Kippenvel bij "Buitenkampers"

De documentaire die eindelijk gemaakt is.

Op het Nederlands Filmfestival 2013 in Utrecht ging gisteren, in een afgeladen zaal, de film Buitenkampers van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich in première. Na afloop van de vertoning kreeg de filmmaakster een staande ovatie, die ze geëmotioneerd in ontvangst nam. Deze waardering van het publiek en de ontlading van Naaijkens – Retel Helmrich zijn tekenend voor de gevoelige snaar die Buitenkampers heeft geraakt: het is de documentaire die eindelijk gemaakt is.

Onderbelichte geschiedenis
Buitenkampers is een documentaire over de periode 1942 – 1949, waarin de gemengde groep van Indo-Europeanen de Japanse bezetting (1942 – 1945) en bersiap (vrijheidsstrijd van de Indonesiërs van 1945 – 1949) moest zien te overleven. Een deel van hen werd geïnterneerd in Jappenkampen, maar een veel groter deel – 250.000 van hen, aldus de film – bleef buiten de kampen. Als je kon aantonen dat je Aziatische voorouders had, tenminste. “Het is onterecht een onderbelicht onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis. Deze mensen zijn met hun ervaringen echt tussen de wal en het schip terechtgekomen, eenmaal in Nederland,” aldus een Nederlandse bezoeker van de film achteraf. En dan te beseffen dat al deze mensen al 60, 70 jaar met deze trauma’s rondlopen, onbehandeld hoogstwaarschijnlijk.

De documentaire is opgedragen aan de moeders.

Als kind in de oorlog
De documentaire, opgedragen aan de moeders die de kinderen door de bezetting en bersiap heen hadden getrokken, is slim opgebouwd rondom herkenbare thema’s die veel terugkomen in verhalen over zowel de bezetting als de bersiap. Het geheel wordt verteld met aaneengeregen fragmenten uit interviews van Indo-Europese mannen en vrouwen. Nu zijn ze op middelbare leeftijd, maar toen waren ze nog kind, in leeftijd variërend van 4 tot 12 jaar. Zij vertellen over de verschrikkingen die ze overleefd hebben: moordpartijen, bombardementen, honger, verkrachting. Over hoe ze moesten buigen voor de vlag en hoe ze geschokt zagen dat de Indonesiers de Japanse bezetter steunden – in plaats van Nederland. Over broertjes die nog steeds vermist zijn. Of een buurvrouw van wie na een bezoek van de Jap “niets meer over was. Haar armen en benen lagen verspreid door het huis.”

Respect
Een van de voor mij meest aangrijpende verhalen is het verhaal van meneer Lents, die als zevenjarig jongetje gevangen genomen was door de Kempeitai – te vergelijken met de Duitse Gestapo. Stamelend zegt hij: “Ik heb het nooit verteld, wat daar gebeurd is. Het was zo vernederend. Als ik er nu nog over praat, voel ik de schaamte nog. Dat is triest. Echt triest.” Hetty Naaijkens, zelf van Indische afkomst, heeft deze man in zijn waarde gelaten en niet doorgevraagd (wat een Nederlandse filmmaker waarschijnlijk wel zou doen) en daar ben ik blij om. Het is dat respect voor de geinterviewden dat je als kijker terugziet in de eerlijkheid en openheid waarmee de ex-buitenkampers hun verhaal doen.

De verbindende verhalen
Buitenkampers is een unieke documentaire dankzij de invalshoek van kinderen die op hun oorlogservaringen terugkijken, waarbij de vijand – de Jap – hun beschermer werd en een vermeende vriend – de Indonesiër – een angstaanjagende vijand. De meeste bezoekers waren er laaiend enthousiast over. Zo ook  Yvonne Keuls: “Het knappe van Hetty is dat zij aan de hand van een verhaal van één persoon kan laten zien hoe het de hele groep vergaan is. De film is geen opsomming van verhalen, Buitenkampers laat de verbinding zien waardoor de hele groep met elkaar verbonden is. Dat is knap.”

“Hetty laat aan de hand van een verhaal van één persoon zien hoe het de groep vergaan is.” – Yvonne Keuls

Weinig inzicht in dagelijks leven
Buitenkampers is een must-see voor iedereen met een Indisch hart, jong of oud, Nederlands of Indisch.Toch hoorden we ook een paar kritiekkpunten, waarvan een zeker het delen waard is. “Kijk, ik weet niet zo veel over wat er toen gebeurd is. Mijn ouders en oma vertelden er niet over. Ik hoopte in Buitenkampers te zien hoe hun dagelijks leven onder invloed van de Jap veranderde en dat heb ik niet gekregen. Dat vind ik jammer,” vertelde een licht teleurgestelde filmganger. Ook viel mij op dat de aantallen repatrianten en emigranten beduidend hoger lager dan ik uit wetenschappelijk onderzoek heb op kunnen maken, maar dat is bijzaak.

Insiders verhaal
Wat geen bijzaak is, is de teleurstelling van de bezoeker. Die zou een waarschuwing kunnen zijn voor de ontvangst mensen met weinig kennis over deze tijd. Wij hopen, net als onder meer producent San Fu Maltha, dat Nederlanders deze film gaan zien, zodat het onvertelde verhaal verteld en verspreid wordt. Voor die groep geldt, net als voor – heel veel – Indische jongeren van de derde en vierde generatie, dat ze behoefte hebben aan een outsiders’ look om de insiders’ story te kunnen begrijpen. Die blik van buitenaf ontbreekt. Laten we hopen dat de meerderheid van de bezoekers die niet mist.

Buitenkampers is vanaf donderdag 3 oktober 2013 in 17 theaters in Nederland te zien. Verder zendt de NTR op 15 augustus 2014 de documentaire uit. Tot slot vind je op de website van Buitenkampers meer informatie over de filmvertoningen en nog meer – schrijnende – verhalen van de deelnemers aan de documentaire.

Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens - Retel Helmrich.
Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich.

‘Componeren voor Buitenkampers leverde magische momenten op.’

Xavier Boot, componist en derde generatie Indo, werkte mee aan de film Buitenkampers

Volgende week zondag gaat op het Filmfestival Buitenkampers in première, de nieuwste film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich (o.a. Contractpensions, Stand van de Sterren). Xavier Boot (Utrecht, 1989) componeerde de muziek. Ik sprak deze derde generatie Indo over zijn composities. ‘Het was een hele bijzondere ervaring om aan Buitenkampers film mee te werken.’ 


Productie trailer: Jasper Naaijkens.

Hoe loopt je Indische familielijn?
‘Mijn oma is geboren in Semarang, de moeder van mijn moeder. Ik heb er best veel over meegekregen. Met mijn opa, oma, vader, moeder en mijn zus ben ik twee keer naar Indonesie gegaan, de hele zomer, toen ik 6 was en 12 jaar. We gaan regelmatig naar Pasar Malams. We eten Indisch, mijn moeder is actief in Indische netwerken, mijn ouders hebben zelfs een Indisch koor opgericht. Ik voel me erg verbonden met Indonesie. Dat speelt zeker een rol.’

‘Ik ben als muzikant op zoek naar mijn eigen stem.’

Hoe was het om aan deze film te werken?
‘Dat was erg fijn. Ik ben op het Conservatorium geschoold als klassiek pianist. Sinds ik mijn diploma heb, wil ik niet meer volgens vaste regels spelen. Ik ben op zoek naar mijn eigen stem. Ik wil muziek maken vanuit het onderbewuste. Bij deze film kon ik mijn eigen creatieve proces ingaan. Werken vanuit momenten, zonder regels, dat kan magische momenten opleveren, juist met deze film, waarmee ik persoonlijk zo verbonden ben. Het was een hele bijzondere ervaring.’

Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.
Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.

Welk vraag had je van Hetty Naaijkens gekregen, wat was je opdracht?
‘Ik maakte muziek bij archiefbeelden. Van tevoren hadden we een beetje geoefend wat ik ging doen, maar het definitieve werk gebeurde in de studio. Hetty liet de beelden zien, ik improviseerde bij die beelden. Ik speel wat Nederlands-Indische muziek, een klassiek stuk en verder is het een vrije benadering van pianomuziek en werk ik samen met een fluittist, Roy Kuchel.’

‘Het was een hele bijzondere ervaring.’

Wat heeft de film met je gedaan?
‘Ik ben ermee bezig gegaan, met mijn Indische familiegeschiedenis. In de tijd van het maken van de film heb ik veel extra materiaal gelezen en extra veel met mijn opa en oma gesproken. De film maakte in mijn hele familie dingen los. Mijn oma heeft voor het eerst iets verteld dat zelfs mijn opa nog niet wist. Meewerken aan Buitenkamers is voor mij een periode van bewustwording geweest, van mijn eigen verleden, en de rol die dat verleden nog steeds speelt in het dagelijks leven, van mij en van andere Indische Nederlanders.’

‘Meewerken aan Buitenkamers is een tijd van bewustwording geweest.’

999199_541743942565519_1839109071_n

 

Buitenkampers gaat over de 250.000 Indische Nederlanders die de Japanse bezetting buiten de kampen moesten zien te overleven. De film is vanaf 3 oktober in bioscopen in Nederland te zien en gaat op 29 september as in premiere tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht.

Xavier Boot is een internationaal geschoolde pianist, die als klassiek pianist afstudeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Xavier studeert momenteel geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In de film heeft hij nog een cameo met zijn oma. Meer verklappen we daar niet over. Goed opletten dus.

Sorry dat ik uw man neerschoot

Politionele acties in Indonesië. Foto: www.verzetsmuseum.org

De knulligheid van de Nederlandse excuses

Het is een pakkende campagne van de Rijksoverheid om mensen erop te wijzen dat ze ook in de stad op hun snelheid horen te letten:“Sorry dat ik uw kind omver reed, maar GTST begint zo. [voiceover] Te hard rijden in de bebouwde kom, daar zijn geen excuses voor.” Goed bedacht. Maar: als daar al geen excuses voor zijn, hoe zit dat dan met standrechtelijke executies?

Zuid-Sulawesi
Ambassadeur Tjeerd de Zwaan bood vanochtend in het Erasmushuis in Jakarta namens de Nederlandse regering excuses aan voor alle standrechtelijke executies die Nederland heeft uitgevoerd tussen 1945 en 1949 van Indonesische mannen. Daarnaast krijgen de weduwen van geëxecuteerde mannen uit Zuid-Sulawesi elk een schadevergoeding van 20.000 euro.  Opvallend is dat weduwen van andere slachtoffers kunnen ook een beroep op deze compensatieregeling doen. Nieuwe rechtzaken zijn niet meer nodig. Dit is het resultaat van de schikking die advocaat Liesbeth Zegveld heeft getroffen met de Nederlandse regering.

Verantwoordelijk

Saih Bin Sakam, de enige overlevende van het bloedbad in Rawagede. Foto: Ed Caffin/ Indisch 3.0.
Saih Bin Sakam, de enige overlevende van het bloedbad in Rawagede. Foto: Ed Caffin/ Indisch 3.0.

Met deze excuses, na die voor het bloedbad van Rawagede de tweede die Nederland uitspreekt, geeft Nederland toe dat het verantwoordelijk is voor de ‘excessen’ van Nederlandse militairen in naam van Nederland, tijdens de woelige jaren ’45-’49.  Het zijn echter “geen algemene excuses […] voor bijvoorbeeld de Nederlandse rol bij de politionele acties. Daarvoor blijft […] gelden wat oud-minister Bot ooit heeft gezegd: “Dat Nederland destijds aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond,” verklaarde Premier Rutte eerder.

Geweldig
Persoonlijk vind ik geweldig  dat Nederland verantwoordelijkheid neemt voor wat nog steeds eufemistisch ‘excessen’ heten.  EIN-DE-LIJK. Zeker als je nagaat van hoever deze zaak gekomen is. In 2008 nog ontkende de Nederlandse regering dat de zaak behandeld kon worden; ze was verjaard en “De landsadvocaat laat de nabestaanden wel weten dat de Staat de executies „in hoge mate” betreurt.” (bron) Nu geldt er een compensatieregeling voor alle weduwen van slachtoffers van de standrechtelijke executies. Dat is niet niks.

Zonder de weduwen
Het belangrijkste van excuses in het algemeen is dat ze aankomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn. De weduwen van de slachtoffers uit Zuid-Sulawesi waren er niet bij, enkele van hun familieleden wel. Volgens het verslag van correspondent Michel Maas was het eens sobere bijeenkomst. ‘Er stond een rijtje stoelen, voor wat familieleden, maar voor de rest leek het alsof de ambassadeur zijn excuses in het luchtledige uitsprak,’ aldus Maas. Waarom kies je daar voor?

Krampachtig
De reden dat de ambassadeur niet naar de weduwen toegegaan is, is dat ‘de excuses waren bedoeld voor alle slachtoffers en nabestaanden van standrechtelijke executies,’ aldus een woordvoerder van Buitenlandse zaken. Ik vind dat een behoorlijk krampachtige redenering. Als je excuses aanbiedt, dan wil je toch primair dat ze aankomen bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn? Bovendien: de manier waarop de Nederlands regering deze excuses heeft aangeboden, ontkracht het gewicht van niet alleen de excuses, maar ook van de regeling die nu geldt voor alle weduwen van Westerling.

‘Excessen’
En sowieso, die arme ambassadeur. Voor de tweede keer moest hij excuses aanbieden voor een Nederlands bloedbad: “Namens de Nederlandse regering bied ik mijn excuses aan voor die excessen,” zei hij vanochtend. Dat woord: excessen, is, net als de term ‘politionele acties’, een handige vinding uit de vorige eeuw voor de Nederlandse oorlogsmisdaden. Het begrip werd in de jaren ’60 geïntroduceerd , toen de Excessennota uitkwam.

Voorblad van de Excessennota uit 1969. Bron: www.geschiedenis24.nl.
Voorblad van de Excessennota uit 1969. Bron: www.geschiedenis24.nl.

Gelijke zaken
Waarom heeft premier Rutte dit niet gedaan, die in november in Indonesie is? Navraag bij Buitenlandse zaken geeft me niet meer dan wat al bekend is, dat gelijke zaken gelijk behandeld worden en deze kwestie dus gelijk staan aan de excuses voor Rawagede: “Het kabinet besloot 30 augustus dat gelijke zaken gelijk behandeld zouden worden en dat de ambassadeur 12 september in Jakarta namens de Staat excuses zou aanbieden voor standrechtelijke executies zoals begaan door Nederlandse militairen in het toenmalige Zuid-Celebes en Rawagedeh in de periode 1945-1949.” Wonderlijk, want wat er uit deze rechtszaak gekomen is, is toch niet te vergelijken met de uitkomst van Rawagede? Dat zou je als Nederland toch best mogen benadrukken?

Knullig
Al met al vind ik de knulligheid waarmee deze excuses geuit zijn bijna beschamend. Is dat een bewuste keus geweest, vormgegeven vanuit  een vooropgesteld snood plan? Misschien. Het zou ook gewoon Nederlandse onhandigheid kunnen zijn. Ik kom er niet achter. Maar als er voor ongelukken in de bebouwde kom al geen excuses zijn, had  Nederland dan niet een beetje beter haar best mogen doen als het gaat om excuses voor standrechtelijke executies?

 

Voor wie weten wil hoe je wel goed sorry zegt: http://lifehacking.nl/persoonlijke-ontwikkeling/de-kracht-van-een-goeie-sorry/

Winnaars Tropenmuseum-kaarten bekend

Posterbeeld Foto Zoekt Familie

De winnaars van de vrijkaarten voor het Tropenmuseum zijn bekend! Dit zijn de 10 gelukkigen die een Fancard hebben en binnenkort met twee personen naar het Tropenmuseum mogen. Gefeliciteerd. We wensen jullie veel plezier en geven jullie hieronder alvast een tip voor een speciale dag in het Tropenmuseum.
De winnaars
Sylvana Senff
Nicole Anthonio
Yvonne Maas
Frans de Meijer
Dymphna van Overwijn
Ineke de Jongste
Nelly de Zwaan
Mona van Wijk
Wouter Cosaert
Ellen Bouwhuis
21 september: Foto-special in het Tropenmuseum
Het Tropenmuseum organiseert op 21 september a.s. een speciale kijkdag voor Foto zoekt Familie. De kijkdag vindt plaats in het kader van de Fotoweek (20 t/m 29 september 2013). Tien dagen lang staat heel Nederland in het teken van fotografie. Samen met fotografen (professionals en amateurs), fotoclubs, musea, fotowinkels, bibliotheken en boekhandels worden activiteiten in het hele land georganiseerd.
Het thema van Fotoweek dit jaar is ‘Kijk! Mijn Familie’. Het Tropenmuseum organiseert parallel aan de kijkmiddag ook een boeiend programma. Onze tip? Dewi Staal’s docu over de zoektocht van haar tante. Op de site van het Tropenmuseum lees je meer over dit programma.

De dekolonisatie van de Indo

Over geïnternaliseerd racisme onder Indo’s

Het is al lange tijd een taboe binnen de Indische gemeenschap en het wordt tijd dat er weer over gesproken wordt: geïnternaliseerd racisme. Geïnternaliseerd racisme betekent dat je racistisch bent in de manier waarop je kijkt naar je eigen groep en naar jezelf. Dit fenomeen staat ook wel bekend als ‘the colonized mind’.

Stereotiep zelfbeeld
In feite kijk je naar jezelf en je eigen cultuur door een ‘blanke lens’ en geloof je de stereotiepe ideeën over je eigen groep. Al op jonge leeftijd komt door media, onderwijs en opvoeding de boodschap binnen dat blank ‘beter’ of mooier is. Een beroemd voorbeeld is het experiment met poppen uitgevoerd in de Verenigde Staten door Kenneth Clark. Uit dit experiment bleek dat jonge African-American kinderen vonden dat de blanke poppen mooier waren. Dit geïnternaliseerd racisme komt ook voor onder Indo’s.

Blanken en koelies. Uit: http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php
‘Blanken en koelies.’ Uit: Koloniaal racisme in Indonesie. Wim F. Wertheim, De Gids, 1991

Koloniaal perspectief

De Indische cultuur is ontstaan uit gemengde huwelijken en is gevormd door zowel Indonesische als Europese invloeden. Deze cultuur ontstond binnen de machtsstructuur van het Nederlands kolonialisme. Dat betekent dat ons denken en de kennis die wij voor ‘waar’ aannemen, ons is aangeleerd vanuit dit koloniale perspectief. Inherent aan dit koloniale perspectief is racisme. In Nederlands-Indië was men heel duidelijk in het onderscheid maken op basis van huidskleur en ‘ras’. Van huis uit zijn we gewend – en dit gebeurt vaak onbewust – om alles wat blank en Europees is, als hoger, mooier en beter te zien. Dit blanke ideaal projecteren we niet alleen op de wereld om ons heen, maar ook op onze eigen cultuur en op ons zelfbeeld.

Zelfhaat
Ter illustratie van dit geïnternaliseerd racisme, hierbij een aantal voorbeelden. Allereerst verbinden we zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen aan onze Indonesische roots. In de beleving van onze identiteit vindt er een tweedeling plaats. Kenmerken als spiritualiteit, temperament en sensualiteit worden gekoppeld aan de Indonesische roots en zijn dus ‘bruin’. Efficiëntie, rationaliteit en hard werken worden gezien als Nederlands en dus ‘blank’. Deze categorisatie is racistisch en is gebaseerd op stereotiepe ideeën over bruin en blank. Die stereotiepe ideeën hebben we dus overgenomen en geïnternaliseerd. De zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen worden ook nog eens als minderwaardig bestempeld, waardoor ze worden onderdrukt. Hierdoor ontstaan zelfhaat, identiteitsproblemen en destructief gedrag.

Blank schoonheidsideaal
Daarnaast hebben wij last van een blank schoonheidsideaal. We proberen onszelf als blank te zien en  ontkennen dat we een huidskleur of fysieke karakteristieken  hebben die absoluut niet blank zijn. Soms leven we in de veronderstelling dat we daadwerkelijk blank zijn en dat anderen ons ook zo zien. Hoe blanker we er uit zien, hoe beter. Tekenend is dat, over het algemeen, Indo’s zich eerder aangetrokken voelen tot blanke partners. Er vinden dan ook weinig romantische relaties plaats tussen Indo’s. Het is voor Indo’s dus kennelijk moeilijk zich aangetrokken te voelen tot iemand die bruin is of zwart.

Bespreekbaar maken
Dit geïnternaliseerd racisme is door alle generaties heen te vinden. Het is onderdeel van het Indische koloniale denken. Het bespreken van de gevolgen van dit geïnternaliseerd racisme kan ons als Indische groep dichter bij elkaar brengen. Ook kunnen we verbinding aangaan met andere migrantengroepen in Nederland die last hebben van racisme en geïnternaliseerd racisme.

Op zaterdag 14 september 2013 vindt het evenement ‘Indo-Maluku Crossroads’ plaats in Twello. Tijdens deze dag zal Sarah Klerks op basis van deze tekst een voordracht doen. Voor meer informatie over Crossroads zie: http://magdapattiiha.wordpress.com/2013/06/15/indo-maluku-crossroads-daar-waar-onze-wegen-elkaar-kruisen/ 

De gebruikte foto komt uit een artikel uit De Gids, over Koloniaal racisme in Indonesie, te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php

Tastbaar Verleden in het hier en nu

Nederlands-Indië is hip in Indonesië. Wat is er aan de hand?

Aankomende dinsdag ben ik te gast als spreker op een avond over culturele identiteit en herwaardering van gezamenlijk erfgoed van Nederland en Indonesië. Een programma georganiseerd door Stichting Tastbaar Verleden en de Nederlands-Indië Tafel, Geschiedenis Tafel en de Kunst en Cultuurtafel van de Koninklijke Industrieele Groote Club met vier sprekers over artistieke inspiratie en persoonlijke verhalen – en natuurlijk een heerlijke rijsttafel.

De avond is de aanloop naar een grote kunstmanifestatie in 2015 in Nederland èn Indonesië. Dat jaar is het zeventig jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dat de republiek Indonesië werd uitgeroepen. In dit toekomstige herdenkingsjaar zullen tien Nederlandse en tien Indonesische hedendaagse kunstenaars (beeldend kunstenaars, filmers, schrijvers, theatermakers, dichters, componisten etcetera) met nieuw werk reflecteren op het breukvlak in een gedeelde geschiedenis. Centraal staat daarbij de vraag wat de invloed van deze gedeelde historie is op hun identiteit.

Een gedeelde geschiedenis
Deze gedeelde historie is precies waar ik het over wil hebben dinsdagavond. Er kan veel gezegd worden over het (voort)bestaan van een Indische identiteit bij de jongere generaties Indo’s. Zoals de stichting het formuleert in de aankondiging: “Tweede en 3e generatie Indische Nederlanders worden zich steeds meer bewust van hun persoonlijke identiteit en erfgoed van ouders en grootouders. Met het vergrijzen en verglijden van de eerste generatie verdwijnt ook de mondelinge overlevering in rap tempo.”

Ik ben niet bang voor het verdwijnen van het Indische.

Toch ben ik niet bang voor het verdwijnen van ‘het Indische’. De mondelinge overlevering van geleefde herinneringen (van ervaren gebeurtenissen) zullen verdwijnen. De laatsten van de eerste generatie, onze grootouders, zullen er niet meer zijn om het na te vertellen. Maar als we goed hebben geluisterd, en tussen de regels door hebben gelezen, is er een hoop wat we weten. En dan is er nog de tweede generatie, onze ouders, om de verhalen door te geven. Een kanttekening is dat zij het niet zelf hebben ervaren, en er meer ruis is. Maar de ruis is er altijd al geweest.

Ook geleefde herinneringen zin sterk gekleurd door de persoon die het verteld, door trauma, door zeer uiteenlopende persoonlijke situaties, door het bagatelliseren van ongemak. Ondanks dat heeft de eerste generatie een gezamenlijk verleden overgedragen. Hetzij gekleurd, maar welke (post-)herinnering is dat nu niet? Ook nostalgie is gekleurd door een roze bril, maar daardoor niet minder waar.Ook met het wegvallen van de eerste bron hebben we een gedeelde historie. Dat weten we, nu moeten we ervoor zorgen dat we het niet vergeten, en herinneren in het hier en nu.

Nostalgie is gekleurd door een roze bril.

Ons gezamenlijke erfgoed: een trending topic in Indonesië en Nederland
De andere drie sprekers zijn:
Hans Goedkoop, historicus, schrijver en TV presentator van o.a. Andere Tijden en bestuurslid van de Stichting Tastbaar Verleden vertelt over zijn boek ‘De Laatste Man’, het verhaal van zijn grootvader, generaal-majoor Van Langen, de man die in 1948 Soekarno arresteerde.
Ben de Vries, senior beleidsmedewerker van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, vertelt over het hedendaags gebruik in Indonesië van gedeeld erfgoed.
Bo Tarenskeen, toneelschrijver, acteur en filosoof, over het Nederlands-Indische perspectief als “condition humaine”.
Dinsdag 10 september 2013 om 18.00 uur
KIGC, Dam 27 in Amsterdam.

Programma:

18.00 uur Borrel en ontvangst
18.45 uur  Presentaties

Voor niet-leden van Koninklijke Industrieele Groote Club:
Als je op deze bijzondere avond aanwezig wilt zijn dan ben je van harte welkom. Stuur dan een e-mail naar Marga Bosch (mgbosch@smartartvise.nl). Geef dan de namen van die personen op samen met zijn/haar e-mail adres voor de bevestiging vanuit de IGC. De borrel en de rijsttafel zijn op eigen rekening.

Indische verhalen in Nederlandse stenen. Gedeeld cultureel erfgoed (deel 3)

In drie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In de vorige twee blogs schreef ik dat het vast nog even duurt voordat de Indische invloeden in eigen land door een breed publiek worden beschouwd als gedeeld erfgoed met Indonesië. Het symposium ‘Gedeeld cultureel erfgoed’ dat dit jaar tijdens de Tong Tong Fair plaatsvond, laat zien dat er wel al een kentering gaande is. Hoewel het zeker niet een eerste bijeenkomst is over Indisch erfgoed, toont de naam dat de insteek anders is. Het legt nadruk op een veelzijdige herkomst en brengt de Indische sporen in Nederland direct in verband met de koloniale sporen in Indonesië, die we doorgaans wel als gedeeld erfgoed zien.

 

Vergetelheid voorkomen

Het symposium kwam voort uit het Haagse project ‘Sporen van Smaragd’, waarin Haagse gebouwen met een ‘Indische link’ zijn geïnventariseerd. Den Haag wilde voorkomen dat het Indisch erfgoed in vergetelheid raakte en gaf daarom kunsthistorisch bureau Kroon & Wagtberg Hansen opdracht een overzicht te maken. Het project liep van 2010 tot 2012 en resulteerde in een database die de gemeentelijke monumentenzorg gebruikt. Dit jaar verscheen er een uitgebreide publiekspublicatie. Het onderzoeksbureau presenteerde op het symposium de belangrijkste bevindingen en plaatste deze met bijdrage van andere sprekers (namelijk: Ulbe Bosma, Frans Leidelmeijer, Vilan van de Loo, Marty Bax, Henk Mak van Dijk en Ben de Vries) in een bredere context over culturele wisselwerking tussen Nederland en Indië.

 

Het uiterlijk én het verhaal

Uit de lezingen bleek dat de inventarisatie naar Indische gebouwen, niet alleen om zeldzaamheid van uiterlijk ging (de materiële waarde) maar veel meer om het verhaal en de historische waarde erachter (de immateriële waarde). Er zijn daarom niet enkel gebouwen gedocumenteerd met Indische decoraties of Indische namen op de gevel, maar ook gebouwen die van de buitenkant helemaal geen Sporen van Smaragd laten zien. Zoals bijvoorbeeld één van de eerste toko’s in Den Haag, Toko Betawie (Heemskerkstraat 29), dat nu als woonhuis niets meer laat zien van het Indische verhaal. Dit gebouw is echter wel cultuurhistorisch waardevol omdat het te verbinden is met het begin van de Indische eetcultuur in Nederland. Ook woonhuizen van bijvoorbeeld Indische journalisten en musici die als ontmoetingsplekken fungeerden voor culturele Indische bijeenkomsten kregen een plaats in de databank.

 

Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,  1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Villa Heimo Nia aan de Parkweg, gebouwd voor een uit Nederlands-Indie teruggekeerde suikerplantage-eigenaar,
1908. Foto: Roel Wijnants via Flickr
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag
Toko Betawie advertentie De Amsterdammer : dagblad voor Nederland, 02-02-1883. Afb. via Koninklijke Bibliotheek Den Haag

Subtiele vermenging van oost en west

Overigens zijn de materiële Indische sporen in gebouwen, interieurs en meubels die je dus wel kan zien, soms nog best onzichtbaar voor het ongetrainde oog. De Haags-Indische gebouwen zijn bijvoorbeeld niet in oosterse stijl gebouwd, maar hebben in hoofdzaak een westers voorkomen met verwijzingen naar Indië in de decoraties. Zo is het wapen van Batavia vaak op gevels te vinden bij op panden van voormalige handelmaatschappijen met Indische banden en zijn Indische figuren terug te zien in gevelstenen of glas-in-lood bij voormalige woon- en werkvertrekken van Indiëgangers.

Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en 'een Inlander' te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr
Bij de Bijenkorf werden diverse gevelstenen aangebracht om te laten zien waar de te kopen producten vandaan kwamen. In deze gevelsteen zijn rechts van het midden zijn De Indische Olifant en ‘een Inlander’ te zien . Foto: Roel Wijnants via Flickr

Frans Leidelmeijer vertelde een vergelijkbaar verhaal over de Indische invloed op interieur en meubels. Rond 1900 was batik bijvoorbeeld erg populair, maar de toepassing was niet vergelijkbaar met die in Indië. De batikstoffen werden bijvoorbeeld gebruikt voor boekomslagen, meubelbekleding of textielbehang en de patronen werden ontworpen door Westerse kunstenaars. In Apeldoorn was zelfs een batikatelier gevestigd waar Nederlandse vrouwen werkten.

Kunsthistorica Marty Bax liet zien dat het Indische nog meer voor het oog verborgen kan zijn. Gebouwen die ontworpen zijn door Indische architecten of architecten die in Nederlands-Indië zijn geweest, maar in hun decoratie niet verwijzen naar Indië, kunnen toch wel degelijk ontworpen zijn onder grote invloed van de Oost. Veel architecten rond 1900 ontwierpen bijvoorbeeld gebouwen op basis van geometrische patronen, zoals aaneengeschakelde vierkanten of driehoeken. Een aantal architecten baseerden deze patronen op oosterse filosofieën of voorbeelden uit boeddhistische en hindoeïstische tempels. Marty Bax liet bijvoorbeeld zien dat Berlages schetsontwerpen voor het Gemeentemuseum in Den Haag in opzet van het gebouw overeenkomsten vertoont met de opbouw van boeddhistische tempelcomplexen. Aan de buitenkant dus niets te zien, maar Indische invloed is er all over.

Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia
Gemeentemuseum Den Haag. Foto: Georges Jansoone via wikimedia

 

Het verleden als rijkdom

Met het delen van deze (en nog veel meer) kennis is met het symposium een begin gemaakt het Indisch erfgoed breder bekend te maken. Als erfgoedprofessional met Indische achtergrond kan ik het Haagse initiatief alleen maar toejuichen en hopen op vergelijkbare initiatieven in andere steden. Het is duidelijk dat het Indische soms moeilijk zichtbaar is, maar dat er een rijkdom aan sporen te vinden is. Het is afwachten of het in de toekomst door de Indonesiër ervaren wordt als ‘gedeeld cultureel erfgoed’ maar het is belangrijk dat Nederland dat in ieder geval doet. Het erkennen en aanwijzen van de culturele wisselwerking doet niet alleen recht aan het verleden, maar geeft ook een positieve inslag voor omgaan met het verleden in het heden.

Win kaarten voor het Tropenmuseum

Fancardhouders maken kans op gratis entree

Het culturele seizoen is weer begonnen. De uitmarkten laten de vele kleuren van het culturele aanbod in steden en dorpen in Nederland weer zien de komende weken. Tijd om naar het Tropenmuseum te gaan. Met de Fancard van Indisch 3.0 kan dat zelfs gratis.

Indisch 3.0 en het Tropenmuseum bieden Fancardhouders kans op gratis toegang tot het Tropenmuseum in Amsterdam. Onder de Fancardhouders verloten we deze week vouchers die goed zijn voor entree voor 10x twee personen, tot en met 31 december 2013.

Hoe maak je kans?

Als je een Fancard hebt, hoef je niets te doen. Eind van de week zie je op deze website staan wie er gewonnen hebben. Staat je naam erbij? Dan ontvang jij binnenkort per post de twee vouchers. Heb je nog geen Fancard? Koop hem dan snel via http://www.indisch3.nl/fancard en maak exclusief gebruik van de Indische voordeeltjes. Bovendien – als jij die vouchers wint, heb je je bijdrage alweer terugverdient.

facebook fancard solo

De Rampokan-reeks van Peter van Dongen

Verwisselde identiteiten in een complexe samenleving.

Rampokan, de bundeling van Peter van Dongen’s stripverhalen Rampokan Java en Rampokan Celebes, kwam in mei van dit jaar uit. Ik was blij te horen dat deze strips samengevoegd werden. Rampokan Celebes, deel 2 van de Rampokan-reeks, had ik al eens gelezen maar, de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, het verhaal was me niet echt bijgebleven. Veel intriges en complexe verhaallijnen, die ik niet kon plaatsen. Zou het anders zijn, als ik eerst het eerste deel lees?

Verwisselde identiteiten
Johan Knevel, een totok – een Hollander die in Indie geboren is, vertrekt na de eerste politionele actie vanuit Nederland naar Nederlands-Indie om “rust en orde te herstellen”, die door het “nationalistische virus dat vreedzame inlanders tot moordenaars maakte” verstoord geraakt is. Aan boord al gaat het fout. De – communistische – soldaat Verhagen valt overboord tijdens een vechtpartij met Knevel. Het is een ongeluk, maar Knevel verzwijgt het voorval. Verhagen wordt geregistreerd als deserteur, terwijl Johan Knevel zijn papieren bij zich houdt. Wat volgt, is een Kafkaiaans kat-en-muis verhaal dat alleen mogelijk is door verwisselde identiteiten. Dit is ook het hoofdthema van de Rampokan-serie; wie ben je nou echt? Liefde, geweld en macht zijn verhaallijnen die – spoiler alert! – onder invloed van deze verwisselde identiteiten allemaal slecht aflopen.

Complex verhaal, complexe samenleving
De Rampokan-reeks bestaat uit twee stripverhalen. Daardoor kan je onterecht denken dat ze geschikt zijn om op je strandbedje door te bladeren. Je kan het proberen, maar ik merkte dat ik – net als bij een literaire roman – mijn aandacht nodig had om de verschillende verhaallijnen te volgen. Van Dongen geeft je verschillende ‘cues’, zodat je de flashbacks en ‘ondertussens’ kan herkennen. Maar door het thema van verwisselde identiteiten en de vele verhaallijnen is het best een ingewikkeld geheel om te lezen. Is het daardoor niet de moeite waard? Jawel. Want deze complexiteit doet juist recht aan de aard van de indische samenleving. Die was complex, gelaagd en ingewikkeld, en draaide misschien wel om verwisselbare identiteiten. Met de complexe structuur van Rampokan steekt Peter van Dongen zijn nek uit. Wat mij betreft is dat een integere en te bewonderen keuze.

Juweeltje
Dankzij Peter van Dongen’s kwaliteit van vertellen, zoals het gebruik van de – slechts – twee kleuren en de vogel die op specifieke momenten in het verhaal komt, is de Rampokan-reeks in gebundelde vorm een juweeltje. Dat je de twee verhalen achter elkaar leest en niet, zoals ik ooit heb gedaan, het tweede deel op zichzelf, is een groot meerwaarde. De vele subthema’s in de twee delen, zoals de interraciale relaties en de koloniale spanningen tussen Nederlanders en ndonesiers, laten bovendien zien hoe goed deze Indo op de hoogte is van de Indische geschiedenis. Neem er je tijd voor en de Rampokans nemen je mee in een verdwenen wereld, die met tempo doeloe niets meer te maken heeft.

Mijn enige kritiek op Rampokan is de kleur. Ik vind twee kleuren eigenlijk een beetje saai. Waarom maar twee, uitgever?

Rampokan. Peter van Dongen. Uitgeverij Oog & Blik, 2013. 158 pagina’s, 24,95 euro.

Scene uit Rampokan.
Scene uit Rampokan (Peter van Dongen/ Uitgeverij Oog & Blik, 2013).