Nieuwe serieblog: Indisch 3.0 – Jakarta 2.0

Protesten tegen Lady Gaga's concert. Foto: blog.zap2it.com

Nieuw op Indisch 3.0: Ramon Meijer blogt vanuit Indonesië

Voor Ramon Meijer (Indo 3.0) is na bijna veertig jaar de cirkel rond. Indertijd verlieten zijn ouders met zwaar hart hun huis als tieners, inmiddels is Ramon ‘’teruggekeerd ‘’ naar zijn roots in de fascinerende, explosieve en chaotische stad Jakarta, de hoofdstad van het archipel. Daar begeeft hij zich als general manager van een restaurant tussen diplomaten, expats, beroemdheden, ojek rijders, bedelaars en worstelt hij elke dag met de vraag: is hij nu eindelijk thuis? De komende drie maanden blogt hij – soms met humor, soms met een kritische blik – erover op Indisch 3.0 in de nieuwe serie “Indisch 3.0 – Jakarta 2.0”. 

Indonesia's Hidayat holds up gold medal at World Badminton Championships in California. Foto: olahraga.kompasiana.com
Indonesia’s Hidayat holds up gold medal at World Badminton Championships in California. Foto: olahraga.kompasiana.com

Ik zit in het koIkende Istora Senayan in Centraal Jakarta. Senayan, wat een park moest zijn voor het volk, is een verzamelplaats geworden voor badminton-gek Indonesië. Badminton, in Nederland niet meer dan een campingsport, is hier verheven tot volkssport waarmee sterren Taufik Hidayat, Lily Natsir en Tantowi Ahmed uitgebreid in het nieuws komen. Dat overkomt Eric Pang niet, Albert Verlinde heeft hem nog nooit uitvoerig in het nieuws gebracht, laat staan in talkshows.

Badminton is de passie van de Indonesiërs.

Badminton is de passie van de Indonesiërs: zij kunnen er wat mee winnen in vergelijking met voetbal, waar het huilen geblazen is.  Menig fan kan dat niet aanzien en leeft zich daarom uit op de supporters van de tegenpartij. Indonesiërs, zachtaardige en lieve mensen? Toch was de Euro 2012 hier bijna het gesprek van de dag. Mijn personeel gaf me menige sneer  en na de smadelijke nederlaag tegen Duitsland was het  was vooral: ‘Pak ! Belanda balik kampung kan?’ Waarom die sneer?? Er werd driftig gewed en de sentimenten liepen hoog op. Ik zei meestal niks of mompelde wat en liep maar door.

Maar goed, terug naar de Istora en de voetbalsfeer in de tempel van badminton.

Alexander Aan. Foto: patheos.com
Alexander Aan. Foto: patheos.com

Er zijn enkel twee Indonesische finalisten, slechts eentje wint. Toch geeft sport de Indonesiërs iets wat de Indonesische overheid ze absoluut niet geeft: vreugde & euforie. Als buitenstaander kan ik de opkomst van de radicale islam begrijpen, religie is als opium voor het volk zoals Karl Marx zei en de imams zijn de dealers.

De vraag over wat voor religie ik heb, beantwoord ik meestal met dat ik geen atheïst ben (moet je mee uitkijken hier). Een verder antwoord ontwijk ik, wat weer heel erg normaal is hier. Een zekere Mr. Alexander Aan was bestraft omdat hij op Facebook durfde te zeggen dat God niet bestaat omdat hij zoveel armoede ziet om hem heen. Dit leidde wereldwijd tot  commotie en de laffe rechters bestraften hem voor Godslastering met een houding en zelfvertrouwen, waaruit bleek dat ze wel erg zeker zijn van hun zaak waren dat Hij bestaat. In een column van een Al Jazeera correspondent in Indonesië werd er monter gesteld dat  de “Indonesiër niet minder tolerant is maar tolerant is voor intolerante religieus geweld.”

De vraag van wat voor religie ik heb, beantwoord ik meestal met dat ik geen atheïst ben.

Aan de andere kant; de rechters waren wel genoodzaakt om Alexander op te sluiten want hij was anders gelyncht door de ultra gewelddadige  bendes van FPI (Islamic Defenders Front) die eigenlijk meer bekend staat om aanvallen te plegen op zelfs hun moslimsbroeders. Al hadden ze wel een succesvolle verdediging van  het Islamitisch erfgoed en cultuur toen Lady Gaga het fantastische idee had om een concert in dat andere sportpaleis te geven, Bung Karno; een decadent ‘duivels’ concert. Ze was overal in het nieuws: de politie wilde geen vergunning afgeven uit vrees voor de openbare orde.

Protesten tegen Lady Gaga's concert. Foto: blog.zap2it.com
Protesten tegen Lady Gaga’s concert. Foto: blog.zap2it.com

Ze verscholen zich achter een schier onmogelijke eis aan de promotor, die ervoor moest zorgen dat het concert goedkeuring zou krijgen van verschillende moslimorganisaties. De promotor Big Daddy was de wanhoop nabij: 40 000 kaartjes verkocht; de FPI die beloofde dat Lady Gaga een traditioneel FPI welkom zou krijgen als ze ook maar één stap op Indonesische bodem zou zetten met haar paarse hakken; de gematigde moslimorganisaties die toch niet zouden toestemmen; de politie die om meer  “duit” vroeg voor de veiligheid.

Lady Gaga, die toch al in Azië een spoor van schandalen achterliet, kon het niet meer aanzien en onder het mom van “het gebrek aan veiligheid voor haar en haar crew” (wat eigenlijk ook waar is) laste ze haar concert af. Ze kreeg dan ook een erenaam ‘’Lady Gagal’’ (=falen).

Recensie: Een zoon van Porto

Een documentaire over thuiskomst

In de documentaire Een zoon van Porto (vorig jaar vertoond op het Nederlands Film Festival) volgen we Benja die door zijn vader, auteur Frans Lopulalan, begeleid wordt naar het voorouderlijke plaatsje Porto op het Molukse eiland Saparua. De 19-jarige Benja voelt zich misplaats in Nederland. Hij wil terugkeren naar Saparua om te kunnen proeven van het Molukse leven en misschien wel de plek vinden waar hij thuis hoort…

Antagonistische houding
Frans Lopulalan (onder andere bekend van Dakloze Herinneringen) vertelt in de documentaire over zijn gevoel van ontheemding en dat van zijn ouders. ‘Zeg nooit dat je uit Woerden komt, maar uit Saparua,’ vertelde zijn moeder hem ooit. Frans uit ook zijn zorgen over hoe Benja denkt over Nederlanders. Benja zou een bijna antagonistische houding tegen Nederlandser hebben en elke keer verbaasd zijn als hij een aardige Belanda ontmoette. Ook voelt Benja er niks voor om een opleiding te volgen, dit zou slechts de Nederlandse economie bevorderen. Benja voelt zich niet begrepen door Nederlanders, zelfs niet door zijn Nederlandse moeder. Het is jammer dat de relatie tussen Benja en zijn moeder, betreffende de etnische verschillen, niet verder wordt uitgediept. Wellicht had Benja’s moeder meer kunnen vertellen over het gevoel zich ‘niet Nederlands’ te voelen van Benja.

Verschillen
Vindt Benja uiteindelijk zijn ‘thuis’ in de Molukken? Hij lijkt er zeker op zijn plaats. Hij werkt mee met de vissers, de boeren en wordt bijna uitgehuwelijkt. Hij vertelt veel over hoe geweldig en bijzonder hij het vindt om in Porto te zijn, maar verder wordt er voornamelijk gesproken over de verschillen tussen hem en Nederlanders. Er wordt niet gesproken over de mogelijke verschillen tussen Benja en de bevolking van Porto. Wat jammer is, aangezien zijn broer in het begin van de documentaire aan Benja vertelt dat hij niet alleen hier in Nederland anders is, maar ook daar anders zal zijn.

Waar is thuis?
Het ‘je niet op je plaats voelen in Nederland’ is iets dat velen van gemengde afkomst zullen herkennen. Een groot deel van de personen die dit lezen zullen vast wel eens een geschiedenisles hebben moeten geven, om aan anderen de vraag ‘waar kom je vandaan?’ te kunnen beantwoorden. Een gevoel van thuiskomst als je het voorouderlijk land bezoekt is ook zoiets dat door velen als herkenbaar zal worden ervaren. Echter, vroeg of laat komt iedereen erachter dat ook daarin een groot verschil bestaat tussen ‘ik’ en ‘de ander’. De vraag ‘waar is thuis?’ wordt niet duidelijk beantwoord. Althans, niet door Benja, wel door Frans. Frans voelt zich thuis in Nederland, maar ook op Saparua.

Thuiskomst
Een zoon van Porto is een documentaire over thuiskomst. Echter, door de hele film komt ook steeds het thema ‘verschillen’ naar voren. Ik heb het niet alleen over de verschillen tussen Molukkers en Nederlanders, maar ook tussen jong en oud, vroeger en nu. Het is spijtig dat dit thema niet verder uitgewerkt is. Al met al is Een zoon van Porto een mooie film over vader en zoon die samen het voorouderlijke land opzoeken.

Een zoon van Porto (Son of Porto) Oogland Film Producties, 2011

3.0 in de Keuken – Kelly Wijntuin-Menkel

‘Niets gaat de vuilnisbak in’

Wie: Kelly Wijntuin – Menkel | Indisch via: vader en moeder | Beroep: Top Secret bij Defensie | Culinaire specialiteiten: Taarten, cupcakes en zelfverzonnen variaties op bestaande Indisch recepten 

Kelly Wijntuin – Menkel (c) Wendy de la Rambeljé / Indisch 3.0 2012

Twee dagen had Kelly (31) nodig voor de sierbloemen op haar spekkoektaart. Voor de spekkoek, die de basis van de taart vormt, draaide ze haar hand niet om, en de fondant nam ‘maar’ een half uurtje in beslag. Vol bewondering kijken wij (Liselore & Wendy) naar de taart die op tafel staat. ‘Willen jullie proeven?’ vraagt Kelly met een gulle lach op haar gezicht en een mes al in de aanslag. Het moge duidelijk zijn, dit is het begin van opnieuw een smakelijke aflevering van 3.0 in de Keuken. 
Foto’s: Wendy de la Rambeljé & Kelly Wijntuin – Menkel

Van moeder op dochter
‘Mijn grootouders kwamen uit Solo en mijn moeder is geboren in Jakarta, ze was vier toen het gezin naar Nederland kwam. Van mijn oma heeft mijn moeder als kind al leren koken: ik was drie toen mijn moeder mij leerde hoe je rijst moest wassen en oeleken. Dylana kan ook al oeleken en meehelpen met koken.’ Dylana, Kelly’s dochter van drie, zit bij ons aan tafel en beaamt trots wat Kelly over haar vertelt.

Stinkende visjes
‘Het eten dat je zelf maakt is toch het lekkerste. Neem bijvoorbeeld soto. De vader van Dylana is Surinaams, maar Surinaamse soto vind ik niet lekker. Ik experimenteer graag met kruiden en maak dan eigen verzinsels klaar zoals sambal goreng spek. Dylana weet inmiddels al veel kruiden te herkennen naar smaak. Dylana, wat is trassi?’ Met grote ogen kijkt Dylana naar haar moeder. ‘Stinkende visjes.’

Trassi en vuurgevechten
‘Over trassi heb ik nog wel een mooi verhaal. Toen ik voor Defensie in Afghanistan zat, heb ik een keer trassi in de ventilator van één van de auto’s gestopt. Wat een geur moet dat gegeven hebben toen ze de airco aanzetten! En bij die auto’s kunnen de ramen niet open. Ik heb daar veel meegemaakt, waaronder twee vuurgevechten. Maar ik ben blij dat ik in dienst ben gegaan. Ik heb daardoor veel ontwikkeling doorgemaakt.’

Taarten
‘Naast mijn werk voor Defensie maak ik sinds vier jaar taarten op bestelling en geef ik workshops onder de naam Kellz Cakery. Dat is ooit eens begonnen met een workshop taarten maken voor mijn moeders verjaardag, maar daar vond ik niet zoveel aan. Mijn interesse werd pas echt gewekt toen ik met een collega meeging naar een workshop cupcakes maken. Daarna heb ik een basisopleiding gevolgd en mezelf steeds meer aangeleerd.’

Kelly’s Kookkunsten (c) Wendy de la Rambeljé / Indisch 3.0 2012

Niets weggooien
‘In het begin mislukte er nog weleens een taart. Nou ja, jammer dan. Dan maakte ik er wel bonbons van. Denk maar niet dat er iets de vuilnisbak in gaat!’ We barsten in lachen uit bij dit duidelijke Indische trekje en nemen nog eens een hap van een stuk spekkoektaart. Kelly vervolgt: ‘Ik heb ook taarten gemaakt voor Indische families. Deze spekkoektaart is eigenlijk een basis voor een bruiloftstaart.’

Indische basis
‘De basis blijft toch eigenlijk altijd Indisch eten. Niet alleen met mijn taarten, ik heb ook nog een tijdje met mijn moeder op bestelling Indische snacks gemaakt. Maar dan niet met kant en klare loempiavelletjes enzo. Ik maak alles zelf. Het is voor mij ook de normaalste zaak van de wereld dat iedereen mee kan eten, er is altijd genoeg. Over eten gesproken. Hebben jullie al honger?’

Ook een keer spekkoek(taart) maken? Hieronder het spekkoekrecept van Kelly.

Spekkoek

Ingrediënten
• 7 eieren
• 250 gr. boter
• 200 gr. lichtbruine basterdsuiker
• 50 gr. bloem
• 1 t.l. zout
• 1 t.l. vanillemerg
• 8 t.l. kaneel
• 4 t.l. kardemon
• 3 t.l. anijspoeder
• 2 t.l. nootmuskaat
• 2 t.l. kruidnagelpoeder
• 50 gr. boter

Bereiding
• Verwarm de oven voor op 175 graden
• Splits de eieren in de dooiers en de eiwitten
• Klop de boter met de suiker tot een lichte, romige massa (ong. 10 min.)
• Roer de eidooiers een voor een door de romige massa
• Zeef de bloem en het zout
• Schep de bloem en het zout met de vanille door het botermengsel
• Klop de eiwitten tot een stevig schuim en spatel dit voorzichtig door het beslag
• Schep een derde deel van het beslag in een andere kom
• Vermeng de specerijen en spatel ze door een derde van het beslag
• Je kunt eventueel pandan-stroop bij het beslag voegen

• Beboter de springvorm van 15 a 20 cm
• Schep een dun laagje licht beslag in de springvorm
• Bak het laagje 10 min in de oven (grilstand)
• Smelt 50 gr. boter
• Neem de vorm uit de oven en smeer een dun laagje boter over het laagje cake
• Schep er een dun laagje gekruid beslag over
• Zet de vorm weer in de oven voor ong. 4 a 5 min.
• Herhaal deze handelingen tot het beslag op is

• Laat de spekkoek eerst even in de vorm afkoelen
• Stort de spekkoek op een rooster of bakpapier, en laat deze volledig koud worden
• Laat de koek minstens een halve dag staan, zodat de smaak zich beter kan ontwikkelen

Tips
• Aan het beslag kunt je ook een scheutje rum of een andere smaak-essence toevoegen
• Ook kun je aan het kruidenbeslag pandan toevoegen (voor de groene laagjes)
• De spekkoek kun je mooi decoreren met fondant of marsepein

Oproep: ken/ben jij iemand die graag in de keuken staat en mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Keuken? Stuur dan een mailtje naar liselore@indisch3.nl

3.0 in de Liefde: Sandra en Philip

In deze aflevering van 3.0 in de Liefde spreek ik met de Indische Sandra Tanahatoe (28) en de Nederlandse Philip van den Heuvel (33). Ik ben nieuwsgierig. Zijn er typische Indische karaktertrekken van Sandra die Philip opvallen? En hoe ziet Sandra haar Indische identiteit zelf eigenlijk?

3.0 in de Liefde – Sandra en Philip – Foto: Sandra Tanahatoe

Indische identiteit
Als ik vraag in hoeverre Sandra zich met haar Indische achtergrond identificeert bekent ze lachend: ‘Ik heb het gevoel heel erg Nederlands te zijn.’ Philip beaamt dit: ‘Zij is hartstikke Nederlands.’ Maar toch, Sandra vindt het belangrijk professioneel op het werk te zijn en haar studie serieus te nemen. Dit past bij hoe de eerste generatie hun kinderen heeft opgevoed: de beste zijn op school, niet voor problemen zorgen en op het werk goed presteren. Sandra vindt het ook bijzonder dat de opvoeding van de eerste generatie nog steeds te herkennen is bij de derde generatie. Philip vult aan dat Sandra’s temperament, haar enthousiasme en de band met Indonesië, voor hem typisch Indisch is.

Sandra en Philip (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2012

Van sneakers tot Bali
Sandra leerde Philip kennen toen zij sneakers bij hem kocht in zijn winkel Acht. Toen later bleek dat de sneakers niet pasten, en zij weer terug moest om ze te ruilen, zagen ze elkaar weer en hielden contact. Hoewel Philip verliefd was en meer wilde, was Sandra nog niet klaar voor een relatie. Ze kwamen elkaar later bij het uitgaan weer tegen en op dat moment veranderde er iets in Sandra en vloog de vonk ook voor haar over. Inmiddels wonen ze samen boven de winkel en in juni 2013 gaan ze trouwen op Bali.

Afbakpizza versus lemper
Naast haar passie voor fotografie en mode, is goed eten voor Sandra erg belangrijk. Ze had graag nog van haar oma geleerd hoe ze al die lekkere Indische gerechten kan maken. Sandra kookt soms wel Indisch, maar dan moet ze er wel de tijd voor hebben. Sandra heeft het gevoel dat eten voor haar meer betekent dan voor Philip. Het boeit hem niet echt, een afbakpizza is prima. Bij Sandra thuis wordt eten nog wel eens gebruikt om het goed te maken, na een onenigheid komt haar vader dan met lekker eten aanzetten.

Indisch tintje in huis – Foto: Sandra Tanahatoe

Verleden en toekomst
Philip kan zich nog weleens verbazen over hoe Indische mensen met hun verleden om gaan. Op bezoek bij Sandra’s ouders keken ze naar Van Dis in Indonesië. Bij Sandra riep de documentaire vragen op. Zij vroeg dan aan haar vader: ‘Hoe was dat bij onze familie?’ Helaas moest hij haar het antwoord vaak schuldig blijven. Het intrigeert Philip: ‘Sandra’s vader weet het dan echt niet. Het verbaast me, ik vraag me af hoe dat komt. Het is niet omdat Indische mensen het niet zouden willen weten, maar het lijkt alsof haar vader veel niet is verteld. Ik vermoed dat het met schaamte te maken kan hebben.’

Rust en Harmonie
Sandra en Philip willen in de toekomst graag kinderen. Philip wil dat de kinderen zich bewustzijn zullen zij van hun Indische achtergrond. Zo zou hij naar Indonesië willen met de kinderen zodat zij hun roots leren kennen. Het eiland Bali is een bijzondere plek voor Sandra en Philip. Sandra: ‘De rust en harmonie spreken me aan. Ik voel me er thuis en zou er zo kunnen wonen.‘ In juni 2013 zal dan ook op dit eiland het huwelijk plaatsvinden tussen onze -misschien toch best wel Indische- Sandra en Philip.

Oproep: Ken/ben jij een verliefde Indo die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Liefde? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl

3.0 in de muziek: Lynn Stephans

Lienke tijdens een optreden met SESSION Music in Hengelo Foto: Berend Ouwerling

Geen gewoon muzikaal meisje

Op de zonnige namiddag van 15 augustus ontmoet ik Lienke Iburg, (a.k.a. Lynn Stephans, een creatieve vertaling van haar voornamen Lienke Stephanie) op station Arnhem, om vandaar naar een terrasje te wandelen. Ze is een stralende, jonge vrouw van 29, Indisch via haar vader (Djakarta) en vernoemd naar haar Indische opa en oma.

Lienke tijdens een optreden met SESSION Music in Hengelo Foto:  Berend Ouwerling
Lienke tijdens een optreden met SESSION Music in Hengelo Foto: Berend Ouwerling

‘Misschien kunnen we ook een hapje eten’, stelt Lienke voor, als we plaatsnemen bij een tapasbar. Eten vindt Lienke een gezamenlijke bezigheid die niet alleen gaat om het lekkere gerecht, maar ook om het sociale aspect.

Verbonden met haar Indische roots.

Eenmaal aan tafel, met om te beginnen een glaasje fris, vertelt Lienke dat ze naar de Indië herdenking heeft gekeken op televisie, en zich daardoor weer extra bewust is geworden van haar eigen Indisch zijn en de geschiedenis die daarbij hoort. Lienke voelt zich verbonden met haar Indische roots. Die verbondenheid voelde ze al toen ze een klein meisje was; haar afkomst prikkelde haar nieuwsgierigheid. Haar oma nam Lienke bijvoorbeeld mee naar de toko en liet haar kennis maken met tropische vruchten die zij in Nederlands Indië at. Haar vader en zusje Nora – ook Indisch 3.0 freelancer – hebben allebei een boek geschreven over hun Indische roots. Lienke: ‘Bij mijzelf herken ik het Indische aan mijn bescheidenheid, het graag samen dingen willen doen (zoals koken en muziek maken) en bijgelovigheid.’

Het is belangrijk om die jongeren een duwtje in hun rug te geven.

Lienke aan de tapas in Arnhem. (C) Jennifer Valentijn Indisch 3.0 2012.

Aangeboren talent

Muzikaal talent zit bij Lienke in de familie, zowel van vaders als van moeders kant. Haar moeder speelde piano en zong in een koor. Haar vader heeft in een band gezongen. ‘Ik wist al op jonge leeftijd dat ik van zingen en/of dansen mijn beroep wilde maken. Ik begon vroeg met vroeg met kleuterdans, later gevolgd door jazzballet, klassiek ballet, modern jazz, salsa en break dance,’ vertelt ze met een glimlach. Zingen is Lienke’s grootste talent. Na de middelbare school koos ze voor een particuliere zangopleiding aan de Academie voor lichte muziek. Gevolgd door een jaar Musical Theaterdans aan de dansacademie in Tilburg. Waarna Lienke besloot om zich volledig op het zingen te richten.

Zangles +

Lienke is nu zzp’er: ze geeft zangles en vocal coaching. De zangles beperkt zich niet alleen tot lichte zang; zo kunnen rappers ook lessen volgen in ademtechnieken. ‘Als zzp’er ben ik niet gebonden aan gezette tijden en ben ik eigen baas. Het geeft een stukje vrijheid.’ Lienke kiest bij al haar leerlingen voor een persoonlijke benadering. ‘Ik weet precies wie welke aanpak nodig heeft om het beste uit zichzelf te halen. Zo geef ik bijvoorbeeld les bij New Arts College, waar veelal jongeren op zitten die binnen de reguliere schoolmethode hun weg niet kunnen vinden. Het is belangrijk om die jongeren een duwtje in hun rug te geven.’

Uitvoerend

De frisdrank heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een karafje sangría. Ik schenk ons ieder een glas in terwijl Lienke verder vertelt dat ze – naast haar werk als coach – veel optreedt met haar coverband SESSION. Ook is ze te zien als MC Lynn in clubs. ‘Ik doe ook studiowerk en heb onlangs met SESSION het nieuwe Hou van Holland spel voor de iPad ingezongen.’

Momenteel is Lienke bezig met het produceren van haar eigen Engelstalige nummers in samenwerking met Zebra Music en heeft ze inmiddels al een eigen nummer ten gehore gebracht bij de Miss Flevoland verkiezing. Lienke is ervan overtuigd: ze heeft haar grootste droom vervuld; het kunnen leven van haar passie.

We rekenen af en ik weet één ding zeker, ik ga dit muzikale wonder in de gaten houden.

Wil je Lienke volgen of  weten waar en wanneer ze optreedt? Dat kan via TwitterFacebook en Session Music.

Oproep: Ken/ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar liselore@indisch3.nl

Indo 3.0 op de Werkvloer: Marieke van Bragt-Kroonen

Marieke van Bragt-Kroonen (33 jaar) werkt twee jaar bij het Rijksmuseum van Oudheden. Na haar studie Geschiedenis en master Archiefwetenschap begon ze haar loopbaan bij de Tong Tong Fair als programmeur van het Bibit Theater. Daarna werkte ze nog bij het Gemeentearchief in Den Haag en nu dus bij het museum in Leiden.

De gevel van het Rijksmuseum van Oudheden © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Wat is er zo leuk aan je werk?

‘Het leerzame aspect van het werk als archivaris is het leukst. Ik bestudeer en archiveer onder andere onderzoeken van archeologen, informatie van tentoonstellingen en jaarverslagen. Ook stel ik collecties samen en run ik een bibliotheek met tien vrijwilligers. Een hele grote klus waar ik nu aan werk is het digitaliseren van het archief. Ik bouw aan een website, zodat ons archief ook toegankelijk is van buitenaf.’

Marieke in de welkomsthal van het museum © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Kun je je Indische ei een beetje kwijt op je werk?

‘Ik heb een hele gave opdracht gekregen. Louis Couperus, bekend van De Stille Kracht, heeft ook boeken geschreven over de culturen uit de oudheid. Ik heb een serie titels gekregen, zoals ‘Antiek Toerisme – Roman uit Oud-Egypte’, waar ik mooie eerste drukken van zoek om te exposeren. Het heeft niet direct met iets Indisch te maken, maar het is wel leuk om een ander aspect van deze bekende schrijver te leren kennen.’ Marieke pakt een boek met een prachtige cover en vertelt dat er in maart een tentoonstelling zal zijn met deze boeken. Naast haar werk hield Marieke een website bij: www.indischdenhaag.nl. Een soort prikbord met de Indische geschiedenis van Den Haag. Sinds de geboorte van haar dochtertje is ze hier niet meer zo actief, maar de pagina met een overzicht van alle toko’s in Den Haag wordt nog steeds heel goed bezocht.

Marieke aan het werk © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Heb je ook iets uit Indonesië op kantoor?

‘Ja, mijn collega Ger Vermaesen! En een houten pennendoosje dat ik gekregen heb. Mijn broer woont op Java en mijn moeder op Bali, dus ik probeer één keer per jaar mijn familie te bezoeken. Zelf zou ik niet zo snel in Indonesië gaan wonen. Dat is met mijn beroep helemaal niet gunstig.’

Het houten pennendoosje en een eerste druk van Louis Couperus © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Ego's, intriges en dreigementen

Nederland valt aan - Ad van Liempt, 2012.
Nederland valt aan - Ad van Liempt, 2012.
Nederland valt aan – Ad van Liempt, 2012.

Recensie ‘Nederland valt aan’

In mei 2012 kwam het boek Nederland valt aan uit, een bewerking van Ad van Liempt’s eerdere boek Een mooi woord voor oorlog. Deze boekpublicatie kreeg opvolging in de gelijknamige, eenmalige tv-uitzending op 21 juli. De tv-uitzending maakte wat mij betreft de hoge verwachtingen niet waar – journalisten kunnen níet acteren en anachronismen maken een historische vertelling juist onduidelijk. Over het boek van deze voormalige hoofdredacteur van het NOS Journaal trek ik een andere conclusie.

Bijzondere bronnen
Van Liempt schreef in 1994 Een mooi woord voor oorlog. Nederland valt aan is daar een bewerking van. Het is mij niet duidelijk wat de publicatie uit 2012 toevoegt aan het boek uit ’94, de auteur doet daar geen melding van in een voor- of nawoord. Wat mij wel duidelijk is, is de waarde van dit boek. Van Liempt geeft, in prettig leesbare bewoordingen, gedetailleerd inzicht in de besluitvorming over de eerste politionele actie. Hij gebruikt daarvoor memoires, interviews met betrokkenen, persoonlijke dagboeken & archieven, kranten en telegrammen. Dankzij die aanpak legt hij bloot welke intriges, machtsspelletjes, driftkoppen en kortzichtige belangen hebben geleid tot Operatie Product, de eerste politionele actie die op 21 juli 1947 startte en – onder internationale druk – op 5 augustus 1947 eindigde.

Ultimatums
Officiële aanleiding van de eerste politionele actie is de Nederlandse constatering dat Indonesië zich niet houdt aan het – onmogelijke, want dubbele (KV) – akkoord van Linggadjatti. Nederland stelt Indonesië een aantal ultimatums, om duidelijkheid te krijgen in de oorzaken hiervoor en – in later stadium – Indonesie te dwingen bepaalde afspraken te honoreren. Twee heikele punten zijn de aanwezigheid van Nederlandse troepen (de ‘gendarmeriekwestie’) in Indonesië en de mate waarin een Nederlandse functionaris (de hoge commissaris) inspraak heeft in het interimbestuur van Indonesië.

Gedetailleerd inzicht in besluitvorming over eerste politionele actie.

Genoeg gepraat
De antwoorden die Nederland krijgt zijn keer op keer niet de antwoorden die Nederland wil horen: de verschillende politieke leiders van Indonesië krijgen hun achterban niet zo gek, dat ze met de Nederlandse eisen instemmen. Aanwezigheid van Nederlandse troepen, een eenzijdig staakt-het-vuren en een Nederlandse functionaris die een vetorecht krijgt over beslissingen in het interimbestuur van Indonesië, roepen vooral wantrouwen op bij de jonge republiek, die toch al twijfelde over de intenties van hun voormalige kolonisator. Generaal Spoor en zijn rechterhand Pinke zijn het praten na een paar onderhandelingsrondes zat en dreigen met ontslag, waardoor uiteindelijk landvoogd Van Mook vanuit Indonesië en oud-premier Schermerhorn (PvdA) de Nederlandse regering (PvdA en KVP) adviseren militair in te grijpen.

TV-uitzending Nederland valt aan met o.a. Maartje van Wegen (Ned. 2, 21 juli 2012)
TV-uitzending Nederland valt aan met o.a. Maartje van Wegen (Ned. 2, 21 juli 2012)

Wegtrekken leidt tot chaos
Wat ik me bij het lezen afvroeg over deze koloniale oorlog, was hoe het mogelijk was dat Nederland, net bevrijd, toch overging tot deze oorlogsverklaring. Bijzonder inzichtelijk daarvoor was onder meer een brief van ambtenaar Peter Koets, secretaris van KVP-premier Beel. Het zou de Indonesische leiders ontbreken aan lef om de achterban te overtuigen in te stemmen met de Nederlandse eisen. En ‘Wegtrekken leidt tot chaos’, dus militaire actie was de enige mogelijke vervolgstap. Verbazingwekkend vind ik dat uit de krantenreacties op de oorlogsverklaring van de Nederlandse regering, op te maken valt dat alleen Het Parool en koningin Wilhelmina de Nederlandse keuze in de context van de recente Duitse bezetting plaatsen (beide op een andere manier).

Het boek is niet geschikt voor mensen die nog weinig tot niets weten over het onderwerp.

Wie is wie?
Nederland valt aan
van Ad van Liempt geeft inzicht in de verbijsterende besluitvorming die heeft geleid tot de eerste politionele actie. Bij het lezen had ik wel sterk de behoefte aan een overzicht; vanaf de eerste pagina duizelde het van de namen van ministers, landvoogden, militaire bonzen en ambtelijke zwaargewichten. Een schematisch overzicht van alle betrokken spelers aan beide zijden had niet misstaan. Hierdoor is het boek niet geschikt voor mensen die nog weinig tot niets weten over de politieke verwikkelingen in naoorlogs Nederland en het net onafhankelijk geworden Indonesië.

Indonesische perspectief
En, over beide zijden gesproken: ik miste inzicht in het Indonesische perspectief op dit proces. Waardevol was bijvoorbeeld vermelding van de val van Sjahrir, nadat die had ingestemd met een Nederlands ultimatum. Maar naar de motivatie van  Soekarno en Sjarifoeddin om een later stadium niet in te gaan op de heikele punten, kon ik alleen maar raden. Van Liempt had de ‘remake’ van Een mooi woord voor oorlog daar vast voor kunnen gebruiken.

Het Indië-onderzoek
KITLV-directeur Gert van Oostindie kondigde vorige week donderdag in Trouw (6/9/2012) dat het ‘Indië-onderzoek er zeker gaat komen’. Hopelijk komt daar een overkoepelend, gezagdragend verhaal uit dat helderheid geeft over deze zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. Van Liempt heeft met Nederland valt aan daar  alvast nuttig voorwerk voor gedaan.

De politieke paringsdans 2012

Paringsdans van futen. Foto: cormastwijkfotografie.com
Paringsdans van futen. Foto: cormastwijkfotografie.com
Een natuurlijke paringsdans. Foto: cormastwijkfotografie.com

Opdracht van een kiezer

Wanneer overmorgen de champagne is verdampt, de tissues nog vochtig zijn van de tranen en de lijsttrekkers om verschillende redenen ontwaken met een kater, gaat het spel pas echt beginnen: de Grote Politieke Paringsdans 2012.

De afgelopen weken hebben we veel partijen elkaar zien uitsluiten en men spreekt over een ingewikkelde, wellicht onmogelijke formatie. In crisistijd is dat natuurlijk te bizar voor woorden.Er is namelijk altijd een middenweg, maar je moet het wel willen zien. Zeker nu. Bovendien: ik heb mijn collega’s ook niet altijd voor het kiezen en de baas verwacht toch dat ik gewoon mijn werk doe. Voor politici is dit toch niet anders?

Ik heb mijn collega’s ook niet altijd voor het kiezen

Want, laat ik duidelijk zijn: mijn stem is geen verzoek en ook vraag ik de politiek niet om een gunst. Nee; ik geef een opdracht om dit land fatsoenlijk te besturen. Wekenlang gesteggel over wie-met-wie-wil valt daar niet onder. Zeker nu, met een onzekere economie in het achterhoofd, zit ik daar niet op te wachten. Aan het werk en het liefst met een (op papier) haalbare coalitie.

Is dit echter niet mogelijk, dan zorgen de drie of vier grootste partijen de komende periode maar voor de vorming van een kabinet dat, ondanks de verschillen, toch werkt.  Ligt een samenwerking bij ‘de achterban’ niet lekker, dan stel ik voor dat alle partijen twee keer slikken en doorgaan. Desnoods regeren PVV en PvdA komende vier jaar samen. Wat overigens een interessante combinatie zou zijn. Zou er dan subsidie of belastingvoordeel komen voor vrouwen die GEEN hoofddoek dragen?

Even een escape inzetten als je het niet meer weet.

Nou heb ik het idee dat er meer nodig is. Want de afgelopen jaren hebben politieke partijen mij iets te vaak het bijltje erbij neergegooid:  de stekker kan er altijd uit. Zeven verloren weken in het Catshuis, bijvoorbeeld: het had elke andere partij kunnen overkomen. Er is simpelweg iets mis met de politieke mentaliteit. Een kabinet laten vallen, omdat het even moeilijk wordt lijkt inmiddels doodgewoon. Met een oplopende staatsschuld is dat verwerpelijk: het gaat hier om het landsbelang. We zitten verdorie niet bij Caroline Tensen voor een potje Eén Tegen 100 waarbij je, als je het even niet meer weet, een escape kan inzetten.

Dus, als verantwoordelijk burger denk ik mee, en heb ik een voorstel om onze vertegenwoordigers extra te motiveren. Politici worden geïnstalleerd voor een periode van vier jaar. Aangezien zij moeite hebben om deze termijn vol te maken, stel ik de volgende motivatiemaatregel voor: 

de Te-Kort-Regeerboete

Met de Te-Kort-Regeer-boete is het inkomen van een Kamerlid of minister de eerste drie jaar een lening. Zijn er dan nog geen nieuwe verkiezingen uitgeschreven wordt deze in het vierde jaar omgezet in salaris. De opgebouwde schuld wordt tevens kwijtgescholden. Maakt men er echter een potje van door (interne) strubbelingen tussen partijen en moet de burger eerder naar de stembus, dient deze lening te worden terugbetaald.

Met de Te-Kort-Regeer-boete is het inkomen van een Kamerlid of minister de eerste drie jaar een lening.

Volgens mij wordt de sfeer in de Tweede Kamer hier een stuk vriendelijker en professioneler van. Debatten worden weer inhoudelijk en interessant, omdat politici elkaar laten uitpraten en luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. De boel saboteren wordt een risico, daarmee raken zij voortaan indirect hun eigen portemonnee. Een ander voordeel van de Te-Kort-Regeerboete is dat het Binnenhof alleen nog mensen met idealen trekt: mijn maatregel zal afstotelijk werken en  een extra drempel vormen voor baantjesjagers en curriculum vitae-fetisjisten.

Nou kan ik me indenken dat de partijen niet meteen toekomen aan het bespreken van deze out-of-the-box oplossing. Over vier jaar maken we wel de balans op, dus voor nu: aan de slag en snel. Na de recente overkill aan debatten is er genoeg gepraat.

Knock knock

Shemara met haar opa Bloem. Foto: Shemara van den Heuvel.

Shemara van den Heuvel won dit voorjaar de tweede prijs in de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht van Indisch 3.0. Meer weten over deze dame? Lees dan de Indisch 3.0-bijdrage aan de Moesson van september. Volgende maand publiceren we het laatste verhaal in deze reeks, waarmee Christie Haalboom de derde prijs gewonnen heeft

Shemara met haar opa Bloem. Foto: Shemara van den Heuvel.
Shemara met haar opa Bloem. Foto: Shemara van den Heuvel.

Wat hoor ik nu? Ik sla de deken van mij af en besef dat ik lezend in slaap ben gevallen. Mijn boek ligt half open naast mijn kussen. Stilte. Het zal wel in mijn droom gebeurd zijn. Echt iets voor mij om een thriller te gaan lezen alleen in een hotelkamer op Bali. Niet zo slim als je van nature bang aangelegd bent.

‘Bam, bam.’ Van schrik val ik bijna uit de luxe boxspring. Nu weet ik zeker dat er iemand op de deur heeft geklopt. Zijn het mijn ouders? Ik kijk op de wekker naast me en zie dat het 02.00 in de ochtend is. Er is vast iets gebeurd. Ik loop in de richting van de hoteldeur en kijk door het spionnetje. Niemand. Ik voel een kramp in mijn buik van angst. ‘Kom op, Shemaar,’ zeg ik tegen mezelf. Misschien zijn het mijn neven die in de kamer naast mij zitten? Volgens Nederlandse mensen zijn het technisch gezien niet mijn neven. De ene is een achterneef, de zoon van een neef van mijn moeder. De andere neef is een neef van mijn neef. Heel verwarrend allemaal. Daarom noemen we ze gewoon neven.

Waar haal ik de moed vandaan, denk ik als ik de zware hoteldeur open. De deur maakt een piepend geluid. Met mijn hoofd hang ik angstig tegen de deur, ik voel mijn hart in mijn keel kloppen. Het chique hotel op Bali waar we verblijven heeft ellenlange gangen en aan beide kanten is er niemand te bekennen. Hoe kan dat nou? Het moeten mijn neven geweest zijn, die waarschijnlijk te diep in het glaasje hebben gekeken en het grappig vonden om mij te laten schrikken. Lekker puberaal. Door de schrik ben ik klaar wakker, de adrenaline giert door mijn lijf. Nu kan ik net zo goed even bij ze aankloppen.

Ik hoor gestommel aan de andere kant van de deur. Mijn neef doet open en het is heel duidelijk dat hij diep in slaap was. ‘Oeps,’ denk ik bij mezelf. Wie heeft er dan bij mij aangeklopt? Mijn angst overvalt me wederom. Of spelen ze een flauw spelletje ‘nichtje pesten’?

‘Wat kom je doen? Het is midden in de nacht.’ Hij is nog slaapdronken en ik zoek naar woorden.

‘Er werd bij op mijn deur geklopt en ik dacht dat jullie het waren,’ stamel ik.

‘Nee, dat waren wij niet.’ Hij maakt aanstalten om de deur voor mijn neus dicht te smijten. Ik kan me dat best voorstellen, maar ik ben nog steeds doodsbang.

‘Hoe kan dat nou,’ hoor ik mezelf zeggen met een hoog piepstemmetje.

Mijn neef is nu iets meer wakker en reageert aardiger. ‘Gaat het wel goed?’

‘Ik wist zeker dat jullie een flauwe grap met mij uithaalden. Er werd op de deur geklopt en toen ik ging kijken stond er niemand,’ ratel ik.

‘Wat gek. Misschien was je te laat met de deur open doen?’ Hij wrijft uitgebreid in zijn rode vermoeide ogen. Ik voel me schuldig dat ik hem wakker heb gemaakt.

‘Ik heb heel snel de deur open gemaakt. Het is onmogelijk,’ zeg ik stellig.

‘Je ziet er geschrokken uit. Ga maar lekker verder slapen, er is niks aan de hand. Er is toch niemand.’

Opeens weet ik als donderslag bij heldere hemel wat het is. Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb. ”Het was een klopgeest,’ roep ik uit.

Mijn neef begint heel hard te lachen. ‘Een klopgeest?’

‘Ik weet het zeker. We zijn in Indonesië, die zijn hier echt,’ zeg ik wanhopig. ‘Echt waar. Ik durf niet terug naar mijn kamer met die klopgeest. Ik vind het doodeng.’

Hij komt niet bij van het lachen. Ik besef dat het best belachelijk klinkt. Aangezien hij niet Indisch is, is zijn reactie best begrijpelijk. Mijn Indische oma heeft het altijd over Hollandse mensen: dit zou ik een typische Hollandse reactie noemen. Hij is niet opgegroeid met de verhalen over Indië, zoals ik.

Mijn andere neef is door ons kabaal wakker geworden. Hij is wel Indisch en lacht me gelukkig niet uit.

‘Gaat het meisie,’ zegt hij lief. ‘Kom maar bij ons slapen vannacht.’

Ik ben heel blij dat hij mij uitnodigt. Opgelucht haal ik adem. ‘Wat fijn, dankjewel.’

 

Ongemakkelijk lig ik tussen mijn twee neven. Ik mocht onder één voorwaarde bij hen logeren: ik moest in het midden van het kingsize bed liggen. Dit was een betere optie dan terug naar mijn eigen kamer. Ik maak me zorgen over de rest van het verblijf. Hoe ga ik deze week alleen in mijn hotelkamer slapen? Ik doe mijn ogen dicht en probeer in slaap te vallen. Opeens springt mijn Hollandse neef als een gillende keukenmeid uit bed. ‘Oh nee een beest,’ is het eerst dat in mij opkomt. Ik spring in paniek achter hem aan.

Verbaasd kijkt hij mij aan, ‘voelde jij dat ook?’

‘Wat voor beest is het?’ gil ik.

‘Het was geen beest, ik voelde een vinger langs mijn blote rug naar beneden glijden.’

Hij sliep met zijn rug naar de buitenkant van het bed. Ik zie de angst in zijn ogen.

‘Dat is de klopgeest,’ reageert mijn Indische neef droog.

‘Het voelde alsof iemand met een vinger van de bovenkant naar de onderkant van mijn rug naar beneden gleed. Ik wil niet op deze kamer blijven,’ zegt hij resoluut.

Mijn opa en oma verblijven ook in dit luxe hotel voor de bruiloft van mijn andere neef, mijn ‘echte’ neef. Mijn neven kennen mijn opa en oma goed genoeg om te weten dat ze het niet erg vinden als we op dit onmogelijke tijdstip bij ze langsgaan.’Laten we naar mijn opa gaan,’ opper ik.

 

We zitten bij mijn opa en oma op de hotelkamer. Mijn opa is altijd in zijn element in Indonesië. Het was niet zijn keuze om Indië te verlaten. Mijn oma wilde naar Holland omdat het beter zou zijn voor de kinderen. Als mijn oma dat niet had gewild, had ik niet bestaan: mijn moeder had dan nooit mijn vader kunnen ontmoeten. We vertellen hen het klopgeest-verhaal.

‘Waar moet ik nu gaan slapen de rest van de week? Ik ga morgen een andere kamer vragen bij de receptie.’

Mijn opa glimlacht geamuseerd. ‘Dat heeft geen zin.’ Hij laat een lange stilte vallen.

‘Vertel het die kinderen maar gewoon,’ reageert mijn oma en verbreekt zijn zwijgen. ‘Je kunt altijd bij ons op de kamer slapen Shemaartje, dat weet je toch.’

‘Het resort is gebouwd op een massagraf,’ vervolgt mijn opa. ‘Dit hotel zit vol met geesten, een andere kamer zal daar niets aan veranderen.’

We zitten in een fantastisch chic hotel direct aan de Balinese zee. Dit kan toch niet waar zijn?

‘Blijkbaar hebben jullie dat gevoeld.’ Ik zie dat hij trots op ons is. Als kind heb ik jaren verhalen gehoord over geesten, het bleef altijd iets abstracts voor mij. Ik had nooit verwacht dat ik zoiets zelf zou meemaken.

‘Wat moeten we nu doen?’ vraagt mijn Hollandse neef. Ik zie aan zijn hoofd dat hij het allemaal maar niks vindt. Hij zal waarschijnlijk nooit meer iemand uitlachen die over een klopgeest vertelt.

‘Ik zal uitleggen hoe jullie hier voortaan mee om kunnen gaan,’ en laat een stilte vallen. Wij hangen vol spanning aan zijn lippen. ‘Niet bang zijn. Vraag de geest om weg te gaan.’

Nu, tien jaar later is mijn opa er niet meer. Hij is 3 jaar geleden overleden. Hij heeft mijn oudste dochtertje nog kunnen ontmoeten, een paar dagen later overleed hij. Als ik geluiden hoor in de nacht, dan denk ik altijd aan zijn wijze woorden. Ik ben niet meer bang voor geesten. Ik prijs me gelukkig met zulke lieve grootouders aan wie ik mijn bestaansrecht dank.

PhotoFriday #1: Guus Cleintuar over boksen

Ik had geen bokshandschoenen, wel een handboek over boksen.

Het Tropenmuseum wil met het project Foto zoekt Familie 335 fotoalbums teruggeven aan hun Indische eigenaren. Met de serie PhotoFriday zal Indisch 3.0 de komende maanden aandacht schenken aan een foto uit deze collectie. In deze allereerste aflevering vertelt schrijver Guus Cleintuar over boksen in Nederlands-Indië. Onze freelancer Sarah gaat bij hem op bezoek.

PhotoFriday boksen. Nederlands-Indie, waarschijnlijk omstreeks 1922. Boksen in Nederlands-Indie (Foto: Tropenmuseum)
Boksen in Nederlands-Indië, waarschijnlijk omstreeks 1922. (Foto: Tropenmuseum)

Duizend keer
Tjalie Robinson schreef erover in zijn verhaal Little Nono‘Met elke honderdste seconde de inzet van de hele persoon, met de risico van verminking en dood, maar met moed, moed, moed. Ah, een normaal verstandig mensenleven leef je maar één keer, maar een bokser leeft duizend keer!’  Het is het onderwerp van de foto die we in deze eerste aflevering gaan bespreken: boksen. Boksen was niet alleen Tjalie’s passie, het was populair onder veel Indo’s. In de collectie Indische fotoalbums zat deze foto van twee boksende jongens in een album uit 1922. Om meer van de foto en over boksen in Nederlands-Indië te weten te komen ga ik op bezoek bij een oude vriend van Tjalie, schrijver Guus Cleintuar. Cleintuar bokste zelf en schreef erover in zijn roman Jerry.

Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012
Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012

Lagere regionen
Op 87-jarige leeftijd is Cleintuar nog zeer scherp, hoewel zijn lichaam hem de laatste tijd in de steek laat. Met zijn door ziekte aangetaste stem kiest hij zorgvuldig zijn woorden uit, als ik hem de foto laat zien. ‘Dat zijn twee Indo’s, ik denk dat ze ongeveer 14 of 15 jaar zijn. Indo’s zijn vaak slank, ook al zijn ze gespierd. Het lijkt alsof het in een tuin is, we hadden toen grote tuinen. Ik was ook al jong in boksen geïnteresseerd. Ik had geen bokshandschoenen, maar wel een handboek over boksen. Op bezoek bij mijn opa in Cheribon kwam ik een Indo-jongen tegen die twee paar bokshandschoenen had. Hij wilde graag leren boksen. Daar heb ik voor het eerst gebokst. Er waren veel Indo’s in de bokswereld, er waren ook wel blanke jongens, maar het waren voornamelijk Indo’s en Aziaten. Onder de well-to do Indo en zeker de blanke die niet tot de lagere regionen behoorde was boksen niet populair.’

In het Jappenkamp heb ik echt leren boksen.

In leven blijven
‘Naderhand heb ik weer gebokst in het Jappenkamp. Daar heb ik echt leren boksen. Ik was niet zo goed hoor, vond ik zelf. Ik was toen 17 jaar.In het kamp waar ik zat, zat ik met een aantal bekende boksers waaronderFightingMieck. Wij sliepen samen in dezelfde zaal, we zaten met zijn achttienen in een schoollokaal. Wat moest je ’s avonds doen? Je verveelde je vaak. Je kon niet altijd treuren om thuis en in die tijd hadden we nog het idee dat de oorlog in 3 maanden afgelopen zou zijn. In die sfeer gingen we boksen. En niet onbelangrijk, iedereen wilde in leven blijven natuurlijk. Het is een manier om fit te blijven. En ook voor jezelf: kan ik dit nog? Ben ik te zwak geworden? Tot in het derde jaar werd er gebokst. Daarna werd het te zwaar.’

Aankondiging bokswedstrijd (Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939)
Aankondiging bokswedstrijd. Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939

Bewijzen
Boksen in het Jappenkamp als ultieme manier om te bewijzen dat je het leven nog waard bent. En dan in het kamp zitten met de legendarische Fighting Mieck. De Indo Fighting Mieck hoort in het rijtje thuis van de beroemde boksers in Indië als BennyVodegel, de gebroeders Njoo en Luis Blanco. Gevechten vonden plaats in bijvoorbeeld het Deca-park of in Concordia in Bandung. Onder veel Indo’s was boksen dus populair, hoewel het kennelijk voor sommige Indo’s ‘not done’ was. Kan jij ons meer vertellen over boksen in Indië of over deze foto? Laat een reactie achter.

PhotoFriday#2 zal gaan over de baboe: de hulp of kinderverzorgster, in Nederlands-Indië.