Ngroblog: Indische Muziek

Krontjong

Elke dag zit ik zo’n twee uur in de trein, om van huis naar mijn naar mijn werk te komen en weer terug. Zoals zoveel mensen die in een trein zitten lees ik een krantje, kijk om mij heen én luister ik naar muziek. Op mijn telefoon staat veel verschillende muziek, hardrock, jazz, pop, Indo-Rock en jawel; Krontjong.  We kennen denk ik allemaal wel de krontjongmuziek met nummers als; “Waarom huil je toch Nona Manis”, Nina Bobo, “Bengawan Solo” etc.   Deze muziek heeft wat mij betreft een heerlijke ‘Indische sfeer’ die mij doet denken aan een lekkere rijsttafel, vakantie naar Indonesië, sawa’s, Indische verjaardagen en gamelan. Maar het heeft ook iets oubolligs.

Wouter Muller
Het is nu zo’n 8 jaar geleden dat ik mij meer ben gaan verdiepen in de Indische geschiedenis van mijn familie van mijn moeders kant.  Gelukkig heeft mijn opa zijn verhaal op papier gezet en kan ik lezen hoe zijn leven in Nederlands-Indië er uitgezien heeft.  Maar soms vraag ik mij wel af  wat er nu voor gezorgd heeft dat ik zo bezig kan zijn het Indische verleden. Een eenduidig antwoord hierop heb ik niet. Wat ik wel weet is dat ik getriggerd ben door één Indische singer/songwriter waar ik de afgelopen jaren al veel naar heb geluisterd en zijn teksten als  inspirerend, leerzaam en ontroerend beschouw.  Enkele jaren geleden kwam een Nederlandse tante van mij met een CD aanzetten van Wouter Muller. Ze had de CD gekocht op de Pasar Malam Besar (huidige Tong Tong Fair).  Ze had er een paar keer naar geluisterd en dacht dat mijn moeder er mogelijk ook belangstelling voor zou hebben. Uiteindelijk is de CD bij mij terecht gekomen en heb ik hem helemaal grijsgedraaid.

Indisch Hart
Indisch Hart is de eerste CD die ik van Wouter Muller heb beluisterd.  De Nederlandstalige nummers van Wouter bevatten diverse thema’s die vooral voor de eerste en tweede generatie indo’s herkenbaar zijn maar juist voor de derde generatie indo’s interessant.   Het zijn thema’s als het verliezen van het geboorteland, overleven in het vrouwenkamp, het ‘Indisch zwijgen’ maar ook over de toekomst in Nederland. Thema’s waar veel derde generatie indo’s vragen over hebben dus.  De teksten van Wouter hebben mij aangespoord meer te gaan lezen over Indië en hebben mijn interesse in mijn persoonlijke Indische roots alleen maar vergroot. Dus wil je wat leren, ontroerd raken of gewoon naar lekkere muziek luisteren, dan is de muziek van Wouter Muller zeker de moeite waard.

 

3.0 in de muziek: Blain

Blain portrait by Richard Tjoeng

‘Eerlijke songs: het moet gewoon kloppen’

Ze stond in Ziggo Dome in het voorprogramma van Jason Mraz en als backing-vocalist bij Shawn Barry.  Ze zingt ook bij Parrish Black, doet backings bij Brown Hill en Meike van der Veer. Maar of ze nu op het podium, in de studio of thuis muziek maakt, het creëren en samen muziek maken vindt zangeres Blain (1978) het belangrijkst.

Blank en Indisch
Ik ben nog niet binnen of Blain toont me haar nieuwe aanwinst: een ukelele. ‘Ik leer het best snel, omdat ik als kind viool heb gespeeld’. Ze herinnert zich van huis uit het zingen bij de piano, met haar ouders en zussen, en alle instrumenten die haar vader had. ‘Hij wilde altijd dat zijn dochters een instrument leerden spelen, zodat we met hem samen konden spelen. Nu heeft hij toch nog zijn zin’. Blain (deze artiestennaam is een samentreksel van BLank en INdo) is Indisch via haar vader. Zijn broers en zus zijn in Indonesië of op de boot geboren, hij in Nederland. Opa kwam uit een klein vissersdorpje op Java, oma kwam uit Menado.

Blain © Pascal Music Pics
Blain © Pascal Music Pics

 

Van kinderkoor tot Academie Voor Lichte Muziek
Blain begon al vroeg met zingen: eerst in een kinderkoor, toen tijdens uitvoeringen op de basisschool en op de middelbare school in een groep die rap met zang combineerde. Haar eerste coverbandje en een schrijf-samenwerking met een toetsenist volgden. Op haar zeventiende deed ze de vooropleiding van het Conservatorium, maar kon er niet goed aarden. Al gauw vond ze een passende opleiding: Academie Voor Lichte Muziek, waar de theorie minder de leidraad vormde en performance centraal stond. ‘Ik ben lang zoekende geweest, maar toen ik bijna dertig was, wist ik het zeker: muziek is het voor mij’. Nu is songwriting een van haar grootste passies. ‘Alles kan me inspireren: voetstappen, of het geklik van een balpen’. Haar songs kunnen dan ook alle kanten op gaan, van onvervalste pop-songs tot R&B en commerciële dance: ‘Ik wil me niet vastleggen op een stijl, ik wil alles kunnen blijven maken’.

Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain
Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain

‘Echt iets Aziatisch’
Op tafel ligt een batik-kleedje. Ik ben benieuwd: wat in Blains leven beschouwt zij als Indisch? ‘Bij ons thuis waren er altijd mensen over de vloer. Die gezelligheid, en natuurlijk het eten vind ik Indisch. Mijn Nederlandse moeder kan goed Indisch koken, dat heeft ze geleerd van mijn oma’. En in de muziek? ‘Het lijkt wel of alle Aziaten gitaar kunnen spelen of zingen! Muziek vind ik echt iets Aziatisch’. Het valt me op dat ze over Aziaten praat en niet specifiek over Indo’s. ‘Ook veel Molukkers, Chinezen, Koreanen kom ik in de muziek tegen, en vaak zijn ze een mix van verschillende (Aziatische) culturen’. Een beetje verder vragen leert dat Blain spiritueel is ingesteld: ‘Er is meer dan wat we kunnen zien, ik respecteer de geestenwereld. Ik zou ook nooit glaasje draaien, daar moet je voorzichtig mee zijn’. Het idee van een kris die de ziel van de maker in zich herbergt, vindt ze ook maar niks. Maar ze gelooft er dus wel in.

 Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods
Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods

Internationaal succes
Wat opvalt aan Blain is haar directheid. ‘Oudere Indo’s, of Aziaten in het algemeen, zeggen niet altijd wat ze echt denken. Wat dat betreft ben ik heel Westers. Dat vind ik soms moeilijk, ik wil niemand kwetsen. Maar ik zal niet mijn kop in het zand steken. Zo Indisch ben ik dus niet’, grapt ze. Ondertussen tokkelt ze rustig door op de ukelele. Ook in haar eigen songs streeft ze naar eerlijkheid. ‘De muziek en de tekst samen, het moet gewoon kloppen’. Met succes, want ze werkt samen met succesvolle producers en DJ’s zoals Ron Carroll, en ze schrijft songs die internationaal worden uitgebracht. En onlangs heeft ze dus haar hart verpand aan een ukelele, waarmee ze nog makkelijker liedjes schrijft. Een eenvoudig, bescheiden instrument. Als ik het instrument oppak, ben ik al gauw aan het spelen, terwijl ik verder geen instrument kan spelen. Hier word ik enthousiast van! We maken gauw een afspraak samen liedjes te schrijven. Als ik wegga, weet ik het zeker: vanavond nog schaf ik een ukelele aan!

De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain
De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

3.0 in de keuken: Joe Saleh

‘Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen’

Joe Saleh (36), werkzaam als kok in het Filmhuis in Den Haag, heeft een grote passie voor eten, muziek en schilderen. Drie disciplines die volgens Joe heel dicht bij elkaar liggen. Zijn vader vocht tegen de Jappen en zijn moeder behoorde tot de eerste generatie onafhankelijke Indonesiërs. Of Joe een echte 3.0’er is, is dus niet duidelijk. Joe lijkt hier niet veel waarde aan te hechten. Hij wil zichzelf niet profileren als Indisch maar als wereldburger. ‘Koken is een kunstvorm die verschillende landen en culturen met elkaar verbindt. Dat alleen al laat zien hoe klein de wereld eigenlijk is.’

Zowel de grootouders als de ouders van Joe komen uit Java: ‘Het bizarre aan de familiegeschiedenis is dat mijn opa, de vader van mijn moeder, tegen mijn vader gevochten heeft. Mijn opa vocht voor Indonesië. Dus eigenlijk heeft onder andere mijn moeders familie ervoor gezorgd dat mijn vader in 1950 het land uit werd gezet. In 1965 kwam ook mijn moeder in Indonesië in moeilijkheden omdat ze verdacht werd van linkse praktijken. Ze had sympathie voor de andersdenkenden. Ook zij besloot het land te verlaten. In Nederland vonden mijn ouders elkaar pas.’

Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro
Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro

Ik maak deel uit van deze wereld
In 1995 ging Joe voor het eerst naar Indonesië. Hier ontmoette hij een groot deel van zijn familie: ‘Overeenkomsten heb ik niet echt gevonden. Zij zijn daar opgegroeid, ik in het westen. Destijds liep ik daar op Nikes dus men zag dat ik niet van daar kwam. Dat was voor mij een vreemde gewaarwording. Ik ging juist naar Indonesië om te ontdekken waar mijn roots lagen. Helaas kon ik daar niet goed aarden, maar wat nog erger was, was dat ik bij terugkomst in Nederland ook hier niet meer kon aarden. Ik voelde me ontheemd. Waar hoor ik dan wel? De omzwerving heeft ongeveer tien jaar geduurd tot het besef kwam dat ik zowel daar als hier hoorde. Ik maak deel uit van deze wereld. Dat besef geeft mij rust.’

Mijn gasfornuis is mijn canvas
Joe stond altijd bij zijn moeder in de keuken. Toch is hij, ondanks zijn liefde voor koken, eerst Illustratieve Vormgeving gaan studeren: ‘Ik ben niet afgestudeerd, omdat de passie voor koken toch grotere vormen aannam. Eigenlijk kan koken vergeleken worden met schilderen. Ik zie daar niet zoveel verschil in. Je gebruikt alleen andere zintuigen. Bij schilderen vertaalt het penseel wat in mijn hoofd zit naar het canvas. Als ik kook, is mijn gasfornuis mijn canvas, maar dan met pannen en kleuren. Naast je ogen gebruik je bij het koken nog twee extra zintuigen, je reuk en je smaak.’

Keep up the big smile
Keep up the big  smile is kenmerkend voor Joe: ‘Geen idee of het typisch Indisch is, maar ik probeer het wel aan mijn collega’s mee te geven. Tijdens de laatste avond van de Haarlem culinair dagen was het zo druk dat mijn voormalige chef en ik de bonnen niet meer aankonden. Mijn chef gaf op en zat in een hoekje voor zich uit te kijken. Ik kookte door. Mijn chef zei: wat doe je? Ik antwoordde: Zie je die borden daar? Als we die wegwerken dan hebben we het record verbroken. Mijn chef stond op en kwam naast mij staan. Samen hebben we de borden weggewerkt. Ik was zo blij en zag mijn chef ook helemaal opbloeien. Als het nu druk is, denk ik nog vaak aan dit moment terug. Ooit was het mogelijk dus nu ook.’

Joe Saleh. Foto: Johan Snijders
Joe Saleh. Foto: Johan Snijders

Volks voedsel
Joe houdt vooral van volks voedsel: ‘Het is geen koninklijk voedsel. Het is voedsel dat iedereen eet. Zodra ik een nieuwe cultuur ontdek, wil ik eerst met hulp van de lokale bevolking de traditionele recepten uitproberen om de smaak te achterhalen. Van daaruit ga ik freaken. Wat gebeurt er als ik een andere cultuur erbij pak? Ik experimenteer ook met Indonesisch eten. Zo werkt de Indonesische keuken bijvoorbeeld met gedroogde koriander en de Thaise met verse koriander. Als je verse koriander gaat gebruiken in de Indonesische keuken, krijg je direct al een andere smaak. Dat vind ik interessant. Dat je met de traditionele dingen iets doet, waardoor er iets nieuws ontstaat.’

Heilige drie-eenheid
Joe zal altijd op zoek blijven naar de meest vreemde culinaire combinaties, maar liever gaat hij door in de muziek. Hij geeft mij zijn cd – Joey Retro: As the wind turns : ‘Dit is wat ik wil doen, maar dat wil niet zeggen dat ik stop met koken. Ik moet altijd bezig blijven, niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen. Je bladmuziek is je canvas, dat zijn je pitten. Je wilt altijd dat iets wat je maakt zó in de smaak valt dat men denkt: wauw dit is super nice, of het nu om eten, muziek of kunst gaat. Dat is het eindresultaat.’

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Keuken die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Keuken? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Joe Saleh © DennisWisse
Joe Saleh © DennisWisse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wil jij ook freaken in de keuken? Probeer dan  pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat-kokos saus (voor 2 personen)

Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus
Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus

Ingrediënten boemboe

2 tomaten
halve paprika

2 teentjes knoflook
3 eetlepels sambal oelek

4 kemiri noten
halve ui

1 dl olie
Peper en zout

Maak met bovenstaande ingrediënten de boemboe voor de makreel,
met een blender of keukenmachine

2 makrelen
2 stengels citroengras (sereh)

2 blaadjes laurierblad

snij kop en staart van makreel af, verwijder ingewanden en spoel de vis schoon
– zet de boemboe met de stengels sereh en de laurierblaadjes op het vuur
– breng de boemboe aan de kook
– doe per makreel een kwart van een sereh stengel en een laurierblad in de buikholte. Voeg ook wat van de saus toe.
– smeer een ovenschaal in met een beetje olie, doe de makreel er in
– voeg de saus toe, schuif het in de oven op 160 graden 20 min.

Tips
– Dek de ovenschaal af met een deksel om uitdrogen te voorkomen
– Zorg ook dat de vis onder staat

Bereiding van Haricoverts in tomaat-kokos saus 

200 gr haricoverts
1 tomaat

halve ui
1 teentje knoflook

50 gr laos
1 stengel sereh

1limoenblad
2 eetlepels sambal oelek

250 ml kokosmelk
scheut vissaus

zet water op voor de haricoverts om te blancheren. Voeg wat zout aan het water.
– snij de kontjes van de haricoverts. Als het water kookt voeg je de haricoverts toe.
– kort blancheren, ze mogen een bite hebben. Als je denkt dat het goed is, meteen spoelen onder koud water. Dan behoudt het z’n prachtige groene kleur.
– snijd ondertussen de knoflook in plakjes, de ui in fijne blokjes, crush de sereh stengel met de achterkant van je (koks)mes of met een hamer, zodat het soepel wordt.
– snij de laos grof. Voeg toe aan een pan gevuld met een scheutje olie. Even fruiten.

– voeg dan de sambal, limoenblad, blokjes tomaat toe. Even fruiten.
– voeg de kokosmelk toe en laat even koken.
– voeg de haricoverts toe en roer goed door.
– voeg vissaus naar smaak toe

3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Rantang-repo: Indonesian pop night

Rantang – een avond gevuld met Indonesische popmuziek – vond zaterdag 25 augustus plaats in Den Haag. Muziekstijlen van dangdut to harde rock passeerden de revue. Indisch 3.0 was erbij. Hoewel de muziek geweldig was, was de opkomst minder – tot teleurstelling van de gasten en de organisatie. Het is dan ook onzeker of er ooit weer een Rantang komt.

Mijn fotograaf haalde me veel te vroeg op. Gelukkig maar, het Wellant College in Den Haag was moeilijk te vinden. Eenmaal aangekomen werden wij verwelkomd door de oorverdovende soundcheck van de Biroe Band. Ondanks dat wij arriveerden rond het aangegeven aanvangstijdstip van vier uur ’s middags leek alles nog niet op orde. Behalve dat men nog bezig was met de soundcheck, was onder andere de belichting nog niet geregeld en de catering nog niet aangekomen. Veel gasten waren er nog niet, langzaam druppelde er wat binnen.


BALI AYU BUDAYA danst © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Indorock, keroncong en gamelan
Wij zagen kans om te spreken met een van de organisatoren, Mikey, die er prompt de grote naam van de avond bij haalde: Hengky Supit, ‘dé Indonesische rocklegende uit de jaren ‘90’. Tegenwoordig woont hij in Nederland met zijn Hollandse vrouw en hun kinderen. Wij vroegen Mikey waarom hij deze Indonesische popavond wilde organiseren. ‘Ik wil gewoon Indonesische popmuziek in Nederland aan de man brengen. Iedereen in Nederland denkt bij Indonesische muziek alleen aan indorock, keroncong, gamelan etcetera. Het is net alsof ze denken dat de tijd in Indonesië sinds de jaren ’50 stil staat, maar dat is niet zo. ‘

Ik vind de Indonesische popmuziek veel creatiever dan Nederlandse popmuziek.

‘Net als in Nederland zijn er trends en ontwikkelingen geweest waar veel goede dingen uit zijn gekomen. Ik vind de Indonesische popmuziek ook veel leuker dan de Nederlandse popmuziek. Het is interessanter en creatiever. In Nederland begint het allemaal een beetje op elkaar te lijken en iedereen lijkt bang te zijn om in hun eigen taal te zingen.’ Mikey – die sinds kort weer in Nederland verblijft – heeft zelf ook een bescheiden hitje gehad in Indonesië onder de naam Michiel Eduard.

Michiel Eduard, medeorganisator, met rocklegende Hengky Supit
© Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Kostbaar
Een avond organiseren met Indonesische artiesten lijkt een kostbaar iets. Vooral het overhalen van muzikanten om naar Nederland toe te komen voor een enkele optreden is lastig. Bij Rantang viel dit echter mee, omdat de artiesten die deze avond optraden in Nederland wonen en de meesten hadden al een band met de organisator. Op de vraag waarom Hengky Supit had besloten deel te nemen aan Rantang antwoordde hij: ‘Ik ken Mikey goed en vond het wel leuk om dit voor hem te doen.’ Mikey: ‘Ik heb hem eigenlijk gedwongen!’

Is Balinese dans op zijn plek op een avond met moderne popmuziek?

Hoogtepunten en een valse noot
Na een tijdje wachten en vermaakt te zijn door DJ Ron Funkytown werd de avond eindelijk geopend door de Balinese dansduo Bali Ayu Budaya. Hoewel Balinese dans altijd leuk is om te zien, vroeg ik me wel af of traditionele dans wel geschikt was voor een avond waarbij moderne popmuziek ten gehore gebracht zou moeten worden. De Biroe Band speelde een rits aan covers van Indonesische bands, die ik grotendeels niet kende. Dit deed de band vol energie en enthousiasme – het was wat mij betreft het hoogtepunt van de avond.  Dangdutzangeres Theresia was erg vermakelijk en wist velen uit het publiek over te halen om met haar mee te dansen. Rich.Art was wat minder luid dan de rest met enkel zijn stem en akoestische gitaar.

 

DANGDUT ZANGERES THERESIA krijgt publiek en andere performers op de dansvloer © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Valse noten
Tegen het eind van de avond trad Michiel Eduard zelf op. Hij zong een paar van zijn eigen liedjes en een cover van de band Slank. Hierna was het de beurt aan de rocklegende Hengky Supit. Hoewel Supit een aantal valse noten raakte en af en toe schreeuwde in plaats van zong, vond ik het ontzettend jammer dat hij niet langer speelde. Hij was namelijk de grote naam van de avond. Hierna werd de avond afgesloten met een duet van Michiel Eduard met zangeres Iane van de Biroe Band.

Popheld uit de jaren 90, Hengky Supit © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Verwachtingen

De opkomst was helaas niet groot deze avond. Veel van de gasten waren bevriend met de organisatie of een artiest. Die gasten die dat niet waren, waren oprecht geïnteresseerd in wat de avond te bieden had. Een Indische jongen vertelde: ‘Ik had gehoord dat er iemand zou optreden die vanuit hier naar Indonesië is gegaan en daar een hit heeft gescoord. Ik ben ontzettend benieuwd.’ – doelend op Michiel Eduard.

Er zijn niet genoeg mensen voor een echt goede sfeer.

Hoewel iedereen het naar zijn zin leek te hebben, heerste er ook wel teleurstelling. Een wat oudere gast vertelde: ‘Ik had andere verwachtingen. Met name wat het aantal mensen betreft. Er zijn niet genoeg mensen en ook niet het goede soort mensen om een echt goede sfeer voor een avond als deze te krijgen.’ Een lid van de Biroe Band deelde deze mening blijkbaar, want die hoorde ik klagen over het ten gehore moeten brengen van harde rock aan een stel oudjes. De lage opkomst zal waarschijnlijk te wijten zijn aan de slechte promotie. De organisatie gaf zelf ook toe daar niet veel aandacht aan te hebben besteed.

BIROE BAND © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Ook aan de locatie viel wat op te merken. Hoewel iedereen met wie ik sprak het er mee eens was dat het Wellant College een mooi gebouw is, vond niet iedereen het een geschikte concertzaal. ‘Het is en blijft een school. Het is niet gebouwd met akoestiek in gedachten en dat kan je ook wel merken,’ vertelde een man die beweerde zelf bij een podium te werken. Verder waren er niet veel mensen te spreken over de bereikbaarheid van de school.

Ondanks de gebreken die Rantang vertoonde – die voor een deel af te schrijven zouden kunnen zijn als kinderziektes – hebben wij van Indisch 3.0 een leuke avond gehad. Organisator Mikey vond de avond goed verlopen, maar geslaagd vond hij het zeker niet. Het was verre van een succes. Het is dan ook onzeker of er ooit weer een Rantang komt.

Jonge Indo in de Muziek – Patrick Rugebregt

Patrick Rugebregt – Foto: Patrick Rugebregt

Op het North Sea Jazz Festival 2012

Als hij een stuiterbal was, was Patrick al lang van het terras af gestuiterd. Hij praat rustig, maar van binnen borrelt de opwinding. Zijn grote wens sinds hij een tiener was, is in vervulling gegaan: deze zomer speelt hij op het North Sea Jazz Festival met Tuur Moens & Syndicate. Ontspannen maar vol ambitie vertelt de (jazz)pianist, componist en arrangeur Patrick Rugebregt (25) over zijn passie voor muziek, Indische familiefeestjes en zijn allergie voor… pinda’s!

Boogie Woogie
Op een steenworp afstand van het Utrechtse Conservatorium spreken we af op een terras. Niet dat het conservatorium de start was van zijn muzikale carrière: De eerste keer dat Patrick in zijn bewuste leven in aanraking kwam met muziek was hij vier jaar en zat hij langdurig ziek thuis vanwege zijn allergieën (Patrick is onder meer allergisch voor pinda’s – je verzint het niet!). Tegen de verveling van het thuis zitten, bouwde zijn vader met oude gitaarsnaren een piano voor hem. Hij leerde hem zijn allereerste liedje spelen; een boogie woogie. Het instrument heeft hem vanaf toen nooit meer los gelaten.

Patrick spelend op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Patrick achter de piano op het conservatorium © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Muzikale familiefeestjes
Patrick is Indisch van vaders kant: hij kwam op achtjarige leeftijd naar Nederland vanuit Sulawesi. Zelf speelt hij gitaar en zingt hij. Maar Pa Rugebregt is niet de enige van de familie die de liefde voor muziek heeft aangewakkerd. ‘Wat ik heb meegekregen van mijn Indische achtergrond? Muziek! De hele familie speelt wel wat: opa dwarsfluit en gitaar, de tantes zingen, de ooms spelen gitaar. Niet professioneel, ze spelen echt voor het plezier. Maar op familiefeestjes – waarbij iedereen hapjes meeneemt – staat iedereen met elkaar muziek te maken’.

Altijd mee kunnen eten
Deze jongen leeft, ademt en eet muziek, merk ik, maar ik vraag toch even verder: ‘Er is vast wel iets anders dan muziek dat je ook typisch Indisch vindt?’ Patrick denkt even na, maar al snel geeft hij antwoord: ‘Gastvrijheid. Dat gasten zich snel thuis voelen in jouw huis, en dat iedereen altijd onaangekondigd mee kan eten.’ Bij dat laatste speelt Patricks Nederlandse moeder een grote rol. ‘Vooral mijn moeder kookt Indisch thuis, en dat doet ze ook heel goed! Wanneer ik vroeger vrienden en vriendinnen van de middelbare school mee naar huis nam, maakte ze er geen probleem van om een rijsttafel klaar te maken.’ Zelf Indisch koken doet Patrick niet en heeft daar verder ook geen speciale belangstelling voor: alle aandacht en passie gaat naar muziek.

Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt
Patrick tijdens een optreden – Foto: Patrick Rugebregt

Van punkrock en hiphop naar moderne jazz
Op zevenjarige leeftijd ging Patrick naar de muziekschool. Muziekstijlen die hem inspireerden gingen echt alle kanten op. ‘Ik luisterde een tijd veel naar hiphop en had zelfs even een punkrockperiode’. Op de muziekschool maakte hij voor het eerst echt kennis met jazz. ‘Een contrabasdocent vroeg of ik in zijn bigband wilde spelen, geweldig! Ook de ensemblelessen, waarbij we veel improviseerden, vond ik heerlijk. Miles Davis was bijvoorbeeld een grote inspiratie, mijn eerste CD’s zijn van hem. Nu ben ik erg fan van moderne jazzpianist Aaron Parks’. Op TV zag de jonge Patrick registraties van North Sea Jazz, met onder andere optredens van Dianne Reeves en Chick Corea. ‘Vanaf dat moment wilde ik daar ook ooit staan.’ Toen Patrick veertien was wist hij: ‘Ik wil naar het conservatorium’.

Een muzikale toekomst

In 2010 studeerde Patrick cum laude af aan het Conservatorium van Utrecht. Hij werd bij zijn eindexamen geprezen voor zijn eigen adem in de muziek. Inmiddels is Patrick zelfstandig muzikant en kan hij van piano spelen leven. In 2009 speelde Patrick voor het eerst een heel album in voor de fusion band Elixxir onder leiding van André Orsel. Begin 2011 start Patrick als vaste toetsenist bij Rigby, een Nederlandse pop/rock band, waarmee hij met de single ‘One Life To The Next’ op 15 kwam in de single top 100 van iTunes. Rigby heeft onlangs hun  tweede single opgenomen en van de zomer gaat de band de studio in voor hun derde album.

De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt
De eerste EP van PRQ: Skybound – Foto: Patrick Rugebregt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds 2011 heeft Patrick zijn eigen kwartet, genaamd PRQ (Patrick Rugebregt Quartet – onlangs overigens een Quintet geworden), waarvoor hij de muziek schrijft. Hiermee nam hij in de zomer van 2011 een EP op ‘Skybound’ met vier  van zijn eigen stukken. Als ik Patrick vraag naar zijn ambities houdt hij zich bescheiden, maar de ogen twinkelen:  ‘Ik wil met  mijn eigen muziek op zoveel mogelijk plekken spelen en verder zoveel mogelijk met muziek bezig zijn.’

Indisch 3.0 zegt tegen al haar lezers: hou ‘m in de gaten – hij gaat hard, deze jongen. Check ook vooral www.patrickrugebregt.nl

Oproep

P.S. Ken/ben jij een muzikale Indo die mee zou willen werken aan een aflevering van Jonge Indo in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl 

Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen

Michael Jeremy (27) producer en rapper uit Utrecht

Voor deze aflevering van  Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader,  bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.

In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn studio

Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.

‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.

Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer.  Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’

Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd  te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’

Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen.  ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische  mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’

De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn thuisstudio

‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij  nog maar méér om muziek te maken.’

 ‘Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’

Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl

MC DRT – “Rappen is een roeping, geen ambitie.”

MC-DRT 2011 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0

In één oogopslag ontkracht MC DRT (aka Kevin Visser) het clichébeeld, namelijk dat alle Indische mannen klein en tenger zijn. Deze boomlange rapper torent met zijn statuur én skills hoog boven menigeen uit.

tekst: Willem-Jan Brederode fotografie: Armando Ello

Unieker is dat deze Indische Almeerder rapteksten schrijft met inhoud, visie en kritiek – binnen de hedendaagse hiphop helaas een uitstervend ras. Hoog tijd om eens meer over hem te weten te komen.

Terwijl MC DRT fotograaf Armando Ello en mij begeleidt naar de hotellounge voor het interview, vertelt hij kennisvol over de stadsgezichten van Almere die wij onderweg tegenkomen. Met een architectuur die nooit ouder dan een aantal jaar (hoogstens decennia) oud kan zijn en een sterke multiculturele demografie, maakt Almere het woord ‘oer-Hollands’ juist exotisch. Na een kwartier moest ik toch eerlijk bekennen dat ik weinig personen van zijn leeftijd ken die zoveel over hun eigen stad of regio weten. Achteraf kan ik deze eigenschap alleen maar wijten aan zijn diep ontwikkelde sociale betrokkenheid en maatschappelijke visies die als vlijmscherpe rode draden door zijn teksten lopen.

MC-DRT 2011 4 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0

Eerste generatie Almeerder
MC DRT werd in 1982 in Amsterdam geboren, maar zijn familie woonde al in het toen nog vrij nieuwe Almere. Naast een derde generatie Indo, noemt hij zichzelf dus een eerste generatie Almeerder. “Mijn stad heeft nog geen geschiedenis, dus ook nog geen identiteit. Juist door het ontbreken van een gevestigde orde heeft men moeite om om te gaan met de creativiteit van jongeren. Hierdoor zie ik dat er, voor artiesten zoals ik, voornamelijk proefkonijn initiatieven worden opgezet. Mensen van mijn generatie vormen de grondleggers van deze stad. Wij zullen geschiedenis schrijven door het fundament te leggen. Helaas mist bij mijn generatie het bewustzijn en de ruggengraat hiervoor.” Ik bedenk me dat ironisch genoeg bij zijn Indische generatiegenoten een identieke problematiek zich voordoet.

Indische invloed
Blootstelling aan de Indische cultuur begon voor MC DRT al op jonge leeftijd. Tijdens zijn jeugd had hij veelvuldig contact met zijn Indische grootouders. In hoeverre hij daar Indische eigenschappen aan heeft overgehouden? “Een andere Indo kan die beter bij mij herkennen dan ikzelf, want voor mij is hoe ik ben normaal.” Bewust zijn van zijn culturele achtergrond begon ook in die tijd. “Halverwege de jaren ’80 had je veel minder gekleurde mensen hier, zeker in het toen blanke, dorpse gedeelte van Almere waar ik ben opgegroeid. Toen mijn opa hier kwam, werd hij zeg maar gezien als één van de ‘negers’, waardoor ik automatisch ook. ”

Gedurende zijn ontwikkeling als artiest, ondervond hij steun vanuit ‘het Indische’. “Ik neem mijn leven als musicus serieus. Het is een middel om een boodschap te verspreiden; om mijn droom uit te spreken. Deze opstelling wordt eerder door mijn Indisch deel geaccepteerd en gestimuleerd. Vanuit mijn Hollandse kant wordt liever een “strak in het gareel” manier van leven gezien.”

Wat paradoxaal lijkt te zijn, is zijn directe, harde manier van rappen versus de introverte communicatie binnen de Indische wereld. MC DRT heeft echter een andere benadering; “Ik zal mijn cultuur nooit ten schande brengen. Ik gebruik juist het collectieve aspect om een stem te geven aan diegenen dit dat niet kunnen. Wat ik zeg moet een meerwaarde hebben, ik zeg dingen omdat ze gezegd MOETEN worden. Ik zie rappen dan ook eerder als een roeping dan als een ambitie.”

Deze ‘stem’ hoor je luid en duidelijk terugkomen in de gevarieerde onderwerpen die aan bod komen in zijn teksten. Hierin is echter nog niet de ‘Indische stem’ naar voren gekomen. MC DRT legt uit; “Ik zou graag over iets Indisch willen schrijven, maar op een of andere manier kan ik er nog niet helemaal cool onder zijn. Als ik nadenk over wat er gebeurd is, gaat mijn bloed koken. Ik heb het zelf niet eens meegemaakt, maar het zit toch nog te diep.” Ik vraag niet naar verdere uitleg, omdat ik feilloos weet wat hij bedoelt. We laten het erbij.

Indo Hop
Op de middelbare school leert MC DRT Jerome XL kennen, een Indische jongen met een freestyle talent waardoor DRT zich aangespoord voelt ook te gaan rappen. Vanaf 1997 betreden zij samen als rappers de hiphop-wereld en stichten hun eerste groep genaamd “Indo Tribe”, samen met twee andere Indische jongens. “Vervolgens vormden wij een van de eerste allround hiphop crews van Nederland, genaamd DC 13. We hadden alles, rappers, freestylers, breakers, DJ’s, graffiti… Helaas eindigde alles toen een van onze leden, Ali B, aan zijn weg naar succes begon te timmeren.” Daarna gingen MC DRT & Jerome XL als duo door, waarmee zij terechtkwamen op een aantal compilatie-albums en een aantal videoclips maakten.

MC-DRT 2011 1 (c) Armando Ello/ Indisch 3.0Helaas is het duo daarna uit elkaar gegaan ‘due to creative differences’, zoals men in de hip hop altijd zo mooi kan zeggen. Maar bestaat er eigenlijk wel een culturele band tussen Indische rappers? “Ik denk het niet, het is ten eerste voornamelijk de stad of regio die de band vormt tussen rappers”, zegt MC DRT. Dit is niet ongewoon binnen de hiphop. In de VS bijvoorbeeld, vormt binnen de hiphop je geografische achtergrond eerder je identiteit dan je afkomst. Maar hij vervolgt; “Maar niemand heeft ons ook ooit bij elkaar gezet. Als we elkaar op de pasar malam zouden tegenkomen, kunnen we elkaar leren kennen”. Alsof ik een ‘gat in de Indische markt’ hoor, vraag ik mijzelf af waarom er inderdaad nog niemand zo slim is geweest om al het onbekende en bekende jong Indisch muziektalent bij elkaar te zetten… (HINT HINT).

Rebel Without A Pause
MC DRT is een opkomende Indische artiest/ rapper waar ik al jaren op wacht. Eindelijk iemand die breekt met het populaire format waarmee Indische artiesten door de Hilversumse fabriek tegenwoordig worden uitgepoept. Geen popstar, geen mooiboy aspiraties, geen player antics, geen bling in zijn oor, geen wanna-be neger die praat als een Marokkaan, geen gepolijste poprijmpjes die uit zijn mond rollen. Leefden wij 20 jaar geleden, dan deed ik Chuck D’s klok om MC DRT zijn nek. ‘Cause he knows what time it is…!’

[learn_more caption=”Meer over MC-DRT”]Wil je meer over MC DRT weten, zijn artikelen lezen of EP’s “Pennevrucht” en “Suikerwater” downloaden, check dan zijn website http://www.drt.nu. Blijf zijn site geregeld checken voor het aankomende album “Volkstherapie”.[/learn_more]

Marlon Robert, Jonge Indo in de muziek

Voor de eerste aflevering van de nieuwe serie ‘Jonge Indo’s in de muziek’ ga ik in gesprek met Marlon Robert. We spreken af in Den Haag, rock capital van Nederland. ‘Blauwe cowboylaarzen en rood leren jack,’ had ik hem meegedeeld. ‘Zwart leren jack en zilveren sneakers,’ diende hij mij van repliek. Alvoor we een warme, droge plek gevonden hebben in het centrum van Den Haag in, begint Marlon over muziek. Zijn enthousiasme steekt me aan.

Gek van muziek
Marlon Robert, 38 jaar en Hagenaar (of moet ik Hagenees zeggen?), is drummer van de band A Minor Crisis en Everlight for Hawaiians, freelance tekstschrijver, vrijwilliger en werkzaam in de verslavingszorg.

On drums: Marlon Roberts. Foto: Ron van Varik

“Wat leuk dat je me gaat interviewen! Ik ben geen pro hoor, maar wel he-le-maal gek van muziek. Met A Minor Crisis spelen we alternatieve rock. De zanger/gitarist komt meestal met een idee voor een liedje. Als band jammen wij vervolgens gewoon wat er in ons opkomt en vervolgens ontstaat er iets. Met Everlight heb ik net vijf nummers opgenomen in de studio.”

Mensen achter de muziek
“Ik begon laat met muziek maken. Pas na mijn twintigste begon ik met drumles, maar ik was er al jong helemaal gek van. Het begon met de klassieke muziek waar mijn Nederlandse stiefopa altijd naar luisterde. Door mijn oom kwam ik aanraking met drums, hij had een drumstel thuis en zo is het balletje gaan rollen.” Ineens vliegen de bandnamen en de bekende drummers en gitaristen me om de oren. Enigszins uit het veld geslagen door mijn gebrek aan kennis op dat gebied pen ik driftig alle namen op papier. Jeff Porcaro is natuurlijk wel een bekende naam, de drummer van Toto, die Marlon als zijn voorbeeld ziet. “Ik weet niet meer wat mijn eerste plaat was, maar ik weet wel dat ik geïnteresseerd raakte in de mensen achter de muziek.”

“Als je het mij vraagt was mijn opa Japans”
De familie van Marlon heeft dus een grote invloed gehad op zijn liefde voor muziek. Beide ouders van Marlon zijn Indisch. Allebei komen ze van Java, vader uit Banyuwangi en moeder uit Surabaya. Als ik doorvraag naar zijn grootouders en de oorlog wordt het verhaal een beetje onduidelijk. Het woord troostmeisje valt even en uiteindelijk komt Marlon met de mededeling: “Volgens mij heb ik een Japanse opa. Niets is zeker, niemand schijnt het te weten, maar als je het mij vraagt was mijn opa Japans.” Marlon wil en kan er niet meer over vertellen, ik laat het. Er zijn wel meer familiegeschiedenissen onduidelijk.

“Stilte kan namelijk ook muziek zijn”
In zijn Indische achtergrond is hij zich pas ver na zijn pubertijd gaan verdiepen. “Ik leerde pas na mijn twaalfde rijst eten, daarvoor waren het enkel aardappelen.” In 1992 is hij voor het eerst naar Indonesië gegaan met zijn ouders en andere familieleden. ‘Hoe ongelooflijk cliché het wellicht ook klinkt, ik had de ‘aha-erlebnis’ en het voelde inderdaad als thuiskomen.’ In 1995 keerde hij nog een keer terug. Zijn beste herinnering aan Indonesië is de zonsopgang bij de Bromo. “We moesten midden in de nacht ons bed uit en een drie uur durende trektocht ondernemen om amper vijf minuten van het weidse uitzicht te kunnen genieten. Wat ik me vooral herinner is dat ik even van heel dichtbij meemaakte hoe nietig de mens wel niet is. En die stilte, heerlijk. Even geen muziek. Stilte kan namelijk ook muziek zijn.”

Indorock is niet helemaal mijn ding
In het verleden speelde Roberts Indorock met Dislocation en de Bibit Rockers. “Met Dislocation speelde ik voornamelijk softe evergreens en natuurlijk deed ik ook mijn stinkende best om zo lekker mogelijk te spelen. Later bij de Bibit Rockers zat ik veel meer op mijn plek. Daar kon ik echt rocken. We waren allemaal jong, we speelden Indorock en traden op op de Pasar Malam Besar. Helemaal kicken. Maar om je eerlijk te zeggen. Indorock is niet helemaal mijn ding.”

Drummer zoekt vrouw
Ik vraag hem drie inspiratiebronnen voor zijn muziek te noemen. Marlon kijkt me een beetje nijdig aan. Drie inspiratiebronnen noemen vindt hij lastig. Toch komt hij op een aantal bekende artiesten. Met stip op één: Jeff Porcaro. Ook de naam Kevin Gilbert valt. “En uiteraard het publiek. De mensen die de moeite nemen om naar jouw optreden te komen kijken en luisteren. Daar doe je het voor. De laatste jaren haal ik vooral mijn inspiratie vandaan bij het meest avontuurlijke muziekfestival dat er is: State X New Forms. En nog een allerlaatste ding dan. Natuurlijk haal ik  ook heel veel inspiratie uit een heerlijke Indische maaltijd. Nasi Goreng Djawa bij Sarinah.”Als er dan nog eens (mooie) vrouwen in het publiek staan, ga ik daar niet slechter van spelen. Natuurlijk ben ik geen muziek gaan maken om contact te krijgen met vrouwen. Alhoewel. Ben wel vrijgezel. Dus kan ik nu een oproep doen…?”

Wat is de muziek van generatie 3.0?

Komende maand publiceert Indisch 3.0 de eerste aflevering van de serie Jonge Indo in de muziek. Aanleiding voor de redactie om zich af te vragen: wat is eigenlijk de muziek van generatie 3.0? De eerste generatie was gek op big bands zoals Glenn Miller, de tweede generatie jivte zich suf op Indorock, waar luistert een doorsnee 3.0’er naar?

Jago Bahaya (foto via Facebook)

Is dat muziek van Jago-Jago die op 28 mei op de Tong Tong Fair staan? De Kambing Kings (30 april)? De slack-key gitaarmuziek van de Hawaiiaan Makana (Bengkel-theater)? Of kunnen we dat pas beoordelen als generatie 5.0 aan het bloggen is?