"Ik zou niet zeggen dat ik Indisch ben." – Mei Li Vos

Mei Li Vos interview video-versie 2010 Indisch3

Uitgesproken 3.0

Voormalig Tweede Kamerlid voor de PvdA Mei Li Vos (Eindhoven, 1970), ontdekte eerder dit jaar een verborgen deel van haar Indische familieverleden. Nieuwsgierig naar hoe zij aankijkt tegen haar eigen Indische kant, vertrok ik naar Amsterdam om haar te interviewen. Kijk zelf naar deel twee (15 min) van dit uitermate openhartige gesprek over hoe Mei Li zichzelf heeft leren kennen, in politiek Den Haag, Indonesië en in Indisch Nederland.

Trailer: Mei Li Vos

Vanaf 22-12-2010 online: deel 2 van het interview met Mei Li Vos.

In oktober 2010 was te zien hoe Mei Li Vos achter de taboes van haar Chinees-Indische familie kwam, in het programma Verborgen Verleden. Om erachter te komen hoe Indisch Mei Li zich voelt, en hoe zij tegen de samenleving aankijkt, toogde Kirsten Vos (Indisch 3.0) met fotograaf Armando Ello naar Amsterdam. In november verscheen het geschreven interview. Deel 2 is een videoreportage waarin Mei Li vertelt hoe zij aankijkt tegen het politieke speelveld in Nederland, over Wilders en over de plek van Indië en Indonesië in politiek Den Haag.

‘Waar je vandaan komt, bepaalt niet wie je bent’ – Mei Li Vos

In het NTR-programma Verborgen Verleden was te zien hoe Mei Li Vos (Eindhoven, 1970) dit jaar uitvond dat haar voorouders niet getrouwd waren toen zij samen kinderen kregen. Zo ontdekte zij , en ook haar moeder, dit verborgen deel van haar familieverleden. Mei Li is zelfstandig adviseur en publiciste, daarvoor was zij Tweede Kamerlid voor de PvdA. Vos groeide als enig meisje op in een groot gezin van een Nederlandse vader en een Chinees-Indische moeder. Zij woont momenteel in Amsterdam, waar ik haar interviewde.

Fotografie: Armando Ello

Buitenkans in vijf dagen
‘Meedoen aan het programma Verborgen Verleden was een buitenkans. Mijn moeder vond het ook hartstikke leuk. Veel mensen willen natuurlijk weten waar ze vandaan komen, ik mocht dat doen met behulp van een heel onderzoeksteam van de NTR. Zij hadden al veel voorwerk gedaan. Het programma was opgenomen tijdens het reces van de Tweede Kamer, we zijn in vijf dagen op en neer naar Indonesië gegaan.’

Herkenning en onderscheid
‘In Indonesië zijn vind ik ontzettend leuk. De eerste keer was ik 23 jaar, ik ging er voor vier maanden heen om onderzoek te doen naar  het stopzetten van de ontwikkelingshulp, na de ruzie tussen Soeharto en Pronk. Tijdens die periode werd ik volledig ondergedompeld in een andere cultuur en zag ik veel trekjes die ik herkende. Tegelijkertijd merkte ik daar dat ik ontzettend Nederlands was. Toch vond ik het lastig me in Nederland weer als voor mijn reis te gedragen.’

Iets niet zeggen
‘Vrienden die ik in Indonesië leerde kennen, vertelden mij daar wat ze opvallend vonden aan mij. Hoe ik liep bijvoorbeeld. Niet zoals de Indonesische vrouwen in elk geval, die zo elegant statig lopen. Ze zeiden heel lief dat ik altijd zo hard liep. Een aardige manier om te zeggen dat ik nogal lomp liep. En ik was wel erg direct, op het botte af. “Je hoeft het ook niet te zeggen, als je iets niet mooi vindt!” zeiden ze. En van een oude wijze man die ik daar geïnterviewd heb leerde ik, als je iemand echt wil overtuigen, kan dat ook op een vriendelijke manier. “Je kan het ook anders zien,” zei hij me dan heel vriendelijk, als ik het ergens niet mee eens was. Daar heb ik veel van geleerd, al weet ik niet of dat trekje Indisch of Aziatisch is. Ik ben een stuk minder bot geworden sinds die tijd in Indonesië’

Je roots ontdekken
‘Veel mensen vragen me, “Maar voel je je dan niet Indisch?” “Nee,” zeg ik dan. Je kan niet mensen dwingen om op een bepaalde manier te zijn. Ik ben wie ik ben. Dat de ervaringen van mijn familie daar invloed op hebben geloof ik wel. Maar een lap grond? Nee. Waar je vandaan komt bepaalt niet je identiteit of loyaliteit. Maar: je roots ontdekken is wel ontzettend leuk, er gaat een wereld voor je open. Ik ga in december met mijn vriend, die ook een klein spoortje Indisch heeft, naar Indonesië. Hij is er nog nooit geweest. Broer 4 (van Mei Li, KV) gaat volgend jaar een paar weken, met zijn gezin en onze moeder. Veel van mijn ooms en tantes zijn er ook weer geweest, jaren nadat ze waren gevlucht.’

Een zweem van Indisch-heid
‘Mijn vader was oer-Hollands,  mijn moeder had in Indië een Nederlandse opvoeding gekregen. In het huis van mijn Indische opa en oma hing wel een zweem van Indisch-heid, maar dat was nooit benoemd. Als ik kind dacht ik daar eigenlijk niets van, ik dacht gewoon dat dat bij die opa en oma hoorde. Het enige Indische waren de rijsttafels die mijn moeder bestelde als er veel mensen kwamen eten. Nee, zij kookte niet. Mijn oma wel, maar pas in Nederland, want in Indonesië had ze een kokkie, zoals zo veel Indische Nederlanders. Ik heb dus helemaal niets Indisch meegekregen. Ik denk dat dit geldt voor veel Indische mensen, ik ken in elk geval weinig mensen van mijn generatie die in Nederland Indisch opgevoed zijn.’

In december publiceert Indisch 3.0 in deel 2 exclusief videomateriaal. Daarin vertelt Vos onder meer over het eerste weerzien van haar moeder met Indonesië, geeft ze haar mening over Wilders en het afzeggen van het staatsbezoek van SBY, en biedt ze meer inzicht in de behandeling van Indonesië-kwesties in de Tweede Kamer én haar persoonlijke drijfveren.

De roots van Rutte

Hoe Indisch is het nieuwe kabinet? Verrassend genoeg heeft niet alleen Geert Wilders (PVV) Indische roots, ook premier Mark Rutte (VVD) heeft banden met Nederlands-Indië. Er ligt een nieuw klusje te wachten op dr. Lizzy van Leeuwen: na de wortels  van Wilders kan ze de roots van Rutte onderzoeken.

Mark Rutte. Fotograaf: Nick Ormondt/ VVD

Zeven kinderen
De vader van Mark Rutte was directeur van een handelsonderneming in Nederlands-Indië. Volgens Mark Rutte’s biografie op Wikipedia – ik geef toe dat het wetenschappelijk gehalte van mijn onderzoek het niet haalt bij dat van Van Leeuwen – overleed de eerste vrouw van zijn vader in Japanse gevangenschap. Uit dat huwelijk kwamen vier kinderen voort. Vader Rutte hertrouwde met de zus van zijn ex-vrouw en kreeg met haar nog drie kinderen, met als jongste telg Mark Rutte, die in Den Haag werd geboren in 1967.

Bescheidenheid
In het Algemeen Dagblad van zaterdag 29 mei 2010 stonden passages over de Indische roots van Mark Rutte. Op de vraag waarom hij op bescheidenheid de nadruk legt, zegt hij: “Mijn ouders hebben een paar keer in hun leven helemaal opnieuw moeten beginnen. Mijn vader zat in een Jappenkamp. Hij verloor zijn vrouw en bezat toen hij terugkwam alleen nog het pak dat hij aan had. Hij hertrouwde met de zus van zijn eerste vrouw, mijn moeder, ging terug naar Indonesië en bouwde een nieuw bestaan op. Totdat Soekarno iedereen eruit gooide in 1958. Weer moesten ze van voren af aan beginnen. Mijn vader ging hier werken bij eeen DAF-dealer. M’n ouders waren altijd heel nuchter over wat ze hadden. Ze gaven hun kinderen mee dat het belangrijk was te werken, bescheiden te blijven en er te zijn voor elkaar. Dat kreeg ik mee.”

Hoop
Bescheidenheid, nuchterheid, er zijn voor elkaar en hard werken. Zijn dit ook de kernwaarden van het nieuwe kabinet? Wordt dat de stijl van leidinggeven van de man die een wajangpop in zijn vrijgezellenflat heeft hangen? Ik ben benieuwd. Eén van de favoriete restaurants van Rutte is in ieder geval Poentjak in Den Haag: lekker ouderwets ingericht en met ‘pure Javaanse en Sumatraanse hoofdgerechten.’ Misschien is er toch nog hoop de komende vier jaar.

Vraagtekens bij uitstel staatsbezoek SBY

De Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) heeft volgens de Jakarta Post van gisteren zijn staatsbezoek aan Nederland afgezegd wegens een ‘unfavorable situation in the destination country.’  SBY zou vandaag met zijn vrouw in Nederland aankomen voor een driedaags bezoek, op uitnodiging van koningin Beatrix. Nederland en Indonesië zouden inmiddels op korte termijn op zoek zijn naar een nieuwe datum.

Ook Nederlandse media, zoals Nu.nl, maakten melding van de afzegging. Pas om half vijf gistermiddag verstuurde de Rijksvoorlichtingsdienst een persbericht ter bevestiging van dit nieuws. Volgens de website van de RMS doet de rechtbank vandaag om 9.00 uur uitspraak over het aangespannen kort geding.

De gang van zaken roept vraagtekens op. Ten eerste. Pak Yudhoyono zou deze beslissing genomen hebben, nadat een Molukse beweging in Nederland (de RMS) een kort geding had aangespannen tegen de president wegens recente schending van de mensenrechten op de Molukken. In hoeverre vertegenwoordigt de RMS nog de meerderheid van de Molukse Nederlanders? Ten tweede. De Nederlandse regering heeft de Indonesische president, geboren in het jaar van de soevereiniteitsoverdracht, verzekerd dat hij immuniteit geniet en niet kan worden gearresteerd. Dit zou de grootste zorg van SBY weg kunnen nemen. Iemand zou kunnen zeggen dat de president het kort geding aangegrepen heeft om zijn bezoek aan Nederland af te zeggen. En tot slot – wat betekent deze beslissing voor de toekomst van de relatie tussen Nederland en Indonesië?

Om te beginnen met de eerste vraag – in hoeverre vertegenwoordigt de RMS nog de meerderheid van Molukkers in Nederland? Uit verschillende bronnen begrijp ik dat dat niet meer het geval is. De houding van de RMS zou hierdoor kunnen zorgen voor tweedeling in de Molukse gemeenschap. Deze vraag is relevant, omdat de officiële reden van de afzegging nu gekoppeld is aan Molukkers: alle Molukkers in Nederland. Hoe wil de Molukse gemeenschap als geheel deze verantwoordelijkheid dragen? Alle mensen die bezig waren met de voorbereidingen, van het Koninklijk Huis tot de universiteit Wageningen, zien hun inspanningen nu in rook opgaan. Goed voor de gemeenschap met Molukse of Indonesische wortels in Nederland is dit dus allesbehalve.

Dan de vraag of president Yudhoyono het kort geding heeft aangegrepen om zijn staatsbezoek af te zeggen. Zou hij al eerder hebben willen afzien van dit bezoek en een reden hebben gezocht? Lastige vraag. Aan de ene kant: als SBY, zoals hij in Indonesische kringen wordt genoemd, grote waarde hecht aan een toekomstbestendige relatie tussen Nederland en Indonesië,  dan zou je kunnen zeggen dat hij zijn staatsbezoek boven het ‘RMS-incident’ zou plaatsen.  Aan de andere kant – dit staatsbezoek was al behoorlijk riskant als het gaat om de nationale eer van Indonesie, zoals het NOS Journaal gisteravond de reden van afzeggen omschreef.

Historisch was het bezoek geladen, want de Wereldomroep meldde dat opnieuw gedoe was ontstaan over de onafhankelijkheidsdatum van 17 augustus 1945. De eerdere erkenning van deze datum door voormalig minister Bot was een belangrijke deuropener voor de verhoudingen tussen Indonesië en zijn voormalige koloniale machthebber.

Politiek ook: Geert Wilders’ PVV heeft uitgerekend deze week legitimatie gekregen voor het anti-islam-beleid en staat deze week volop in de aandacht vanwege de rechtszaak. De islam vormt voor Indonesië een belangrijk instrument voor nationale eenwording. Bovendien is voor elk land het een gevoelige kwestie als een landsdeel zich af wil scheiden, zoals de Molukken zich van Indonesië wil afscheiden. Als die afscheidingsbeweging vanuit Nederland dan ook nog eens binnenlandse kwesties, zoals de dood van een demonstrant, aan de orde stelt, kan ik me voorstellen dat vanuit Indonesisch perspectief het staatsbezoek steeds minder gouden randjes heeft. Ik praat het niet goed, maar ik snap het wel.

Want  tot slot heeft dit bezoek een flinke lading gekregen door culturele verschillen: voor Indonesië is de rechtzaak van de RMS een belediging voor de nationale eer, net als het aantal kamerleden dat vragen wilde stellen over de mensenrechtensituatie in het land waar Nederland zelf eeuwenlang mensenrechten aan zijn laars heeft gelapt. De huidige politieke en historische band tussen Nederland en Indonesië is al kwetsbaar genoeg. Iemand kan zich afvragen of het kort geding en de vragen van parlementariërs op dit moment gepast waren – hoe, vanuit Nederlands perspectief, terecht ze ook kunnen zijn. Vanuit deze beladenheid zou het kort geding misschien niet zozeer de reden, maar de spreekwoordelijke druppel kunnen zijn.

Uiteindelijk leidt dit alles tot de vraag wat dit uitstel betekent voor de relatie tussen de twee landen. Op de radio hoorde ik net de dj roepen: “De Indonesische president komt niet omdat hij bang is opgepakt te worden.” De keuze om niet te komen en het kort geding daarvoor als reden op te geven, wekt de indruk dat de arrestatie plaats zou vinden, dat die eigenlijk terecht is, dat de president van Indonesië bang is voor de RMS en een ‘schurk’ is die opgepakt dient te worden. Een nieuw staatsbezoek van deze president aan Nederland op korte termijn kan gemakkelijk nog meer lading krijgen dan het al had.

Nederland zal, ook in de toekomst, thuis zijn voor duizenden Molukkers. Nederland zal, in elk geval de komende periode, een kabinet hebben dat bestaansrecht ontleent aan een anti-islam partij. En, zoals het er nu naar uitziet, Nederland zal de komende jaren nog een ambigue houding aannemen over de datum van onafhankelijkheid. Voor Indonesië ligt de 300-jarige bezetting door Nederland nog steeds gevoelig. Zolang belangenbehartigers in beide landen die wederzijde gevoeligheden niet erkennen, zal de postkoloniale verhouding niet verbeteren. En dat is een uitkomst die tot vraagtekens leidt: wanneer zijn Indonesië en Nederland klaar voor een nieuwe relatie? En wat – of wie – zou daar voor nodig zijn?

Programma staatsbezoek Indonesië

Nog een paar dagen en dan staat een president van Indonesië voor het eerst sinds 10 jaar weer op Nederlands grondgebied. De Rijksvoorlichtingsdienst maakte afgelopen woensdag het programma bekend. In tegenstelling tot een eerder bericht is dit staatsbezoek gepland van 6 tot en met 8 oktober (in plaats van 9 oktober) 2010 -uitgerekend in de week dat het nieuwe kabinet wel eens zou kunnen beginnen. Zou de Koningin erover gaan twitteren?

President Yudhoyono. Foto: http://www.telegraph.co.uk

Op uitnodiging van Hare Majesteit de Koningin brengen de president van Indonesië dr. Susilo Bambang Yudhoyono en zijn echtgenote mevrouw Ani Bambang Yudhoyono van woensdag 6 oktober tot en met vrijdag 8 oktober een staatsbezoek aan Nederland.
Zij bezoeken Den Haag, Leiden, Amsterdam en Wageningen. Tijdens het bezoek bouwen Indonesië en Nederland met de ondertekening van een partnerschap verder aan de gemeenschappelijke banden. In de toekomst werken beide landen nog intensiever samen aan onder andere de wederzijdse handelsbetrekkingen en uitwisseling op het gebied van cultuur en onderwijs.

De Koningin ontvangt president Susilo Bambang Yudhoyono en zijn echtgenote op woensdagochtend 6 oktober op Paleis Noordeinde, waar zij hen die avond een staatsbanket aanbiedt. ’s Middags ontmoet de president achtereenvolgens de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de minister-president, mr. dr. J.P. Balkenende. Na de ontvangst door de minister-president in het Torentje vinden delegatiebesprekingen plaats en ondertekenen de minister-president en president Susilo Bambang Yudhoyono een zogenaamde ‘Comprehensive Partnership’. Daarin zijn afspraken vastgelegd tot intensievere samenwerking op een groot aantal beleidsterreinen, zoals buitenlandse politiek, stabiliteit en veiligheid, mensenrechten, duurzame ontwikkeling, economische relaties, en sociale, culturele en onderwijsvraagstukken.

Donderdag 7 oktober leggen de Indonesische president en zijn echtgenote een krans bij het Nationaal Monument op de Dam te Amsterdam. In het stoomgemaal Cruquius wonen ze een bijeenkomst bij over de bescherming tegen hoog water en de nieuwe uitdagingen van de klimaatverandering voor het waterbeheer. Hier zijn ook Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje, minister van Verkeer en Waterstaat, ir. C.M.P.S. Eurlings en Deltacommissaris, drs. W.J. Kuijken bij aanwezig. In Den Haag ontmoeten de Prins van Oranje, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, president Susilo Bambang Yudhoyono, de minister-president en minister van Economische Zaken, mw. M.J.A. van der Hoeven, vertegenwoordigers uit het Nederlandse bedrijfsleven. Aan het einde van de middag brengen de president en zijn vrouw een bezoek aan de Universiteit van Leiden. De president houdt daar een toespraak. ’s Avonds bieden de president en zijn vrouw de Koningin als contraprestatie een diner aan omlijst door een cultureel programma.

Vrijdag 8 oktober brengen de president en zijn echtgenote, in aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden en prof. mr. Pieter van Vollenhoven, een bezoek aan Wageningen University & Research centre. Wageningen UR en Indonesië werken samen op verschillende terreinen, waaronder gezondheid, voedselproductie, visserij en biomassa. Het gezelschap laat zich informeren over de laatste ontwikkelingen en maakt afspraken over verdere samenwerkingsmogelijkheden. Ook ontmoeten zij Indonesische studenten.

Bron: Rijksvoorlichtingsdienst / Koninklijk Huis

Media glijden uit op matje Wilders

Landelijke media en politici glijden elke keer weer uit op het gladde matje van Geert Wilders (PVV). ‘Indonesische ambassadeur op matje’ kopte Trouw vanmiddag, naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad eerder vandaag. Aan het begin van de avond meldde Elsevier dat ambassadeur Habibie aan Maxime Verhagen toegaf dat hij “beter niet had kunnen zeggen dat PVV-kiezers misschien wel een angststoornis hebben.

Ambassadeur Habibie (foto: FD)

De Indonesische ambassadeur Habibie heeft het FD een buitengewoon openhartig interview heeft gegeven, naar aanleiding van het aanstaande staatsbezoek van de Indonesische president. Al maanden speculeren we in Indische kringen over de relatie tussen de komst van de president en de as if by magic sinds juni 2010 weer toegelaten luchtvaartmaatschappij Garuda Indonesia. Habibie windt daar geen doekjes om: “Eigenlijk had de president Nederland al eerder willen bezoeken, maar dat kon niet omdat Garuda zes jaar geleden van de Europese Commissie een verbod kreeg om op Europa te vliegen. Hij gaat natuurlijk niet met KLM of Singapore Airlines. Geen sprake van.”

En laten we vooral de ingezonden brief in het NRC niet vergeten van een aantal prominenten vorig jaar, om 17 augustus 1945 als onafhankelijkheidsdatum te erkennen, die Indisch 3.0 al eerder overbodig noemde. Habibie zegt daarover in het FD-interview: “Het laatste obstakel voor onze relaties werd weggenomen toen de Nederlandse minister voor Buitenlandse Zaken Bernard Bot in 2005 naar Jakarta kwam en onze onafhankelijkheidsdag op 17 augustus 1945 accepteerde. Wij hadden nooit om die erkenning gevraagd, maar het was altijd een psychologische barrière die onze betrekkingen hinderde. Sindsdien zijn onze relaties spiegelglad en kunnen we hand in hand de toekomst tegemoet.”

Liggen journalisten van de landelijke media te slapen? Waarom gaat Elsevier of De Telegraaf niet achter de uitspraken aan over de plotselinge toelating van Garuda? Waarom is de relatie tussen Nederland en Indonesië van dusdanig belang, dat Nederland “enorm heeft geholpen bij het oplossen van de tekortkomingen van Garuda. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat stuurde experts naar Jakarta. Sinds juni zijn er weer dagelijkse vluchten tussen Jakarta en Amsterdam,” zoals in het FD-interview te lezen valt?

Hoe is het mogelijk dat, sinds de publicatie van dit interview, nog geen enkele journalist vragen heeft gesteld over de veiligheid in het luchtverkeer, staatssteun in de vrije luchtvaartsector of het uitgeven van Nederlands belastinggeld aan een buitenlandse luchtvaartmaatschappij? En dat terwijl in mei, een maand voor de toelating van Garuda Indonesia, een ernstig vliegtuigongeluk plaatsvond? U weet wel, die met kindje Ruben als enige overlevende?

De lichtgeraaktheid van Wilders is zo flinterdun dat ik daar niet eens al te veel woorden aan vuil wil maken. De man die zich voorstaat op de vrijheid van meningsuiting, en alle volgelingen van de islam te pas en te onpas schaart onder de categorie ‘achterlijk’, heeft een sluwe keuze gemaakt. Van alle uitspraken van Habibiekoos de PVV-man voor de kritiek  op de PVV-stemmers. Wat is Wilders toch een nobele man. Met mooi glad haar. Waar heel journalistiek en politiek Nederland op probeert te dansen.  En al doende het oog verliest voor zaken die écht belangrijk zijn.

Toppunt polderhypocrisie: “Rawagede verjaard”

Als het om het verleden gaat, blijkt eens te meer dat Nederland met twee maten meet. De landsadvocaat die de Nederlandse staat vertegenwoordigt in de zaak Rawagede, wijst aansprakelijkheid voor de massamoord die het Nederlandse leger in 1947 in het Indonesische dorp beging namelijk van de hand.

Wat Nederland bij monde van de landsadvocaat wel erkent is dat de executies, die tot nu toe altijd als “excessen” werden aangemerkt, oorlogsmisdrijven zijn. Maar die misdrijven zijn inmiddels, 63 jaar later, verjaard, aldus de advocaat, en dus kan de Nederlandse staat niet aansprakelijk worden gesteld. En dat is dat.

Verjaard? Hoezo verjaard? Zeggen we dat ook over misdaden gepleegd in de Tweede Wereldoorlog? En: er zijn nota bene nog enkele overlevenden en velen nabestaanden. Sommige van hen zijn misschien bejaard, maar zeker niet verjaard.

Het met droge ogen beweren dat het zonder proces executeren van honderden onschuldige mannen kan verjaren, lijkt het toppunt van polderhypocrisie. Zeker voor een land dat het moraal (om over normen en waarden maar te zwijgen) hoog in het vaandel heeft staan en thuis is voor het Internationaal Gerechtshof.

Terwijl Nederland vooraan staat wanneer het gaat om het terechtwijzen van schendingen van mensenrechten door andere landen of om het vervolgen van personen voor internationale oorlogsmisdaden, heeft het de grootste moeite dit te doen met eigen ‘misstappen’.Eens te meer blinkt Nederland uit in ‘wel het vingertje wijzen maar zelf de andere kant opkijken’. Nederland weigert (nog altijd) goed in de spiegel te kijken en boete te doen voor misdaden die zijn gepleegd in de eigen (koloniale) geschiedenis.

De wrange verklaring van de landsadvocaat dat de bejaarde nabestaanden van Rawagede in Indonesië inmiddels moet hebben bereikt luidt zo ongeveer: “Sorry hoor, het was inderdaad fout dat we honderden onschuldige mannen zonder proces hebben geëxecuteerd, maar het is nu eenmaal te lang geleden en we zijn er niet meer verantwoordelijk voor.” Voor een aantal van hen kwam zelfs dat antwoord te laat. Zij stierven in de anderhalf jaar dat het proces nu al duurt – misschien maar goed dat ze het antwoord niet hoefden te horen.

Strijdbaar en op zoek naar gerechtigheid, zet de groep overgebleven nabestaanden door. De advocaat van de nabestaanden hoopt dat de rechter voor het einde van dit jaar met een gunstige uitspraak komt. Zouden onze polderende hypocrieten dan wel in de spiegel durven kijken?

Tijd voor een Indisch politiek geluid?

Een gevallen kabinet, gemeenteraadsverkiezingen en Tweede Kamerverkiezingen in juni: de eerste helft van dit jaar staat bol van de politiek. Onderwerpen als economie, veiligheid, maar vooral integratie zullen het maatschappelijke debat domineren. Nog niet eens zo heel lang geleden was er een “Indisch geluid” in de politiek te horen. Zou zo’n partij weer bestaansrecht hebben?

De VIP (2002). Bron: www.verkiezingsaffiches.nl
Verkiezingsaffiche van de VIP uit 2002. Bron: www.verkiezingsaffiches.nl

De enige Indische politieke partij die ooit de geschiedenisboeken heeft gehaald was de Vrije Indische Partij. De VIP wilde spreekbuis worden in Den Haag voor de Indische gemeenschap, die al jaren vergeefs streed voor onder andere rechtsherstel en reparatie van de AOW-uitkeringen en pensioenen. Vanaf de oprichting in 1994 probeerde de VIP parlementaire invloed te krijgen. Nadat het hen in drie opeenvolgende verkiezingen niet lukte in de Tweede Kamer te komen, besloot de partij zichzelf in 2006 op te heffen.

Sowieso zijn er maar weinig Indische partijen die politiek een vuist hebben gemaakt. In Nederlands-Indië ontstonden rond de eeuwwisseling enkele Indo-Europese belangenorganisaties. In beperkte mate waren die politiek  van aard. De enige echt politiek te noemen organisatie was het in 1919 opgerichte Indo-Europees Verbond. Het IEV streefde naar eenheid onder en emancipatie van Indo-Europeanen in Indië. Prominente leiders waren o.a. Karel Zaalberg (1873-1928) en Frederik Hermanus De Hoog (1881-1939).

Het IEV vertegenwoordigde de Indo-Europese bevolkingsgroep in de Volksraad in Indië. Dit was een volksvertegenwoordiging in de kolonie die in 1916 was opgericht, in reactie op aanzwellende kritiek dat het beleid vervaardigd werd in Den Haag. De raad, die  in eerste instantie alleen adviesrecht had, werd deels gekozen door vertegenwoordigers van bevolkingsgroepen en deels benoemd door de Gouverneur Generaal.

De Volksraad was, in tegenstelling tot diverse opkomende belangenorganisaties, het eerste orgaan dat politieke invloed kon uitoefenen op het centrale gezag in Nederlands-Indië. Gaandeweg kreeg de raad, waarbinnen de IEV een invloedrijke partij was, meer invloed en rechten en het ontwikkelde zich in de twintiger jaren als een essentieel onderdeel in de zogeheten ontvoogding van Nederland. In het eerste jaar van de Japanse Bezetting werd de Volksraad ontbonden. Het IEV ging verder als een Indo-Europese belangenbehartiger in Indonesië, en is uiteindelijk wegens gebrek aan achterban opgeheven.

Na de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende repatriëring ontstonden verschillende Indische belangenbehartigers in Nederland. De nadruk kwam nu te liggen op gebeurtenissen tijdens en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Het moest tot halverwege de jaren negentig duren voordat er in Nederland een serieuze poging kwam om deze belangen op de hoogste politieke agenda te krijgen, met een Indische vertegenwoordiging in de Tweede Kamer. Ondanks dat de Indische gemeenschap ongeveer 5% van het electoraat hier vertegenwoordigde, lukte het tot drie keer toe niet om een kamerzetel te bemachtigen.

Het verdwijnen van de VIP in 2006 markeert naar mijn mening het definitieve einde van een volksvertegenwoordiging voor Indische belangen. Omdat de politieke speerpunten van het Indische geluid in parlementair Den Haag direct gekoppeld waren aan de eerste generatie, heeft het nobele streven naar uitkeren van de tegoeden en naar eerherstel, hoe spijtig ook, weinig relevantie meer voor volgende generaties. In de regel gaan politieke partijen uit van een aantal ideologische beginselen waar een groep mensen zich door vertegenwoordigd ziet en niet van het belang van een bepaalde etnische of culturele bevolkingsgroep.

Ik heb niet de indruk dat de derde en vierde generatie Indische Nederlanders haar gemengde culturele identiteit politiek vertegenwoordigd wil zien. Bij de jongere Indische generaties is ook geen behoefte (meer?) aan maatschappelijke emancipatie, zoals dat bij eerdere generaties wel het geval was. De Indische cultuur en identiteit lijkt mij dus onvoldoende fundament voor een nieuw Indisch politiek initiatief. Kortom, Indische politiek behoort voorgoed tot de geschiedenis.