Jonge Indo's op de Werkvloer: Justin Verkijk

[box]Naam: Justin Verkijk ook bekend als DJ Frank Sumatra

Leeftijd: 25 jaar Beroep: Radio DJ bij Den Haag FM

Werkzaamheden: Radio maken

Leukste aan het beroep: “Ik ben niet gemaakt om hele dagen te werken. Ik riep van kleins af aan al dat het leven te kort is om te werken. Deze baan is perfect voor mij. Als ik ’s avonds in bed lig denk ik vaak: morgen mag ik weer. En dat is een luxe”. [/box]

 

 

Tussen de sterren #2

Derde generatie Indo Jasper Naaijkens houdt op Indisch 3.0 een blog bij over de “Oscar-run” met de film Stand van de Sterren waarvoor hij de montage deed. In zijn tweede blog vertelt hij over de filmfestivals die hij afgelopen maand bezocht in Amerika.

Op dit moment worden we met onze documentaire ‘Stand van de Sterren’ op filmfestivals over de hele wereld uitgenodigd. Twee speciale filmfestivals waren Silverdocs (Washington) en het LA Filmfestival (Los Angeles). Het Silverdocs festival is een groot filmfestival dat jaarlijks door Discovery Channel wordt georganiseerd. Het LA filmfestival trekt jaarlijks meer dan 100.000 bezoekers en is samen met Sundance (Park City) en Tribeca (New York) het belangrijkste filmfestival van Amerika.

Wat het LA filmfestival zo speciaal maakt, is dat het wordt gehouden in het hart van de Amerikaanse filmindustrie: Los Angeles. Dit festival was de officiële start van onze Oscar-run. De film is tijdens het festival twee keer vertoond in aanwezigheid van de makers, waarna hij in zowel Los Angeles als in New York een week in de reguliere bioscoop heeft gedraaid. Nadat de film een week lang heeft gedraaid, werd hij officieel gekwalificeerd om mee te dingen naar de Oscar.

Op het LA filmfestival, de Oscar-run is begonnen, foto: (c) Jasper Naaijkens

Nadat we aan waren gekomen mochten we ’s avonds meteen naar de Gala première van de speelfilm ‘Bernie’ met Jack Black, Matthew McConaughey en Shirley Maclaine. Ook wij moesten over de rode loper, met enorm leger van pers langs de kant. Na de film was er een groot feest met de filmsterren.

De volgende ochtend aan het ontbijt bespraken we de Oscar strategie nog even door met het hoofd van de programmering bij HBO, Nancy Abraham. Zij benadrukte nog maar een keer dat ‘de Academy’, de organisator van de Academy Awards, honderden inzendingen per jaar krijgt en dat de competitie dit keer heel groot is.

De kans om op 26 februari 2012 dan ook het felbegeerde beeldje in ontvangst te nemen is dan ook zeer klein. Ze vertelde ook dat er bij de eerste voorstelling twee juryleden van ‘de Academy’ aanwezig zouden zijn. Dit maakte het natuurlijk extra spannend, want nu zou de Oscar-run dan echt gaan beginnen.

De voorstellingen waren een groot succes. Er werd hard gelachen tijdens de film en na de voorstelling werden we beloond met een daverend applaus. Het was erg leuk om te zien dat er ook veel ‘Amerindo’s’ naar de voorstellingen waren gekomen. In Los Angeles wonen heel veel Indische-Nederlanders die na de repatriëring naar Californië zijn verhuisd.

Een groot deel van hen woont in Los Angeles. Enkele van hen zaten ook in onze film ‘Contractpensions’ en het was heel bijzonder voor mij om ze een keer in het echt te ontmoeten (bij Contractpensions was ik niet bij de opnames in Los Angeles). Na elke voorstelling kreeg het publiek de mogelijkheid om vragen te stellen aan ons en hier was duidelijk te zien hoe ontroerd de Amerikanen waren van onze film.

Een dag later kreeg ik een telefoontje van een van de Oscar Juryleden. Ze was zo onder de indruk van de film en van het feit dat ik van meer van 300 uur materiaal zo’n sterke film had weten te monteren. Dat was een groot compliment van iemand die zelf al twee keer is genomineerd voor een Oscar. We spraken af in het hotel en ze vertelde dat ze mij graag als editor wilde voor haar volgende film. Deze film maakt ze samen met haar man Peter Rader (de scenarioschrijver van o.a. Waterworld en The Last Legion). Mijn eerste aanbod uit Hollywood is binnen!

Zomervakantie voor driejarig Indisch3.0

Indisch 3 drie jaar header

Tot 5 september a.s. 1x per week een nieuw stuk

Het seizoen 2010-2011 is een bewogen jaar geweest. De Indonesische president kwam niet, Molukkers verloren hun kort geding, de Tong-Tong Fair zag de bezoekersaantallen weer stijgen, wij hebben onze derde verjaardag ‘in Indonesië’ gevierd en de Indische kwestie heeft politiek Den Haag verdeeld. Om ons voor te bereiden op een nieuw jaar, gaan we met zomervakantie.

We lassen daarom van 14 juli tot en met 4 september 2011 een zomerstop in. Die houdt in dat we vanaf volgende week één stuk per week publiceren, onze mail minder vaak beantwoorden en op Twitter en Facebook minder zullen publiceren. Geeft de actualiteit er aanleiding toe, en is een van ons beschikbaar, dan zullen we natuurlijk vaker posten.

Als aandenken aan dit bewogen seizoen, en de daaraan voorafgaande jaren, hebben we een afscheidscadeau voor je. Het is een overzicht van drie jaar Indisch3.0; de laatste & speciale I-MAG van 2011, samengesteld door de twee vertrekkende hoofdredacteuren, Ed Caffin en Kirsten Vos. Veel plezier en tot snel. Namens de hele redactie, Charlie Heystek en Willem-Jan Brederode

Ga naar Issuu.com voor de MAG special juli 2011>>” width=”550″ height=”413″ /></a><figcaption class=Ga naar Issuu.com/Indisch3 voor de MAG special juli 2011>>

Jonge Indo's in de Liefde: Kirsten & Maas

Kirsten en Maas Goote Vos 21 juni 2011 strand (c) Armando Ello/ Kirsten Vos
Ze was adembenemend mooi, Indisch3-hoofdredacteur Kirsten Vos (34), op de langste dag van het jaar: 21 juni 2011, haar trouwdag. Precies een week voor de grote dag sprak ik met Kirsten over de liefde van haar en haar toen aanstaande, nu kersverse, echtgenoot Maas (43). Ik vroeg welke rol de I-factor speelt in de relatie tussen haar, product van twee Indische ouders, en hem, dito.

fotografie: Armando Ello

Onwijze Indo

‘Rood’ is hoe Kirsten haar eerste ontmoeting met Maas omschrijft. ‘Ik werd gewoon knalrood!’ vertelt ze over de eerste keer dat ze bij Maas zijn kantoor binnenstapte bij Internationale Zaken op het ministerie van VROM, waar zij destijds allebei werkten. ‘En hij was helemaal mijn type niet!’ Een direct vervolg kregen de rode koontjes niet. Sterker nog, het zou nog 1,5 jaar duren voordat de twee tortelduifjes hun eerste date zouden hebben.

Daarvoor, maanden na die eerste ontmoeting, deed zich een dineetje van het werk voor. Maas belandde op tactische wijze alleen met Kirsten aan een tafeltje. ‘Ik wist helemaal niet dat jij zo’n onwijze Indo bent,’ zei Maas tegen Kirsten, die zich daarop afvroeg wat hij dan met Indisch had. Maas bleek ouders te hebben met een Indische achtergrond. Direct vroeg Kirsten zich af of de aantrekkingskracht die ze had gevoeld, daar iets mee te maken had.

Kirsten en Maas Goote Vos 21 juni 2011 (c) Armando Ello/ Kirsten VosVan boemeltrein naar sneltrein
Pas maanden later vroeg Maas via een e-mail Kirsten mee uit. En weer maanden later, Maas had ondertussen een wereldreis voor z’n werk gemaakt, kwam het eindelijk tot een eerste date. Het was direct dikke mik en toen Maas bij de tweede date met wadjan en messen bij Kirsten op de stoep stond, heeft ze hem vastgepakt en nooit meer laten gaan. De relatie begon dus als een boemeltreintje, dat zich tot hogesnelheidstrein ontpopte: nauwelijks een jaar later was Kirsten in verwachting van hun eerste kind en gingen ze trouwen. ‘Ik ben heel benieuwd wanneer de snelheid afneemt!’ vertelt Kirsten lachend.

Exotisch
Kirsten hoeft Maas niet uit te leggen wat Indisch-zijn voor haar betekent en waarom ze de dingen doet, die ze doet, zoals voor Indisch3.0. ‘Maas vindt het gewoon ontzettend leuk en heel belangrijk. Je hoeft natuurlijk geen Indische achtergrond te hebben om dat te waarderen en te begrijpen, maar Maas kan net even wat meer meedenken met dat soort zaken dan de gemiddelde Nederlander.’ En: de Indische afkomst is gewoon. Het lot wil ook nog eens dat hun ouders in dezelfde steden in Indië zijn geboren: de moeders in Jakarta, de vaders in Bandung. En dat zorgt toch weer voor een extra band, voor het jonge stel, maar ook voor hun ouders. ‘Veel Nederlanders maken er zo’n exotisch gedoe van, als je ouders uit Indonesië of Nederlands-Indië komen,’ verzucht Kirsten.

Hollandse kant
‘Ik heb wel gedate hoor, met jongens die – veel meer dan Maas – die Indo-Europese inslag hadden, maar, hoe leuk ze ook waren, elke keer voelde ik: “Jij kunt mijn broertje of neef zijn.” Dat heb ik, gelukkig, met Maas niet. Misschien doordat hij meer Hollands bloed heeft dan bij de meeste Indische jongens die ik over de jaren heb leren kennen.’ Die tweedeling van Indisch en Hollands kwam in de trouwvoorbereidingen in de gastenlijst tot uiting. Kirsten’s uitgebreide familie met tantes, ooms, neven en nichten domineerde de lijst. De I-factor is dus absoluut aanwezig in hun relatie. Maas is zich bovendien meer voor zijn Indische achtergrond gaan interesseren. ‘Als onze ouders bij elkaar zijn, komen de verhalen over vroeger los. Maas stelt vragen en leert zo van alles over zijn ouders, dat hij nog niet wist.’

De mooiste dag van je leven
‘Iedereen zegt dat onze trouwdag de mooiste dag van ons leven zal zijn, maar ik vermoed dat die in september komt,’ vertelt Kirsten. Dan zal namelijk hun eerste kind geboren worden, die ongetwijfeld veel van het Indische van Kirsten en Maas mee zal krijgen. ‘Begrijp me niet verkeerd, tegen iemand zeggen dat je de rest van je leven met hem wilt delen is heftig. Maar volgens mij is vader of moeder worden zo’n intense belevenis, dat de dag dat onze zoon geboren wordt vast de allermooiste dag van ons leven zal worden.’

Kirsten en Maas Goote Vos 21 juni 2011 patrick sietze (c) Armando Ello/ Kirsten Vos

Kleur bekennen

Mijn huidskleur gaat me tegenstaan. Als ik naar mezelf in de spiegel kijk zie ik niet meer die mooie bruine tint, maar een onhandig onderdeel waarvoor ik me steeds vaker moet verantwoorden. Eigenlijk is het een irritant omhulsel en het wordt steeds meer een last. Soms zou ik het liefst de kaasschaafmethode toepassen, omdat de etnische registratie stiekem, maar vooral onbewust, is begonnen.

Er was een tijd dat bijna iedereen jaloers was op mijn kleur. Ik werd sneller bruin dan anderen en vooral mijn vrouwelijke klasgenoten hadden graag van huid geruild. Nimmer vroeg men zich hoe ik toch aan dat bruine laagje kwam.

Helaas zijn de tijden veranderd. Waarmee ik niet wil stellen dat het vroeger allemaal beter was. Ik heb hier weleens in een column geschreven over  de verwensingen die ik, al dan niet met kanker als toevoeging, naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen. Met als hoogtepunt Hamas-type. Leuk is het niet, overzichtelijk wel. Zij moeten duidelijk niks van mij hebben en dat is geheel wederzijds.

Tegenwoordig lijkt het echter salonfähig te zijn geworden dat volslagen vreemden, na nog bijna geen woord te hebben gewisseld, zomaar vragen waar je vandaan komt.

Ik: “Amsterdam…”

Vreemde: “Nee, dat bedoel ik niet. Je ziet er anders uit. Niet Nederlands bedoel ik.”

Ik: “Ik kom uit Hoogeveen, Drenthe. “En ik heb inderdaad een licht turfkleurtje. (Een slechte grap maar dat terzijde) “Nee, ik ben Indisch.”

Dan gebeurt het…

Vreemde: “Oh… Haha, ik dacht dat je misschien een Turk was of Marokkaan ofzo…”

Vooral die plotselinge, zichtbare ontspanning verbaast me. Bijna opluchting. Alsof ik anders een minderwaardig mens was geweest.

Dit jaar is mij al tientallen keren DE vraag gesteld. In verschillende situaties. Dat baart me zorgen, omdat er vroeger nooit iemand naar vroeg. Waarom is het zo belangrijk om te weten waar ik vandaan kom? Antwoord of oorzaak interesseren me niet zo veel. Ik registreer enkel dat het mij regelmatig overkomt.

Natuurlijk heeft men het recht om het aan mij te vragen en ik weet ook dat ik niet hoef te antwoorden. Verschil is alleen dat ik dan de gebeten hond ben en raar doe, omdat ik geen antwoord wil geven. Terwijl het ze geen reet aangaat. Bovendien is kans groot dat ik vervolgens de hele avond moet uitleggen dat Indisch niets met Mumbai te maken heeft. Eigenlijk ben ik er helemaal klaar mee om mijzelf etnisch te verantwoorden.

Daarom stel ik voor om het extreem aanpakken. Iedereen krijgt een chip in zijn achterste met daarop in codetaal zijn afkomst. Op onze telefoon downloaden we de ETNI-App die zich in een straal van vijf meter met de chip synchroniseert en alle informatie kan lezen. Scheelt meteen dat eerste lichamelijke contact van het handen schudden bij het kennismaken alvorens te checken waar de gesprekspartner zijn kleur aan te danken heeft.

We kunnen überhaupt het voorstellen overslaan, want we zien op onze smartphone ook hoe de ander heet. Zo voorkomen we dat we moeten communiceren met bepaalde bevolkingsgroepen die we liever op afstand houden. Briljante, eenvoudige oplossing! En ben ik eindelijk van die volkomen nutteloze vraag verlost.

Toko Test # 8: Toko Indo Jaya in Amsterdam

Voor de derde keer proeft een I3-testteam voor de rubriek de Tokotest een toko in de hoofdstad. Dit keer Indo Jaya op de Van Woustraat in de Pijp. In de IENS-toplijsten van 2010 is de toko te vinden op plek zes van de beste restaurants in Noord-Holland en “het beste Indonesische afhaalrestaurant” van Amsterdam. Hoog tijd om eens te gaan proeven.

Testteam: Patrick Neumann, Ulrike de Wreede en Ed Caffin

Het testteam treft elkaar voor de deur van Indo Jaya op een snikhete dag die zich leent voor een lichte maaltijd met verkoelende drankjes in een park. Het nuttigen van een goede Indonesische maaltijd bij een tropische temperatuur is  dus eigenlijk precies zoals het hoort. Bij Indo Jaya liggen heerlijke gerechten uitgestald, in de keuken wordt volop  gekookt. Het is binnen warmer dan buiten. De klanten komen een voor een binnen.

Omdat we veel willen proeven bestellen we de gerechten per ons. Het is echter wel goedkoper om ze in menu-variant te bestellen, worden we gewaarschuwd. Inderdaad, een Nasi rames met 2x vlees 1x groenten, of 2x groenten 1x vlees kost slechts 8,50 euro.

We bestellen als eerste twee ons van 3 verschillende groentengerechten: Tumis boontjes (mild gekruide sperzieboontjes met wortel), Sajoer Lodeh en de huisspecialiteit, Choi Sam in een soort lichte boullion. Ook doen we nog een bakje met Tempeh Ketjap. Dan kiezen we drie vleesgerechten: Rendang, Daging Smoor (Smoor jawa) en Ajam Ritja, Ritja, kippenboutfilet in hete saus. Ook nemen we twee visgerechten mee; Ikan Atjar, gebakken makreel in zoetzure saus met groene pepers en wortelen, en Udang Peteh, gebakken garnalen in sambalsaus met petehbonen. Daarbij witte rijst en nasi goreng en wat spekkoek toe.

Met een volle tas lopen we naar buiten. De hitte drijft ons naar een park in de buurt, waar we de andere parkgangers verrassen met de verzameling bakjes die we op ons kleed uitstallen. Het is hoog tijd om te proeven. De huisspecialiteit Choi Sam, toch niet een heel spannend ogend gerecht, is verrassend lekker. De bouillon smaakt iets te zout, dat is wel jammer. De Tumis boontjes is ook geen avontuurlijk gerecht, maar smaakt prima. De boontjes en worteltjes zijn goed qua beet en lekker mild gekruid. Op de Sajoer Lodeh en Tempeh ketjap tenslotte valt niets aan te merken. Goed bereid en prima op smaak. De vegetariër in ons gezelschap heeft niets te klagen.

Dan de vleesgerechten. Om te beginnen de Rendang en Daging Smoor. De kerrie en kokos in de Rendang zijn perfect op elkaar afgestemd maar het vlees is net iets te droog. Dat geldt ook voor de Daging Smoor: de zoete ketjap saus is fantastisch, maar het vlees had malser gemogen. De Ajam ritja ritja is niet te pittig en lekker van smaak, hoewel de smaak van het citroengras wat overheersend is.

De visliefhebbers kunnen met de Ikan Atjar en de Udang Peteh hun hart ophalen. De makreel valt makkelijk van de graat en combineert heel goed met de zoetzure Atjar. De garnalen zijn heel pittig, je moet er tegen kunnen, maar een hoogtepunt voor wie er van houdt.

Alles bij elkaar zijn we onder de indruk van het eten van Indo Jaya. Wat we vandaag geprobeerd hebben, smaakt heel gezond en lijkt gemaakt met de grootst mogelijke liefde voor eten. Ondanks dat de afstemming van de smaken soms wat uit balans leek en het vlees wat droog was, was het zeer de moeite waard.

Voor het lekkere eten van Indo Jaya kun je in de Pijp terecht, maar ook in IJburg. Sinds december 2008 heeft de toko daar nieuwe vestiging geopend. Voor zover we dat al niet wisten: Amsterdam heeft werkelijk niets te klagen over Indisch en Indonesisch eten. Onze beoordeling:

 

 

 

 

Voor meer informatie check de website van Indo Jaya: http://www.indojaya.nl en volg Indo Jaya op Facebook

Marion Bloem – Meer dan mannelijk #indischeboekenweek

Lust is sterker dan liefde

De roman Meer dan mannelijk van Marion Bloem gaat over de spanning tussen lust en liefde. Bloem weet die spanning geloofwaardig over te brengen. Helaas voor  hoofdpersoon ‘ik’ slaat de balans door naar lust. De liefde heeft het nakijken en de overdaad aan grafisch beschreven sekspartijen breekt ’ik’ uiteindelijk op. Mij als lezer ook, trouwens.

Week van het Indische boek 2011 marion bloem

De naamloze hoofdpersoon valt als puber knetterhard voor Etna, vriendin van de achterneef van ‘ik’. Als ‘ik’ 13 jaar is, leert de acht jaar oudere Amsterdamse Italiaanse ‘ik’ om haar te beminnen zoals zij dat wil. Uit wraak, zo vertelt ze hem achteraf.

Meer dan mannelijk is het levensverhaal zoals ‘ik’ dat aan het kind vertelt, dat Etna en hij samen gemaakt hebben om goed te maken dat hij als vader afwezig is geweest. De ontmaagding door Etna tussen de klaprozen is het begin van een opwindende liefdesaffaire die de rest van het leven van ‘ik’ aanhoudt. Hij is dan gevierd acteur geworden, Etna internationaal gerenommeerd befaamd regisseur.

De vele orgasmen van de hoofdpersoon in de tot in detail beschreven seksscènes, met onder andere vuistneukende sadomasochistische cougars en rondborstige blondines in drukke postkantoren, voorspellen weinig goeds. En ja hoor, de continu rukkende, likkende, vingerende en stotende ‘ik’ krijgt de rekening gepresenteerd in de vorm van prostaatkanker.

Knap is hoe Bloem de hoofdpersoon laat zappen tussen de verschillende perioden in zijn leven. Mooi aan Meer dan mannelijk is hoe de karakters in het boek zich ontwikkelen. Elk van hen, van ‘ik’ tot zijn ouders of vriendinnen, is hierdoor nodig om het verhaal geloofwaardig en boeiend te houden. Vooral Etna en ‘ik’ geven zich steeds meer bloot. De schuchterheid, verlegenheid en koppigheid waarmee de twee dierlijke minnaars van elkaar zijn gaan houden, maakt de twee hoofdpersonen menselijk, kwetsbaar en herkenbaar.

Charmant zijn de Indische details die Marion Bloem niet toch achterwege kon laten. Zo voert ze een Molukse beveiliger op, een (niet etnisch benoemde) vriendin die een Indonesisch restaurant wil beginnen en noemt gado-gado en nasi goreng als favoriete gerechten van een van de karakters. Daarnaast doen de vele bijnamen denken aan het Indische gebruik om elkaar bij voorkeur een andere naam te geven dan de naam waarmee je geboren bent.

De dampende seksscènes zijn opwindend en erotisch, zeker. Toch lees ik Meer dan mannelijk met een dubbel gevoel uit. Alsof ik net seks heb gehad tegen mijn zin, zeg maar. De hoofdpersoon spuit zichzelf wel erg veel en erg plakkerig klaar. Zoveel dat het gaat irriteren en ‘Ja nou weet ik het wel’-reacties oproept. ‘Sex sells’?

Bovendien, waarom beschrijft de beste man voor zijn kind in geuren kleuren over élk orgasme dat hij gehad heeft? En hoe hij vrouwen euforische orgasmen heeft weten te bezorgen, inclusief de moeder van het kind aan wie de man zijn levensverhaal vertelt? Ik bedoel: welk kind wil dat tot in de grafische, geurende details van zijn ouders weten? Het is dát gebrek aan inlevingsvermogen, dat de geloofwaardigheid van Meer dan mannelijk uiteindelijk onderuit haalt en het boek reduceert tot een, in de woorden van Bloem, ‘geil boek.’

Wil jij zelf bepalen wat je van dit boek vindt? Share dit artikel op Twitter met #indischeboekenweek en maak kans op een van de geschenk-exemplaren! Geen Twitter, wel winnen? Mail dan vijf vrienden de link naar de recensie van het boek dat jij wil winnen en zet redactie@indisch3.nl in de CC! Let op: sharen op Facebook kunnen we niet tracken, alleen RT’s of Tweets #indischeboekenweek komen voor een gratis exemplaar in aanmerking.

Tussen de Sterren #1

Jasper Naaijkens (c) Armando Ello/ Indisch 3.0 2011

‘Stand van de Sterren’, het derde deel in de documentaire-trilogie over een Indonesische familie, won het afgelopen half jaar prijzen op het IDFA in Amsterdam en het Sundance Festival. Niet lang daarna kocht televisienetwerk HBO de film. Stand van de Sterren is hun kandidaat voor de Oscars. Derde generatie Indo Jasper Naaijkens deed de montage van de film en gaat mee op “Oscar-run”. Vanaf deze maand houdt hij een blog bij op Indisch 3.0 en in de nieuwe Moesson is een interview met hem te lezen.

Het succes met Stand van de Sterren is fantastisch, maar Contractpensions-Djangan Loepah! was eigenlijk mijn eerste succes als editor. We hebben met deze documentaire 10.000 bezoekers naar de bioscoop getrokken en daarmee de kristallen filmprijs gewonnen, en inmiddels zijn er al meer dan 5000 DVD’s van contractpensions in Nederland en de VS verkocht. Stand van de Sterren kan ik eigenlijk mijn eerste ‘internationale’ succes noemen, gezien het aantal prijzen wat de film internationaal wint.

Ik ben als marketing & communicatiemedewerker bij Scarabeefilms altijd al bezig geweest met het monteren van trailers. Zo heb ik mij in de loop der jaren de editing software eigen gemaakt. Toen mijn moeder (Hetty) geld kreeg van ‘Het Gebaar’ om de film Contractpensions te maken, vond ze dat ik ervaring genoeg had om deze lange documentaire te monteren. Omdat mijn oom Leonard het camerawerk deed, heeft hij meegeholpen met de montage van Contractpensions.

Omdat Leonard een eigen filmstijl ontwikkeld heeft, wordt zijn eigen uniek ‘filmtaal’ vaak kapot gesneden door andere editors. Het is een nieuwe revolutionaire manier van filmen, en vereist ook een nieuwe revolutionaire manier van editen. Hij merkte dat ik zijn manier van filmen wel begreep in de editing. Omdat de camera bij Leonard altijd in beweging is moet je in de editing ook denken in bewegingen. Zo monteer ik altijd op een manier zodat de ene beweging overloopt in de andere beweging.

De samenwerking tussen Leonard en mij is vanaf het begin af aan heel prettig. Hij wilde dat ik Stand van de Sterren ook ging monteren. Dat deden we een jaar lang samen op Harvard, waar we ook gastcolleges hebben gegeven. Dat was een heel leerzame ervaring.

Na het winnen van IDFA, gingen we met Stand van de Sterren naar Sundance. Dat was echt geweldig! We wonnen de prijs voor beste buitenlandse documentaire en prominenten als Rosie O’ Donnel, Robert Redford en Rutger Hauer zeiden zeer onder de indruk te zijn van de documentaire’. Nu gaan we met HBO met de film op Oscar-run. Dat is bijna niet te geloven.

Natuurlijk is de kans is altijd zeer klein dat je daadwerkelijk genomineerd wordt voor een Oscar. Maar de kans is ook zeer klein dat je IDFA en Sundance wint. Het feit dat HBO er zoveel vertrouwen in heeft, zegt dus wel dat zij het in ieder geval als kanshebber zien.

De run is deze maand (juni, red.) eigenlijk al een beetje begonnen met twee festivals in Amerika, het LA Filmfestival in Los Angeles en het Silverdocs festival in Washington (daar kreeg de film een A Special Jury Mention, red.). En er komt nog een heleboel aan. De belangrijkste filmfestivals zal ik bezoeken, natuurlijk meestal samen met Leonard en Hetty. Maar er zijn ook dingen die ik alleen doe, zoals een masterclass geven over editing van Single Shot Cinema. Deze masterclass van 3 uur geef ik op het Cyprus Filmfestival. Dat wordt heel bijzonder.