Jonge Indo's in de liefde: Régina & George

Op Amsterdam Centraal sta ik bij een boekwinkel al een kwartier te wachten. ‘Het kan nog best even duren, want Indo’s zijn toch altijd te laat,’ denk ik. Régina (40) staat bij een andere boekwinkel te wachten en denkt precies hetzelfde. Als we elkaar hebben gevonden, duiken we een rustig cafeetje in en vraag ik haar het hemd van het lijf over haar en haar grote liefde George (43).

‘Voor mijn dertigste ben je van mij’
Régina heeft altijd Indische vriendjes gehad. Haar moeder altijd hoopte dat ze thuis zou komen met een Nederlandse jongen: ‘Ik wist diep van binnen altijd wel dat dat niet zou gebeuren, het Indische zit er teveel ingebakken.’ Als meisje van 15 verdiende Régina haar zakcentje bij Toko Pasar Baru in Arnhem. De eigenaar had naast de toko ook een restaurant: Surabaya. Hier werkte George. Op een donderdagavond ging Régina met haar moeder een kop koffie drinken bij Surabaya, waar George het bestek stond te poetsen. Hij kon zijn ogen niet van haar af kon houden. ‘Wie is dat?!’ informeerde hij bij een vriend van Régina die daar ook werkte. ‘Het nichtje van de bedrijfsleider,’ antwoordde hij, en Régina en George werden aan elkaar voorgesteld. Een jaar later werd de toko verkocht en omdat Régina geld wilde blijven verdienen, ging ze bij Surabaya werken. George was daar erg blij mee en zette alle zeilen bij om haar te versieren. Helaas voor George vond Régina hem totaal niet interessant. Maar hij gaf niet op: ‘Voor mijn dertigste ben je van mij!’ drukte hij haar op het hart.

In de acht jaar dat ze collega’s waren, raakten ze goed bevriend. Andere liefdes kwamen, maar gingen ook weer. En tijdens een avondje stappen in 1995 sloeg de vonk dan toch eindelijk over. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Régina heeft een typisch Indisch uiterlijk, terwijl George niet voor iedereen even goed te plaatsen is, vooral vanwege zijn lengte van 1m94. Toen Régina’s nichtje hem voor het eerst zag vroeg ze verbaasd: ‘Ga je nou met een Marokkaan?’

Jonge Indo's in de Liefde Regina en George Bruiloft
De familie tijdens de bruiloft

Typisch Indische bruiloft
Op 18 september 1998 trouwde het stel. Lachend zegt Régina: ‘Precies één maand na zijn dertigste verjaardag. Had hij toch zijn zin!’ Wanneer Régina over haar bruiloft begint te vertellen straalt ze. ‘Het was een typisch Indische bruiloft. We hadden een geweldig groot Indisch buffet voor de familie en gasten van overdag en ’s avonds nog meer gasten, véél Indische hapjes en heerlijke muziek. Leden van Georges Hollandse familie bedankten mij dat ze hun kinderen mochten meenemen naar de bruiloft. Dat snap ik dus niet. Dat hoort toch?’ Trots vertelt ze dat mensen in Ede het nu nog over hun bruiloft hebben. Toen ze aan een pasgetrouwde collega vertelde dat ze 350 gasten op hun bruiloft had gehad, werd er gezegd: ‘Ja, maar jij bent Indisch!’

‘Doe niet zo Belanda!’
Volgens Régina komt het Indische in hun relatie vooral vanuit haar doordat zij meer Indisch is opgevoed met twee Indische ouders. De in Naarden geboren George heeft een Indische moeder en een Nederlandse vader. Hij is erg nuchter, terwijl Régina erg (bij)gelovig is. Niet fluiten na 12 uur, geen nagels knippen na 12 uur, geesten enzo… George heeft hier helemaal niets mee, maar uit respect voor haar zegt hij er niets over. Régina’s vader zei altijd: ‘Als ik na mijn overlijden terugkom, doe ik een lamp aan.’ Thuis heeft ze in haar openhaard een lamp met vissen staan dat ze maar een lelijk ding vindt. Maar Régina’s vader vond de lamp prachtig. Na zijn plotselinge overlijden twee jaar geleden, kwam ze op een dag thuis en toen stond die lamp aan! Régina wist meteen dat het haar vader was. ‘Hallo papa, ik doe de lamp weer uit, ok?’ George reageerde veel te nuchter naar haar zin. ‘Het kan toch ook zijn dat ik aan die lamp heb gezeten?’ Die nuchterheid irriteert Régina af en toe wel. ‘Doe niet zo Belanda,’ zegt ze dan.

‘Volgend jaar gaan we gewoon weer’
Régina sleept George ieder jaar mee naar de Tong Tong Fair in Den Haag terwijl dat van hem niet zo nodig hoeft. Als hij er weer eens is geweest, is het voor hem voor de komende drie jaar genoeg. ‘Nee hoor,’ zegt ze dan, ‘volgend jaar gaan we gewoon weer!’ Indisch koken kan George wel als de beste, hij heeft er echt gevoel voor. ‘Ik kook alleen Indisch in het weekend,’ zegt Régina, bijna een beetje beschaamd. ‘Ik echt geen tijd om doordeweeks Indisch te koken hoor!’

Jonge Indo's in de Liefde Regina en George
Régina en George

Gezelligheid
Het meest Indische wat Régina terugvindt in George is vooral het gezellige. Ze hebben een bepaalde humor samen die ze niet echt kan plaatsen. De klik is er gewoon, het gaat als vanzelf. Allebei hebben ze sowieso altijd erg weinig gehad met het ‘niet-Indische’. Toen ze nog in Ede woonden hadden ze twee verschillende Indische vriendengroepen, één met wat oudere mensen en één met jongeren. ‘Met de jongerengroep gingen we stappen en naar de kermis en met de ouderen gingen we naar pasars en soulavonden. Het was altijd zoete inval toen. Er waren zelfs vrienden die een sleutel van ons huis hadden. We hadden drie banken zodat iedereen kon zitten, of desnoods liggen als ze daar zin in hadden. Iedereen was altijd welkom!’ Ze zucht even. ‘Nu we helemaal in Haarlem wonen, mis ik dat wel hoor. Maar, de Indische vrienden die we hebben, die hebben we voor het leven!’

Wanneer dromen tastbaar worden (3)

wanneer dromen tastbaar worden (3) Roos

Verre reizen
brengen veel teweeg
ze spelen in op je gevoel
halen je uit een vast patroon
deadlines zijn er even niet
de tijd is weer van jou
achter de hout bewerkte deuren
schuilt een wereld
die je nog niet kende
uit boeken misschien
‘The Lonely Planet’
maar een boek kent geen geur
geen aanraking
een boek is soms enkel een voorbereiding
op een droom die langzaam tastbaar  wordt
voor mij althans

Ubud
‘Taxi, taxi, you want taxi?’ Geen taxi voor ons vandaag. Enkel ‘wennen’ staat op het programma. Wennen aan het klimaat, het ritme, de geur, de mensen om ons heen, cultuurverschillen. Wennen aan Indonesië. Het gevoel van ‘thuiskomen’ heb ik niet direct. Een teleurstelling? Nee, ik ben Indisch, maar ook Nederlands. Dus wat is thuis? Staat dat in je paspoort of is dat bij je familie? Wat is míjn thuis? Vragen, vragen en nog meer vragen. En ik ben nog geen 24 uur in Indonesië.

Ubud is anders. De straten zijn ongelijk. Ik struikel vaak, moet toch echt mijn voeten beter optillen. Er zijn veel winkeltjes en iedereen wil je iets verkopen. In verschillende boeken heb ik gelezen dat je moet afdingen omdat de prijzen echt te hoog zijn. Afdingen is nooit mijn sterkste punt geweest en dat lijkt nog even zo te blijven. Een oude vrouw zit voor haar winkel waar ze houten sieraden verkoopt. Ik heb een zwak voor sieraden, voor natuurlijk materiaal en voor oude mensen. Ik moet de winkel in. De oude vrouw spreekt bijna geen Engels maar met handen en voeten komen we een heel eind. Ik zie een armband die lijkt op de armband die mijn moeder ooit van haar oma Suus kreeg. Het verhaal gaat dat je minder last van hoofdpijn hebt als je deze armband draagt. Ik wil graag weten of dat hier ook zo is. Daar zit ik dan achter in de winkel naast de oude vrouw te wijzen naar mijn hoofd, terwijl ik ‘auw auw’ zeg. Sommige woorden zijn universeel toch? Ik dénk dat ze me begrijpt. ‘Yes,’ antwoordt ze. ‘You want one?’ Ik kan geen nee zeggen en waarschijnlijk betaal ik teveel, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er minder voor te geven.

Na wat langer door de straten van Ubud te hebben geslenterd is het tijd voor eten. In een restaurantje krijg ik een kaart met enkele voor mij, bekende gerechten. De soto doet mij denken aan thuis. Soto is voor mij onlosmakelijk verbonden met mijn verjaardag, mijn verjaardag is verbonden met mijn familie en mijn familie is verbonden met Indonesië. Ik neem soto. Deze is anders, maar toch herken ik de smaak. Terwijl ik eet, denk ik na. Nu ik hier ben besef ik nog meer dat dit kleurrijke land ooit het thuis van mijn opa, oma, moeder, ooms en tantes was. Dat Nederland plotseling hun nieuwe thuis werd. Maar voelde Nederland als thuis? Als ik al zoveel kleine dingen terugvind in Indonesië, de geur, de humor, het verhaal achter de armband, hoe moet het dan voor hun zijn geweest om te aarden in Nederland? Hebben ze er enkel het beste van gemaakt door een stukje Indië mee te nemen naar Nederland en dit van generatie op generatie over te dragen? Vasthouden door doorgeven? Ik weet het niet.

Indo Ink: Tattoo Yanoezs

Volgens de wet van vraag en aanbod groeit naast vraag naar tatoeëerders ook het aanbod van tattooshops. Maar hoe begin je nou een tattooshop? De Molukse Yance Thenu is dit avontuur aangegaan en heeft afgelopen augustus Tattoo Yanoezs geopend in Venlo. Indo Ink vroeg hem over zijn pad naar het tattoo ondernemerschap.

fotografie: Armando Ello

Yanoezs is volgens mij Venlo’s best kept secret. Te midden van een troosteloos ogend centumdeel van Venlo staat een lel van een sportschool alwaar je pas achteraan een van de keldergangen op Yanoezs stuit. Deze speurtocht laat je in gedachten al gauw achter je als je Yanoezs binnentreedt. Je ervaart hier namelijk geen standaard, ruig inkthok waar de doodshoofden op je afkomen, maar een verfrissend en vooral gezellig huiskamer idee dat tot in elk detail Yance’s persoonlijkheid uitademt.

Start-up
Yance (1982) werd geboren in Vught en groeit op in het Molukse kamp Lunetten. Na het Grafisch Lyceum is hij voornamelijk kantoorwerk gaan verrichten en hield zijn creatief werk op hobbyniveau. “Ik ben naast mijn werk altijd bezig geweest met tekenen en begon 14 jaar geleden met tatoeëren. Ondanks dat ik veel klandizie had, durfde ik de stap tot een eigen zaak nog niet aan. Voornamelijk mijn ouders zagen de onzekerheden van het zelfstandig ondernemerschap als te risicovol”. De omslag kwam in april 2011 toen zijn neefje en jarenlang tattoopartner zijn eigen shop ‘Tattoo G’ opende in Tilburg. Met menig jaren aan ervaring en nu steun van zijn ouders en zijn (Indische) vriendin Patty, ondernam hij de stap tot het beginnen van Yanoezs. Naast support is volgens Yance zijn instelling primair geweest aan zijn snelgeboren succes. “Een positieve instelling is nog belangrijker dan jouw vaardigheden. Ben je positief, dan krijg je positiviteit terug van je omgeving. Ik heb ook geen ondernemingsplan gemaakt, maar ben na mijn inschrijving meteen begonnen met het zoeken van een pand en het werven van klanten. Hierin stond steeds mijn instelling centraal”.

Leerlingen
Een voorbeeld van feedback op zijn positieve instelling zijn de leerling-tatoeëerders die hij al vrij snel na de opening had aangetrokken. Romano (aka ‘Truusje’) en Wesley (allebei 22) zijn beiden spontaan en ieder op geheel eigen wijze leerling van Yance geworden. Naast hun dagelijkse banen in respectievelijk het leger en een restaurant, zijn zij via Yance’s begeleiding gaan tatoeëren en is bij hen ook hun droom reëel geworden om van hun creatieve hobby’s hun werk te gaan maken. “Wij hebben een wisselwerking. Zij leren van mij en terzijde helpen zij in de shop met bijvoorbeeld de verdere uitbreiding en ontvangst van klanten. Ik focus eerst op hun instelling en dan pas op hun vaardigheden. Zo maken wij gezamenlijk de shop.”

Stijlen vs. cultuur
Ondanks Yance’s persoonlijke interesses en culturele achtergrond, zijn het voornamelijk de achtergronden van zijn klanten die de stijl van de tatoeage bepalen. “Het kan best dat er Molukse elementen in een tattoo verwerkt worden, maar dat zal eerder aan de achtergrond van de persoon zelf liggen. Het levensverhaal en de ideeën van de persoon in de stoel staan centraal. Ik had laatst bijvoorbeeld hier een persoon met een eigen recording studio genaamd Protailz. Bij hem kwamen muzieknoten, pianotoetsen tot zijn bedrijfslogo in zijn tattoo terug. Bij een ander waren het Cendra Wasih’s en de sterfdatum ’28-4’ ter nagedachtenis van zijn Indische grootouders. Het zijn mijn eigen interpretaties van iemands wensen en voorkeuren die de tattoo bepalen, eerder dan een voorgeschreven stijl.”

Davy
Tijdens het interview zit de Indische Davy (telg van de bekende familie ‘Purvis’) in Yance’s stoel. Zijn rechterarm zit al bijna geheel vol met Indische elementen als eerbetoon aan zijn grootouders.
“Als oudste van de kleinkinderen, vind ik het belangrijk dat de Indische cultuur bij ons erin moet blijven en dat ik hierin een voorbeeld ben voor de anderen. Het is in eerste instantie niet eens Yance’s connectie met mijn achtergrond dat ik hier zit, maar ik voel mij hier thuis en begrepen in wat ik graag wil”.

Yance’s magic
Terwijl Yance verder gaat met de wayang op Davy’s arm, bedenk ik mij dat Davy exact de magie van Yanoezs te pakken heeft. In de gezellige, ontspannen sfeer vergeet je dat je een tattooshop bent, krijg je de tijd om gezamenlijk tot het gewenste ontwerp te komen en om bijvoorbeeld over wat last minute angst voor de naald heen te komen. Van een koelkast gevuld met eten en drinken tot een TV waar je een willekeur aan films op kan kijken, je zou haast in tweede instantie pas voor een tattoo hier naar toe komen. Yance heeft met succes zowel zijn persoon als de Molukse gastvrijheid weten te verwerken in een eigen bedrijf. Hier chillen mensen, krijgen de ruimte om zichzelf te zijn en oja, laten ook nog eens een tattoo zetten!

[learn_more caption=”Meer over Tattoo Yanoezs”]Wil je meer weten over Tattoo Yanoezs? Bezoek dan zijn website http://www.tattooyanoezs.nl of zijn Facebook pagina http://www.facebook.com/tattoo.yanoezs.[/learn_more]

Michael Jeremy – uitersten combineren en samenbrengen

Michael Jeremy (27) producer en rapper uit Utrecht

Voor deze aflevering van  Jonge Indo’s in de muziek toog Indisch 3.0 naar Utrecht Overvecht, waar producer en rapper Michael Jeremy (27) woont. De muziek heeft hij van huis uit mee gekregen van zijn vader,  bassist en geluidsman, die hem al vroeg in aanraking bracht met verschillende instrumenten. Op jonge leeftijd maakte hij zijn eigen mixtapes.

In de stromende regen kom ik bij een reusachtige flat in Overvecht. Een beetje verloren kijk ik om me heen, maar Michael Jeremy heeft me zien fietsen en hangt op de tiende verdieping uit het raam om me te verwelkomen. Bij binnenkomst valt me een eigenaardige combinatie van de inrichting op. In de huiskamer staat een houtgesneden Dewi én een vitrinekast met Star Wars spullen. In de muziek houdt Michael Jeremy ook van het combineren van uitersten: ‘Het leukste van muziek maken is dat je heel creatief bezig bent. Ik mix allerlei stijlen met elkaar, metal, pop, dubstep, rock, maar wel altijd met rap erin. Daarmee is mijn interesse voor muziek begonnen: zelf teksten schrijven en heel veel naar hiphop luisteren.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn studio

Kritisch én positief
Samen met huisgenoot Peggy Lou schrijft Michael Jeremy Nederlandstalige raps waarin positivisme en maatschappijkritiek hand in hand gaan. ‘Je kunt wel zeggen wat er niet goed is aan de samenleving, maar je moet ook een alternatief bieden. Alleen maar klagen werkt niet echt inspirerend.’ Dat de twee huisgenoten met hun muziek een boodschap willen overbrengen blijkt wel uit het feit dat ze in 2010 voor de SP het campagnenummer ‘Stem voor je Stufi’ geschreven en geproduceerd hebben.

‘Ik schrijf altijd eerst de tekst, dan pas de beat. Bij hiphop is het vaak andersom, maar zo werk ik gewoon niet. Ik bedenk eerst wat ik wil vertellen en pas de muziek daarop aan. Want het mooiste is als je uit de muziek de boodschap van de tekst kunt afleiden.’
Dit jaar staat de release van de EP ‘Stille Schreeuw’ gepland. Wat begon als een experimenteel hip-hopalbum, is gaandeweg meer een cross-over project geworden van rock, pop, rap en af en toe zelfs een dubstep nummer.

Huisstudio
Na al dat gepraat over muziek ben ik nieuwsgierig geworden en wil ik wel wat horen. Eén kamer in het huis is omgebouwd tot huisstudio, met een elektronisch drumstel, basgitaar, verschillende toetsinstrumenten en natuurlijk speakers en een computer.  Al een paar jaar is hij bezig om de studio, naast zijn werk, op te bouwen. ‘Ik ben afgestudeerd in sociaal juridische dienstverlening, en ben nu voltijds aan het werk.’ Benieuwd naar wat zijn ambities zijn, vraag ik of hij zijn projecten als producer wil uitbreiden: ‘Ik heb de laatste tijd veel nieuwe spullen aangeschaft voor de studio, dus ja, het is wel een soort van investering.’

Het valt me op dat de muziek die ik te horen krijg heel melodieus is, met veel aandacht voor de instrumenten. Bij rap ben ik geneigd  te denken aan volgerapte tracks, waarin één en dezelfde beat de boventoon voert. Maar dit zijn liedjes met een popstructuur, mooie vocalen én ruimte voor extatische solo’s. Voor de gezongen refreinen zet Michael Jeremy steeds een andere zanger of zangeres in. En de instrumentalisten hoeft hij al helemaal niet ver te zoeken: ‘Mijn oom heeft de gitaar ingespeeld,’ vertelt Michael Jeremy terloops. En tijdens het interview blijkt dat er wel meer familieleden als gastmuzikanten aan zijn nummers meewerken. Of hij met opzet familie mee wil laten doen, of dat het gewoon handig is, de muzikanten zo dichtbij, antwoordt hij lachend: ‘Indische mensen zijn gewoon goed in muziek.’

Het Indische gevoel van Michael Jeremy
Zijn vader en moeder zijn allebei Indisch. Hun families waren bevriend met elkaar en zo hebben zijn ouders elkaar leren kennen.  ‘Het Indische gevoel is voor mij het lekkere eten en het familiegevoel; mijn neven zijn ook mijn beste vrienden bijvoorbeeld. En de humor – zoals grapjes in die typische tongval – die een niet-Indo misschien niet zou herkennen. Toch zijn Indische  mensen vaak wel bescheiden, een beetje timide soms; zoals zaken met ‘soedah, laat maar’ afwimpelen. Maar zelf ben ik niet zo. Dat past gewoon niet bij me.’

De vrijheid van muziek
‘De vrijheid van doen wat je zelf wilt, vind ik heel belangrijk. Of het nu om werk, school of iets anders gaat, die vrijheid heb je niet altijd. Als ik muziek maak en teksten schrijf, is er niemand die zegt wat ik moet doen. Dat wil ik graag zo houden. Het is een manier om de maatschappij te ontvluchten en nieuwe werelden te ontdekken.’

Michael Jeremy (Studio MJ)
Michael Jeremy in zijn thuisstudio

‘Met mijn muziek trek ik de luisteraar graag uit zijn dagelijkse sleur. Ik deel graag mijn creativiteit en passie met anderen. Als iemand zich door mijn muziek getroost voelt wanneer hij alleen is en weer lacht, dan motiveert dat mij  nog maar méér om muziek te maken.’

 ‘Muziek zal altijd een grote rol in mijn leven spelen. Als ik geen muziek maak, luister ik het wel de hele dag. In mijn ideale wereld zou ik elke dag tracks maken met de beste artiesten. In een grote studio in de bergen, goed voor de akoestiek, met slaapgelegenheid en onbeperkt gevulde bar. En een toko in de buurt!’

Op de website van Michael Jeremy zijn binnenkort snippets te beluisteren van de EP “Stille Schreeuw”: www.michaeljeremyprojects.nl

Hoe Indisch is Jamie Grant?

Jamie Grant door Frederique Vlamings

“Indorock? Ken ik niet,” zegt Jamie Grant (Tilburg, 1986). “Is dat iets anders dan soul?” Haar ooms en tantes en neefjes en nichtjes in Brabant gaan regelmatig naar soulparty’s, vertelt de jonge actrice. “Daar ontmoeten ze dan andere Indische mensen.”

Tekst: Ricci Scheldwacht
Fotografie: Frédérique Vlamings voor Moesson

Wie de tv-serie In therapie heeft gezien, zal haar ongetwijfeld herkennen als een van de patiënten die plaatsnamen op de sofa bij therapeut Peter Blok. Daarin hield ze zich gemakkelijk staande naast doorgewinterde acteurs als Monic Hendrickx, Jacob Derwig en Anneke Blok. Met ingehouden woede speelde ze op indrukwekkende wijze de breekbare Sascha, een jong meisje dat te horen heeft gekregen dat ze kanker heeft.

Eerder viel Jamie al op naast Hans Teeuwen in de tv-film Gewoon Hans en in de politieserie Flikken Maastricht. Tijdens de opnamen daarvan zat ze nog op de Toneelacademie in Maastricht. “Allebei heel andere rollen, maar ook superleuk om te doen.”

Vorig jaar, direct na haar afstuderen maakte ze haar theaterdebuut in het stuk Het portret van Dorian Gray bij theatergroep Artemis. Het leuke was dat twee van haar klasgenoten ook in die productie meespeelden, vertelt Jamie. “Dat was fijn, want de opleiding is heel intensief en na vier jaar ken je elkaar door en door.” Met een aantal vriendinnen van school heeft ze daarom nu plannen om samen een toneelstuk te maken, dat ze ook zelf gaan schrijven. Er moet nog veel gebeuren, maar het wordt een heel weird stuk, wil ze alvast verklappen.

Jamie komt uit een grote Indische familie. Bij haar vader thuis waren ze met negen kinderen. Haar oma en opa kwamen met hun oudste kinderen met de boot naar Nederland. De jongere kinderen, zoals haar vader werden in Nederland geboren. “Nederlandse mensen zien nooit dat ze Indisch is, maar Indische mensen zien dat altijd. Dan zeggen ze: ‘Halfbloedje hè?’”

Hoe Indisch is Jamie Grant? In het eerste nummer van Moesson van 2012 vertelt ze over de vertrouwde zondagmiddagen bij haar opa en oma thuis.

Duit, Handuk, Buncis en Knalpot

Als gevolg van 350 jaar Holland in de Tropen zijn veel woorden uit onze taal aan het Indonesisch blijven kleven. In totaal bevat het Bahasa Indonesia een paar duizend leenwoorden uit het Nederlands. Op reis door de archipel merk je dat direct. Maar niet alleen in het standaard Indonesisch zitten Nederlandse woorden, ook in het Javaans, Sundanees en Manadonees hoor je bekende woorden terug. En natuurlijk in het Bahasa Gaul, waar ik eerder over schreef. Al moet je soms wel goed luisteren om de woorden te herkennen.

Zo had ik een paar reizen naar Indonesië nodig voor ik doorhad dat het woord permak, wat opknappen betekent, komt van het Nederlandse “vermaken” en wordt gebruikt als je iets wil repareren. Nog zo een: duit (spreek uit: doe-iet), wat een ander woord is voor “geld”, komt van het Nederlandse “duit”. Duurde bij mij even voor het kwartje viel…

Het is sowieso wat lastiger geworden om Nederlandse woorden te herkennen doordat de spelling van een aantal gangbare lettercombinaties in de loop van de tijd is veranderd. De “tj” werd “c”, de “j” werd “y” en de “oe” werd “u”. Handuk was eerst gewoon handoek, en peci (spreek uit pe-tjie), het woord voor het door moslimmannen gedragen hoofddeksel, gewoon petje.

Maar er zijn nog veel woorden één op één te herkennen, zoals het woord buncis, afkomstig van “boontjes”, en koki van het Nederlandse “kokkie” of “kok”. Je weet wel, die persoon die elke avond eten bereidde terwijl de Hollander op de veranda dronk uit een kokosnoot (is kelapa, weer van het Nederlandse “klapper”, of was het andersom?) en aspal, afkomstig van “asfalt”.

“Wel handig zoveel Nederlandse woorden”, hoor ik een aspirant Indonesiëreiziger wel eens zeggen. Helaas is er weinig hoop voor mensen zonder talenknobbel. Met alleen Nederlands kom je namelijk niet zo ver. Behalve als je brommer- of autopech hebt,  en dan alleen als je problemen hebt met je ban, setir, persnelling, kopling of knalpot.

De “Nederlandse” woorden worden bovendien vaak net anders uitgesproken en welke variant je hoort, hangt af van de plek. In West-Java bijvoorbeeld, en dan vooral rond Jakarta, wordt het woord preman gebruikt om kleine straatcriminelen aan te duiden. Dat woord komt weer van “vrij man”. Oftewel, vrije jongen.

In Makassar in Zuid-Sulawesi hoorde ik een paar jaar terug een van de leukste voorbeelden van ver-indonesisch-t (hoe schrijf je dat eigenlijk?) Nederlands: iedereen gebruikte als stopwoordje aan het eind van de zin ‘Ya toh?’ Uiteraard afkomstig van het Nederlandse “ja, toch?” Ik schoot er steeds van in de lach tot ik het na anderhalve week zelf ook deed en het duurde een hele tijd voor ik het weer kwijt was.

Natuurlijk zijn er andersom in het Nederlands ook veel Indonesische woorden. Daar zou ik eigenlijk een aparte blog aan kunnen wijden. Toch een paar… “Met je blote kakkies lopen”, komt van het Indonesische woord kaki, wat voet betekent. “Dat is iemands pakkie-an”, komt van het woord bagaian, wat “deel” of “aandeel” betekent. Oh ja, en natuurlijk “amok maken”, van het Indonesische amok, wat ruzie betekent.

Bij ons wordt het vernederlandste Indonesisch natuurlijk nog wel in de oude spelling geschreven. Wij noemen kroepoek tenminste nog gewoon kroepoek! Daar voelen wij ons meer senang bij, ya toh?

In de keuken: chefkok Rolf Weyzig

Voor deze aflevering van “In de keuken” stelde chefkok Rolf Weyzig de keukendeuren, van Eetkamer van Zanten in Amersfoort, verwelkomend open. Naast een kijkje in de keuken werd er gesproken over lekker en gezond eten, waarover te lezen is in de januari-editie van Moesson. Bij Indisch3.0 hebben we ditmaal twee recepten gebaseerd op de Indische keuken, speciaal voor de gelegenheid samengesteld door de chefkok!

Foto’s: Tabitha Lemon

Op de huid gebakken zalm geserveerd met cashewnoten-pandanrijst en tahoe gevuld met prei

© Tabitha Lemon

Benodigdheden (voor 4 personen)
4 stukken zalm (met huid) van ongeveer 160 gram
2 stengels citroengras
2 stuks verse peper (in grove stukken)
3 teentjes knoflook (gesneden)
3 tl. ketoembar
250 ml. kokosmelk
1 limoen (in 4 parten)
zout en peper

200 gr. pandanrijst
6 el. cashewnoten
1 part citroen
1 el. poedersuiker
½ blok tahoe (halveren en diagonaal snijden)
1 middelgrote prei (de helft hiervan fijngesneden)
eiwit van 1 ei
3 el. soja
1 el. gembersiroop
1 teen knoflook
zout en peper

Bereidingswijze
Je hebt vier tahoe-driehoekjes. Maak in alle vier een inkeping, deze zul je later vullen met prei. Frituur de tahoe ongeveer drie minuten, laat dit vervolgens uitlekken en afkoelen.

Snijdt de prei fijn, was deze en laat het vervolgens uitlekken. Bak vervolgens de knoflook met wat zout en peper, en laat dit iets afkoelen. Voeg de prei en het eiwit toe en vul de tahoe met het preimengsel. Je kunt de tahoedriehoekjes in een ovenschaaltje verder laten garen in de over (verwarm deze voor op 180°C en zet de tahoe er 8 minuten voordat de zalm gaar is in).

Meng de soja met de gembersiroop en zet dit even weg.

Kook de pandanrijst en laat deze ongeveer acht minuten afgedekt rusten. Ondertussen doe je de cashewnoten, sap van één part citroen en de poedersuiker in een keukenmachine of blender en maalt dit fijn. Vervolgens vermeng je dit met de rijst.

Doe in een pan wat olijfolie en zet het vuur op een laag pitje. Leg meteen de zalm met het vel naar beneden in de pan. Voeg alle andere ingrediënten (behalve de santen!) rondom de zalm toe en niet erop! Bedruip de zalm zo nu en dan met het vocht uit de pan. Houdt het vuur laag zodat de zalm op een rustige wijze gaart, de overige ingrediënten trekken op deze manier ook goed in de zalm. Het duurt ongeveer vijftien minuten tot de zalm van binnen wat glazig is en mooi qua gaarheid.

Voordat je de zalm op de borden legt, haal je deze uit de pan en giet je hier de kokosmelk in. Laat dit even inkoken terwijl je blijft roeren, zo krijg je een pittig sausje voor over de zalm!

Voor de opmaak van het bord: verdeel de rijst over de vier borden, gebruik hier bijvoorbeeld steekringen voor. De zalm leg je met het vel naar boven en een gevulde tahoe op het bord. Als laatste een beetje pittige saus over de zalm en wat soja-gember saus over de tahoe.

Gebakken lontong met gamba’s, sesamzaad en pandang-koenjit saus

© Tabitha Lemon

Benodigdheden (voor 4 personen)
16 gamba’s (schoongemaakt)
1 zakje lontong
4 el. sesamzaad
250 ml. kookroom
2 pandangbladeren
1 ½ tl. koenjit
1 ½ teen knoflook
zout en peper

Bereidingswijze
Kook het zakje lontong bij voorkeur een dag van te voren, zo kan het goed afkoelen en is de lontong makkelijker te snijden in plakken.

Zet een kleine braadpan op het vuur met wat olie erin. Bak de sesamzaadjes tot deze (licht)bruin zijn en laat deze afkoelen op een bord.

Nu ga je drie dingen tegelijk doen (spannend!):
1. Je zet een pannetje op om je gamba’s te bakken.
2. Je zet een pannetje op om je plakken lontong in te bakken.
3. En je zet nog een pannetje op met daarin de kookroom, pandangbladeren, koenjit, knoflook en wat zout en peper voor de saus. Laat dit alles een beetje inkoken.

De gamba’s en de lontong bak je om en om!

Voor de opmaak van het bord: leg een plak gebakken lontong op het bord en strooi hier wat sesamzaad op. Leg vier gamba’s op de lontong en vervolgens wat saus eroverheen.

Selamat Makan!

Rolf Weyzig

Kijk ook eens op: www.eetkamervanzanten.nl

 

© Tabitha Lemon

 

© Tabitha Lemon

 

© Tabitha Lemon

Selamat Tahun Baru!

Beste lezers,

Indisch3.0 wens jullie een gezond, gelukkig en vooral ‘Indisch’ 2012 toe!

Met vriendelijke groet,

De Redactie