‘Les’ over de repatriëring op 21 mei 2008 (Indische School, PMB, Den Haag)

Den Haag, 27 april 2008
door Kirsten Vos

Laten we eerlijk zijn, ik bén geen lerares. Dus toen de stichting Tong-Tong vroeg of ik een les wilde geven over de repatriëring binnen hun nieuwe project, De Indische School, moest ik even nadenken. Ontzettend leuk en een eer dat ze aan mij dachten, maar kon ik dat wel? Ik heb de repatriëring niet meegemaakt en heb, los van een verdwaalde spreekbeurt, nog nooit voor de klas gestaan. Toch heb ik uiteindelijk vol enthousiasme ja gezegd en ga ik op 21 mei om 19.00 uur in het Bibit-theater van de Pasar ‘lesgeven’, als tweede in de rij van‘docenten’.

Vertellen over mijn onderzoek naar de repatriëring is één ding, vertellen over de repatriëring zelf is een ander, en al helemaal op de 50e editie van de Pasar Malam Besar. In eerste instantie dacht ik, ‘Sta ik daar, ga ik vertellen aan de mensen die vijftig jaar geleden naar Nederland gekomen zijn, wat er toen allemaal gebeurd is. Dat is wat anders dan presenteren wat ik vorig jaar geconcludeerd heb op basis van mijn onderzoek.’ Gelukkig bleek uit de correspondentie met de stichting Tong-Tong dat de organisatoren zich met de Indische School vooral wilden richten op mensen voor wie de Indische geschiedenis juist niet bekend was. Dat gaf de doorslag.

Want als ik me ergens voor wil inzetten, is het wel het doorvertellen van het Indische verhaal. Tijdens de laatste maanden van mijn onderzoek legde ik met enige regelmaat uit waar ik onderzoek naar deed. Een van de meest gehoorde reacties was ‘Goh, wat raar eigenlijk dat ik daar zo weinig van af weet. Ik heb daar op school nooit iets over gehad.’ Dat herken ik zelf ook. Het is dat mijn eigen familie veel sprak over hun achtergrond, én me tijdens mijn studie Media en Journalistiek er verder in verdiept heb, anders was ik net zo onwetend geweest over de Indische geschiedenis als mijn Nederlandse vrienden.

Een Indische School in Den Haag is trouwens niet nieuw. In de jaren dertig, in september 1932 om precies te zijn, opende in Den Haag de Indische School haar deuren. Deze instelling richtte zich op kinderen uit gezinnen die met Europees verlof waren. Het onderwijsprogramma was ingesteld op het onderwijs in Nederlands-Indië, dat verschilde van het ‘Hollandse’ onderwijs. Voor meer informatie over déze Indische School lees je pagina 6 en 7 uit de inleiding van Dorothée Buur (2004).

Maar goed, wat ga ik de 21e mei nou precies vertellen? Ik ga mijn verhaal overwegend richten op mensen die niet bekend zijn met de precieze details van de repatriëring. Ik wil hen vooral vertellen hoe het totaalplaatje van politieke beslommeringen en menselijke ervaringen eruit ziet, vanaf het vertrek van de eerste evacués in 1945, tot aan dat van de late spijtoptanten uit de jaren ’60. Ik hoop dat er ook mensen zullen zijn die de repatriëring zelf hebben meegemaakt, zodat zij kleur aan het verhaal kunnen geven die ik uit boekjes en familieverhalen haal. Voor ideeën en suggesties hou ik me vanzelfsprekend aanbevolen.

De Indische school: de repatriëring – Kirsten Vos
21 mei 2008, 19.00 – 19.45 uur, Bibit-theater
50e Pasar Malam Besar, Malieveld, Den Haag (21 mei t/m 1 juni 2008)

Voor meer informatie: www.pasarmalambesar.nl. Vanaf 2 mei staat het programma van de gehele Pasar op internet.

Win vrijkaartjes en VIP-plekken voor Tattootalk

Amsterdam/ Den Haag, 26 april 2008
door Kirsten Vos

pasar malam besar In samenwerking met de stichting Tong-Tong stelt Indisch 3.0 twee vrijkaartjes beschikbaar voor de Pasar Malam Besar – jongerenavond op vrijdag 23 mei 2008 in Den Haag. Voor de inzender die onderstaande vraag zo origineel mogelijk beantwoordt, liggen niet alleen twee kaartjes te wachten, maar ook twee VIP-plaatsen bij Tattootalk, de talkshow van Ed Caffin en Kirsten Vos die om 18.00 uur in het Bibit-theater begint. Voor drie andere inzenders is een unieke 3.0-troostprijs beschikbaar.

De vraag
Wat zou jij aan de gasten in de talkshow willen vragen? Motiveer je antwoord.

Inzenden
Meedoen kan tot en met 16 mei 2008. De winnaar krijgt op 17 mei 2008 persoonlijk bericht. Vanaf 18 mei zal de uitslag op de weblog Indisch3.0 staan. Stuur je antwoord naar indisch3.0@gmail.com en vermeld in je antwoord je naam, adres, leeftijd en mobiele telefoonnummer (zodat we je kunnen bellen als jij gewonnen hebt). Door deelname aan deze wedstrijd geef je aan dat je instemt met de deelnamevoorwaarden (ja, overdreven, maar dat soort dingen schijnt noodzakelijk te zijn, zie onderaan dit artikel).

Over Tattootalk

Tattootalk is een talkshow voor en door Indische jongeren van de derde en vierde generatie. Ed en Kirsten zijn allebei actief in de Indische wereld en misten op de Pasar Malam Besar een activiteit in het Bibit-theater voor en door Indische jongeren. In de talkshow komen Indische jongeren aan het woord die (Indische) tatoeages hebben laten zetten. In hoeverre heeft die tattoo te maken met hun Indische achtergrond? Waarom kies je voor een tattoo? Ed zal de talkshow leiden vanaf het podium, Kirsten stelt samen met de zaal vragen. Op de weblog Indisch3.0 vind je hier steeds de meest actuele informatie over.

23 mei 2008 – ‘jongerenavond’
De vrijdag op de PMB, 23 mei 2008, is van oudsher speciaal bedoeld voor Indische jongeren. Ook dit keer staat er een dijk van een programma. Zo treedt cabaretière Sharon Simon op, draait DJ Mikey crossculturele urban muziek (, is er een moderne dansvoorstelling van Gerard Mosterd en een pentjak-voorstelling van Nienke Dekker. De talkshow van Ed en Kirsten leidt deze avond in. Vanaf 2 mei staat het volledige programma op www.pasarmalambesar.nl. We hebben bovendien geruchten gehoord over een afterparty.

Voorwaarden aan deelname aan de prijsvraag

  1. Om in aanmerking te komen voor de vrijkaartjes, dienen deelnemers een zo origineel mogelijk antwoord te geven op de vraag én onderbouwen waarom zij die vraag relevant vinden.
  2. Antwoorden kunnen per e-mail worden verzonden naar indisch3.0@gmail.com.
  3. Indisch3.0 zal uit de inzendingen een winnaar selecteren die de meest originele vraag verzonnen heeft.
  4. Deelnemers die onjuiste of onvolledige gegevens insturen worden gediskwalificeerd en komen dus niet in aanmerking voor de beschikbaar gestelde prijs.
  5. Per persoon kan slechts één keer worden deelgenomen.
  6. Deelnemers stemmen ermee in dat hun inzending deel kan uitmaken van de talkshow, ook als zij geen prijs hebben gewonnen. Hiervan zullen zij van tevoren op de hoogte gesteld worden. Drie van hen zullen een troostprijs in ontvangst kunnen nemen.
  7. Deelname is mogelijk tot 16-05-2008. De uitslag wordt aan de winnaar persoonlijk bekend gemaakt en wordt tevens gepubliceerd op internet, uiterlijk op 18-05-2008.
  8. Door deelname aan deze actie verlenen de prijswinnaars toestemming aan Indisch 3.0 om hun namen voor promotionele doeleinden te gebruiken.
  9. Gegevens van de prijswinnaar worden alleen verstrekt aan de stichting Tong-Tong. Indisch 3.0 en stichting Tong-Tong zijn verantwoordelijk voor afhandeling van de prijs. Indisch 3.0 zal contact met de prijswinnaar opnemen.
  10. Gegevens zullen niet verstrekt worden aan derden. We gaan zeer zorgvuldig met uw gegevens om en leven hierbij de bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) strikt na.
  11. De prijswinnaar is op eigen risico aanwezig. Indisch 3.0 en/of haar partners zal (zullen) in geen geval verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor schade of verliezen die voortvloeien uit de toekenning of de uitvoering van de prijs of uit deelname aan de actie.
  12. Indien de prijswinnaar minderjarig is, dient deze goedkeuring te verkrijgen van de ouders dan wel wettelijke voogd.
  13. Medewerkers van stichting Tong-Tong en Indisch3.0, evenals hun directe familieleden, en gasten van de talkshow zijn uitgesloten van deelname.
  14. In alle gevallen waarin deze deelnamevoorwaarden niet voorzien, beslist Indisch3.0.
  15. De prijs is niet inwisselbaar voor geld.
  16. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.
  17. Deelnemers verklaren akkoord te gaan met bovengenoemde voorwaarden.

‘Indisch 3.0′ van start

logo30Vandaag is Indisch 3.0 geboren, een opiniërende weblog van twee Indische Nederlanders van de derde generatie, Ed Caffin en Kirsten Vos. In dit online magazine publiceren zij artikelen over de Indische identiteit, cultuur en toekomst.

Publiekelijk aanmoedigen
Indisch 3.0 heeft de onbescheiden ambitie de Indische groep publiekelijk aan te moedigen onafhankelijk naar hun eigen identiteit te kijken. De beheerders zullen hiervoor verschillende artikelen schrijven over concrete gebeurtenissen die te maken hebben met hun Indische karakter. De ene keer is dat een reis naar Indonesië, de andere keer een Indisch festival. Een identiteit is niet iets waar je alleen maar over wil praten, uiteindelijk wil je haar ook beleven. Daarom zullen Ed en Kirsten zelf ook activiteiten organiseren, waarover zij op deze blog zullen publiceren.

Regelmatig publiceren
Er bestaan weliswaar talloze websites over de Indische cultuur en geschiedenis, maar die zijn grotendeels voor en door de tweede generatie. De derde generatie heeft echt een andere interesse. Wat die is, kan je zelf ontdekken op ‘3.0‘. Daarnaast vind je vooral op hyves om de haverklap nieuwe communities over de Indische identiteit. Het probleem met hyves is alleen dat je lid moet zijn om de berichten te kunnen lezen; ‘3.0‘ is voor iedereen toegankelijk. Tot slot – er gebeurt veel in de Indische wereld, zoveel dat af en toe een artikel publiceren in een tijdschrift ontoereikend is om recht te doen aan de hedendaagse Indische dynamiek.

Over de oprichters

Ed Caffin (Alkmaar, 1978) heeft een Nederlandse moeder en een Indische vader. Hij leerde van kleins af de warme Indische cultuur van zijn familie kennen. Met de dood van zijn Indische grootouders, toen hij zelf nog jong was, leek het Indische grotendeels uit zijn leven te verdwijnen. De laatste jaren is het weer terug. Mede door zijn vele reizen en projectwerk in Indonesie wordt hij steeds nieuwsgieriger naar en geinteresseerder in de Indische cultuur en geschiedenis. Ed Caffin schrijft reisverslagen, columns en artikelen en heeft een aanstelling als docent/trainer aan de twee universiteiten in Amsterdam. Hij schreef onder meer artikelen in Indonesie Magazine, Archipel Magazine en Moesson.

Kirsten Vos (Den Haag 1977) is de dochter van twee Indische ouders, die in de jaren ’50 uit Indonesië naar Nederland gekomen zijn. Tijdens haar deeltijdstudie Media en Journalistiek (2003 – 2007, Erasmus Universiteit Rotterdam) koos zij ervoor om krantenonderzoek te doen naar de opvattingen van de Indische groep in Indonesië over de repatriëring. Dit onderzoek publiceerde zij in de scriptie Indië Tabeh. Inmiddels heeft zij artikelen geschreven voor Indischhistorisch.nl en Moesson, werkte zij mee aan de tv-uitzending van het VPRO-programma Andere Tijden, over Zwarte Sinterklaas in december 1957 en heeft zij een lezing gegeven over haar onderzoek voor de stichting Indisch Erfgoed Apeldoorn. Ze schrijft sinds 2008 columns voor Archipel Magazine. Kirsten werkt in het dagelijks leven als communicatieadviseur bij het Ministerie van VROM.

Indisch 3.0 op de Pasar Malam Besar (21 – 30 mei 2008, Den Haag)

Op de 50e Pasar Malam Besar in Den Haag (Malieveld, 21 mei -1 juni 2008) zal Indisch 3.0 een bescheiden, maar actieve rol gaan vervullen.

21 mei 2008, 19.00 – 19.45 uur, Bibit Theater/ De Indische School
De repatriëring – Kirsten Vos
De Indische School is een project waarbij op basaal niveau lessen worden gegeven, met als doel kennis over te brengen over de geschiedenis en cultuur van Indische Nederlanders in Indië, Indonesië, Nederland en andere gebieden. Kirsten zal een geschiedenisles verzorgen over de repatriëring uit Indonesië.

23 mei 2008, 18.00 – 18.45 uur, Bibit Theater
Tattootalk – Ed Caffin en Kirsten Vos
De eerste vrijdag van de Pasar is traditioneel bedoeld voor de jongeren. Indisch 3.0 verzorgt een van de programma-onderdelen van die avond, een talkshow over tattoos van de derde generatie. Ed zal een aantal jonge Indo’s ontvangen die zich met tattoos, taal en kleding duidelijk onderscheiden. Vanuit de zaal zal Kirsten samen met het publiek hen aanvullende vragen stellen.

Oproep
Voor Tattootalk zijn wij nog op zoek naar deelnemers. Ben jij Indisch en ben je trots op je tattoos, of ben je tattoo-ontwerper/ -zetter? Stuur ons dan een snel mailtje, of reageer op deze blog!

Oud en Jong – Herinneren en Beleven

Amsterdam, 14 april 2008
door Ed Caffin

Eind 2007 en begin 2008 was ik bij een paar thema-bijeenkomsten in Indisch Herinneringscentrum Bronbeek, georganiseerd door werkgroep “Indisch Erfgoed Apeldoorn” (IEA). De werkgroep stelt zich ten doel “de culturele erfenis van het voormalig Nederlands-Indië te behouden, bekendheid te geven en verder te ontwikkelen voor de huidige en volgende generaties”. Het waren goed georganiseerde en druk bezochte bijeenkomsten, de laatste keer zelfs met tientallen mensen op een wachtlijst. In het publiek zag ik steeds vooral de grijze haren van de oudere Indische generaties. Mensen die nog weten hoe het in Indië was en die de Indische cultuur in Nederland de afgelopen 50 jaar gedefinieerd en gedragen hebben.

Maar steeds vroeg ik me hetzelfde af: waar zijn de jongeren? Waar zijn de volgende generaties, die de Indische cultuur moeten doorgeven? Ben ik samen met het handjevol andere jonge Indo’s de enigen van de “nieuwe generatie” die oprecht geïnteresseerd zijn? De anderen voelden zich daardoor wellicht net als ik in eerste instantie meer toeschouwer dan deelnemer. Ik keek met plezier naar heftig meeknikkende hoofden in het publiek als de spreker iets treffends zei over de Indische cultuur: “…ja, en dan zei mijn moeder natuurlijk weer, soedah, laat maar!” en genoot van het opgewonden gefluister bij het zien van een foto van een bekende plek “ja, zeg, dat is de Darmobuurt in Soerabaja! Daar hebben wij gewoo-oond!”

Ik vond de bijeenkomsten geweldig, maar doordat ik bijna alleen maar ouderen zag bekroop me onherroepelijk het gevoel van hoe lang zal dit er nog zijn? En ik was vast niet de enige. Als hier bijna geen jongeren op af komen, is het Indisch zijn dan op sterven na dood? Als onze opa’s en oma’s en vaders en moeders er straks niet meer zijn is er dan geen Indische cultuur meer? Wordt het stokje hierna niet meer overgenomen?

Nee, dat geloof ik niet. Er zijn namelijk veel jongeren die wel degelijk geïnteresseerd zijn in hun Indische achtergrond, en die dat koesteren. Maar de meesten zijn er op een heel andere manier mee bezig en gaan naar andere plekken. Bijvoorbeeld naar virtuele ontmoetingsplekken zoals Hyves. ‘Indo zijn’ lijkt hier een hype: binnen een paar jaar zijn hier tientallen communities ontstaan van soms meer dan drieduizend jonge Indo’s. Hieronder een indrukwekkend rijtje:
http://indos.hyves.nl/
http://indonesia1.hyves.nl/
http://gordelvansmaragd.hyves.nl/
http://pasarmalambesar.hyves.nl/
http://indoweb.hyves.nl/
http://nederlands-indie.hyves.nl/
http://moesson.hyves.nl/
http://hippe-indowz.hyves.nl/

Het zijn allemaal plekken waar Indo’s willen laten zien en bespreken wat Indo zijn voor hen betekent: ontwerpen uitwisselen voor tattoos, discussiëren over de vraag of je pinda genoemd mag worden, samen naar musea, of makanans organiseren en naar Indo parties gaan. Is dit dan de nieuwe manier om met Indisch zijn bezig zijn? Ja, ik denk dat dit soort activiteiten een groot deel van de nieuwe Indische cultuur vertegenwoordigt. Indisch zijn is niet alleen het herdenken en koesteren van wat ooit was, maar op een eigen, nieuwe manier het Indo zijn beleven: samen feesten, eten, drinken, praten en discussiëren.

Dat is allemaal ook ontzettend leuk en belangrijk, maar er gebeurt meer. Dingen die niet meteen zo zichtbaar zijn. Sommige jonge Indo’s durfen eindelijk hun ouders of grootouders de vragen te stellen die nog nooit gesteld of beantwoord zijn, en doorbreken daarmee bepaalde Indische (familie)taboes en herontdekken de complexe Indische geschiedenis. Velen gaan met familie en vrienden of op hun eigen houtje naar Indonesië om te voelen waar hun ouders en grootouders vandaan komen. En ik ken meerdere Indo’s die een tijdens hun studie onderzoek deden naar Indische thema’s zoals de Indische diaspora, de nieuwe Indische identiteit in Nederland en de repatriëring. Jongeren die meer willen weten over de geschiedenis, zelf vragen gaan stellen en beantwoorden en geen “soedah laat maar” meer willen horen.

Want het historisch besef is over het algemeen mager. Ook lange tijd was dat bij mij zo. Want net als de meeste anderen kreeg ik tijdens de geschiedenisles een veel te beperkt en te ongenuanceerd beeld over de koloniale geschiedenis en Nederlands-Indië. We hoorden daar nauwelijks iets over en dat vind ik eigenlijk schandalig. Het ergste is nog, dat dat voor zover ik weet nog steeds zo is. Dus ja, dan maar zelf uitzoeken. En wat voor dingen zouden jongeren dan willen weten? Volgens mij leven bij veel Indo’s vragen als Wat is precies het verschil tussen Indië en Indonesië? Waarom gingen mijn ouders eigenlijk precies naar Nederland? Waarom noemt men dat repatriëren? Maar ook vragen die veel verder gaan dan dat: Waarom Waarom zeiden ze weinig over die tijd? Wat was de reden dat ze zich zo ontzettend probeerden aan te passen aan de Nederlandse cultuur? Waarom kregen mijn ouders en grootouders in hun ogen niet de herkenning die zij wilden?

Dit soort vragen zijn belangrijk en dragen bij aan de vorming van een eigen identiteit die te maken heeft met zowel de Nederlandse geworteldheid als de Indische achtergrond van de 3e en 4e genetatie. Ik denk dan ook dat er geen genuanceerd Indisch zijn mogelijk is als je de geschiedenis niet kent. De jongeren van nu, en dus niet alleen Indo’s, moeten alleen op andere manieren worden bereikt. Liever geen stoffige archieven in de kelders van grijze musea of lange lezingen waarin de taal van de jongeren niet wordt gesproken. Daarom ben ik blij dat er steeds meer wordt georganiseerd voor Indische jongeren tijdens festivals zoals Pasar Malams, ja, maar dan ook graag door jongeren en op een jonge manier. Jongeren bereiken via tijdschriften, natuurlijk, waarom niet? Maar laat de derde en vierde generatie Indo daar dan ook zijn belevenissen in schrijven en de vragen stellen die zij beantwoord willen zien. Herinneringscentrum Bronbeek: ja, ook. Laat jongeren meebeleven wat Indische cultuur is. Samen met de oudere generatie. Maar ook hier is het belangrijk om aansprekend genoeg te zijn voor een jong publiek.

De Indische cultuur moet (straks) gedragen gaan worden door de jongere generatie. Jongeren moeten daarom meer worden aangesproken en er moet meer ruimte worden gecreëerd voor het geluid van jonge Indo’s die een plek zoeken om met Indisch zijn bezig te zijn. Een voorbeeld is deze blog… Indo’s van de derde en vierde generatie: wees actief, stel je vragen, zoek de informatie die je wilt en vooral: laat je horen!

Dit is Indisch 3.0

Indisch 3.0 (www.indisch3.nl) is een weblog waarop de derde generatie Indische Nederlanders zich uitspreekt. Met maatschappelijke betrokkenheid, eigen creativiteit en oprechte verwondering willen de redacteuren Indo’s in binnen- en buitenland aanzetten tot het ontwikkelen van een onafhankelijke visie op hun Indische wortels.

De naam, Indisch 3.0, verwijst naar de derde generatie Indische Nederlanders die elkaar via internet hebben weten te vinden. De onbescheiden ambitie is daarmee een continu verrassende impuls te geven aan een zichzelf vernieuwende, maar onmiskenbaar Indische, cultuur. Indisch 3.0 is in 2008 opgericht door Kirsten Vos en Ed Caffin en is al ruim 60.000 keer bezocht, uit Nederland en ver daarbuiten.

Er zijn talloze fora en websites over de Indische cultuur. Veel daarvan richten zich op het niet altijd correct vertellen hoe de Indische cultuur in elkaar zit, of hameren er vooral op dat je eerst aan bepaalde criteria moet voldoen, voordat je mag zeggen dat je een Indo bent. Sommige jongeren voelen zich op hun gemak bij zulke duidelijke grenzen en eenduidige definities van het Indische.

Indisch 3.0 richt zich ten eerste op jongeren die het Indische in zichzelf zélf willen ontdekken, door het stellen van die ene vraag: ‘Wat is Indisch?’, onmiddellijk gevolgd door: ‘Ben ik Indisch?’. Daarnaast wenden we ons tot die Indo’s die allang antwoorden hebben en willen ondernemen. Aan die verscheidenheid wil Indisch 3.0 alle ruimte geven.

Makassar, Toraja en de Togean Islands

Amsterdam, 9 april 2008
door Ed Caffin

Ik reis graag door Indonesië. Vorig jaar ging ik samen met mijn twee oudere broers. Een deel van de reis ging door Sulawesi. Het verslag dat ik over dat stuk van de reis schreef verscheen eerder in Indonesie Magazine:

Mijn twee broers en ik maken een reis over Sulawesi, een eiland van enorme afmetingen in het midden van de Indonesische archipel. Op het grillig gevormde eiland, dat vroeger Celebes werd genoemd, wonen ongeveer net zoveel mensen als in Nederland.

Makassar

Vanaf het snikhete Surabaya nemen we het vliegtuig naar Makassar, de zuidelijke havenstad op Sulawesi, die ook wel Ujung Pandang wordt genoemd. Aan het eind van de middag komen we aan op het vliegveld, dat vrij ver van de stad ligt. Na een lome taxirit komen we pas tegen het vallen van de duisternis in het centrum van de stad aan.

We vinden een vriendelijk en vlekkeloos hotel, vlakbij het oude centrum van de stad. Makassar heeft een belangrijke en interessante geschiedenis. Vanuit hier ondernamen de Buginezen, een dapper zeevaardersvolk, eeuwenlang verre tochten door de Indonesische archipel. Later controleerde de VOC vanuit hier de belangrijke handelsroute tussen het westelijke en oostelijke gedeelte van de toenmalige kroonkolonie. Het vlakbij ons hotel gelegen Fort Rotterdam herinnert aan die tijd. Het door een lokale Sultan gebouwde fort werd halverwege de 17e eeuw door de VOC veroverd en verbouwd tot een vesting vlak aan de kust. Het is prachtig gerestaureerd en wordt dag in dag uit druk bezocht door grote groepen, veelal lokale toeristen.

Wanneer we de volgende dag naar binnen willen, houdt een groepje gillende schoolkinderen ons al bij de ingang tegen. De kinderen verzamelen zich om ons heen en willen Engels praten. Ze schieten echter meteen verlegen lachend weg wanneer ze door een van ons worden aangesproken.

Naast de groepen schoolkinderen blijkt er ook een vereniging van lokale studenten rond te lopen. Ze studeren talen en spreken elke zondag af in het fort om dan op zoek te gaan naar gesprekspartners. Als enige buitenlandse toeristen zijn we het continue aanspreekpunt. Urenlang lopen we door de verschillende toonzalen van het museum en de binnentuin, steeds vergezeld van clubjes leergierige studenten met opschrijfboekjes.

Als we eenmaal buiten zijn, rusten we uit bij Pantai Losari; langs de grote boulevard aan zee. Hier gebeurt het. Tientallen stelletjes, gezinnen en andere mensen vermaken zich met het kijken naar spelende kinderen in het water en voetballende jongens op het plein. Frisdrank- en snackverkopers wurmen zich door de groeiende menigte heen, hun koopwaar luid aanprijzend. Ondertussen observeren wij van afstand de bedrijvigheid op de boulevard, tegen de kalme achtergrond van de langzaam ondergaande zon.

Tanah Toraja

Na een aantal dagen vertrekken we met de nachtbus naar Tanah Toraja. In het donker passeren we Danau Tempe en Enrekang en rijden we in de richting van Makele. Het wordt al licht en door de beslagen ramen van de bus zijn de eerste glimpen van de schitterende Sadanvallei al te zien. We vinden een hotel aan de rand van Rantepao, de hoofdstad van Toraja. De stad blijkt redelijk ingesteld op toerisme, hoewel we nauwelijks andere reizigers zien.

Een aantal dagen rijden we op brommertjes door de vallei. In de verschillende dorpjes, zoals Londa, Kete Kesu en Lemo, zijn er talloze bezienswaardigheden. Het adembenemend mooie gebied wordt bevolkt door vriendelijke mensen, die van alles vertellen over de gebruiken en gewoontes in de Toraja-cultuur. De mensen zijn christelijk, maar de cultuur kent ook veel oude, lokale tradities. Zo wordt het religieuze leven van de Toraja’s gedomineerd door uitgebreide ceremonies bij belangrijke gebeurtenissen als huwelijk of overlijden. Bij een begrafenis worden er bij voorkeur zoveel mogelijk buffels geofferd, waarbij de hoeveelheid offers de status van de persoon binnen de gemeenschap uitdrukt. De dode wordt daarna bijgezet in een ‘familiegrot’, waarvan we er verschillende zien. Omdat deze grafceremonies erg kostbaar zijn, is hier een veelgehoorde grap dat je beter met iemand kunt trouwen die geen ouders meer heeft, waardoor je een hoop kosten worden bespaard.

Centraal Sulawesi

Hoewel we nog meer hadden willen zien van Toraja, reizen we na een kleine week alweer in noordelijke richting verder. We staan midden in de nacht op en verlaten Rantepao in het donker. De reis gaat naar Ampana, een plaatsje aan de Teluk Tomini, de grote baai tussen Centraal- en Noord-Sulawesi. In de auto kijk ik op de kaart. We moeten de Trans-Sulawesi snelweg nemen, die van het zuiden, helemaal naar het noordelijkste puntje van het eiland loopt. Via Palopo, Pendolo en Poso, waar de snelweg afbuigt naar het noorden, kunnen we langs een smalle kustweg in Ampana komen.

Tijdens het eerste deel van de reis rijden we urenlang over een smalle, kronkelende weg. In de schemering komen de beboste binnenlanden tevoorschijn, maar ik word langzaam wagenziek. We rijden maar door en ik voel me beroerd. Wat een vreselijke reis! Als de weg eindelijk beter wordt, en ik me wat beter voel, krijg ik meer oog voor de mooie natuur. Rond de middag stoppen we bij Danau Poso, een uitgestrekt meer aan de rand van het tot voor kort onrustige gebied, en eten een eenvoudige maaltijd. Het is prachtig hier en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat hier kort geleden nog zoveel problemen waren.

Tegen de avond bereiken we Ampana en vinden een hotel aan het water. We worden uitgenodigd voor het avondeten bij de familie van de eigenaar. Het plan is morgen de overtocht te maken naar de Togean Islands en we vragen advies. Hij blijkt zelf accommodatie te hebben op een van de eilanden, en biedt ons aan ons mee te nemen in zijn eigen boot. We stemmen in en spreken voor de volgende dag af.

Togean Islands

Het kleine houten bootje ligt die ochtend al klaar langs de steiger voor het hotel. Mannen laden nieuwe voorraden in, de hoteleigenaar geeft aanwijzingen vanaf het strand. Onze tassen worden snel tussen de balen rijst en dozen met andere voorraden gelegd en we springen aan boord.

Het is een ongelooflijk mooie tocht: vliegende vissen springen uit het spiegelende water rond de boot, de blauwe zee is kalm en aan de horizon komen de eilanden langzaam dichterbij. Na vijf uur komen we ten slotte aan op Pulau Kadidiri, een van de kleinste eilanden van de eilandengroep.

Rond de Togeans zijn talloze koraalriffen en is er een grote variëteit aan exotische dier- en plantensoorten. We zwemmen, duiken en snorkelen een paar dagen, eten heerlijk en genieten volop. Ons bungalowtje ligt aan het strand en vlakbij strekt een pier van zongeblakerde houten planken een meter of honderd uit in zee. We zitten bijna op de evenaar en de zon brandt fel. Ook hier zijn we de enige reizigers. Zittend op onze veranda kijk ik om me heen en besef ik me dat ik weinig méér kan wensen. Het is het absolute hoogtepunt van een geweldige reis: we zijn in een paradijs beland.

Terug?

We willen niet meer naar huis en na een dag of vijf vertrekken we met grote tegenzin. Die dag zal er vanaf een haventje op een groter eiland in de buurt een boot naar Gorontalo gaan, een provinciestad in het noorden, waarvandaan we met het vliegtuig terug naar Bali kunnen komen. Terwijl onze tassen weer in het bootje worden geladen, nemen we afscheid van de eigenaar. Totdat we in de haven aankomen, en beginnen aan de lange tocht naar huis, is het erg stil aan boord. Wat waren we graag gebleven!