25e Nationale Indië-herdenking in Roermond

Indië-herdenking in Roermond. Foto: Nationaal Indië-monument.

Wat herdenken we daar nou toch?

De meesten van ons denken bij de Nationale Indië-herdenking aan de herdenking in augustus, waarbij we stilstaan bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Al een paar jaar vroegen we ons af wat er elk jaar gebeurt in september, bij de tweede Nationale Indië-herdenking. Tabitha Lemon en Kirsten Vos maakten een reportage.

6200 gesneuvelde militairen tussen 1945 en 1962

Morgen vindt de Nationale Indië-herdenking voor de 25e keer plaats en zal prins Willem-Alexander aanwezig zijn.Tijd om op onderzoek uit te gaan in Roermond, bij het Nationaal Indië-monument, dat gewijd is aan de ruim 6200 gesneuvelde militairen in Indonesië tussen 1945 en 1962..

Vind je familieleden

Weten of de naam van een van jouw gesneuvelde voorouders te vinden is op de zuilen van het Nationaal Indië-monument 1945 – 1962? Neem contact op met de medewerkers van het Nationaal Indië-monument via www.nim-roermond.nl.

Dewi in Jakarta # 8: de mix van Bali

Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.
Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.
Met mijn puppy op Bali. Foto: Dewi Reijs/ Indisch 3.0 2012.

Dewi Reijs (29 jaar) is actrice en theatermaakster en gaat voor enige tijd naar Jakarta op zoek naar werk in de filmindustrie. Voor Indisch 3.0 hield ze tijdelijk een dagboek bij. Dit is alweer de laatste aflevering. We wensen haar veel succes en plezier toe!

Woensdag 22 augustus

‘Thuis’

Ik woon nog niet zo lang in mijn studio in Bali. Toch voel ik me er al helemaal thuis. Dat komt vooral door de mensen die in de straat wonen. Eigenlijk is het meer een ‘buurtje’ van twee smalle doodlopende straatjes omdat daar de rijstvelden beginnen.

"Anjing!!!!!". Foto: Dewi Reijs.
“Anjing!!!!!” Foto: Dewi Reijs.

Wanneer ik in de namiddag terugkom, loop ik soms nog een rondje met mijn puppy. De kinderen in de straat gaan dan, als een grote zwerm zoemende bijen, achter haar aan vliegen. Wat bijzonder is: het zijn lokale, gemixte en buitenlandse kinderen en iedereen speelt met elkaar. Engels, Balinees, Indonesisch – alles wordt hier door elkaar gesproken.

Ik laat mijn puppy vaak met de kinderen ‘buiten spelen’: ze wordt vanzelf weer thuis gebracht. Alleen als ik net in de ochtend wakker word is het iets minder idyllisch: mijn buurjongen staat dan voor mijn tuinhek staat en gilt heel hard ANJING!! (HOND!!). In het vervolg hoef ik in ieder geval de wekker niet meer te zetten.

In 1945 is de Republiek Indonesië onafhankelijk verklaard. Op 17 augustus is het onafhankelijkheidsdag. Nederland erkende deze datum pas in 2005. Ik probeer op deze nationale feestdag de straat uit te fietsen, maar moet halverwege afstappen. Voor mij staat een grote groep mensen die zich ergens omheen hebben verzameld. Ik hoor fanatiek geroep. Verbaasd kijk ik waar ze mee bezig zijn.

Dewi Reijs. Foto: Agung 2012.
Dewi Reijs. Foto: Agung 2012.

Ze zijn oud-Hollandse spelletjes aan het doen. Verschillende gekleurde sarongs zijn aan elkaar geknoopt en vormen samen een lang touw. Twee groepen vrouwen staan tegenover elkaar en trekken met volle kracht aan ‘het touw’ . Juist: lekker touwtrekken met z’n allen. Ik zie ook mensen ‘spijkerpoepen’. Je doet een touw om je middel met daaraan een spijker, daarna moet je proberen om de spijker in de fles ‘te poepen’. Het zie er héél grappig uit. ‘Lucu sekali’ zeg ik tegen mijn buurvrouw.

Wanneer ik even later weer op mijn fiets stap, bedenk ik mij dat ik hier best zou kunnen wonen. Niet voor de rest van mijn leven, maar misschien voor één jaar. Of twee? Wat is twee jaar op een heel mensenleven? Ik dagdroom een beetje verder. Ik heb ontzettend veel interessante en leuke mensen ontmoet de afgelopen tijd, ik ben erg benieuwd of er mooie projecten uit voortkomen.

Ik fiets naar het strand en til mijn puppy uit het mandje. Ik trek mijn slippers uit en loop door het zoute water achter haar magere beentjes aan. De zon is bijna onder maar het is nog niet koud. De natuur en het tropische weer tellen natuurlijk óók mee. Dat is iets wat mij nooit zal gaan vervelen. Binnenkort ga ik weer even naar Jakarta, dat is toch waar het allemaal gebeurd op werkgebied. Dan weer terug naar Bali en in oktober naar Nederland, naar huis.

Maar wat voelt voor mij als ‘thuis’? Voor mij is dat toch waar mijn familie en vrienden wonen. Durf ik die wel achter te laten? Het is niet dat zij hier in een uurtje zijn, met de auto of de trein. Dat is iets waar ik goed over na zal moeten denken de komende tijd.

Met dit promofilmpje gaat DewiReijs zichzelf in de markt zetten als actrice en model. Bekijk hem ook op Vimeo.

Rantang-repo: Indonesian pop night

Rantang – een avond gevuld met Indonesische popmuziek – vond zaterdag 25 augustus plaats in Den Haag. Muziekstijlen van dangdut to harde rock passeerden de revue. Indisch 3.0 was erbij. Hoewel de muziek geweldig was, was de opkomst minder – tot teleurstelling van de gasten en de organisatie. Het is dan ook onzeker of er ooit weer een Rantang komt.

Mijn fotograaf haalde me veel te vroeg op. Gelukkig maar, het Wellant College in Den Haag was moeilijk te vinden. Eenmaal aangekomen werden wij verwelkomd door de oorverdovende soundcheck van de Biroe Band. Ondanks dat wij arriveerden rond het aangegeven aanvangstijdstip van vier uur ’s middags leek alles nog niet op orde. Behalve dat men nog bezig was met de soundcheck, was onder andere de belichting nog niet geregeld en de catering nog niet aangekomen. Veel gasten waren er nog niet, langzaam druppelde er wat binnen.


BALI AYU BUDAYA danst © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Indorock, keroncong en gamelan
Wij zagen kans om te spreken met een van de organisatoren, Mikey, die er prompt de grote naam van de avond bij haalde: Hengky Supit, ‘dé Indonesische rocklegende uit de jaren ‘90’. Tegenwoordig woont hij in Nederland met zijn Hollandse vrouw en hun kinderen. Wij vroegen Mikey waarom hij deze Indonesische popavond wilde organiseren. ‘Ik wil gewoon Indonesische popmuziek in Nederland aan de man brengen. Iedereen in Nederland denkt bij Indonesische muziek alleen aan indorock, keroncong, gamelan etcetera. Het is net alsof ze denken dat de tijd in Indonesië sinds de jaren ’50 stil staat, maar dat is niet zo. ‘

Ik vind de Indonesische popmuziek veel creatiever dan Nederlandse popmuziek.

‘Net als in Nederland zijn er trends en ontwikkelingen geweest waar veel goede dingen uit zijn gekomen. Ik vind de Indonesische popmuziek ook veel leuker dan de Nederlandse popmuziek. Het is interessanter en creatiever. In Nederland begint het allemaal een beetje op elkaar te lijken en iedereen lijkt bang te zijn om in hun eigen taal te zingen.’ Mikey – die sinds kort weer in Nederland verblijft – heeft zelf ook een bescheiden hitje gehad in Indonesië onder de naam Michiel Eduard.

Michiel Eduard, medeorganisator, met rocklegende Hengky Supit
© Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Kostbaar
Een avond organiseren met Indonesische artiesten lijkt een kostbaar iets. Vooral het overhalen van muzikanten om naar Nederland toe te komen voor een enkele optreden is lastig. Bij Rantang viel dit echter mee, omdat de artiesten die deze avond optraden in Nederland wonen en de meesten hadden al een band met de organisator. Op de vraag waarom Hengky Supit had besloten deel te nemen aan Rantang antwoordde hij: ‘Ik ken Mikey goed en vond het wel leuk om dit voor hem te doen.’ Mikey: ‘Ik heb hem eigenlijk gedwongen!’

Is Balinese dans op zijn plek op een avond met moderne popmuziek?

Hoogtepunten en een valse noot
Na een tijdje wachten en vermaakt te zijn door DJ Ron Funkytown werd de avond eindelijk geopend door de Balinese dansduo Bali Ayu Budaya. Hoewel Balinese dans altijd leuk is om te zien, vroeg ik me wel af of traditionele dans wel geschikt was voor een avond waarbij moderne popmuziek ten gehore gebracht zou moeten worden. De Biroe Band speelde een rits aan covers van Indonesische bands, die ik grotendeels niet kende. Dit deed de band vol energie en enthousiasme – het was wat mij betreft het hoogtepunt van de avond.  Dangdutzangeres Theresia was erg vermakelijk en wist velen uit het publiek over te halen om met haar mee te dansen. Rich.Art was wat minder luid dan de rest met enkel zijn stem en akoestische gitaar.

 

DANGDUT ZANGERES THERESIA krijgt publiek en andere performers op de dansvloer © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Valse noten
Tegen het eind van de avond trad Michiel Eduard zelf op. Hij zong een paar van zijn eigen liedjes en een cover van de band Slank. Hierna was het de beurt aan de rocklegende Hengky Supit. Hoewel Supit een aantal valse noten raakte en af en toe schreeuwde in plaats van zong, vond ik het ontzettend jammer dat hij niet langer speelde. Hij was namelijk de grote naam van de avond. Hierna werd de avond afgesloten met een duet van Michiel Eduard met zangeres Iane van de Biroe Band.

Popheld uit de jaren 90, Hengky Supit © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Verwachtingen

De opkomst was helaas niet groot deze avond. Veel van de gasten waren bevriend met de organisatie of een artiest. Die gasten die dat niet waren, waren oprecht geïnteresseerd in wat de avond te bieden had. Een Indische jongen vertelde: ‘Ik had gehoord dat er iemand zou optreden die vanuit hier naar Indonesië is gegaan en daar een hit heeft gescoord. Ik ben ontzettend benieuwd.’ – doelend op Michiel Eduard.

Er zijn niet genoeg mensen voor een echt goede sfeer.

Hoewel iedereen het naar zijn zin leek te hebben, heerste er ook wel teleurstelling. Een wat oudere gast vertelde: ‘Ik had andere verwachtingen. Met name wat het aantal mensen betreft. Er zijn niet genoeg mensen en ook niet het goede soort mensen om een echt goede sfeer voor een avond als deze te krijgen.’ Een lid van de Biroe Band deelde deze mening blijkbaar, want die hoorde ik klagen over het ten gehore moeten brengen van harde rock aan een stel oudjes. De lage opkomst zal waarschijnlijk te wijten zijn aan de slechte promotie. De organisatie gaf zelf ook toe daar niet veel aandacht aan te hebben besteed.

BIROE BAND © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Ook aan de locatie viel wat op te merken. Hoewel iedereen met wie ik sprak het er mee eens was dat het Wellant College een mooi gebouw is, vond niet iedereen het een geschikte concertzaal. ‘Het is en blijft een school. Het is niet gebouwd met akoestiek in gedachten en dat kan je ook wel merken,’ vertelde een man die beweerde zelf bij een podium te werken. Verder waren er niet veel mensen te spreken over de bereikbaarheid van de school.

Ondanks de gebreken die Rantang vertoonde – die voor een deel af te schrijven zouden kunnen zijn als kinderziektes – hebben wij van Indisch 3.0 een leuke avond gehad. Organisator Mikey vond de avond goed verlopen, maar geslaagd vond hij het zeker niet. Het was verre van een succes. Het is dan ook onzeker of er ooit weer een Rantang komt.

Ramadan in Indonesië

Baiturrahman Moskee – Banda Aceh. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012
Zoals vele Indonesiërs tijdens Ramadan geniet ik hier even van mijn dutje – Lampu'uk Aceh. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012.
Zoals vele Indonesiërs tijdens Ramadan geniet ik hier even van mijn dutje – Lampu’uk Aceh. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012.

Indonesië, augustus 2012

Momenteel is de maand Ramadan volop aan de gang en vasten Moslims wereldwijd. Hoewel Indonesië officieel geen Islamitische staat is, is tijdens Bulan Ramadhan duidelijk te zien dat de Islam hier een grote rol speelt. De afgelopen weken heb ik in verschillende regio’s gekeken hoe Indonesiërs deze maand beleven en gezien hoe het vasten het dagelijkse leven beïnvloedt, in het land met de grootste Moslim-bevolking van de wereld.

Discotheken zijn de hele maand gesloten.

Gesloten
De maand Ramadan begon voor mij in studentenstad Yogyakarta. Hoewel er op het eerste gezicht niet zo veel van te zien was, waren het vooral kleine dingen waar aan je merkte dat het Ramadan was. In karaoketenten werd geen alcohol meer geschonken. Filmhuizen en cafés gingen eerder dicht. Discotheken waren de hele maand gesloten. Fastfoodketens blindeerden overdag hun ramen en op straat zag je de eigenaren van kakilima’s naast hun lege stalletjes slapen.

Chinese gemeenschap
In Midden-Java was het vinden van eten geen enkel probleem. Zowel in Yogyakarta als in Semarang kon ik overal aan eten komen. In Semarang verbaasde ik me over de drukte in een foodcourt bij een van de winkelcentra: in Semarang woont een grote Chinese gemeenschap die niet Islamitisch is. Voor de kust van Semarang, op het eilandje Karimunjawa, had ik niet echt in de gaten had dat het Ramadan was. Ik stond wel versteld van hoe de eilandbewoners op de hoogte werden gesteld van berbuka puasa (openbreken van het vasten). Op het hele eiland gingen loeiharde sirenes af die het teken gaven dat er weer gegeten mocht worden.

Vasten kost minder moeite dan het zoeken naar eten.

Berbuka puasa
Een maand lang overdag niet eten en drinken om zo mee te leven met de minder bedeelden in de wereld, vind ik een mooie gedachte. In Banda Aceh en Pulau Weh heb ik een paar dagen meegedaan uit respect voor de vrienden die mij rondleidden, maar ook om de eenvoudige reden dat vasten minder moeite kostte dan het zoeken naar eten. In mijn hotel kreeg ik de keuze tussen Sahur (ontbijt voor Moslims om 04:30) of Sarapan (ontbijt voor niet-Moslims om 07:00), waarna er de rest van de dag niet meer gegeten en gedronken werd. In de avond kwam ik tegen een uur of zeven terecht in een warung. In het tentje zaten misschien wel 20 mensen met een onaangetast bord eten voor hun neus te wachten totdat iemand een smsje kreeg met daarin de verlossende woorden: ‘Selamat berbuka puasa.

Berbuka puasa (openbreken van het vasten) - Aceh Jaya. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012
Berbuka puasa (openbreken van het vasten) – Aceh Jaya. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012

Zenuwachtig
In de Nederlandse media krijgen we vaak alleen maar negatieve berichten te horen over Moslims: Nederlanders krijgen alleen te zien hoe Moslims aanslagen plegen of discotheken molesteren. Erg om toe te geven, maar ik merkte dat ik daar ook door beïnvloed was, hoewel ik op Java nooit problemen heb gehad met Moslims. Toch, toen ik op weg was naar Aceh – een streng islamitisch gebied – was ik zenuwachtig.

Als je iemand groet krijg je een glimlach terug.

Aceh
Die zenuwen bleken nergens voor nodig, want ook al was het moeilijk overdag aan eten te komen en was alles vijf keer per dag dicht vanwege het gebed: de mensen daar verschilden niet veel van andere Indonesiërs. Als je iemand groette, kreeg je een glimlach terug en zelfs in de Baiturrahman moskee, waar 150 jaar geleden nog tegen de Nederlanders werd gevochten, was ik welkom. En, naast het feit dat zij overdag niet eten, vijf keer per dag bidden en in de avond geen biertje drinken, maar een kop koffie, verschillen wij Nederlanders ook niet zo gek veel van de door de westerse media bestempelde “extreme” inwoners van Aceh.

Baiturrahman Moskee – Banda Aceh. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012
Baiturrahman Moskee – Banda Aceh. Foto: Rennie Roos/ Indisch 3.0 2012

Interview Marion Bloem [deel II – slot]

Al schrijvende wist ik dat ik het moest doen zoals ik het deed

Afgelopen vrijdag vierde Marion Bloem haar zestigste verjaardag. Op deze feestelijke dag publiceerde Indisch 3.0 het eerste deel van een interview waarin Liselore Rugebregt met Marion Bloem terugblikte op enkele highlights in de carrière van deze Indische schrijfster en filmmaakster. Vandaag het tweede en laatste deel van het interview.

Foto: Ivan Wolffers
 ‘Lust je soms geen chocola?’ Marion ziet dat ik de bonbons tijdens het praten niet heb aangeraakt. Nog voordat ik antwoord kan geven, vliegt ze naar de keuken om terug te komen met een keur aan koekjes en een verse pot groene thee. Met onze mokken weer tot aan de rand gevuld, vertelt Marion verder.

Vaders van betekenis

Research

‘Nadat Geen gewoon Indisch meisje en Het land van mijn ouders in 1983 een succes werden, kreeg ik ontzettend veel reacties en continu de vraag of er een deel twee kwam. Maar ik wilde zelf bepalen waar ik wel of niet over zou schrijven of filmen. Ik wilde Vaders van betekenis schrijven. Maar ik moest nog zoveel doen daarvoor. Meer dan honderdtwintig mannen in Amerika heb ik geïnterviewd als onderdeel van mijn research. Ik vroeg deze mannen naar hun kamptijd. Wat was er gebeurd en wat had dit met hen gedaan? Voor mij ging er een wereld open. Een deel van de research heb ik later ook gebruikt in het boek Ver van familie en mijn huidige boek. Ook wilde ik na Het land van mijn ouders een speelfilm maken. Dit werd uiteindelijk een bewerking van mijn roman Ver van familie.’

Ik zie weer een fonkeling in de ogen van Marion verschijnen.

De kleine boeng

Ver van familie is gemaakt met subsidie van Het Gebaar. Daarnaast heb ik mijn eigen geld en privéleven geïnvesteerd in de film. Het Filmfonds kwam wederom met het argument dat ik te weinig afstand van het onderwerp zou hebben. Ik wilde in de film de kleine boeng laten zien, zij die het meest hebben geleden onder de migratie. Het moest gaan over de mensen die er onmiskenbaar Aziatisch uitzagen en daardoor in de voormalige kolonie in het leger terechtkwamen, waarover men zei dat ze ‘aan de rand van de kampong leefden’. De warmte van die mensen is zo bijzonder door het in stand houden van tradities, zoals het Indisch koken en doorgeven van recepten.’ Ik zie weer een fonkeling in de ogen van Marion verschijnen terwijl zij verder vertelt: ‘Ik heb ongelooflijk veel warme en mooie reacties ontvangen, zalen vol huilende mensen, maar er kwam ook hier en daar kritiek  van mensen die hun eigen families niet in de film herkenden. Omdat het een Indische film is, moet dan de gehele Indische gemeenschap zich daarin herkennen? Alsof alle Hollanders zich in een Hollandse film herkennen. De overeenkomst en de bindende factor vind je juist in het migranten- en Indisch koloniaal verleden van de Indische gemeenschap.’

In wat we nu doen, hoe we nu denken, zijn sporen te vinden van de plek die onze ouders in de koloniale samenleving innamen.

Ver van familie

Het onzichtbare zichtbaar maken

Marion kijkt mij recht in mijn ogen terwijl zij verder vertelt. ‘Het interessante aan Indische families, dat is het verleden. De geschiedenis is bepalend geweest voor heden en toekomst. In wat we nu doen, hoe we nu denken, zijn sporen te vinden van de plek die onze ouders in de koloniale samenleving innamen. Van de koloniale tijd kregen we allemaal een stukje mee. Om het heden te begrijpen moet je het verleden kennen. Ieder heeft zijn eigen proces op zijn eigen moment, dat is je goed recht. Hoe meer we ons daar bewust van worden, hoe beter we ons kunnen ontwikkelen. Ook voor de volgende generaties. Zodat ze kennis hebben over bewustzijn, het collectief geheugen, herinneringen, angsten en wensen. Het collectief onbewuste speelt een grotere rol dan we willen beseffen, ervoor weglopen helpt niet. Ik houd mij veel bezig met wat ikzelf noem het onzichtbare zichtbaar maken. In ieder boek probeer ik dat weer op een andere manier naar voren te laten komen. 

Vanuit de buik schrijven

‘Mijn huidige boek Een meisje van honderd gaat eigenlijk over honderd jaar Indische eenzaamheid. Het boek is voor een deel gestoeld op een goede vriendin van mij die, net als de hoofdpersoon in het boek, Moemie heette. Ik ben iemand van de wetenschap, maar toen ik Moemie leerde kennen, raakte ik gefascineerd door haar helderziendheid. Zij zei tegen mij dat als ik schreef, ik altijd geholpen werd. Dat er altijd mensen om mij heen stonden.’ Marion begint steeds iets zachter te praten. ‘Ik snapte niet wat ze zei, geesten? Pas later, toen ik Vaders van betekenis schreef snapte ik wat ze bedoelde. Ik had toen sterk het gevoel te worden geholpen een weg te vinden naar mijn onderbewustzijn. Ik noem dat vanuit de buik schrijven. Hetzelfde gebeurde bij Een meisje van honderd, dat gevoel geholpen te worden, juist ook door echte mensen. En daar ben ik zo dankbaar voor.’

De derde generatie toont meer nieuwsgierigheid en kan op een makkelijkere manier naar het verleden kijken.

Een meisje van honderd

Natuurwetten van het leven

‘Toen mijn uitgever (ook een migrantenkind) Meisje van honderd had gelezen, vertelde ze mij dat ze de pijn kon proeven van de tweede generatie. De tweede generatie die zo duidelijk nog de gevolgen met zich meedraagt van wat de eerste generatie heeft meegemaakt. Terwijl de derde generatie, die zo westers mogelijk is opgevoed en daar de vruchten van plukt, de pijn niet hoeft te voelen. De derde generatie toont meer nieuwsgierigheid, en kan op een makkelijkere manier naar het verleden kijken. Dat verschil is haast voelbaar. Ik heb dat er niet expres ingeschreven, maar gewoon de psychologische wetmatigheden van het leven gevolgd. Tijdens het schrijven heb ik veel hulp gekregen van erg veel mensen. De verhalen kwamen naar mij toe, en al schrijvende wist ik dat ik het moest doen zoals ik het deed.’

Dit jaar zijn er drie boeken van Marion Bloem (opnieuw) uitgekomen. In mei van dit jaar verscheen Het Bali van Bloem. In juni verscheen een betaalbare herdruk van Geen Gewoon Indisch Meisje (1983). Over Een meisje van honderd zal dit najaar een recensie gepubliceerd worden op indisch3.nl.

Bekijk ook eens het project vrijheid/freedom van Marion Bloem op Facebook. 

Winnaars Het Bali van Bloem

Indisch 3.0 organiseerde 24 juli 2012 een prijsvraag over de aard van het jubileum van Marion Bloem. De volgende drie personen ontvangen zo snel mogelijk via de post een exemplaar van Het Bali van Bloem:

 

– Peter van Hamersveld, Amsterdam

– Bernadette van Houten, Castricum

– Bianca Ponnet, Bierbeek – België

 

Indisch 3.0 wenst jullie veel leesplezier toe!

 

 

Interview Marion Bloem [deel I]

‘Als je heel eerlijk bent, is iedereen bezig met waar ie vandaan komt’

Vandaag viert schrijfster Marion Bloem haar zestigste verjaardag. Op deze feestelijke dag publiceert Indisch 3.0 het eerste deel van het interview waarin Liselore Rugebregt met Marion Bloem terugblikt op enkele highlights in de carrière van deze Indische schrijfster en filmmaakster. Volgende week maandag verschijnt het tweede deel van het interview met Marion Bloem. En let op, we hebben een extra tip: alleen vandaag (24 augustus 2012) is Ver van Familie gratis te downloaden als eBook via www.ebook.nl

Foto: Ivan Wolffers

Op de dag van mijn interview met Marion Bloem bel ik, in de stromende regen, aan bij het verkeerde huis.  Gelukkig kom ik er al snel achter dat ik een huis verderop moet zijn en slalom om de regenplassen heen naar de juiste voordeur. Gastvrij wordt ik door Marion binnengehaald, er wordt een pot groene thee gezet en de vraag gesteld of ik op dieet ben. Nou, nee, dat zou mijn Indische oma mij nooit vergeven. Meteen wordt er een schaaltje met bonbons voor mij neergezet. ‘En wel opeten hoor, geen Indische bescheidenheid.’ 

Matabia

Marion begint spontaan te vertellen. ‘Als kind al was ik nieuwsgierig naar de verhalen van mijn grootouders, ooms en tantes. Ik wilde weten wat ze meegemaakt hadden, de aanpassingsproblemen, maar ook wat ze leuk vonden. Mijn oma vond het verrukkelijk om hier in Nederland te zijn. Haar dochter, mijn moeder, was in Nederland zodat haar kinderen goed terecht zouden komen. En de enige reden dat mijn vader hier was, was omdat zijn vrouw naar Nederland wilde. Ik merkte dat iedereen zijn eigen motivatie had om hier te zijn en dat dit verbonden was met iemands ambities. Dat is niet cultuurgebonden, maar heeft te maken met het migrant zijn. Migranten hebben met elkaar gemeen dat zij weggaan uit angst of om het elders beter te hebben, maar iedereen lost dat weer anders op.’

Nuanceverschillen
‘Tot mijn vierde was ik omringd door Indische mensen. Pas toen ik naar school ging, kwam ik erachter dat er twee werelden waren – ik zat daar tussenin. De kinderen op school praatten over ons Indischen in termen van: “Bij jullie stinkt het altijd naar knoflook.” Dan denk je als kind: wie bedoelen ze met jullie? De hele Indische gemeenschap? En wat is Indisch?’ Marion kijkt mij aan met een vragende blik. ‘Bij Indisch families wordt bijvoorbeeld van je verwacht dat je dingen aanvoelt, een blik moet al genoeg zijn. Dat speelt niet bij niet-Indische mensen waardoor je blikken ook anders kan interpreteren of deze mist. Het zijn nuanceverschillen waardoor misverstanden ontstaan. Die momenten, de kleine dingen van de samenleving, kunnen groot worden omdat je er als kind niets van begrijpt.’

Door je bewust te worden van je keuzes, krijg je meer grip op je leven.

Geen gewoon Indisch meisje

Ik doe het toch
‘Al op jonge leeftijd was ik me bewust van mijn angsten. Ik kon dit niet delen met Hollandse kinderen, maar wel met Indische kinderen. Hieruit is het kinderboek Matabia ontstaan, een boek met een Indische hoofdpersoon. Het werd mij afgeraden om vanuit mijn Indische achtergrond te schrijven. Ik kon beter als algemeen auteur carrière maken, zodat ik niet in een hokje geplaatst zou worden. Dat vond ik onzin.’ Er verschijnt een vastberaden blik op het gezicht van Marion. ‘Er is een grote gemeenschap van driehonderdduizend Indische mensen naar Nederland gekomen. Pech dan als jullie het niet uit willen geven, dacht ik, ik doe het toch. Voor Matabia heb ik een aantal awards ontvangen, maar het werd aanvankelijk in Nederland niet echt opgepakt, ik was misschien te vroeg. Tien jaar nadat het  boek uitkwam was er blijkbaar meer belangstelling en werden er alsnog tienduizenden exemplaren van mijn boek verkocht.’

Keuzes
Ondanks de hindernissen heeft Marion zich weten te ontwikkelen als één van de bekendste Indische schrijfsters in Nederland. ‘Ik stuitte op veel weerstand door te willen schrijven over het Indische. Schrijf maar over een gewoon meisje, kreeg ik te horen. Hieruit is Geen gewoon Indisch meisje ontstaan. Ik heb het voornamelijk geschreven voor mijzelf.  Het gaat over jeugdervaringen die te maken hebben met inzien dat je keuzes hebt. Elke keer als je je nek uitsteekt, maak je keuzes. Elke keuze is een nieuw pad, en als je eenmaal op pad bent, kun je over keuzes van jaren terug opnieuw beslissingen nemen. Mensen hebben niet door dat ze telkens keuzes maken. Door je bewust te worden van je keuzes, krijg je meer grip op je leven.’

Als je heel eerlijk bent, is iedereen toch wel bezig met waar ie vandaan komt.

Etnocentrisch denken
‘In hetzelfde jaar dat Geen gewoon Indisch meisje uitkwam, verscheen ook mijn documentaire Het land van mijn ouders. Eigenlijk wilde ik een serie maken waarin alle aspecten van Indisch zijn naar voren kwamen. Maar ik kreeg geen financiering van het Filmfonds. Als Indische zou ik niet genoeg afstand hebben van het onderwerp.’ De ogen van Marion beginnen te fonkelen. ‘Daar werd ik boos om, hoe zat het dan met alle Hollanders die over een Hollands onderwerp een film maakten? Waar is hun afstand? Dat begrepen ze niet, ze zaten zo vast in hun etnocentrisch denken. Ik besloot mijn huishoudgeld te gebruiken om samen met mijn man alvast te gaan filmen. Maar mijn project werd voor de tweede maal afgewezen door het Filmfonds en er liep ook nog eens iemand weg met mijn ideeën.’

Het land van mijn ouders

Op de persoonlijke tour
Toch bleef het bij Marion kriebelen om te filmen. ‘Uiteindelijk besloot ik mijn filmplannen weer op te pakken. Ik besloot toen, op advies, om de kritiek over gebrek aan afstand  in mijn voordeel te laten werken door een ego-document te maken. Hoewel ik niet naar mijn Indische wortels zocht, kon ik mijzelf wel als materiaal gebruiken om alles aan te kaarten wat ik wilde. En als je heel eerlijk bent, is iedereen toch wel bezig met waar ie vandaan komt.’ Ik knik instemmend en Marion vertelt verder. ‘De documentaire is er uiteindelijk toch gekomen. Zeven kopieën zijn er uitgebracht van Het land van mijn ouders en de zalen waren zeven weken lang uitverkocht. De dvd is uitgekozen in een serie van NRC als belangrijke historische documentaires. En nog altijd wordt de dvd verkocht.’

Dit jaar zijn er drie boeken van Marion Bloem (opnieuw) uitgekomen. In mei van dit jaar verscheen Het Bali van Bloem. In juni verscheen een betaalbare herdruk van Geen Gewoon Indisch Meisje (1983)Over Een meisje van honderd zal dit najaar een recensie gepubliceerd worden op indisch3.nl.

Bekijk ook eens het project Vrijheid/Freedom van Marion Bloem op Facebook.

Oosterse taferelen, Westerse stijl

Zelfportret Raden Saleh. Bron: www.tropenmuseum.nl

Zelfportret Raden Saleh smaakt naar meer

Tijdens mijn eerdere bezoek aan het Tropenmuseum, had ik twee missies: ik wilde de vaste tentoonstelling Oostwaarts bekijken en het enige bekende, onlangs aangekochte zelfportret van Raden Saleh aanschouwen. Bij Oostwaarts kon ik schilderijen van verschillende kunstenaars bewonderen, maar ik vond er helaas geen van Raden Saleh tussen. Ik neem je weer even mee terug, naar die bewuste dag.

En dat terwijl het artikel over Saleh op de website van het Tropenmuseum kopt met ‘Unieke aanwinst van Indonesische kunstschilder van wereldfaam’. Jammer, ik ben erg nieuwsgierig naar het werk van deze Indonesische Rembrandt. Ik hoop dat ik er niet overheen gekeken heb.

Ik ga alsnog op zoek naar het zelfportret. Ik verwacht een statig portret, groot en indrukwekkend, met iets dramatisch, aangezien Saleh (1811-1880) leefde ten tijde van de Romantiek. Een stroming in de schilderkunst, die qua stijl lijkt op de klassieke stijlen, maar met meer fantastie en emotie, herinner ik mij van de kunstgeschiedenis-colleges.

Bescheiden
Nadat me de weg gewezen is, ben ik vooral verbaasd. Niks statig portret: het zelfportret is een heel klein bescheiden schilderijtje. Het enige dat voldoet aan mijn verwachting is de gouden lijst, die verzuipt in de enorme witte wand waaraan het schilderij hangt. Licht teleurgesteld ga ik het portretje van dichtbij bekijken en dan weet het me gelukkig alsnog te overtuigen. Waar klassiek geportretteerde personen vaak een (in mijn ogen) afstandelijke blik hebben, kijkt Saleh je helder aan. Het is duidelijk een schilderij ‘oude stijl’, dat mij niet altijd aanspreekt, maar de losse penseeltreken geven het wat spontaans. Dat maakt de teleurstelling goed.

Saleh kijkt je helder aan.

Op de wand ernaast lees ik dat Saleh in 1829 naar Nederland kwam, toen hij 18 was, om zijn talent te ontwikkelen. Toen hij in 1851 weer wegging, kreeg hij de titel ‘Schilder des Konings’ mee. In Den Haag schilderde hij veel oriëntaalse jachtpartijen en dramatische composities (dus toch!). Een plaatje van ‘Een Boschbrand’ uit 1849 maakt me nieuwsgierig. De stijl associeer ik met typisch westerse taferelen, maar nu zie ik vuur, rook en tijgers. Ik had het graag in het echt gezien. Zo’n onwesters beeld in deze typisch Westerse stijl heeft iets vervreemdends.

Uniek of niet?
Om over dit schilderij te schrijven, heb ik behoefte aan meer informatie. Ik google ‘Raden Saleh’ en belandt op de website van het Rijksmuseum, dat een zelfportret van Raden in de collectie heeft. Ik dacht dat het Tropenmuseum een zelfportret had aangekocht, dat uniek is, doordat het het enige bekende zelfportret is van Saleh? Ik pak de hand-out van het museum erbij en daarop staat hetzelfde statige portret van Saleh met als onderschrift dat het geschilderd is door Friedrich Carl Albert Schreuel. Als ik die naam google, kom ik weer op de website van het Rijksmuseum uit. Op deze pagina blijkt hij het dus niet geschilderd te hebben en is het exemplaar van Tropenmuseum toch uniek.

 Een onwesters beeld in Westerse stijl heeft iets vervreemdends.

Het zelfportret van Raden Saleh © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oosterse taferelen in een Westerse penseelstreek
Ik ga je niet vertellen dat je naar Amsterdam moet snellen om het schilderijtje te bekijken. Het was namelijk tot 19 augustus te bezichtigen. Mochten ze een keer een overzichtstentoonstelling maken met het werk van deze kunstenaar (en zijn tijdsgenoten), dan zou ik zeker gaan. Wie weet ervaar ik meer dan alleen Oosterse taferelen in een Westerse penseelstreek en ontdek ik overeenkomsten en verschillen tussen de twee culturen via dit medium. Ik ben benieuwd naar meer werk dat deze man wereldfaam bezorgd heeft. Jij ook? Laat het ons weten, wie weet brengen we het Tropenmuseum op een idee…

 

“Your face is Indonesian, but why are you so white?!”

Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com
Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com
Suramadu brug in Surabaya. Verleden ontmoet heden. Foto: asiaexplorers.com

Ik geloof dat iedere zich van zijn achtergrond bewuste Indo de situatie wel kent waarin je schaapachtig en onbegrepen wordt aangestaard, als je in Nederland probeert uit te leggen wat ‘Indisch’ eigenlijk is. Na mijn recente vakantie in Indonesië kan ik niet anders concluderen, dan dat het daar niet veel anders is. Als Nederland en Indonesië als respectievelijk de vader en moeder van ons volk gezien kunnen worden, wordt het toch eens tijd dat zij hun Indische kind leren kennen.

Na ongeveer twintig keer in Californië geweest te zijn, ontdek ik toch steeds weer nieuwe dingen daar. Zo verliep mijn tweede vakantie in Indonesië ook. Het begon eigenlijk aan het begin van iedere taxirit, als de chauffeur vroeg waarom ik zo goed Maleis kon. Het meest acceptabele antwoord voor hen was dat mijn moeder uit Surabaya komt. Niet dat dat een directe reden is, maar het verklaarde wel op de meest begrijpbare manier mijn affiniteit met de taal.

“Nee, mijn moeder is geen Indonesische vrouw maar een Indo… Indo-Belanda.”

Mijn antwoorden op hun vervolgvragen waren meestal hetzelfde; “Nee, mijn moeder is geen Indonesische vrouw maar een Indo… Indo-Belanda. Nee, zij is niet half Nederlands, maar gemengd net als haar ouders en grootouders… Uit de Nederlandse tijd”. Ik maakte het mijzelf er niet makkelijker op want uiteindelijk begreep niemand wat ik nou exact bedoelde.

Na taxichauffeurs, volgde met vele winkelbediendes, straatverkopers, hotelmedewerkers en uitgaanspubliek hetzelfde verhaal. Zelfs mijn nieuwgevonden familie in Jakarta zag mij niet als Indisch, maar wel als hun familie. De concepten ‘Indisch’ of ‘Indo-Europees’ waren hen vreemd; ik was de vleesgeworden representatie van het Europese, blanke bloed dat hun vader, een volle neef van mijn moeder, zou bezitten. Hun mildste uitdrukking was: “Your face is Indonesian, but why are you so white?!”.

Ik was de vleesgeworden representatie van het Europese bloed.

De onwetendheid over het Indische is de dagelijkse realiteit voor een goede vriend van mij, eveneens een blanke Indo, die al jaren in Bandung woont. Maar ook mijn donkere, Indische reisgenoot kreeg – op een omgekeerde manier – dezelfde bejegening. Men zag hem weer als Indonesisch, zonder te begrijpen dat zijn beide ouders nakomelingen zijn van een eeuwenlange vermenging. Wanneer wij drieën op stap gingen, zag niemand drie mannen van dezelfde afkomst en cultuur. Zij zagen alleen maar twee bulehs en een Indonesiër.

Na mijn ervaringen kan ik alleen concluderen dat er in Indonesië net zoals in Nederland voornamelijk een dichotome interpretatie van afkomst heerst. Je bent wit of zwart. Misschien dat men ergens het idee ‘halfbloed’ half begrijpt, maar het concept ‘bloedvermenging door de eeuwen heen’ lijkt totaal vreemd. En toch dien je dat idee eerst meester te zijn, wil je begrijpen wat Indisch is.

Als volk bestaan we al eeuwenlang, maar niemand weet wie je bent.

Ergens vind ik mijn conclusie triest. Als je als volk al eeuwen bestaat, 1 miljoen of meer in aantal bent, vertegenwoordigd bent in drie werelddelen, maar bijna niemand weet wie je bent! Zijn wij uit het Nederlandse en Indonesische collectieve geheugen verdwenen of zaten wij er nooit in?

Wat zou het toch fijn zijn, als je vertelde dat je Indisch was en iedereen meteen wist wat je bedoelde. Om deze droom ooit verwezenlijkt te zien, kan ik alleen nog maar mijn hoop vestigen op dat kleine groepje aan wijsneuzen, dat al jaren de comments van fora als deze volkrabbelt met epistels en discussies over minuscule afwijkingen in interpretaties over wat Indisch is. Ik hoop dat zij zich kunnen verbroederen om vervolgens hun krachten en kennis te bundelen en het Indische woord te verspreiden. Alleen dan is er nog hoop om de wereld, voornamelijk onze Nederlandse vader en Indonesisch moeder, eens te leren wie en wat wij zijn.

Merdeka: Jepang, Bersiap, politionele acties.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Of de onheilspellende december-maand.

Het rommelde al in Nederlands-Indië, toen de Tweede Wereldoorlog in Nederland losbrak. Het bezette Nederland kon Nederlands-Indië niet beschermen tegen de Japanse invasie, net zo min als het KNIL dat kon. December, de maand waarin Japan in 1941 Pearl Harbour aanviel en de Tweede Wereldoorlog naar Azië bracht, zou een onheilspellende rol in de dekolonisatie van Nederlands-Indië blijven spelen. Deel 2 van de bloemlezing over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.

Keuzes maken in een bloemlezing blijft lastig. Je wil het niet te lang maken, maar informatief genoeg om toegevoegde waarde te bieden. Daarom hebben we ook jouw hulp nodig – wat ontbreekt in dit overzicht?

Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl
Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl

Invasie Japan
Tot aan de invasie van de Japanners in 1942, dacht het Nederlandse gouvernement dat Nederlands-Indië buiten de oorlog kon blijven. Onterecht, zoals we weten, want na de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, viel Japan Nederlands-Indië binnen en op 8 maart 1942 capituleerde het Nederlandse gouvernement onder leiding van lt. gouverneur-generaal Van Mook. In Nederland zou de Nederlandse koningin Wilhelmina de inwoners van de Nederlandse koloniën nog wel een opvallende belofte doen, een jaar na de aanval op Pearl Harbour. In haar toespraak op 7 december 1942 kondigde zij, onder druk van Amerika, hervormingen aan in de door Nederland gekoloniseerde landen. In 1946 zou deze speech de basis vormen voor het opzenden van de eerste Nederlandse troepen naar Indonesië: de 7 december divisie.

Nederlands-Indie zou buiten de oorlog blijven.

Bestuursovername
In Indonesië wilde de Japanse bezetter alles dat Westers was uitschakelen. De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk, net als de gemengde Indo-Europeanen. In eerste instantie verboden de Japanners het nationalisme, totdat zij merkten dat ze het Indonesische volk alleen meekregen als zij aansluiting zochten bij de nationalisten. Verder ontdekten de Japanners dat de Indonesische jongeren (pemoeda) radicaler waren dan de nationalistische leiders en vatbaar voor de Japanse propaganda over de superioriteit van het Aziatische ras: Azië is voor de Aziaten. De Japanners boden de Indonesische KNIL-soldaten vrijheid, als zij zich loyaal aan de bezetter zouden tonen. Vooral de Ambonezen, Timorezen en Menadonezen weigerden dit, net als de meerderheid van de Indo-Europeanen.

De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk.

De internering
Tijdens de Japanse bezetting werden in Nederlands-Indië tot vier keer toe – en steeds strenger – Europeanen en Indo-Europeanen geïnterneerd. Het begon in 1942. De Japanse bezetter wilde de Indo-Europeanen en de totoks tegen elkaar opzetten, in de hoop steun te krijgen van deze eerste groep. De Japanners registreerden de bevolking en interneerden alle volbloed Europeanen. Het gevolg hiervan was dat de Japanners van de Indo-Europeanen een aparte juridische klasse maakte. Veel Indo-Europeanen kregen gewetensbezwaren, ‘de politieke identiteit werd een kwestie van leven en dood’.

Een identiteit van leven en dood

Derde generatie
Naar de zin van de Japanner toonden de Indo-Europeanen te weinig samenwerking en in oktober 1943 werd een derde interneringsronde gehouden. Bij deze ronde moest nu Indonesisch bloed tot in de derde generatie aangetoond worden. Aan de ene kant verdwenen nog meer Indo-Europeanen achter het kawat, aan de andere kreeg een aantal van hen hun vrijheid terug, indien zij loyaliteit met de bezetter beloofden. Het aantal burgergeïnterneerden is niet definitief vastgesteld: er zouden tussen de 120.000 tot 200.000 geïnterneerde burgers zijn geweest (Meijer 2004: 226).

Capitulatie Japan
Na de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima, gaf de Japanse bezetter zich op 9 augustus 1945 over, op 15 augustus gevolgd door de algehele Japanse capitulatie. Nederland was zelf nog maar net bevrijd, had geen enkel idee wat er zich in de Pacific afgespeeld had en kon geen troepen naar Indonesië sturen. Indonesië viel daarom tijdelijk onder het bestuur van de Britten, onder leiding van lord Mountbatten. De Britten gaven echter voorrang aan de eigen gebieden in Azië, en gaven de Japanners de opdracht de status quo te hanteren tot de komst van de Britten, eind september. Dit betekende in de praktijk dat veel geïnterneerden pas twee maanden na de capitulatie hun kampen konden verlaten. Voor veel Indische Nederlanders is 15 augustus daarom geen Bevrijdingsdag.

Indonesië viel tijdelijk onder het bestuur van de Britten

Merdeka!
De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de onafhankelijkheid van Indonesië waren immens. Niet alleen keurde nieuwe wereldmacht Amerika elke vorm van imperialisme af, ook was het prestige van de Europeanen in Indonesië gedaald door de snelle overgave in 1942. Onder druk van de radicale pemoeda’s, riep Soekarno op 17 augustus 1945 Soekarno de Republik Indonesia uit. Van terugkeer naar het koloniale bestuur wilde hij niets meer horen.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com
Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Bliksemrevolutie
Door Japan opgeleide Indonesische paramilitairen en enkele Indonesische KNIL-militairen sloten zich al snel bij Soekarno en Hatta aan. Zij vormden de BKR, de Volksveiligheidsorganisatie, en riepen met succes de traditionele inheemse hoofden op hen te steunen, om zo het gezag van de revolutie in de samenleving te vergroten. De economische malaise, de steun van de inheemse aristocratie, de pemoeda’s én het charisma van Soekarno leidden tot de succesvolle bliksemrevolutie.

Weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen

Bersiap!
De terugkeer van de Europeanen in de samenleving deed de gemoederen van de al sterk geradicaliseerde en paramilitair getrainde pemoeda’s opvlammen tot openlijke agressie: de bersiap – weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen – brak in september 1945 uit. De pemoeda’s beschuldigden Europeanen van samenzwering tegen de republiek en herstel van het koloniale bestuur en keerden zich – alsnog – tegen de inheemse bestuurlijke aristocratie, die hiervoor vaak uit eigen belang hadden samengewerkt met de Europeanen.

Rood-wit speldje
Europeanen en Indo-Europeanen moesten hun steun betuigen aan de Indonesische revolutie, wilden zij niet ontvoerd, mishandeld of vermoord worden. Velen van hen droegen een rood-wit speldje ter bescherming, vaak zonder het gewenste effect en keerden snel terug naar de interneringskampen voor bescherming van de Japanners tegen de woeste pemoeda’s. De Indonesische president Sjahrir kon uiteindelijk oproepen tot kalmte, maar dat zou pas gebeuren in het voorjaar van 1946.

Linggadjatti
In de onrustige republiek voerde Nederland – onder dwang van de Britten en de Amerikanen – onderhandelingen met Soekarno en Hatta. In november 1946 kwam het tot een voorlopig akkoord met de Republik, het akkoord van Linggadjatti. Daarin zou de Republik een zelfstandige, aan Nederland gelijkwaardige positie krijgen in een Nederlands-Indonesische Unie. In Nederland ontstond hiertegen groot verzet, niet alleen bij de regering, maar ook bij de bevolking.

een gelijkwaardige positie in een Nederlands-Indonesische Unie

Dubbel akkoord
Terwijl in Nederland het verzet tegen Linggadjatti groeide, kreeg het akkoord grote steun van de internationale gemeenschap. In december van dat jaar besloot het Nederlandse kabinet het akkoord ‘aan te kleden’ en voegde een aanvullende regeringsverklaring toe, waardoor Nederland het akkoord veranderde in eigen voordeel. In Indonesië nam het wantrouwen tussen Nederlands en Republikeins-gezinden ondertussen toe. De Republik gaf nog wel aan Linggadjatti te zullen ondertekenen, als de aanvullende regeringsverklaring niet zou gelden. Uiteindelijk wist Van Mook Nederland en de Republik op 25 maart 1947 te bewegen tot het ondertekenen van feitelijk twee akkoorden – de Nederlanders ondertekenden de Nederlandse versie, de Republik ondertekende de Indonesische versie.

Droomwereld
Terwijl de inkt van Linggadjatti nog niet eens opgedroogd was, ging de Nederlandse regering onderzoeken in hoeverre zij de Republikeinse regering kon dwingen alsnog de Nederlandse versie van het akkoord te accepteren. De Nederlandse regering vond in april 1947 nog steeds dat de Republik in een droomwereld leefde en stelde de Republikeinen onder dreiging van militair ingrijpen meerdere ultimatums. De Republikeinen weigerden.

Operatie Product
De 7 December Divisie, onder leiding van commandant Spoor, voerde op 21 juli 1947 operatie Product uit, een aanval op de Republiek. Het was de eerste politionele actie. Onder druk van onder meer de Amerikanen en de Veiligheidsraad, beëindigde Nederland op 5 augustus het geweld. Toch was de eerste politionele actie succesvol: Nederlandse ondernemingen waren weer in Nederlandse handen gekomen, Indonesië kon geen handel meer drijven.

Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik

Tweede politionele actie (19 – 31 december 1948)
Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik. Door deze houding isoleerde Nederland zich steeds meer van de internationale gemeenschap en alle steun in Indonesië die er nog voor Nederland was, verdween. Nederland wilde nog een poging doen om de Republiek te dwingen zichzelf op te heffen en voerde tijdens het kerstreces van de Veiligheidsraad een tweede politionele actie uit. De internationale gemeenschap zou niet snel reageren en tegen de tijd dat ze zouden reageren, zou Nederland allang de strijd gewonnen hebben.

Financieel-economische belangen
Niets bleek minder waar te zijn en onder internationale druk trok Nederland zich op 31 december weer terug. Resultaat van deze tweede politionele actie was dat Nederland op internationaal niveau ongeloofwaardig geworden was en alle internationale steun uitging naar de Republik Indonesia. Na deze nederlaag besloot de Nederlandse regering om in het vervolg financieel-economische aspecten te laten prevaleren boven militair-politieke.

De Ronde Tafel Conferentie
In augustus 1949 werd tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) het definitieve einde van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië beklonken. Met de ondertekening van de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 bekrachtigde Koningin Juliana – dit keer definitief – de zelfstandigheid van Indonesië.

Bronmateriaal

  • Van den Doel Afscheid van Indie
  • U. Bosma e.a. De geschiedenis van Indische Nederlanders
  • Meijer In Indie geworteld