'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

Indische juweeltjes: boeken met een eigentijdse kijk op de Indische gemeenschap

Vlakke meetkunde. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd.

Nu iedereen bekomen is van de Nederlandse boekenweek, besteedt Indisch 3.0 deze week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving.

Ruth Post. Foto: Palmslag.
Ruth Post. Foto: Palmslag.

Deze week lezen jullie hier over Pendek van Herman Keppy, De gecensureerde oorlog van Louis Zweers, Vlakke meetkunde van Ruth Post en Opgevangen in Andijvielucht van Griselda Molemans, dat aanstaande vrijdag uitkomt. Het zijn vier boeken, die in genre en stijl zeer verschillen, maar inhoudelijk duidelijk een overlap hebben: ze behandelen de Japanse bezetting, de bersiap en de aankomst hier in Nederland. Eind van de week horen we graag van jullie hoe jullie aankijken tegen deze selectie.

Vlakke meetkunde geeft een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

We beginnen met Ruth Post’s Vlakke meetkundeVlakke Meetkunde is de tweede dichtbundel van deze dichteres, uit 2013. Daarin lees ik gedichten over de kamptijd, de bersiap en de tijd in Nederland. Post, die in Batavia geboren werd en de kamptijd als kind meemaakte, debuteerde in 2012 met een andere dichtbundel, ‘Tot aan de horizon’.

Ik ben geen kenner van poëzie, ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Maar ik ben erg gecharmeerd van haar werk. Sommige gedichten zijn expliciet, andere indirect, maar elk gedicht komt binnen. Van bamboespies tot smet vrezende  Europeanen – Ruth schuwt geen enkel onderwerp. Het zijn eerlijke gedichten, die de ervaringen in oorlogstijd beschrijven vanuit het perspectief van een jong Indisch meisje. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd dus.

Ruth schuwt geen enkel onderwerp.

Die kinderlijke eerlijkheid maakt Post’s gedichten kwetsbaar en invoelbaar. Ik kan me indenken dat Vlakke meetkunde voor overlevenden van deze tijd vrij confronterend is. Voor Indische jongeren, die weinig meegekregen hebben over deze periode, geeft Vlakke meetkunde een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

Een passage uit De jongens, ter illustratie.

mijn moeder staat al bij de poort

de jongens moeten weg, mijn broer is tien

ze klimmen duwend op de laadbak

ze grijzen wat

moeder heeft hem geleerd de was te doen

en hoe dat moet met naald en draad

hij krijgt vast heimwee, het is nog zo’n kind

mijn broertje

Vlakke meetkunde, Ruth Post. Uitgeverij Palmslag (2013), 56 pagina’s.

Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).
Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).

Kippenvel bij "Buitenkampers"

De documentaire die eindelijk gemaakt is.

Op het Nederlands Filmfestival 2013 in Utrecht ging gisteren, in een afgeladen zaal, de film Buitenkampers van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich in première. Na afloop van de vertoning kreeg de filmmaakster een staande ovatie, die ze geëmotioneerd in ontvangst nam. Deze waardering van het publiek en de ontlading van Naaijkens – Retel Helmrich zijn tekenend voor de gevoelige snaar die Buitenkampers heeft geraakt: het is de documentaire die eindelijk gemaakt is.

Onderbelichte geschiedenis
Buitenkampers is een documentaire over de periode 1942 – 1949, waarin de gemengde groep van Indo-Europeanen de Japanse bezetting (1942 – 1945) en bersiap (vrijheidsstrijd van de Indonesiërs van 1945 – 1949) moest zien te overleven. Een deel van hen werd geïnterneerd in Jappenkampen, maar een veel groter deel – 250.000 van hen, aldus de film – bleef buiten de kampen. Als je kon aantonen dat je Aziatische voorouders had, tenminste. “Het is onterecht een onderbelicht onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis. Deze mensen zijn met hun ervaringen echt tussen de wal en het schip terechtgekomen, eenmaal in Nederland,” aldus een Nederlandse bezoeker van de film achteraf. En dan te beseffen dat al deze mensen al 60, 70 jaar met deze trauma’s rondlopen, onbehandeld hoogstwaarschijnlijk.

De documentaire is opgedragen aan de moeders.

Als kind in de oorlog
De documentaire, opgedragen aan de moeders die de kinderen door de bezetting en bersiap heen hadden getrokken, is slim opgebouwd rondom herkenbare thema’s die veel terugkomen in verhalen over zowel de bezetting als de bersiap. Het geheel wordt verteld met aaneengeregen fragmenten uit interviews van Indo-Europese mannen en vrouwen. Nu zijn ze op middelbare leeftijd, maar toen waren ze nog kind, in leeftijd variërend van 4 tot 12 jaar. Zij vertellen over de verschrikkingen die ze overleefd hebben: moordpartijen, bombardementen, honger, verkrachting. Over hoe ze moesten buigen voor de vlag en hoe ze geschokt zagen dat de Indonesiers de Japanse bezetter steunden – in plaats van Nederland. Over broertjes die nog steeds vermist zijn. Of een buurvrouw van wie na een bezoek van de Jap “niets meer over was. Haar armen en benen lagen verspreid door het huis.”

Respect
Een van de voor mij meest aangrijpende verhalen is het verhaal van meneer Lents, die als zevenjarig jongetje gevangen genomen was door de Kempeitai – te vergelijken met de Duitse Gestapo. Stamelend zegt hij: “Ik heb het nooit verteld, wat daar gebeurd is. Het was zo vernederend. Als ik er nu nog over praat, voel ik de schaamte nog. Dat is triest. Echt triest.” Hetty Naaijkens, zelf van Indische afkomst, heeft deze man in zijn waarde gelaten en niet doorgevraagd (wat een Nederlandse filmmaker waarschijnlijk wel zou doen) en daar ben ik blij om. Het is dat respect voor de geinterviewden dat je als kijker terugziet in de eerlijkheid en openheid waarmee de ex-buitenkampers hun verhaal doen.

De verbindende verhalen
Buitenkampers is een unieke documentaire dankzij de invalshoek van kinderen die op hun oorlogservaringen terugkijken, waarbij de vijand – de Jap – hun beschermer werd en een vermeende vriend – de Indonesiër – een angstaanjagende vijand. De meeste bezoekers waren er laaiend enthousiast over. Zo ook  Yvonne Keuls: “Het knappe van Hetty is dat zij aan de hand van een verhaal van één persoon kan laten zien hoe het de hele groep vergaan is. De film is geen opsomming van verhalen, Buitenkampers laat de verbinding zien waardoor de hele groep met elkaar verbonden is. Dat is knap.”

“Hetty laat aan de hand van een verhaal van één persoon zien hoe het de groep vergaan is.” – Yvonne Keuls

Weinig inzicht in dagelijks leven
Buitenkampers is een must-see voor iedereen met een Indisch hart, jong of oud, Nederlands of Indisch.Toch hoorden we ook een paar kritiekkpunten, waarvan een zeker het delen waard is. “Kijk, ik weet niet zo veel over wat er toen gebeurd is. Mijn ouders en oma vertelden er niet over. Ik hoopte in Buitenkampers te zien hoe hun dagelijks leven onder invloed van de Jap veranderde en dat heb ik niet gekregen. Dat vind ik jammer,” vertelde een licht teleurgestelde filmganger. Ook viel mij op dat de aantallen repatrianten en emigranten beduidend hoger lager dan ik uit wetenschappelijk onderzoek heb op kunnen maken, maar dat is bijzaak.

Insiders verhaal
Wat geen bijzaak is, is de teleurstelling van de bezoeker. Die zou een waarschuwing kunnen zijn voor de ontvangst mensen met weinig kennis over deze tijd. Wij hopen, net als onder meer producent San Fu Maltha, dat Nederlanders deze film gaan zien, zodat het onvertelde verhaal verteld en verspreid wordt. Voor die groep geldt, net als voor – heel veel – Indische jongeren van de derde en vierde generatie, dat ze behoefte hebben aan een outsiders’ look om de insiders’ story te kunnen begrijpen. Die blik van buitenaf ontbreekt. Laten we hopen dat de meerderheid van de bezoekers die niet mist.

Buitenkampers is vanaf donderdag 3 oktober 2013 in 17 theaters in Nederland te zien. Verder zendt de NTR op 15 augustus 2014 de documentaire uit. Tot slot vind je op de website van Buitenkampers meer informatie over de filmvertoningen en nog meer – schrijnende – verhalen van de deelnemers aan de documentaire.

Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens - Retel Helmrich.
Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich.

De Rampokan-reeks van Peter van Dongen

Verwisselde identiteiten in een complexe samenleving.

Rampokan, de bundeling van Peter van Dongen’s stripverhalen Rampokan Java en Rampokan Celebes, kwam in mei van dit jaar uit. Ik was blij te horen dat deze strips samengevoegd werden. Rampokan Celebes, deel 2 van de Rampokan-reeks, had ik al eens gelezen maar, de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, het verhaal was me niet echt bijgebleven. Veel intriges en complexe verhaallijnen, die ik niet kon plaatsen. Zou het anders zijn, als ik eerst het eerste deel lees?

Verwisselde identiteiten
Johan Knevel, een totok – een Hollander die in Indie geboren is, vertrekt na de eerste politionele actie vanuit Nederland naar Nederlands-Indie om “rust en orde te herstellen”, die door het “nationalistische virus dat vreedzame inlanders tot moordenaars maakte” verstoord geraakt is. Aan boord al gaat het fout. De – communistische – soldaat Verhagen valt overboord tijdens een vechtpartij met Knevel. Het is een ongeluk, maar Knevel verzwijgt het voorval. Verhagen wordt geregistreerd als deserteur, terwijl Johan Knevel zijn papieren bij zich houdt. Wat volgt, is een Kafkaiaans kat-en-muis verhaal dat alleen mogelijk is door verwisselde identiteiten. Dit is ook het hoofdthema van de Rampokan-serie; wie ben je nou echt? Liefde, geweld en macht zijn verhaallijnen die – spoiler alert! – onder invloed van deze verwisselde identiteiten allemaal slecht aflopen.

Complex verhaal, complexe samenleving
De Rampokan-reeks bestaat uit twee stripverhalen. Daardoor kan je onterecht denken dat ze geschikt zijn om op je strandbedje door te bladeren. Je kan het proberen, maar ik merkte dat ik – net als bij een literaire roman – mijn aandacht nodig had om de verschillende verhaallijnen te volgen. Van Dongen geeft je verschillende ‘cues’, zodat je de flashbacks en ‘ondertussens’ kan herkennen. Maar door het thema van verwisselde identiteiten en de vele verhaallijnen is het best een ingewikkeld geheel om te lezen. Is het daardoor niet de moeite waard? Jawel. Want deze complexiteit doet juist recht aan de aard van de indische samenleving. Die was complex, gelaagd en ingewikkeld, en draaide misschien wel om verwisselbare identiteiten. Met de complexe structuur van Rampokan steekt Peter van Dongen zijn nek uit. Wat mij betreft is dat een integere en te bewonderen keuze.

Juweeltje
Dankzij Peter van Dongen’s kwaliteit van vertellen, zoals het gebruik van de – slechts – twee kleuren en de vogel die op specifieke momenten in het verhaal komt, is de Rampokan-reeks in gebundelde vorm een juweeltje. Dat je de twee verhalen achter elkaar leest en niet, zoals ik ooit heb gedaan, het tweede deel op zichzelf, is een groot meerwaarde. De vele subthema’s in de twee delen, zoals de interraciale relaties en de koloniale spanningen tussen Nederlanders en ndonesiers, laten bovendien zien hoe goed deze Indo op de hoogte is van de Indische geschiedenis. Neem er je tijd voor en de Rampokans nemen je mee in een verdwenen wereld, die met tempo doeloe niets meer te maken heeft.

Mijn enige kritiek op Rampokan is de kleur. Ik vind twee kleuren eigenlijk een beetje saai. Waarom maar twee, uitgever?

Rampokan. Peter van Dongen. Uitgeverij Oog & Blik, 2013. 158 pagina’s, 24,95 euro.

Scene uit Rampokan.
Scene uit Rampokan (Peter van Dongen/ Uitgeverij Oog & Blik, 2013).

Recensie: Wachten op geluk, een filosofie van verlangen

‘Verlangen is een drijfveer’

In Wachten op geluk uit 2012 zet publicist en filosoof Coen Simon (1972, Indisch via beide ouders) essayistisch uiteen hoe hij verlangen ervaart. Dat we een jaar later pas aandacht aan dit boek besteden (jam karèt!), doet niets af aan het leesplezier. Wachten op geluk is een helder boek voor mensen die meer willen weten over het menselijk verlangen zonder dat ze zware, academische werken moeten doorspitten.

Coen Simon zoomt in op theorieën over verlangen van grote filosofen als Schopenhauer, Kant en Steiner, en gebruikt daarvoor zijn eigen herinneringen. In het eerste hoofdstuk begint hij met zo’n herinnering: eentje over het wachten op de geboorte van zijn dochter en het daarbij horende verlangen. Met die persoonlijke insteek maakt hij zijn boek voor een breed lezerspubliek toegankelijk én aantrekkelijk.

Zijn persoonlijke insteek maakt zijn boek aantrekkelijk.

Wachten op geluk Coen Simon
Wachten op geluk – Coen Simon. Ambo/ Anthos 2012.

Over de vrije wil
Simon weerlegt de theorie van Victor Lamme, hoogleraar neurowetenschappen, die stelt dat de mens geen vrije wil heeft. Volgens Lamme wordt alles bepaald in het brein en bedenken wij achteraf een reden bij een beslissing. Zo zegt hij: ‘De hersenwetenschap probeert juist te laten zien dat lichaam en geest verschillende manifestaties zijn van hetzelfde ding.

Simon daarentegen, vraagt zich af wie die beslissing maakt en wie verzint er een reden bij? En wat is dat ding waar lichaam en geest manifestatie van zijn? Volgens hem wil Lamme “illusies” als kwade demonen de wereld uitjagen, maar lukt het hem niet dat “ding” weg te toveren.

Verlangen is niet alleen een emotie van weemoed, maar is ook datgene dat het leven zin geeft.

Verlangen
De schrijver en filosoof beschrijft Schopenhauers visie op verlangen, bevestiging en nieuw verlangen. Die lijkt overeen te komen met Simons conclusie dat verlangen zin geeft aan het leven.
Simon stelt in zijn boek dat het uitblijven van bevrediging lijden betekent, het uitblijven van een nieuwe wens uit zich in een ijdel verlangen, verveling. Ergens is zijn bevinding niet vernieuwend, omdat we diep van binnen weten dat verlangen een drijfveer is. Door het lezen van het boek word je je daar wat meer bewust van. Verlangen is niet alleen een emotie van weemoed, maar is ook datgene dat het leven zin geeft.

De moderne mens
Simon wijst de lezer erop dat de moderne mens helemaal niet zo zelfbewust is als hij denkt. We raadplegen voor allerlei beslissingen anderen, zoals een coach, een trainer of een wetenschapper. Op sociale netwerken laten we vaak ook niet onze ware ik zien. Voor schaamte lijkt er helemaal geen plek te zijn en dat is zonde, want: ‘Schaamte loodst je doorgaans door de hachelijkste situatie heen, aangezien schaamtevol gedrag vrijwel onmiddellijk medelijden en compassie wekt. Maar als schaamte niet langer gewaardeerd wordt, dan missen we in de openbare ruimte ineens een belangrijk communicatief instrument, en treden we soms liever helemaal niet voor het voetlicht.’

Pienter boesoek: gewiekst zonder gemeen te zijn.

Pienter boesoek
Zoals eerder gezegd, duikt Simon in zijn eigen herinneringen en geeft daarmee een extra dimensie aan de thema’s die hij de revue laat passeren. In het hoofdstuk 9 belicht hij zijn Indisch-zijn in een leuke anekdote die verwijst naar de vraag: ‘Is een beetje kwaad misschien ergens goed voor?’ In de anekdote vertelt hij hoe hij als kind zijn moeder ‘misleidt’ door te vragen om een beetje van haar T, een chocoladeletter, wat zij opvat als ‘thee’. Het mag.

Vervolgens tovert hij de letter tevoorschijn en begint ervan te smikkelen. Wanneer zijn moeder doorheeft dat het een kwestie van misinterpretatie is, wordt zijn ‘durak’-daad gewaardeerd en mag hij de letter opeten. ‘Pienter boesoek’ noemt zijn vader het met trots. Wat dit betekent legt Simon als volgt uit: ‘Letterlijk betekent het bedorven slimheid, maar voor een indo is het een compliment: het is gewiekst zonder gemeen te zijn’.
Coen Simon portret
Kan een ‘leek’ dit boek ook lezen?
Dat was een vraag die ik mijzelf stelde toen ik het boek in handen kreeg – aangezien ik weinig filosofische kennis bezit. Gelukkig, het antwoord luidt: ja. Want naast de persoonlijke insteek, beheerst Coen Simon een schrijfstijl die lekker en duidelijk wegleest. Wél is het van belang met volledige aandacht te lezen. Niet omdat je het anders niet begrijpt, maar juist omdat het boek aanzet tot nadenken.

Recensie: Liever Lombok

Recensie Liever Lombok

‘Sorry, San. Ik ben wat langer in Senggigi gebleven,’ zei Liza. Ze praatte zachtjes voor het geval de nieuwsgierige Indonesiërs die zich alweer achter het hek hadden verzameld, ineens heel goed Nederlands bleken te kunnen. Indonesië was vroeger een Nederlandse kolonie geweest en er waren best wat woorden die in beide talen hetzelfde, zoals ‘handdoek’, ‘asbak’ en ‘tante’. Liever Lombok, pagina 88.

Als dochter van een succesvolle zakenman leidt Liza een luxe leventje in Amsterdam. Ze woont in een mooi statig grachtenpand en is bijna dagelijks te vinden in het bruisende Amsterdamse uitgaansleven. Met haar vriendinnen deelt ze de liefde voor uitgaan, cocktails en succesvolle mannen. Totdat zij op een ochtend door haar vader in paniek wordt opgebeld en haar leven in elkaar stort. Haar vader is failliet. In een opwelling besluit Liza om met haar oude schoolvriendin mee te gaan naar Indonesië. Daar leert ze de werkelijke waarde van geld en vriendschap kennen en vindt ze haar passie terug voor het fotograferen.

Vakantieboek

Liever Lombok is een ideaal vakantieboek dat heel makkelijk wegleest. Een echte chicklit waarin vriendschap en mannen centraal staan. Verbroken relaties, vreemdgaan en nieuwe liefdes zijn de rode draad. De hoofdpersoon is vrij oppervlakkig, maar blijkt later in het verhaal  toch meer diepgang en empatisch vermogen te hebben. Hoewel het boek speelt in Indonesië, zou het zich op enkele passages na in ieder ander Aziatisch land kunnen afspelen.

Koloniaal verleden

‘Ze dronk een beker van die smerige oploskoffie met korreltjes erin en at in sneltreinvaart twee witte boterhammen met pindakaas – dat verkochten ze tot haar grote verrassing gewoon in de supermarkt. Dat was toch een voordeel van het koloniale verleden, waar verder het liefst over gezwegen werd.’ Juist door een passage als deze word je als lezer nieuwsgierig gemaakt naar de achterliggende reden van het zwijgen. Dit wordt helaas niet verder uitgelegd, maar dat past misschien ook niet bij het genre van het boek. Dit boek moet je zeker lezen op een vrije middag tijdens deze koude dagen, lekker op de bank met een kop thee. Vooral ter vermaak, niet om de historische achtergrond.

Carlie van Tongeren © Carlie van Tongeren

De schrijfster Carlie van Tongeren heeft, net als een van de personages, vrijwilligerswerk in de kampong op Mataram, Lombok gedaan. Naast het schrijven van romans en scenario’s werkt zij ook al journalist voor onder meer NU.nl. Meer weten? Kijk op http://www.carlievantongeren.nl/

Liever Lombok. Carlie van Tongeren. Uitgeverij Zomer & Koning. Utrecht, 2012. 12,95 euro.

Recensie: Terra Incognita

‘Herinneringen om bewaard en gelezen te worden’

.

‘In de tijd vóór de oerknal was alles punt nul. Die tijd grenst aan oneindigheid. In punt nul komt alles samen. Wie zich erin bevindt weet dat niet. Dus ook niet of het een kort middagdutje is, de eeuwige slaap van de dood, of de tijd voorafgaand aan de oerknal. Punt nul is mysterie, van heel kort tot heel lang. Je bent er eigenlijk niet in punt nul, want je weet niet dat je bestaat.’

[Terra Incognita: blz. 8]

Wat doe je als je zoon in coma ligt? Als hij zich bevindt in punt nul? Het punt waarop hoop het enige is om je als wanhopige vader aan vast te klampen? Op dat punt vertelt Ruud Lapré zijn zoon Niels over zijn jeugd in Nederlands-Indië. Een terra incognita (onbekend land) dat vorm krijgt aan de hand van de jeugdherinneringen van Ruud, en de persoonlijke brieven die hij van zijn vader kreeg. Brieven vol ingehouden emoties waarin het landschap van de jeugd van Ruud wordt beschreven kort voor, tijdens en na de oorlog.

Ruud Lapré
Ruud Lapré

Schets van een jeugdlandschap
Ik ben altijd een beetje terughoudend als het aankomt op het lezen van een boek waarin oorlog een prominente plek inneemt. Ik heb oftewel een te levendige fantasie, of een veel te goed ontwikkeld inlevingsvermogen waardoor ik als de dood ben dat wat ik lees (aan nare tot in de details beschreven onderwerpen) mij ’s nachts zal achtervolgen in mijn dromen. Maar bij Terra Incognita hoefde ik mij hier niet druk over te maken, ik heb het boek uiteindelijk zelfs twee keer gelezen. Hoewel de oorlog en de tijd ervoor en erna het landschap van de jeugd van Ruud schetsen, zijn het de herinneringen van een kind en de herinneringen van zijn vader, zorgvuldig opgeschreven in lange brieven, die de boventoon voeren.

As van het kwaad
Ik word meegenomen in het verhaal dat vlak voor het begin van de oorlog begint, toen ‘de wielen aan de internationale as van het kwaad op volle toeren draaiden’ [blz. 12]. De moeder van Ruud is op dat moment zwanger van hem en evacueert van Batavia naar Tjiandjoer met zoon Jerry. Vader weet later ook naar Tjiandjoer te komen, maar wordt opgepakt en belandt tijdens de oorlog in de beruchte Glodok-gevangenis, waar ik even moet slikken bij het volgende brieffragment:

‘De foto en het briefje had je moeder verpakt in zacht vloeipapier. Ze had er ook een heel klein, geborduurd zakdoekje bijgedaan. Met haar parfum erop. Iedereen in de cel rook aan haar zakdoekje. Velen huilden, de geur deed ze aan thuis denken. Eindelijk een andere lucht dan die van dood en verderf.’ [blz. 54-55]

Door kinderogen
Als kind weet Ruud niets van hetgeen zijn vader tijdens de oorlog meemaakt. Hij ziet het leven door kinderogen. Hij speelt met zijn broertje in en rondom het huis van zijn tante in Tjiandjoer, en snapt niet waarom zijn moeder ’s nachts in stilte huilt. Het moment dat de vader van Ruud na de oorlog hulpeloos en verkrampt thuis komt, en uit alle macht niet probeert te huilen als zijn twee kinderen hem niet herkennen, snijdt door mijn ziel. Al snel breekt de Bersiap uit en volg ik het gezin als zij geïnterneerd worden in de kerk van Tjiandjoer, door de Engelsen verplaatst worden naar Sukabumi en Bogor, en de ‘rust’ tijdelijk terugkeert als het gezin in 1946 weer in Batavia belandt.

Plofjes ontsnappend licht
Zoals Ruud terecht opmerkt tegen Niels, is elke geschiedenis een constructie. In dit geval een constructie van ‘herinneringen die oplichten en verdwijnen als vuurvliegen in een tropennacht’ [blz. 76]. Jeugdherinneringen aan Batavia toen de baboe Ruud in een draagdoek op haar heup meedroeg, het vangen van vogels, vliegeren en het spelen met vriendjes. Een schijnbaar zorgeloze tijd voor Ruud, maar een zorgelijke tijd voor zijn vader, en voor alle andere volwassenen gedurende die na-oorlogse periode, die eindigde met de repatriatie van het gezin in 1950. Al zijn persoonlijke herinneringen en die van zijn vader vertelt Ruud aan Niels, alles in de hoop dat hij toch nog wakker wordt.

‘Nu ik jou zo over het land vertel, wellen steeds meer stukjes herinneringen op. Kleine plofjes ontsnappend licht uit een moeras met de ongewisse geuren van het onderbewuste.’ [blz. 41]

Oneindig punt nul
Aan het einde van het boek vraag ik me af: zou Niels alles gehoord hebben wat zijn vader hem vertelde? En zou hij zijn vader beter zijn gaan begrijpen en waarderen, net zoals Ruud zijn vader door diens brieven? Vragen kunnen we het hem niet, op de laatste bladzijde van Terra Incognita is het punt nul van Niels oneindig geworden.

Ter afsluiting, de woorden waarmee Ruud Lapré Terra Incognita begon:

‘Dit boek draag ik op aan de schoonheid van herinneringen, de goede en de slechte. Zij maken het leven waard om geleefd te worden.’

En deze herinneringen zijn het ook zeker waard om bewaard en gelezen te worden.

.

  • Van Ruud Lapré mag Indisch 3.0 twee exemplaren van Terra Incognita weggeven. Wil je kans maken op een exemplaar? Bekijk dan hier de winactie.

.

Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 |  € 15,00
Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 | € 15,00

 

Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

Recensie: Een meisje van honderd

Een hartverwarmend verhaal dat doet verlangen naar een ongekend land

Tijdens het lezen van de eerste pagina van Marion Bloems roman Een meisje van honderd bevind ik me als stille getuige in het Nederlands-Indië van 1906. Ik kijk mee over de schouders van hoofdpersoon Moemie en andere personages die in dit verhaal een bijdrage leveren aan 100 jaar familiegeschiedenis. Met het lezen van dit boek hoop ik het gemis van nooit (of half) vertelde verhalen op te vullen.

Helderziende gave
Het verhaal begint met een aangrijpende gebeurtenis; de rituele zelfmoord van de koninklijke familie op Bali waarbij Moemie als baby van nog geen jaar haar familie kwijtraakt. Nadat een Nederlandse soldaat ontdekt dat ze nog leeft, komt Moemie in Semarang (Java) terecht. Steeds op een andere plek, eerst bij een weduwe met kind, daarna in een klooster. Al snel wordt duidelijk dat Moemie een gave heeft. Ze kan praten met geesten van overledenen, in visioenen of dromen, wat haar uiteindelijk bij het gezin van weduwe Van Maldegem brengt. Dit gezin neemt Moemie in huis om de geesten in huis te verjagen. Ook willen mensen Moemie’s advies omdat zij toekomstbeelden ziet. Zo kan zij zien of een echtgenoot trouw is, een familielid is overleden of welk noodlot iemand te wachten staat. Haar helderziendheid beperkt zich niet alleen tot persoonlijke adviezen of contact met individuen. Ook heeft ze visioenen van de Balinese vulkaan Merapi die zal uitbarsten en zelfs van de Twin Towers ramp.

Oorlogs- en bersiaptijd
In een groot deel van het boek wordt een beeld geschetst van Nederlands-Indië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, de bersiaptijd en de politionele acties. Marion Bloem heeft die periodes pijnlijk goed weergegeven. Bijvoorbeeld in de passages waarin Moemie slachtoffers van het geweld ziet, tijdens haar werk als verpleegster, of in een van haar visioenen: ‘Ze wordt een van vele slachtoffers die zich tegen die overmacht niet kunnen verdedigen. Ze vallen haar van alle kanten met scherpe voorwerpen aan. De gezichten van de aanvallers kenmerken zich niet door afkomst, maar door haat, en de behoefte om te doden.’

Marion Bloem © Ivan Wolffers
Marion Bloem © Ivan Wolffers

Familie
Naast de geschiedenis van Moemie, krijgen we ook inzicht in de levens van de nakomelingen van het pleeggezin waarin zij is opgegroeid. Het perspectief wordt om het hoofdstuk afgewisseld, wat de spanning flink opbouwt. In een hoofdstuk over pleegnichtje Charlotte leer je iets over een gek geworden tante. In een later hoofdstuk waar het perspectief bij Moemie ligt, wordt pas duidelijk hoe dat is gekomen. Op deze manier prikkelt Bloem mijn nieuwsgierigheid. Het boek leg ik het liefst niet meer weg. Ik wil er snel doorheen om meer te weten te komen, en tegelijkertijd hoop ik dat er geen eind aan het verhaal komt.

Kleurrijke beschrijvingen
Bloems kleurrijke beschrijvingen spreken sterk tot de verbeelding.  Ze neemt de lezer mee op reis door de tijd en laat de ontwikkelingen van Nederlands-Indië naar het hedendaagse Indonesië zien. Soms heeft ze een sfeer zo krachtig neergezet dat die bijna beklemmend is. Daarnaast worden veel herkenbare, gezellige momenten van een hechte familie beschreven, waarbij pianomuziek bijna hoorbaar is vanaf de pagina’s. Een meisje van honderd brengt een land dat ik niet kende, hartverwarmend dichtbij.

Voor wie?
Dit boek is vooral een aanrader voor degenen die weinig tot niets weten van hun familieverhalen. Marion Bloem zet een goed tijdsbeeld neer en zorgt voor net wat meer bewustwording van het Indische verleden. Soms is dat hard en confronterend, maar belangrijk als je geïnteresseerd bent in je roots. Na het lezen van dit boek begrijp ik het zwijgen van de eerste generatie veel beter.

Een meisje van honderd. Marion Bloem. De Arbeiderspers. Utrecht, 2012. 19,95 euro.