Jonge Indo’s in de provincie… Zuid-Holland

‘Mijn familieleden zijn eigenlijk standaard Nederlanders. Alleen niet qua uiterlijk.’

Milan Theijs (24) is de achtste jonge Indo die we spreken in onze tour door Nederland. Milan woont in Den Haag, werkt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en wil Indonesische Taal en Cultuur gaan studeren in Leiden. ‘Vanaf mijn twintigste werd ik nieuwsgierig naar mijn achtergrond. Ik ben geen fanatieke Indo, maar ik zou het wel raar vinden als onze geschiedenis ooit helemaal vergeten is.’

filmMilan

Fotografie: Valérie Harmanus

‘Wat mij in eerste instantie nieuwsgierig maakte naar mijn Indische achtergrond, waren de kleine gebruiken in mijn familie. Niet met je linkerhand eten, geen rumoer maken, niet je voetzolen laten zien, niet aan het hoofd zitten. Maar ook de verschillen fascineerden me. Op internet las ik veel over mensen die niet willen praten, over de ongelijkheid die er was tussen Nederlanders en Indo’s, en tussen Indo’s en Indonesiërs, maar mijn oma, die van Timor is, vertelt me altijd dat alles er pais en vree was. Hoe komt dat?’

‘Op een verjaardag van een nicht van mijn oma waren veel oudere Indische familieleden die met elkaar Maleis praatten. Ik vond het een mooie taal om te horen en werd nieuwsgierig naar de Indonesische taal. Ik kon het eigenlijk niet hebben dat ik als Indo niet eens die taal sprak! Kort daarna ben ik een taalcursus Indonesisch voor beginners begonnen in Leiden. Ik ben nu één keer in Indonesië geweest, maar ik wil er eigenlijk wel elk jaar heen. Ik ben begonnen mijn familie vragen te stellen. En ik ben veel gaan lezen, Tjalie Robinson, Piekerans van een straatslijper lees ik nu.’

‘Die cursus Indonesisch was leuk. Het was wel opvallend, het waren vooral ouderen die Indonesisch wilden leren, ik werd er erg enthousiast van. Toen ik in Indonesië was, sprak ik de taal nog niet erg goed. Toch voelde ik me er thuis. De geur van bloesem, de aangename temperatuur, de natuur, het rustieke; het smaakte naar meer. Mijn ouders zijn er nog niet geweest. Mijn vader is Indisch en ik vraag hem de oren van zijn hoofd, ik merk dat hij er enthousiast door wordt. Hij en mijn grootouders zijn blij en trots dat ik er zo benieuwd naar ben. Het lijkt me wel gaaf om er met hem heen te gaan, om mijn vader daar een toer te geven. De boeken die ik erover lees, van Tjalie, vind ik ook geweldig. Prachtig om dat petjoh te lezen. En hoe hij dat allemaal weet te vatten, die wereld. Het is misschien romantisch, maar die zorgeloosheid in zijn boeken spreekt me aan.’

‘Mijn directe Indische familie is veel “Hollandser” dan hun neven en nichten. Ze hebben geen Garuda-beelden, bijgeloof en typische Indische zaken in huis, maar wel veel kennis van Nederlands-Indië. Hun afkomst verloochenen ze niet, maar ze zijn er totaal niet actief mee bezig. Een onderwerp waar ik me nog graag in wil verdiepen is dan ook de oorlog. Mijn opa heeft in het KNIL gezeten, Jappenkampen van binnen gezien en zat na de oorlog bij de Gajah Merah. En nee, hij heeft niet deelgenomen aan die verschrikkelijke politionele acties.’

'In Indonesië voelde ik me thuis.'
'In Indonesië voelde ik me thuis.'

‘Nee, ik ben geen actieve Indo. Dat gaat me allemaal boven mijn pet. Ik neem geen deel aan discussies op de NIHyves en Indoweb en zo, ik ben nog niet kundig genoeg op dat gebied. Ik zie mezelf vooral als Hagenees, eentje met Indische trekjes. Nee, ik heb geen Indische vrienden. Daar zoek ik mijn vrienden niet op uit. Indische mensen vind ik wel een aparte groep, we hebben een eigen geschiedenis en ik vind het leuk dat er nog steeds mensen zijn die zich daar sterk voor maken. Ik vind wel dat we gewoon Nederlands zijn, Indisch is een plus. Je hebt van die hele fanatieke erbij, die vinden dat een Indo geen Garuda-teken mag dragen. Ik vind het allemaal wel prima.’

‘Ik heb niet de intentie om actief te worden, maar ik zou het wel erg vinden als niemand meer weet wat ons verhaal is. We hebben toch een eeuwenoude geschiedenis, we komen voort uit een kolonie van Nederland. En we hebben hele mooie gebruiken geïntroduceerd; culinair, in de kunst, boeken, muziek. Verder vind ik het mooi dat er nog steeds initiatieven zijn. DarahKetiga probeert het levendig te houden. Wat ik jammer vind is dat ik bij geschiedenis op school niets over Nederlands-Indië heb gehoord. Ja, het zou wel gek zijn als het helemaal vergeten wordt.’

‘Wat ik wel ga doen, is volgend jaar Indonesische Talen en Culturen in Leiden studeren. De talen en culturen van Indonesië waren eerst alleen een hobby, maar mijn doel is nu om vooral de taal te masteren, zodat ik voor langere tijd in Indonesië kan gaan wonen en werken. Nederland is natuurlijk mijn vaderland en ik ben dankbaar dat ik hier ben opgegroeid, maar al van jongs af aan zie ik het als een enorm aantrekkelijke uitdaging om een langere tijd in het buitenland te verblijven. ’

En het volgende interview? Daarvoor gaat Ed naar de provincie Noord-Holland.

Dit interview is wegens siteproblemen een week later gepubliceerd dan gepland.

Eeuwige liefde

Voetbal is geen oorlog, voetbal is liefde. Liefde voor het spelletje, liefde voor de geur van het gras en liefde voor mooie voetballers. Er loopt er geen mooiere speler op de voetbalvelden dan Giovanni van Bronckhorst. Zijn manier van bewegen, de rust die hij uitstraalt, zijn focus, zijn bescheidenheid tijdens interviews. Een verschijning waar je stil van wordt.

Giovanni-van-BronckhorstPlaatjeHet begon in de tijd van de flippo’s. Ik was principieel voor Feyenoord geworden. Deels omdat mijn vader dat was, maar voornamelijk omdat iedereen voor Ajax was. In de zakken van Croky zaten topshots. Een soort flippo’s, maar dan met voetballers erop. Op een dag kreeg ik er één in handen met Giovanni van Bronckhorst.  Zijn gezicht was niet helemaal zichtbaar, omdat de foto van de zijkant was genomen. Desondanks deed alleen de naam  mijn hart al sneller kloppen. Vanaf dat moment ben ik hem gaan volgen. Voetbal Internationals werden gekocht, elk interview werd gelezen en elke foto uitgeknipt. Langzaam werd hij MIJN voetballer.

Daar waar buurjongetjes met elkaar ruziemaakten, omdat ze Bergkamp wilden zijn tijdens een partijtje voetbal, was ik altijd Van Bronckhorst. Van enige discussie was geen sprake. Laat staan van een handgemeen. Niemand in mijn omgeving wilde hem zijn. Logisch, want hij had nog niets bereikt. Maar ik, ik wilde zijn kapsel, want ik zag het talent. En zie wat voor een prachtige loopbaan hij inmiddels achter de rug heeft. Wie droomt er niet van Feyenoord, Glasgow Rangers, Arsenal en Barcelona? Wat was ik trots toen Gio op 31 augustus 1996 tegen Brazilië zijn debuut maakte in het Nederlands Elftal. Het Nederlands Elftal waar hij nu aanvoerder van is. Van Bronckhorst, de hardwerkende en loyale vechter op het veld. Zonder dat hij bewust smerige overtredingen maakt. Zo’n voetballer wil je zijn. Was hij spits geweest, hadden mijn vriendjes het talent destijds ook gezien.

Held

Mijn liefde kwam echter tot een hoogtepunt tijdens het EK in 2008. Tijdens de wedstrijd Nederland-Italië behaalde Van Bronckhorst de heldenstatus die hij verdient. Bij een 1-0 stand haalde hij een kopbal van de lijn, waarna Gio vervolgens het hele veld overstak om de 2-0 voor te bereiden. Vooral het gemak waarmee hij het deed! Alsof het geen energie kostte In de tweede helft deed hij hetzelfde nog eens dunnetjes over om zelf 3-0 te scoren. Ik heb me die avond afgevraagd of Van Bronckhorst wel van deze planeet was.

Toch heb ik als kind/beginnende puber heb ik nooit een handtekening weten te bemachtigen. Een paar keer ben ik naar de Open Dag van Feyenoord geweest. Ik heb hem overal gezocht, verzamelde krabbels van Peter Bosz, Ed de Goey, Henk Fräser, maar Van Bronckhorst zit er niet tussen. Nu ben ik te oud voor een handtekening. Bovendien heb je er niets aan, maar toch… Het gaat hier wel om de handtekening van mijn held. En hij is die status meer dan waard met bekers, kampioenschappen, Champions League op zijn palmares. Na komende zomer kan hij daar ook de titel wereldkampioen bijschreven. Ik schreeuw hem hoogstpersoonlijk naar die beker toe.

Niet perfect

Al heeft Van Bronckhorst een geweldige staat van dienst, ook mijn held is niet perfect: Op 26 oktober 1997 won Ajax in de Arena met 4-0 van Feyenoord. Richard Witschge vernederde Feyenoord door in de slotfase langs de zijlijn op te rukken, terwijl hij de bal negen keer hooghield. Van Bronckhorst liet na afloop tijdens een interview ontvallen dat wanneer hij daar had gelopen, hij Witschge een doodschop zou verkopen. Dat het de eerste klassieker was na de Slag bij Beverwijk, de massale vechtpartij tussen Ajax- en Feyenoordsupporters waarbij één dode viel, maakte de uitspraak extra onhandig.

Vorig jaar had Gio een rol in een spotje van de Albert Hein. Misschien wel het grootste  dieptepunt uit zijn carrière. Het had elke Feyenoorder mogen zijn, maar niet mijn Van Bronckhorst. Tegen het spotje zelf had ik geen bezwaar, maar het ging zo slecht met Feyenoord om dat moment. Mijn pijn in het hart moest ik concluderen dat mijn held harder werkte voor AH dan voor Feyenoord.

Maar al speelt hij in duizend reclamespotjes, doet hij honderd miljoen onhandige uitspraken, wat mij betreft speelt hij tot zijn 80e thuis in De Kuip. Mijn liefde voor Giovanni van Bronckhorst gaat nooit meer over. En goddank is hij de zoon van een Molukse moeder èn een Indische vader. Anders had ik deze liefdesverklaring hier nooit kunnen doen. Wel vraag ik me af of hij mede door zijn afkomst onbewust mijn held is geworden. Of is dat toeval? Misschien moet ik hem eens interviewen. Kan ik tussen neus en lippen meteen die handtekening vragen.

De Molukse identiteit over 75 jaar

Maluku Merdeka
Maluku Merdeka

Voor veel jonge Indo’s is de hechtheid van de Molukse gemeenschap een voorbeeld. Toch voorspelde een groep vooraanstaande Molukkers uit Nederland op muhabbat.nl vorig jaar al dat er over 75 jaar van de Molukse identiteit maar weinig meer over is, als er niets gebeurt.

De Molukse gemeenschap is zeer hecht, die indruk krijg je in ieder geval als je de vele Hyves-pagina’s bekijkt waarop Molukse jongeren elkaar en anderen op de hoogte houden van alles van hen bezig houdt. Met als gemeenschappelijke noemer: Wij Zijn Moluks! De Molukse identiteit leeft zeer bij deze jongeren, misschien niet in de laatste plaats omdat inmiddels vijf generaties Molukkers opgroeiden in de Molukse wijken in dorpen en steden in Nederland, sinds hun komst naar Nederland ‘op dienstbevel’ in 1950. Het was destijds de bedoeling dat de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen tijdelijk in Nederland zouden blijven, tot het weer rustig zou zijn in Indonesië. Dit tijdelijke verblijf duurt nu al 59 jaar, met alle frustraties van dien.

Noodklok
Een aantal Molukse belangenorganisaties, de Vereniging van Hoogopgeleide Molukkers PKTM ( Perkumpulan Kaum Terpeladjar Maluku), de Werkgroep Kakehan Nederland en de Molukse diaconale stichting voor zorg en welzijn Muhabbat , luidde vorig jaar de noodklok over de positie van Molukkers in Nederland. De toestand wordt zorgelijk genoemd: vooral de onderwijspositie van Molukse jongeren is slecht. Bovendien zijn Molukkers er niet in geslaagd zich in de afgelopen jaren te profileren in allerlei sectoren van de Nederlandse multiculturele samenleving. Onderling zijn de banden hecht, maar in de Nederlandse maatschappij zijn Molukkers nauwelijks zichtbaar als groep. Tekenend is het feit dat veel Molukse jongeren door medescholieren als ‘gastarbeiders’ worden gezien. Er is weinig tot geen kennis over de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. Op scholen wordt daar ook niets over vermeld in de geschiedenisboeken of bij maatschappijleer.

Molukse acties
Het onderwerp van de Molukse integratie houdt me bezig omdat ik momenteel door het land reis met mijn voorstelling ‘Gegijzeld’, over de Molukse acties in de jaren zeventig. Mijn zus Willemijn was destijds een van de gegijzelde kinderen in de school in Bovensmilde (Drenthe). In totaal  105 kinderen werden in 1977 vijf dagen lang gegijzeld door Molukse activisten, die hiermee de zaak van de RMS onder de aandacht wilden brengen. Ze eisten bovendien vrijlating de kapers van de trein bij Wijster in 1975, die in de gevangenis zaten.

Schaamte
Na afloop van de voorstelling raak ik vaak in gesprek met Molukkers uit het publiek die vertellen over wat ‘Gegijzeld‘ met ze doet. Ik hoor van ze dat de voorstelling ze raakt, en dat ze het aanvankelijk moeilijk vonden om erheen te gaan. Er is veel angst dat ze gestigmatiseerd worden, en 32 jaar na dato opnieuw als ‘gijzelaars’ worden gezien. Ze vertellen dat ze het moeilijk hebben gehad in de tijd van de Molukse acties. Dat zij er op aan werden gekeken, ook al  hadden ze niets met de acties te maken. Ik hoor hoe lastig Molukkers het nu nog vinden om te praten over die tijd, en dat veel emoties zijn weggestopt. Er is veel schaamte en verdriet. Ze vinden het goed en fijn om te merken dat er nu ook eens aandacht is voor hun geschiedenis, voor hun kant van het verhaal.

Mini-conferentie
Op een miniconferentie op 19 april 2008 bespraken de Molukse belangenorganisaties wat voor maatregelen er moeten komen om de positie van Molukkers in Nederland te versterken. Zo moet de leiding in de voor Molukkers belangrijke sectoren (onder meer kerk en politiek) geprofessionaliseerd worden. Er moet een duidelijke scheiding komen tussen kerk en staat, want de christelijke kerk heeft heel veel invloed in de Molukse gemeenschap. Het emancipatieproces van Molukkers moet sneller verlopen en niet alleen vanuit emoties plaatsvinden. Coalitievorming is belangrijk,  en bovendien moet het vrijheids ideaal van een onafhankelijke Republiek der Vrije Molukken (RMS) een andere vorm of richting krijgen met voldoende ruimte voor zelfkritiek.  Een maatschappelijk debat over de positie van Molukkers in Nederland is het streven, zodat Molukkers weer op de politieke agenda komen.

Donkerblank
Als deze stappen niet worden gezet, is er over 75 jaar maar weinig meer over van de Molukse identiteit, zo menen de belangenorganisaties. Ze schetsen een toekomstbeeld waarbij de mensen in Nederland lichtbruin of donkerblank van huidskleur zijn. In die tijd zijn er nauwelijks meer  Molukkers, maar wel veel Europeanen met Molukse voorouders. De RMS is alleen geschiedenis.  Op scholen wordt tijdens  geschiedenislessen niets over Molukkers gezegd, hun sociaal-maatschappelijke positie wordt niet besproken. De Molukse wijken zijn er niet meer, alleen nog maar etnische enclaves. Het Museum Maluku in Utrecht bestaat alleen nog maar virtueel.  En als er al Molukkers in Nederland zijn, dan verstaan ze het Maleis niet, maar denken en spreken ze alleen nog maar Nederlands. De Molukse kerken zijn weg, niet alleen door geldgebrek, maar ook door striktere scheiding van kerk en staat.

Uniek
Ik vind het een behoorlijk treurig beeld wat wordt geschetst. De Moluks-Nederlandse cultuur is uniek en bijzonder, zo weet ik nog uit mijn jeugd in Bovensmilde, waar ik opgroeide met Molukse vriendinnetjes. Ik denk wel dat het voor de Molukse gemeenschap goed is om de ketenen van traditie iets meer los te laten, vooral voor de huidige generaties. De hiërarchie in de Molukse wijken staat soms een individuele groei ontwikkeling in de Nederlandse maatschappij in de weg. Niemand heeft baat bij overdreven nostalgie of bij het vastpinnen van verroeste idealen in deze huidige tijd. Een gemeenschap die met zijn tijd meebeweegt, heeft de toekomst. En dat geldt zowel voor de Indische, als voor de Molukse gemeenschap.

Voorhoede
Tot slot nog even dit. In de voorhoede van dit emancipatieproces zit Tom Polnaija, ex-kaper van de school in Bovensmilde, die meewerkt aan het nagesprek bij de voorstelling ‘Gegijzeld’. Samen met Geert Kruit, ex-gegijzelde, vertelt hij onder leiding van een journalist over zijn ervaringen uit die tijd en vraagt hij vergiffenis aan de slachtoffers van toen. Kijk dat is nog eens je verantwoordelijkheid nemen en je nek uit durven steken. Tom Polnaija weet dat je soms door de zure appel van de geschiedenis heen moet bijten, voordat je een nieuwe toekomst tegemoet kunt gaan.

Tip: Lees de column van Ephraïm Patty over Moluks zijn op jongerensite Bukamalu.nl.

‘Gegijzeld’ met nagesprek is in 2009 alleen in november nog te zien: Stadsgehoorzaal Vlaardingen op donderdag 19 november, Theater Lux op zaterdag 21 november en Schouwburg Gouda op 24 november. Zie voor de speellijst www.elsbethvernout.nl

Vervlochten Grenzen – Marion Bloem

929021AP_Bloem_VervlGrenzen:Bloem Vervlochten 20 vraIn haar twaalfde roman beschrijft Marion Bloem door de ogen van drie verschillende personages de intrigerende geschiedenis van een Indische familie. In een vlotte stijl wordt langzaam maar zeker het verhaal verteld van drie generaties, aan de hand waarvan de ingewikkelde verhouding tussen Indië, Indonesië en Nederland duidelijk wordt.

Als Senne Portier, een van de vertellers in het boek, uit Indonesië vertrekt, is ze net achttien. Haar hele leven woonde ze in Azie, maar als haar vader Ray onverwachts overlijdt besluit ze om een tijd bij haar grootouders in Nederland te gaan wonen. Daar probeert ze het levensverhaal van haar opa, een ex-KNIL militair, op te schrijven. Op zijn sterfbed heeft hij spijt van zijn keuze voor Nederland na de onafhankelijkheid.

Op het zelfde moment dat Senne naar Nederland vertrok, gaat haar oudere broer Dian vanuit Nederland naar Indonesië om de beschuldigingen van overspel aan het adres van hun vader te weerleggen. Per toeval ontmoet hij in Jakarta Bodo, een oudere kennis van de familie Portier. Vanuit het perspectief van deze eigenzinne, oudere Indische man wordt de zoektocht naar de vermeende minnares van de vader van Dian en Senne beschreven.

Terwijl Senne samen met haar oma voor haar opa zorgt, probeert ze zijn aangrijpende levensverhaal te reconstrueren. Ondertussen doet ze op internet vergeefse pogingen haar onbereikbaar geworden liefde in Indonesië te traceren. Dan blijkt dat opa Portier zelf ook zijn levensverhaal heeft opgeschreven. Via haar tante krijgt ze papieren in haar bezit waarvan bijna niemand het bestaan weet. Het bevat ontroerende beschrijvingen van zijn ervaringen in het Jappenkamp, het werk aan de Birma-spoorlijn, de beginnende revolutie Indonesië en de daaropvolgende worsteling met zijn nieuwe identiteit.

Vervlochten Grenzen leg je -eenmaal opengeslagen- niet makkelijk meer weg. Zoals in het werk van Marion Bloem vaker het geval is, lopen er verschillende verhaallijnen naast elkaar die uiteindelijk een verhaal vertellen. Het is zorgvuldig opgebouwd waardoor de samenhang tussen de verschillende lijnen snel duidelijk wordt.

Net als in haar eerdere verhalen legt Bloem de meeste nadruk op de Indische geschiedenis, maar anders dan in haar andere boeken krijgt de jongere generatie –opgroeiend in een wereld waarin grenzen makkelijk vervagen- veel aandacht. Bovendien laat ze het Indonesië van nu een belangrijke rol spelen. Ze neemt de lezer gemakkelijk mee op de dappere zoektocht van een jongere generatie naar de levensgeschiedenis van de oudere doordat ze die zoektocht overtuigend en integer beschrijft. Tegelijkertijd laat ze op subtiele wijze zien hoe de familie, zoals veel andere Indische families, geworteld is in twee werelden.

Marion Bloem – Vervlochten Grenzen – de Arbeiderspers (2009) (gebonden) – 288 blz

Bestel het boek

Als jij het boek gelezen hebt, laat weten wat je er van vindt door een commentaar bij dit bericht achter te laten!

Oeroeg: koloniaal noodlot?

Oeroeg is hét boek dat deze maand, volgens Philip Freriks, ‘zoveel mogelijk mensen tegelijk moeten lezen en bediscussiëren.’ Hella S. Haasse’s roman staat bol van de koloniale gedachten en in zijn tijdsgewricht geplaatst, 1948, is dat prima. Maar stelt Nederland met de massale verspreiding in het k ader van Nederland Leest eindelijk het koloniale verleden ter discussie, een maand voor de zestigste verjaardag van de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië?

De film Oeroeg uit 1993
De film Oeroeg uit 1993

“Ik luisterde zwijgend naar de stortvloed van beschuldigingen en verwijten, die Oeroeg en Abdullah, nu pas werkelijk in vuur en vlam, richtten tegen het gouvernement, tegen de Nederlanders, tegen de blanken in het algemeen. Ik geloofde dat veel van hun beweringen slecht gefundeerd of onrechtvaardig waren, maar ik beschikte niet over de argumenten om ze te weerleggen.” – Oeroeg, Hella S. Haasse

Na lezing van Benali’s essay Een soufflé in de oven snap ik de CPNB-keuze voor dit Nederland Leest-boek, en stel ik over de keuze voor hem als essayist geen vragen meer. ‘Een echt goede vriendschap is gebaat bij ongelijkwaardigheid’, en ‘overbrugt niet zozeer alle verschillen, maar ontkent domweg dat ze bestaan’, aldus de schrijver. Of Benali zich er bewust van is of niet, hiermee laat hij zien dat hij begrijpt hoe Nederland omgaat met zijn koloniale erfenis: Nederland kijkt liever naar het verlies van de ‘vriendschap’ dan naar de verschillen daarin, die het 300 jaar in stand gehouden heeft. Reacties uit Indonesië én Nijholt’s Lofrede benadrukken deze historische visie.

In het NOS Acht Uur Journaal reageert de Indonesische schrijfster Ayu Utami op de Indonesische vertaling van Oeroeg. Indonesiërs vinden niet dat zij een geschiedenis delen met Nederland, en al helemaal geen romantische: Nederland is de verslagen bezetter. De Groene Amsterdammer van 23 oktober vertelt hoe Indonesische studenten Oeroeg beschouwen ‘als een exponent van de Mooi Indië-attitude’, en dat Haasse niet schrijft over Indonesië, ‘maar over Nederlands-Indië’. Willem Nijholt geeft, in zijn fraai geschreven Lofrede, aan dat hij niets meer wilde horen over de voormalige Nederlandse kolonie in Azië, behalve wat hij in Hella S. Haasse’s roman aantrof, toen ‘alles nog als vroeger ja?’ was. Tempo doeloe dus, in de herhaling.

Het CPNB wil dat Nederland naar aanleiding van Oeroeg praat over vriendschappen tussen culturen. Een mooi en nobel streven. Daarbij gaat de stichting alleen compleet voorbij aan een discussie die in Nederland nooit gevoerd is, namelijk de vraag wat het geleerd heeft van zijn koloniale verleden, een verleden dat bovendien, te oordelen naar de voorkeur voor acteur Nijholt, zo wit mogelijk is.

Nijholt
Acteur Willem Nijholt

Want het is toch raar om de – donkere – Indo, acteur en regisseur Martin Schwab te passeren voor de rol van Oeroeg, terwijl hij in de gelijknamige film uit de jaren ’90 Oeroeg speelde? Schwab: “Ik heb het CPNB gemaild en mijn diensten aangeboden, maar in eerste instantie bedankten ze me per kerende e-mail. Ik weet niet waarom ze me niet benaderd hebben.” Navraag leert dat het CPNB het een rare vraag vindt, waarom iemand niet gevraagd is, en heeft er geen antwoord op.

Toch neem ik de uitnodiging tot discussie van het CPNB aan en vraag: 1. Was het het noodlot ‘waar een mens nooit iets aan kan veranderen’, aldus Nijholt, dat de vriendschap tussen Oeroeg en de hoofdpersoon beëindigde? 2. Is het einde van Nederlands-Indië te wijten aan de aanwezigheid van datzelfde noodlot, of kwam dat wellicht door een beginnend streven naar gelijkwaardigheid? 3. Waarom kan in Nederland zo’n koloniaal boek massaal aftrek vinden?