18
Jonge Indo op de Werkvloer: Markus Huppe
Wie: Markus Huppe
Leeftijd: 22 jaar
Hoe lang werk je al bij de Tong Tong Fair?
In 2005 (de 47e Pasar Malam Besar) ben ik begonnen als vrijwilliger bij de garderobe. In 2008 (50e Pasar Malam Besar) ben ik bij de organisatie terechtgekomen. Dit is dus mijn 8e jaar bij de Tong Tong.
Wat zijn je werkzaamheden bij de TTF?
Ik doe de coördinatie van de Ticketing en het tijdelijk personeel van de Tong Tong Fair. Elk jaar worden er tickets verkocht in heel Nederland en ook op internet. Het is mijn verantwoordelijkheid om het proces van de verkoop van de tickets vanuit de organisatie tot aan de bezoeker in goede banen te leiden. Vanwege de meerdere verkoopkanalen zoals online, per post-bestelformulier, verkooppunten en op bij Tong Tong kassa zelf is het een hele organisatie om dit in goede banen te leiden.
Een recente vernieuwing die ik bij het evenement heb geïmplementeerd is het nieuwe kassa systeem. Hiermee kunnen wij direct op locatie tickets uitprinten. Door deze printers hoeven de caissières minder handelingen uit te voeren waardoor we de wachtrijen bij de poorten sneller kunnen laten doorstromen. Elk jaar probeer ik door middel van verbeteringen de ticketing te optimaliseren.
Naast de coördinatie van de Ticketing zorg ik ook voor de coördinatie van het tijdelijk personeel. Het vaste Tong Tong team bestaat uit tien personen en wordt elk jaar aangevuld met ca. 200 vrijwilligers en betaalde krachten. Denk hierbij aan de mensen bij Infobalie, parkeerwachters, ticketcontroleurs, garderobe, caissières etc.
Wat is je beroep naast je werkzaamheden bij de TTF?
Ik ben een ondernemer in Indonesië en kom speciaal voor de Tong Tong Fair terug naar Nederland. In Indonesië run ik een eigen kantoor. In 2010 ben ik begonnen met een website PasarOnline.com. Pasar Online is een website vergelijkbaar met Marktplaats, maar dan voor Indonesië. De markt in Indonesië heeft een groot potentieel. Indonesië heeft bijvoorbeeld niet veel last van de financiële crisis omdat het een groeimarkt is. Het is een land met een potentieel van 240 miljoen. Ik vertrouw erop dat mijn business later tot de top 3 van de marktspelers behoort.
Welk optreden wil jij niet missen op de TTF van 2012?
Door mijn drukke werkzaamheden kan ik helaas niet alle programmaonderdelen zien. De korte momenten dat ik een programmaonderdeel kan zien vind ik leuk. Maar wat ik in iedergeval zoveel mogelijk wil zien zijn Anggun, ‘We came from the East’ door JeckosDANCE, Keroncong en Dangdut Behind The Actors, DwiBhumi, workshop Animal Pop, lezing ‘Sarongs van naam’ Design in batik, DJ Komandan Garuda, Indo-Quiz ‘IQ’, Anneke Grönloh, RASA & DJ Durian en Pentjak Melayu.
30
Jonge Indo’s in de liefde: Régina & George
Op Amsterdam Centraal sta ik bij een boekwinkel al een kwartier te wachten. ‘Het kan nog best even duren, want Indo’s zijn toch altijd te laat,’ denk ik. Régina (40) staat bij een andere boekwinkel te wachten en denkt precies hetzelfde. Als we elkaar hebben gevonden, duiken we een rustig cafeetje in en vraag ik haar het hemd van het lijf over haar en haar grote liefde George (43).
‘Voor mijn dertigste ben je van mij’
Régina heeft altijd Indische vriendjes gehad. Haar moeder altijd hoopte dat ze thuis zou komen met een Nederlandse jongen: ’Ik wist diep van binnen altijd wel dat dat niet zou gebeuren, het Indische zit er teveel ingebakken.’ Als meisje van 15 verdiende Régina haar zakcentje bij Toko Pasar Baru in Arnhem. De eigenaar had naast de toko ook een restaurant: Surabaya. Hier werkte George. Op een donderdagavond ging Régina met haar moeder een kop koffie drinken bij Surabaya, waar George het bestek stond te poetsen. Hij kon zijn ogen niet van haar af kon houden. ‘Wie is dat?!’ informeerde hij bij een vriend van Régina die daar ook werkte. ‘Het nichtje van de bedrijfsleider,’ antwoordde hij, en Régina en George werden aan elkaar voorgesteld. Een jaar later werd de toko verkocht en omdat Régina geld wilde blijven verdienen, ging ze bij Surabaya werken. George was daar erg blij mee en zette alle zeilen bij om haar te versieren. Helaas voor George vond Régina hem totaal niet interessant. Maar hij gaf niet op: ‘Voor mijn dertigste ben je van mij!’ drukte hij haar op het hart.
In de acht jaar dat ze collega’s waren, raakten ze goed bevriend. Andere liefdes kwamen, maar gingen ook weer. En tijdens een avondje stappen in 1995 sloeg de vonk dan toch eindelijk over. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Régina heeft een typisch Indisch uiterlijk, terwijl George niet voor iedereen even goed te plaatsen is, vooral vanwege zijn lengte van 1m94. Toen Régina’s nichtje hem voor het eerst zag vroeg ze verbaasd: ‘Ga je nou met een Marokkaan?’
Typisch Indische bruiloft
Op 18 september 1998 trouwde het stel. Lachend zegt Régina: ‘Precies één maand na zijn dertigste verjaardag. Had hij toch zijn zin!’ Wanneer Régina over haar bruiloft begint te vertellen straalt ze. ‘Het was een typisch Indische bruiloft. We hadden een geweldig groot Indisch buffet voor de familie en gasten van overdag en ‘s avonds nog meer gasten, véél Indische hapjes en heerlijke muziek. Leden van Georges Hollandse familie bedankten mij dat ze hun kinderen mochten meenemen naar de bruiloft. Dat snap ik dus niet. Dat hoort toch?’ Trots vertelt ze dat mensen in Ede het nu nog over hun bruiloft hebben. Toen ze aan een pasgetrouwde collega vertelde dat ze 350 gasten op hun bruiloft had gehad, werd er gezegd: ‘Ja, maar jij bent Indisch!’
‘Doe niet zo Belanda!’
Volgens Régina komt het Indische in hun relatie vooral vanuit haar doordat zij meer Indisch is opgevoed met twee Indische ouders. De in Naarden geboren George heeft een Indische moeder en een Nederlandse vader. Hij is erg nuchter, terwijl Régina erg (bij)gelovig is. Niet fluiten na 12 uur, geen nagels knippen na 12 uur, geesten enzo… George heeft hier helemaal niets mee, maar uit respect voor haar zegt hij er niets over. Régina’s vader zei altijd: ‘Als ik na mijn overlijden terugkom, doe ik een lamp aan.’ Thuis heeft ze in haar openhaard een lamp met vissen staan dat ze maar een lelijk ding vindt. Maar Régina’s vader vond de lamp prachtig. Na zijn plotselinge overlijden twee jaar geleden, kwam ze op een dag thuis en toen stond die lamp aan! Régina wist meteen dat het haar vader was. ‘Hallo papa, ik doe de lamp weer uit, ok?’ George reageerde veel te nuchter naar haar zin. ‘Het kan toch ook zijn dat ik aan die lamp heb gezeten?’ Die nuchterheid irriteert Régina af en toe wel. ‘Doe niet zo Belanda,’ zegt ze dan.
‘Volgend jaar gaan we gewoon weer’
Régina sleept George ieder jaar mee naar de Tong Tong Fair in Den Haag terwijl dat van hem niet zo nodig hoeft. Als hij er weer eens is geweest, is het voor hem voor de komende drie jaar genoeg. ‘Nee hoor,’ zegt ze dan, ‘volgend jaar gaan we gewoon weer!’ Indisch koken kan George wel als de beste, hij heeft er echt gevoel voor. ‘Ik kook alleen Indisch in het weekend,’ zegt Régina, bijna een beetje beschaamd. ‘Ik echt geen tijd om doordeweeks Indisch te koken hoor!’
Gezelligheid
Het meest Indische wat Régina terugvindt in George is vooral het gezellige. Ze hebben een bepaalde humor samen die ze niet echt kan plaatsen. De klik is er gewoon, het gaat als vanzelf. Allebei hebben ze sowieso altijd erg weinig gehad met het ‘niet-Indische’. Toen ze nog in Ede woonden hadden ze twee verschillende Indische vriendengroepen, één met wat oudere mensen en één met jongeren. ‘Met de jongerengroep gingen we stappen en naar de kermis en met de ouderen gingen we naar pasars en soulavonden. Het was altijd zoete inval toen. Er waren zelfs vrienden die een sleutel van ons huis hadden. We hadden drie banken zodat iedereen kon zitten, of desnoods liggen als ze daar zin in hadden. Iedereen was altijd welkom!’ Ze zucht even. ‘Nu we helemaal in Haarlem wonen, mis ik dat wel hoor. Maar, de Indische vrienden die we hebben, die hebben we voor het leven!’
16
Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen
Voor deze aflevering van Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader, bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.
In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’
Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.
‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.
Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer. Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’
Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’
Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen. ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’
De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’
‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij nog maar méér om muziek te maken.’
’Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’
Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl
24
Jonge Indo’s op de werkvloer: Edith Molemans
[box]Naam: Edith Molemans
Leeftijd: 33 jaar
Beroep: Advocaat/Partner bij Boontje Advocaten Arbeidsrecht
Werkzaamheden: Mijn dagelijkse praktijk als advocaat omvat alle aspecten van het arbeidsrecht met specifieke
aandacht voor het onderwijs- en ambtenarenrecht. Ik adviseer en procedeer voor zowel werkgevers als werknemers over uiteenlopende zaken, zoals ontslagzaken,
reorganisaties en arbeidsvoorwaarden. Naast mijn werkzaamheden als advocaat ben ik bestuurslid van de stichtingen Coolpolitics en
LokaalMondiaal.
Leukste aan het beroep: Dat ik als advocaat mensen van divers pluimage ontmoet met ieder hun eigen verhaal en dat
ik hen vervolgens kan bijstaan op basis van mijn expertise. [/box]
7
Jonge Indo’s in de liefde: Sanne & Jago
Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.”
Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een
Indische of Molukse achtergrond. Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies. Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?
Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”
“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.
Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan: “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.
Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.
Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!” Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.
In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem. Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.
Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien. Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd. Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”
Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd het monyet.” En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago. Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”
Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”
29
Jonge Indo’s in de Liefde: Nina & Roos
Via een skype-verbinding spreek ik met Nina (23) en Roos (24) vanuit een vakantiehuis in Zuid-Frankrijk waar zij, om met de woorden van Nina te spreken: via Indo, via Indo, via Indo, terecht zijn gekomen. De dames zijn net hun bed uit gerold als de internetverbinding tot stand komt, maar dit staat een leuk gesprek over hoe zij elkaar hebben ontmoet, hun relatie en Nina’s Indische achtergrond en familie niet in de weg.
Zoen me dan!
Toen Nina en Roos elkaar voor het eerst ontmoetten op een jaarlijks hockeytoernooi sprong de vonk niet meteen over. Dit kwam pas drie jaar later toen zij elkaar per ongeluk zoenden. Nina en Roos hadden het altijd gezellig samen en Roos meende dat als zij en Nina zouden zoenen, ze zeker zou weten lesbisch te zijn. Op deze uitspraak reageerde Nina met een duidelijk: ‘Zoen me dan!’ Aldus geschiedde en de vonk sprong over, maar toch duurde het nog een jaar voordat hun relatie ook echt een naam kreeg. Roos bleef het allemaal een beetje eng vinden en wist niet goed wat te doen, tot Nina het allemaal wat te lang vond duren en iets had van: ‘Later Roos, ik ga verder met m’n leven!’ Kennelijk was dit het laatste zetje dat Roos nodig had, want sindsdien zijn de twee alweer bijna drie jaar samen.
Indo-genen
Hun relatie omschrijven Nina en Roos als gezellig, waarin zij veel met elkaar delen. ‘Wij passen gewoon bij elkaar!’ Allebei vinden ze de ander op z’n tijd gek en koppig, waarop Roos aangeeft dat vooral zij de koppige is en Nina een echte Indo: stil. Over het algemeen heeft Nina wel een grote mond. Maar toen zij voor het eerst de ouders van Roos ontmoette zat ze stilletjes op de bank te kijken wat er allemaal gebeurde en wist ze niets te vertellen. Roos zegt lachend: ‘Van die grote mond blijft soms niets meer over! En als we ruzie hebben kan Nina soms wel drie dagen helemaal niets zeggen!’ Waarop Nina antwoordt: ‘Ik kan me er dan gewoon niet overheen zetten! Ik ben dan boos, snap het niet en kan niet normaal doen.’ Haar Indo-genen heeft Nina van haar vader. Ze is netjes, geordend en gestructureerd. Het Indische van Nina maakt ook dat zij beter begrijpt waarom ze is zoals ze is: ‘Zonder Indische genen ben ik een vreemde eend in de bijt. Kijk, als ik als persoon een boerenhollandse trien zou zijn, dan zou dat gewoon niet kloppen!’ Waarop zij en Roos in lachen uitbarstten.
De boze blik van oma
‘Alles wat Indo’s doen vind ik grappig en interessant!’ zegt Roos met een lach op haar gezicht. ‘Maar die Indische familie, dat was toch wel even wennen.’ Zo blijft Roos zich erover verbazen dat als jij niets zegt, zij niets vragen. Nina had bijvoorbeeld nooit verteld dat zij lesbisch was, maar nam Roos gewoon steeds mee naar familiefeestjes. Niemand vroeg ooit: ‘Wie ben jij en wat doe je hier?’ De eerste die dit vroeg was de Nederlandse vrouw van een Indische neef.
‘Als je iets wilt weten, dan vraag je dat toch gewoon?!’ vindt Roos. ‘En dan al die regeltjes!’ Toen Roos voor het eerst mee at bij de ouders van Nina, was zij volledig geïnstrueerd over wat wel en niet mocht aan tafel. Niet zingen, niet neuriën, niet uitrekken, niet zuchten en zo verder.. Maar zo zat Roos nog geen minuut aan tafel en zong ze mee met de radio. Dit gebeurde ook aan tafel bij het opperhoofd, de Indische oma van Nina. Hierop kreeg Roos rechtstreeks de boze Indische blik van oma, met als vervolg: ‘Wij zingen niet aan tafel!’ De les was snel geleerd.
Toekomstplannen![Nina-Roos [3]](http://www.indisch3.nl/wp-content/uploads/2011/09/Nina-Roos-3-300x225.jpg)
Roos geeft aan dat zij iemand is die soms behoefte heeft aan rust en stilte om haar heen, waar Nina het liefste 24/7 samen wil zijn. Hun toekomstbeeld van een huisje, boompje, beestje, moet volgens Roos dan ook bestaan uit een groot huis waar ze ook wat ruimte voor zichzelf kan creëren. Kinderen komen ook voor in dit totaalplaatje, en zowel Nina als Roos menen dat het Indische in hun gezin ook een rol zal spelen. Hoewel Roos wel vindt dat het misschien een beetje zielig is voor de kinderen, dat strenge en de regeltjes van Indo’s. Maar Nina is het hier niet mee eens, hun kinderen mogen later ook niet aan tafel zingen. Wat dat betreft is Nina een gewoontedier, wat Roos eigenlijk ook wel fijn vindt. Het heeft een positieve invloedop hun relatie. Nina reageert gekscherend: ‘Ik heb alleen maar goede invloeden en Roos niet!’ De verbaasde blik van Roos doet Nina weer in de lach schieten: ‘Roos! Grapje!’
25
Jonge Indo’s op de Werkvloer: Justin Verkijk
[box]Naam: Justin Verkijk ook bekend als DJ Frank Sumatra
Leeftijd: 25 jaar Beroep: Radio DJ bij Den Haag FM
Werkzaamheden: Radio maken
Leukste aan het beroep: “Ik ben niet gemaakt om hele dagen te werken. Ik riep van kleins af aan al dat het leven te kort is om te werken. Deze baan is perfect voor mij. Als ik ‘s avonds in bed lig denk ik vaak: morgen mag ik weer. En dat is een luxe”. [/box]
16
Jonge Indo’s in de Liefde: Maya & Johnny
In de eerste aflevering van de nieuwe serie ‘Jonge Indo’s in de Liefde’, waarbij we op zoek gaan naar de plek die het Indische inneemt in een relatie, het verhaal van de Indische Johnny (30) en de Javaanse Maya (24).
In september 2009 begon hun liefdesverhaal toen Johnny naar Java vertrok om “zijn” Maya op te zoeken. Een half jaar daarvoor hadden ze elkaar leren kennen via de Cinta Manis-hyve voor Indische en Indonesische online-daters.
Serieus
Maya had Johnny meegedeeld dat als hij serieus was, hij naar Indonesië moest komen. Johnny besloot na een paar maanden z’n koffers te pakken. Maya was verbaasd maar blij: ”Ook mijn ouders moesten zeker weten dat hij serieus was,’ vertelt Maya. ‘Ze waren zeer beschermend met betrekking tot het contact tussen Johnny en mij’.
Dat de liefde echt was bleek wel toen hij zich bekeerde tot de Islam om met Maya te kunnen trouwen. Had Maya’s moeder in eerste instantie nog gezegd dat haar grootvader zich zou omrollen in zijn graf nu zij zou trouwen met een Nederlander, toen ze elkaar op 31 juli 2010 op Bali het ja-woord gaven, waren beide families blij.
Vanaf het begin zorgde de gedeelde Indisch-Indonesische achtergrond voor herkenning. Johnnys grootouders kwamen eind jaren ’50 van de vorige eeuw vanuit Indonesie naar Nederland. Maya’s studeerde Nederlands aan de Universitas Indonesia en werkte bij de Nederlandse ambassade in Jakarta.
‘Johnny trok onmiddellijk zijn schoenen uit toen hij voor het eerst bij ons thuis kwam’, herrinert Maya zich. ‘Dat was een eerste teken van herkenning.’ Naar mate ze elkaar beter leerde kennen groeide die herkenning alleen maar. ‘Het is ontzettend fijn dat Johnny een Indische achtergrond heeft, er zijn veel dingen die ik aan Johnny niet hoef uit te leggen. Hij begreep dat wij thuis met de hand eten, een Hollander had ik dat ongetwijfeld moeten toelichten.’
Het Indische speelde echter niet altijd een rol in Johnny’s leven. Hij bracht elf jaar van zijn jeugd door in een Nederlands pleeggezin. Nu ze getrouwd zijn en in Nederland wonen, reikt Maya hem de ontbrekende puzzelstukjes aan. ‘Het is net of Maya de leegte van de afwezigheid van mijn Indische familie in mijn jeugd opvult.’
Inmiddels heeft Johnny met zijn beide families goed contact. Maya heeft een goede band met Johnny’s pleegmoeder en stimuleert hem contact te zoeken met zijn Indische vader. ‘Familie is heel belangrijk voor ons allebei, en dat begrijpen we van elkaar.’
Maya spreekt Indonesisch met de Indische grootvaders van Johnny, die apetrots zijn op hun kleinzoon die met een Indonesische getrouwd is. Het voelt op die manier een beetje als thuis voor Maya. ‘Ik mis mijn familie in Indonesië, maar de Indische familie van Johnny zorgt er voor dat ik me ook hier thuis voel.’
Eten
Ondanks zijn tijd in zijn Nederlandse pleeggezin is Indisch eten voor Johnny heel gewoon. Op zijn 17de keerde hij terug bij zijn Indische moeder en leerde hij het eten van zijn grootmoeder kennen. Toch moet hij eerlijk bekennen het eten van Maya lekkerder te vinden: ‘Ze kookt traditioneler, vind hij.’
Het eten zorgt af en toe ook voor verrassingen in de dagelijkse omgang. Zo verschillen de momenten waarop wordt gegeten. Johnny is gewend dat op gezette tijden te doen, Maya eet de hele dag door. En ook bepaald etenswaar roept bij de een of de ander verbazing op.
‘Kaas..’ zo verzucht Maya, ‘wat vind ik dat stinken! Ik snap niet dat jullie dat eten.’ Andersom heeft Johnny niets met durian: ‘Ik weet niet waar ik kijken moet als ik dat ruik.’ En dan is er nog ‘de kwestie pedis’. Daarin zoeken ze de middenweg. ‘Het eten is helemaal niet pittig!’ roept Maya uit. ‘Elke week maak ik het eten een beetje pittiger, we komen in de buurt maar het is nog lang niet pittig genoeg!’ Johnny begint te grinniken en vertelt: ‘Ik weet dat ze het eten langzaamaan steeds pittiger maakt, maar een paar weken terug zat ik flink te zweten aan tafel, toen was het echt even te veel.’
Nieuw leven
Inmiddels is Maya in verwachting van hun eerste kindje. Beiden stralen als ze er over praten. ’Onze dochter krijgt twee paspoorten en mag op haar 18de kiezen welke nationaliteit ze aanneemt.’ En zij zal een kind van twee werelden worden die haar ouders op een mooie manier laten samensmelten.
13
Jonge Indo’s op de werkvloer: Carmen Hendriks
[box]Naam: Carmen Hendriks
Leeftijd: 19 jaar
Beroep: Tattoo Artist
Bedrijf: Jim’s Tattoo Studio, Den Bosch
Werkzaamheden: Ontwerpen/tekenen en zetten van tatoeages
Periode: vanaf 2008
Droom: Ik wil heel graag stages lopen in Amerika en alle technieken leren. En ik wil bekend worden met mijn eigen stijl: vrouwelijk en sierlijk.[/box]
Meer info over Carmen en haar bedrijf is te vinden op www.jimstattoostudio.nl en http://carmen-carmen.hyves.nl/ . Heb jij zelf een beroep waarmee je op de foto wil? Mail dan je naam, leeftijd, en een korte beschrijving van je werkzaamheden naar redactie@indisch3.nl
7
Jonge Indo’s op de werkvloer: Sheela Hendriks
Na de succesvolle rubrieken Jonge Indo’s in de provincie en Jonge Indo in de muziek, introduceert Indisch 3.0 deze maand alweer een nieuwe serie: Jonge Indo’s op de werkvloer. In deze rubriek kun je de komende maanden fotoreportages zien over derde en vierde generatie Indische Nederlanders in hun eigen werkomgeving. Hiervoor reizen verschillende fotografen en redacteuren kriskras door Nederland. De eerste in de serie komt uit het “schone zuiden”.
[box]Naam: Sheela Hendriks
Leeftijd: 21 jaar
Beroep: Schoonheidsspecialiste
Bedrijf: Sheela’s Beauty Studio, Den Bosch
Werkzaamheden: Gezichtsverzorging, visagie (bruidsmake-up), manicure, lichaamsverzorging, massages, ontharing, tatoeage verwijdering.
Opleiding(en): Opleiding Instituut Thomas in Nederland en verschillende cursussen in Frankrijk en Italië.
Leukste aan het werk: Mee-eters uitknijpen. Minder leuk: Voeten. En soms heb ik moeite mezelf te aarden, als ik pidjit. Ik ben dan na afloop zó moe.[/box]
Meer info over Sheela en haar eigen bedrijfje is te vinden op www.sheelasbeautystudio.nl en http://sheelasbeautystudio.hyves.nl/. Heb jij zelf een beroep waarmee je op de foto wil? Mail dan je naam, leeftijd, en een korte beschrijving van je werkzaamheden naar redactie@indisch3.nl
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- No public Twitter messages.




























