Oproep voor gelijke behandeling, voor alle Nederlandse staatsburgers.

Een paar weken geleden was ik bij een boeiende conferentie. In een klein zaaltje van de universiteit in Leiden zat een handjevol wetenschappers bij elkaar, om gedachtes uit te wisselen over de ‘Eurasian question‘,  een misschien niet zo perfecte vertaling van de Indische kwestie uit de jaren ’50.  

scroll down for the English version

Vergelijken van dekolonisatieprocessen

Kernvraag was hoe je als wetenschappers omgaat met de dekolonisatieprocessen, en wat de meerwaarde en (on-)mogelijkheden zijn van vergelijkende studies. Vanwege dit vergelijkende karakter waren wetenschappers uit Canada, Engeland, Frankrijk en Duitsland aanwezig.

Ongelijkwaardige burgers

Tijdens het symposium stelde een van de aanwezigen voor om een verklaring op te stellen, waarin wij als wetenschappers een standpunt innemen over het politieke klimaat in Nederland, dat het legitimeert dat burgers op basis van ras en geboorte als ongelijkwaardige burgers behandeld worden.Dit heeft geleid tot de ‘Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat.’

Rechtsongelijkheid

Als er één gemeenschap in Nederland is, die weet hoe het is om op papier Nederlands staatsburger te zijn, maar in de praktijk rechtsongelijkheid te hebben ervaren, is het de Indische gemeenschap. Daarom ondersteun ik deze verklaring van harte.

Deel de verklaring

Doe je mee? Het enige dat je hoeft te doen is deze verklaring te delen in je netwerk. Je kan deze post daarvoor gebruiken. We hebben ook een pdf-versie van de  Leiden declaration on current political debate in the Netherlands   (Nederlands/ English), die je rond kan sturen.

 

Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat

“De ondergetekenden, wetenschappers uit binnen- en buitenland op 24-3-2014 bijeen op een conferentie in Leiden over Europees kolonialisme en de doorwerking daarvan bij individuele mensen, gemeenschappen en staten, roepen de politici in Nederland op om af te zien van beleid dat specifieke groepen in de samenleving neerzet als potentieel vijandig ten opzichte van anderen of van de samenleving als geheel. We veroordelen politieke strategieën die het doelgerichte oogmerk lijken te hebben om mensen te vatten in onderscheiden en van buitenaf opgelegde groepsidentiteiten, die tevens impliceren dat er een uitsluitende hiërarchie bestaat tussen insiders en outsiders.”

“Als wetenschappers van het imperialisme en zijn erfenissen, zijn we ons bewust van onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een veilig intellectueel klimaat voor onderwijs en onderzoek aan de universiteiten en in de samenleving als geheel. De historische dimensie van het publieke debat over migratie en immigranten is evident; het principe van gelijkheid is uit het dekolonisatieproces voortgekomen als een kernwaarde voor hedendaags burgerschap. We protesteren daarom met kracht tegen het creëren van etnisch onderscheid en tegen andere vormen van uitsluiting en stereotypering, zoals dat in het huidige politieke debat in Nederland naar voren komt.”

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

In English:

Leiden declaration on current political debate in the Netherlands

We, scholars from the Netherlands and abroad meeting on 24-3-2014 at a Leiden conference on European colonialism and its impact on individual people, communities and states, call on politicians in the Netherlands to refrain from politics which frame specific groups within Dutch society as potentially hostile to others or to society at large. We condemn political strategies that seem dedicated to enclosing the population in separate imposed group identities, while installing exclusive hierarchies of insiders and outsiders.

As scholars of empire and its legacies we are aware of our responsibility to contribute to a safe intellectual climate for education and research at universities and in society at large. The historical dimensions of any public debate on migration and immigrants are evident and equal citizenship has emerged from decolonization as a key value in society. Therefore we strongly protest against the making of ethnic distinctions and against other forms of exclusion and stereotyping as invoked in current political debate in the Netherlands.

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

page1image24616

Films over Indonesië in het spoor van journalisten.

Terugblik op de slotfilms van CinemAsia 2014

Winnares Alexandra Robbe ging vorige week naar de slotfilms van filmfestival CinemAsia 2014, in De Balie in Amsterdam. Zij schreef er voor Indisch 3.0 een recensie over. 

tekst: Alexandra Robbe

3000th Thursday
De eerste film 3000th Thursday was kort maar krachtig. Regisseuse Happy Salma was speciaal overgekomen uit Indonesië. Prachtig sober in beeld gebracht, daardoor heeft de film een enorm inpact. De kracht en machteloosheid van velen die hun geliefden en familieleden verloren en hiertegen vreedzaam protesteren, wordt treffend getoond in de persoon van de invalide grootvader,die ondanks zijn verlamming een enome kracht uitstraalt. De moed der wanhoop. Zijn kleinzoon neemt zijn “taak” over.

The 3000th Thursday - Happy Salma (2013 Indonesië)
The 3000th Thursday – Happy Salma (2013 Indonesië)

Trail of Murder
De tweede film Trail of Murder laat ons het spoor volgen van journaliste Step Vaessen,die de moord op haar college Sander Thoenes in 1999 door het leger ontrafelt. Dicht op de huid gefilmd, door de originele beelden van de vermoorde journalisten, hun aantekenblok met bloedvlekken naast hun ontzielde lichamen. Dat komt hard binnen. Alsof we erbij zijn. Zij deden gewoon hun werk. En dit alles is zo kort geleden. Ook Step heeft hier persoonlijke littekens aan overgehouden. Dieptriest allemaal.

Trail-of-Murder
Trail of Murder – David Niblock (2013 Indonesië)

The Indonesian Killing fields
De derde en laatste film The Indonesian Killing fields toont hoe de executeurs van de “zogenaamde” communisten momenteel leven met hun acties, al dan niet gedwongen door het leger of de regering. Opvallend is het verschil in reacties van de betrokkenen, sommigen hebben er totaal geen probleem mee, wat ze gedaan hebben, zijn er zelfs trots op. Het lijkt alsof ze geen geweten hebben, anderen hebben er zichtbaar moeite mee en schamen zich er niet voor hun schaamte en verdriet te tonen.

De regering wil geen enkele verantwoording nemen en “lacht alles simpel weg”. Tja. Ook hier wordt de pijn van slachtoffers treffend getoond, ze gaan door met een simpele kracht, de moed der wanhoop. De feiten moeten boven tafel en het is nodig dat de verhalen verteld en verspreid worden. Zoals altijd met dit soort tragedies is dat een lange en moeizame weg.

Indonesia's kiling fields - Step Vaessen (2013 Indonesië)
Indonesia’s kiling fields – Step Vaessen (2013 Indonesië)

Hulde aan de filmmakers die de moed hadden om bovenstaande documentaires te maken met een enorme volharding. Het was in alle opzichten een bijzondere avond, ik moest na afloop even bijkomen.

Onze geschiedenis moet verteld worden, alles. Djangan lupah.

Alexandra Robbe @ CinemAsia 2014
Alexandra Robbe @ CinemAsia 2014

'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Indo 1.0 in de politiek: Alexander Scholtes

Alexander Scholtes. Foto: Polle Willemsen

“Indonesië is een boeiend land om te volgen”

Alexander Scholtes (30 jaar) uit Amsterdam is, met een Indonesische moeder en een Hollandse vader, een Indo 1.0. Doordeweeks werkt hij in Den Haag bij de Vereniging  Hogescholen en daarnaast is Alexander actief in de politiek. Hij is fractievoorzitter van D66 in de deelraad van Amsterdam-Zuid. Hoe kijkt hij tegen de wereld aan, en tegen het koloniale verleden in het onderwijs?

Komt je Indonesische achtergrond in je politieke werk naar voren?

“Nee, niet. Ik heb een Nederlandse opvoeding gehad, ik voel me een Nederlander, ik heb hier wel veel Indonesische familie maar weinig Indische of Indonesische vrienden. Ik denk dat de meeste mensen op het eerste gezicht niet doorhebben dat ik Indonesische wortels heb. Er is zoveel dat mij vormt, ik zou mezelf niet op willen hangen aan één identiteit. Ik kan niet heel specifiek benoemen wat mijn Indonesische afkomst toevoegt. Al zou ik ooit best eens in Indonesië willen wonen.”

“Er valt meer aan Indonesië te ontdekken dan ik had kunnen bedenken.”

Wat heb je meegekregen van de Indonesische cultuur?

“De eetcultuur. En de gastvrijheid. De laatste jaren heb ik steeds meer interesse gekregen in de Indonesische cultuur. Er zijn meer kanten aan te ontdekken dan ik van tevoren had kunnen bedenken. Ik ga sinds een jaar of vijf elk jaar naar Indonesië, ik heb er nog familie en heb inmiddels ook vrienden gemaakt daar. Ik ben de taal aan het leren in Yogyakarta. Ik volg de kranten nu meer als het gaat om Indonesië. Als politicoloog is het een boeiend land om te volgen. Het land heeft zo’n grote interne markt, dat het alleen al daardoor de economische crisis kan overleven. Tegelijkertijd vind ik het fascinerend hoe Indonesiërs een manier weten te vinden om in te spelen op de omstandigheden. Jakarta is een drukke stad. Op bepaalde wegen mag je alleen autorijden als je minimaal drie anderen in je auto hebt. Wat zie je dus gebeuren? Vlak voor die weg staan mensen die bij je in de auto stappen zodat je die weg over kan. Ja, die betaal je dus om met je mee te rijden.”

Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlabkbij Yogyakarta.
Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlakbij Yogyakarta.

Als mensen naar Indonesië zouden gaan, wat zou je ze dan aanraden te doen?

Wat zou ik mensen aanraden? Ga een paar weken naar Yogyakarta om de taal te leren. Jogja is veel kleinschaliger dan Jakarta, het is er rustiger en het is een kunstenaarsregio, er is daar een andere sfeer dan in bijvoorbeeld Jakarta en veel andere grotere steden. Het is een leuke stad, je kan er gewoon buiten lopen en je onderdompelen in de lokale cultuur. Ik word daar gezien als buitenlander. In een gesprek merk ik wel dat ze voelen dat ik meer feeling heb met het land en de taal. Ik ben bovendien in Indonesië wat minder direct dan ik Nederland ben, dus het contact gaat wat soepeler.

“Ik ben in Indonesië wat minder direct dan in Nederland.”

Je portefeuille is onderwijs. Hoe kijk jij aan tegen het geschiedenisonderwijs in Nederland over Indonesië?

“Het is natuurlijk al een tijd geleden dat ik geschiedenisles had op school. Maar ik heb de indruk dat er meer aandacht is voor wat de Nederlanders zelf hebben meegemaakt, dan voor wat ze gedaan hebben in Indonesië, bijvoorbeeld tijdens de politionele acties. Het is een gevoelig onderwerp waar voor zover ik weet relatief weinig bekend over is. Misschien zou daar meer onderzoek naar gedaan kunnen worden, zoals ook is voorgesteld door enkele historische instituten nadat foto’s over executies in Indonesie. Ik ben een liberaal en geloof niet dat het werkt als de politiek gaat opleggen wat docenten op scholen leren.”

Terwijl mijn pen al op tafel ligt, raken Alexander en ik in gesprek over de plek van het koloniale verleden in het onderwijs.

Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.
Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.

Kirsten – “Jij hebt onderwijs in je portefeuille en je hebt opgemerkt dat er te weinig kennis is over het koloniale verleden. Zou er dan niet toch iets vanuit de politiek moeten gebeuren om dat recht te trekken? Het gaat mij er niet om dat mensen weten wat Indische Nederlanders zijn. Daar blijft toch wel discussie over bestaan. Het gaat mij erom dat meer en betere kennis over het verleden van Nederland in Indonesië kan zorgen voor een betere verstandhouding tussen de landen nu. Dat Nederland Indonesië aanspreekt op mensenrechten, zoals pas met de (afgelaste) komst van president Yudhoyono, vind ik an sich een goede zaak, maar die hooghartige toon, van ‘Wij in het Westen weten als geen ander dat jullie fouten maken met mensenrechten’, die is niet gepast voor een ex-koloniaal heerser.”

“De politiek kan niet voorschrijven wat docenten moeten onderwijzen.”

Alexander – “Dat ben ik wel met je eens. Het is ook niet zo dat ze daardoor in Indonesië dan opeens besluiten hun beleid te veranderen. Maar het gaat niet werken als de politiek voorschrijft wat een docent zijn scholieren hoort te leren. Dan krijgt hij alleen maar te maken met tegenstrijdige en overdadige eisen.”

Kirsten – “Hoe kan de politiek dan veranderen wat docenten onderwijzen?”

Alexander – “Door onder docenten een debat te beginnen over dit onderwerp.”

Een mooi doel, vind ik. Om een debat onder docenten mogelijk te maken stimuleren, start Indisch 3.0 een enquête over Indië en Indonesië in het onderwijs. Vul jij hem ook in? Ga naar onze enquete over Indië en Indonesië op school

Stille tocht voor de ‘Indische kwestie’

Interview met voorzitter Indisch Platform

door Kirsten Vos

Over een week rijden er legervoertuigen in Den Haag, van het Vredespaleis naar de Tweede Kamer. Aanleiding van deze zogenaamde Stille Tocht is de petitie van het Indisch Platform. IP-voorzitter Silfraire Delhaye biedt dinsdag 19 maart a.s. aan de Tweede Kamer de meer dan 10.000 handtekeningen tellende petitie aan. Onderwerp: De Indische kwestie. Indisch 3.0 gaat erover in gesprek met de heer Delhaye.

Voordat we de diepte ingaan, meneer Delhaye, hoe staat het met de opkomst voor de stille tocht?

“De steunbetuiging voor onze pogingen tot een oplossing te komen is groot. Er komen zeker tussen de 500 tot 1000 Indische Nederlanders, om de aanbieding van de petitie te steunen door mee te lopen in de stille tocht. Het zijn vooral ouderen, maar jongeren hebben zich ook gemeld. We krijgen begeleiding in legervoertuigen van veteranenorganisatie Keep them rolling. En het is een gemengd gezelschap. Niet alleen maar Indo-Europeanen, ook totoks (volbloed Europeanen die in voormalig Nederlands-Indië leefden, KV). Het wordt een beschaafde happening.”

Hoe gaat die aanbieding in zijn werk?

“We verwachten de petitie aan te bieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer, zoals dat gebruikelijk is met petities. Geen lange toespraken, we gaan niet op de barricades of op kistjes staan. Daarna gaan we in besloten overleg met de vaste  kamercommissie* van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).** We hebben het minimum aantal handtekeningen voor de petitie binnen, dus de kwestie komt sowieso op de agenda van de Tweede Kamer.”

Goed. Wat ís die Indische kwestie?

“Die bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste gaat het om Nederlandse ambtenaren van het Indisch-Nederlands  gouvernement die tijdens de Japanse bezetting in overheidsdienst waren, dat kunnen KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren zijn. Deze mensen hebben tijdens de 42 maanden van de Japanse bezetting geen salaris ontvangen. We noemen die achterstallige salarissen ‘de backpay’-kwestie.”

“Dan is er de compensatie van materiële oorlogsschade. Hier in Nederland hebben mensen compensatie ontvangen voor de schade aan bijvoorbeeld hun huizen door de Duitse bezetter. Dat is geregeld in de Wet op de Materiële Oorlogsschaden van 9 februari 1951. In die wet zijn de  inwoners van Nederlands-Indië  uitdrukkelijk buitengesloten van deze compensatie (inmiddels opgenomen in de Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen, zie artikel 1a, KV).”

“Ten derde is daar het oorlogsleed. En dat handhaaft de Nederlandse regering, zolang deze twee andere kwesties niet opgelost zijn.”

Het gaat om KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Daar is toch eerder een rechtszaak over geweest, in de jaren ’50? Toen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat Nederland weliswaar geen juridische schuld meer had, maar wel een morele?

“Dat ligt iets genuanceerder. De vorderingen zijn door de rechtbank afgewezen, omdat zij niet aan de juiste partij zijn gesteld. De vorderingen zouden niet op de Staat der Nederlanden betrekking hebben, maar  “op de Republiek Indonesia als zijnde de rechtsopvolger van de voormalige rechtspersoon Nederlands-Indië”. Dit standpunt is consequent gehandhaafd door opeenvolgende regeringen, ondanks de arresten van de Hoge Raad uit 1957 en 1958 waarin gesteld wordt, dat de Nederlandse Regering wel een morele verantwoordelijkheid heeft in deze kwestie voor haar Nederlandse onderdanen in het voormalige Nederlands-Indië.”

Uitnodiging voor de stille tocht op 19 maart a.s. in Den Haag.

Over hoeveel geld gaat de Indische kwestie eigenlijk?

“Er gaan geruchten alsof het om miljarden gaat. Die geruchten zijn gebaseerd op bedragen uit de twee Niod-rapporten***. Het Indisch Platform vraagt om een bevredigende, billijke  en redelijke vergoeding. Ik kan niet vertellen om welke  bedragen het uiteindelijk zal gaan. Dat hangt bijvoorbeeld onder meer af van wie uiteindelijk werkelijk een claim gaan indienen. ”

Film door www.indisch4ever.nu

De Indische kwestie speelt al ontzettend lang. Veel mensen hebben de moed al opgegeven. Waarom verwacht u nu wel een doorbraak?

“In 2011 was er de motie-Dijkstra (D66), die stelde dat er een ‘commissie van wijzen’ zou moeten komen om te onderzoeken of de Indische kwestie met het Gebaar opgelost was. Die motie is (net, KV) niet aangenomen door de Tweede Kamer. Maar die kwestie is nog niet opgelost. Het is er nu de tijd voor, dat de Nederlandse regering instemt met het instellen van die commissie. Ik vermoed dat die motie verworpen is uit angst voor hoge bedragen.”

Motie Dijkstra is verworpen uit angst voor hoge bedragen

Dus nu gaat het niet om hoge bedragen? Hoe kan het dan genoeg zijn om de achterban voorgoed tevreden te stellen?

“Het gaat eerst om erkenning en excuses van de Nederlandse regering en bij erkenning hoort een symbolische compensatie. Wij zijn bereid om daarover met de overheid te praten, waarbij het ons niet gaat om vele miljarden. Want het niet erkennen van deze kwestie, houdt het oorlogsleed in stand.”

Er is toch een wet die wel tot uitkeringen voor Indische Nederlanders heeft geleid? Die heeft tot veel beroering geleid in Indisch Nederland? Mensen moesten aantonen dat ze in bepaalde kampen hadden gezeten en als ze dat niet konden, kregen ze geen uitkering?

“Dat is de WUV/ WUBO, gericht op het compenseren van lichamelijk letsel als aantoonbaar gevolg van de oorlog, net als emotioneel en geestelijk leed.

En verder heeft Indonesië herstelbetalingen gedaan aan Nederland in verband met de Bersiap en de Japanse bezetting. Volgens Nederland is dat een afgedane kwestie. Ik heb indicaties dat nader onderzoek nuttig is. ”

Veel succes, meneer Delhaye, met het gesprek op 19 maart en dank voor dit interview.

*In de vaste kamercommissie zitten alle Tweede Kamerleden van de politieke partijen, die zich met dit onderwerp bezighouden. De kamercommissies zijn georganiseerd naar departement. Naast de vaste kamercommissie voor VWS zijn er bijvoorbeeld ook vaste kamercommissies voor Infrastructuur en Milieu, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een overzicht van alle commissies vind je op de website van de  Tweede Kamer. De meeste algemene overleggen van commissies zijn openbaar. Dat deze dat niet is, is dus in elk geval afwijkend van de norm. De aanbieding van de petitie staat niet duidelijk aangekondigd op de agenda van de Kamercomissie, wel het kennismakingsgesprek. Dit heeft, tot slot, te maken met het aantreden van het nieuwe kabinet: er zijn nieuwe kamerleden die zich over de Indische kwestie buigen, en daarom een kennismakingsgesprek hebben met het Indisch Platform.

**Het ministerie van VWS in Den Haag is eerste aanspreekpunt voor deze kwestie. Dit is historisch zo gegroeid;  repatrianten uit Nederlands-Indië kregen hun ondersteuning en begeleiding bij aankomst in Nederland van de dienst van Maatschappelijke zorg. Dit is de voorloper van het ministerie van VWS. Bovendien heeft de Indische kwestie impact op de mentale gezondheid van Nederlandse burger, en vallen oud-strijders onder de veteranenzorg, beide de verantwoordelijkheid van datzelfde ministerie.

*** Het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam, heeft twee publicaties uitgebracht over (het gebrek aan) financiële afwikkeling van Nederlands-Indië. De eerste, uit 2005, Indische rekening, is geschreven door Hans Meijer en Margaret Leidelmeijer. De tweede, Sporen van vernieling, is geschreven door Peter Keppy en in 2006 gepubliceerd. Beide edities zijn niet meer leverbaar.

 

Ego's, intriges en dreigementen

Nederland valt aan - Ad van Liempt, 2012.
Nederland valt aan - Ad van Liempt, 2012.
Nederland valt aan – Ad van Liempt, 2012.

Recensie ‘Nederland valt aan’

In mei 2012 kwam het boek Nederland valt aan uit, een bewerking van Ad van Liempt’s eerdere boek Een mooi woord voor oorlog. Deze boekpublicatie kreeg opvolging in de gelijknamige, eenmalige tv-uitzending op 21 juli. De tv-uitzending maakte wat mij betreft de hoge verwachtingen niet waar – journalisten kunnen níet acteren en anachronismen maken een historische vertelling juist onduidelijk. Over het boek van deze voormalige hoofdredacteur van het NOS Journaal trek ik een andere conclusie.

Bijzondere bronnen
Van Liempt schreef in 1994 Een mooi woord voor oorlog. Nederland valt aan is daar een bewerking van. Het is mij niet duidelijk wat de publicatie uit 2012 toevoegt aan het boek uit ’94, de auteur doet daar geen melding van in een voor- of nawoord. Wat mij wel duidelijk is, is de waarde van dit boek. Van Liempt geeft, in prettig leesbare bewoordingen, gedetailleerd inzicht in de besluitvorming over de eerste politionele actie. Hij gebruikt daarvoor memoires, interviews met betrokkenen, persoonlijke dagboeken & archieven, kranten en telegrammen. Dankzij die aanpak legt hij bloot welke intriges, machtsspelletjes, driftkoppen en kortzichtige belangen hebben geleid tot Operatie Product, de eerste politionele actie die op 21 juli 1947 startte en – onder internationale druk – op 5 augustus 1947 eindigde.

Ultimatums
Officiële aanleiding van de eerste politionele actie is de Nederlandse constatering dat Indonesië zich niet houdt aan het – onmogelijke, want dubbele (KV) – akkoord van Linggadjatti. Nederland stelt Indonesië een aantal ultimatums, om duidelijkheid te krijgen in de oorzaken hiervoor en – in later stadium – Indonesie te dwingen bepaalde afspraken te honoreren. Twee heikele punten zijn de aanwezigheid van Nederlandse troepen (de ‘gendarmeriekwestie’) in Indonesië en de mate waarin een Nederlandse functionaris (de hoge commissaris) inspraak heeft in het interimbestuur van Indonesië.

Gedetailleerd inzicht in besluitvorming over eerste politionele actie.

Genoeg gepraat
De antwoorden die Nederland krijgt zijn keer op keer niet de antwoorden die Nederland wil horen: de verschillende politieke leiders van Indonesië krijgen hun achterban niet zo gek, dat ze met de Nederlandse eisen instemmen. Aanwezigheid van Nederlandse troepen, een eenzijdig staakt-het-vuren en een Nederlandse functionaris die een vetorecht krijgt over beslissingen in het interimbestuur van Indonesië, roepen vooral wantrouwen op bij de jonge republiek, die toch al twijfelde over de intenties van hun voormalige kolonisator. Generaal Spoor en zijn rechterhand Pinke zijn het praten na een paar onderhandelingsrondes zat en dreigen met ontslag, waardoor uiteindelijk landvoogd Van Mook vanuit Indonesië en oud-premier Schermerhorn (PvdA) de Nederlandse regering (PvdA en KVP) adviseren militair in te grijpen.

TV-uitzending Nederland valt aan met o.a. Maartje van Wegen (Ned. 2, 21 juli 2012)
TV-uitzending Nederland valt aan met o.a. Maartje van Wegen (Ned. 2, 21 juli 2012)

Wegtrekken leidt tot chaos
Wat ik me bij het lezen afvroeg over deze koloniale oorlog, was hoe het mogelijk was dat Nederland, net bevrijd, toch overging tot deze oorlogsverklaring. Bijzonder inzichtelijk daarvoor was onder meer een brief van ambtenaar Peter Koets, secretaris van KVP-premier Beel. Het zou de Indonesische leiders ontbreken aan lef om de achterban te overtuigen in te stemmen met de Nederlandse eisen. En ‘Wegtrekken leidt tot chaos’, dus militaire actie was de enige mogelijke vervolgstap. Verbazingwekkend vind ik dat uit de krantenreacties op de oorlogsverklaring van de Nederlandse regering, op te maken valt dat alleen Het Parool en koningin Wilhelmina de Nederlandse keuze in de context van de recente Duitse bezetting plaatsen (beide op een andere manier).

Het boek is niet geschikt voor mensen die nog weinig tot niets weten over het onderwerp.

Wie is wie?
Nederland valt aan
van Ad van Liempt geeft inzicht in de verbijsterende besluitvorming die heeft geleid tot de eerste politionele actie. Bij het lezen had ik wel sterk de behoefte aan een overzicht; vanaf de eerste pagina duizelde het van de namen van ministers, landvoogden, militaire bonzen en ambtelijke zwaargewichten. Een schematisch overzicht van alle betrokken spelers aan beide zijden had niet misstaan. Hierdoor is het boek niet geschikt voor mensen die nog weinig tot niets weten over de politieke verwikkelingen in naoorlogs Nederland en het net onafhankelijk geworden Indonesië.

Indonesische perspectief
En, over beide zijden gesproken: ik miste inzicht in het Indonesische perspectief op dit proces. Waardevol was bijvoorbeeld vermelding van de val van Sjahrir, nadat die had ingestemd met een Nederlands ultimatum. Maar naar de motivatie van  Soekarno en Sjarifoeddin om een later stadium niet in te gaan op de heikele punten, kon ik alleen maar raden. Van Liempt had de ‘remake’ van Een mooi woord voor oorlog daar vast voor kunnen gebruiken.

Het Indië-onderzoek
KITLV-directeur Gert van Oostindie kondigde vorige week donderdag in Trouw (6/9/2012) dat het ‘Indië-onderzoek er zeker gaat komen’. Hopelijk komt daar een overkoepelend, gezagdragend verhaal uit dat helderheid geeft over deze zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. Van Liempt heeft met Nederland valt aan daar  alvast nuttig voorwerk voor gedaan.

De politieke paringsdans 2012

Paringsdans van futen. Foto: cormastwijkfotografie.com
Paringsdans van futen. Foto: cormastwijkfotografie.com
Een natuurlijke paringsdans. Foto: cormastwijkfotografie.com

Opdracht van een kiezer

Wanneer overmorgen de champagne is verdampt, de tissues nog vochtig zijn van de tranen en de lijsttrekkers om verschillende redenen ontwaken met een kater, gaat het spel pas echt beginnen: de Grote Politieke Paringsdans 2012.

De afgelopen weken hebben we veel partijen elkaar zien uitsluiten en men spreekt over een ingewikkelde, wellicht onmogelijke formatie. In crisistijd is dat natuurlijk te bizar voor woorden.Er is namelijk altijd een middenweg, maar je moet het wel willen zien. Zeker nu. Bovendien: ik heb mijn collega’s ook niet altijd voor het kiezen en de baas verwacht toch dat ik gewoon mijn werk doe. Voor politici is dit toch niet anders?

Ik heb mijn collega’s ook niet altijd voor het kiezen

Want, laat ik duidelijk zijn: mijn stem is geen verzoek en ook vraag ik de politiek niet om een gunst. Nee; ik geef een opdracht om dit land fatsoenlijk te besturen. Wekenlang gesteggel over wie-met-wie-wil valt daar niet onder. Zeker nu, met een onzekere economie in het achterhoofd, zit ik daar niet op te wachten. Aan het werk en het liefst met een (op papier) haalbare coalitie.

Is dit echter niet mogelijk, dan zorgen de drie of vier grootste partijen de komende periode maar voor de vorming van een kabinet dat, ondanks de verschillen, toch werkt.  Ligt een samenwerking bij ‘de achterban’ niet lekker, dan stel ik voor dat alle partijen twee keer slikken en doorgaan. Desnoods regeren PVV en PvdA komende vier jaar samen. Wat overigens een interessante combinatie zou zijn. Zou er dan subsidie of belastingvoordeel komen voor vrouwen die GEEN hoofddoek dragen?

Even een escape inzetten als je het niet meer weet.

Nou heb ik het idee dat er meer nodig is. Want de afgelopen jaren hebben politieke partijen mij iets te vaak het bijltje erbij neergegooid:  de stekker kan er altijd uit. Zeven verloren weken in het Catshuis, bijvoorbeeld: het had elke andere partij kunnen overkomen. Er is simpelweg iets mis met de politieke mentaliteit. Een kabinet laten vallen, omdat het even moeilijk wordt lijkt inmiddels doodgewoon. Met een oplopende staatsschuld is dat verwerpelijk: het gaat hier om het landsbelang. We zitten verdorie niet bij Caroline Tensen voor een potje Eén Tegen 100 waarbij je, als je het even niet meer weet, een escape kan inzetten.

Dus, als verantwoordelijk burger denk ik mee, en heb ik een voorstel om onze vertegenwoordigers extra te motiveren. Politici worden geïnstalleerd voor een periode van vier jaar. Aangezien zij moeite hebben om deze termijn vol te maken, stel ik de volgende motivatiemaatregel voor: 

de Te-Kort-Regeerboete

Met de Te-Kort-Regeer-boete is het inkomen van een Kamerlid of minister de eerste drie jaar een lening. Zijn er dan nog geen nieuwe verkiezingen uitgeschreven wordt deze in het vierde jaar omgezet in salaris. De opgebouwde schuld wordt tevens kwijtgescholden. Maakt men er echter een potje van door (interne) strubbelingen tussen partijen en moet de burger eerder naar de stembus, dient deze lening te worden terugbetaald.

Met de Te-Kort-Regeer-boete is het inkomen van een Kamerlid of minister de eerste drie jaar een lening.

Volgens mij wordt de sfeer in de Tweede Kamer hier een stuk vriendelijker en professioneler van. Debatten worden weer inhoudelijk en interessant, omdat politici elkaar laten uitpraten en luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. De boel saboteren wordt een risico, daarmee raken zij voortaan indirect hun eigen portemonnee. Een ander voordeel van de Te-Kort-Regeerboete is dat het Binnenhof alleen nog mensen met idealen trekt: mijn maatregel zal afstotelijk werken en  een extra drempel vormen voor baantjesjagers en curriculum vitae-fetisjisten.

Nou kan ik me indenken dat de partijen niet meteen toekomen aan het bespreken van deze out-of-the-box oplossing. Over vier jaar maken we wel de balans op, dus voor nu: aan de slag en snel. Na de recente overkill aan debatten is er genoeg gepraat.

"De bloedigste oorlog die Nederland ooit voerde"

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

65 jaar na de eerste politionele actie

Politionele acties. Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947.
Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947. Bron: Nationaal Archief.

Vandaag is het 65 jaar geleden dat Nederland in Indonesië de eerste politionele actie startte. Vanavond besteedt de NTR daar op tv aandacht aan, in een reconstructie van 21 juli 1947. Maar hoeveel weten we nou eigenlijk over de Nederlandse daden tijdens die roerige dekolonisatie-periode? Ik spreek erover met Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land en Volkenkunde (KITLV).

Een politionele actie is een term die duidt op militaire inzet op binnenlands grondgebied. De acties van Nederland mochten namelijk koste wat kost geen oorlog genoemd worden, valt op internet terug te vindenVorige maand pleitten de directeuren van het NIOD, NIMH en KITLV voor een onderzoek naar deze en andere daden van de Nederlandse regering in de voormalige kolonie Nederlands-Indië tussen 1945 en 1949. Gert Oostindie, woordvoerder namens de drie instituten, vertelt over de aanleiding voor dit voorstel.

Incidenten
“Die vijf jaren zijn, van de hele periode van Nederlandse aanwezigheid in Indonesië, de belangrijkste en de bloedigste: ze bevat de geboorte van een natie én de meest bloedige oorlog die Nederland ooit voerde. De laatste tijd zien we een opeenstapeling van aanklachten, zoals Rawagede. En een nieuwe stroom van incidenten is losgebarsten.”

“Dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Distantie
“Wij vonden de tijd gekomen om nu eindelijk eens de balans op te maken. Bovendien lijkt, sinds Ben Bot in 2005 verklaarde dat Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis heeft gestaan, een nieuw tijdperk aangebroken van meer distantie. Dat het Nederlands Instituut voor Militaire Historie aan dit onderzoek wil meewerken, vind ik veelzeggend. Zelfs zij vinden het hoog tijd dat er duidelijkheid komt.”

Breed verhaal
“Wat wij willen is een overzicht bieden van de daden van Nederland in Indonesië in de periode 1945 – 1949. We streven naar een breed verhaal, gebaseerd op feiten, zonder daarbij moralistisch te worden. We willen er geen politiek onderzoek van maken, we willen het zover mogelijk weghalen bij de politiek van vandaag. Of politici nu onderscheid kunnen maken tussen ons verleden en het Indonesië van nu? Tja, dat zouden ze wel moeten kunnen. Sterker nog, dit onderzoek kan die scheiding duidelijk maken.”

“We willen het weghalen bij de politiek van vandaag.”

Kamervragen
“Dat dit voorstel zo prominent in het nieuws gekomen is, verraste ons. De pers nam onze argumenten over en was er meestal positief over. Dat ook Cees Fasseur aangaf dat zijn onderzoek (de Excessennota, 2 juni 1969) slechts een begin was dat een vervolg nodig had, sterkte ons in dat voorstel. Tijdens het vragenuurtje op 19 juni jl. heeft de SP de regering om een reactie per brief gevraagd, daarbij gesteund door D66, GroenLinks en PvdA. VVD steunde de vraag ook, al was dat niet om dezelfde reden als de andere partijen.”

Cofinanciering
“En nu? Ja nu is het afwachten op de reactie van het kabinet. Pas als er een reactie ligt, kunnen we ingaan op de argumenten om dit onderzoek wel of niet op te starten. Je hebt gelijk, natuurlijk, we hebben daar feitelijk geen opdracht voor nodig van de regering. We hebben de bevoegdheid zelf onderzoeken te starten, we willen daar ook zeker eigen middelen voor vrijmaken. Alleen, wil je het echt zo grondig aanpakken als wij van plan zijn, dan hebben we daar cofinanciering voor nodig.”

“Dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand.”

Indonesië
“Nee, dat Indonesië mee gaat betalen is een misverstand dat ontstaan is na het interview in de Volkskrant. We hebben goede contacten met Indonesische onderzoekers, die zijn bereid met ons samen te werken hieraan. Want eigenlijk is het vreemd dat er nooit eerder gezamenlijk onderzoek gedaan is. Overigens, in Indonesië vinden ze ook dat ze te weinig kritisch naar deze periode hebben gekeken. Maar voor de duidelijkheid: onze insteek blijft om een overzicht te maken van het optreden van Nederland. Want zodra we overzicht hebben, weten we ook wat we niet weten. De kritiek dat we alles al weten is aantoonbare onzin.”

Gert Oostindie. Foto: KITLV.
Gert Oostindie. Foto: Ron Stam.

Oostindie
“Of ik persoonlijk een band heb met Indië? Vanwege mijn achternaam zeker? Die vraag krijg ik vaker. Ik zou een spannend verhaal kunnen ophangen, in VOC-archieven vond ik een Hendrik Oostindie, maar dat is waarschijnlijk geen voorvader. Ik ben, na me vooral in de geschiedenis van Latijns-Amerika en de Caraiben te hebben verdiept, in 2000 directeur geworden van het KITLV. Ik heb in het afgelopen decennium veel geleerd over Indië en Indonesië. Inmiddels ben ik behoorlijk thuis in Indische en Indonesische kringen, maar daar heeft mijn achternaam niets mee te maken.”

Wat vind jij eigenlijk van het voorstel van deze drie onderzoeksinstituten? Djempol of sudah, al? Waarom? 

Sorry, there are no polls available at the moment.

Over de eerste politionele actie (21 juli – 5 augustus 1947) kan je vanavond een reconstructie zien in het tv-programma ‘Nederland valt aan’. Nederland 2, 20.50 – 21.50 uur. 

Het erfrecht van schuld

Wanneer mag je soeda zeggen?

[box type=”shadow”]Mijn vriend M. en ik hebben erg on-Indisch gedrag vertoond: we zijn de familiedrukte rond de feestdagen ontvlucht door 10 dagen Berlijn te boeken.  Ja, stiekem heb ik de chaos en stress van het Kerstdiner met de familie gemist. Daar staat tegenover dat de vragen die Berlijn bij me oproept, dat gemis meer dan waard zijn geweest.[/box]

Berlijn, oudjaarsavond 2010

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestierde Hitler vanuit zijn in Berlijn gevestigde Reichskanselarei zijn oorlog. De man uit Beieren, die zo’n 10 jaar voor zijn verkiezing tot Reichskanselier gevangen had gezeten voor een poging tot staatsgreep, wilde van Berlijn Germania maken: hoofdstad van het grote Germaanse rijk. Tegenwoordig is het een stad die bulkt van de vragen.

Na toeristische trekpleisters te hebben bezocht, Weihnachtsmarkten te hebben afgestruind en door kleine buurtjes te zijn geslenterd, zou het vreemd zijn om te zeggen dat ik wél de antwoorden heb, waar de Berlijners zelf al decennia over twisten: hoe is het mogelijk geweest dat Hitler aan de macht gekomen is, hoe gaan we om met de tastbare overblijfselen in onze stad uit zowel de nazitijd als de Koude Oorlog, en hoe bouwen we aan een gemeenschappelijke toekomst, terwijl we als stad met een schuld van 80 miljard failliet zijn?

Wat ik wel door heb van de Berlijners? Ze stéllen die vragen, publiekelijk en zorgvuldig, ook als ze pijnlijk zijn. Misschien omdat ze er niet onderuit kunnen, maar ze doen het wel.Een voorbeeld: in het Duits Historisch Museum (Zeughaus) is een tentoonstelling ingericht over hoe het mogelijk is geweest dat Hitler steun had van zowel Duitsers. Hoewel voor mij die vraag vrij logisch is, is het hier onderwerp geweest van een flink publiek debat. Hoewel ik de expositie in Wannsee meer antwoorden vond geven dan de expositie in het Zeughaus, laat de discussie over de tentoonstelling zien dat, ten eerste Hitler en de Tweede Wereldoorlog nog steeds een gevoelig onderwerp zijn, en ten tweede dat de Duitsers, ondanks die pijnlijkheid, de vraag willen beantwoorden.

Misschien denk jij nu ‘Ja, het toch logisch dat ze dat doen? Dat is de enige manier om te voorkomen dat dit ooit weer gebeurt.’ Ik zou dat ook zeggen. Maar als ik zie hoe Nederland omgaat met haar eigen verleden, moet ik constateren dat óf Nederland niet logisch nadenkt, óf pijnlijke vragen over het eigen verleden liever verbergt. Want we weten allemaal dat het koloniale verleden van Nederland, de gruwelijk effectieve Jodenvervolging in ons land tijdens de WOII en de late afschaffing van de slavernij – of onze bijdrage aan de ontwikkeling daarvan – niet meer dan voetnoten zijn in de vaderlandse geschiedenis.

Hoe komt het dat een land als Engeland wel met haar voormalige kolonien in een Commonwealth  zit en goede banden onderhoudt met zowel India als Canada? Vergelijk de relatie van Engeland maar eens met het uitgestelde staatsbezoek van Indonesië, de ophef over Desi Bouterse’s verkiezing tot nieuwe president van Suriname, of de anti-Nederlandse houding op de (voormalige) Antillen? Net als Duitsland, heeft ook Engeland haar fouten uit het verleden benoemd en aangepakt. Op die manier kan het signalen herkennen die duiden op mogelijke herhaling, maar vooral meer toekomstmogelijkheden in de internationale relaties ontwikkelen.

Zou het voor Nederland dan te moeilijk zijn om vragen te stellen over het eigen verleden? Want ik ben geneigd te concluderen dat, als een land zijn verleden onder de loep neemt, het lef nodig heeft om pijnlijke vragen te stellen. Lef, en misschien ook wel een oprecht eergevoel. Of zou er een andere reden zijn voor het Nederlandse gebrek aan durf om pijnlijke vragen en antwoorden uitgebreid in de geschiedenisboekjes op te nemen?

Herdenkingsmonument door heel Berlijn (c) Kirsten Vos Indisch 3.0 2010Maar goed. Dit gaat verder. Een jonge Duitser krijgt, als hij een gesprek is met iemand uit een ander land, gemiddeld binnen half uur een vraag over de oorlog, hoorde ik iemand vertellen. Hoort dit? Of moeten we als buitenland op een gegeven moment ophouden met de vinger wijzen? Wat doe je als nakomelingen van degenen die ‘schuldeiser’ zijn? Blijf je het recht houden op verwijt? En, als de beschuldigde de schuld niet erkent, blijf je dan ook de recht en de plicht hebben die schuld te innen? Hebben wij als nakomelingen van de eerste generatie Indische Nederlanders, die schuldeisers zijn van Nederland als ex-koloniale mogendheid, nog het recht om de nakomelingen van de voormalige koloniale heerser ter verantwoording te roepen? Hebben wij het recht om die schuld te laten gaan? En verzaken wij dan als nakomelingen, of kiezen wij simpelweg voor onze toekomst? Mijn vraag is dus: wat is hierin het erfrecht van schuld? En: wanneer houdt het op?

Aan de vooravond van 2011 zijn dit een paar van die vragen die het verblijf in Berlijn bij me losmaakt. Wie weet vind ik in het komende jaar antwoorden.  Jullie, onze lezers, wens ik namens de hele redactie een prachtig nieuw jaar toe, vol met inspirerende antwoorden en prikkelende vragen.

Indonesië, voorbeeld voor Europa?

Democratie, nationale identiteit en multiculturalisme

Door de inmiddels grijze sneeuw haastte ik me naar het NH hotel in Groningen. De Groninger Indonesische studentenvereniging en de Indonesische ambassade hadden daar een paneldebat georganiseerd met het thema Democratie, nationale identiteit en multiculturalisme. De lounge op de 10e etage kon, dankzij het gekeuvel in Bahasa Indonesia op de achtergrond, bijna doorgaan voor een hotel in Jakarta. Op de balustrade maakten enkele verkleumde Indonesiërs in pak foto’s van de Groninger skyline.

Dr. Andang Binawan bepleit dat Indonesie meer is dan een negara bukan2 (niet-seculair en niet-religieus).

Uitgangspunt van de discussie was het Indonesische motto Bhinneka tunggal ika, vaak vertaald als ‘eenheid in verscheidenheid.’ De centrale vraag was eigenlijk of dit Indonesische credo toepasbaar was op de Europese context. Een uniek uitgangspunt: hoe vaak wordt Indonesië als mogelijk voorbeeld gezien voor het Westen? Helaas bleek al snel dat het gestelde thema vaak moest wijken voor algemene visies op multiculturalisme en de noodzaak van een inter-/intra-religieuze dialoog.

De notie van jam karet (tijd is rekbaar) werd in ieder geval zonder moeite naar de toch ook Nederlandse pünktlichkeit getransporteerd. Een uur na de vermeldde aanvangstijd bewogen we ons langzamerhand naar de aangewezen ruimte.

Het publiek bestond uit een delegatie studenten en enkele zeer vooraanstaande afgevaardigden van diverse organisaties in Indonesië. Zo waren aanwezig Pater Dr. Richard Daulay (voormalig secretaris generaal van de Indonesische kerkelijke gemeenschap), Prof. Dr. Philip K. Widjaja (voorzitter van de Boeddhistische raad), Dr. Abdul Mu’ti (senior lecturer aan het staatsinistituut voor Islamitische studies en secretaris van Muhammadiyah), Dr. Fatimah Husein (hoofd van interdisciplinaire Islamitische Studies aan de Gadja Mada universiteit Yogyakarta), Mr. Endy Bayuni (eindredacteur van de Jakarta Post) en Sam Pormes (voormalig Eerste Kamerlid en eerste Nederlandse senator van Molukse afkomst). Kortom: een unieke mix waarin de Belanda’s en Indo’s zwaar ondervertegenwoordigd waren, met één uit iedere categorie (inclusief ondergetekende).

“Diversiteit vieren, geen eenheidsworst.”

Na het welkomstwoord was het tijd voor de eerste paneldiscussie. De sfeer was opperbest en lachsalvo’s volgden elkaar op. “Merdeka” riep er een, “Allāhu Akbar” riep een ander. Mr. Endy Bayuni, de scherpe eindredacteur van de Jakarta Post, legde uit dat Bhinneka tunggal ika eigenlijk altijd foutief vertaald wordt als ‘eenheid in verscheidenheid’. In het Sanskriet wordt het woord Bhinneka (verscheidenheid) duidelijk als eerste genoemd: verscheidenheid zou dus de basis moeten zijn voor eenheid. Diversiteit vieren dus, in plaats van gedwongen assimilatie tot een eenheidsworst.

Een van de hoogtepunten kwam toen dr. Fatimah Husein het woord nam, een serieus ogende vrouw in jilbab die het controversiële onderwerp omtrent de invoering van de sharia in Indonesië aansneed. Zij wees op mogelijke gronden voor discriminatie van niet-moslims en vrouwen en betwijfelde de draagkracht voor de sharia onder de Indonesische bevolking, aangetoond in diverse onderzoeken.

Sam Pormes aan het woord met daarnaast Endy Bayuni, eindredacteur
Sam Pormes aan het woord met daarnaast Endy Bayuni, Jakarta Post

Dit thema kwam in de tweede zitting ook aan bod, toen Bayuni opperde dat de Syariah in 50 regio’s in Indonesië op democratische wijze gekozen was. Hieruit bleek, volgens Bayuni, dat het democratische systeem (en dan met name stemrecht) niet past in de Indonesische context. Hij voegde daaraan toe dat democratie, oftewel het recht van de meerderheid, in Indonesië steevast zou neerkomen op hegemonie voor de moslims in religieuze zin en Javanen in etnische zin. Een slimme student merkte daarover op: ‘ Is democratie dan alleen goed als je de gewenste resultaten krijgt?’

Als laatste kwam oud Eerste Kamerlid Sam Pormes aan het woord. Hij stelde dat multiculturalisme de laatste 10 jaar in Nederland failliet is verklaard. Nederland bevindt zich thans in een morele crisis. Pormes stelde transnationalisme voor als antwoord op het opkomende nationaal populisme. Daarbij is nationaal territorium niet maatgevend, culturen en identiteiten zijn fluïde. Dit is een perspectief dat veel Indisch 3.0 jongeren misschien herkennen. Niet tussen twee culturen zitten, maar een duale identiteit smeden die elementen van beide culturen samenvoegt.

‘ Is democratie dan alleen goed als je de gewenste resultaten krijgt?’

Het was een gemiste kans dat het debat niet dieper inging op het gestelde thema. Toch was het een unicum om dit inter- en intra-religieuze debat mee te maken. Tolerantie, tot op heden een Nederlands paradepaardje, galoppeert er ongehinderd vandoor als we niet kritisch durven kijken naar onszelf, ons politiek stelsel, onze vooroordelen en de ander alleen maar willen zien als de ander. Wat dat betreft kunnen we wat leren van Indonesië. Niet dat er daar geen racisme, onderdrukking en onbegrip is, maar een eilandenrijk met meer dan 13.000 eilanden, 300 talen en culturen na een 350 jarig koloniaal bewind met inmiddels 240 miljoen inwoners bijelkaar houden? Dat is en blijft een uitdaging.