Ngroblog: Bahasa Indonesia (ondanks dat oma het verbiedt)

Mam, heb je een boekoe pienter voor ons? Ik wil onze kinderen graag Bahasa Indonesia leren. Omdat we straks op plekken komen waar wellicht alleen dialecten gesproken worden is dat wel handig om ons verstaanbaar te maken.  Hoe deden jullie dat trouwens vroeger? Spraken jullie met de baboe, de djongos, de kokkie en de kinderen op straat Nederlands of Indonesisch?

De getallen, hoe je jezelf voor te stellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven
De getallen, jezelf voorstellen en vooral de grappige woorden worden opgeschreven

Mijn moeder vertelde me dat er thuis absoluut geen pasar Maleis gesproken mocht worden. ‘Wij zijn Nederlanders en dit is onze moedertaal,’ werd er door je oma ingeprent en je kon een draai om je oren krijgen wanneer ze het toch hoorde. Toen ze in Nederland kwamen in ’51 spraken mijn ooms en tantes dan ook algemeen beschaafd Nederlands. Helaas bleken sommige Zeeuwen dan weer onverstaanbaar.

Om ons nog meer onder te dompelen in de cultuur en korte gesprekken te kunnen voeren ben ik begonnen om de kinderen enige woorden bij te brengen. Dit gaat heel speels met een Moluks kwartetspel en ook een Molukse memory hebben we op de kop kunnen tikken. Zo weten onze kinderen wat een rumah, een sapu lidi en zelfs een parang is. Ze spreken oma nu ook liefjes aan met nenek.

De spelletjes worden aangevuld met sprookjes van Wieteke van Dort. De liedjes die ze zowel in het Nederlands als in het Indonesisch zingt kennen ze nu helemaal. Mijn oudste noteert de vele woorden op een poster, zodat we het elke dag zien. En zo hopen we, ondanks dat oma het verbiedt, een aardig woordje Bahasa mee te kunnen praten.

P.s. Het kwartet- en memoryspel is te bestellen bij http://www.toko-buku.nl/spellen

Ngroblog: Vragen stellen…

Mijn moeder overleed in 2011 en had Alzheimer.

Het beste bewijs dat dementie een soort sluipmoordenaar is, wordt geleverd in de bijzondere film ‘The Curious case of Benjamin Button’. De film brengt de gedaanteverandering prachtig in beeld. De ziekte herbergt verschillende thema’s voor mij. Het gaat over verlies, boosheid, onbegrip, verdriet. Daar kan ik een theatervoorstelling overmaken, oh… idee?!!

Op het moment van afscheid nemen, loslaten, zijn er de vragen. De dingen die je graag had willen weten. Ik heb mijn moeder de vragen over vroeger niet meer kunnen stellen.De kloof van generaties? Zij, ouders, deelden weinig, wij, kinderen, vroegen te weinig?

Ik kies ervoor om niet meer in de valkuil van (valse) bescheidenheid te stappen. Dit jaar is mijn jaar van het vragen stellen. Het is een gesprekstechniek, die niet per definitie in mijn DNA zit. Zie mijn vorige blog, over kinderen, die vragen…

In het onderstaande filmpje zit mijn vraag aan jou.


De weg van samen naar Een, zit vol met vragen…

Ik wens je een plezierige dag vol vragen!

3.0 op de werkvloer: Michael Driebeek van der Ven

Naam: Michael Driebeek van der Ven

Geboortedatum en -plaats:

8 juli 1968 te Oegstgeest NL

Beroep: International Storyteller

 

Afkomst Indisch wortels: *via wie ben je Indisch


Ik ben eerlijk gezegd opgegroeid met weinig tot geen besef van onze Indische achtergrond. Het voelde ook niet als iets dat werd verzwegen hoor, maar het leek simpelweg gewoon niet aanwezig te zijn. Wij wisten wel dat mijn grootmoeders familie (Bé Swart, de moeder van mijn moeder) daar gewoond had maar zij sprak er eigenlijk nooit over. En als ze erover sprak werd het gebagataliseerd met en passant opmerkingen als: “We hebben er maar even gezeten, hoor.” en “Het stelde niet veel voor.”

Zij stierf toen ik 10 jaar oud was en zo nam zij eventuele verhalen mee naar de andere kant.

Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael Driebeek van der Ven © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Haar huis is vervolgens 30 jaar lang eigenlijk niet opgeruimd geweest omdat de jongere broer van mijn moeder het wilden houden zoals het was. Pas na zijn overlijden (mijn moeder en haar zusjes waren al vele jaren daarvoor overleden) konden wij als kleinkinderen eindelijk het huis van mijn grootmoeder gaan opruimen. Hierbij stuitte ik op meer Indische dingen dan ik had verwacht, soms verborgen onderin kastjes en in kisten op zolder, en ik begon mij af te vragen hoe lang dat “We hebben er maar even gezeten, hoor.” eigenlijk is geweest?

Na wat onderzoek kon ik al 6 generaties terug vinden in Indië. Dat is bijna 200 jaar! Wel iets meer dan het ‘even’ waarmee wij zijn opgegroeid.

Hoe ben je begonnen als storyteller?

Toen ik klein was kon het gebeuren dat mijn ouders op het terras zaten en dat er opeens allemaal mensen de tuin in kwamen lopen met een stoel in hun hand. Met die stoel liepen ze dan naar de achterkant van de tuin en zetten ‘m neer voor het kippenhok. De eerste keer dat dat gebeurde keken mijn ouders elkaar aan en zeiden: ‘Wat gaan die nou doen?’. Wat bleek; ik had op het dak van het kippenhok een podium gemaakt en gaf een voorstelling voor de ouders en kinderen uit de buurt. Verhaaltjes van niets vermoed ik maar ik had het helemaal zelf geregeld.

Vervolgens heb ik jarenlang school- en studententoneel gedaan en mijn moeders zusje, tante Pop, zei ieder jaar: “Heb je je beroep er al van gemaakt? Dit is wie jij bent, hoor. Ik weet dat.” Uiteindelijk switchte ik van Rechten naar Toneelschool en zei mijn moeder: “Hè, hè, eindelijk!” en was mijn vader apetrots op mijn stap. Ojojojoj, toen begon het echt leuk te worden. Iets studeren wat je graag wilt weten en kunnen is iets compleet anders dan iets studeren dat ‘best wel interessant is’. Ik heb genoten van die jaren en het was uiteindelijk tijdens mijn Masterstudie aan The International School of Storytelling in Londen (UK) dat alles helemaal op zijn plaats begon te vallen.

Welke voorstelling/welk optreden is je het meest bijgebleven?

Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 - Tabitha Lemon
Michael vertelt over de Nederlandse kapitein Willem van der Decken en de legende van de Flying Dutchman © foto Indisch 3.0 – Tabitha Lemon

Met enige regelmaat vertel ik verhalen op de dementie afdeling van het bejaardentehuis. Dat is zo geweldig om te doen! Ik trek de lichtblauwe gordijnen dicht en ik draai ieders stoel er naar toe en schilder het verhaal met mijn woorden op het gordijn. Ik zeg dan bijvoorbeeld: “Er was eens een vijver, met glinsterend water en riet langs de randen. Zien jullie de vijver?”. “Oh jaaaa, prachtig!” zeggen ze dan allemaal.

Het zijn altijd simpele verhaaltjes over een pad die van God een appel moet vinden in een dennenbos of over de dochter van de Sultan die zichzelf zo geweldig vindt dat geen prins voor haar goed genoeg lijkt. Steeds ontdek ik dat een simpel verhaal enorme dieptes in zich meedraagt. Mijn taak is het om zorgvuldig de beelden neer te zetten; het verhaal doet zelf de rest.

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op jouw manier van storytelling?

Ik denk het zeker want het vertellen van verhalen is mij met de paplepel ingegeven; alles wordt met groot plezier binnen mijn familie doorgegeven in de vorm van een verhaal liefst ook helemaal in beweging uitgebeeld.

De aardse wereld en de spirituele wereld zijn daarbij altijd als vanzelfsprekend met elkaar in contact. Allerlei ooms en tantes, dood èn levend, passeren in die verhalen de revue en nemen ons overal mee naar toe. Behalve dus naar Indië, daarover werden nauwelijks verhalen verteld. Ik ben dat pas de laatste jaren gaan realiseren en toch merk ik dat er op andere manieren enorm veel toch is doorgegeven. Ik zie dat terug in hoe wij de dingen doen, hoe wij tegen dingen aankijken en vooral hoe wij met elkaar omgaan. Om maar een cliché te noemen: iedereen kan altijd blijven eten en een logeerbed is zo in elkaar geflanst met wat kussens en een laken…

Herkennen mensen je Indische wortels?


Ik lijk op mijn vader. Maar een Indonesische vriendin zei 3 jaar geleden, toen zij een foto van mijn moeders familie zag: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn! Jij bent zo wit…” Wij indo’s? Zo had ik onszelf nog nooit gezien. “Ja, dat zou best kunnen.” zei mijn lieve vader toen ik er naar vroeg. En inderdaad zien mijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes van mijn moeders kant er best wel uit alsof ze zo uit de Moesson zijn weggelopen. En achteraf gezien mijn moeder ook wel enigszins, maar dat heb ik nooit gezien want dat is mijn moeder, en dan is het soms te dichtbij om goed te kunnen zien. En dan heb je soms een vriendin nodig die zegt: “Joh, ik wist niet dat jullie indo’s zijn!”

Nee, dat wist ik ook niet… (dank je Maya voor dat inzicht!)

Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 - Tabiyha Lemon
Tijdens de voorstelling The Flying Dutchman in de Koninklijke Schouwburg Den Haag © foto Indisch 3.0 – Tabiyha Lemon

Heb je iets Indisch op de werkvloer? Een voorwerp (foto, schilderij oid)?

Even denken… Ik heb mijn grootmoeder gevraagd of ik haar stem mag zijn om de verhalen naar boven te halen die zij in haar leven niet heeft weten te vertellen. Meteen de volgende dag kwam zij door met een verhaal. Zij is dus altijd bij me.

Hoe kijk jij tegen Indonesië aan? / Wat betekent Indonesie voor jou?

Het is voor mij een ontdekkingsreis die ik pas een paar jaar geleden begonnen ben maar eigenlijk al mijn hele leven duurt. Toen ik 4 jaar terug voor het eerst mijn voet zette op de luchthaven van Jakarta voelde ik dat mijn lichaam diep uitademde… eindelijk weer thuis… Een bizarre ervaring omdat ik daar nog nooit was geweest. Ik ging er naar toe voor mijn vriend die daar toen voor een project zat. Die relatie is over maar de relatie met Indonesië is toen definitief begonnen.

3.0 aan de studie: Ghitha Tutupoly

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Zal haar keuze vallen op een praktijkgerichte opleiding of gaat ze een studie volgen waar ze meer met haar neus in de boeken moet zitten? In deze serie ontmoet ik Ghitha Tutupoly. Een 16-jarige beleefde scholiere die mij weet te boeien met haar verhaal over haar Indische roots en haar voorbereidingen op een studiekeuze na de HAVO.

Indisch voelen
Ghitha is de jongste dochter uit een Indisch gezin, woonachtig in Leiden. Haar moeder is geboren in Jakarta en haar vader komt uit Malang. Op 7-jarige leeftijd bezocht Ghitha voor het eerst het land van haar ouders. Het was een ontdekkingsreis met toeristische uitstapjes. Ze vindt Indonesië heel speciaal. ‘Het is gewoon een gedeelte van jezelf.’ Op de vraag of Ghitha zich Indisch voelt, lacht ze: ‘Het is grappig, in Indonesië heb ik echt het gevoel dat ik Hollands ben, maar in Nederland voel ik me Indisch.’ Als vriendinnen Ghitha thuis ophalen, staat ze vaak nog niet klaar. ‘Ik kan soms zo chaotisch zijn, dat vind ik echt een Indische eigenschap. In Indonesië gaan de dingen niet gehaast en het woord stress komt zelden voor.’

Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Etiquette
In haar klas komt ze over als een beleefd meisje, bekent Ghitha. Ze begroet elke docent altijd vrolijk met ‘Goedemorgen!’, hoe slecht de dag misschien ook is begonnen. Ze lacht: ‘Ik wil niet dat andere mensen last krijgen van mijn slechte humeur.’ De beleefdheid naar docenten uit zich door hen met u aan te spreken. ‘Ik gedraag mijzelf altijd in een gezelschap.’ Wanneer ze bij vriendinnen thuis is geweest, bedankt ze hen hier altijd netjes voor. ‘Dat is de etiquette die ik van mijn ouders heb geleerd,’ legt ze uit. Op school heeft Ghitha geen Indische vrienden, wel bij haar sportclub van Pencak Silat. Ze komt daar veel Indische mensen tegen. Het is één grote familie.

Studiekeuze
Ter voorbereiding op haar studiekeuze bezocht dit spontane Indische meisje verschillende voorlichtingsavonden op hogescholen. Ghitha vertelt: ‘Pedagogiek heb ik altijd interessant gevonden. Vooral het bestuderen hoe kinderen of volwassenen in bepaalde situaties reageren en hoe ik daarbij kan helpen. Alleen is deze opleiding erg gericht op de theorie. Ik doe toch liever iets met mijn handen dan dat ik uren met mijn neus in de boeken zit,’ geeft ze toe. ‘Ik vind het leuker om praktijkgericht bezig te zijn.’ Om die reden lijkt de studie Hotel-en Eventmanagement Ghitha erg aantrekkelijk. In het hotelwezen kun je alle kanten op. Van gastvrouw zijn tot je bezig houden met het horecagedeelte.

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly
Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Stijlvolle hotels
Het liefste zou Ghitha tijdens haar studie stage gaan lopen in Indonesië. Tijdens haar vakanties heeft ze namelijk haar hart verloren aan de mooie hotels die daar gevestigd zijn. De creativiteit komt meer naar voren, vindt ze. De kamers zijn per verdieping ingericht in verschillende stijlen, dit geeft een aparte uitstraling. Zo is er voor ieder wat wils. Ghitha: ‘De hotels zijn stijlvoller ingericht. Ik vind het in Nederland vaak te overdreven chique of zijn de standaardkamers juist te eenvoudig. Maar ja, dat is mijn mening.’ Het is dus niet verbazingwekkend dat de opleiding Hotel- en Eventmanagement hoog op Ghitha’s verlanglijstje staat. Want stage lopen in zo’n mooi hotel, daar droomt ze van.

3.0 in de muziek: Blain

Blain portrait by Richard Tjoeng

‘Eerlijke songs: het moet gewoon kloppen’

Ze stond in Ziggo Dome in het voorprogramma van Jason Mraz en als backing-vocalist bij Shawn Barry.  Ze zingt ook bij Parrish Black, doet backings bij Brown Hill en Meike van der Veer. Maar of ze nu op het podium, in de studio of thuis muziek maakt, het creëren en samen muziek maken vindt zangeres Blain (1978) het belangrijkst.

Blank en Indisch
Ik ben nog niet binnen of Blain toont me haar nieuwe aanwinst: een ukelele. ‘Ik leer het best snel, omdat ik als kind viool heb gespeeld’. Ze herinnert zich van huis uit het zingen bij de piano, met haar ouders en zussen, en alle instrumenten die haar vader had. ‘Hij wilde altijd dat zijn dochters een instrument leerden spelen, zodat we met hem samen konden spelen. Nu heeft hij toch nog zijn zin’. Blain (deze artiestennaam is een samentreksel van BLank en INdo) is Indisch via haar vader. Zijn broers en zus zijn in Indonesië of op de boot geboren, hij in Nederland. Opa kwam uit een klein vissersdorpje op Java, oma kwam uit Menado.

Blain © Pascal Music Pics
Blain © Pascal Music Pics

 

Van kinderkoor tot Academie Voor Lichte Muziek
Blain begon al vroeg met zingen: eerst in een kinderkoor, toen tijdens uitvoeringen op de basisschool en op de middelbare school in een groep die rap met zang combineerde. Haar eerste coverbandje en een schrijf-samenwerking met een toetsenist volgden. Op haar zeventiende deed ze de vooropleiding van het Conservatorium, maar kon er niet goed aarden. Al gauw vond ze een passende opleiding: Academie Voor Lichte Muziek, waar de theorie minder de leidraad vormde en performance centraal stond. ‘Ik ben lang zoekende geweest, maar toen ik bijna dertig was, wist ik het zeker: muziek is het voor mij’. Nu is songwriting een van haar grootste passies. ‘Alles kan me inspireren: voetstappen, of het geklik van een balpen’. Haar songs kunnen dan ook alle kanten op gaan, van onvervalste pop-songs tot R&B en commerciële dance: ‘Ik wil me niet vastleggen op een stijl, ik wil alles kunnen blijven maken’.

Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain
Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain

‘Echt iets Aziatisch’
Op tafel ligt een batik-kleedje. Ik ben benieuwd: wat in Blains leven beschouwt zij als Indisch? ‘Bij ons thuis waren er altijd mensen over de vloer. Die gezelligheid, en natuurlijk het eten vind ik Indisch. Mijn Nederlandse moeder kan goed Indisch koken, dat heeft ze geleerd van mijn oma’. En in de muziek? ‘Het lijkt wel of alle Aziaten gitaar kunnen spelen of zingen! Muziek vind ik echt iets Aziatisch’. Het valt me op dat ze over Aziaten praat en niet specifiek over Indo’s. ‘Ook veel Molukkers, Chinezen, Koreanen kom ik in de muziek tegen, en vaak zijn ze een mix van verschillende (Aziatische) culturen’. Een beetje verder vragen leert dat Blain spiritueel is ingesteld: ‘Er is meer dan wat we kunnen zien, ik respecteer de geestenwereld. Ik zou ook nooit glaasje draaien, daar moet je voorzichtig mee zijn’. Het idee van een kris die de ziel van de maker in zich herbergt, vindt ze ook maar niks. Maar ze gelooft er dus wel in.

 Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods
Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods

Internationaal succes
Wat opvalt aan Blain is haar directheid. ‘Oudere Indo’s, of Aziaten in het algemeen, zeggen niet altijd wat ze echt denken. Wat dat betreft ben ik heel Westers. Dat vind ik soms moeilijk, ik wil niemand kwetsen. Maar ik zal niet mijn kop in het zand steken. Zo Indisch ben ik dus niet’, grapt ze. Ondertussen tokkelt ze rustig door op de ukelele. Ook in haar eigen songs streeft ze naar eerlijkheid. ‘De muziek en de tekst samen, het moet gewoon kloppen’. Met succes, want ze werkt samen met succesvolle producers en DJ’s zoals Ron Carroll, en ze schrijft songs die internationaal worden uitgebracht. En onlangs heeft ze dus haar hart verpand aan een ukelele, waarmee ze nog makkelijker liedjes schrijft. Een eenvoudig, bescheiden instrument. Als ik het instrument oppak, ben ik al gauw aan het spelen, terwijl ik verder geen instrument kan spelen. Hier word ik enthousiast van! We maken gauw een afspraak samen liedjes te schrijven. Als ik wegga, weet ik het zeker: vanavond nog schaf ik een ukelele aan!

De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain
De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

'Waar blijft de derde generatie?' We zijn er al!

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com

Voor het derde jaar op rij geef ik een gastcollege over de Indische derde generatie aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van de collegereeks ‘Indië als postkoloniale herinnering’ discussieer ik met studenten en andere geïnteresseerden die het openbaar college bijwonen. Doodeng, ontzettend leuk en heel leerzaam: voor mijzelf misschien nog het meest.

Uitdaging
In de zaal zitten enkele studenten (achterin) en een grote groep oudere toehoorders (helemaal vooraan). Ik ben benieuwd of er Indische Nederlanders tussen zitten, maar onder de – overwegend Letteren- studenten zijn geen Indo’s. De meeste ouderen hebben een speciale band met het voormalige Indië, hebben er gewoond of hebben Indische familie en kennissen. Deze groep toehoorders van alle leeftijden daagt me uit het in toegankelijke taal te hebben over online communities, hybride identiteiten en post-memory: begrippen uit mijn scriptie over drie generaties Indische identiteitsvorming: Van Pasar Malam tot I Love Indo (2009). Elk jaar is het college een goede reden om te lezen wat anderen recent over dit onderwerp schreven en opnieuw vragen te stellen. Wat staat er nu nog van mijn onderzoek overeind? Hoe profileren jonge Indo’s zich anno 2013?

De derde generatie leeft in een multimediale wereld

Post-herinneringen
Wat drie generaties Indische Nederlanders van elkaar onderscheidt, is de afstand tot bepaalde gebeurtenissen. De eerste generatie heeft Nederlands-Indië zelf meegemaakt, de tweede generatie in mindere mate en de derde generatie helemaal niet. Er is sprake van werkelijke herinneringen bij oudere Indo’s en van ‘post-herinneringen’ bij de jongere generaties: gebeurtenissen die indirect, bijvoorbeeld via verhalen, zijn overgedragen. Een van mijn bevindingen in 2009 was dat de derde generatie haar Indische identiteit anders beleeft en vormgeeft. Naast de Indische bestaan andere gelijkwaardige identiteiten: die van Nederlander, student, filmliefhebber, buurtbewoner. Ook uit de Indische identiteit 3.0 zich passend bij deze tijd: in een multimediale wereld.

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com
‘The Future of Books’. Foto: www.techeblog.com

Online wereld
Internet speelt een grote rol in de identiteitsvorming van jongeren, ook bij jonge Indo’ s. In mijn scriptie noemde ik daarbij het sociale netwerk Hyves, dat inmiddels op zijn retour is. Hoe snel verandert de online wereld (en wat word ik snel oud)!  Maar het gebruik van sociale media neemt nog altijd toe en brengt iemand van ver weg virtueel dichtbij, iets dat voor de derde generatie bijna vanzelfsprekend is. Zo zocht een verre achternicht, (een kleindochter van mijn opa’s zus, die altijd in Indonesië is gebleven) via Facebook contact met mij, in haar zoektocht naar haar Nederlandse roots!

Hoe treedt Indo 3.0 naar buiten? Bijvoorbeeld door de facebookpagina van Indisch 3.0 te liken, en zo het Indische deel van zijn of haar identiteit tonen aan de buitenwereld. Daarmee profileert de generatie zich niet als eenheid, maar als een uiteenlopende verzameling individuen, die één ding gemeen hebben: een Indische achtergrond.

De derde generatie is weinig zichtbaar in de literatuur

‘Het Indische verhaal is al verteld’
Voorafgaand aan het college was een artikel van Esther Captain meegegeven. Captain was een van de eerste Indische 3.0’ers die over de derde generatie schreef. In haar essay ‘Indo rulez’ (Indische letteren, 2003) bespreekt ze de kritiek van de tweede generatie dat de derde generatie te weinig zichtbaar is in de literatuur. ‘Waar blijft de derde generatie?’, vroeg Indische letteren haar. Captain antwoordt dat ook de tweede generatie schrijvers (Marion Bloem, Adriaan van Dis, Ernst Jansz) rijkelijk laat debuteerde: de meesten naderden de veertig of waren die leeftijd al gepasseerd. Geduld is dus geboden. Daarnaast concurreert de derde generatie met jonge schrijvers van een andere migrantenafkomst. Uitgevers kiezen eerder voor het verhaal van nieuwe Nederlanders: ‘Het Indische verhaal is toch al verteld?’ Ook zegt Captain dat andere tekstuele uitingsvormen, zoals rap-teksten of de in chatrooms gebruikte taal als nieuwe literaire uiting gezien kunnen worden.

Andere verhalen
Natuurlijk, literatuur is de core-business van Indische Letteren. Maar als ik de vraag breder trek, zie ik niet waarom je alleen op papier een Indisch verhaal kan vertellen. Veel jonge Indo’s zijn muzikant, danser, presentator, acteur…Ook zij vertellen een verhaal, maar de manier waarop is anders en ja, ook het verhaal is anders. En al ligt er nog weinig van de schrijvers onder ons  in de boekhandel, online publiceren doet niet meer onder voor publiceren op papier. Dus om de vraag te beantwoorden: ‘Waar blijft de derde generatie?’ Kijk om je heen, we zijn er al!

Verder lezen?
Captain, Esther. ‘Indo rulez!’ (2003) uit Indische Letteren, 18e jaargang, nummer 4.
Iburg, Nora. Van Pasar Malam tot I Love Indo. Identiteitsconstructie- en manifestatie door drie generaties Indische Nederlanders (2010). Uitgeverij Ellessy.

3.0 in de media: Sonja Verbaarschott

Ik wil geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken

Sonja Verbaarschott (1975), Indisch via haar vader, is eindredacteur bij het jeugdjournaal. Tijdens de gezellige drukte op de NOS redactie vertelt Sonja met passie over haar baan, haar twee kinderen en de reis die ze maakte naar Indonesië.

Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012
Eindredacteur Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Nauwelijks binnen krijg ik meteen een rondleiding op de redactie, waar medewerkers van de verschillende programma’s aan kantooreilanden werken. ‘Een leuke opstelling, want zo kun je snel met collega’s informatie uitwisselen,’ zegt Sonja. Een eindredacteur van het NOS Journaal voegt de daad bij het woord: ‘In de VS krijgt een hond een snuitreconstructie, is dat niet interessant voor jullie?’ We gaan zitten aan een hoge tafel midden op de werkvloer. Soms wordt het gesprek onderbroken voor belangrijke ontwikkelingen in de uitzending voor die avond. Maar nergens bespeur ik ook maar enige vorm van stress bij de eindredacteur, die heel natuurlijk schakelt tussen zakelijke besluiten en persoonlijke antwoorden op mijn vragen.

Lotsbestemming
Sonja’s grootouders kwamen in 1952 vanuit Sumatra naar Nederland. Opa was een oud KNIL militair, die Sonja heeft gekend als een fragiele, stille man. Met oma had ze een hechte band, van wie Sonja en haar moeder Indisch leerden koken. ‘Indisch is voor mij warmte en dat er altijd genoeg eten is. En lotsbestemming; het gevoel dat sommige dingen gewoon zo moeten zijn. Wat er Indisch aan mij is? Blijkbaar heb ik sommige gewoonten overgenomen, zoals in het kopje van een gast roeren.’ De zuinigheid die haar oma en vader aan de dag legden, heeft ze zelf niet voortgezet: ‘Dat kon soms ver gaan hoor, koffie hergebruiken bijvoorbeeld.’

Onbeschreven gevoelens van identiteit
Ondertussen laat Sonja een soepje halen, ‘In de kantine hebben ze ook zogenaamd Indisch eten. Dat moet je dus niet eten hier…’ Tijdens haar studie journalistiek woonde Sonja in een studentenhuis in Amstelveen. ‘In die tijd (begin jaren negentig, red.) kon ik nog aanspraak maken op een minderheidsregeling voor studenten, ongelooflijk eigenlijk.’ Wanneer huisgenoten in het weekend naar hun ouderlijk huis gingen, vroeg zij zich soms af wat voor haar ‘thuis’ was. Ze kon die onbeschreven gevoelens van identiteit niet goed plaatsen.

‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Goed zoals ik ben
Op haar zestiende vertrok Sonja als uitwisselingsstudent naar Portugal. ‘Mijn vader sprak nooit over Indië en misschien zocht ik in een mediterrane omgeving en mentaliteit iets van mijn Indische afkomst.’ Pas tien jaar later reisde ze naar Indonesië. Zonder enorme verwachtingen, maar hopend op mooie ontmoetingen. ‘Ik wilde oude mensen spreken, weten hoe zij leefden. Bij de VVV in Bukittingi – mijn oma’s geboortestad – ben ik op straat gaan zitten en raakte zo met allerlei mensen in gesprek. ‘Tijdens mijn reis heb ik ervaren dat het goed is zoals ik ben. Je moet vooral nu genieten van alles wat je doet.’

Sonja Verbaarschott op de redactie van het Jeugdjournaal © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Opa en oma kroepoek

Haar twee zoons van zeven en vier jaar zijn gek op lemper en spekkoek en krijgen ook hun portie familiegeschiedenis. ‘We vertellen over opa’s geboorteland, maar willen ze niet overvoeren met verhalen. Als ze het interessant vinden kunnen ze zelf komen vragen.’ Sonja’s kinderen kennen de luxe van maar liefst drie paar opa’s en oma’s. De buren zijn ook Indisch, dus zij zijn “opa en oma kroepoek”. ‘Mijn zoontje kreeg van “opa kroepoek” een batik overhemd, dat wil hij nu bij elke speciale gelegenheid aan. Wat ik mijn kinderen vooral wil meegeven is dat andere culturen leuk zijn. Wij wonen in een overwegend witte gemeenschap in Amstelveen, dus dat doe ik heel bewust.’

‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’

Alle lijntjes bij elkaar

Sonja Verbaarschott © Nora Iburg / Indisch 3.0 2012

Sonja begon als allround medewerker bij de lokale zender AT5. In 2007 werd ze redacteur bij de NOS en na een jaar werd ze gevraagd om eindredacteur te worden bij het jeugdjournaal. ‘Het leukste aan mijn werk is dat je aan de basis én aan het eind van een uitzending staat. Het mooiste is als alle lijntjes weer bij elkaar komen.’ Gevraagd naar journalistieke hoogtepunten borrelen al gauw de spannende verhalen naar boven: Heftige gebeurtenissen op locatie die uiteindelijk een geslaagde uitzending opleverden. Bijvoorbeeld het neergestorte vliegtuig in Libië, met als enige overlevende het Nederlandse jongetje Ruben. ‘Mijn verslaggever had geen bereik meer en we konden pas heel laat verbinding krijgen. Ik voel dan een grote verantwoordelijkheid voor de verslaggever.’ Gelukkig kon de verslaggever een telefoon regelen en werd het een goede reportage.
Voor de toekomst wil Sonja vooral zorgen dat het werk leuk blijft. ‘Steeds beter worden en geïnspireerd blijven om mooie uitzendingen te maken.

Oproep: Ben jij of ken jij een 3.0’er in de media waarvan jij graag een interview zou willen lezen? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

3.0 in de keuken: Joe Saleh

‘Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen’

Joe Saleh (36), werkzaam als kok in het Filmhuis in Den Haag, heeft een grote passie voor eten, muziek en schilderen. Drie disciplines die volgens Joe heel dicht bij elkaar liggen. Zijn vader vocht tegen de Jappen en zijn moeder behoorde tot de eerste generatie onafhankelijke Indonesiërs. Of Joe een echte 3.0’er is, is dus niet duidelijk. Joe lijkt hier niet veel waarde aan te hechten. Hij wil zichzelf niet profileren als Indisch maar als wereldburger. ‘Koken is een kunstvorm die verschillende landen en culturen met elkaar verbindt. Dat alleen al laat zien hoe klein de wereld eigenlijk is.’

Zowel de grootouders als de ouders van Joe komen uit Java: ‘Het bizarre aan de familiegeschiedenis is dat mijn opa, de vader van mijn moeder, tegen mijn vader gevochten heeft. Mijn opa vocht voor Indonesië. Dus eigenlijk heeft onder andere mijn moeders familie ervoor gezorgd dat mijn vader in 1950 het land uit werd gezet. In 1965 kwam ook mijn moeder in Indonesië in moeilijkheden omdat ze verdacht werd van linkse praktijken. Ze had sympathie voor de andersdenkenden. Ook zij besloot het land te verlaten. In Nederland vonden mijn ouders elkaar pas.’

Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro
Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro

Ik maak deel uit van deze wereld
In 1995 ging Joe voor het eerst naar Indonesië. Hier ontmoette hij een groot deel van zijn familie: ‘Overeenkomsten heb ik niet echt gevonden. Zij zijn daar opgegroeid, ik in het westen. Destijds liep ik daar op Nikes dus men zag dat ik niet van daar kwam. Dat was voor mij een vreemde gewaarwording. Ik ging juist naar Indonesië om te ontdekken waar mijn roots lagen. Helaas kon ik daar niet goed aarden, maar wat nog erger was, was dat ik bij terugkomst in Nederland ook hier niet meer kon aarden. Ik voelde me ontheemd. Waar hoor ik dan wel? De omzwerving heeft ongeveer tien jaar geduurd tot het besef kwam dat ik zowel daar als hier hoorde. Ik maak deel uit van deze wereld. Dat besef geeft mij rust.’

Mijn gasfornuis is mijn canvas
Joe stond altijd bij zijn moeder in de keuken. Toch is hij, ondanks zijn liefde voor koken, eerst Illustratieve Vormgeving gaan studeren: ‘Ik ben niet afgestudeerd, omdat de passie voor koken toch grotere vormen aannam. Eigenlijk kan koken vergeleken worden met schilderen. Ik zie daar niet zoveel verschil in. Je gebruikt alleen andere zintuigen. Bij schilderen vertaalt het penseel wat in mijn hoofd zit naar het canvas. Als ik kook, is mijn gasfornuis mijn canvas, maar dan met pannen en kleuren. Naast je ogen gebruik je bij het koken nog twee extra zintuigen, je reuk en je smaak.’

Keep up the big smile
Keep up the big  smile is kenmerkend voor Joe: ‘Geen idee of het typisch Indisch is, maar ik probeer het wel aan mijn collega’s mee te geven. Tijdens de laatste avond van de Haarlem culinair dagen was het zo druk dat mijn voormalige chef en ik de bonnen niet meer aankonden. Mijn chef gaf op en zat in een hoekje voor zich uit te kijken. Ik kookte door. Mijn chef zei: wat doe je? Ik antwoordde: Zie je die borden daar? Als we die wegwerken dan hebben we het record verbroken. Mijn chef stond op en kwam naast mij staan. Samen hebben we de borden weggewerkt. Ik was zo blij en zag mijn chef ook helemaal opbloeien. Als het nu druk is, denk ik nog vaak aan dit moment terug. Ooit was het mogelijk dus nu ook.’

Joe Saleh. Foto: Johan Snijders
Joe Saleh. Foto: Johan Snijders

Volks voedsel
Joe houdt vooral van volks voedsel: ‘Het is geen koninklijk voedsel. Het is voedsel dat iedereen eet. Zodra ik een nieuwe cultuur ontdek, wil ik eerst met hulp van de lokale bevolking de traditionele recepten uitproberen om de smaak te achterhalen. Van daaruit ga ik freaken. Wat gebeurt er als ik een andere cultuur erbij pak? Ik experimenteer ook met Indonesisch eten. Zo werkt de Indonesische keuken bijvoorbeeld met gedroogde koriander en de Thaise met verse koriander. Als je verse koriander gaat gebruiken in de Indonesische keuken, krijg je direct al een andere smaak. Dat vind ik interessant. Dat je met de traditionele dingen iets doet, waardoor er iets nieuws ontstaat.’

Heilige drie-eenheid
Joe zal altijd op zoek blijven naar de meest vreemde culinaire combinaties, maar liever gaat hij door in de muziek. Hij geeft mij zijn cd – Joey Retro: As the wind turns : ‘Dit is wat ik wil doen, maar dat wil niet zeggen dat ik stop met koken. Ik moet altijd bezig blijven, niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen. Je bladmuziek is je canvas, dat zijn je pitten. Je wilt altijd dat iets wat je maakt zó in de smaak valt dat men denkt: wauw dit is super nice, of het nu om eten, muziek of kunst gaat. Dat is het eindresultaat.’

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Keuken die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Keuken? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Joe Saleh © DennisWisse
Joe Saleh © DennisWisse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wil jij ook freaken in de keuken? Probeer dan  pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat-kokos saus (voor 2 personen)

Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus
Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus

Ingrediënten boemboe

2 tomaten
halve paprika

2 teentjes knoflook
3 eetlepels sambal oelek

4 kemiri noten
halve ui

1 dl olie
Peper en zout

Maak met bovenstaande ingrediënten de boemboe voor de makreel,
met een blender of keukenmachine

2 makrelen
2 stengels citroengras (sereh)

2 blaadjes laurierblad

snij kop en staart van makreel af, verwijder ingewanden en spoel de vis schoon
– zet de boemboe met de stengels sereh en de laurierblaadjes op het vuur
– breng de boemboe aan de kook
– doe per makreel een kwart van een sereh stengel en een laurierblad in de buikholte. Voeg ook wat van de saus toe.
– smeer een ovenschaal in met een beetje olie, doe de makreel er in
– voeg de saus toe, schuif het in de oven op 160 graden 20 min.

Tips
– Dek de ovenschaal af met een deksel om uitdrogen te voorkomen
– Zorg ook dat de vis onder staat

Bereiding van Haricoverts in tomaat-kokos saus 

200 gr haricoverts
1 tomaat

halve ui
1 teentje knoflook

50 gr laos
1 stengel sereh

1limoenblad
2 eetlepels sambal oelek

250 ml kokosmelk
scheut vissaus

zet water op voor de haricoverts om te blancheren. Voeg wat zout aan het water.
– snij de kontjes van de haricoverts. Als het water kookt voeg je de haricoverts toe.
– kort blancheren, ze mogen een bite hebben. Als je denkt dat het goed is, meteen spoelen onder koud water. Dan behoudt het z’n prachtige groene kleur.
– snijd ondertussen de knoflook in plakjes, de ui in fijne blokjes, crush de sereh stengel met de achterkant van je (koks)mes of met een hamer, zodat het soepel wordt.
– snij de laos grof. Voeg toe aan een pan gevuld met een scheutje olie. Even fruiten.

– voeg dan de sambal, limoenblad, blokjes tomaat toe. Even fruiten.
– voeg de kokosmelk toe en laat even koken.
– voeg de haricoverts toe en roer goed door.
– voeg vissaus naar smaak toe

3.0 in de muziek: Rob Verbakel

Sjoelen, muziek & bier

Rob Verbakel (1981), geboren en getogen in Helmond, begon op zijn 16e met gitaarspelen. Met zijn band Amsterdam Saints en als sessiemuzikant speelt hij door het hele land en hij geeft gitaarles in zijn studio aan huis. In de intimiteit van de knus ingerichte studio gaat ons gesprek over zware shag, botel tjebok en natuurlijk: muziek. 

Rob is Indisch via zijn moeder, die als negenjarig meisje met haar ouders  vanuit Semarang naar Nederland kwam. Een maand na het interview gaat hij met haar voor een maand naar Indonesië. ‘Het is net of het zo hoort, want alle boekingen met bands vallen tot nu toe ervoor of erna…’ zegt hij met gevoel voor het mystieke.

Kruiden-op-gevoel
Rob begint bedachtzaam, maar komt op dreef als hij vertelt over zijn bandleden, met wie hij graag een potje sjoelt onder het genot van een biertje. Welke waarde hecht hij aan zijn Indische achtergrond? ‘Familiegeschiedenis en gastvrijheid’, antwoordt hij meteen. ‘Mijn moeder is meer gaan vertellen en zelf sta ik er ook meer voor open nu’.  Van zijn moeder leerde hij koken. ‘Ik hanteer dezelfde kruiden-op-gevoel-methode als zij.

Rob Verbakel op het podium © Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel op het podium © Foto: archief Rob Verbakel

Kaju putih en ander bijgeloof
Het spirituele noemt Rob als iets typisch Indisch. ‘Na acht uur ’s avonds nagels knippen of douchen? Volgens mijn oma zou ik eerder doodgaan als ik dat deed.’ Of de magie van kaju putih om een wrat te laten verdwijnen: ‘het werkt echt!’ Over de introductie van zijn vader bij zijn Indische schoonfamilie kent hij een prachtige anekdote: ‘Mijn oma vroeg of hij tegen pittig eten kon. Stoer beaamde hij dat, maar na de ayam pedis moest hij nodig naar het toilet. Hij wist niet waar die fles voor was en heeft er van gedronken!’

‘Mijn ouders hebben het me makkelijk gemaakt.’

MTV Unplugged
Bij veel Indo’s zit muziek in de familie, zo niet bij Rob. Maar hoe werd hij dan wel gegrepen door muziek? ‘Ik zag als veertienjarige een heel goede gitarist bij MTV unplugged, toen wist ik: dát wil ik!’ Na twee weken elke dag zeuren bij zijn vader kreeg hij zijn eerste akoestische gitaar, die al snel werd verruild voor een elektrische, toen hij bands als Pearl Jam en Metallica hoorde. Rob’s ouders moesten wennen aan zijn keus voor een muzikale carrière, vooral zijn vader. Maar zijn vader ging zich verdiepen in de muziekindustrie en nu adviseert hij Rob zelfs bij het kopen van instrumenten. ‘Uiteindelijk hebben mijn ouders het me makkelijk gemaakt’.

Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel
Rob Verbakel on stage Foto: eigendom Rob Verbakel

Elke dag rijsttafel
Al zit er geen muzikale Indo in de familie, toch hebben Indo’s Robs carrière beïnvloed. Zijn eerste elektrische gitaar kocht zijn vader voor hem van Wally Lucardi, die hij nog kende van Indorock-avonden. Gitaarleraar Herbie Guldenaar, ook Indisch, stoomde Rob klaar voor de vooropleiding van het conservatorium. ‘Eenmaal aangenomen moest ik keihard werken om verder te komen. En dat heb ik gedaan.’ Na de vooropleiding mocht hij door naar de opleiding in Maastricht. Na zijn afstuderen in 2005 deed Rob vier jaar praktijkervaring , onder andere als docent bij de muziekschool van een Indische familie. ‘Trotse Indo’s , dat zie je aan alles wat ze doen. Ik voelde me er meteen thuis, en elke dag stond er een rijsttafel.’

‘Mijn doel? Gezond blijven en plezier in het spelen.’

Speelplezier
In 2007 verhuisde Rob naar Amsterdam, om zijn muzikale horizon te verbreden. Door veel te spelen met bands en op sessies raakte hij thuis in Amsterdam, waar hij later nog zijn masters-titel  aan het conservatorium behaalde. In Amsterdam leerde hij ook de mannen van Amsterdam Saints kennen, die naast het musiceren ook zijn vrienden zijn ‘Ik heb een sjoelbak staan, waarmee we sjoeltoernooien houden, met muziek en bier uiteraard. Mijn doel is gezond blijven en nooit het plezier verliezen in het spelen.’ Het lijkt alsof Rob het zich al pratende beseft: speelplezier is voor hem het belangrijkst, of hij nou met vrienden aan het sjoelen of musiceren is. ‘Ik ben met weinig gelukkig’.

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

3.0 op de Werkvloer: Lesley Klavert

‘Echte gastvrijheid heb ik geleerd in Indonesië.’

Het Manhattan Hotel is het enige vijfsterren-hotel in Rotterdam en Lesley Klavert (26) is er Hoofd Conciërge. Ik stap het statige gebouw binnen en zie twee dames een enorm bloemstuk optuigen in de kleuren van de herfst. Overal staan prachtige orchideeën in de paarse huisstijlkleur. Ik neem plaats in een comfortabele fauteuil en laat me even later hartelijk welkom heten door de grote glimlach en het open gezicht van Lesley.

Lesley voor ‘zijn’ Manhattan © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Lesley gaat me voor naar het restaurant en het valt me op hoe perfect zijn manieren zijn, hij laat me voorgaan bij het instappen in de lift en hij groet iedereen bij naam, in het Nederlands, Engels of Spaans. Zijn gebaren begeleiden me de ruimte door en ondertussen kletsen we ronduit. Deze jongen weet hoe je iemand moet ontvangen en snel een vertrouwd gevoel kan geven.

Wat doe je nou eigenlijk als Hoofd Conciërge in een vijfsterren hotel?
‘Het is heel wat anders dan de conciërge op de Middelbare School. Als Hoofd Conciërge is het jouw taak om met je team te zorgen dat het verblijf van je gasten zo optimaal mogelijk is. Ik ben op de hoogte van de wensen van mijn (vaste) klanten, ik moet weten wie ze zijn en spring in op de behoeften van onze VIP’s. Wil je in een sterrenrestaurant eten, maar zitten ze vol? Ik regel het voor je.’

Lesley bij de receptie © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Wat is het gekste dat je ooit voor een VIP hebt moeten regelen?
Een gast was hier ten tijde van het WK. Hij was in Marken om jachten te bekijken en wilde binnen 40 minuten terug zijn in Rotterdam om een voetbalwedstrijd te zien. Ik heb toen een helikopter voor hem geregeld!’

Wat betekenen die gouden sleutels op de kraag van je jasje?
‘Die zijn van Les Clefs d’Ors, de internationale beroepsvereniging van conciërges  Als je over de juiste kwaliteiten beschikt, mag je daar lid van worden. Ik ben de jongste member. Je krijgt de sleutels niet zomaar en het is een eer ze te mogen dragen, omdat het een bevestiging is van mijn harde werken. Eigenlijk ben ik ook maar een jochie uit Rotterdam West, ik spreek naast dè talen ook de taal van de straat, en nu sta ik hier. Ik word uitgenodigd door sterrenrestaurants om hun nieuwe menu te proeven, ontmoet de rich en famous en geniet enorm van mijn werk.’

Lesley achter zijn desk in de lobby van The Manhattan Hotel © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Heeft jouw Indische achtergrond invloed op hoe je je baan uitoefent?
‘Ja, échte gastvrijheid heb ik geleerd tijdens mijn stage en werk als Guest Relations Manager in Indonesië. Het was eigenlijk niet mijn bedoeling om in Indonesië stage te lopen. Ik was er nooit geweest en wilde er eigenlijk de eerste keer met mijn ouders naar toe. Maar het moest denk ik zo zijn: ik kwam in Semarang terecht, de lievelingsstad van mijn opa en het huisnummer van het hotel was de geboortedatum van mijn vader.’

Tot slot laat Lesley me de prachtige kamers en suites van het hotel zien. Telkens klopt hij eerst met zijn pas tegen de deur. Niet om te checken of er mensen zijn, maar uit een Indische gewoonte; om ervoor te zorgen dat de spoken verdwijnen.

In de kamers van het Manhattan vind je verwijzingen van de Rotterdamse banden met Nederlands-Indië © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012