraad van Amsterdam-Zuid. Hoe kijkt hij tegen de wereld aan, en tegen het koloniale verleden in het onderwijs?

Komt je Indonesische achtergrond in je politieke werk naar voren?

“Nee, niet. Ik heb een Nederlandse opvoeding gehad, ik voel me een Nederlander, ik heb hier wel veel Indonesische familie maar weinig Indische of Indonesische vrienden. Ik denk dat de meeste mensen op het eerste gezicht niet doorhebben dat ik Indonesische wortels heb. Er is zoveel dat mij vormt, ik zou mezelf niet op willen hangen aan één identiteit. Ik kan niet heel specifiek benoemen wat mijn Indonesische afkomst toevoegt. Al zou ik ooit best eens in Indonesië willen wonen.”

“Er valt meer aan Indonesië te ontdekken dan ik had kunnen bedenken.”

Wat heb je meegekregen van de Indonesische cultuur?

“De eetcultuur. En de gastvrijheid. De laatste jaren heb ik steeds meer interesse gekregen in de Indonesische cultuur. Er zijn meer kanten aan te ontdekken dan ik van tevoren had kunnen bedenken. Ik ga sinds een jaar of vijf elk jaar naar Indonesië, ik heb er nog familie en heb inmiddels ook vrienden gemaakt daar. Ik ben de taal aan het leren in Yogyakarta. Ik volg de kranten nu meer als het gaat om Indonesië. Als politicoloog is het een boeiend land om te volgen. Het land heeft zo’n grote interne markt, dat het alleen al daardoor de economische crisis kan overleven. Tegelijkertijd vind ik het fascinerend hoe Indonesiërs een manier weten te vinden om in te spelen op de omstandigheden. Jakarta is een drukke stad. Op bepaalde wegen mag je alleen autorijden als je minimaal drie anderen in je auto hebt. Wat zie je dus gebeuren? Vlak voor die weg staan mensen die bij je in de auto stappen zodat je die weg over kan. Ja, die betaal je dus om met je mee te rijden.”

Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlabkbij Yogyakarta.
Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlakbij Yogyakarta.

Als mensen naar Indonesië zouden gaan, wat zou je ze dan aanraden te doen?

Wat zou ik mensen aanraden? Ga een paar weken naar Yogyakarta om de taal te leren. Jogja is veel kleinschaliger dan Jakarta, het is er rustiger en het is een kunstenaarsregio, er is daar een andere sfeer dan in bijvoorbeeld Jakarta en veel andere grotere steden. Het is een leuke stad, je kan er gewoon buiten lopen en je onderdompelen in de lokale cultuur. Ik word daar gezien als buitenlander. In een gesprek merk ik wel dat ze voelen dat ik meer feeling heb met het land en de taal. Ik ben bovendien in Indonesië wat minder direct dan ik Nederland ben, dus het contact gaat wat soepeler.

“Ik ben in Indonesië wat minder direct dan in Nederland.”

Je portefeuille is onderwijs. Hoe kijk jij aan tegen het geschiedenisonderwijs in Nederland over Indonesië?

“Het is natuurlijk al een tijd geleden dat ik geschiedenisles had op school. Maar ik heb de indruk dat er meer aandacht is voor wat de Nederlanders zelf hebben meegemaakt, dan voor wat ze gedaan hebben in Indonesië, bijvoorbeeld tijdens de politionele acties. Het is een gevoelig onderwerp waar voor zover ik weet relatief weinig bekend over is. Misschien zou daar meer onderzoek naar gedaan kunnen worden, zoals ook is voorgesteld door enkele historische instituten nadat foto’s over executies in Indonesie. Ik ben een liberaal en geloof niet dat het werkt als de politiek gaat opleggen wat docenten op scholen leren.”

Terwijl mijn pen al op tafel ligt, raken Alexander en ik in gesprek over de plek van het koloniale verleden in het onderwijs.

Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.
Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.

Kirsten – “Jij hebt onderwijs in je portefeuille en je hebt opgemerkt dat er te weinig kennis is over het koloniale verleden. Zou er dan niet toch iets vanuit de politiek moeten gebeuren om dat recht te trekken? Het gaat mij er niet om dat mensen weten wat Indische Nederlanders zijn. Daar blijft toch wel discussie over bestaan. Het gaat mij erom dat meer en betere kennis over het verleden van Nederland in Indonesië kan zorgen voor een betere verstandhouding tussen de landen nu. Dat Nederland Indonesië aanspreekt op mensenrechten, zoals pas met de (afgelaste) komst van president Yudhoyono, vind ik an sich een goede zaak, maar die hooghartige toon, van ‘Wij in het Westen weten als geen ander dat jullie fouten maken met mensenrechten’, die is niet gepast voor een ex-koloniaal heerser.”

“De politiek kan niet voorschrijven wat docenten moeten onderwijzen.”

Alexander – “Dat ben ik wel met je eens. Het is ook niet zo dat ze daardoor in Indonesië dan opeens besluiten hun beleid te veranderen. Maar het gaat niet werken als de politiek voorschrijft wat een docent zijn scholieren hoort te leren. Dan krijgt hij alleen maar te maken met tegenstrijdige en overdadige eisen.”

Kirsten – “Hoe kan de politiek dan veranderen wat docenten onderwijzen?”

Alexander – “Door onder docenten een debat te beginnen over dit onderwerp.”

Een mooi doel, vind ik. Om een debat onder docenten mogelijk te maken stimuleren, start Indisch 3.0 een enquête over Indië en Indonesië in het onderwijs. Vul jij hem ook in? Ga naar onze enquete over Indië en Indonesië op school

Enquete: "Indonesië en Indië" op school

“Mensen weten niets over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië, ze leren er niets over op school.” We horen het vaak. Maar hoe zit het nou echt? Indisch 3.0 heeft een enquête opgesteld over het onderwijs over Indië en Indonesië.

In 7 minuten kan je je mening laten horen; of er inderdaad te weinig lesgegeven wordt over de geschiedenis van Nederland in Indonesië, wat redenen zijn om meer aandacht hieraan te besteden en wat het eigenlijk uitmaakt, als we er met zijn allen meer over weten. Op 15 augustus a.s. maken we de resultaten bekend.

Wil jij eerder horen wat de uitkomsten zijn? Laat dan je e-mailadres achter en we stuur je op 14 augustus een preview. We zijn benieuwd naar je mening!

p.s. Vanaf je smartphone de enquete invullen, of gaat er iets mis? Gebruik dan deze link: https://docs.google.com/forms/d/1QEEvqpW7-CA0i8wen79BPnzcDGnyIvDAnT1mIzxhEAM/ of mail kirsten @ indisch3.nl. 

"Ik vertel het verhaal van mijn oma. En daarna de rest."

In gesprek over herdenken

Hoe belangrijk vind jij herdenken, vroegen wij op Facebook, vanwege de conferentie over herdenken op 21 juni jl in Den Haag. Is dat ‘Soeda, al?’ Nee, vonden jullie massaal. Uit de geïnteresseerden nodigde Indisch 3.0 enkele jongeren uit om hun zegje te doen in het slotforum. Een van deze jongeren, Dewi van Beek, doet verslag van de middag. 

Op uitnodiging van Indisch 3.0, het Vfonds, het Indisch Herinneringscentrum en Stichting Herdenking 15 augustus mocht ik op 21 juni  samen met een aantal anderen komen praten over herdenken bij de conferentie in het Museon in Den Haag. Hoewel ik tot nu toe wel elk jaar stilstond bij het einde van de oorlog in Indië ben ik nog niet nooit bij de officiële herdenking geweest. Dit jaar neem ik mijn oma mee naar de herdenking in Den Haag en ik ben benieuwd hoe andere jongeren herdenken. In de slotdiscussie zal ik daar mijn mening over mogen geven.

“Je vroeg het niet en ze vertelden het niet. Indonesië was gewoon geen onderwerp.”

Opgroeien als repatriantenkind
Maar eerst luisteren we voor het eerste programma-onderdeel “Een ander land in beeld” naar Peter Bouman, Indisch en opgegroeid in Losser, bij Oldenzaal in Twente en naar Nona en Paul Salakory, Moluks en opgegroeid in het Molukse woonoord Vossenbos in Wierden bij Almelo. Ze schetsen hun persoonlijke beeld van het dagelijkse leven in het Nederland van de jaren ’50. Waarom hun families naar Nederland waren gekomen wisten ze vroeger alledrie niet. Peter: ‘Je vroeg het niet en ze vertelden het niet. Indonesië was gewoon geen onderwerp.’ 

Geschiedenis opnieuw vertellen

Historicus Ron Habibie schuift aan. Is het beeld van de Nederlanders over de Molukkers in de loop der jaren bijgesteld, wil Rocky weten. Nee, zeggen ze. Alle drie voelen dat ze de hele Indische en Molukse geschiedenis juist opnieuw moeten vertellen. Nona: ‘Onze generatie weet het nog, maar nieuwe generaties weten het niet meer.’ Ron benadrukt dat er bovendien nog “cold cases” opgelost moeten worden: de Indische Kwestie en de nog altijd niet erkende RMS.

Foto: Indisch 3.0 2013/ Tabitha Lemon.
v.l.n.r. Paul en Nona  Salakory, Peter Bouman, Rocky Tuhuteru. Foto: Indisch 3.0 2013/ Tabitha Lemon.

Chaos!
“Ze schrijven over ons, we schrijven over onszelf”, het tweede gesprek, is bedoeld als discussie over het effect van literatuur over Nederlands-Indië op het collectief geheugen. Hoewel de insteek veelbelovend is, verzandt het gesprek in een abstracte discussie met ingewikkelde termen en chaos. Aan tafel worden ze het niet eens over het feit of de Molukse geschiedenis bij de Nederlanders is beklijfd en wat hier nou precies voor gezorgd heeft. Het gesprek wordt een extreem chaotische en moeilijk te volgen discussie. De pauze die volgt is voor veel mensen, waaronder mijzelf een noodzaak om alles even te laten bezinken.

Jongeren en herdenken
Na de pauze bek
ent Rocky dat we ‘een beetje djam karet hebben’ en dat we meteen doorgaan met het laatste tafelgesprek: “Verhalen van vroeger…..Lekker belangrijk?” Een beetje zenuwachtig ga ik samen met Ricci Scheldwacht en Bo Tarenskeen, een mede 3.0-er, aan tafel. We gaan het hebben over hoe jongeren herdenken en hoe we dit in de toekomst willen doen. Rocky opent het gesprek door eerst Bo te vragen naar zijn herdenkingservaringen.

Ricci Scheldwacht, Bo Tareskeen, Dewi van Beek en Rocky Tuhuteru over herdenken. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013

Herdenken op 4 mei
Theatermaker Bo herdenkt “gewoon”: op 4 mei. Bo: ‘Als je op 15 augustus herdenkt, laat je zien dat je geen onderdeel van de Nederlandse geschiedenis uitmaakt, dat je daar niet bij wilt horen.’ Als initiatiefnemer en organisator van Theater na de Dam, heeft hij een nieuwe vorm van herdenken voor de toekomst geïntroduceerd. Met zijn theaterprogramma organiseert Bo Tarenskeen voorstellingen over oorlogsverhalen na de herdenking op 4 mei in Amsterdam. Hij zou graag zien dat iedereen herdenkt op 4 mei, omdat dit zou zorgen voor veel meer saamhorigheid.

Erkenning voor ervaringen
Rocky vraagt hoe ik dat zie. Ik zeg dat ik me kan vinden in zijn idee van saamhorigheid, maar dat 15 augustus voor veel mensen ook een stuk erkenning is voor wat zij meegemaakt hebben. Voor mijn oma is het heel belangrijk is en daarom dus ook voor mij. Bo kijkt daar anders tegenaan.  Erkenning voor wat er gebeurd is, verwacht hij niet meer. Althans, nooit op die manier dat je er gelukkig van wordt.

“15 augustus is voor veel mensen erkenning voor wat zij meegemaakt hebben.”

Verhalen doorgeven
Journalist Ricci Scheldwacht vindt ook dat 15 augustus in ere gehouden moet worden, maar dat dit in de toekomst best op een andere manier kan. Daarna komt hij terug op een eerder discussiepunt van die dag, hij vindt het vooral belangrijk dat de geschiedenis verteld wordt, in welke vorm dan ook. ‘Van initiatieven zoals die van Bo, word ik alleen maar heel blij,’ glimlacht Ricci. Hij benadrukt dat er al heel veel gedaan wordt door de tweede en derde generatie Indische  Nederlanders, om de verhalen te verkondigen en door te geven.

Onbekend onderwerp
De in een eerder gesprek gemaakte opmerking dat het onderwerp Nederlands-Indië niet bij geschiedenis behandeld wordt, kunnen Bo en ik allebei van tafel vegen. Wel vertel ik dat ik merk dat het onderwerp onder mijn Nederlandse vrienden nog vrij onbekend is, ondanks dat wij Nederlands-Indië als eindexamenonderwerp hadden.

Rocky Tuhuteru presenteert. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013.
Rocky Tuhuteru presenteert. Foto: Indisch 3.0/ Tabitha Lemon 2013.

Kleinkinderen
Rocky vraagt wat ik in de toekomst zou vertellen aan mijn kinderen en kleinkinderen. ‘Het verhaal van mijn oma in eerste instantie,’ zeg ik, omdat dit ook hun familiegeschiedenis zal zijn. Daaromheen zal ik uiteraard ook over de algemene geschiedenis vertellen, omdat dat erbij hoort. ‘Het is wat ik nu ook al aan mijn vrienden vertel,’ vul ik aan.

Theaterprogramma over herdenken
De discussie vervolgt: in welke vorm zou dit moeten? Bo is – uiteraard – al bezig in het theater en we denken alledrie dat dit een uitstekende vorm is om de verhalen door te vertellen. Ricci maakt het eigenlijk niet zoveel uit of het nou een boek, een film of een theatervoorstelling is. Als het maar verteld wordt. Wel is hij benieuwd naar wat Bo op 15 augustus aan programma zou kunnen bedenken, zoals hij nu op 4 mei doet.

“Theater is een uitstekende vorm om verhalen door te vertellen.”

Einde, schluss, al!
Uiteindelijk staat er een vrouw op uit het publiek, die stelt dat we maar allemaal moeten herdenken op de 15e augustus. ‘Dat is het einde van de  Tweede Wereldoorlog,’ legt ze uit. Ze krijgt een groot applaus en ons tafelgesprek is voorbij.

Kennistest
Als afsluiting van de dag doen we een kennistest over de Nederlands-Indische geschiedenis waarbij de paar winnaars een paar mooie prijzen krijgen. Daarna speelt de groep van Julya Lo’ko nog één maal op verzoek ‘Een beetje’ en een Moluks lied. Wij borrelen nog wat na en tegen zessen ga ik met een hoofd vol nieuwe informatie en indrukken weer richting huis. De kennistest was een geslaagde afsluiting van een gezellige middag, met discussies die de ene keer beter uit de verf kwamen dan de andere.

Julya-Loko-Maria-en-Regina-Lekransy-en-Anna-Makaloy
Julya-Loko-Maria-en-Regina-Lekransy-en-Anna-Makaloy

Jij op in de sport?

Indisch 3.0 laat zien wat Indo’s doen. Wil jij over je sport vertellen? Beantwoord deze vragen dan zo volledig mogelijk en wie weet sta jij binnenkort op Indisch3.nl!

 

[contact-form subject='[Indisch 3.0. Magazine %26amp; meer.’][contact-field label=’Voor- en achternaam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Mobiel/ Telefoon’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Welke sport doe je?’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Is die sport verwant aan je Indische/ Molukse roots? Hoe?’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Wat vind je leuk aan die sport? Wat van die sport maakt dat je hem bent gaan doen?’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Wat betekent je Indische roots voor jou?’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Beschrijf je Indische wortels eens? Via wie%26#x002c; uit welke plek%26#x002c; etc?’ type=’textarea’/][contact-field label=’Wat is Indisch%26#x002c; volgens jou?’ type=’text’ required=’1’/][/contact-form]

Een rijsttafel van 420 meter

“120 kilo rundvlees en 1500 drumsticks graag.”

Topkok Lonny Gerungan (Samasaya) kookt op 12 juli a.s. voor 1250 mensen. De 420 meter lange tafel zal opgebouwd worden uit marktkramen en het evenement zal worden gehouden op het marktplein in ede. De opbrengsten van deze recordpoging gaan naar Child Support Indonesia (voorheen stichting Anak Asuh), waar Lonny ambassadeur van is.

Naast de Indische maaltijd zullen er optredens zijn van bands en artiesten. De ambassadeur van Indonesië  mevrouw Retno Marsudi en de burgemeester van Ede hebben al toegezegd aan te schuiven aan tafel. Ik spreek Lonny  telefonisch over de recordpoging voor  ’s werelds Langste Rijsttafel.

Wat zeg je, 1250 mensen?

‘Ja, hoe vind je dat! Ik had in eerste instantie een tafel van 300 meter in gedachte voor 900 man. Binnen drie weken was dat uitverkocht. Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en er nog 120 meter aan vast gezet, voor 350 extra gasten. Dat is ook al uitverkocht.’

Babi ketjap. Foto: www.restaurantsamasama.nl
Babi ketjap. Foto: www.restaurantsamasama.nl

Adoeh! Wat ga je maken voor ze?

‘Ik ga negen gerechten maken. Rendang bijvoorbeeld, ayam boemboe bali en babi ketjap. Haha. Hoeveel ik daarvoor ga inkopen? Voor de rendang 120 kilo rundvlees, voor de boemboe bali 1500 drumsticks en de voor de babi ketjap 120 kilo varkensprocureur. O, ken je dat niet? Dat is varkensnek. Wat gebruik jij meestal? O ja, speklap. Dat is wel lekker, maar zo vet! Combineer het maar met schouderlap, dat kan. Graag gedaan.’

Lonny Gerungan
Lonny Gerungan

Wanneer ga je beginnen met koken?

‘Hmm. [rekent] Het is op vrijdag, dus we gaan maandag beginnen. Het spannendste is nog wel of we op tijd reactie krijgen van de organisatie van het Guinness Book of Record. Gaan ze erbij zijn of niet? Als dat niet zo is, er is sowieso een notaris aanwezig die gaat meten en tellen. Met het resultaat ga ik me dan melden bij het Guiness  Book of Records.’

Heel veel succes en we gaan duimen voor een mooie avond. 

Ngroblog: een rondleiding in het verleden

Inmiddels zit ik weer op kantoor en lijkt het alsof ik niet ben weggeweest.  Toch ben ik net drie weken terug van een reis die mij voor de tweede keer en mijn vriendin voor de eerste liet kennis maken met Java en Lombok.

Uiteraard hebben we de Higlights van Java bekeken; Borobudur, Cafe Batavia in Jakarta, Theeplantages en steden als Bandung, Malang, Yogjakarta. Maar dit keer zouden we ook naar plekken op Java gaan die voor de “gewone” toerist zeker niet als Highlight bestempeld zullen worden.

“Op zoek naar de Suikerfabriek”
Nadat wij een groot deel van West-Java achter ons hadden gelaten en inmiddels een groot deel van Oost-Java gezien hadden, zijn wij verder gereden via Bondowoso naar Kraksaan. Kraksaan is een klein plaatsje in Oost-Java, niet ver van de kust. In de koloniale wijk van dit stadje, rondom de suikerfabriek Kandangjati, is mijn Opa geboren. Ik wilde graag een bezoek brengen aan deze plek omdat de fabriek er nog zou staan, zo had ik begrepen. Onze chauffeur (we hadden een klein 6-persoons toeristenbusje waarmee we over Java rondreden), Kurnia, had al een beetje geïnformeerd waar het zou moeten zijn maar hij wist het niet helemaal zeker.

“Padjarakan”
De naam van de fabriek; Kandangjati kwam niet overeen met de naam van de fabriek die nu in de omgeving van Kraksaan staat.  Dus zijn we er maar op de bonnefooi heen gereden om ter plaatse meer informatie te krijgen. Eenmaal daar aan gekomen bleek de betreffende fabriek uit 1885 te komen. Dus dat klonk hoopvol.  Nadat Kurnia uit de bus was gestapt en ons gesommeerd had even te blijven zitten, zodat hij bij de administratieafdeling van de fabriek navraag kon doen, keken mijn vriendin en ik eens goed om ons heen.

De straat waar de bus geparkeerd stond bestond, naast de gebruikelijke verkeerschaos, vooral uit oude koloniale huizen. Een paar minuten later kwam Kurnia terug. We moesten even met hem meelopen naar het kantoortje van de “Security”.  Daar kwamen we er achter dat de fabriek de naam “Padjarakan” droeg. De fabriek was opgericht in 1885. Men kon ons helaas niet vertellen of deze fabriek vroeger Kandangjati geheten had. Wel kregen we te horen dat deze fabriek de enige fabriek in de omgeving van Kraksaan was en voor zover men kon achterhalen had er geen andere fabriek bestaan.

Rondleiding
We moesten onze namen opschrijven op een formulier dat voor ons op de tafel lag. Wat bleek, Kurnia had het voor elkaar gekregen dat wij een rondleiding in de fabriek kregen. Daarna zouden we ook een rondje kunnen lopen in de wijk rondom de fabriek, omdat dit voor het grootste deel bestond uit koloniale huizen. Uiteraard moesten we wel wat betalen;  60.000 Roepia.

Nadat we een mooie helm op ons hoofd gezet hadden konden we de fabriek in.  En gelijk werd duidelijk dat de machines van vroeger nog altijd gebruikt werden. Amsterdam 1924, Firma Stork en Hengelo stond op diverse machines te lezen. Het leek alsof we terug in de tijd waren. Binnen een paar minuten stonden er diverse medewerkers van de fabriek om ons heen. Wij waren de bezienswaardigheid van de dag geworden.  Nadat we met een aantal van de werknemers op de foto waren geweest liepen verder door de fabriek. Overal waren de Nederlandse sporen nog duidelijk zichtbaar.

We volgden een oud treinspoor dat door de fabriek liep en ons naar buiten bracht. Om de hoek van de fabriek lag een oude begraafplaats. Een oude Nederlandse begraafplaats. Slechts op een van de grafstenen was nog te lezen wie er lag, bij de rest waren de marmeren platen al lang verdwenen.  Toen we verder het fabrieksterrein afliepen en de weg overstaken kwamen we in een oud koloniaal wijkje terecht. Sommige panden waren nog redelijk onderhouden, anderen volledig vervallen.  Het grootste huis was, hoe kan het ook anders, van de directeur van de fabriek.

fabriek 2

Na ons bezoek aan Kraksaan reden we door naar Maron. Daar heeft mijn opa een groot deel van zijn jeugd doorgebracht. Ook rondom een suikerfabriek. Zijn vader was namelijk opzichter van de spoorbaan. Ook in Maron reden we een woonwijk binnen waar overal oude koloniale huizen te zien waren. Toen ik naar de weg keek waarop we met de bus reden, lag daar nog oude treinrails die niet meer gebruikt werden. Ook hier ging Kurnia informeren maar hij kwam al vrij snel terug. Wat bleek, de oude fabriek was na nationalisering vrij snel failliet gegaan.  De fabriek en de huizen op het fabrieksterrein zijn afgebroken en men is elders in Maron een nieuwe suikerfabriek begonnen.  Helaas.

“Het Indië van vroeger”
Ondanks dat ik nu niet weet of de suikerfabriek in Kraksaan dé fabriek is waarover mijn opa in zijn memoires schrijft en ik ook niet weet of de huizen die ik in Maron heb gezien de huizen uit zijn jeugd zijn geweest, heb ik een glimp kunnen opvangen van hoe het Nederlands-Indië van zijn jeugd eruit heeft gezien. Er is uiteraard ongelofelijk veel veranderd. En door de verkeerschaos, de rommel, viezigheid en het feit dat iedereen maar overal iets tegenaan bouwt is het soms moeilijk om je voor te kunnen stellen hoe het er vroeger uitgezien heeft. Maar met wat moeite, inlevingsvermogen en een goede gids is het mogelijk het Indië van vroeger, terug te zien in het hedendaagse Indonesië.

Achtergebleven Indo's in Yogyakartaanse kampong

‘Ik dacht, ik ga gewoon eens kijken op dat adres.’

Eric Kampherbeek is 33 jaar, fotograaf en gaat in Indonesië een fotodocumentaire maken over Puasa, de vastenmaand. Daarover gaat hij bloggen op onze Ngroblog. Terwijl ik hem hierover interview, vertelt deze derde generatie Indo en passant een aangrijpend verhaal over achtergebleven Indo’s in een kampong in Yogyakarta: zijn achtergelaten ooms.

Eric en ik ontmoeten elkaar in het Kicking Horse café van Boekhandel Paagman, het officieuze meeting point in het Haagse Statenkwartier. Rechts van ons zit een oudere Indischman de krant te lezen. Tijdens het interview zal hij een keer opkijken naar Eric, als die vertelt over zijn ontmoeting met zijn tante. Achter Eric zie ik een jongere Indischman met zijn zwangere vrouw. Nog even en we zijn hier in de meerderheid.

Ansichtkaart dieEric bij zijn oma in huis vond met daarop het adres in Yogyakarta - "Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar 1957". Archief Eric Kampherbeek.
Ansichtkaart die Eric bij zijn oma in huis vond met daarop het adres in Yogyakarta – “Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar 1957”. Archief Eric Kampherbeek.

Ansichtkaart uit 1960

‘Voordat ik in Indonesië was geweest, had ik er niets mee, met mijn Indische achtergrond. Mijn oma vertelde er nooit over. Ik noemde mezelf ook geen derde generatie, ik wist niet dat dat zo heette. Op een dag vroeg ik mijn oma of ik haar archief mocht bekijken. Het was niet echt een archief hoor, het waren allerlei documenten bij elkaar, onder meer over mijn opa’s KNIL-verleden. Het mocht. Ik kwam een ansichtkaart tegen uit 1960, uit Yogyakarta, waar mijn oma vandaan kwam. Ik heb die kaart ingescand en op mijn laptop gezet. Toen ik in 2011 voor het eerst op vakantie was in Indonesië, dacht ik: ‘Ik ga gewoon eens kijken op dat adres, misschien weten die mensen wel meer over onze familie.’

Misschien weten die mensen wel meer over onze familie, dacht ik.

Nichtje van mijn opa

‘Daar stond ik dan, met aantekeningen van die kaart en mijn familienaam. Ik klopte aan en vertelde dat ik uit Nederland kwam. Eerst leidde het gesprek nergens toe. Een jongen kwam naar buiten, maar kon me niet helpen. Zij haalde iemand erbij, een vrouw. En zij zag wel wat. Ze vroeg me om mijn naam, keek naar mijn gezicht en staarde naar mijn aantekeningen. Toen zag ik dat ze begon te huilen. Zij bleek het nichtje van mijn opa te zijn en vertelde me voor het eerst het verhaal van mijn oma.’

Achtergelaten kinderen

‘Mijn oma bleek nog meer kinderen te hebben dan wij in Nederland wisten. Ze bleek twee kinderen achter te hebben gelaten toen ze naar Nederland vertrok. Daar wisten wij niets van. Wij wisten alleen dat ze nog familie in Yogyakarta had en dat mijn oma het contact had verbroken, omdat zij te vaak om geld en kleren begonnen te vragen. Deze tante vertelde me een andere versie. Dat één van de twee achtergelaten kinderen weer contact met haar wilden en dat mijn oma daarom het contact had verbroken.’

Middenin de kampong

‘Eén van die twee kinderen woonde 300 meter verder en ze gaf me het adres. Via de smalle gangen van de kampong kwam ik bij het kleine huisje. Daar zat een jongen koffie te drinken en kretek te roken. We kwamen samen al snel tot de conclusie dat we dezelfde oma hadden en dus neven waren. Mijn oom Sukardi zou later arriveren.’

Sukardi (l) en zijn zoon Brian (r) vlak nadat Eric hen voor het eerst ontmoette. Foto: Eric Kampherbeek.
Sukardi (l) en zijn zoon Brian (r) vlak nadat Eric hen voor het eerst ontmoette. Foto: Eric Kampherbeek.

“Onbekend!”

‘Terug in Nederland vertelde ik mijn moeder over mijn ontmoetingen. Ze vond dat ik de schone taak op me mocht nemen, om mijn oma erover te vertellen. Mijn oma hoorde dat ik in Yogyakarta geweest was. “Wie heb je daar allemaal ontmoet,” vroeg ze meteen, alsof ze het aanvoelde. Ik liet haar foto’s zien van haar twee zoons, kleinkinderen en van mijn tante, de nicht van mijn opa. “Onbekend! Onbekend! Onbekend!” zei ze bij elke foto. Ze ontkende alles. Ik wist niet wat ik meemaakte. Naderhand begon ze mijn oom, die dus twee volle broers in Indonesië had, maar ons daar nooit over had verteld, en mijn moeder en mijn tantes er meer over te vertellen. Ook over het huwelijk met haar eerste man, die ze in Indonesië had verlaten. Met mijn opa was ze in 1950 naar Nederland gekomen.’

Mijn oma ontkende alles. Ik wist niet wat ik meemaakte.

Dezelfde kansen

‘Sukardi en de rest van de familie daar hebben we naar Nederland laten overkomen, om mijn oma te ontmoeten. Dat was erg emotioneel. Bijzonder was de communicatie; mijn oma sprak geen Bahasa Indonesia, alleen een mondje Pasar Maleis. Toch verstonden ze elkaar prima. Op dat moment realiseerde ik me wat de impact van haar keuze was geweest. Stel je voor dat zij de twee oudste kinderen uit haar eerste huwelijk wel mee naar Nederland had gebracht. Zij hadden dan dezelfde kansen gehad als bijvoorbeeld mijn moeder en waren ze niet in de kampong terechtgekomen.’

Geen antwoord

‘En natuurlijk wilde Sukardi weten waarom ze haar kinderen daar had achtergelaten. Ze gaf er geen antwoord op. Kort na het bezoek van onze familie is mijn oma overleden. We zullen het antwoord nooit krijgen. Het enige wat we erover weten, is dat ze gevlucht is van haar eerste man en in Surabaya getrouwd is met mijn opa. De rest blijft fantaseren en speculeren.’

‘Landa, de Hollander’

‘In het contact met mijn familie daar, ben ik gefascineerd geraakt door de Indonesische cultuur. Als ik er ben, slaap ik bij ze, in de kampong. Compleet met kakkerlakken en cicaks. Ik voel me daar een enorme Hollander, terwijl ik me in Nederland echt een Indo voel. ‘Landa’ noemen ze me daar, Hollander. Mijn oom noemden ze Pak Landa, omdat hij blauwe ogen had.’

 

 

Het huis waar Eric's oma vroeger woonde en Sukardi nu al zijn hele leven woont.  Foto: Eric Kampherbeek
Het huis waar Eric’s oma vroeger woonde en Sukardi nu al zijn hele leven woont. Foto: Eric Kampherbeek

Afwijkende gebruiken tijdens Puasa

‘Puasa in Yogyakarta is anders dan in de meeste steden op Java. In Jakarta bijvoorbeeld, is het nogal modern. In Yogyakarta is het traditioneler. Bovenden zijn er gebruiken die nergens anders in Indonesië voor schijnen te komen, zoals het Padusan en het Gunungan. Padusan is een massale rituele wassing aan het strand. [lachend] De vorige keer is dat nog helemaal misgelopen, omdat er een kwallenplaag was en tientallen mensen gebeten waren.’

 Ik ben beleefder sinds ik met mijn Indonesische familie omga.

Onafhankelijke journalistiek

‘In de ngroblog ga ik om de week portretten plaatsen van mensen uit verschillende bevolkingsgropepen. Hoe ervaren zij die weken? Het principe van onafhankelijke journalistiek kennen ze nog niet echt daar. Als ik vertel dat ik mee wil met de FPI, Front Pembela Islam (Front ter Verdediging van de Islam), dan krijg ik te horen: “Maar waarom? Je bent het niet met ze eens?”

Fascinerende beleefdheidsvormen

‘Tja, wat is het in de Indonesische cultuur dat me zo fascineert. In de eerste plaats dat ik er zelf familie heb, en dat ik dingen van ze leer die ik nooit geleerd heb. De beleefdheidsvormen daar vind ik fascinerend. Hoe begin je een gesprek, hoe maak je kennis? Ik ben minder direct geworden en beleefder sinds ik met mijn Indonesische familie omga. Tot slot is Indonesië een jong land. Zeventig jaar na de onafhankelijkheid in 1945 – want 1949 zegt ze niets – gaat er veel niet goed en toch klagen Indonesiërs niet meer dan Nederlanders. Ze klagen niet over hun armoede. Ze schamen er vooral voor.’

Eric Kampherbeek (Enschede, 1979) is freelance fotojournalist en zet voornamelijk zijn eigen projecten op. Zijn fascinatie voor andere landen beperkt zich niet tot Indonesië  Hij is ook in Libië en Zuid-Soedan geweest, bijvoorbeeld. Op www.lacouleur kan je zijn werk bekijken. In juli publiceert Eric in de ngroblog op Indisch3.nl.

Eric Kampherbeek portret
Foto: Eric Kampherbeek

 

Strandborrel Indisch 3.0 vrijdag 28 juni 2013

Het is bijna zomer en daarom organiseert Indisch 3.0 op vrijdag 28 juni een strandborrel op het strand van Kijkduin, Den Haag.

Voor wie?

Voor iedereen die graag komt kennis maken met Indisch 3.0! Op deze strandborrel willen wij graag onze lezers, fans en zakelijke relaties ontmoeten in een sfeervolle setting. Zoals wij veel gehoord hebben op onze Roots@Work netwerkborrel voelt iedereen zich snel senang en ontstaan er mooie ontmoetingen.

Kijkduin

 

Locatie: Gotcha Beachlounge Club. Een mooie strandtent op Kijkduin, Den Haag.

Tijd: Vanaf 17.00 uur

Drankjes: drankjes zijn voor eigen rekening. Sayah

Meld je aan via onderstaand formulier en onder de aanmelders verloten wij op de avond zelf 2 x 1 fles Sayah (www.sayah.nl) samen met een Indisch 3.0 fancard (www.indisch3.nl/de-indisch-3-0-fancard)

We zien je graag de 28ste!

 

 

 

[contact-form to=’tabitha@indisch3.nl’ subject=’Ik kom op 28 juni naar de strandborrel.’][contact-field label=’Voor- en achternaam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Woonplaats’ type=’text’ required=’1’/][contact-field label=’Ja, ik ben aanwezig. Ik kom graag.’ type=’select’ required=’1′ options=’zelf.,met twee personen.,met drie personen of meer.’/][/contact-form]

Hoe kom je bij Gotcha?

AUTO
Vanaf de A4, A12 en A13 borden ‘DEN HAAG’ volgen.  Vervolgens ‘DEN HAAG ZUID/HOEK VAN HOLLAND” (N211).
De N211 gaat over in de Lozerlaan en de Kijkduinsestraat.
Maakt u gebruik van een navigatiesysteem voer dan ’Deltaplein’ in als straatnaam en ‘Den Haag’ als stad.
Aangekomen in Kijkduin is er voldoende GRATIS parkeergelegenheid. Vanaf de parkeerplaatsen loopt u langs het Atlantic hotel
richting zee. Gotcha is het eerste paviljoen aan de rechterkant.

OPENBAAR VERVOER
Kijkduin is prima te bereiken met het openbaar vervoer. Bussen 23, 24 en 26 rijden van en naar Kijkduin. Vanaf de bushaltes loopt u langs het Atlantic hotel richting zee. Gotcha is het eerste paviljoen aan de rechterkant.

Ngroblog: De weg van licht en schaduw

Vandaag 11 juni
Een bijzondere dag in het leven. Net als alle andere 364 dagen. Maar vandaag net even iets specialer.
Mijn zoon is vandaag jarig! Een mijlpaal.
Ik word dan nog even meer herinnerd aan de taak die ik als vader heb.
Door Erich Fromm zo mooi beschreven in zijn boekje Liefhebben, een kunst, een kunde. Vaderlijke liefde, het bijbrengen van de verantwoordelijkheden, de weg van de leider en hoe om te gaan met anderen in het leven. Licht.

Vandaag 11 juni
Een bijzondere dag in het leven. Net als alle andere 364 dagen.
Maar vandaag net even iets anders. De herdenking van de gevallenen bij de Punt.
Stilstaan bij een donkere plek in de geschiedenis. Schaduw.
Het universum maakt me vandaag eens te meer bewust van het feit, dat ik onderdeel ben van een groter geheel. Licht en schaduw horen bij elkaar.
Ga op weg en neem ze allebei mee.

Hoe gebruik jij licht en schaduw?

Foto zoekt verhaal #3: Meisjes met zwarte haren

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat? In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? In de laatste en derde aflevering een geheel fictief verhaal.

Foto uit album 986, Tropenmuseum/KIT.
Foto uit album 986, Tropenmuseum/KIT.

Meisjes met zwarte haren

Als de foto nog in zijn bezit geweest was, had hij het misschien begrepen. Dan had hij begrepen waarom zijn zoektocht naar liefde hem altijd in de handen van Indische vrouwen dreef. Waarom meisjes met zwarte haren steevast een verlangen opriepen, geen seksueel verlangen, maar de sterke wens zijn hoofd in hun schoot te leggen. Zodat hij niet meer hoefde denken aan de zaak van vader, die in minder florissante staat bleek te zijn dan de oude heer hem had voorgespiegeld. Zodat hij zich niet meer druk hoefde maken over zijn zeurende, ziekelijke echtgenote. Het was een verstandshuwelijk, een zakelijke overeenkomst zou je kunnen zeggen, en het was dan ook háár geld dat maakte dat ze het hoofd en dat van hun vijf kinderen boven water konden houden.

Het was rustig in de kapperszaak. Over een half uur had hij een afspraak op kantoor en uit behoefte aan frisse lucht had hij een rondje door de buurt gelopen. Door de grote ruit zag hij het Indische meisje staan, de zwarte haren opgestoken in een hoge wrong. Ze rekende af met een klant. Hij bleef stilstaan voor het raam. Hij zag wel vaker Indische meisjes, maar er was iets in het gezicht van dit meisje dat hem bekend voorkwam. Waren het haar wangen, haar ietwat brede neus? Kende hij haar? Maar waarvan dan? Voor hij er erg in had, stond hij binnen.

Knippen, meneer? Of scheren?’ vroeg ze vriendelijk. Hij kon een knipbeurt gebruiken, maar ook als dat niet zo was geweest, was hij in de stoel gaan zitten. Toen ze hem de kappersmantel omdeed, zag hij haar bruine handen met de lichter gekleurde nagels, ongelakt, maar glanzend opgewreven. Hij huiverde even.

Heeft u het koud? Kan ik u iets warms te drinken aanbieden?’ vroeg het meisje. Hij schudde zijn hoofd en zei nors: ‘Enkel wassen en knippen, alstublieft.’ Ze nam zijn hoofd in haar handen en liet het achterover zakken om te wassen. De aanraking verwarde hem even, maar het warme water deed hem ontspannen. Ze masseerde zijn hoofdhuid langdurig. Het maakte hem loom en hij droomde even weg. Hij lag op droog gras, in een bos van lage kronkelige bomen en struiken. In de verte schemerden bergtoppen, de lucht was zwaar en heiig. Het was warm, maar toch droeg hij een jas over zijn korte broek. Hij voelde de ruwe stof tegen zijn blote benen kriebelen. Met wie was hij daar, of waarom?

Net zoals alle beelden die hij van Indië had, was dit beeld vaag. Ze waren er vertrokken toen hij zeven was en zijn herinneringen waren een mengelmoes van geuren, klanken en gevoelens, aangevuld met foto’s en verhalen van zijn ouders. Het verhaal dat het meest verteld werd, was dat zijn kleine zusje malaria kreeg en zijn ouders dagenlang rond het bed van het kwijnende kind zaten. Gelukkig was er een Indische kindermeid die op de andere kinderen had gepast, vertelde zijn moeder altijd. Hij kon zich de baboe niet meer herinneren. Wel wist hij dat zich hij bij haar prettig voelde, veilig en geliefd. Van later, terug in Nederland, toen het gezin met nog vier kinderen werd aangevuld, herinnerde hij zich vooral zijn moeders harde handen als ze vond dat hij niet hard genoeg zijn best deed.

De kapster duwde zijn hoofd weer omhoog en droogde zijn haar met een zachte handdoek. Ze kamde het en begon te knippen. Steels bekeek hij haar in de spiegel. Ronde heupen, een wat compact postuur, enigszins schuine, dichtbij elkaar staande ogen, lange oorlellen met twee eenvoudige oorbellen. Ze boog zich naast hem voorover om een andere schaar te pakken. Voor hij erg had in wat hij deed, pakte hij haar bij de heupen en drukte zijn hoofd in haar schoot. Een droge snik ontsnapte hem.

De kapster bewoog zich niet. Toen maakte ze zijn handen voorzichtig los. Ze zei niets. Hij sprong van zijn stoel en rende naar de deur. Op het laatste moment bedacht hij zich, trok zijn portemonnee. Hij liep terug, drukte haar enkele bankbiljetten in de hand en verliet het pand zo snel hij kon.

Pas toen hij de verbaasde blikken op kantoor zag, besefte hij dat zijn haar maar half geknipt was.

Elke maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. Kent iemand de persoon op deze foto? Klopt er iets in bovenstaand verhaal? Deze foto komt uit het album 0986. Dit en alle andere albums zijn online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl en te downloaden op je tablet.