Een Hollands feestje in Den Haag

Verkeerde verwachtingen, halve verhalen en oppervlakkige gespreksleiders tijdens Writers Unlimited ’14.

Tekst: Kirsten Vos. Fotografie: Tabitha Lemon.

Het afgelopen weekend konden boekenwurmen en schrijvers aan hun trekken komen bij de 19e editie van het Writers Unlimited festival. Voor ons viel er weinig te halen. Het gesprek over ‘de grote vervreemding tussen oost en west’ viel nogal tegen, ondanks de gasten Ad van Liempt, Ian Buruma en Linda Christanty.

Aankondiging van De grote vervreemding, over de relatie tussen Nederland en Indonesië.
Aankondiging van De grote vervreemding, over de relatie tussen Nederland en Indonesië. Bron: www.winternachten.nl

Linda Christanty opende het optreden in zaal 1 –  gemiddelde leeftijd van het publiek: 50 jaar – met een vlammend betoog in Bahasa Indonesia over de koloniale overheersing van Indonesië. Christanty, die verwant is aan de uitgemoorde elite van Bantam, maakte korte metten met de Nederlandse neiging het koloniale verleden door een roze bril te willen zien.

Linda Christanty tijdens Writers Unlimited 2014. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2014.
Linda Christanty tijdens Writers Unlimited 2014. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2014.

‘De gedachte dat kolonialisme positieve en negatieve gevolgen zou hebben, is een domme uitspraak,’ wierp ze het publiek voor de voeten. ‘Die uitspraak zou leiden tot de onterechte conclusie dat kolonialisme zorgde voor uitwisseling tussen volken. (..) Kolonialisme is slecht, want het is slecht om een volk aan je te onderwerpen.’ Wat een verfrissende rechtlijnigheid. Weg met de nuance! Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Was het mijn verbeelding, of gingen de Nederlandse gasten in de zaal ongemakkelijk draaien op hun stoelen?

Christanty maakt korte metten met de romantische kijk op voor het koloniale verleden.

De Nederlandse vertaling van Christanty’s speech was te zien op tv-schermen, waardoor ik niet alles goed heb kunnen volgen – als je notities maakt, dan kijk je weg van het scherm en mijn Bahasa Indonesia stelt nog niets voor. Wel zag ik nog een storende fout in de vertaling; de soevereiniteitsoverdracht gebeurde op 27 december 1949, niet op 17 december. En nee, dat is geen detail. Het is net zo’n stomme fout als zeggen dat Nederland op 15 mei 1945 bevrijd is.

Maar goed. Zo’n opening beloofde wat voor het vervolg: de Nederlandse kant van het verhaal, verwoord door journalist Ad van Liempt en schrijver Ian Buruma. Beide heren zijn niet de minste en dragen aardig wat feitenkennis mee over Indië en Indonesië. Toch duurde het ruim een half uur voordat nota bene Ad van Liempt de gespreksleider Godfried van Run eraan moest herinneren dat we ‘terug moesten naar Indië.’

 

Ad van Liempt, Ian Buruma en Godfried van Run tijdens Writers Unlimited 2014 ©Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon
Ad van Liempt (links), Ian Buruma (midden) en Godfried van Run (rechts) tijdens Writers Unlimited 2014 ©Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon

Een of twee keer hoor ik iets boeiends. Zo meldt Ad van Liempt: ‘Het verlies van Indië heeft ons economisch relatief weinig gekost. Het Duitse Wirtschaftswunder heeft het verlies van Indië gecompenseerd.’ Het is een opmerkelijke uitspraak, die flinke impact heeft voor mensen die kennis hebben over de geschiedenis van de repatriëring. De uitspraak van Van Liempt is zelfs controversieel te noemen. Decennialang horen repatrianten dat Nederland moest terugkrabbelen uit de oorlog en daarom moesten zij hun overkomst, de kledingpakketten en meubels terugbetalen. Dus om nu te horen dat het verlies van Indië Nederland weinig heeft gekost, is op zijn zachtst gezegd cru.

Dus wat doet de gespreksleider daarmee?

Niets. Helemaal niets.

Sterker nog, al na een kwartier kondigt Van Run aan het gesprek af te ronden en stroomt de zaal leeg.

Grijze witte mannen praten niet over Indonesië. Need I say more?

Verbluft kijk ik naar mijn aantekeningen. Wat is hier gebeurd? Waarom is geen van de drie grijze witte mannen op het podium ingegaan op de spraakmakende speech van de Indonesische schrijfster? Waarom hebben Van Liempt, Buruma en Van Run meer tijd besteed aan de ‘displaced’ Russische kozakken dan aan de aangekondigde ‘grote vervreemding tussen oost en west’?

Terwijl we de zaal uit schuifelen, realiseer ik me schamper dat wat hier gebeurde, exemplarisch is voor hoe Nederland omgaat met het koloniale verleden en Indonesië. Met het beschuldigende vingertje wijzen naar Indonesië als het gaat om mensenrechten, maar als een Indonesiër zich dan eindelijk eens uitspreekt over het slechte karakter van de voormalige koloniaal heerser? Dan kijkt Nederland liever de andere kant op. Grijze witte mannen praten niet over Indonesië. Need I say more?

“Nou, die geschiedenisboekjes kunnen ook wel de kast in, ik heb zoveel nieuws geleerd van Ad van Liempt en Ian Buruma,” hoor ik een vrouw monter opmerken. Het is arabiste Petra Stienen, die er ook over tweet en refereert aan historische fouten waar Van Liempt ons op attendeerde, zoals de bevrijding die eigenlijk niet op 5 mei kwam. Of hoe de capitulatie niet in Hotel de Wereld getekend werd. Waren wij dan de enigen die hadden willen weten wat de sprekers te zeggen hadden over de vervreemding tussen oost en west?

petra_stienen
Alle geschiedenisboekjes in de prullenbak na tien minuten met @ian_buruma en @advanliempt over periode in Nl en Europa rond 1945 bij #wu14
18-01-14 20:36

In de hoop het festival te verlaten met een enthousiast gevoel, wachten we op het optreden van de Fins-Indonesische Kira Wuck. Deze veel gelauwerde jonge dichteres leest ‘de tekst van haar leven’ voor; een passage uit Vogels die vlees eten, van Thijs de Boer. Hoewel het een knap geschreven tekst is, die mij nieuwsgierig maakt: als ik lees dat iemand de tekst van haar leven gaat voorlezen, verwacht ik dat die tekst van levensbelang is geweest.

Waarom deze tekst, vraagt interviewster Tanja Jadnanansing aan Wuck. ‘Het verhaal neemt onverwachte wendingen.’ Tja. ‘En daarom is dit de tekst van je leven?’ zou een logische vervolgvraag zijn. Maar Jadnanansing glimlacht alleen maar en knikt.

Kira Wuck (midden) over de tekst van haar leven © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon
Kira Wuck (midden) over de tekst van haar leven © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon

Hoewel ik niet twijfel aan het talent van Kira Wuck, vind ik ook dit gesprek een gemiste kans. Los van het ongemak en de verlegenheid dat van de alom geprezen dichteres afstraalt, laten de twee presentatoren steken vallen. ‘Dit boek is een van mijn drie lievelingsboeken,’ vertelt Wuck een paar minuten later. ‘In alle drie de boeken hebben de personages een bepaalde onverschilligheid naar het leven toe.’ Deze – fascinerende – bekentenis zou je kunnen aangrijpen om de verdieping te krijgen die ‘de tekst van je leven’ impliceert, zoals:

  • ‘Wat vind je zo interessant aan personages die “een onverschilligheid naar het leven toe hebben”?’
  • ‘Je hebt een Finse moeder, een Indonesische vader en bent opgegroeid in Nederland. Word je daar onverschillig van?’
  • ‘Wat is het aan onverschilligheid dat je zo boeit?’
  • ‘Ben jij onverschillig?’

Nee hoor. Niets van dat alles. We geven het op en verlaten het festival. Zelfs de relaxte MC en DJ in de foyer kunnen deze avond niet meer redden. 

Door verkeerde verwachtingen, halve verhalen en oppervlakkige gespreksleiders verlaten wij de zaterdagavond van dit literaire festival met het gevoel dat we te gast waren op het verkeerde feestje. Een erg Hollands feestje.

MC Francis Broekhuijsen in de Theater Foyer Writers Unlimited 2014 © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon
MC Francis Broekhuijsen in de Theater Foyer Writers Unlimited 2014 © Indisch 3.0 2014 Tabitha Lemon

Tastbaar Verleden in het hier en nu

Nederlands-Indië is hip in Indonesië. Wat is er aan de hand?

Aankomende dinsdag ben ik te gast als spreker op een avond over culturele identiteit en herwaardering van gezamenlijk erfgoed van Nederland en Indonesië. Een programma georganiseerd door Stichting Tastbaar Verleden en de Nederlands-Indië Tafel, Geschiedenis Tafel en de Kunst en Cultuurtafel van de Koninklijke Industrieele Groote Club met vier sprekers over artistieke inspiratie en persoonlijke verhalen – en natuurlijk een heerlijke rijsttafel.

De avond is de aanloop naar een grote kunstmanifestatie in 2015 in Nederland èn Indonesië. Dat jaar is het zeventig jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dat de republiek Indonesië werd uitgeroepen. In dit toekomstige herdenkingsjaar zullen tien Nederlandse en tien Indonesische hedendaagse kunstenaars (beeldend kunstenaars, filmers, schrijvers, theatermakers, dichters, componisten etcetera) met nieuw werk reflecteren op het breukvlak in een gedeelde geschiedenis. Centraal staat daarbij de vraag wat de invloed van deze gedeelde historie is op hun identiteit.

Een gedeelde geschiedenis
Deze gedeelde historie is precies waar ik het over wil hebben dinsdagavond. Er kan veel gezegd worden over het (voort)bestaan van een Indische identiteit bij de jongere generaties Indo’s. Zoals de stichting het formuleert in de aankondiging: “Tweede en 3e generatie Indische Nederlanders worden zich steeds meer bewust van hun persoonlijke identiteit en erfgoed van ouders en grootouders. Met het vergrijzen en verglijden van de eerste generatie verdwijnt ook de mondelinge overlevering in rap tempo.”

Ik ben niet bang voor het verdwijnen van het Indische.

Toch ben ik niet bang voor het verdwijnen van ‘het Indische’. De mondelinge overlevering van geleefde herinneringen (van ervaren gebeurtenissen) zullen verdwijnen. De laatsten van de eerste generatie, onze grootouders, zullen er niet meer zijn om het na te vertellen. Maar als we goed hebben geluisterd, en tussen de regels door hebben gelezen, is er een hoop wat we weten. En dan is er nog de tweede generatie, onze ouders, om de verhalen door te geven. Een kanttekening is dat zij het niet zelf hebben ervaren, en er meer ruis is. Maar de ruis is er altijd al geweest.

Ook geleefde herinneringen zin sterk gekleurd door de persoon die het verteld, door trauma, door zeer uiteenlopende persoonlijke situaties, door het bagatelliseren van ongemak. Ondanks dat heeft de eerste generatie een gezamenlijk verleden overgedragen. Hetzij gekleurd, maar welke (post-)herinnering is dat nu niet? Ook nostalgie is gekleurd door een roze bril, maar daardoor niet minder waar.Ook met het wegvallen van de eerste bron hebben we een gedeelde historie. Dat weten we, nu moeten we ervoor zorgen dat we het niet vergeten, en herinneren in het hier en nu.

Nostalgie is gekleurd door een roze bril.

Ons gezamenlijke erfgoed: een trending topic in Indonesië en Nederland
De andere drie sprekers zijn:
Hans Goedkoop, historicus, schrijver en TV presentator van o.a. Andere Tijden en bestuurslid van de Stichting Tastbaar Verleden vertelt over zijn boek ‘De Laatste Man’, het verhaal van zijn grootvader, generaal-majoor Van Langen, de man die in 1948 Soekarno arresteerde.
Ben de Vries, senior beleidsmedewerker van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, vertelt over het hedendaags gebruik in Indonesië van gedeeld erfgoed.
Bo Tarenskeen, toneelschrijver, acteur en filosoof, over het Nederlands-Indische perspectief als “condition humaine”.
Dinsdag 10 september 2013 om 18.00 uur
KIGC, Dam 27 in Amsterdam.

Programma:

18.00 uur Borrel en ontvangst
18.45 uur  Presentaties

Voor niet-leden van Koninklijke Industrieele Groote Club:
Als je op deze bijzondere avond aanwezig wilt zijn dan ben je van harte welkom. Stuur dan een e-mail naar Marga Bosch (mgbosch@smartartvise.nl). Geef dan de namen van die personen op samen met zijn/haar e-mail adres voor de bevestiging vanuit de IGC. De borrel en de rijsttafel zijn op eigen rekening.

Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

PhotoFriday #3: Wim Manuhutu over Sinterklaas

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

‘Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van Nederlands’

Deze PhotoFriday #3 bespreekt historicus Wim Manuhutu de Sinterklaasviering in Nederlands-Indië. De gekozen foto komt uit de collectie van het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum. Deze foto’s komen uit albums die zijn gevonden door Nederlandse militairen in verlaten huizen vlak na de oorlog. Nu, meer dan zestig jaar later, worden deze overgebleven albums gedigitaliseerd en zullen binnenkort online te bekijken zijn.

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum
Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

Europeanen vieren feest
In de aanloop naar pakjesavond op 5 december hebben we alvast deze foto van een Sinterklaasviering bemachtigd. Indisch 3.0 vraagt zich af wat de betekenis van het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indië was. En door wie werd dit feest gevierd? Historicus Wim Manuhutu legt uit: ‘We zien hier inderdaad een Sinterklaasfeest. Dat roept meteen vragen op. Je zou zeggen dat het in een sociëteit moet zijn geweest. Waarschijnlijk in de jaren ’30 of ’40 van de vorige eeuw. Het gaat hier om mensen uit de Europese klasse. Je ziet voornamelijk blanke kinderen, maar hier en daar ook Indische kinderen. Er is rechts een wat donkerder jongetje. Is dat een wat donker uitgevallen Indo? Of misschien een Indonesische jongetje, bijvoorbeeld een Molukker? Het kan zijn dat hij etnisch misschien niet Europees was, maar dat zijn ouders door middel van opleiding en werk zich lieten gelijkstellen met een Europeaan en daardoor hogerop de sociale koloniale ladder zijn geklommen.’

Sinterklaas als statussymbool
‘Sinterklaas is een ritueel dat vanuit Nederland naar Nederlands-Indië is gebracht en liet zien uit welk sociaal milieu je kwam. Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van het Nederlands, naar Europese scholen gaan en Europese kleding dragen. Het was een manier om je te onderscheiden en afstand te nemen van de inheemse cultuur. De foto laat zien wie er eigenlijk bij hoorde in de koloniale samenleving van Nederlands-Indië, en wie niet. Foto’s zoals deze zijn een weerspiegeling van de manier waarop de maatschappij was georganiseerd. Tegelijkertijd zijn deze foto’s niet onschuldig. De foto toont een culturele praktijk dat een onderdeel uitmaakte van het koloniale systeem.’

Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons
Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons

Zwarte Piet
‘In het huidige Indonesië vind je nog steeds resten van Sinterklaas. Ook op Ambon wordt door sommige Christenen op 5 december nog Sinterklaas gevierd. Zwarte Piet wordt hier nog steeds als een boeman gezien, waar kinderen bang voor zijn. Je ziet nu in Nederland dat er vraagtekens worden gezet bij Zwarte Piet (denk aan: Zwarte Piet is racisme red.). Een grote meerderheid reageert hier emotioneel en boos op. Zwarte Piet staat kennelijk voor ‘echt Nederlands’ en mensen moeten het niet wagen aan ‘ons feest’ te komen. Een veel gehoord argument is dat het ‘eeuwenlang’ zo wordt gevierd. Dit klopt echter niet aangezien het pas in de 19e eeuw is geïntroduceerd. Frappant is het dat het oer-Hollandse bedrijf HEMA geen Zwarte Piet in haar filiaal in Londen zal neerzetten, omdat het weet dat het in verkeerde aarde zal vallen. Als de economische belangen worden bedreigd is Zwarte Piet opeens minder problematisch.’

Indo’s en Sinterklaas
‘Zeker voor Indische mensen was het over het algemeen belangrijk het Europese deel van hun afkomst te benadrukken.Het zou goed kunnen dat een culturele praktijk als Sinterklaas zelfs nu in Nederland nog steeds een bevestiging is voor de Europese identiteit van de Indische groep. Toen de Indische groep in Nederland terecht kwam had de meerderheid last van de zogenaamde ‘status deprivatie’. Ze moesten helemaal opnieuw beginnen. Om toch weer hogerop te komen in Nederland werd er in de opvoeding gehamerd op onderwijs en prestatie; bescheidenheid, aanpassen en de beste van de klas zijn. Er zijn nu ook nog steeds weinig Indo’s die zich identificeren met het huidige Indonesië. Het referentiekader blijft Nederland.’

Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie. ©Patricia Steur
Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie © Patricia Steur

Soerabaja: Traag, maar indrukwekkend overlevingsverhaal

Boekrecensie: Soerabaja van Pauline Slot

Soerabaja is een roman gebaseerd op historische feiten. Soerabaja verscheen  op 19 oktober 2012 bij De Arbeiderspers, auteur Pauline Slot debuteerde in 1999 met de roman Zuiderkruis. Reizen en de complexe verhoudingen tussen mensen zijn terugkerende elementen in haar oeuvre, zo ook in SoerabajaEen pasgetrouwd Nederlands stel vertrekt naar Indië, waar ze elkaar door de oorlog kwijtraken. Is dit verhaal – geschreven vanuit de belevingswereld van een ‘oorlogsoverlevende’ – interessant voor 3.0’ers? Soerabaja  vertelt het verhaal van een pasgetrouwd Nederlands stel dat, zonder familie, naar Indië vertrekt, met verstrekkende gevolgen. Het begint in Den Haag, waar Bep en Henk elkaar ontmoeten  in de jaren dertig van de vorige eeuw. Vanuit het perspectief van de jonge vrouw Bep, krijgen we in een briefwisseling  met de familie in Nederland  een gedetailleerd beeld van een andere tijd.

Als Henk Japans krijgsgevangene wordt, wordt Bep een vechter.

Heimwee
Bep wil eigenlijk niet naar Nederlands-Indië vertrekken. Het frustreert haar dat ze als pasgetrouwden nauwelijks van ‘hun huishoudentje’ hebben kunnen genieten.  Toch is het voor Henks carrière het beste en ze gaan. Na een aantal jaar in Indië krijgt het stel kinderen, wat Bep iets te doen geeft. Ze voelt zich vaak eenzaam als Henk van huis is voor zijn werk en hoopt dat ze gauw verlof krijgen om terug  naar Nederland te gaan. Maar dan breekt de oorlog uit en wordt Bep’s verlangen naar Nederland naar de achtergrond verdrongen. Op het moment dat Henk Japans krijgsgevangene wordt, ontpopt Bep zich als vechter. Er volgt een verslag van beiden over de onzekerheid van hun bestaan in kampen, transporten met ‘bestemming onbekend’, en marcherend tot er doden vallen.

Gedateerd taalgebruik
Door het  gedateerde taalgebruik in de brieven vind ik het aanvankelijk lastig om me in Bep te verplaatsen, maar het went wel. Ook  komen er veel namen van familieleden, buren, straten en locaties  voorbij, waardoor het even duurt voordat ik echt in het verhaal zit. Gelukkig blikt Bep in haar eigen commentaar op de brieven  af en toe vooruit, en dit maakt dat je wilt lezen. In het deel van Soerabaja  waarin Bep over de gelukkige tijd in Malang vertelt,  krijgt de lezer subtiele aanwijzingen dat de verhouding tussen de Nederlanders en de Indische bevolking niet onbeladen was: ‘We hadden Beppie een paar centen gegeven om in haar beursje te bewaren en die probeerde ze vaak aan Kokkie te geven, zoals ze mij zag doen. Ook daarover hadden kokkie en Kasan veel plezier, al lette ik er wel op dat Kokkie haar de muntjes weer teruggaf.’ Zonder er veel woorden aan te besteden is het duidelijk dat de verschillende bevolkingsgroepen elkaar in het koloniale Nederlands-Indië niet altijd vertrouwden.

Het  gedateerde taalgebruik maakt Soerabaja aanvankelijk lastig leesbaar.

Leven in twee werelden
Bep schrijft dat ze leefde in twee werelden: een tastbare en een verbeelde, waarbij ze doelt op haar eigen leven in Indië en dat van de familie in Nederland. Maar waar Bep haar best doet met haar brieven in de belevingswereld van haar familie in Nederland aanwezig te zijn, zoekt ze geen toenadering tot de tastbare wereld waarin haar Kokkie, Kasan en de andere personeelsleden leven. Later, in Soerabaja,  wanneer ze de kampong in is gevlucht, zal ze opmerken dat het ‘de enige keer [is] dat we in Indië te midden van Indonesiërs leefden’.

Traag
De neiging van de auteur om correct te zijn in de historische feiten hindert in het begin de vaart van het verhaal. Aan het slot van het boek blijkt pas dat de auteur volledig recht heeft willen doen aan de – waargebeurde – geschiedenis. Ik vind het jammer dat de uitgever voor ‘roman’ op het omslag heeft gekozen, in plaats van ‘historische roman’. Hierdoor moest ik mijn verwachting van het boek al lezend bijstellen en stoorde het mij dat er zoveel met details werd gestrooid. Toch loont het om door te lezen. Veel 3.0’ers zullen hun (groot) ouders herkennen in de passages over dochter Beppie, die als volwassene een dagtaak heeft gemaakt van het hamsteren en opslaan van etenswaar. Maar ook de stilte van oudere familieleden over het kampverleden zal bekend voorkomen.

Soerabaja. Pauline Slot. De Arbeiderspers.  Utrecht, 2012. 18,95 euro. 

Pauline Slot © Erik Smit
Pauline Slot © Erik Smit

Merdeka: Jepang, Bersiap, politionele acties.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Of de onheilspellende december-maand.

Het rommelde al in Nederlands-Indië, toen de Tweede Wereldoorlog in Nederland losbrak. Het bezette Nederland kon Nederlands-Indië niet beschermen tegen de Japanse invasie, net zo min als het KNIL dat kon. December, de maand waarin Japan in 1941 Pearl Harbour aanviel en de Tweede Wereldoorlog naar Azië bracht, zou een onheilspellende rol in de dekolonisatie van Nederlands-Indië blijven spelen. Deel 2 van de bloemlezing over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.

Keuzes maken in een bloemlezing blijft lastig. Je wil het niet te lang maken, maar informatief genoeg om toegevoegde waarde te bieden. Daarom hebben we ook jouw hulp nodig – wat ontbreekt in dit overzicht?

Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl
Achter het kawat. Tekeningen van Charles Burki. Foto: www.museon.nl

Invasie Japan
Tot aan de invasie van de Japanners in 1942, dacht het Nederlandse gouvernement dat Nederlands-Indië buiten de oorlog kon blijven. Onterecht, zoals we weten, want na de Slag in de Javazee op 27 februari 1942, viel Japan Nederlands-Indië binnen en op 8 maart 1942 capituleerde het Nederlandse gouvernement onder leiding van lt. gouverneur-generaal Van Mook. In Nederland zou de Nederlandse koningin Wilhelmina de inwoners van de Nederlandse koloniën nog wel een opvallende belofte doen, een jaar na de aanval op Pearl Harbour. In haar toespraak op 7 december 1942 kondigde zij, onder druk van Amerika, hervormingen aan in de door Nederland gekoloniseerde landen. In 1946 zou deze speech de basis vormen voor het opzenden van de eerste Nederlandse troepen naar Indonesië: de 7 december divisie.

Nederlands-Indie zou buiten de oorlog blijven.

Bestuursovername
In Indonesië wilde de Japanse bezetter alles dat Westers was uitschakelen. De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk, net als de gemengde Indo-Europeanen. In eerste instantie verboden de Japanners het nationalisme, totdat zij merkten dat ze het Indonesische volk alleen meekregen als zij aansluiting zochten bij de nationalisten. Verder ontdekten de Japanners dat de Indonesische jongeren (pemoeda) radicaler waren dan de nationalistische leiders en vatbaar voor de Japanse propaganda over de superioriteit van het Aziatische ras: Azië is voor de Aziaten. De Japanners boden de Indonesische KNIL-soldaten vrijheid, als zij zich loyaal aan de bezetter zouden tonen. Vooral de Ambonezen, Timorezen en Menadonezen weigerden dit, net als de meerderheid van de Indo-Europeanen.

De Japanners zagen het Indonesische volk als een broedervolk.

De internering
Tijdens de Japanse bezetting werden in Nederlands-Indië tot vier keer toe – en steeds strenger – Europeanen en Indo-Europeanen geïnterneerd. Het begon in 1942. De Japanse bezetter wilde de Indo-Europeanen en de totoks tegen elkaar opzetten, in de hoop steun te krijgen van deze eerste groep. De Japanners registreerden de bevolking en interneerden alle volbloed Europeanen. Het gevolg hiervan was dat de Japanners van de Indo-Europeanen een aparte juridische klasse maakte. Veel Indo-Europeanen kregen gewetensbezwaren, ‘de politieke identiteit werd een kwestie van leven en dood’.

Een identiteit van leven en dood

Derde generatie
Naar de zin van de Japanner toonden de Indo-Europeanen te weinig samenwerking en in oktober 1943 werd een derde interneringsronde gehouden. Bij deze ronde moest nu Indonesisch bloed tot in de derde generatie aangetoond worden. Aan de ene kant verdwenen nog meer Indo-Europeanen achter het kawat, aan de andere kreeg een aantal van hen hun vrijheid terug, indien zij loyaliteit met de bezetter beloofden. Het aantal burgergeïnterneerden is niet definitief vastgesteld: er zouden tussen de 120.000 tot 200.000 geïnterneerde burgers zijn geweest (Meijer 2004: 226).

Capitulatie Japan
Na de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima, gaf de Japanse bezetter zich op 9 augustus 1945 over, op 15 augustus gevolgd door de algehele Japanse capitulatie. Nederland was zelf nog maar net bevrijd, had geen enkel idee wat er zich in de Pacific afgespeeld had en kon geen troepen naar Indonesië sturen. Indonesië viel daarom tijdelijk onder het bestuur van de Britten, onder leiding van lord Mountbatten. De Britten gaven echter voorrang aan de eigen gebieden in Azië, en gaven de Japanners de opdracht de status quo te hanteren tot de komst van de Britten, eind september. Dit betekende in de praktijk dat veel geïnterneerden pas twee maanden na de capitulatie hun kampen konden verlaten. Voor veel Indische Nederlanders is 15 augustus daarom geen Bevrijdingsdag.

Indonesië viel tijdelijk onder het bestuur van de Britten

Merdeka!
De gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de onafhankelijkheid van Indonesië waren immens. Niet alleen keurde nieuwe wereldmacht Amerika elke vorm van imperialisme af, ook was het prestige van de Europeanen in Indonesië gedaald door de snelle overgave in 1942. Onder druk van de radicale pemoeda’s, riep Soekarno op 17 augustus 1945 Soekarno de Republik Indonesia uit. Van terugkeer naar het koloniale bestuur wilde hij niets meer horen.

Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com
Indonesische vrijheidsvechters. Foto: http://hapsarie.files.wordpress.com

Bliksemrevolutie
Door Japan opgeleide Indonesische paramilitairen en enkele Indonesische KNIL-militairen sloten zich al snel bij Soekarno en Hatta aan. Zij vormden de BKR, de Volksveiligheidsorganisatie, en riepen met succes de traditionele inheemse hoofden op hen te steunen, om zo het gezag van de revolutie in de samenleving te vergroten. De economische malaise, de steun van de inheemse aristocratie, de pemoeda’s én het charisma van Soekarno leidden tot de succesvolle bliksemrevolutie.

Weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen

Bersiap!
De terugkeer van de Europeanen in de samenleving deed de gemoederen van de al sterk geradicaliseerde en paramilitair getrainde pemoeda’s opvlammen tot openlijke agressie: de bersiap – weest paraat, riepen de pemoeda’s als ze aanvielen – brak in september 1945 uit. De pemoeda’s beschuldigden Europeanen van samenzwering tegen de republiek en herstel van het koloniale bestuur en keerden zich – alsnog – tegen de inheemse bestuurlijke aristocratie, die hiervoor vaak uit eigen belang hadden samengewerkt met de Europeanen.

Rood-wit speldje
Europeanen en Indo-Europeanen moesten hun steun betuigen aan de Indonesische revolutie, wilden zij niet ontvoerd, mishandeld of vermoord worden. Velen van hen droegen een rood-wit speldje ter bescherming, vaak zonder het gewenste effect en keerden snel terug naar de interneringskampen voor bescherming van de Japanners tegen de woeste pemoeda’s. De Indonesische president Sjahrir kon uiteindelijk oproepen tot kalmte, maar dat zou pas gebeuren in het voorjaar van 1946.

Linggadjatti
In de onrustige republiek voerde Nederland – onder dwang van de Britten en de Amerikanen – onderhandelingen met Soekarno en Hatta. In november 1946 kwam het tot een voorlopig akkoord met de Republik, het akkoord van Linggadjatti. Daarin zou de Republik een zelfstandige, aan Nederland gelijkwaardige positie krijgen in een Nederlands-Indonesische Unie. In Nederland ontstond hiertegen groot verzet, niet alleen bij de regering, maar ook bij de bevolking.

een gelijkwaardige positie in een Nederlands-Indonesische Unie

Dubbel akkoord
Terwijl in Nederland het verzet tegen Linggadjatti groeide, kreeg het akkoord grote steun van de internationale gemeenschap. In december van dat jaar besloot het Nederlandse kabinet het akkoord ‘aan te kleden’ en voegde een aanvullende regeringsverklaring toe, waardoor Nederland het akkoord veranderde in eigen voordeel. In Indonesië nam het wantrouwen tussen Nederlands en Republikeins-gezinden ondertussen toe. De Republik gaf nog wel aan Linggadjatti te zullen ondertekenen, als de aanvullende regeringsverklaring niet zou gelden. Uiteindelijk wist Van Mook Nederland en de Republik op 25 maart 1947 te bewegen tot het ondertekenen van feitelijk twee akkoorden – de Nederlanders ondertekenden de Nederlandse versie, de Republik ondertekende de Indonesische versie.

Droomwereld
Terwijl de inkt van Linggadjatti nog niet eens opgedroogd was, ging de Nederlandse regering onderzoeken in hoeverre zij de Republikeinse regering kon dwingen alsnog de Nederlandse versie van het akkoord te accepteren. De Nederlandse regering vond in april 1947 nog steeds dat de Republik in een droomwereld leefde en stelde de Republikeinen onder dreiging van militair ingrijpen meerdere ultimatums. De Republikeinen weigerden.

Operatie Product
De 7 December Divisie, onder leiding van commandant Spoor, voerde op 21 juli 1947 operatie Product uit, een aanval op de Republiek. Het was de eerste politionele actie. Onder druk van onder meer de Amerikanen en de Veiligheidsraad, beëindigde Nederland op 5 augustus het geweld. Toch was de eerste politionele actie succesvol: Nederlandse ondernemingen waren weer in Nederlandse handen gekomen, Indonesië kon geen handel meer drijven.

Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik

Tweede politionele actie (19 – 31 december 1948)
Nederland bleef vasthouden aan opheffing van de Republik. Door deze houding isoleerde Nederland zich steeds meer van de internationale gemeenschap en alle steun in Indonesië die er nog voor Nederland was, verdween. Nederland wilde nog een poging doen om de Republiek te dwingen zichzelf op te heffen en voerde tijdens het kerstreces van de Veiligheidsraad een tweede politionele actie uit. De internationale gemeenschap zou niet snel reageren en tegen de tijd dat ze zouden reageren, zou Nederland allang de strijd gewonnen hebben.

Financieel-economische belangen
Niets bleek minder waar te zijn en onder internationale druk trok Nederland zich op 31 december weer terug. Resultaat van deze tweede politionele actie was dat Nederland op internationaal niveau ongeloofwaardig geworden was en alle internationale steun uitging naar de Republik Indonesia. Na deze nederlaag besloot de Nederlandse regering om in het vervolg financieel-economische aspecten te laten prevaleren boven militair-politieke.

De Ronde Tafel Conferentie
In augustus 1949 werd tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) het definitieve einde van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië beklonken. Met de ondertekening van de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 bekrachtigde Koningin Juliana – dit keer definitief – de zelfstandigheid van Indonesië.

Bronmateriaal

  • Van den Doel Afscheid van Indie
  • U. Bosma e.a. De geschiedenis van Indische Nederlanders
  • Meijer In Indie geworteld

Nazi Mania, ‘Hidden’ Jews & the unintended consequences of the Dutch in Indonesia

Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Kel O'Neill (center) and Eline Jongsma (right). (c) The Empire Project
Kel O’Neill (center) and Eline Jongsma (right). (c) The Empire Project

The filmmakers behind the Empire project on why colonialism still matters

It takes a moment before the reality of modern-day Jakarta catches up with our research-oriented minds. Stimuli upon stimuli rush by our car window: skyscrapers, traffic, shopping malls, billboards, neon. We’re enduring this urban assault for a single night; tomorrow we’ll be thrown back into the past when we fly to the fog-filled rice paddies of the Minahasa region in North Sulawesi to start filming our documentary.

It’s early 2011 and we’ve come to Indonesia in search of a Rabbi and a Nazi. This colorful pair, should we find them, are poised to be the lead characters in the latest chapter of Empire, our global documentary project. Empire is an ongoing investigation into the unintended consequences of Dutch colonialism. Rather than focusing on physical remains like forts or shipwrecks, we look at the human-scale side effects of colonial domination. Colonies were formed to generate profit for the colonizing country, but they yielded unexpected results in the form of hybrid cultures, convoluted religious practices, and new ethnicities. All of the work in Empire arises from a pressing question: if residue from the Dutch colonial endeavor is still impacting our lives today, what can that tell us about the future effects of today’s global capitalism?

There are many other ‘hidden’ Jews in Indonesia

We find the Ohel Yaakov synagogue tucked away behind a volcano in the middle of Minahasa. The synagogue is really just a small room covered by a red roof, which makes it look like a gnome’s house between the overwhelming tropical green that surrounds us. We’re here to talk with Yaakov Baruch, the young Indonesian responsible for revitalizing the Jewish community in North Sulawesi—and all of Indonesia, as there are almost no practicing Jews in the country. Yaakov tells us that he inherited his Jewish lineage through his Dutch ancestors. He claims that there are many other ‘hidden’ Jews in Indonesia, but that many are unaware of their heritage.

Video still taken from the Empire Indonesia film. Yaakov contemplates life in front of a giant Menorah. North Sulawesi, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Video still taken from the Empire Indonesia film. Yaakov contemplates life in front of a giant Menorah. North Sulawesi, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011

Yaakov Baruch is not a real name. Although he is willing to show his face on camera, Yaakov is trying to keep a somewhat low profile to avoid conflict. Judaism is not one of Indonesia’s six government-approved religions, and Indonesians are no strangers to violent outbursts of religious intolerance. Yaakov’s assumed name not only keeps him safe, but it also allows him to engage in a type of identity theater. By embracing his Jewish ancestry and religious practice, he flaunts his difference from the majority. Bullied as a child, he now uses his paler skin and vaguely Caucasian features to his advantage. ‘I’m proud,’ he says.

The glorification of whiteness takes an interesting turn

Even though Yaakov was ridiculed for his looks, fair skin seems to be admired everywhere we go in the country. There are skin-whitening ads on TV during every commercial break, and pop stars (male and female) look as white as lilies. Even our Indonesian artist friends avoid the sun at all costs. People assure us this has nothing to do with wanting to look ‘European’ but when we return to Java to meet our second subject, Permadi, the glorification of whiteness takes an interesting turn.

Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011
Video still taken from the Empire Indonesia film. Permadi watches one of his soldiers sing a German song. Jakarta, Indonesia. Credit: Eline Jongsma and Kel O’Neill, 2011

HS Permadi is a tall, energetic Indonesian in his late 30’s. We track him down in a large park outside Jakarta, where he runs a war re-enactment group called the “Niederlande Kampfgruppe” (Netherlands Battle Group). Permadi and his men get together every other weekend to dress up as Dutch Waffen SS soldiers and act out historic battle scenes. According to Permadi, the Niederlande Kampfgruppe’s war games are based on the lives of about 20 Indonesians who signed up for the Dutch Waffen SS while living in occupied Holland during WWII. Permadi’s men start their practice days by gearing up from head to toe in Nazi drag. Attention to detail is everything: their uniforms even feature a Dutch flag on one arm.

Video excerpt of the Empire film from Indonesia.

Empire: 5°00′ N 120°00′ E excerpt from EMPIRE PROJECT on Vimeo.

Guessing that Permadi is avenging his forefathers for everything the Dutch did to the country, we ask him about his motives. His answer couldn’t be further from our expectations. Permadi explains that he admires the Europeans, and believes that Indonesians didn’t have a real civilization before the Dutch presence. To him, the Nazis represent the apex of European sophistication. They are a force to be studied and admired.

Indonesians didn’t have a real civilization before the Dutch presence

Others seem to agree. We ask the wife of one of the soldiers if she prefers her husband in a Nazi uniform or in an Allied Forces uniform. She says she likes the Nazi uniform because “It’s sexier!’ After our encounter with the “Niederlande Kampfgruppe” we start noticing a certain Nazi-mania in Jakarta: posters on the street feature Hitler’s portrait; cars are adorned with (non-Buddhist) swastika decals.

We are somewhat shaken by our encounter with Permadi and his men, in part because we have so much fun with them. It’s a blast to run around in the jungle, playing war—or war film director as the case may be. When Yaakov visits us on one of our last days in Jakarta, we feel the need to confess to him exactly who we’ve been spending our time with.

Yaakov’s eyes widen when we tell him about Permadi and his group of Nazi’s. There is a pause, which we take as a sign of discomfort. Finally, he speaks.

“Do they need a Jew to chase?” he asks.

Yaakov is serious, but the meeting never comes together.

Ancillary video journalism piece made from rest material of the Empire film. Sold to the VJ Movement.

Recensie: Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Blanke vertellingen: over de ‘geruisloze’ geschiedenis van het kolonialisme.

Grote kans dat je op school of op de universiteit weinig over je Indische geschiedenis hebt geleerd. Bij mij was dat zeker het geval, dus om meer over mijn achtergrond te begrijpen probeer ik steeds meer te leren over onze koloniale geschiedenis. Eén van deze pogingen was het audioboek Koloniale geschiedenis. De afgelopen week schalden in dolby surround de stemmen van prof. dr. Leonard Blussé en prof. dr. Piet Emmer uit de speakers.

Het woord ‘Indo – Europees’ is niet één keer gevallen

Tien hoorcolleges lang heb ik geluisterd naar hun ideeën over de Europese koloniale expansie en in het bijzonder die van Nederland. Ik heb geluisterd naar deze cd’s vanuit mijn Indo-perspectief. Dat wil zeggen dat ik er op heb gelet in hoeverre de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur ter sprake komen en vanuit welk perspectief de sprekers de geschiedenis vertellen.

Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.
Koloniale geschiedenis hoorcollegereeks. Foto: (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012.

Ontkenning van de Indo
Ik zal maar meteen verklappen dat de Indo en Indo-Europese of Indische cultuur totaal niet aan bod komen in deze hoorcolleges. Het woord ‘Indo – Europees’ is niet een keer gevallen, laat staan het woord ‘Indo’. Als ik deze hoorcolleges Koloniale Geschiedenis mag geloven, hebben wij niet eens bestaan. Nu zijn er drie momenten waar ik vermoed dat er over de Indo wordt gesproken, hoewel we dus niet bij naam genoemd worden. Kennelijk zijn dat momenten waarop de sprekers niet om ons heen kunnen. Dat is ten eerste wanneer er gesproken wordt over het ‘probleem’ van het legaliseren van de kinderen uit gemengde huwelijken tussen Europeanen en inheemse vrouwen , oftewel ‘de njais’. Dat waren onze voorouders! Ten tweede wanneer er gesproken wordt over de ‘corrupte’ en ‘parasitaire’ bourgeoisie in de kolonie die niet in het moederland (dus Nederland) geboren is. Ten derde wanneer kort de ‘geruisloze integratie’ van migranten uit Nederlands-Indië in het moederland na de dekolonisatie wordt vermeld. Dit alles zonder enige vermelding van de naam die wij hebben, Indo’s, of Indo-Europeanen.

De Indo en de Indische cultuur komen totaal niet aan bod.

Eurocentrisch perspectief
Het perspectief van de sprekers is behoorlijk eurocentrisch, met ook geen of nauwelijks aandacht voor de gevolgen van het kolonialisme voor de inheemse bevolking. Opvallend is dat de geschiedenis voornamelijk in theoretische en bestuurlijke termen wordt uitgelegd: het wordt maar niet concreet. Oude bekenden zoals J.P. Coen en Van Heutsz passeren alleen de revue tijdens de beschrijvingen van hun bestuurlijke ideeën. Wat echter de levensbedreigende gevolgen van deze ideeën in de praktijk waren voor de plaatselijke bevolking blijft onderbelicht. Bij Daendels, die de Grote Postweg heeft laten aanleggen, wordt nog net vermeld dat bij de aanleg van deze weg ‘veel mensen zijn omgekomen’. Waarom niet vermelden dat er 12.000 mensen hierbij zijn omgekomen? Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht. Over het verplichte werk dat de plaatselijke bevolking moest doen wordt gezegd ‘je zou het zelfs dwangarbeid kunnen noemen’. Dit lumineuze idee wordt echter meteen afgeserveerd als ‘overdreven’: het cultuurstelsel was gebaseerd op al ‘bestaande corveediensten’. Met andere woorden: omdat de plaatselijke bevolking toch al uitgebuit zou worden door plaatselijk heersers en dat de Nederlanders dit systeem slechts overnamen, mag je het geen dwangarbeid noemen. Interessant.

Het cultuurstelsel wordt geroemd vanwege de winst die het Nederland bracht.

Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)
Het kasteel van Batavia, gezien vanaf de Kali Besar West. (Andries Beeckman/Rijksmuseum)

‘Geruisloze’ dekolonisatie
Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen. Aan het eind van de reeks hoorcolleges begint hij zich dan ook opeens af te vragen: ‘Waarom kunnen we zo ontspannen luisteren naar een verhaal over dekolonisatie? Waarom heeft die dekolonisatie geen diepere wonden geslagen en sporen nagelaten in het moederland?’ Dit zijn vragen die slechts kunnen komen van iemand die als elite vanuit eurocentrisch perspectief spreekt. Het zijn in elk geval niet de vragen die bij mij opkomen als ik mij buig over het koloniaal verleden en de dekolonisatie. Ik ben niet ontspannen en voel wel degelijk een wond. De wond die ik ook weer voel als ik naar de hoorcolleges luister. Mijn bestaan als Indo in de koloniale geschiedenis en daarmee ook in de huidige maatschappij wordt ontkend. Bovendien worden de gevolgen van het Nederlands kolonialisme voor de Indische gemeenschap en Indonesië niet genoemd.

Volgens Emmer is de dekolonisatie geruisloos verlopen.

Deze hoorcolleges hebben mij niet veel nieuwe kennis opgeleverd over de koloniale geschiedenis. Ik heb wel meer geleerd over het eurocentrische discours dat in de Nederlandse cultuur bestaat als het koloniaal verleden wordt besproken. Ik raad deze hoorcolleges dan ook af mocht je naar echte kennis over je koloniale geschiedenis op zoek zijn. Maar ben je een Indo die tijdens de rijsttafel altijd begint van ‘Maar het kolonialisme heeft ook goede dingen voortgebracht, denk aan de infrastructuur en onderwijs!’ dan is deze reeks echt wat voor jou. Ik ga op zoek naar boeken of artikelen die minder eurocentrisch zijn.

Koloniale geschiedenis NRC Next

Wil jij deze hoorcollegereeks zelf beluisteren? We geven ons exemplaar weg. Stuur voor 31 augustus a.s. een mailtje met je adresgegevens naar redactie@indisch3.nl en leg uit waarom deze cd-reeks echt bij jou thuis hoort.

Hoorcollegereeks Koloniale geschiedenis. Leonard Blussé en Piet Emmer. NRC Handelsblad Academie 2012. 53,96 euro (10 cd’s).

 

Koloniale sporen in India: Fort Cochin

Het Nederlands kolonialisme liet niet alleen in Indonesië, maar ook op andere plekken in de wereld zijn sporen na. Eerder vond ik Indische sporen in Zuid-Afrika en schreef ik over verrassende parallellen tussen de koloniale geschiedenis van Sri Lanka en Indonesië. Deze keer ga ik, op reis door het bijzonder mooie zuiden van India, op zoek naar erfstukken uit de Hollandse koloniale nalatenschap in Kochi.

Bazaar Road

Naast een overweldigende cultuur, duizelingwekkend mooie oude architectuur en goddelijk eten, stroomt India over van koloniaal erfgoed. Vooral uit de Britse tijd natuurlijk, maar ook uit de tijd daarvoor. In Fort Cochin, een wijk in de stad Kochi in Kerala, is het oudste koloniale erfgoed van India te vinden. Vóór de Engelsen waren het de Arabieren en de Chinezen die hier hun stempel drukten en de Portugezen en Hollanders die er – meer kwaadschiks dan goedschiks – handel kwamen drijven in vooral specerijen. Door het erfgoed uit al die windstreken is Fort Cochin een fascinerende curry van invloeden.

Fort Cochin is een fascinerende curry van invloeden

Sponzig
Het resterende koloniale erfgoed kraakt onder het gewicht van het genadeloze klimaat. Door de extreem hoge luchtvochtigheid zijn de muren van de meeste gebouwen sponzig en bedekt onder een laag mos. Er zijn oude statige huizen, waarvan alleen de gevel overeind staat, vervallen kerkjes met overgroeide begraafplaatsen en tochtige pakhuizen met namen uit lang vervlogen tijden. Maar ook al is de tijd dat de Portugezen, Hollanders en Engelsen hier heersten allang voorbij, de gebouwen ademen van onder het mosgroen nog steeds hun koloniale grandeur uit.

The Dutch Cemetery

Overwoekerde tombes
De bekendste Hollandse sporen zijn The Dutch Cemetery en The Indo-Dutch Palace. Als eerste ga ik langs het kerkhof. Om het te kunnen bezoeken moet je de sleutel vragen bij de beheerders van de St. Francis Church, iets verderop. Als de norse beheerder me het terrein op heeft gelaten speur ik langs tientallen overwoekerde tombes, maar of er inderdaad alleen maar Nederlanders liggen kan ik niet zien. De naamstenen liggen in St. Francis.

St. Francis Church
Terug naar de kerk dus, op zichzelf ook een mooi voorbeeld van koloniale grandeur. Het is de oudste Europese kerk in India en werd in 1503 door de Portugezen gebouwd als katholieke kerk. Toen de protestantse Hollanders in 1653 de macht overnamen sloopten ze gelijk maar alle katholieke kerken in Cochin. Behalve St. Francis Church, die werd tot een protestantse kerk omgedoopt.

Vasco da Gama ligt er al lang niet meer

Vasco da Gama
Bij de ingang staan de naamstenen van de tombes van de Dutch Cemetery, de namen nog maar net leesbaar. Op de vloer van de kerk liggen ook nog een aantal grafstenen, waaronder een met de naam van de bekendste zeevaarder van Portugal: Vasco da Gama. Hij stierf in 1524 in Cochin aan een ziekte en werd hier begraven. Maar hij ligt er al lang niet meer. Na een paar jaar werd hij naar Portugal gebracht.

St. Francis Church anno 1503

Houten stalletjes
De volgende ochtend ga ik al vroeg op pad naar Matancherry, de oude specerijenwijk. In deze wijk staat het Matancherry palace, beter bekend als The Indo-Dutch palace. Net na zonsopgang heeft Fort Cochin het decor van een spookstad. Maar even later bruist het met leven als de kleurrijke bevolking aan de dag begint. Slagers hangen grote hompen vlees aan roestige haken en fruitverkopers stapelen hun waar in krakkemikkige houten stalletjes. Ook zie ik tapijtknopers, automonteurs, kokosnoot-verkopers, bakkers, schroothoutverkopers en ga zo maar door.

Vervallen warenhuizen
De weg loopt via Bazaar Road. Op deze smalle, drukke straat staan oude, vervallen warenhuizen die aan de achterkant aan het water grenzen. Aan de voorkant lopen mannen in en uit oude om vrachtwagens en houten karren in- en uit te laden met juten zakken vol specerijen. Zo gaat dat hier al eeuwenlang. Vanaf de oude stenen kade, achter een van de oude pakhuizen, is het alsof er elk moment een houten zeilschip kan aanmeren vol uitgemergelde Europese zeelui met scheurbuik.

De Hollanders Waren Hier

The Indo Dutch Palace in Matancherry

Indo Dutch Palace
Het Indo Dutch Palace is helaas geen megalomaan paleis van een oude verdwaalde Indo, maar een oud en qua afmeting vrij bescheiden paleis van de Maharaja van Kochin. Als daad van goede wil werd het paleis in 1663 door de Hollandse kolonisten gerenoveerd en verfraaid. Vandaar de naam. Het is nu een museum en de uitstekende tentoonstelling over de turbulente relatie van het vorstenhuis van Kochi met achtereenvolgens de Portugese, Hollandse en Britse overheersers is een bezoek meer dan waard.

Verweerde VOC-wapens
En dat geldt voor heel Fort Cochin. Hoewel elke riksjasrijder wil je wel in een dag langs alle bekende plekken rijden, is het Fort een plek waar je het beste te voet en zonder kaart in kan verdwalen om je dagenlang te vergapen aan de koloniale erfstukken die hier letterlijk voor het oprapen liggen. En voor de speurneuzen onder ons: in het fort zijn ook nog allerlei koloniale sporen verborgen, zoals bijna verweerde VOC-wapens op groen bemoste muren. De Hollanders Waren Hier. Dat is zeker.

Introducing: the Empire project

Portrait of directors Eline jongsma and Kel O'Neill - the empire project. Credit: Ben Pier
Portrait of directors Eline jongsma and Kel O'Neill - the empire project. Credit: Ben Pier
Portrait of directors Eline jongsma and Kel O’Neill. Credit: Ben Pier

What goes into the creation of an identity?

On August 17, Indisch 3.0 publishes an essay by Eline Jongsma and Kel O’Neil, about the unintended consequences of Dutch colonialism in Indonesia. The two of them became a couple before they started reporting together, for VPRO’s Metropolis TV. Eight years later, documentary makers Eline Jongsma (3rd generation Indo Dutch) and Kel O’Neil are travelling the world for their own Empire project

The Empire Project consists of documentaries in which Kel O’Neil and Eline Jongsma record the “unintended consequences of Dutch colonialism.” This ongoing project has thus far resulted in seven – almost finished – documentaries, about Sri Lanka, India, Indonesia, South-Africa, Brasil, Ghana and Surinam. I interview Kel and Eline through Skype – they are in New York.

What trigged this project?

The dutch burgher union. http://www.dutchburgherunion.org/
Logo of the dutch burgher union. http://www.dutchburgherunion.org/

‘We had been working for Metropolis TV for three years when we noticed our lives had fallen too much into a set pattern. So we decided to change our lives,’ says Kel O’Neil. ‘We started a search for international artist residencies and found one in Sri Lanka through theertha.org. In Sri Lanka, we had discovered the Dutch Burgher Union. That gave the initial spark for the Empire Project.’ The Dutch Burgher Union is an organization for descendents of the Dutch VOC-colonists, who occupied Sri Lanka –  known as Ceylon –  between 1640 and 1790.

‘Finding the Dutch Burgher Union showed me and Eline that history isn’t just in the past,’ Kel O’Neil continues. ‘When we came to Sri Lanka, we found these unmarried Dutch Burgher Union Christians with Dutch last names. They lived in a hybrid European culture. We set a red dot there, marking this as our first project. We weren’t thinking about the future. Now we know we can just keep going.’

How has Eline’s Indische background influenced this project? She smiles. ‘A lot. I was fascinated by identity. How is formed through past generations? My generation is interested, but removed from Indonesia. I felt like I wasn’t allowed to feel out of place, yet I felt displaced. How important is it, to be from one place? I now have my own answer – it doesn’t matter. Kel adds: ‘And what goes into the creation of an identity? We all have roots, but identity is formed in our intellect. It is not easy to draw a line, but something in our minds wants to do so.’

Kaapstad. Foto: reisgraag.nl.
Kaapstad. Photo: reisgraag.nl.

Naively, I suggest that there surely is an end to places in the world where the Dutch have left their mark. Kel laughs. ‘Ha, you’d think that, wouldn’t you? Everyday we can add new places to our list. The Dutch don’t see themselves as a diaspora people, but you guys are scattered around the world. The traces of the Dutch aren’t necessarily colonial. There was slave trade; loading up slaves, loading them off, it happened throughout the world. There were trading posts and supply posts. A city like Kaapstad, for instance,  simply started as a vegetable garden for crews on VOC-ships. ’

I quickly learn that Eline and Kel plan to continue their project for as long as they have stories to tell. But how on earth are they financing all this? ‘The Sri Lanka documentary was funded by the artist residency,’ Eline explains. ‘And we are a two-person-crew — we produce ourselves and do the post-production. Then there are different kind of budgets. Generosity; getting a ride when we need it, for example. Further more, this year, we got funding of the Dutch ministry for Education, Culture and Science. Three films were funded by the Mondriaan Fonds and of course there is our own money:  we gave up our New York apartment. And we are able to combine our documentary making with freelance work for hire.’

How does this permanent travelling without a home address effect a person? Eline: ‘I don’t feel like the same person I was two years ago, creatively or personally. We’ve learnt to trust and rely on each other deeply. We don’t feel connected to places anymore. We make friends with different kinds of people: diplomats, artists. Luckily, our close friends and relatives are very forgiving – we always miss their birthdays.’

Trailer for Empire-documentary Migrants (Ghana), about Ghana’s Afro-European aristocracy through the eyes of Dutch-descended photographer Isaac Vanderpuije.