'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Indische juweeltjes: boeken met een eigentijdse kijk op de Indische gemeenschap

Vlakke meetkunde. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd.

Nu iedereen bekomen is van de Nederlandse boekenweek, besteedt Indisch 3.0 deze week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving.

Ruth Post. Foto: Palmslag.
Ruth Post. Foto: Palmslag.

Deze week lezen jullie hier over Pendek van Herman Keppy, De gecensureerde oorlog van Louis Zweers, Vlakke meetkunde van Ruth Post en Opgevangen in Andijvielucht van Griselda Molemans, dat aanstaande vrijdag uitkomt. Het zijn vier boeken, die in genre en stijl zeer verschillen, maar inhoudelijk duidelijk een overlap hebben: ze behandelen de Japanse bezetting, de bersiap en de aankomst hier in Nederland. Eind van de week horen we graag van jullie hoe jullie aankijken tegen deze selectie.

Vlakke meetkunde geeft een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

We beginnen met Ruth Post’s Vlakke meetkundeVlakke Meetkunde is de tweede dichtbundel van deze dichteres, uit 2013. Daarin lees ik gedichten over de kamptijd, de bersiap en de tijd in Nederland. Post, die in Batavia geboren werd en de kamptijd als kind meemaakte, debuteerde in 2012 met een andere dichtbundel, ‘Tot aan de horizon’.

Ik ben geen kenner van poëzie, ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Maar ik ben erg gecharmeerd van haar werk. Sommige gedichten zijn expliciet, andere indirect, maar elk gedicht komt binnen. Van bamboespies tot smet vrezende  Europeanen – Ruth schuwt geen enkel onderwerp. Het zijn eerlijke gedichten, die de ervaringen in oorlogstijd beschrijven vanuit het perspectief van een jong Indisch meisje. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd dus.

Ruth schuwt geen enkel onderwerp.

Die kinderlijke eerlijkheid maakt Post’s gedichten kwetsbaar en invoelbaar. Ik kan me indenken dat Vlakke meetkunde voor overlevenden van deze tijd vrij confronterend is. Voor Indische jongeren, die weinig meegekregen hebben over deze periode, geeft Vlakke meetkunde een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

Een passage uit De jongens, ter illustratie.

mijn moeder staat al bij de poort

de jongens moeten weg, mijn broer is tien

ze klimmen duwend op de laadbak

ze grijzen wat

moeder heeft hem geleerd de was te doen

en hoe dat moet met naald en draad

hij krijgt vast heimwee, het is nog zo’n kind

mijn broertje

Vlakke meetkunde, Ruth Post. Uitgeverij Palmslag (2013), 56 pagina’s.

Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).
Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).

‘Componeren voor Buitenkampers leverde magische momenten op.’

Xavier Boot, componist en derde generatie Indo, werkte mee aan de film Buitenkampers

Volgende week zondag gaat op het Filmfestival Buitenkampers in première, de nieuwste film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich (o.a. Contractpensions, Stand van de Sterren). Xavier Boot (Utrecht, 1989) componeerde de muziek. Ik sprak deze derde generatie Indo over zijn composities. ‘Het was een hele bijzondere ervaring om aan Buitenkampers film mee te werken.’ 


Productie trailer: Jasper Naaijkens.

Hoe loopt je Indische familielijn?
‘Mijn oma is geboren in Semarang, de moeder van mijn moeder. Ik heb er best veel over meegekregen. Met mijn opa, oma, vader, moeder en mijn zus ben ik twee keer naar Indonesie gegaan, de hele zomer, toen ik 6 was en 12 jaar. We gaan regelmatig naar Pasar Malams. We eten Indisch, mijn moeder is actief in Indische netwerken, mijn ouders hebben zelfs een Indisch koor opgericht. Ik voel me erg verbonden met Indonesie. Dat speelt zeker een rol.’

‘Ik ben als muzikant op zoek naar mijn eigen stem.’

Hoe was het om aan deze film te werken?
‘Dat was erg fijn. Ik ben op het Conservatorium geschoold als klassiek pianist. Sinds ik mijn diploma heb, wil ik niet meer volgens vaste regels spelen. Ik ben op zoek naar mijn eigen stem. Ik wil muziek maken vanuit het onderbewuste. Bij deze film kon ik mijn eigen creatieve proces ingaan. Werken vanuit momenten, zonder regels, dat kan magische momenten opleveren, juist met deze film, waarmee ik persoonlijk zo verbonden ben. Het was een hele bijzondere ervaring.’

Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.
Xavier Boot. Foto: Ger Wijtsma.

Welk vraag had je van Hetty Naaijkens gekregen, wat was je opdracht?
‘Ik maakte muziek bij archiefbeelden. Van tevoren hadden we een beetje geoefend wat ik ging doen, maar het definitieve werk gebeurde in de studio. Hetty liet de beelden zien, ik improviseerde bij die beelden. Ik speel wat Nederlands-Indische muziek, een klassiek stuk en verder is het een vrije benadering van pianomuziek en werk ik samen met een fluittist, Roy Kuchel.’

‘Het was een hele bijzondere ervaring.’

Wat heeft de film met je gedaan?
‘Ik ben ermee bezig gegaan, met mijn Indische familiegeschiedenis. In de tijd van het maken van de film heb ik veel extra materiaal gelezen en extra veel met mijn opa en oma gesproken. De film maakte in mijn hele familie dingen los. Mijn oma heeft voor het eerst iets verteld dat zelfs mijn opa nog niet wist. Meewerken aan Buitenkamers is voor mij een periode van bewustwording geweest, van mijn eigen verleden, en de rol die dat verleden nog steeds speelt in het dagelijks leven, van mij en van andere Indische Nederlanders.’

‘Meewerken aan Buitenkamers is een tijd van bewustwording geweest.’

999199_541743942565519_1839109071_n

 

Buitenkampers gaat over de 250.000 Indische Nederlanders die de Japanse bezetting buiten de kampen moesten zien te overleven. De film is vanaf 3 oktober in bioscopen in Nederland te zien en gaat op 29 september as in premiere tijdens het Nederlands Filmfestival in Utrecht.

Xavier Boot is een internationaal geschoolde pianist, die als klassiek pianist afstudeerde aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Xavier studeert momenteel geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In de film heeft hij nog een cameo met zijn oma. Meer verklappen we daar niet over. Goed opletten dus.

De Indië-herdenking, 15 augustus 2013

DEN HAAG - De Indie-herdenking in Den Haag, 2013. Copyright Ilvy Njiokiktjien

Foto’s, gedichten en speeches

Nederland heeft gisteren waardig stil kunnen staan bij het einde van de Japanse bezetting in voormalig Nederlands-Indië en daarbuiten. In Den Haag zijn 4000 bezoekers bij het Indisch monument geweest, Breda ontving meer dan 300 man en in Wageningen waren circa 150 bewoners en familieleden samengekomen.

Kijk en lees met ons mee naar de herdenkingen in Den Haag, Breda, Wageningen en Thailand (Bangkok), lees de gedichten en speeches, kortom: herdenk deze 25e keer nog eens rustig in je eigen tijd.

Den Haag

Foto’s: Gilbert Pothoff en Ilvy Njiokiktjien

Breda

Foto’s: Charlene Vodegel

Kanchanaburi (Thailand)

Foto’s: Nederlandse ambassade Thailand

Wageningen

Foto’s: Randy Tutuarima en Tabitha Lemon

 

Speeches en gedichten

ERFENIS – TED VAN LIESHOUT

Gedicht uitgesproken door Charlie Heystek op de ceremonie van de Nederlandse ambassade in Thailand, 15 augustus 2013

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

SAMENVATTING VAN DE SPEECH VAN JOAN BOER, AMBASSADEUR VOOR NEDERLAND IN THAILAND

Uitgesproken ter gelegenheid van de herdenkingsceremonie op Kanchanaburi, Thailand, 15 augustus 2013

Geachte aanwezigen,

Hartelijke dank voor uw aanwezigheid bij deze bijzondere dag. Ver van Nederland, herdenken we vandaag de gevallenen op hun laatste rustplaats. Vandaag, 15 augustus is, net als 4 mei, Bevrijdingsdag. Vandaag herdenken we de gevallenen van een deel van de oorlog dat in Nederland minder bekend is. Een deel van de oorlog dat minder aandacht ontvangt. Maar niet minder aandacht verdiend. Vandaag staan we stil bij het einde van de oorlog in Zuidoost-Azië.  We herdenken de capitulatie van Japan en de bevrijding van Zuidoost-Azië, van Nederlands-Indië. Vandaag staan we stil bij de verschrikkingen en de wreedheid van oorlog. We staan stil bij wat mensen andere mensen aandoen. We herdenken de bevrijding van mensen die de gruwelijkheden van oorlog hebben meegemaakt, gezien, gevoeld.

We staan stil bij onverdraagzaamheid. Onverschilligheid. Onbegrip.

Beste Ari, grafnummer 7.A.42. Je bent een van de 6982 mannen die hier op Don Rak hun laatste rustplaats hebben gekregen. Voor jou begon de oorlog op 8 december 1941 toen Nederland Japan de oorlog verklaarde. De oorlog begon op datzelfde moment voor jouw zoon Joris. In oktober 1989 bezocht een oud-kampslachtoffer jouw graf. Hij liep uren over deze begraafplaats, op zoek naar jouw laatste rustplaats die hij tot zijn spijt niet kon vinden. Tot hij het opgaf en zijn oog op je naam viel. Hij maakte foto’s, liet deze ontwikkelen en stuurde ze op naar je zoon. In april dit jaar bezocht de kleindochter van het oud-kampslachtoffer samen met haar vader jouw graf. Ze maakte foto’s, haalde een uittreksel uit het grafregister en stuurde dit op naar jouw zoon.

Beste Ari, helaas is 15 augustus voor jou nooit Bevrijdingsdag geworden. Gelukkig werd 15 augustus wel Bevrijdingsdag voor jouw zoon. En hoewel je zoon het einde van de oorlog heeft gezien, is ook zijn vrijheid maar relatief. Want jouw zoon liet bij het ontvangen van de foto’s weten, dat 68 jaar na dato ‘het zelfs nu nog niet makkelijk is de gebeurtenissen van toen te verwerken.’ En zoals je misschien wel weet, heeft hij zelf nooit je graf kunnen bezoeken. De oorlog leeft voort in je zoon Joris. De oorlog leeft ook in de kleindochter van het oud-kampslachtoffer voort. Al kent ze geen oorlog. De verhalen in haar hoofd. De tekeningen op haar netvlies.

Grafnummer 7.A.42 heeft een naam, een verhaal. Alle gevallenen die hier worden geëerd verdienen een naam, een verhaal en een gezicht.  En hoewel dat niet mogelijk is, staan we vandaag stil bij al deze gevallenen die zijn omgekomen in de oorlog. We herdenken een oorlog die sporen heeft nagelaten in mensen. Een oorlog die doorleeft en hen die de oorlog hebben meegemaakt, gezien, gevoeld. En in hen die de oorlog alleen van horen zeggen kennen. Oorlog die ontstaat door onbegrip en onverdraagzaamheid. Door onverschilligheid en intolerantie. Helaas ligt dit niet achter ons. Het is van alle tijden. Ook als er geen oorlog is. Daarom staan we er vandaag ook bij stil dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat vrijheid inspanning vereist.

Tolerantie. Betrokkenheid. Begrip. We staan er bij stil dat vrijheid verantwoordelijkheid vereist. Het vereist vastberadenheid. En moed. Van iedereen.  Daar staan we vandaag bij stil. Vooral tijdens de stilte in onszelf.

SPEECH CHARLENE VODEGEL, INDISCH 3.0

 Zij waren toen nog zo jong

Uitgesproken ter gelegenheid van de herdenkingsceremonie in Breda, 15 augustus 2013

‘Zij waren toen nog zo jong’ Een gewone Indische Nederlandse militie matroos die in dienst was van de Koninklijke marine. Mijn opa Henry Victor Vodegel deed zijn zware plicht en is helaas alleen een onderdeel geworden van een historische gebeurtenis: De Slag in de Javazee. Mijn opa was één van de 1000 slachtoffers die is omgekomen. Dit blijft een verhaal in onze familiegeschiedenis.

Jaren van opleiding en oefening moesten gaan resulteren in een gerichte aanval tegen de Japanners in 1941/1942. Nederland moest zorgen dat de Japanners werden gestopt. Stel je voor, dat mijn opa na deze aanval in Surabaya terugkwam als de man die een mooi succes had geboekt. Wie wilde dat niet?  Het land verwachtte dat zij op dat moment hun plicht deden.

De gebeurtenis. De Slag in de Javazee vormde het sluitstuk van drie maanden maritieme actie waarbij, op vier Amerikaanse torpedobootjagertjes na, alle schepen ten onder gingen. De slag kwam hard neer op Nederlands-Indië en op Nederland. Op 27 februari 1942, om 23.45 uur werden de kruisers De Ruyter en Java getorpedeerd en brak  het imperium.  Duizenden Nederlandse  en Indische mannen waaronder mijn opa hebben zich doodgevochten in een strijd tegen overmacht. Ter nagedachtenis heeft de Ministerie van Marine een oorkonde uitgegeven met de gegevens van mijn opa. (de oorkonde laten zien)

Iedereen die vocht voor de Nederlandse regering had een held kunnen worden als ze deze slag hadden overleefd. Maar uiteindelijk een held voor wie? Voor de koningin en zijn vaderland misschien? Maar mijn eigen vader heeft mijn opa nooit als held kunnen voelen en leren kennen. Held door een vader te zijn voor je kind, die opkomt voor de belangen van je kinderen. Nee, mijn vader heeft dat helaas nooit kunnen ervaren wat de betekenis is van een vader in het leven van een kind.

Als 3-jarige peuter werd hij aan zijn lot overgelaten samen met zijn broer en moeder.  En  een paar jaar later je moeder verliezen, dat is eigenlijk het ergste wat een kind kan meemaken. Ouderloos, machteloos, geplaatst worden in een weeshuis en niet wetende hoe je toekomst eruit gaat zien. Maar toch is mijn vader als Indische Nederlander uiteindelijk naar het Vaderland gegaan om verder te gaan aan een nieuwe toekomst.

In 2006 was ik aanwezig  bij een plechtigheid omtrent een uitbreiding van het Karel Doormanmonument op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya. De Oorlogsgravenstichting had het initiatief genomen om na 64 jaar het Karel Doormanmonument compleet te maken met bronzen platen met daarop de namen van alle oorlogsslachtoffers van de Slag in de Javazee. Mijn opa’s naam staat daar tussen. Dit geschiedenisverhaal wordt monumentaal in ere gehouden in Surabaya. De officiële ceremonie  vond precies  in mijn tweede week plaats toen ik voor studie in Surabaya zat. Het kan toeval zijn of niet, maar ik stelde mezelf de vraag: ‘Waarom vond deze officiële plechtigheid pas plaats na 64 jaar op het moment dat ik in Surabaya was?’ Het voelde voor mij als een soort van bescherming van een opa die ik nooit heb gekend, dit gevoel is lastig te verwoorden.”

Mijn vader is 72 jaar geworden, en is 2 jaar geleden overleden. Als ik en mijn broertje terugkijken naar onze vader hoe ver hij het geschopt heeft in zijn leven. Hoe hij het vaderschap goed heeft kunnen doen. Iemand die voor je zorgt, die er altijd voor je is. Wij zijn trots op hoe onze vader ondanks zijn jeugdgeschiedenis zich staande heeft kunnen houden.

Net als misschien vele andere Indische vaders, is mijn vader ook nooit echt een prater geweest over wat voor invloed zijn jeugd heeft gehad op hem. Stil, teruggetrokken maar toch heel sterk in hoe hij zijn kinderen heeft opgevoed.  Dus ja als ik denk aan het thema: Zij waren toen nog zo jong.  Ja mijn vader was inderdaad jong om zijn vader te verliezen in de oorlog maar hij heeft nu kinderen achtergelaten die hij een sterke opvoeding heeft gegeven samen met mijn moeder.

Zij waren toen nog zo jong om te sterven, maar ik voel mij ook nog zo jong om een vader te verliezen.  Dus wat betekent nog jong in een mensenleven?

Ik wil graag afsluiten met enkele coupletten van het lied “Laatste groet” die door tante Lien, Wieteke van Dort is gezongen.

De zon, in het Oosten gerezen
daalt in het Westen neer
Er valt geen scheiding te vrezen
De zon keert altijd weer

Wij willen dit warme herdenken
Uit veler vrienden naam
Als een groet aan allen schenken
Die ons zijn voorgegaan

Hoe herdenk jij?

Op 15 augustus herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azie. In toenemende mate krijgt “onze” herdenking aandacht van het grote publiek. Toch zijn er genoeg redenen om wel én niet te herdenken op deze dag. Wat doe jij?

Sorry, there are no polls available at the moment.

 

Kies je geschiedenis

Zo makkelijk gaat het

Volgende week is het alweer zover. Dan herdenkt Indisch Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Op 15 augustus 2013 vinden door het hele land herdenkingen plaats. Ook wij doen mee. Drie keer maar liefst, dit jaar, leggen we een bloemstuk: Charlie Heystek legt namens Indisch 3.0 in Bangkok (ja, in Thailand) een bloemstuk, Charlene Vodegel in Breda en Tabitha Lemon en ik in Wageningen. Daarover meer volgende week.

Mijn ideale herdenking
Als ik mijn ideale herdenkingsbijeenkomst zou mogen samenstellen, zou ik de tekeningen van Charles Burki willen exposeren, de film Arigato vertonen en een overlevende willen laten vertellen over hoe ze samen het Wilhelmus inzetten. Het is een bekende anekdote die me nog altijd kippenvel geeft.

Wilhelmus
In mijn verbeelding zie ik het voor me. Met uitgemergelde lichamen, in de brandende zon, zien de geïnterneerden vliegtuigen overkomen. Met hier en daar een lap die ooit kleding is geweest, voeren ze hun dagelijkse besognes in het kamp uit. Ze weten nog niets. Dan horen ze via via het nieuws. De Jap heeft gecapituleerd. Er valt een stilte, niemand weet wat te doen. Juichen? Een van hen legt zijn spullen neer. Brengt zijn rechterhand naar zijn hart. En zingt het, zachtjes.

‘Wilhelmus van Nassau.’ Hij schraapt zijn keel, zet zijn stem kracht bij en zingt verder.

‘..ben ik van Duitse bloed.’ Her en der vallen mensen hem bij. Voor hij het weet, zingt het hele kamp.

Ja, deze anecdote hoort beslist thuis op mijn ideale herdenking.

Tijdbom
Op 15 augustus zendt de NOS 
Arigato uit. Daar ben ik ontzettend blij om. Arigato is treffend en pijnlijk raak, omdat er niets in uitgelegd wordt. Als je de kampverhalen kent, komt Arigato binnen als een tijdbom. Heb je die kennis niet, dan zou je nog wel eens met vragen kunnen zitten na het zien van de film. Wat alleen maar goed is; hoe meer vragen over de Japanse bezetting, hoe beter.

Arigato op tv op 15 augustus
Volgende week krijg je, als je niet bekend bent met de kampverhalen, antwoorden van de maakster en hoofdrolspeelster. De live-uitzending van de herdenking op tv begint om 12.15 uur, met een korte introductie van Mug Elias (de actrice die Oma speelt), Sandra Beerends en de film. Vervolgens kan je de korte film zien en daarna het live gesprek met Mug en Sandra Beerends, die geïnterviewd worden door Rob Trip. Aansluitend kan je kijken naar de herdenkingsbijeenkomst in Den Haag. Hieronder nog een keer de trailer.

Herdenken als bewuste keus
Toch vond ik herdenken op 15 augustus niet altijd een vanzelfsprekendheid, daar schreef ik zes jaar geleden al over. Hoewel Indië bevrijd was op 15 augustus, eindigde de kamptijd voor heel veel Indische Nederlanders pas maanden later. Ik heb in 2007 een bewuste keuze gemaakt om toch 15 augustus aan te houden als “bevrijdingsdag” voor Nederlands-Indië; ik had behoefte aan een moment waarop ik stilstond bij het leed van de slachtoffers en de – tijdelijke – opluchting van het einde van de oorlog.

Zwarte bladzijden
Regelmatig hoor en lees ik mensen die schamper vertellen dat Japanners niets weten over wat hun voorouders hebben gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat ze 
alleen maar vertellen over het leed van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Hoe weinig Indonesiërs onwetend zijn over de kamptijd. Die mensen vergeten dat Nederland ook nogal kieskeurig is als het gaat om het doorgeven van de eigen “zwarte bladzijden”, om het luisteren naar leed van anderen. 

Met de beste intenties
Want ook wij veranderen als Indische gemeenschap in Nederland, met de beste intenties, het verhaal over de Japanse bezetting. Door te blijven herdenken op 15 augustus weet over 50 jaar niemand meer dat op het nog maanden zou duren voordat alle geïnterneerden vrij waren. Is niet erg, vind ik. Maar het intrigeert me wel. Zo makkelijk is geschiedenis dus te veranderen.

Buigen voor het verleden

Emile Ratelband is er een bekende vertegenwoordiger van, van NLP; Neuro Linguistisch Programmeren. Ik heb twee keer een NLP-opleiding gedaan. Onderdeel van het cursus programma waren familie-opstellingen. Tijdens de tweede opleiding mocht ik een vraag inbrengen, over mijn opa, de vader van mijn moeder, die met zijn vader in het Jappenkamp had gezeten.

Een familie-opstelling doe je om inzicht te krijgen in je eigen functioneren in het heden, tegen de achtergrond van je familiedynamiek. Waar staan je ouders ten opzichte van jou? Je broer, zus, neef, nicht? Staan je ouders achter je, staan ze dichtbij, ver weg? Kijken ze je aan of kijken ze vooral naar je broer? Met dit soort praktische vragen ontdek je welke plek je gewend bent geweest in te nemen, bijvoorbeeld.

Tijdens de Practitioner-opleiding, zie het maar als niveau 1 van NLP, had ik al eens als deelnemer in zo’n opstelling gestaan. Het is best heftig, want je voelt onmiddellijk de dynamiek van de familie waarin een ander opgegroeid is. Dus ik wist een beetje wat me te wachten stond. Zo wist ik ook dat de faciliator van de opstelling er regelmatig voor koos, om de vrager te laten buigen voor het verleden.

Al vanaf het eerste moment dat ik dat zag, schrok ik ervan. Buigen voor het verleden is voor overlevenden van de Jappenkampen zo ongeveer gelijk aan het opnieuw ervaren van een deel van je trauma. Een bekend element van de kamptijd is namelijk dat geïnterneerden dagelijks moesten buigen voor de Nippon, de Japanse vlag – in de brandende zon en soms onmenselijk lang. Hoe kon hij zoiets vragen? Hij wist duidelijk niets van de Jappenkampen.

Voordat ik de vraag voor mijn familie-opstelling inbracht, had ik nagedacht over wat ik zou doen als de begeleider me zou laten buigen voor het verleden. En ik wist het niet. Ik wist alleen maar dat mijn behoefte aan antwoord op mijn vraag groter was dan mijn bijna fysieke weerzin om te buigen.

En ja hoor. Zonder op de details in te willen gaan, aan het einde van de opstelling kwam het: “Buig maar voor het verleden.” Even voelde ik weerstand. Maar vrijwel meteen realiseerde ik me dat buigen voor mij, een kleinkind van Indische geïnterneerden, betekende dat ik mijn eigen plek innam. Ik hád die bezetting niet meegemaakt. Ik hàd nooit voor die vlag moeten buigen. Dus waarom zou ik vasthouden aan weerstand die niet van mij was?

Zo boog ik voorover. Onverwacht glimlachte ik. Opeens voelde ik de positieve impact van wat ik deed: ik eerde het leven van mijn opa, in het Jappenkamp en daarbuiten.

Foto zoekt verhaal #2 "Teringhollanders!"

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat? In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? Aflevering 2: Koninginnedag in Indië.  

Koninginnedag. Foto: Tropenmuseum/ KIT.
Koninginnedag in Nederlands-Indië. Foto: Tropenmuseum/ KIT.

“Teringhollanders”

‘Wilhelmus van Nassouwe, ben ik, van Duitsen bloed..’ Deze foto, genomen op Flores, laat een optocht zien ter ere van Koninginnedag. De jongens maken muziek, de meisjes zwaaien rood-wit-blauwe vlaggetjes. Hun jurken zijn hagelwit, hun moeders hebben ze die ochtend nog te drogen gehangen in de blekende tropenzon. Onder luid gemopper hebben diezelfde moeders daarna geprobeerd de krul uit hun dikke haar te kammen, om het daarna strak tegen hun schedels te vlechten. Keurig lopen ze in de mars, de Indische jeugd, voor volk en vaderland en die verre Hollandse koningin, wiens gezicht ze alleen van foto’s kennen.

Mijn Indische oudtante Dé heeft vermoedelijk ook ooit in zo’n optocht meegelopen. Jammer genoeg heb ik haar nooit gekend, maar volgens de overlevering was ze een kleurrijk figuur.  Ze overleefde het Jappenkamp en kwam gebroken terug, met falende organen, overal ontstekingen en een snel verergerende reuma. Ook mentaal werd ze nooit meer de oude. Ze was geobsedeerd door vuur en stak in een vlaag van verstandsverbijstering alle belangrijke foto’s van mijn grootouders in de fik. Tweemaal trouwde ze met Hollandse mannen, die haar helaas beiden verlieten. In Nederland zat ze meestal in een hoek van de kamer, een gek oud mens met kromme heksenvingers van de reuma. Te vloeken, met consumptie: ‘Teringhollanders…’. Men zegt dat ze daarmee haar ex-echtgenoten bedoelde, maar misschien was het ook wel algemener bedoeld.

Dé moet heel mooi zijn geweest. Ooit was ze ook zo’n meisje in een stralend witte jurk, die haar best deed haar weerbarstige zwarte haren in de plooi te krijgen voor die verre koningin. Zoals het lange meisje vooraan op de foto, loyaal en vol verwachting. Ik stel me voor dat ze bij het zien van deze foto schamper zou lachen: ‘Ja, zo liep ik toch ook. We hoopten allemaal dat hare majesteit ons een keer op zou zoeken. Maar denk je dat er ooit een Koningin op Koninginnedag naar Nederlands-Indië kwam? Natuurlijk niet, wat dacht jij! Teringhollanders…’

Nee, dan die andere oudtante, mijn tante Rika! Zij had deze foto prachtig gevonden, net zoals ze alles van het Koningshuis prachtig vond. Alhoewel, niet alles, eigenlijk draaide haar koningsgezindheid maar om een persoon: Prins Bernard.

Ook Tante Rika zat altijd als een heks in een hoek van de kamer. Ze was een onooglijk mensje, eeuwig vrijgezel, een echte oude vrijster, onderwijzeres van beroep. Ze ging zodanig op in het interieur dat je je kapot schrok als je de kamer binnenkwam en er ineens uit een hoek klonk: ‘Doe die deur dicht! Wat een ijswind!’. Dat riep ze zelfs als het buiten twintig graden was. Tante Rika had haar kamer volgehangen met afbeeldingen en krantenknipsels van Prins Bernard: de prins in jachttenue, de prins in uniform, de prins voor een vliegtuig, al pijprokend aan de telefoon. Ik vermoed dat ze Juliana zo goed en kwaad als het ging van de foto’s afknipte en haar in reepjes in de prullenbak stopte. Maar misschien is dat mijn fantasie die met me op de loop gaat.

In elk geval, Tante Rika was zeer koningsgezind en zij zal waarschijnlijk gekird hebben bij het zien van deze foto. Ze heeft de vorige troonswisseling niet meegemaakt, maar ik ben er zeker van dat ze verrukt geweest zou zijn te horen dat er ditmaal een koning op de troon komt, de kleinzoon van haar lieve

Wat had ik de twee oude heksen graag horen discussiëren over de aankomende kroning:

‘WimLex,’ zou Rika dromerig uitbrengen bij het zien van het uniform.

‘Net zo’n boef als zijn opa,’ zou Dé mopperen.

Maar Maxima, die zouden ze allebei wel zien zitten. Net als alle andere Nederlanders.

Elke 30e  dag van de maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. Vanwege de festiviteiten op 30 april 2013 hebben we deze post een dagje later gepubliceerd. De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van onderstaande interpretatie? Wil jij het Tropenmuseum helpen de foto-albums terug te brengen naar de eigenaren of hun nabestaanden? Alle albums zijn online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl en te downloaden op je tablet.

Naschrift van de redactie: 

Het album waar deze foto uit komt, is inmiddels geclaimd. De familie is gevonden door Bert Immerzeel van Javapost. Het album is van Hajo P. Diepenhuis en zijn vrouw Marie Salteholz; inspecteur van de Staatsspoorwegen Hajo P. Diephuis en zijn vrouw H.C. (Maria). Omdat de oudste dochter problemen had met haar luchtwegen werd voor haar een kostschool gezocht en gevonden buiten Indië, in Perth, Australië. Een van haar zusjes  vergezelde haar. De beide meisjes bleven met enkele tussenpozen van ongeveer 1937 tot 1945 in Australië. In 1944 woonden ze in Melbourne, waar zij (beiden?) een opleiding kregen tot verpleegster. De jongere broer bleef met zijn ouders al deze tijd in Indië. Zij werden – voor zover bekend – tijdens de oorlogsjaren geïnterneerd. Na de oorlog keerden de meisjes terug naar Nederlands-Indië, en vertrokken later met hun ouders naar Nederland. Weer later verhuisden allen naar Canada, in de omgeving van Toronto. Beide dochters leven nog en zijn 90 en 89 jaar oud.

Bruggen slaan met Arigato

“Ik krijg zó veel bijzondere reacties op deze film. En hij duurt maar negen minuten.”

Sandra Beerends is van Indische afkomst en werkt als dramaturg aan tv- en filmproducties. Ze is de stuwende kracht achter de korte film Arigato (Japans voor: dank je wel), gebaseerd op het oorlogsverleden van haar moeder. Ik interview Sandra over de achtergrond van deze eerlijke en rake korte film.

Maar eerst zetten we even wat recht.In tegenstelling tot eerdere berichten, is de regisseur van Arigato Aniëlle Webster, niet Sandra Beerends. Sandra vertelt me dat ze, naast initiatiefnemer en schrijfster, ook medeproducent, financier en caster van Arigato is. Ik heb de juiste persoon aan de telefoon, zoveel is duidelijk. Als ik drie kwartier later ophang, realiseer ik me dat het verhaal over het maken en vertonen van de film, net zo mooi is als Arigato zelf. Zou ze ‘de making-off’ gefilmd hebben?

Drie jaar oud
‘Mijn moeder was drie toen haar vader naar het kamp afgevoerd werd. Zelf bleef ze erbuiten, vanwege haar Indische oma. Bij die oma kwam dagelijks een Japanse soldaat langs. Haar oma pelde pinda’s voor hem. Die soldaat had medelijden met mijn moeder en nam haar dagelijks mee, om haar wat te eten te kunnen geven. Dat is traumatisch geweest voor haar.’

Arigato - oma
Arigato (2011). Written by Sandra Beerends and directed by Anielle Webster. Produced by the Filmers.

‘Tik. Tik, tik.’
‘De film is geïnspireerd op het oorlogsverleden van mijn moeder. Mijn moeder wordt dit jaar 74. Ik merkte dat ze steeds meer last begon te krijgen van haar herinneringen aan de Japanse bezetting. Ze heeft er nooit veel over verteld, maar het kwam toch boven. Een van de eerste keren was aan de telefoon. Ik had haar aan de telefoon en hoorde op de achtergrond ‘Tik, tik tik.’ Een paar keer. Mijn moeder werd doodstil, ik hoorde haar zachtjes huilen, maar ik kon niet meer tot haar doordringen. Later bleek dat haar vriend zijn sleutel vergeten was en kiezelsteentjes tegen de ruit gooide om haar aandacht te trekken. Voor mijn moeder klonk het als een fusillade waar ze getuige van was geweest als driejarig meisje.’

Een afschuwelijke afwijzing
‘De tweede keer was tijdens een tripje naar Parijs met haar vriend. Ze zat in een hotel te wachten in de lobby, toen een grote groep Japanners uit de lift kwam en om haar heen ging staan. Ze raakte verlamd van angst.  Nog steeds had ze niet veel verteld. Totdat ze na veel aandringen, een beroep probeerde te doen op de uitkering van de WUBO; niet om het geld, maar om de erkenning. Daar heeft ze voor het eerst al haar herinneringen boven gehaald en verteld. Ze kreeg een afschuwelijke afwijzing. Geen van haar ervaringen achtte de uitkeringsinstantie bewezen. Dat was vreselijk. Het was alsof ze te horen had gekregen dat ze loog en dat haar herinneringen niet waar waren. Toen kwam de dreun echt. Mijn moeder moest in therapie. Op dat moment besefte ik: ik MOET hier een film over maken.’

Toen kwam de dreun echt. Mijn moeder moest in therapie.

Korte film
‘Ik werk als dramaturg in de wereld van televisieproducties. Ik weet wat het kost om een film te maken. Ik besloot daarom om een korte film te maken. Alles was moeilijk. Terwijl ik op zoek was naar financiering, lag het project stil en had mijn moeder nog steeds last van haar herinneringen. Het ging me te lang duren, dus ik besloot het met mijn eigen spaargeld te gaan financieren. In de aanloop naar het maken van de film liep ik telkens weer tegen obstakels op. Een paar keer wilde ik er een punt achter zetten, ik zag het niet meer zitten. Het was mijn jongste zoon, hij was toen negen jaar, die me vertelde dat ik het gewoon moest doen. “Jij vertelt ons altijd dat als we ergens in geloven, we het moeten doen. Je moet het nog één keer proberen.” En dus ging ik verder. Ik vroeg Aniëlle, een jonge enthousiaste regisseur waar ik al mee werkte. Die zei meteen “Ja, geen probleem, gaan we doen!” En zo gebeurde het.’

Arigato: Toet (links) en Koh.
Arigato: Toet (links) en Koh.


Castings
‘Het vinden van een goede actrice voor de oma was lastig. Ik had iemand in mijn hoofd, op basis van mijn moeder: iemand die vrolijk was, in het leven stond, maar in een oogwenk weer als drie-jarig meisje doodsangsten uit kon staan. De dames die op castings kwamen, waren me te breekbaar of juist weer te dramatisch!. Er was een vrouw op het schoolplein van mijn kinderen, een Indische, een oma. Zij haalde één keer per week haar kleinkinderen op en vertrok dan met een hele zwerm kinderen, inclusief de mijne.’

Ik wilde er een punt achter zetten, ik zag het niet meer zitten.

Op vakantie in Indonesië
‘Toen was ik op vakantie in Indonesië en kwam ik haar opeens tegen. Hoe is het mogelijk? Daar raakte ik met haar aan de praat en realiseerde ik me – zij is het. Ik nodigde haar uit voor een casting en ze zou komen – maar op die dag zelf kwam ze niet. Ik belde haar en ze vertelde me dat ze bij controle in het ziekenhuis had gehoord dat ze een tumor had. Ik was er zo van overtuigd dat zij de actrice voor deze film was. Dus ik zei: “Jij moet het zijn. Het komt goed met je tumor. Ik stel de film uit en wacht op jou.” En zo gebeurde het.’

Medelijden
‘De hoofdrolspeelster, Oma, heet in het echt Mug. Ze is geboren in het Jappenkamp, haar moeder was zwanger toen ze het kamp in ging. De vrouwen die haar moeder bij de bevalling assisteerden, vroegen haar hoe ze haar dochter moesten noemen. “Als jullie haar maar geen vlieg noemen, daar heb ik zo’n hekel aan!”, riep haar moeder: “Ach, noem d’r maar mug. Ze gaat toch dood.” Een Japanse soldaat had medelijden met Mug’s moeder en stopte haar stiekem eten toe, zodat haar borstvoeding op gang kwam. Zo heeft Mug het kamp overleefd. Vlak voor de bevrijding is dat ontdekt. De man werd geëxecuteerd, alle kampbewoonsters werden gedwongen ernaar te kijken.’

“Ach, noem d’r maar Mug. Ze gaat toch dood.”

Vergeven, erkennen en praten
‘Vergeven, erkenning en praten. Daar ging het mij om bij het maken van Arigato. Ook tussen generaties. In de film gaat de kleindochter, Toet, spelen met het Japanse jongetje, Koh. Hoewel het onschuldig is, doet oma verdriet. Toet voelt dat en probeert haar oma te troosten. Ook Koh komt op haar af en geeft haar als troost een doorzichtig dubbel schelpje. Eerst wil ze niet naar hem kijken, maar als ze dat eindelijk doet,  realiseert ze zich: “Hoe kan ik boos op hém zijn? Ik kan niet doorgaan met boos blijven. Hij heeft er niets mee te maken.” Om hem te bedanken voor wat hij doet, besluit ze hem te bedanken in zijn eigen taal, de taal van haar voormalige bezetter. Zo overwint oma haar eigen aversie.’

Koh, het Japanse jongetje.
Arigato: Koh, het Japanse jongetje.

Zielepijn
‘Een belangrijk thema in de film is “zien”. De kleindochter kan niet zien waar haar oma pijn heeft. Zielepijn kan je niet zien. Ik heb van deze film ook een kinderversie gemaakt met een voice over van Toet, de kleindochter, die de hele dag vanuit haar perspectief vertelt. Wat zie je wel, wat zie je niet, wat is er wel, wat is er niet?’

Reacties
‘De reacties op de film zijn overweldigend, en de film duurt maar negen minuten! Bijzonder en ontroerend. Ik heb de film gemaakt voor mijn moeder en haar generatiegenoten. Adriaan van Dis, die ik ontmoette tijdens de jubileumdag van Stichting Pelita, zei me: “In die film heb je alles verteld, wat daar gebeurd is.” Mooi hè?’

“In die film heb je alles verteld, wat daar gebeurd is.”

Brug met Japan
‘Ik heb veel plannen. Wat erg spannend is, is dat ik in gesprek ben met de NOS over uitzending van Arigato op 15 augustus a.s. Ik ben met een boek bezig, dat heeft ook met de Indische geschiedenis te maken. Ik wil met deze film een rug slaan, tussen generaties, maar ook met Japan. Mooi is dat op Cinemasia, de Japanse media Arigato ook getipt hebben. Ik ben bij een conferentie over een verbinding tussen Japan, Indonesië en Nederland. En ik heb gehoord dat de Nederlandse ambassade in Japan overweegt het te gaan vertonen.

Arigato: oma.
Arigato: oma.

Verwerken van het verleden
Ik heb geprobeerd om mijn kinderlijke ambitie van weleer – om te bewijzen dat mijn moeder ‘geen leugenaar’ was – om te buigen naar een volwassen film over verlies en vergeving. Of
 deze film mijn moeder heeft geholpen met de verwerking van haar oorlogsverleden? Lastig te beantwoorden. Het gaat nooit over. Ze kan nog steeds overweldigd worden door beelden, geluiden, geuren. Ik denk dat deze film wel ‘troostend’ voor haar werkt, het feit dat haar verhaal, haar geschiedenis, haar pijn, de aanleiding is geweest voor het ontstaan van deze film.

Mijn moeder raakt nog steeds overweldigd door beelden, geluiden, geuren.

‘De eerste keer dat we op mijn laptop samen op de bank bij haar thuis de film bekeken moest ze alleen maar huilen. Ze zat meteen in het verhaal, was weer even het driejarige angstige meisje, die reageert op ‘het buigen’, ‘het tellen’, ‘het scheppen’. Dat mijn hele familie en vriendenkring als figurant meedeed, was compleet aan haar voorbij gegaan, zo was ze opgegaan in de film.’

‘Arigato en de reacties erop hebben iets bij me losgemaakt. Er zijn zoveel mooie verhalen. Misschien moet ik die ook maar gaan vertellen.’

Cinemasia 2013: Arigato

Indisch 3.0 steunt films uit Indonesië. Van 4 tot en met 7 april a.s. vertoont Cinemasia talloze films uit heel Azië, van Indonesië tot Taiwan. Deze week staat Indisch 3.0 daarom in het teken van Cinemasia 2013, het Aziatische filmfestival in De Balie (Amsterdam) en bespreken we dagelijks een van de vijf Ind(ones)ische films. Vandaag: de korte film Arigato (2012).

Toet brengt met haar Indonesische oma een dagje op het strand door. Een Japans gezin vraagt aan oma om een foto van ze te maken. Schoorvoetend voldoet de oude dame aan het verzoek. De aanblik van de Japanners brengt echter pijnlijke herinneringen met zich mee. De oma denkt terug aan de Japanse bezetting van Nederlands-Indië (1942-1945). Door de troostrijke reactie van Toet en het verzoenende gebaar van het Japanse jongetje is oma in staat haar ‘pijn’ te delen en een eerste stap te zetten naar vergeving.

Kijk a.s. zondag op www.indisch3.nl voor een exclusief interview met regisseur Sandra BeerendsTijdens het Cinemasia Filmfestival 2013 (de Balie, Amsterdam) is Arigato (Japans voor dank je wel) te zien op 7 april, 13:20 (voor Captain Kang18:00 uur met aansluitend een Social innovators forum. Koop online kaarten.

Cinemasia 2013 op www.indisch3.nl
Op www.indisch3.nl vind je van 1 tot en met 5 april info over vier films uit Indonesië en een Indische korte film uit Nederland. Op 3 april gaven we kaarten weg en tijdens de festivaldagen loopt er een Twitterfall mee op onze site (#cinemasia).