Terence Schreurs als moeder Winnie in nieuwe tv-serie ‘Zusjes’

“Deze rol is een mijlpaal voor mij als actrice”

Aanstaande zondag begint bij de NTR de nieuwe televisieserie ‘Zusjes’, met Charlie Chan Dagelet als zusje Mitzi en Chloé Leenheer als Evi. De Indische zusjes gaan samen op kamers en proberen met – en zonder – elkaar vorm te geven aan hun eigen leven terwijl hun ouders de grip steeds meer lijken te verliezen. Terence Schreurs (o.a. GTST, De Punt en Ver van familie) speelt de rol van moeder Winnie. Ik spreek haar over acteren, de moederrol en de Indische lading van ‘Zusjes.’

“De regisseur belde mij en zei: ‘Terence, deze rol is voor jou en het is jouw verantwoordelijkheid wat je ervan maakt.’ Ik voelde een combinatie van gretigheid en onzekerheid. Het komt niet vaak voor dat ik een grote rol in productie heb, als een van de hoofdrolspelers. Dat doet veel met me. Want van acteren word ik meer dan gelukkig. Als team team, acteurs en crew, mag je een nieuwe wereld te creëren, waar mensen van mogen genieten. Dat is een grote verantwoordelijkheid.”

“Van acteren word ik meer dan gelukkig.”

Moederrol
“Hoe het is om voor het eerst de rol van een moeder te spelen? Het is een mijlpaal voor mij als actrice, op meerdere manieren, professioneel en emotioneel. Ik ben 37. Veel mensen om me heen hebben kinderen. Sommigen hebben zelfs meteen na de middelbare school kinderen gehad, dus zij hebben kinderen in de leeftijd van Mitzi en Evi. Om me op deze rol voor te bereiden, ben ik veel in contact geweest met ze. ‘Hoe ervaar jij vader of moeder zijn,’ vroeg ik ze. Prive kan ik de tips die ik kreeg nog wel eens gebruiken, maar voor de rol van Winnie niet.”

“De verhalen over onze Indische en Molukse families, gaven extra lading aan de scenes.”

Ogen sluiten
“Voor Winnie gaat alles om een schoon en glimmend huis. Ze sluit de ogen voor waar ze werkelijk in staat. Ze wil het leven dat ze leidt niet zien, ze leeft in een sleur maar wil de sleur niet zien. Veel tips van mijn vrienden draaiden om open en directe communicatie. Bij de Indische Winnie niet. Wat mij het meeste aansprak in deze serie was dat ik de verantwoordelijkheid kreeg voor een rol die zo ver van me af stond. En nu voel ik voor het eerst de kriebels, dat ik het fantastisch zou vinden om zelf kinderen te krijgen.”

“Dat het een overwegend Indisch-Molukse cast is, merkten we vooral in de voorbereidingen, de repetities. Dáár deelden we de verhalen. Ik beleefde de scenes wel intenser vanwege mijn eigen Moluks-Nederlandse achtergrond. Charlie is geloof ik een kwart Moluks, maar niet zo opgevoed. Zij en Chloe hebben veel gehad aan de verhalen van Anneke Grönloh (oma Toetie, KV). Ik heb bijvoorbeeld verteld over de eerste keer dat mijn moeder weer in Biak was. Zulke verhalen en meer, zoals Anneke die over de Jappenkampen vertelde, gaven extra lading aan scenes.”

“Elke emotie gaat door de maag.”

Terence Schreurs by Rayzor Sharp
Terence Schreurs by Rayzor Sharp

Stilstaan in de tijd
“Nee, mijn ouders hebben ons niet opgevoed met verhalen van vroeger. Ze wilden ons vrij van verleden op laten groeien en voorkomen dat we als kind al die woede zouden voelen, waardoor je stil kan blijven staan in de tijd. Maar natuurlijk heb je wel je eigen ervaringen, zoals de bruiloften, verjaardagen en kerkbezoeken. Die waren altijd feest. Zelfs nu, nu de eerste generatie verdwijnt en er vooral begrafenissen zijn. Elke emotie gaat door de maag. Dus er is standaard veel eten.”

Hoofdrol
“Als actrice zou ik, en het is misschien een cliché, maar dit is hoe ik het voel, graag vaker een hoofdrol willen spelen in een grote productie die het grote publiek bereikt, al weet ik dat mijn uiterlijk daar niet in meewerkt. Waarom? Nou, kijk, het gaat vaak ook om het plaatje. Voor een 18e eeuws kostuumdrama zoeken ze geen Indische hoofdrolspeelster. De plaatjes moeten passen.”

Mooie serie
“Aanstaande zondag komt de eerste aflevering van ‘Zusjes’. Wat ik tegen jullie lezers zou willen zeggen? Ik heb zelden zo’n mooie serie gelezen, van hoog niveau. Het script is van Tamara Bos, een dijk van een scriptschrijfster. Met deze serie krijgt de Nederlandse belastingbetaler waar voor zijn geld. ‘Zusjes’ zal je raken, of je het wil of niet.”

Logo Zusjes tv serie

Zusjes is vanaf zondag 27 oktober a.s. 9 weken lang te zien, op Nederland 3 om 19.00 uur. Meer weten over deze serie? Kijk op https://www.facebook.com/ZusjesNTR. Regie: Dana Nechushtan, Anna van der Heide. Scenario: Tamara Bos. Productie: BosBros en NTR. Zusjes kwam tot stand door financiële steun van het Mediafonds.

Ngroblog: Bahasa Indonesia (ondanks dat oma het verbiedt)

Mam, heb je een boekoe pienter voor ons? Ik wil onze kinderen graag Bahasa Indonesia leren. Omdat we straks op plekken komen waar wellicht alleen dialecten gesproken worden is dat wel handig om ons verstaanbaar te maken.  Hoe deden jullie dat trouwens vroeger? Spraken jullie met de baboe, de djongos, de kokkie en de kinderen op straat Nederlands of Indonesisch?

De getallen, hoe je jezelf voor te stellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven
De getallen, jezelf voorstellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven

Mijn moeder vertelde me dat er thuis absoluut geen pasar Maleis gesproken mocht worden. ‘Wij zijn Nederlanders en dit is onze moedertaal,’ werd er door je oma ingeprent en je kon een draai om je oren krijgen wanneer ze het toch hoorde. Toen ze in Nederland kwamen in ’51 spraken mijn ooms en tantes dan ook algemeen beschaafd Nederlands. Helaas bleken sommige Zeeuwen dan weer onverstaanbaar.

Om ons nog meer onder te dompelen in de cultuur en korte gesprekken te kunnen voeren ben ik begonnen om de kinderen enige woorden bij te brengen. Dit gaat heel speels met een Moluks kwartetspel en ook een Molukse memory hebben we op de kop kunnen tikken. Zo weten onze kinderen wat een rumah, een sapu lidi en zelfs een parang is. Ze spreken oma nu ook liefjes aan met nenek.

De spelletjes worden aangevuld met sprookjes van Wieteke van Dort. De liedjes die ze zowel in het Nederlands als in het Indonesisch zingt kennen ze nu helemaal. Mijn oudste noteert de vele woorden op een poster, zodat we het elke dag zien. En zo hopen we, ondanks dat oma het verbiedt, een aardig woordje Bahasa mee te kunnen praten.

P.s. Het kwartet- en memoryspel is te bestellen bij http://www.toko-buku.nl/spellen

Wilde woorden van Jet

Waar is het echte verhaal?

Vaak bespreek ik hier kwesties die alleen met ‘het Indische’ te maken hebben. Maar soms hoor ik uitspraken die door alle culturen en achtergronden heen nutteloos zijn. Zoals de recente veeg uit de pan van Bussemaker (ja, dezelfde Jet die er niet uitkwam met het Indisch Platform in 2009) aan het adres van niet-werkende moeders met een opleiding, in Trouw.

Kwaad
Delete, delete, delete. Zo ging het ongeveer toen ik via Twitter mijn ongenoegen probeerde te uiten over de recente uitspraken van minister Jet Bussemaker in Trouw. Waarom? Ik was kwaad en verontwaardigd over haar generaliserende, beledigende en nutteloze uitspraken. Bovendien: denkt ze nou echt dat zij daarmee “gehuwde, niet-werkende vrouwen” die voor de kinderen zorgen, motiveert weer te gaan werken?

Schuldig voelen
Bij deze quote hapte ik naar adem: “Natuurlijk helpt het als kinderopvang goed geregeld is. Maar vrouwen moeten ook af van dat eeuwige schuldgevoel over hun gezin. Ze zouden zich eerder schuldig moeten voelen over het feit dat de overheid zoveel in ze heeft geïnvesteerd.”

Eigen keuzes
Voor de duidelijkheid: ik ben een “gehuwde vrouw”, we hebben twee kinderen en we werken allebei. En ik ben het ongelooflijk oneens met haar uitspraken.Van Bussemaker’s redenering deugt natuurlijk geen klap. Je wil goede kinderopvang omdat je van je kinderen houdt, niet uit schuldgevoel. En wat jij met je opleiding doet, is je eigen keuze. Daar heeft zij niets over te zeggen. Maar goed.

Je wil goede kinderopvang omdat je van je kinderen houdt, niet uit schuldgevoel.

Meer vrouwen aan het werk
Waar ik me kwaad over maak, is wat Bussemaker niet zegt. Jarenlang is het verhaal in Den Haag dat het goed is voor Nederland dat er meer vrouwen aan het werk gaan. Dus komt er een kinderopvangregeling en een ouderschapsverlofregeling. Daarmee pakt de overheid  twee problemen – redelijk – grondig aan en de vrouwenparticipatie op de werkvloer neemt langzaam aan toe.

Op de werkvloer
Eenmaal op die werkvloer waren er ook problemen: ongelijke betaling voor hetzelfde werk en te weinig vrouwen in de top van bedrijfs- en bestuursleven. In Den Haag is daar nooit een eenduidig beleid voor gekomen. Aan een quotum willen ‘we’ niet, en voorschrijven dat mannen en vrouwen voor hetzelfde werk hetzelfde loon krijgen ook niet, blijkbaar.

Bezuinigen
Vervolgens komt er een economische crisis en de regering moet bezuinigen. De ouderschapsverlofregeling was onder Rutte I al versoberd, onder Rutte II gaat ook de kinderopvangregeling op de schop. ‘Iedereen gaat het voelen,’ is het verhaal. Zo ook ouders – vaders én moeders – van opgroeiende kinderen, begrijpelijk.

Zelf oplossen
Maar is dat het eerlijke verhaal dat Bussemaker vertelt? Nee. Ze zegt niet: ‘Werkende moeders van Nederland, het spijt me dat jullie niet verder komen op de werkvloer. Ik zou jullie graag willen helpen, maar ik heb geen geld. Jullie moeten het zelf oplossen.’

Gebrekkige vrouwenemancipatie is blijkbaar de schuld van moeders die niet werken.

De schuld
Wat Jet doet, is zeggen dat de gebrekkige vrouwenemancipatie de schuld is van moeders die niet werken. Ze spreekt dus de groep aan waar verandering het lastigst is – want ga maar eens een baan vinden momenteel –, op een manier waar de honden geen brood van lusten en ook nog eens zonder een oplossing voor werkende moeders die wel door willen naar de top.

Slecht beleid
Ik ben nog niet eerder opgekomen voor ‘vrouwenrechten.’ Sterker nog, ik heb me in het – recente – verleden uitgesproken tégen beleid voor vrouwenemancipatie. Maar deze kwestie gaat helemaal niet om vrouwenrechten. Deze kwestie gaat om slecht beleid, weinig geld en een beschamend gebrek aan omgangsvormen.

Als de minister van OCW zich daar nou eerst eens kwaad voor maakt, dan zorgt niet-werkend moederend Nederland gewoon weer voor hun gezinnen. Met of zonder opleiding.

Ngroblog: Vragen stellen…

Mijn moeder overleed in 2011 en had Alzheimer.

Het beste bewijs dat dementie een soort sluipmoordenaar is, wordt geleverd in de bijzondere film ‘The Curious case of Benjamin Button’. De film brengt de gedaanteverandering prachtig in beeld. De ziekte herbergt verschillende thema’s voor mij. Het gaat over verlies, boosheid, onbegrip, verdriet. Daar kan ik een theatervoorstelling overmaken, oh… idee?!!

Op het moment van afscheid nemen, loslaten, zijn er de vragen. De dingen die je graag had willen weten. Ik heb mijn moeder de vragen over vroeger niet meer kunnen stellen.De kloof van generaties? Zij, ouders, deelden weinig, wij, kinderen, vroegen te weinig?

Ik kies ervoor om niet meer in de valkuil van (valse) bescheidenheid te stappen. Dit jaar is mijn jaar van het vragen stellen. Het is een gesprekstechniek, die niet per definitie in mijn DNA zit. Zie mijn vorige blog, over kinderen, die vragen…

In het onderstaande filmpje zit mijn vraag aan jou.


De weg van samen naar Een, zit vol met vragen…

Ik wens je een plezierige dag vol vragen!

Ngroblog: In het hier en nu

In de tijd waarin we leven – crisis, massa ontslagen, weinig werk, faillissementen – kunnen dromen heilzaam werken. Ze geven hoop en energie om vol te houden, ook als het tegenzit. Marinus Knoope zegt daar het volgende over in zijn boek De Creatiespiraal: ‘Dromen moeten een realistisch perspectief hebben’.

Met andere woorden van dromen alleen, kunnen we niet leven. Als je wilt dat een droom in de toekomst uitkomt, zul je er vandaag hard aan moeten werken. In de afgelopen dagen ben ik een paar keer geconfronteerd met het functionele aspect van mijn dromen. Om ze te verwezenlijken, moet ik kiezen, niet alles kan tegelijk. ‘I have to kill my darlings’.

Schrappen, doorschuiven, bijstellen, alles wat helpt om tot realisatie te komen.

In het hier en nu betekent dat ik meer moet durven te vragen. Vragen om feedback, om hulp, om werk, om een opdracht, enzovoorts. Leuk… als je bedenkt, dat ik uit een gezin kom, waar het spreekwoord geldt: ‘kinderen die vragen worden overgeslagen’… 

Ngroblog: Gandong (Samen zijn wij één)

Een emotioneel lied. Over broederschap, eenheid, gemeenschappelijk. Ik heb het laatst eens vrij vertaald naar het Nederlands. Eén regel in het refrein vind ik wel heel bijzonder… : “Laat mij jou toch dragen… ik draag jou als mijn broeder” 

Voor een ieder de vraag om deze woorden eens voor zichzelf te wegen. Het lijkt een soort appèl om elkaars lasten te dragen. Een meer positievere insteek zou zijn dat door de last samen te dragen, deze als minder zwaar wordt ervaren. Soort gedeelde smart, halve smart.

Ik haal ook een uitdaging uit het lied. Hoe blijf je trouw aan jezelf binnen een dergelijk broederschap, gemeenschap? Is dat een dilemma van een 3.0 generatie?  Indisch, Moluks, Surinaams-Javaans enzovoorts… Een kernwaarde als klaar staan voor elkaar betekent niet jezelf compleet wegcijferen.
Ik voorzie een mooie beweging in het hier en nu:

Vanuit de symbiose van samen, de deur openen naar jezelf.
Gandong-e (liedje start vanaf 4e minuut in het filmpje)

Ngroblog: "Ik zal vertel Avontuur, echt gebeurd"

“Spreken is zilver, zwijgen is Indisch”

Mijn grootouders voldeden aan de uiterlijke kenmerken die we met z’n allen bestempelen als Indisch; een getinte huid, donker haar en klein van stuk.  Een zichtbaar Aziatisch uiterlijk dus.  Mijn opa had een echt Javaans uiterlijk en mijn oma had weliswaar een lichtere huid, maar in het gelaat waren duidelijk de Indische sporen zichtbaar. Net als bij mijn moeder en haar twee broers overigens. Bij mij en mijn jongere broer hield het blijkbaar op. Wij zijn weliswaar allebei niet lang uitgevallen, maar verder zijn wij twee typisch Hollandse jongens met (donker)blond haar,  licht gekleurde ogen en een blanke huid. En toch voel ik mij Indisch.  

18 was ik, toen ik mij meer ging verdiepen in het koloniale verleden en mijn Indische roots. Helaas heb ik geen vragen meer kunnen stellen aan mijn grootouders, zij waren toen al overleden. Mijn  moeder weet slechts in grote lijnen hoe het leven in Nederlands-Indië  was, omdat ze 6 jaar was toen ze naar Nederland kwam. In 2009 ben ik samen met mijn jongere broer en mijn ouders voor een maand naar Indonesië gegaan. Mijn moeder vond dat wij op zijn minst één keer gezien moesten hebben waar zij haar eerste levensjaren doorgebracht had.  Deze reis heeft op mij een behoorlijke indruk gemaakt en heeft mijn interesse voor het koloniale verleden van mijn familie nog meer aangewakkerd.

Een jaar of twee geleden kreeg ik te horen dat mijn opa zijn “memoires” opgeschreven zou hebben en dat dit in het bezit was van mijn ouders. Het zou ergens in de garage van mijn ouders liggen, tussen de dozen en foto’s van mijn (inmiddels overleden) opa en oma. Het zou dus een hele klus worden het ook daadwerkelijk te vinden. “Ach dat zijn verhaaltjes van opa, niets bijzonders” aldus mijn moeder. Zij hechtte  er blijkbaar niet al te veel waarden aan. In een tijdsbestek van ongeveer een jaar heb ik er meerdere malen om gevraagd, maar telkens kreeg ik te horen dat het nog niet boven water was. Uiteindelijk zei mijn moeder dat ze het waarschijnlijk weggegooid had.  Ik was boos. Ik was inmiddels zo nieuwsgierig geworden.

Na de reis door Indonesië, ben ik boeken over Nederlands-Indië  gaan lezen. Romans, geschiedenisboeken,  tijdschriften en websites. Maar al dat lezen gaf mij geen antwoord op de vragen die ik had over mijn familiegeschiedenis.  Waar hebben ze gewoond en gewerkt? Hoe zijn zij de bezettingstijd door de Jap doorgekomen? Hoe hebben zij de Bersiap ervaren?  Ik baalde dat de memoires van mijn opa weggegooid waren!

“Ik heb het boek van opa gevonden” zei mijn moeder.  Het was inmiddels weken geleden dat mijn moeder had medegedeeld het boek waarschijnlijk weggegooid te hebben.  Ik wilde het meteen zien.  Het was een klein wit multomapje, A5 formaat. Gevuld met  handgeschreven velletjes papier. Op een aantal pagina’s zijn foto’s geplakt. Ondanks het kleine formaat van de multomap was het een lijvig boekwerk geworden.
Op de eerste pagina staat: “Ik zal vertel avontuur,  echt gebeurd” en op de tweede pagina wordt meteen duidelijk waarom mijn opa zijn verhaal heeft opgeschreven: “ Een vriend vroeg mij: Willem waarom doe je dit? Ik zei: Omdat onze kleinkinderen niets weten van ons leven vroeger!” En dat klopt.

Momenteel ben ik bezig het verhaal te lezen en over te typen. Zodat het niet verloren zal gaan. Mijn opa heeft een prachtig handschrift maar door gebrek aan ruimte heeft hij soms zó klein geschreven dat ik mijn best moet doen om het te kunnen lezen.  Maar het is het waard!

Ook mijn moeder heeft inmiddels door dat het niet alleen maar “verhaaltjes van opa” zijn,  maar dat hij een deel van zijn stamboom heeft uitgeschreven, tot in detail beschrijft hoe zijn kinderjaren waren, wat zijn eerste baan was, waar ze gewoond hebben, en terloops schrijft hij over de oorlog.

Door zijn boek weet ik nu waar hij is geboren: De Suikerfabriek en Plantage van Krasaän. Via een  gespecialiseerde reisbureau weet ik dat deze fabriek nog steeds bestaat  en zal deze in mei van dit jaar gaan bezoeken. Hoe leuk is dat!

Ook mijn moeder blijkt meer interesse te hebben in het boek dan zij in eerste instantie liet blijken. Ik vroeg laatst aan haar waarom ze het zo laconiek had gereageerd op het feit dat opa zijn levensverhaal opgeschreven had, waarom ze dat bestempelde als “verhaaltjes” en de waarde er niet van inzag. “Omdat ik mij vroeger als kind schaamde voor mijn ouders, ze waren anders dan Hollandse mensen. Ik wilde ook Nederlander zijn, dat moest zelfs van mijn moeder, maar toch waren we niet hetzelfde. Je opa en oma hadden het zelden nog over Indië en als we dat wel deden, alleen over leuke dingen. Toen ik wat ouder was schaamde ik mij niet meer, het waren tenslotte mijn ouders ”.  Zodoende is het Indische verleden stilletjes op de achtergrond terecht gekomen.

“Spreken is zilver, zwijgen is Indisch” zou je over de 1e en 2e generatie Indo’s kunnen zeggen. Maar blijkbaar dacht mijn opa hier anders over. Ook al heeft hij zelf nooit veel gezegd toen hij nog leefde, vertellen doet ie nu wel. En verhalen zijn er om te delen. Precies de reden waarom ik blog op Indisch 3.0.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over huizen en verhuizen

Uit je comfort zone stappen, ik lees het net op Indisch 3.0. Ik hoor het anderen ook regelmatig zeggen. Op tv zie je dan dat mensen een huis (lees: lap grond met wat bakstenen erop) gaan kopen in Spanje en verbaasd zijn dat de aannemers ook manana niets doen. Het kan ook anders.

In de afgelopen drie jaar heb ik

  1. mijn vrijgezellenbestaan aan de klapperboom gehangen;
  2. mijn vaste baan opgezegd (een betrekking bij het gouvernement ja);
  3. mijn eenmanszaak ingeschreven bij de KvK;
  4. mijn ambities voor mijn eenmanszaak op een laag pitje gezet omdat ik zwanger was;
  5. de vader van ons toen nog aanstaande eerste kind op mijn adres ingeschreven omdat we elkaar pas 1,5 jaar kenden toen ik zwanger bleek te zijn en we nog niet officieel samenwoonden;
  6. ‘ja’ gezegd toen diezelfde vader me ten huwelijk vroeg;
  7. een geweldige bruiloft gehad;
  8. een heerlijk kind (ja, ik ben zo’n irritant trotse moeder) op de wereld gezet;
  9. om nog steeds onverklaarbare redenen mijn krullen moeten inleveren tegen stijl haar;
  10. een business plan opgesteld voor Indisch 3.0;
  11. datzelfde business plan in de koelkast gezet omdat ik in verwachting was;
  12. mijn huis te koop gezet;
  13. een retefijne compagnon voor Indisch 3.0 gevonden;
  14. een heerlijk kind (ja, ook de tweede) op de wereld gezet;
  15. een heerlijk neefje gekregen (ja, ook nog eens een irritant trotse tante)
  16. een paar pondjes erbij gekregen..

Als je dit zo leest, kan je het idee krijgen dat ik geen enkele comfort zone meer over heb. Niets is minder waar. Ik ben namelijk vreselijk honkvast. Ik kan de wereld aan als ik maar een veilige basis heb: mijn thuis. Zo veranderlijk als ik ben, zo saai ben ik als het op wonen aankomt. Daarvan wil ik graag meer van hetzelfde en zo lang mogelijk. Aan mijn inrichting wil ik nog best wel eens wat veranderen, maar verhuizen? Wat een nachtmerrie.

Als student heb ik op kamers gezeten. De tijd van mijn leven, heerlijk. En ik ben op uitwisseling geweest naar het buitenland, zeker. Het waren geweldige avonturen en ik kon ze aangaan omdat ik wist dat ik nog een ‘thuis’ had (ook al eindigde mijn eerste exchange program er in dat ik na afloop weer bij mijn moeder introk, want naar het buitenland gaan kan ook een killing avontuur zijn voor je relatie).

Alle veranderingen van de afgelopen drie jaar heb ik meegemaakt in de veiligheid van mijn eigen huis. Maar ook daar komt dit jaar een einde aan. We gaan het namelijk doen: verhuizen. En niet alleen uit dit huis. Ook uit deze stad. Ik ga weg uit Den Haag. En ik vind het eng. Oke, ik ga weliswaar niet heul ver weg (oké, ik blijf eigenlijk heul dichtbij want ‘zeg nou zelf, Voorburg Is toch bijna Den Haag?’). Maar dichtbij of niet, ik zal toch mijn oude, vertrouwde huisarts vaarwel gaan zeggen. De heerlijke speeltuintjes hier voor onze oudste. De fijne koffie- en lunchzaakjes. En niet te vergeten mijn moeder, zus en broer vrijwel om de hoek.

Ik geef dat alles niet zomaar op. Ik krijg een tuin. Geen auto’s in de straat. En ruimte. Dus ik weet waar ik t voor doe, mijn ultieme comfort zone verlaten. In de woorden van Bastiaan Ragas: ‘maar je krijgt er wel heel veel voor terug’ (sorry, inside joke voor net-mama’s en -papa’s).

Ngroblog: Uit de comfort zone

Ik hou van n beetje saai, van degelijk, voorspelbaar, vertrouwd, herkenbaar. Ik vind het fijn als de dagelijkse dingen gaan, zoals ik ze verwacht. Vaste routine, dito patronen. Het voelt veilig. Senang. Met andere woorden, alles dat niet aan bovenstaande zaken beantwoordt, verstoort. Handelingen, gebeurtenissen, die afwijken van de dagelijkse routines interrumperen het gelukzalige gevoel van senang zijn.

Waarom zou ik dat doen? Wat zou het me kunnen brengen? Spanning, onzekerheid, kwetsbaar, onveilig, onbekendheid. Allemaal dingen die ik niet prettig vind. Afkeuring, afwijzing, nog meer onzekerheid, weg is het gevoel van senang! Het voelt als vroeger op een Moluks feest, in een grote kring staan. Iedereen die kijkt naar de lege dansvloer en de band speelt toch echt jouw favoriete nummer. Maar… wie durft? Wie stapt die ring in en breekt de ban?

Een usi zus of zo stapt in, trekt giechelend en aarzelend een vriendin mee en samen dansen ze het liedje uit. De rest kijkt toe, wacht af, de één zie je aarzelen, de ander lacht wat schamper voor zich uit. De beweging oogst beurtelings afkeuring, bewondering, een glimlach en soms zelfs een medestander. Vandaag stap ik de kring in.  Het platform Indisch 3.0. Ik zal hetzelfde oogsten als die ene usi die de leegte betrad.

Het verlaten van de comfort zone betekent een belangrijke stap.

Het vergroot de zichtbaarheid. Dat is wat 3.0 voor mij inhoudt. De eerste generatie Molukkers is er nagenoeg niet meer. De tweede generatie nadert het einde. Hoe kunnen 3.0 generatiegenoten hun zichtbaarheid vergroten?
Het verlaten van de comfort zone. Die is voor iedereen anders. Voor de een betekent het begin van een eigen bedrijf, de ander een nieuwe baan, een vertrek uit de wijk, voor mij betekende het recent de moeizame relatie met mijn vader herstellen en vorig jaar het uitbrengen van mijn boek. En nu… bloggen op Indisch 3.0.
Mmm… ik voel me best senang.

En jij?

Kwetsbaarheid als kracht, uit de comfort zone

 

 

 

 

3.0 aan de studie: Ghitha Tutupoly

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Zal haar keuze vallen op een praktijkgerichte opleiding of gaat ze een studie volgen waar ze meer met haar neus in de boeken moet zitten? In deze serie ontmoet ik Ghitha Tutupoly. Een 16-jarige beleefde scholiere die mij weet te boeien met haar verhaal over haar Indische roots en haar voorbereidingen op een studiekeuze na de HAVO.

Indisch voelen
Ghitha is de jongste dochter uit een Indisch gezin, woonachtig in Leiden. Haar moeder is geboren in Jakarta en haar vader komt uit Malang. Op 7-jarige leeftijd bezocht Ghitha voor het eerst het land van haar ouders. Het was een ontdekkingsreis met toeristische uitstapjes. Ze vindt Indonesië heel speciaal. ‘Het is gewoon een gedeelte van jezelf.’ Op de vraag of Ghitha zich Indisch voelt, lacht ze: ‘Het is grappig, in Indonesië heb ik echt het gevoel dat ik Hollands ben, maar in Nederland voel ik me Indisch.’ Als vriendinnen Ghitha thuis ophalen, staat ze vaak nog niet klaar. ‘Ik kan soms zo chaotisch zijn, dat vind ik echt een Indische eigenschap. In Indonesië gaan de dingen niet gehaast en het woord stress komt zelden voor.’

Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Etiquette
In haar klas komt ze over als een beleefd meisje, bekent Ghitha. Ze begroet elke docent altijd vrolijk met ‘Goedemorgen!’, hoe slecht de dag misschien ook is begonnen. Ze lacht: ‘Ik wil niet dat andere mensen last krijgen van mijn slechte humeur.’ De beleefdheid naar docenten uit zich door hen met u aan te spreken. ‘Ik gedraag mijzelf altijd in een gezelschap.’ Wanneer ze bij vriendinnen thuis is geweest, bedankt ze hen hier altijd netjes voor. ‘Dat is de etiquette die ik van mijn ouders heb geleerd,’ legt ze uit. Op school heeft Ghitha geen Indische vrienden, wel bij haar sportclub van Pencak Silat. Ze komt daar veel Indische mensen tegen. Het is één grote familie.

Studiekeuze
Ter voorbereiding op haar studiekeuze bezocht dit spontane Indische meisje verschillende voorlichtingsavonden op hogescholen. Ghitha vertelt: ‘Pedagogiek heb ik altijd interessant gevonden. Vooral het bestuderen hoe kinderen of volwassenen in bepaalde situaties reageren en hoe ik daarbij kan helpen. Alleen is deze opleiding erg gericht op de theorie. Ik doe toch liever iets met mijn handen dan dat ik uren met mijn neus in de boeken zit,’ geeft ze toe. ‘Ik vind het leuker om praktijkgericht bezig te zijn.’ Om die reden lijkt de studie Hotel-en Eventmanagement Ghitha erg aantrekkelijk. In het hotelwezen kun je alle kanten op. Van gastvrouw zijn tot je bezig houden met het horecagedeelte.

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly
Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Stijlvolle hotels
Het liefste zou Ghitha tijdens haar studie stage gaan lopen in Indonesië. Tijdens haar vakanties heeft ze namelijk haar hart verloren aan de mooie hotels die daar gevestigd zijn. De creativiteit komt meer naar voren, vindt ze. De kamers zijn per verdieping ingericht in verschillende stijlen, dit geeft een aparte uitstraling. Zo is er voor ieder wat wils. Ghitha: ‘De hotels zijn stijlvoller ingericht. Ik vind het in Nederland vaak te overdreven chique of zijn de standaardkamers juist te eenvoudig. Maar ja, dat is mijn mening.’ Het is dus niet verbazingwekkend dat de opleiding Hotel- en Eventmanagement hoog op Ghitha’s verlanglijstje staat. Want stage lopen in zo’n mooi hotel, daar droomt ze van.