Ari Purnama (31), filmmaker and independent researcher

CinemAsia Filmfestival, 4-7 april 2013, De Balie Amsterdam

From April 4th till April 8th, Asian film lovers will be filling up the rooms of De Balie in Amsterdam: CinemAsia Filmfestival will take place for the fifth time. One of the films premiering at this biannual festival, is Onze Band met Rijst, by CinemAsia Filmlab winner Ari Purnama (Bandung, 1981). Who is this Indonesian film maker?

Ari Ernesto Purnama (c) Andri Suryo/ CinemAsia 2012
Ari Ernesto Purnama (c) Andri Suryo/ CinemAsia 2012

Ari Purnama comes from an entrepreneurial family. His mother plays a central role in it. Ari did his bachelor in Communication Science and came to the Netherlands in 2009 for a research master’s degree in Cultural Studies. Ari believes in “the capacity of cinema as an emancipatory and powerful storytelling medium, therefore making film is more than a passion for me.” I interviewed him this week, in between the final editing of his film.

A nursing home
The synopsis of Ari Purnama’s short, fictional film is intriguing: “On her 81rstbirthday, an Indo-Dutch (grand)mother named Jolanda discovers the news that her three children have decided to put her in a nursing home. Fearing that she might upset the children, she accepts the decision, even though she’s suffering inside. Her agony leads her to retaliate by undertaking a decision that will shock her children to death. Revenge is sweet, but a silent revenge is a sweeter one!”

Still van Tante Vera/ behind the scenes door Michael Kopijn (c) michael@bacteria.nl
Still van Tante Vera/ behind the scenes door Michael Kopijn (c) michael@bacteria.nl

First generation stories
The way (even) Indo-Dutch families care for their elderly, clearly differs from the Indonesian way. How does Ari view the Indo-Dutch community in the Netherlands? “I am always interested in hearing the stories about leaving Indonesia and coming here. But it is often hard to talk to them on a personal level. You don’t get in-depth answers and it’s hard to get inside the Indo-Dutch communities. I love the distinctiveness of that culture, but we hardly hear about this in Indonesia.”

Manipulated history
Why should people in Indonesia hear these stories, I ask. “We hardly hear about the activities of the Indo-Dutch community in the Netherlands, or the stories of the first Indo-Dutch generation. Unless you have these family members, of course. The younger generation needs to hear both sides of the story, it’s important because during the Soekarno and Soeharto’s times, history was strongly manipulated. It would be beneficial for the newer generation to get insights into this chapter of Indonesia-Netherlands relation.”

The cast
Ari lives in Groningen. Although there are many Indonesian students living there, he points out that there is no big Indo-community like in the west of Holland. “The actors in my film come from all corners of the Netherlands. Even from Ossosch. In terms of background, the cast is quite diverse, but they all have Indonesian roots. Some of them are of mixed descent, and one has a Moluccan background. From all of them, only the protagonist (played by Tante Vera Willemsen) was born in the Dutch East Indies, the rest were born in the Netherlands.”

Still behind the scenes/ tante Vera & Ari Purnama (c) Michael Kopijn@bacteria.nl
Still behind the scenes/ tante Vera & Ari Purnama (c) Michael Kopijn@bacteria.nl

Lemper
Before we wrap up the interview, I have to ask him The Question: how does Ari like our Indofood? “Haha! Well, I love your version of the lemper. In Indonesia, it is sweet and small. Here, there is more flavor to it and it is a lot longer. Every time I get food, I indulge myself in them. My favourite toko in Groningen? That would be Toko Semarang, on the main street, Gedempte Zuiderdiep. You can choose different dishes and sides, like rendang, and ikan blado, and they warm it up for you. It reminds me of the warung tegal I know back home.”

Why did Ari choose this subject? And: how did a university graduate become a filmmaker? You can read more about Ari Purnama in the April-edition of Moesson-magazine. No desire to wait? Visit http://bacteria.home.xs4all.nl/Day_Two/ for a behind-the-scenes look. Onze band met rijst premieres at CinemAsia on April 5th (“Made in Holland”) and also screens on April 7th. 

Moessoncolumnist Calvin Michel: Indisch in Indonesië

Moessoncolumnist Calvin Michel

Enige tijd schreef Calvin Michel de Wilde uit Indonesië columns voor Moesson. Misschien heb je er wel eens een gelezen… Calvin ontdekte kort geleden dat hij Indische roots heeft. In zijn columns in Moesson ging hij op zoek naar wat dat precies voor hem betekent. Wij waren benieuwd naar wat hij nog meer te vertellen heeft. Ed Caffin interviewde hem in Indonesië.

Header image foto: Hanneke Mennens voor Moesson

In je columns voor Moesson was je op zoek naar wat het betekent om Indisch te zijn in Indonesië. Kun je daar inmiddels al iets over concluderen?
‘Moeilijke vraag! Allereerst is in moderne Indonesië de term ‘Indisch’ eigenlijk niet meer zo gangbaar. Ook kent de jongere generatie de geschiedenis niet goed. Dat maakt het lastig voor jongeren met Indische roots om die als zodanig te herkennen. Bovendien is de term “Indo” inmiddels weggeraakt van zijn oorspronkelijke betekenis. Tegenwoordig betekent het dat je een gemengde afkomst hebt en dat een van de ouders een rijke expat is. Omdat je relatief weinig Indo’s tegenkomt, kennen de meeste mensen ze alleen als beroemdheden: de helft van de Indonesische soapies en filmsterren is van gemengd bloed. De term Indo wordt daarom meestal geassocieerd met iets elitairs. Dat vind ik heel jammer.’

Waarom vind je dat jammer?
‘Het is historisch gezien niet juist. De oudere generatie weet het verschil wel, maar de jongere generatie heeft geen idee. Ook leeft bij de jongere generatie de hardnekkige opvatting dat als je er niet Indo genoeg uitziet, je niet Indo genoemd mag worden. Die mythe zou ik graag de wereld uithelpen.’

Op welke manier heb je het over je Indisch-zijn met anderen?
‘Doordat ik ben opgegroeid als lid van de Chinese gemeenschap, een belangrijke minderheidsgroep in Indonesië, was het makkelijker voor me om me te identificeren met de Indogemeenschap toen ik mijn Indische roots ontdekte. Mijn Chinese achtergrond heeft vroeger nooit aandacht gekregen, mijn familie heeft veel van die cultuur losgelaten. Zo heb ik bijvoorbeeld geen Chinese naam gekregen. Ik zou niet willen dat hetzelfde gebeurt met mijn Indische achtergrond. Die wil ik graag levend houden.’

Moessoncolumnist Calvin Michel
Calvin Michel in Indonesië

Hoe doe je dat dan?
‘Ik vind het Indische inmiddels een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Maar veel van mijn generatiegenoten met Indische roots weten hier niets van. De oudere generatie heeft weinig van de Indische identiteit en het culturele erfgoed doorgegeven. Jongere Indo’s zoals ik moeten dat zelf ontdekken. En het is vervolgens aan ons om die Indische identiteit levend te houden. Al is het maar op een symbolische manier. Ik probeer dat op mijn manier in ieder geval te doen. Ik ben bijvoorbeeld van plan Nederlands te leren en ga een boek te schrijven over de geschiedenis van mijn familie zodat mijn kinderen daar later over kunnen lezen. En wie weet geef ik ze wel een Nederlandse naam!’

Tot slot: wat doe je naast het schrijven voor Moesson?
‘Ik werk nu als onderzoeksanalist bij een bedrijf in Jakarta. Ik heb International Relations gestudeerd en zou later graag nog een postgraduate studie International Relations of Economic Development willen doen. Ook wil ik blijven schrijven over de Indische geschiedenis en cultuur. Daar is nu te weinig aandacht voor in Indonesië vind ik. Ik wil bijvoorbeeld graag dat belangrijke gebeurtenissen als de bersiap en de repatriëring in de Indonesische geschiedenisboeken komen. Ik schrijf voor een Engelstalige Indonesische krant en dat is een mooi podium om hier aandacht voor te vragen.’

Wil je meer weten van Calvin? Zijn columns verschenen elke maand in Moesson. Je kunt ook contact met hem opnemen: calvinmichel@gmail.com

Hoe Indisch is Jamie Grant?

Jamie Grant door Frederique Vlamings

“Indorock? Ken ik niet,” zegt Jamie Grant (Tilburg, 1986). “Is dat iets anders dan soul?” Haar ooms en tantes en neefjes en nichtjes in Brabant gaan regelmatig naar soulparty’s, vertelt de jonge actrice. “Daar ontmoeten ze dan andere Indische mensen.”

Tekst: Ricci Scheldwacht
Fotografie: Frédérique Vlamings voor Moesson

Wie de tv-serie In therapie heeft gezien, zal haar ongetwijfeld herkennen als een van de patiënten die plaatsnamen op de sofa bij therapeut Peter Blok. Daarin hield ze zich gemakkelijk staande naast doorgewinterde acteurs als Monic Hendrickx, Jacob Derwig en Anneke Blok. Met ingehouden woede speelde ze op indrukwekkende wijze de breekbare Sascha, een jong meisje dat te horen heeft gekregen dat ze kanker heeft.

Eerder viel Jamie al op naast Hans Teeuwen in de tv-film Gewoon Hans en in de politieserie Flikken Maastricht. Tijdens de opnamen daarvan zat ze nog op de Toneelacademie in Maastricht. “Allebei heel andere rollen, maar ook superleuk om te doen.”

Vorig jaar, direct na haar afstuderen maakte ze haar theaterdebuut in het stuk Het portret van Dorian Gray bij theatergroep Artemis. Het leuke was dat twee van haar klasgenoten ook in die productie meespeelden, vertelt Jamie. “Dat was fijn, want de opleiding is heel intensief en na vier jaar ken je elkaar door en door.” Met een aantal vriendinnen van school heeft ze daarom nu plannen om samen een toneelstuk te maken, dat ze ook zelf gaan schrijven. Er moet nog veel gebeuren, maar het wordt een heel weird stuk, wil ze alvast verklappen.

Jamie komt uit een grote Indische familie. Bij haar vader thuis waren ze met negen kinderen. Haar oma en opa kwamen met hun oudste kinderen met de boot naar Nederland. De jongere kinderen, zoals haar vader werden in Nederland geboren. “Nederlandse mensen zien nooit dat ze Indisch is, maar Indische mensen zien dat altijd. Dan zeggen ze: ‘Halfbloedje hè?’”

Hoe Indisch is Jamie Grant? In het eerste nummer van Moesson van 2012 vertelt ze over de vertrouwde zondagmiddagen bij haar opa en oma thuis.

The Kings of Rock

Andy Tielman en Dinand Woesthoff

19 augustus, Hotel des Indes, 14.00uur. Dat was de dag, tijd en plaats dat de fotoshoot tussen de twee Indische muzikale iconen Andy Tielman en Dinand Woesthoff plaats zou vinden. Een bijzonder moment, we keken er enorm naar uit. Het leek allemaal meant to be. Maar het mocht niet zo zijn. Andy Tielman was erg ziek en leek die strijd langzaam te gaan verliezen.

Op internet las ik dat Andy erg ziek was. Carmen Tielman vertelde me over zijn ziekte, maar vooral ook hoe positief hij nog in het leven stond en dat hij kracht putte uit de aandacht van fans, uit het geven van interviews en het geplande optreden op de Tong Tong Fair. Andy plukte de dag en genoot zoveel mogelijk.

Andy Tielman en Dinand Woesthoff
Andy Tielman en Dinand Woesthoff door Natalie Ypma

Een paar dagen voor de fotoshoot kreeg ik bericht dat de shoot niet door kon gaan wegens Andy’s gezondheid. Het nieuws overviel me en ik twijfelde aan het hele project. Toch overtuigde Carmen en Frans Leidelmeijer, die dit allemaal voor zijn project De Blauwe Kamer in werking had gezet, dat de foto er moest komen. Het was een van Andy’s laatste wensen.

Dus volgde er onzekerheid, afwachten en radiostilte. Ik probeerde het idee langzaam naast me neer te leggen. Tot twee weken later het bericht kwam dat Andy weer thuis was en het beter met hem ging. Al snel stond er een nieuwe afspraak gepland op 13 september.

Geen Hotel Des Indes, geen visagiste, maar gewoon thuis bij de Tielmans. Improviseren, omringd door herinneringen, gitaren en tientallen foto’s. Even voelde ik me een indringer in deze fragiele en persoonlijke situatie van iemand waarvoor ik zo veel respect had, die zo bekend was, maar ook zo ziek. Even dacht ik bij mezelf: ‘moeten we dit wel doen?’ Maar na Carmens warme ontvangst installeerde ik me naar Andy op de bank en kreeg ik al snel het gevoel van ‘Indo’s onder elkaar’. Vanaf dat moment dacht ik: ‘dit zit wel goed.’

Toen Dinand arriveerde zag ik de twijfel in zijn blik bij het zien van de geïmproviseerde fotoset. Twee stoelen in een hoek van de kamer, een blanke muur als achtergrond en slechts daglicht. Even moest ik lachen om de knullig ogende situatie, de leadzanger van Kane is natuurlijk een hoop gewend en voor een moment werd ik overvallen door onzekerheid. Maar ik was vastberaden goede foto’s te maken. Improviseren, werken met minimale middelen en de puurheid van het moment, mijn creativiteit en vermogens als fotograaf. Het zou allemaal bijdragen aan een mooi eindresultaat. Bovendien was het misschien wel de laatste mogelijkheid voor een foto.

Om Andy zo min mogelijk te belasten hield ik de shoot zo kort mogelijk.  Dinands zichtbare bewondering en warmte voor Andy deden mijn lens oplichten. Ik wilde een karakter, ziel, puur en eerlijk op de gevoelige plaat vastleggen. Ik fotografeerde in een roes en in een luttele twintig minuten stonden de foto’s erop. Misschien had dit zo moeten zijn. Het weelderige interieur van Hotel Des Indes had afbreuk gedaan aan de gemoedelijkheid van deze twee iconen.

Deze foto is mijn favoriet, de eerste die ik die dag maakte. Hij spreekt boekdelen en toont kwetsbaarheid. Het is een momentopname van twee mensen die door hun liefde voor muziek en Indische roots met elkaar verbonden zijn, die zich bewust zijn van dat speciale moment en de vergankelijkheid ervan.

Andy Tielman en Dinand Woesthoff
Andy Tielman en Dinand Woesthoff door Natalie Ypma
Wil je meer foto’s zien van deze rock iconen? Check dan de Moesson van deze maand!

De foto’s zoals ze tentoongesteld zijn op ARTI11 zijn te koop via www.nayp.nl waar ook meer werk van Natalie Ypma te vinden is. De helft van de opbrengst komt ten goede aan de Guusje Nederhorst Foundation.

Turner Carlo van Minde

Topsport is incasseren. Dat ondervond turner Carlo van Minde eind vorige week toen hij hoorde dat hij uiteindelijk niet in de selectie zat voor het WK turnen. Hij trainde er hard voor. De keuze om hem niet mee te nemen kwam voor Carlo totaal onverwacht. Hij is dan ook erg teleurgesteld, liet hij weten. 

Toen we dit bericht vorige week vrijdag hoorden was het dan ook even ‘ayam paniki’ op de redactie van Moesson. Het oktobernummer met Carlo op de cover was net vers van de pers en onderweg naar alle lezers. Maar het kan soms raar lopen ondervonden we afgelopen dinsdag. Carlo’s teamgenoot Bart Deurlo kampt met een handblessure en dus mag hij alsnog meedoen aan de Wereldkampioenschappen. Voor Carlo ontzettend mooi nieuws, maar ook enorm omschakelen. Hopelijk kan Carlo laten zien wat hij in huis heeft. Het blijft topsport! 

Tekst: Lynda Muller

Bekijk hieronder de foto’s die Armando Ello ter gelegenheid van het interview maakte.




Indo Tattoos

Backpiece Mareh

Indo Tattoos. We schreven er een aantal jaren geleden al een kort artikel over: Op zoek naar symbolen voor Indo’s. Veel Indische jongeren met tatoeages kiezen voor een of meerdere afbeeldingen die iets te maken hebben met hun Indische achtergrond. Daarbij is het niet altijd eenduidig welke afbeeldingen wel, en welke juist niet geschikt zijn. Oosterse tekens of het Indo-symbool dat “bekende Indo” Paatje Phefferkorn in de jaren ’80 ontwierp zijn populair. Maar of je een “Indonesische” Garuda mag laten tatoeëren? Daar is niet iedereen het over eens.

In de Moesson van deze maand staan twee voorbeelden van tatoeages van Indische jongeren. In deze reportage lees je wat jongeren er zelf nog over zeggen.

Op Hyves zijn er verschillende pagina’s waarop jongeren hun tattoos laten zien en bespreken. Als je deze pagina’s als uitgangspunt neemt, lijken veel Indische jongeren er wel “iets” mee te hebben. Ze gebruiken een tatoeage vaak om de eigen Indische achtergrond te benadrukken. Bovendien: “tattoos horen bij de Indische cultuur” lijkt hier de onderliggende boodschap.

Het hebben en showen van een tattoo is bij uitstek een “ding” van jongeren. Was je een decennium of twee geleden nog een aso met een tattoo, en bij sommige ouderen nog steeds, onder jongeren is het meestal cool om een “plaat” ergens op je lijf te hebben. En dat moet natuurlijk gezien worden.

Zo vindt Marvin (28) het design van zijn tatoeage erg mooi, maar het gaat uiteindelijk ook om de betekenis. Niet toevallig iets Oosters; hij liet een tattoo zetten van een lotusbloem. Deze bloem staat symbool voor ‘leven’ in de Oosterse wijsbegeerte van het Boeddhisme.

Tatoo Foto

Benjamin (27) heeft ook een lotusbloem laten tatoeëren. Bij hem draait het echter meer om het gebruik van kleuren. Zo staat rood  voor de liefde, paars voor de duisterheid en blauw voor openheid. Deze kleuren staan symbool voor de fases in zijn leven, maar tezamen in de bloem staan deze symbolisch voor het gegeven dat alles uiteindelijk goed komt. Verder heeft hij de naam van zijn dochter dicht bij zijn hart laten plaatsen.

Tatoo Foto

Een tattoo is soms misschien gewoon een mooi of leuk plaatje, maar vaak is het een symbool die een persoonlijke betekenis voor iemand heeft. Het ultieme persoonlijke statement. En ja, natuurlijk doet het wel een beetje pijn een tattoo te laten zetten. Vooral op plekken waar je huid dun is, zoals aan de binnenkant van je armen of in je nek. Maar, dat is de moeite waard, want “tattoos zijn cool”.

De meesten jongeren hebben zich vast wel eens afgevraagd: moet ik er een? Op de redactie stellen we ons die vraag natuurlijk ook. De komende tijd zullen we daarom regelmatig aandacht gaan besteden aan het onderwerp tatoeages. Dat zullen we op allerlei verschillende manieren gaan doen.

We zijn daarbij ook benieuwd naar onze lezers. Misschien heb je zelf een tattoo of ken je iemand in je Indische kring met een tattoo die iets te maken heeft met zijn of haar Indische achtergrond? Laat het ons weten! Stuur een foto en het verhaal erbij op naar redactie@indisch3.nl en wie weet komen we je interviewen of publiceren we de foto’s.

Hun verdriet is niet van mij

Charlie Heystek Japan Japanse bezetting header

De Japanse bezetting. Als kind hoorde ik de verhalen over die tijd uit eerste hand. Mijn grootvader was oud-KNILmilitair en had de kampen in Indië overleefd. Mijn grootmoeder was tijdens de oorlog buiten de kampen gebleven, maar had de nodige ervaringen met Japanners gehad. Hun verhalen maakten me woedend op de Japanners.

Charlie met grootvader
Charlie met haar grootvader

Mijn opa kon in geuren en kleuren beschrijven wat hij op zee had zien gebeuren toen hij Java verdedigde, hoe hij de Changi-gevangenis wist te overleven, hoe de mensen eraan toe waren met wie hij de vliegveld in Singapore aanlegde. Ondanks dat mijn grootvader zonder moeite in de Mazda van mijn ouders stapte en mij altijd zei objectief te blijven over het verleden, voelde ik haat tegenover Japanners. Ik was kwaad op ze om wat ze mijn grootouders hadden aangedaan; de pijn, ellende en verdriet die ze hen hadden bezorgd. Misschien werd ik zelfs wel extra boos omdat mijn grootvader dit niet was.

De geschiedenislessen op school over de Tweede Wereldoorlog wakkerden mijn frustratie, en daarmee mijn haat, nog meer aan. De Oorlog werd jaarlijks behandeld en steevast bleef de oorlog in Azië vrijwel onbesproken. Tijdens de lessen riep ik standaard dat ook ik mijn fiets terug wilde om vervolgens de aandacht op de oorlog in voormalig Nederlands-Indië te richten.

De aandacht voor de Duitse bezetting stond in schril contrast met het aantal grootouders van medeleerlingen dat daar direct mee in aanraking was gekomen: vrijwel nul. De oorlog van mijn grootvader, die nota bene de krijgsgevangenekampen had overleefd, kreeg hooguit één alinea in het boek. Sterker nog, hooguit honderd woorden waren gewijd aan de gruwelijkheden in de Jappenkampen. En vaak was dat al veel aandacht: meestal was het een simpele opsomming van feiten.

Ik begreep niet waar mijn grootvader de kracht vandaan haalde om zo sterk en zonder haat door het leven te stappen.  Nadat we samen The Battle of Midway hadden gekeken, begreep ik het nog minder. Tijdens het kijken van de film had mijn opa mooie, spannende en leuke herinneringen opgehaald aan de oorlog, maar ik vermoed dat die herinneringen ook zijn angst uit de oorlog naar boven gehaald heeft. Want die nacht schreeuwde hij me wakker; hij zag Japanners op het behang.

Na die bewuste nacht begon ik na te denken over mijn eigen haat. Ik vroeg me af waar die haat dan vandaan kwam, want het was duidelijk niet mijn grootvader die me die had aangepraat. Ik concludeerde uiteindelijk dat mijn haat er was omdat ik het gevoel had dat ik de Japanners móest haten; uit loyaliteit naar mijn familie.

Een jaar of twee na deze avond met mijn grootvader ging ik voor het cultuur- en kunstvak op school naar een concert van Yamato, The Drummers of Japan. Een avond lang keek ik naar vijftien Japanners met enorme trommels om hun nek, terwijl ze van top tot teen bezweet waren en mij met een warme glimlach toekeken.  Met wrok was ik naar de voorstelling gegaan, eenmaal in de zaal werd ik compleet blanco. Voor het eerst zag ik Japanners gewoon als mensen en niet als de vijanden van mijn familie.

Niet lang na dit concert kreeg de kanker, waar mijn grootvader al dertien jaar aan leed, definitief grip op hem en was hij voorgoed aan Nederland gebonden. Daarvoor had hij altijd de hele wereld over gereisd en had ik hem weinig gezien. Tijdens zijn ziekbed zag ik hem vaker dan ooit en bouwden we een sterke band op. Gek genoeg hebben we het nooit meer over de oorlog gehad.

Mijn haat jegens Japanners werd minder naarmate ik mijn opa beter leerde kennen en toen hij de dag voor de trouwdag van mijn ouders overleed, kwam hij even gedag zeggen, voordat hij de wereld verliet. Ik was er stuk van, maar met het verdriet van het overlijden van mijn opa dat ik langzaam losliet, liet ik ook de haat jegens Japanners steeds meer varen.

Ik besefte me dat ik geen recht heb op de haat, het verdriet, de angst en de pijn van mijn grootouders. Zeker niet als mijn opa dat zelf nooit heeft willen voelen. Ik ga nog jaarlijks met veel plezier naar de concerten van Yamato en ik ben zelfs een keer de artiestenvoyer ingeslopen om in het Japans om handtekeningen te vragen. En toen ik in mei 2006, nog geen jaar na het overlijden van mijn grootvader, het Mutual Understanding Programme van de Japanse overheid ontdekte, dacht ik: ‘Zo opa, dat gaan wij eens even doen.’

Benieuwd naar de ervaringen van Charlie in Japan? Lees dan de Moesson van deze maand.

Charlie tijdens haar reis in Japan
Charlie tijdens haar reis in Japan

Tussen de Sterren #1

Jasper Naaijkens (c) Armando Ello/ Indisch 3.0 2011

‘Stand van de Sterren’, het derde deel in de documentaire-trilogie over een Indonesische familie, won het afgelopen half jaar prijzen op het IDFA in Amsterdam en het Sundance Festival. Niet lang daarna kocht televisienetwerk HBO de film. Stand van de Sterren is hun kandidaat voor de Oscars. Derde generatie Indo Jasper Naaijkens deed de montage van de film en gaat mee op “Oscar-run”. Vanaf deze maand houdt hij een blog bij op Indisch 3.0 en in de nieuwe Moesson is een interview met hem te lezen.

Het succes met Stand van de Sterren is fantastisch, maar Contractpensions-Djangan Loepah! was eigenlijk mijn eerste succes als editor. We hebben met deze documentaire 10.000 bezoekers naar de bioscoop getrokken en daarmee de kristallen filmprijs gewonnen, en inmiddels zijn er al meer dan 5000 DVD’s van contractpensions in Nederland en de VS verkocht. Stand van de Sterren kan ik eigenlijk mijn eerste ‘internationale’ succes noemen, gezien het aantal prijzen wat de film internationaal wint.

Ik ben als marketing & communicatiemedewerker bij Scarabeefilms altijd al bezig geweest met het monteren van trailers. Zo heb ik mij in de loop der jaren de editing software eigen gemaakt. Toen mijn moeder (Hetty) geld kreeg van ‘Het Gebaar’ om de film Contractpensions te maken, vond ze dat ik ervaring genoeg had om deze lange documentaire te monteren. Omdat mijn oom Leonard het camerawerk deed, heeft hij meegeholpen met de montage van Contractpensions.

Omdat Leonard een eigen filmstijl ontwikkeld heeft, wordt zijn eigen uniek ‘filmtaal’ vaak kapot gesneden door andere editors. Het is een nieuwe revolutionaire manier van filmen, en vereist ook een nieuwe revolutionaire manier van editen. Hij merkte dat ik zijn manier van filmen wel begreep in de editing. Omdat de camera bij Leonard altijd in beweging is moet je in de editing ook denken in bewegingen. Zo monteer ik altijd op een manier zodat de ene beweging overloopt in de andere beweging.

De samenwerking tussen Leonard en mij is vanaf het begin af aan heel prettig. Hij wilde dat ik Stand van de Sterren ook ging monteren. Dat deden we een jaar lang samen op Harvard, waar we ook gastcolleges hebben gegeven. Dat was een heel leerzame ervaring.

Na het winnen van IDFA, gingen we met Stand van de Sterren naar Sundance. Dat was echt geweldig! We wonnen de prijs voor beste buitenlandse documentaire en prominenten als Rosie O’ Donnel, Robert Redford en Rutger Hauer zeiden zeer onder de indruk te zijn van de documentaire’. Nu gaan we met HBO met de film op Oscar-run. Dat is bijna niet te geloven.

Natuurlijk is de kans is altijd zeer klein dat je daadwerkelijk genomineerd wordt voor een Oscar. Maar de kans is ook zeer klein dat je IDFA en Sundance wint. Het feit dat HBO er zoveel vertrouwen in heeft, zegt dus wel dat zij het in ieder geval als kanshebber zien.

De run is deze maand (juni, red.) eigenlijk al een beetje begonnen met twee festivals in Amerika, het LA Filmfestival in Los Angeles en het Silverdocs festival in Washington (daar kreeg de film een A Special Jury Mention, red.). En er komt nog een heleboel aan. De belangrijkste filmfestivals zal ik bezoeken, natuurlijk meestal samen met Leonard en Hetty. Maar er zijn ook dingen die ik alleen doe, zoals een masterclass geven over editing van Single Shot Cinema. Deze masterclass van 3 uur geef ik op het Cyprus Filmfestival. Dat wordt heel bijzonder.

Indisch familieonderzoek

Guy Loth Indisch Familiearchief foto Dewi Staal (c) Indisch 3.0 2011

Op speurtocht in het Indisch Familiearchief

Wat deed mijn opa in Indië? Hoe kwam die ene Europese voorvader terecht in die Nederlandse kolonie? En waar zit het “inlandse” bloed? Voor iedereen die bij deze vragen denkt, ‘Ja, ik zou dat ook wel eens willen uitzoeken!’, is er het Indisch Familiearchief (IFA) in Den Haag. Het is opgericht door Dick Visker in 1972, speciaal voor al die Indische families die op zoek waren naar antwoorden.

Bijna veertig jaar later ga ik erheen om, aan de hand van eigen familieonderzoek, te ontdekken hoe dat werkt, onderzoek doen in het familiearchief. Na een paar uurtjes in het archief te hebben besteed, kan ik het iedereen aanraden. De vrijwilligers hebben geweldig geholpen en ik heb prachtige verhalen ontdekt, die voor mij en, ontdek ik later, mijn vader volslagen onbekend waren.

Het IFA is op woensdag en donderdag geopend van 10.00 tot 15.00 uur. Het is aan te raden eerst een afspraak te maken voor je langsgaat, zodat de vrijwilligers alvast de familiedossiers die jij zoekt, zo compleet mogelijk te maken. Kosten voor zo’n bezoekje bedragen 7 euro (donateurs gratis). Op de website van het IFA vind je meer informatie over de verschillende, bescheiden kostenposten die komen kijken bij een familieonderzoek. Meer weten? www.indischfamiliearchief.nl.

Een van de vrijwilligers bij het IFA is een jonge Indo 3.0. Voor de Moesson van juni 2011 heb ik hem geïnterviewd

Moesson en Indisch 3.0 slaan handen ineen

Het Indische maandblad Moesson en online magazine Indisch 3.0 gaan met ingang van deze maand een inhoudelijke samenwerking aan. Moesson publiceert maandelijks exclusief een artikel van Indisch3.0. Dit artikel sluit aan bij een publicatie op www.indisch3.nl. Zo ontstaat een tweeluik dat, door het gebruik van verschillende media, aan een breed publiek zichtbaar maakt hoe divers jongeren de Indische cultuur ervaren.

Aandacht voor Indische jongeren
Moesson en Indisch 3.0 vinden aandacht voor Indische jongeren cruciaal voor het in beweging houden van de Indische cultuur. Als platform voor Indische jongeren ziet Indisch 3.0 het als zijn opdracht zichtbaar te maken hoe Indische jongeren zichzelf manifesteren. Het sinds 1956 verschijnende Indische maandblad Moesson vindt het belangrijk om hier ruimte aan te bieden. Door inhoudelijk samen te gaan werken, willen beide media een nieuwe impuls geven aan de Indische cultuur in en buiten Nederland. Indisch 3.0 plaatst alle tweeluiken met Moesson op www.indisch3.nl, in Artikelen 3.0> &Moesson.

Bibi Breijman (c) Armando Ello/ Indisch3.0 2011 Mei: Bibi Breijman (Oh Oh Tirol)
Er zijn meer Indische jongeren in de Nederlandse media dan we weten. Wie zijn het, en wat hebben ze met hun Indische roots? Het eerste gezamenlijke tweeluik, zojuist op 6 mei verschenen, wijdt hier aandacht aan. Bibi ‘Kabouter’ Breijman, gewoon een Indisch meisje uit Den Haag, vertelt in een persoonlijk interview aan Indisch3.0-redacteur Willem-Jan Brederode en HoezoIndo-fotograaf Armando Ello hoe het is om opeens massaal in de schijnwerpers te staan. In Nederland is Breijman namelijk bekend geworden als ‘Kabouter’ met het RTL5-televisieprogramma Oh oh, Cherso (2010) en Oh oh, Tirol (2011). In het Moesson-artikel is aandacht voor Bibi’s Indische kant, op Indisch 3.0 geeft de Haagse tevens een kijkje in haar karakter. Lees het interview met Bibi>>

Juni: Indisch Familiearchief in Den Haag
Indisch Familiearchief Guy Loth (c) Dewi Staal/ Indisch 3.0 2011Veel jongeren zijn benieuwd naar verhalen over hun Indische familie. Het tweeluik van juni 2011 laat zien hoe zij achter deze verhalen kunnen komen, aan de hand van een bezoek aan het Indisch Familiearchief (IFA) in Den Haag. Met de hulp van IFA-vrijwilligers ontdekt Indisch3.0-hoofdredacteur Kirsten Vos sporen van haar voorvader Robert Boyd uit het Schotse Aberdeenshire. Vos en Indisch3.0-freelancer Dewi Staal hebben hier een videoreportage van gemaakt, die vanaf 3 juni 2011 op www.indisch3.nl te vinden is. In de Moesson van die maand is te lezen hoe IFA-vrijwilliger Guy Loth, derde generatie Indo, zich inzet voor het voortbestaan van dit unieke archief in Den Haag, dat voor iedereen toegankelijk is.

Over Indisch 3.0 en Moesson
Indisch 3.0 is een online magazine van Indische jongeren van de derde generatie. Het is te vinden op www.indisch3.nl en in 2008 opgericht door Kirsten Vos en Ed Caffin. Moesson is het Indische maandblad dat al sinds 1956 in Nederland verschijnt. Sinds 2000 wordt het geleid door een hoofdredacteur van de derde generatie, Marjolein van Asdonck. Beide titels hebben een bereik dat verder reikt dan de Nederlandse landsgrenzen. Met deze samenwerking behouden Moesson en Indisch 3.0 de eigen stijl en redactieformule, maar bundelen ze hun individuele kracht in het belang van de toekomst van de Indische gemeenschap.

Dit is een gezamenlijk nieuwsbericht van Moesson en Indisch 3.0. Voor vragen kunt u mailen met Moesson (info@moesson.com) of Indisch 3.0 (redactie@indisch3.nl).