Oproep voor gelijke behandeling, voor alle Nederlandse staatsburgers.

Een paar weken geleden was ik bij een boeiende conferentie. In een klein zaaltje van de universiteit in Leiden zat een handjevol wetenschappers bij elkaar, om gedachtes uit te wisselen over de ‘Eurasian question‘,  een misschien niet zo perfecte vertaling van de Indische kwestie uit de jaren ’50.  

scroll down for the English version

Vergelijken van dekolonisatieprocessen

Kernvraag was hoe je als wetenschappers omgaat met de dekolonisatieprocessen, en wat de meerwaarde en (on-)mogelijkheden zijn van vergelijkende studies. Vanwege dit vergelijkende karakter waren wetenschappers uit Canada, Engeland, Frankrijk en Duitsland aanwezig.

Ongelijkwaardige burgers

Tijdens het symposium stelde een van de aanwezigen voor om een verklaring op te stellen, waarin wij als wetenschappers een standpunt innemen over het politieke klimaat in Nederland, dat het legitimeert dat burgers op basis van ras en geboorte als ongelijkwaardige burgers behandeld worden.Dit heeft geleid tot de ‘Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat.’

Rechtsongelijkheid

Als er één gemeenschap in Nederland is, die weet hoe het is om op papier Nederlands staatsburger te zijn, maar in de praktijk rechtsongelijkheid te hebben ervaren, is het de Indische gemeenschap. Daarom ondersteun ik deze verklaring van harte.

Deel de verklaring

Doe je mee? Het enige dat je hoeft te doen is deze verklaring te delen in je netwerk. Je kan deze post daarvoor gebruiken. We hebben ook een pdf-versie van de  Leiden declaration on current political debate in the Netherlands   (Nederlands/ English), die je rond kan sturen.

 

Leidse verklaring over het politieke minderhedendebat

“De ondergetekenden, wetenschappers uit binnen- en buitenland op 24-3-2014 bijeen op een conferentie in Leiden over Europees kolonialisme en de doorwerking daarvan bij individuele mensen, gemeenschappen en staten, roepen de politici in Nederland op om af te zien van beleid dat specifieke groepen in de samenleving neerzet als potentieel vijandig ten opzichte van anderen of van de samenleving als geheel. We veroordelen politieke strategieën die het doelgerichte oogmerk lijken te hebben om mensen te vatten in onderscheiden en van buitenaf opgelegde groepsidentiteiten, die tevens impliceren dat er een uitsluitende hiërarchie bestaat tussen insiders en outsiders.”

“Als wetenschappers van het imperialisme en zijn erfenissen, zijn we ons bewust van onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een veilig intellectueel klimaat voor onderwijs en onderzoek aan de universiteiten en in de samenleving als geheel. De historische dimensie van het publieke debat over migratie en immigranten is evident; het principe van gelijkheid is uit het dekolonisatieproces voortgekomen als een kernwaarde voor hedendaags burgerschap. We protesteren daarom met kracht tegen het creëren van etnisch onderscheid en tegen andere vormen van uitsluiting en stereotypering, zoals dat in het huidige politieke debat in Nederland naar voren komt.”

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

In English:

Leiden declaration on current political debate in the Netherlands

We, scholars from the Netherlands and abroad meeting on 24-3-2014 at a Leiden conference on European colonialism and its impact on individual people, communities and states, call on politicians in the Netherlands to refrain from politics which frame specific groups within Dutch society as potentially hostile to others or to society at large. We condemn political strategies that seem dedicated to enclosing the population in separate imposed group identities, while installing exclusive hierarchies of insiders and outsiders.

As scholars of empire and its legacies we are aware of our responsibility to contribute to a safe intellectual climate for education and research at universities and in society at large. The historical dimensions of any public debate on migration and immigrants are evident and equal citizenship has emerged from decolonization as a key value in society. Therefore we strongly protest against the making of ethnic distinctions and against other forms of exclusion and stereotyping as invoked in current political debate in the Netherlands.

Leiden, 24-3-2014

Eveline Buchheim (NIOD), Alison Blunt (Queen Mary, University of London), Elleke Boehmer (University of Oxford), Elizabeth Buettner (University of Amsterdam), Pim ten Hoorn (the Netherlands-Malaysia Association), Guno Jones, Nancy Jouwe, Mariëlle Klein (Leiden University), Bart Luttikhuis (European University Institute Florence), Jacqueline Knörr (Max Planck Institute for Social Anthropology, Halle), Willem Maas (York University, Canada), Wim Manuhutu (VU University), Susan Legêne (VU University), Liesbeth Rosen Jacobson (Leiden University), Marlou Schrover (Leiden University), Carolien Stolte, Kirsten Vos (Indisch 3.0), Jennifer Yee (University of Oxford, Christ Church).

Contact: Susan Legêne, prof. of political history, Faculty of Arts, Vu Amsterdam. Email s.legene@vu.nl

page1image24616

'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

Hoe het begrip genocide mijn ogen opende.

Vrijheidsstrijd was terecht, geweld bersiap moreel verwerpelijk.

En daar was het dan, afgelopen maandag. Het artikel in Trouw dat de bersiap-periode in een nieuw perspectief plaatste. Het onderzoek naar deze periode van William H. Frederick (gepubliceerd in september 2012) is voor mij een eye-opener:  ondanks dat Indonesië een moreel te verdedigen strijd voerde, is het geweld van de bersiap moreel onjuist.

Maandag verscheen in Trouw een interview (betaalde versie, 28 euro) met onderzoeker William H. Frederick, docent geschiedenis van Zuid-Oost Azië aan de Ohio University in Athens, Ohio (USA). Op basis van onderzoek dat Frederick in 2012 publiceerde in het Journal of Genocide Research, vertelt hij Trouw-redacteur en biograaf Meindert van der Kaaij dat het wonderlijk is dat Nederland nauwelijks aandacht heeft besteed aan de bersiap.

“Hij (William Frederick, KV) kent geen ander land dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten,” parafraseert Van der Kaaij in het artikel. Frederick wijt deze ontkenning vooral aan de “tendens (…) om de Indonesische revolutie als min of meer onschuldig en op wereldschaal als niet zo gewelddadig te beschouwen.” Toch vindt Frederick het terecht om te spreken van een gewelddadige revolutie: “De cijfers – genocide op minstens 20.000 mensen, een veelvoud daarvan aan moorden op Indonesiers, en een totaal dodenaantal tussen de 250.000 en 300.000 – wijzen op een andere werkelijkheid.”

Foto van de website over de documentaire Archief van tranen. http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/
“Begin van een aanval door een grote groep indonesische extremisten op een wagon Nederlandse vrouwen, kinderen en jongens op het station Tasikmalaja (West-Java) eind augustus 1945, de zgn. Bersiap-tijd. Doordat de machinist op dat moment besloot de trein te laten vertrekken, zijn de nederlanders, naar het zich liet aanzien, aan een massale afslachting ontkomen”. Door Jan Mobach. Bron: website over de documentaire Archief van tranen.

Wanneer spreek je van genocide? Ik Google er op. Dit is wat ik vind op Wikipedia.

‘een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: ‘het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.’[1]

Frederick nuanceert het begrip genocide voor de bersiap nadrukkelijk:

“(…) the term ‘genocide’ for the killing of Dutch and Eurasians in revolutionary Indonesia may not be thought warranted from a ‘scientific’ or legal perspective, and that efforts to encompass this sort of decolonization violence with terms such as ‘subaltern genocide’ are still fraught with difficulties. Still, ‘genocide’ used in a generic, common- sense fashion draws attention to a hidden episode of horrific violence, and further study may be of use to scholars of decolonization and genocide in general, as well as Indonesia specialists and Indonesians themselves.”

Vrij vertaald: de bersiap was een periode van geweld die hoorde bij het dekolonisatieproces. De term genocide is vanuit juridisch of technisch perspectief misschien niet terecht. Je mag het begrip echter wel gebruiken om te appelleren aan de kennis die de gemiddelde burger erover heeft, om aandacht te vragen voor het vreselijke geweld dat heeft plaatsgevonden. En dat is wat het bij in elk geval gedaan heeft.

Als ik zijn stuk en interview lees, kan ik niet anders dan Frederick gelijk geven. Het is bekend dat de acties van de pemoeda’s wreed waren en erop gericht om een groep mensen behorende tot het (Indisch-) Nederlandse ras te vernietigen. Ik verbind voor nu vijf conclusies aan de één jaar oude publicatie van Frederick – die ik zonder het interview in Trouw waarschijnlijk niet had gevonden.

1. Voor het eerst realiseer ik me de omvang en ernst van het geweld dat mijn opa’s en oma’s en die van jullie allemaal hebben overleefd – of niet. Wist ik dit dan niet? Jawel. Maar ik overzag simpelweg niet dat de pemoeda’s met hun afgrijselijke, barbaarse methodes, doelbewust een volk hebben geprobeerd uit te roeien. Maar vooral overzag ik niet dat hun strijd, ondanks dat die gericht was tegen hun koloniale heerser, gepaard ging met geweld dat inging tegen alle conventies van oorlogsvoering – net zoals dat gold voor de standrechtelijke executies door Nederlandse militairen.

2. De timing van Trouw van dit interview is opvallend. Het onderzoek is een jaar geleden gepubliceerd, maar de krant plaatst er pas een interview0over in de week van de handelsmissie van premier Rutte aan Indonesie. Het is achteraf bezien maar goed dat de premier deze week geen excuses heeft gemaakt aan de weduwen van de door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde Indonesiërs.

"Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag". Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.
“Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag”. Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.

3. Vind ik dat Indonesië excuses moet maken aan Nederland hiervoor? Dat is niet de insteek geweest van Frederick’s werk. Bovendien: Nederland stond “aan de verkeerde kant van de geschiedenis,” in de – historische – woorden van Ben Bot. Nederland had zichzelf  ook behoorlijk laten gelden in de 300 koloniale overheersing van de archipel, valt in diezelfde editie van het Journal of Genocide Research te lezen. Voor je het weet kom je terecht in een juridische strijd, waarbij de ene misdaad tegen de andere afgewogen wordt en de daders van het toneel verdwenen zijn.

4. De ‘frisse blik’ van deze historicus laat maar weer eens zien hoe waardevol het is als iemand van buitenaf naar de Nederlandse samenleving en geschiedenis kijkt. Hij benoemt in het interview een paar pijnpunten die de Indische gemeenschap – noodgedwongen – heft geaccepteerd. “Het verbaast me wel dat de bersiap geen grotere rol heeft gespeeld in de media.” (…) “Het valt me op dat Nederland zo weinig kennis over of sympathie voor de slachtoffers had.” en “Waarom Timmermans zich door Indonesië iets laat zeggen over wat historici in Nederland mogen bestuderen, is me een raadsel. (…) “Het gevaar is dat Nederland voor altijd blijft zitten met een simplistisch en volkomen verkeerd beeld van de dekolonisatie.”

5. Ik blijf erbij dat het Nederlandse onderwijs hier de sleutel voor de oplossing biedt. Zorg ervoor dat elke Nederlander weet hoe Nederlanders, Indisch en totok, hebben geleden onder de Indonesische revolutie. Dat Indonesië zich niet zal kunnen vinden in die lezing van hun aandeel in de geschiedenis, neem ik voor lief. Want ik denk dat wij ook wel wat vragen kunnen stellen over hun geschiedenisboekjes.

Tip: lees ook de recente reactie van William H. Frederick op de discussie in Nederland op Indisch4ever.  En koop de editie van het Journal of Genocide van september 2012, voor meerdere artikelen over geweld in Nederlands-Indië en het gedekoloniseerde Indonesië.

Tekst bij tekening 2 jeugdherinnering Jan Mobach: "Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945" Bron
Jan Mobach: “Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945” Bron.

Nederlands-Indië als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indie en Indonesie (zeer) belangrijk.

Resultaten online onderzoek bekend

Grote ontevredenheid over onderwijs over Indië en Indonesië

Vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. De kans is groot dat jij daaraan mee wil doen, of er op zijn minst even aan denkt. Maar wat heb jij erover geleerd? Wist jij bijvoorbeeld, dat Indische Nederlanders soms wel tot in december 1945 in kampen hebben gezeten? En dat herdenken op 15 augustus vooral een symbolische betekenis heeft?

Aanleiding voor het onderzoek

Indisch 3.0 deed onderzoek naar hoe tevreden mensen zijn over wat zij op school hebben geleerd over Indië en Indonesië. Reden hiervoor is dat wij al jaren horen dat “mensen niets weten over de koloniale geschiedenis van Nederland in Indonesië.” Is dit een sentiment dat enkelen voelen? Is dit zo’n standaard punt van kritiek van ouderen op jongeren? En hoe kijken docenten hier eigenlijk tegenaan? Van 2 juli 2013 tot en met 13 augustus 2013 konden mensen meedoen aan de online enquete. Deze eerste vier resultaten en conclusies zijn vanaf vandaag  te vinden op www.indisch3.nl. Een diepgaandere analyse publiceert Indisch 3.0 in september.

Opbouw enquête

De enquête bestond uit algemene en doelgroepspecifieke vragen; voor (oud-)leerlingen respectievelijk (oud-)docenten zijn deels verschillende vragen geformuleerd. Leerlingen kregen vragen over hoe tevreden ze waren over de lessen, in welke vakken zij over Indië en Indonesië hadden gehoord en wat zij er zelf over wisten. Docenten is gevraagd hoe belangrijk zij deze kennis vinden, wat redenen konden zijn er meer aandacht aan te besteden én om er juist niet meer aandacht aan te besteden.

Representativiteit
373 respondenten hebben deelgenomen aan dit onderzoek. 51% hiervan is vrouw, 49% man. In termen van geslacht zijn deze deelnemers representatief voor Nederland. Daar staat tegenover dat 63% van de respondenten zegt (deels) van Indische afkomst te zijn. Volledig representatief voor de Nederlandse bevolking is dit onderzoek niet. We kunnen wel aannemen dat dit onderzoek representatief is voor de Indische gemeenschap in Nederland, gezien de overeenkomstige verhouding man:vrouw.

Helaas zijn de vragen voor docenten weinig representatief te noemen. Van de 43 deelnemers die aangaven docent te zijn (geweest), is 51% gestopt met lesgeven. Deze verhouding komt niet overeen met de werkelijke verhouding actieve docenten:gepensioneerde docenten.  Daarmee is dit onderzoek representatief te noemen voor overwegend Indische Nederlanders die niet als docent voor de klas hebben gestaan. De antwoorden van docenten zullen wij daarom met de nodige nuance brengen.

Uitkomsten van het onderzoek

Resultaat 1. Onder Indische Nederlanders heerst grote ontevredenheid over wat zij op school geleerd hebben over Indië en Indonesië. Mensen die na 2003 eindexamen hebben gedaan, zijn opvallend minder negatief dan mensen die voor 2003 eindexamen deden.

72% van de deelnemers aan het onderzoek “Indië en Indonesië op school,” zegt ontevreden tot zeer ontevreden te zijn. Deze ontevredenheid staat in groot contrast met het belang dat (oud-) leerlingen en (oud-)docenten hechten aan kennis hierover.

Resultaat 2. Indische Nederlanders van alle leeftijden vinden kennis over de geschiedenis van Nederland in Indië en Indonesië (ontzettend) belangrijk. Het belang dat ze eraan hechten, neemt toe naarmate de leeftijd stijgt.

87% van alle deelnemers vindt kennis over Indië en Indonesië belangrijk (24%) of zelfs ontzettend belangrijk (63%). Opvallend is dat dit belang toeneemt met de leeftijd. Van alle jongeren (jonger dan 26 jaar) vindt 50% het ontzettend belangrijk om kennis te krijgen over dit onderwerp, 37% vindt het belangrijk. Van de volwassenen (26-46 jaar) vindt 64% het ontzettend belangrijk en 24% belangrijk. En van de senioren vindt 67% het zelfs ‘ontzettend belangrijk’, 21% belangrijk.  Nu kan dit beeld vertekend zijn, vanwege het relatief kleine aandeel jongeren (slechts 13% van de respondenten is jonger dan 26 jaar). Maar wij herkennen dit beeld wel.

Resultaat 3. Het merendeel van de Indische Nederlanders (67%) wil dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Hoe korter geleden een respondent eindexamen heeft gedaan, hoe groter het belang dat hij hieraan toekent. Docenten zijn hiertoe bereid.

Van de respondenten die na 2003 eindexamen doen of hebben gedaan, vindt 84% het belangrijk (48%) tot ontzettend belangrijk (36%) dat docenten hierover met elkaar in debat gaan. Van de respondenten die tussen 1983 en 2003 eindexamen deden , is 71% overtuigd van het nut van dit debat, waarbij 30% ‘ontzetten belangrijk’ en 41 % ‘belangrijk’. Van de respondenten die voor `1983 eindezamen deden, is dit nog lager. Daarvan vindt ‘slechts’ 66% dat docenten hierover het debat horen te zoeken (33% ontzettend belangrijk, 33% voor belangrijk). Docenten die nog wel les geven (22 van de 53) geven voor het merendeel (64%) aan dat zij hier wel voor voelen (64%).

Resultaat 4. Indische Nederlanders hebben de hoop dat betere kennis over het (post-)koloniale verleden van Nederland, kan leiden tot meer begrip voor elkaar en voor anderen. Onderwijs is de sleutel hiervoor.

Gevraagd naar wat het eigenlijk uit zou maken, heeft één antwoord een duidelijke voorkeur. 57% van de respondenten gelooft dat Nederlanders meer begrip voor elkaar en anderen krijgen. Van alle deelnemers geeft 46% verder aan dat onderwijs de sleutel is voor beter geïnformeerde Nederlanders. 34% gelooft dat dit onderwerp hoe dan ook thuis hoort in het reguliere onderwijs; het hoort bij het collectieve geheugen. Slechts 8% vindt dat Nederlanders hier in de basis niet in geïnteresseerd zijn.

Conclusies, vervolg en overdenkingen

Vinden wij dat we geslaagd zijn in de opzet van ons onderzoek? Deels. We hadden graag meer jongeren (tot 26 jaar) in ons onderzoek betrokken. We hadden graag meer lesgevende docenten in ons onderzoek gehad. En we hadden graag een bredere doelgroep betrokken in ons onderzoek dan de overwegend Indische groep. Dat zijn drie factoren waar we niet zo enthousiast over zijn.

Niet representatief
Naast zelfkritiek kwam er ook kritiek van de deelnemers. “Jullie gaan geen representatief onderzoek krijgen, jullie krijgen alleen maar Indische Nederlanders.” We hebben inderdaad geen landelijk bereik gerealiseerd. Het onderzoek is representatief, maar “alleen” voor de Indische groep. Vinden we jammer, maar dat heeft alles te maken met het karakter van dit onderzoek; het is nou eenmaal een “niche” onderwerp, de Indische geschiedenis op school. Verder hielp het niet dat we dit onderzoek uitvoerden tijdens de zomervakantie.

Subjectief
Een ander kritiekpunt was de gekleurdheid in de vraagstelling en de antwoordmogelijkheden. Zo vond iemand het een minpunt dat zij niet kon aangeven dat zij lesgaf op de volksuniversiteit. In dat geval accepteren we dat dit onderzoek niet perfect was. Waar we nog eens goed naar hebben gekeken, is de gekleurdheid van de vragen. Een formulering hebben we aangepast; van ‘kennisgebrek’ hebben we ‘eventueel kennisgebrek’ gemaakt. De overige verwijten van subjectiviteit hebben we genomen voor wat ze waren. We hebben de vragen zo goed mogelijk vrij van sturing proberen te formuleren. Echt waar.

Plezier
Ondanks die minpuntjes, presenteren we jullie dit onderzoek met plezier. Het is voor het eerst dat onderzocht is hoe Indische Nederlanders aankijken tegen onderwijs over “hun” geschiedenis. We weten nu dat docenten en leerlingen veel belang hechten aan betere kennis over het (post-) koloniale verleden van Nederland in Indonesië. En we weten nu dat docenten en leerlingen waarde hechten aan een debat over meer aandacht.

Aanknopingspunten
Daarmee biedt dit onderzoek aanknopingspunten voor een daadwerkelijke verbetering van het onderwijs over Indië en Indonesië. Wij gaan daarmee aan de slag. Verder gaan we de resultaten van dit onderzoek nader analyseren. Is er een verband tussen leeftijd en verwachtingen? En wat kan je zeggen over mensen die geen Indische achtergrond hebben en het belang dat zij hechten aan dit onderwijs? Los van deze opening naar de toekomst, hebben de open vragen ons een ongekend inzicht gegeven in hoe Indische Nederlanders en belangstellenden kennis over de Indische cultuur in Nederland hebben ervaren. We sluiten af met een paar van deze opmerkingen.

Wat wil jij weten over de resultaten?
Maar voordat we dat doen, nog een laatste vraag aan jullie. Aangezien we nog een nadere analyse gaan maken; wat zou jij willen weten over de resultaten van dit onderzoek, dat we kunnen beantwoorden op basis van de reeds ingevulde enquete? Wellicht kunnen we jouw vraag ook opnemen in onze analyse.

Dan nu, een paar van de reacties.

“In de geschiedenislessen kwam Nederland als bijzaak bij de Tweede Wereldoorlog.”

“Ik heb de indruk dat er maar twee opvattingen bestaan in Nederland; óf Indo’s waren fout want hadden de Indonesische nationaliteit aangenomen, óf ze zijn de best geïntegreerde allochtonen die Nederland ooit heeft gehad.”

“Als half Molukse vind ik het soms kwetsend dat mensen niet weten wat mijn familie heeft meegemaakt. Als het in een keer goed op school wordt uitgelegd,zou dat heel wat mensen uitleg schelen.”

“Alleen maar zeiken over nazi’s zonder te vertellen over eigen nationalisten/ kolonisten is zelfs een gebrek aan zelfrespect.”

“Door de treinkapingen werd in een week tijd meer bekend over de achtergrond van de Molukkers da in de 20 jaar daarvoor dat ze in Nederlan waren.”

“Ik leerde over de VOC en minimaal over de politionele acties.”

“Soms werd mij gevraagd een toelichting te geven.”

“Mijn schoonouders komen uit Indonesië, ik wist eigenlijk niet zo goed hoe mijn schoonvader aan een Nederlandse naam kwam.”

Overdenkingen: belang en urgentie van dit onderzoek

Prins Friso is zojuist overleden. We hebben gehoord dat het begrotingstekort nog erger wordt dan verwacht. Allemaal moeten we de broekriem aan gaan halen. En vandaag herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe belangrijk is dit onderzoek eigenlijk? Hoe urgent is het dat Indisch 3.0 doorgaat met het agenderen van het probleem van gebrekkig onderwijs over Indië en Indonesië op scholen?

Wij vinden dit heel belangrijk. Ten eerste: te vaak plaatsen politici en journalisten koloniale kwesties in een Indisch hoekje, terwijl de bevelen allemaal vanuit Den Haag kwamen; Nederland. Te makkelijk vegen politici het Nederlandse bord schoon door misbruik te maken van het paraplu-begrip Indisch. Een beter opgeleid publiek zou niet meer zo makkelijk in de luren te leggen zijn.

Ten tweede: dagelijks gaan toekomstige politici, journalisten, docenten en ouders voor het eerst naar school. Een goede basiskennis over het Nederlandse verleden in de voormalige kolonie leidt ze op tot grotere denkers.

En tot slot gaat het om het Indische culturele erfgoed. Indisch 3.0 kijkt naar het eigentijdse in de Indische samenleving. We zien hoe belangrijk het is dat Indische kinderen leren wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun familieband is met Nederland en Indonesië. Onze ouders en voorouders hebben er vaak maar weinig van overgedragen (gekregen). Tegenstrijdig genoeg zijn wij dus voor de doorgifte van onze cultuur aan onze kinderen voor een groot deel afhankelijk van het Nederlandse onderwijs.

We laten de andere koloniën en andere minder chique wapenfeiten – zoals de slavernij – voor wat ze zijn. Wij zijn een Indisch magazine en gaan ons inzetten voor beter onderwijs over de Nederlandse kennis over de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Dat is al een hele hand vol.

Stille tocht voor de ‘Indische kwestie’

Interview met voorzitter Indisch Platform

door Kirsten Vos

Over een week rijden er legervoertuigen in Den Haag, van het Vredespaleis naar de Tweede Kamer. Aanleiding van deze zogenaamde Stille Tocht is de petitie van het Indisch Platform. IP-voorzitter Silfraire Delhaye biedt dinsdag 19 maart a.s. aan de Tweede Kamer de meer dan 10.000 handtekeningen tellende petitie aan. Onderwerp: De Indische kwestie. Indisch 3.0 gaat erover in gesprek met de heer Delhaye.

Voordat we de diepte ingaan, meneer Delhaye, hoe staat het met de opkomst voor de stille tocht?

“De steunbetuiging voor onze pogingen tot een oplossing te komen is groot. Er komen zeker tussen de 500 tot 1000 Indische Nederlanders, om de aanbieding van de petitie te steunen door mee te lopen in de stille tocht. Het zijn vooral ouderen, maar jongeren hebben zich ook gemeld. We krijgen begeleiding in legervoertuigen van veteranenorganisatie Keep them rolling. En het is een gemengd gezelschap. Niet alleen maar Indo-Europeanen, ook totoks (volbloed Europeanen die in voormalig Nederlands-Indië leefden, KV). Het wordt een beschaafde happening.”

Hoe gaat die aanbieding in zijn werk?

“We verwachten de petitie aan te bieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer, zoals dat gebruikelijk is met petities. Geen lange toespraken, we gaan niet op de barricades of op kistjes staan. Daarna gaan we in besloten overleg met de vaste  kamercommissie* van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).** We hebben het minimum aantal handtekeningen voor de petitie binnen, dus de kwestie komt sowieso op de agenda van de Tweede Kamer.”

Goed. Wat ís die Indische kwestie?

“Die bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste gaat het om Nederlandse ambtenaren van het Indisch-Nederlands  gouvernement die tijdens de Japanse bezetting in overheidsdienst waren, dat kunnen KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren zijn. Deze mensen hebben tijdens de 42 maanden van de Japanse bezetting geen salaris ontvangen. We noemen die achterstallige salarissen ‘de backpay’-kwestie.”

“Dan is er de compensatie van materiële oorlogsschade. Hier in Nederland hebben mensen compensatie ontvangen voor de schade aan bijvoorbeeld hun huizen door de Duitse bezetter. Dat is geregeld in de Wet op de Materiële Oorlogsschaden van 9 februari 1951. In die wet zijn de  inwoners van Nederlands-Indië  uitdrukkelijk buitengesloten van deze compensatie (inmiddels opgenomen in de Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen, zie artikel 1a, KV).”

“Ten derde is daar het oorlogsleed. En dat handhaaft de Nederlandse regering, zolang deze twee andere kwesties niet opgelost zijn.”

Het gaat om KNIL-militairen en gewone burger ambtenaren

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Daar is toch eerder een rechtszaak over geweest, in de jaren ’50? Toen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat Nederland weliswaar geen juridische schuld meer had, maar wel een morele?

“Dat ligt iets genuanceerder. De vorderingen zijn door de rechtbank afgewezen, omdat zij niet aan de juiste partij zijn gesteld. De vorderingen zouden niet op de Staat der Nederlanden betrekking hebben, maar  “op de Republiek Indonesia als zijnde de rechtsopvolger van de voormalige rechtspersoon Nederlands-Indië”. Dit standpunt is consequent gehandhaafd door opeenvolgende regeringen, ondanks de arresten van de Hoge Raad uit 1957 en 1958 waarin gesteld wordt, dat de Nederlandse Regering wel een morele verantwoordelijkheid heeft in deze kwestie voor haar Nederlandse onderdanen in het voormalige Nederlands-Indië.”

Uitnodiging voor de stille tocht op 19 maart a.s. in Den Haag.

Over hoeveel geld gaat de Indische kwestie eigenlijk?

“Er gaan geruchten alsof het om miljarden gaat. Die geruchten zijn gebaseerd op bedragen uit de twee Niod-rapporten***. Het Indisch Platform vraagt om een bevredigende, billijke  en redelijke vergoeding. Ik kan niet vertellen om welke  bedragen het uiteindelijk zal gaan. Dat hangt bijvoorbeeld onder meer af van wie uiteindelijk werkelijk een claim gaan indienen. ”

Film door www.indisch4ever.nu

De Indische kwestie speelt al ontzettend lang. Veel mensen hebben de moed al opgegeven. Waarom verwacht u nu wel een doorbraak?

“In 2011 was er de motie-Dijkstra (D66), die stelde dat er een ‘commissie van wijzen’ zou moeten komen om te onderzoeken of de Indische kwestie met het Gebaar opgelost was. Die motie is (net, KV) niet aangenomen door de Tweede Kamer. Maar die kwestie is nog niet opgelost. Het is er nu de tijd voor, dat de Nederlandse regering instemt met het instellen van die commissie. Ik vermoed dat die motie verworpen is uit angst voor hoge bedragen.”

Motie Dijkstra is verworpen uit angst voor hoge bedragen

Dus nu gaat het niet om hoge bedragen? Hoe kan het dan genoeg zijn om de achterban voorgoed tevreden te stellen?

“Het gaat eerst om erkenning en excuses van de Nederlandse regering en bij erkenning hoort een symbolische compensatie. Wij zijn bereid om daarover met de overheid te praten, waarbij het ons niet gaat om vele miljarden. Want het niet erkennen van deze kwestie, houdt het oorlogsleed in stand.”

Er is toch een wet die wel tot uitkeringen voor Indische Nederlanders heeft geleid? Die heeft tot veel beroering geleid in Indisch Nederland? Mensen moesten aantonen dat ze in bepaalde kampen hadden gezeten en als ze dat niet konden, kregen ze geen uitkering?

“Dat is de WUV/ WUBO, gericht op het compenseren van lichamelijk letsel als aantoonbaar gevolg van de oorlog, net als emotioneel en geestelijk leed.

En verder heeft Indonesië herstelbetalingen gedaan aan Nederland in verband met de Bersiap en de Japanse bezetting. Volgens Nederland is dat een afgedane kwestie. Ik heb indicaties dat nader onderzoek nuttig is. ”

Veel succes, meneer Delhaye, met het gesprek op 19 maart en dank voor dit interview.

*In de vaste kamercommissie zitten alle Tweede Kamerleden van de politieke partijen, die zich met dit onderwerp bezighouden. De kamercommissies zijn georganiseerd naar departement. Naast de vaste kamercommissie voor VWS zijn er bijvoorbeeld ook vaste kamercommissies voor Infrastructuur en Milieu, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een overzicht van alle commissies vind je op de website van de  Tweede Kamer. De meeste algemene overleggen van commissies zijn openbaar. Dat deze dat niet is, is dus in elk geval afwijkend van de norm. De aanbieding van de petitie staat niet duidelijk aangekondigd op de agenda van de Kamercomissie, wel het kennismakingsgesprek. Dit heeft, tot slot, te maken met het aantreden van het nieuwe kabinet: er zijn nieuwe kamerleden die zich over de Indische kwestie buigen, en daarom een kennismakingsgesprek hebben met het Indisch Platform.

**Het ministerie van VWS in Den Haag is eerste aanspreekpunt voor deze kwestie. Dit is historisch zo gegroeid;  repatrianten uit Nederlands-Indië kregen hun ondersteuning en begeleiding bij aankomst in Nederland van de dienst van Maatschappelijke zorg. Dit is de voorloper van het ministerie van VWS. Bovendien heeft de Indische kwestie impact op de mentale gezondheid van Nederlandse burger, en vallen oud-strijders onder de veteranenzorg, beide de verantwoordelijkheid van datzelfde ministerie.

*** Het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam, heeft twee publicaties uitgebracht over (het gebrek aan) financiële afwikkeling van Nederlands-Indië. De eerste, uit 2005, Indische rekening, is geschreven door Hans Meijer en Margaret Leidelmeijer. De tweede, Sporen van vernieling, is geschreven door Peter Keppy en in 2006 gepubliceerd. Beide edities zijn niet meer leverbaar.

 

Recensie: Een meisje van honderd

Een hartverwarmend verhaal dat doet verlangen naar een ongekend land

Tijdens het lezen van de eerste pagina van Marion Bloems roman Een meisje van honderd bevind ik me als stille getuige in het Nederlands-Indië van 1906. Ik kijk mee over de schouders van hoofdpersoon Moemie en andere personages die in dit verhaal een bijdrage leveren aan 100 jaar familiegeschiedenis. Met het lezen van dit boek hoop ik het gemis van nooit (of half) vertelde verhalen op te vullen.

Helderziende gave
Het verhaal begint met een aangrijpende gebeurtenis; de rituele zelfmoord van de koninklijke familie op Bali waarbij Moemie als baby van nog geen jaar haar familie kwijtraakt. Nadat een Nederlandse soldaat ontdekt dat ze nog leeft, komt Moemie in Semarang (Java) terecht. Steeds op een andere plek, eerst bij een weduwe met kind, daarna in een klooster. Al snel wordt duidelijk dat Moemie een gave heeft. Ze kan praten met geesten van overledenen, in visioenen of dromen, wat haar uiteindelijk bij het gezin van weduwe Van Maldegem brengt. Dit gezin neemt Moemie in huis om de geesten in huis te verjagen. Ook willen mensen Moemie’s advies omdat zij toekomstbeelden ziet. Zo kan zij zien of een echtgenoot trouw is, een familielid is overleden of welk noodlot iemand te wachten staat. Haar helderziendheid beperkt zich niet alleen tot persoonlijke adviezen of contact met individuen. Ook heeft ze visioenen van de Balinese vulkaan Merapi die zal uitbarsten en zelfs van de Twin Towers ramp.

Oorlogs- en bersiaptijd
In een groot deel van het boek wordt een beeld geschetst van Nederlands-Indië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, de bersiaptijd en de politionele acties. Marion Bloem heeft die periodes pijnlijk goed weergegeven. Bijvoorbeeld in de passages waarin Moemie slachtoffers van het geweld ziet, tijdens haar werk als verpleegster, of in een van haar visioenen: ‘Ze wordt een van vele slachtoffers die zich tegen die overmacht niet kunnen verdedigen. Ze vallen haar van alle kanten met scherpe voorwerpen aan. De gezichten van de aanvallers kenmerken zich niet door afkomst, maar door haat, en de behoefte om te doden.’

Marion Bloem © Ivan Wolffers
Marion Bloem © Ivan Wolffers

Familie
Naast de geschiedenis van Moemie, krijgen we ook inzicht in de levens van de nakomelingen van het pleeggezin waarin zij is opgegroeid. Het perspectief wordt om het hoofdstuk afgewisseld, wat de spanning flink opbouwt. In een hoofdstuk over pleegnichtje Charlotte leer je iets over een gek geworden tante. In een later hoofdstuk waar het perspectief bij Moemie ligt, wordt pas duidelijk hoe dat is gekomen. Op deze manier prikkelt Bloem mijn nieuwsgierigheid. Het boek leg ik het liefst niet meer weg. Ik wil er snel doorheen om meer te weten te komen, en tegelijkertijd hoop ik dat er geen eind aan het verhaal komt.

Kleurrijke beschrijvingen
Bloems kleurrijke beschrijvingen spreken sterk tot de verbeelding.  Ze neemt de lezer mee op reis door de tijd en laat de ontwikkelingen van Nederlands-Indië naar het hedendaagse Indonesië zien. Soms heeft ze een sfeer zo krachtig neergezet dat die bijna beklemmend is. Daarnaast worden veel herkenbare, gezellige momenten van een hechte familie beschreven, waarbij pianomuziek bijna hoorbaar is vanaf de pagina’s. Een meisje van honderd brengt een land dat ik niet kende, hartverwarmend dichtbij.

Voor wie?
Dit boek is vooral een aanrader voor degenen die weinig tot niets weten van hun familieverhalen. Marion Bloem zet een goed tijdsbeeld neer en zorgt voor net wat meer bewustwording van het Indische verleden. Soms is dat hard en confronterend, maar belangrijk als je geïnteresseerd bent in je roots. Na het lezen van dit boek begrijp ik het zwijgen van de eerste generatie veel beter.

Een meisje van honderd. Marion Bloem. De Arbeiderspers. Utrecht, 2012. 19,95 euro.

Leestip voor tijdens (en ook buiten) de koortsige uren: de Republikein

Tijdens een vervelend griepje dat me al dagen aan huis gekluisterd houdt, grijp ik alles aan om de koortsige uren op de bank en in bed minder eentonig te maken. De Winterspelen bieden wat verlichting, maar ook herhalingen van een handjevol Neerlandse successen gaan vervelen. Ik ben niet wintersport liefhebber genoeg om me te verdiepen in de vele andere disciplines, zoals skeleton, waarin onbekende gekken met 140 kilometer -plat op hun buik en hoofd vooruit- hun leven wagen in een rodelbaan.

Dan maar het nieuws volgen rond de val van het kabinet. We blijven niet in Uruzgan en daar was een val voor nodig. Al snel zie ik door de bomen het bos niet meer en hou ik het niet langer vol. Dan toch maar de stapel tijdschriften door, er ligt meestal wel wat ongelezen tussen. Hoewel het lastig concentreren is op kleine letters met 39 graden koorts, duik ik vandaag -plat op mijn rug- een aantal uren onder de wol met de laatste editie van de Republikein die mijn buurvrouw me kwam brengen; het themanummer Indië verloren, rampspoed geboren.

Deze editie van het Tijdschrift voor de Ware Democraat besteedt ruimschoots aandacht aan de wrok, spijt en leugens bij het afscheid van Insulinde. De toon is snel gezet als hoofdredacteur Rik Smits begint met uitleggen dat Nederland zich graag als een klein landje ziet, wat “goeddeels onzin” is, want “economisch, cultureel en wetenschappelijk is Nederland eerder een reus”. “Maar kleingeestigheid ging ons ten aanzien van onze koloniën beschamend goed af”.

Ik zit inmiddels wat rechter op in bed en lees verder. Aan de hand van een interessante verzameling stukken van onder meer Gerard Aalders, Henk Schulte Nordholt en Johannes van Dam word ik meegenomen langs belangrijke momenten in de geschiedenis van Nederland en Indonesië. De artikelen maken onder meer kraakhelder hoe vreemd de oude koloniale macht Nederland omgaat met het “tropische deel” van haar geschiedenis.

Dat wist ik op zich al wel, maar ook voor mij staan er in deze editie vooral onthullende artikelen. Tussen de hoestbuien door slaak ik de meeste “oh’s” en “ah’s” bij het stuk Opium van Oranje van Ewald Vanvugt. Net als in zijn Zwartboek voor Nederland overzee: wat iedere Nederlander moet weten, vertelt hij hoe het Koningshuis vele tientallen miljoenen vergaarde via de opiumhandel in Nederlands-Indië. Zeker niet alleen voer voor republikeinen. Jammer dat, met een oplage van slechts 2.500 stuks, deze kennis bij bar weinig mensen terechtkomt.

Vanaf de op Tjalie Robinson geïnspireerde “Spaans gepeperde termen” op pagina 1, tot aan het “Postkoloniaal Naschrift” op pagina 64, waarin Alfred Birney nog maar eens de vloer aanveegt met Oeroeg en de Oeroeg-hype van eind vorig jaar, blijf ik in ieder geval geboeid. Goede journalistiek-wetenschappelijke teksten van mensen die hun weg weten met de pen vervelen niet. Zelfs niet met een virus die even hardnekkig lijkt als het gebrek aan (post-koloniale) zelfreflectie waar Nederland nog altijd in uitblinkt. Waar een groot land klein in kan zijn.

Indisch 3.0 op “(Na)smaak van Indië”

Op 14 februari zal Ed Caffin namens Indisch 3.0 een lezing geven op een Indische middag in Boekhandel van Pampus in Amsterdam. Het thema van de middag is “Nasmaak van Indië”. Aanleiding is de uitgave van de moderne vertaling van Multatuli’s Max Havelaar, in maart 2010. De eerste druk van het boek (“geen roman, het is een aanklacht!”) verscheen 150 jaar geleden.

Indisch 3.0

Onder leiding van Joyce Cordes zullen verschillende sprekers die middag ingaan op de laatste decennia Nederlandse aanwezigheid in Indië, de dekolonisatie van Indonesië, de repatriëring van honderdduizenden Indische Nederlanders, de opvang in het ‘vaderland’ en de postkoloniale ontwikkelingen in Nederland. Indisch 3.0 is gevraagd een korte bloemlezing te geven over wat de jongere generatie Indische Nederlanders bezighoudt.

Programma

15.00 u Tweegesprek Lizzy van Leeuwen en Alfred Birney Postkoloniaal Nederland, vanuit verschillende perspectieven.

16.30 u De film Contractpensions – Djangan Loepah! met een inleiding door regisseur Hetty Naaijkens-Retel Helmrich.

18.00 u Kalangkang, Sundanese muziek

18:30 u De (na)smaak van Indië, bijdrage door Ed Caffin, van weblog Indisch 3.0

19.00u Einde

Nasmaak van Indië, 14 februari 2010, 15.00 – 19.00 uur. Toegang, inclusief enkele hapjes, is € 5. Boekhandel van Pampus, KNSM Laan 303, Amsterdam. OV: vanaf Amsterdam CS bus 42 richting KNSM-eiland en stap uit op halte Azartplein (tramlijn 10 kan ook, maar niet vanaf CS).

Tropische storm Wilders

rijstevlaai

Geert Wilders is Indo en zijn achtergrond speelt mogelijk mee in zijn gedachtegoed. Dat is zo’n beetje  de strekking van het verhaal van Lizzy van Leeuwen in de Groene Amsterdammer van 3 september. Met dat artikel beoogt de Indische wetenschapper aan te geven hoe Nederland Wilders een plek kan geven. Een interessante vraag; voor velen zou het een grote opluchting zijn om eindelijk een passend antwoord te hebben op het ‘fenomeen-Wilders’. De psychologie van deze bestuurskundige antropologe schiet daarvoor echter tekort.

door Ed Caffin en Kirsten Vos

Dat het nu bewezen is dat Wilders Indo is, boeit niet zo. Er zijn wel meer Indo-Europeanen in de Nederlandse politiek. En voor de ‘verleidelijke conclusie’ dat Wilders met zijn extreme gedachtegoed zijn Indische voorouders wreekt, biedt Van Leeuwen een te simpel en weinig sluitend verhaal. Het ontstaan van deze radicale ideeën is daar toch echt te complex voor. Dat zijn Indische achtergrond mede heeft bepaald hoe hij tot dat gedachtegoed gekomen is echter wel interessant. Zijn gedachten passen bij oude koloniale superioriteitsgevoelens. En daarmee komen we bij een intrigerende uitspraak, die in De Groene helaas volledig ondergesneeuwd is.

De politicus uit Venlo heeft denkbeelden die zouden kunnen voortkomen uit de koloniale tijdsgeest van zijn grootouders. Doordat nauwelijks het debat gevoerd is over hoe Nederland als samenleving haar koloniale verleden kan verwerken, herkennen we geen ‘symbolen en retoriek die lange tijd gezichtsbepalend waren’ voor de VOC-mentaliteit. Als we deze uitspraak goed begrijpen, wil Van Leeuwen dus zeggen dat, als Nederland wel het postkoloniale debat had gevoerd, zoals België, Frankrijk en Engeland gedaan hebben, we allang een antwoord hadden gehad op Geert. Immers, in die landen zijn er wel rechtsdenkende politici zoals LePen en Dewinter, maar – vrij vertaald naar Van Leeuwen –  zijn dat mietjes als je ze vergelijkt met onze geblondeerde rijstevlaai.

Het vervelende is dat ook deze gevolgtrekking weinig soelaas biedt; zij is niet meer dan een hypothetische als-dan redenering. Hoogstens ondersteunt deze het pleidooi om alsnog een postkoloniaal debat te gaan voeren in Nederland, een conclusie die Van Leeuwen heeft getrokken in haar publicatie ‘Ons Indisch erfgoed’ (2008). In feite lijkt in De Groene Amsterdammer van 3 september dus te staan dat Geert Wilders bewijst dat Nederland nodig moet praten over zijn koloniale erfenis. Maar is de inhoud van het hele artikel echt relevant om tot die conclusie te komen?

Wilders als 18-jarige in een kibboets. Bron: www.geenstijl.nl
Wilders als 18-jarige in een kibboets. Bron: www.geenstijl.nl

Zeker. Het familieverhaal van Wilders is aangrijpend. De manier waarop zijn grootouders gestrand zijn in Nederland, zonder dienstverband, pensioen of andere zekerheden, doet denken aan het ‘wij konden niet anders’ van de repatrianten tien tot twintig jaar later. En natuurlijk is het niet onwaarschijnlijk dat zijn familiegeschiedenis een rol heeft gespeeld. Wilders kende zijn tevens deels mogelijk Joodse achtergrond ongetwijfeld, in elk geval in grote lijnen. Of is zijn ‘grote liefde’ voor Israel toeval? Het is trouwens niet ondenkbaar dat hij, als zoveel Indo’s, weinig tot niets gehoord heeft over zijn Indische wortels. Hoe dan ook. Zijn gemengde achtergrond had ook de ideale voedingsbodem kunnen zijn voor een juist grote tolerantie voor andere culturen. Wat is er misgegaan? Zou hij gepest zijn? Gefrustreerd? Anti-moslim geworden door zijn tijd in Israël? Of is hij vroeger om zijn oren geslagen met het gevoel voor humor van Nico Dijkshoorn en zijn vrienden?

En ja, het is schokkend dat sommige Indo-Europeanen dezelfde denkbeelden hebben als mensen die zich verzetten tegen élke etnische groepering. Maar is het onvoorstelbaar? Het simpele gegeven dat iemand een kleurtje heeft, of uit een ander land komt, wil nog niet zeggen dat hij een liberaal denker is. Veel oudere Indische Nederlanders zijn vrij conservatief. Een derde van de jonge Marokkanen vindt dat Marokkaanse Nederlanders het land uitgezet mogen worden als ze de wetten overtreden van het te softe Nederland. En voor degenen die ‘Alleen maar nette mensen’ (2009) van Robert Vuijsje hebben gelezen, is deze anti-vreemdelingenhouding alleen maar een begrijpelijk vervolg op de inleiding van dat boek.

Dan de uitspraak dat Wilders zijn haar blondeert, een ‘politiek symptoom dat ten onrechte niet serieus genomen wordt’, terwijl het tekenend is voor zijn ‘klassieke Indische identiteitsvervreemding’. Wil Van Leeuwen zeggen dat het blonderen hetzelfde is als al die Indo’s die hun achtergrond wilden verdoezelen? Dat zou kunnen. Maar is het niet een tikje overdreven om daar in dit artikel zoveel gewicht aan te verbinden?

Al met al lijkt het betoog te bestaan uit veel losse flodders om aandacht van lezers te trekken, en weinig uit wetenschappelijk onderbouwde uitspraken om een werkelijk nieuw inzicht te bieden in Geert Wilders. Op Indisch internet leidt het artikel nog steeds tot veel onrust, maar in de Nederlandse media is tropische storm Wilders alweer gaan liggen. En daarmee is dit artikel toch een beetje een klassiek geval van jammer. Want het zou best interessant zijn om te weten wat die Indisch-Limburgse Nederlander beweegt. Al is het voor Nederland vooral belangrijk om te weten wanneer het voor hem genoeg is en deze tropische storm helemaal uitgeraasd is.