De geschiedenis ligt op straat

‘Indische buurten in Nederland’

In 2009 plaatste Indisch 3.0 een oproep aan haar lezers om een Indische buurt in hun plaats te beschrijven. Aanleiding voor deze uitnodiging was een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam naar buurten in Nederland met Indische straatnamen (1). In dit artikel wil ik graag terug gaan naar het onderzoek en in hoofdlijnen de bevindingen met jullie delen. Vanuit mijn interesse in (koloniale) geschiedenis en ontwikkeling van steden, vond ik de resultaten erg interessant en het delen waard.
De bijdragen op Indisch 3.0 vertellen over de Indische buurten in Den Haag, Amsterdam en Utrecht, maar er zijn maar liefst nog 43 andere Indische buurten in Nederland (2). Anders dan de naamgeving doet vermoeden, hebben de meeste Indische buurten niets te maken met de vestigingsplaatsen van Indische Nederlanders na de repatriëring. De buurten zijn vooral ontstaan uit een gevoel van ‘nationale trots’.

Indische buurt Enschede - Bron:  commons.wikimedia.org
Indische buurt Enschede – Bron: commons.wikimedia.org

Trots op Nederlands-Indië
De meeste Indische buurten zijn ontstaan aan het eind van de negentiende eeuw, toen het benamen van straten een officiële aangelegenheid werd. Er werden namen gekozen waaruit de trots op het land naar voren kwam. Men vernoemde naar beroemde dichters, wetenschappers of bestuurders. Verwijzingen naar de – destijds als succesvol beschouwde – kolonie mochten daarbij niet ontbreken.
De meeste Indische buurten kwamen op tussen 1870 en 1950. Er werd in die tijd meer gebouwd en meer straten betekende automatisch nieuwe namen. De groei van de Indische buurten liep dus parallel aan de groei van de woningvoorraad. Plaatsen waar voormalige kolonieondernemers woonden of waar een andere ‘persoonlijke’ band was met Nederlands-Indië, liepen voorop in het oprichten van Indische buurten. Daardoor verschenen deze buurten aanvankelijk vooral in Noord-Nederland. Door de kleine katholieke elite in Nederlands-Indië, hadden de zuidelijke Nederlandse provincies namelijk minder directe banden met de kolonie dan de liberalen en protestanten in de noordelijke provincies.

Toenames en afnames
In twee periodes was het benoemen van straten naar plaatsen in Nederlands-Indië opvallend meer populair dan anders. Dat kwam door wijzigingen in het koloniale beleid. Zo nam van 1870 tot 1880 de interesse in Nederlands-Indië sterk toe, omdat voortaan ook particulieren mochten investeren de kolonie. Tussen 1900 en 1910 werd de band tussen Indië en het ‘moederland’ sterker vanwege politieke moderniseringen in het land (3). Dit zie je terug in een toename van Indische straatnamen.
Daarentegen werd het vernoemen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog minder populair. Ook de oorlog zorgde voor een verandering in de manier waarop vanuit Nederland over Nederlands-Indië werd gedacht. De kolonie riep niet automatisch meer een positief gevoelen op en de groei van Indische buurten nam duidelijk af. Toch zijn er ook in deze periode Indische buurten ontstaan vanuit een gevoel van trots. In het onderzoek wordt bijvoorbeeld beschreven dat de namen in de Indische buurt in Maastricht vooral zijn ingegeven ‘door steun voor en medeleven met de plaatsgenoten die deelnamen aan de politionele acties’. Blijkbaar was hier veel vertrouwen in het behouden van Nederlands-Indië als kolonie.

Sumatraplein Amsterdam - Bron: beeldbank.amsterdam.nl
Sumatraplein Amsterdam – Bron: beeldbank.amsterdam.nl

Na de oorlog
Naast een blijvend geloof in de kolonie, hebben op kleine schaal ook andere overwegingen meegespeeld in het oprichten van Indische buurten in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. In sommige gevallen is een buurt vernoemd naar de aanwezigheid van repatrianten. De opvanglocaties van Molukkers (die zichzelf overigens niet als repatrianten zagen) hebben in Capelle aan den IJssel en in Huizen in de jaren vijftig bijvoorbeeld gezorgd voor het (her)noemen van straten naar eilanden uit de Indische archipel.
Een ander voorbeeld van een ‘jonge’ Indische buurt vind je in new town Almere. Het bestaan van deze Indische buurt (bedacht in de jaren ’80, opgeleverd in 2003) is opmerkelijk te noemen, omdat de oprichting geen verband houdt met de vestiging van repatrianten of voortkomt uit nationale trots op de voormalige kolonie. Het is de vraag waarom de destijds nationale stemming over voormalig Nederlands-Indië, die eerder gekenmerkt wordt door schaamtegevoel dan door trots, niet in beschouwing is genomen bij het oprichten van de Almeerse Indische buurt.
Het antwoord is te vinden in het verkiezen van de Indische schrijfwijze van de plaatsnamen boven de Indonesische schrijfwijze (zoals men aanvankelijk van plan was). Dit laat zien dat Almere de Indische buurt niet direct associeerde met Indische Nederlanders of gevoelens van trots of schaamte, maar met de geschiedenis van stedenbouw in Nederland. Door ook een Indische buurt te bouwen, deed de jonge stad een poging zich aan te sluiten bij oudere steden in het land.

Het onderzoek laat op deze manier zien dat Indische buurten in Nederland allemaal een verhaal te vertellen hebben. De verhalen hebben alleen niet zozeer te maken met geschiedenis van Nederlands-Indië, maar vertellen vooral hoe Nederland de afgelopen eeuw aankeek tegen haar (voormalige) kolonie.

Bronvermelding

  1. Onderzoek: H.H. van der Wusten, S. De Vos, M.C. Deurloo, ‘Indische buurten. Aardrijkskundige bijdragen aan het Nederlandse zelfbeeld’, in: Tijdschrift Geografie 2006 (15), pp. 24 – 28.
  2. Straatnamen met personen die verbonden zijn geweest met Nederlands-Indië, zijn in het onderzoek door H.H. van der Wusten, S. De Vos, M.C. Deurloo buiten beschouwing gelaten. In het onderzoek is voor het begrip ‘buurt’ als ondergrens een reeks van drie aaneenliggende straten met Indische, aardrijkskundige namen genomen. Volgens deze definitie telt Nederland nu 46 Indische buurten. Gemiddeld heeft zo’n buurt 16 straten; de spreiding is echter aanzienlijk, van Wageningen met drie straten tot Amsterdam met 63. Zie voor een overzicht deze kaart.
  3. Deze politieke moderniseringen worden vaak omschreven als ‘ethische politiek’ zie bijvoorbeeld uitleg ‘ethische politiek’ op wikipedia.

Recensie: Liever Lombok

Recensie Liever Lombok

‘Sorry, San. Ik ben wat langer in Senggigi gebleven,’ zei Liza. Ze praatte zachtjes voor het geval de nieuwsgierige Indonesiërs die zich alweer achter het hek hadden verzameld, ineens heel goed Nederlands bleken te kunnen. Indonesië was vroeger een Nederlandse kolonie geweest en er waren best wat woorden die in beide talen hetzelfde, zoals ‘handdoek’, ‘asbak’ en ‘tante’. Liever Lombok, pagina 88.

Als dochter van een succesvolle zakenman leidt Liza een luxe leventje in Amsterdam. Ze woont in een mooi statig grachtenpand en is bijna dagelijks te vinden in het bruisende Amsterdamse uitgaansleven. Met haar vriendinnen deelt ze de liefde voor uitgaan, cocktails en succesvolle mannen. Totdat zij op een ochtend door haar vader in paniek wordt opgebeld en haar leven in elkaar stort. Haar vader is failliet. In een opwelling besluit Liza om met haar oude schoolvriendin mee te gaan naar Indonesië. Daar leert ze de werkelijke waarde van geld en vriendschap kennen en vindt ze haar passie terug voor het fotograferen.

Vakantieboek

Liever Lombok is een ideaal vakantieboek dat heel makkelijk wegleest. Een echte chicklit waarin vriendschap en mannen centraal staan. Verbroken relaties, vreemdgaan en nieuwe liefdes zijn de rode draad. De hoofdpersoon is vrij oppervlakkig, maar blijkt later in het verhaal  toch meer diepgang en empatisch vermogen te hebben. Hoewel het boek speelt in Indonesië, zou het zich op enkele passages na in ieder ander Aziatisch land kunnen afspelen.

Koloniaal verleden

‘Ze dronk een beker van die smerige oploskoffie met korreltjes erin en at in sneltreinvaart twee witte boterhammen met pindakaas – dat verkochten ze tot haar grote verrassing gewoon in de supermarkt. Dat was toch een voordeel van het koloniale verleden, waar verder het liefst over gezwegen werd.’ Juist door een passage als deze word je als lezer nieuwsgierig gemaakt naar de achterliggende reden van het zwijgen. Dit wordt helaas niet verder uitgelegd, maar dat past misschien ook niet bij het genre van het boek. Dit boek moet je zeker lezen op een vrije middag tijdens deze koude dagen, lekker op de bank met een kop thee. Vooral ter vermaak, niet om de historische achtergrond.

Carlie van Tongeren © Carlie van Tongeren

De schrijfster Carlie van Tongeren heeft, net als een van de personages, vrijwilligerswerk in de kampong op Mataram, Lombok gedaan. Naast het schrijven van romans en scenario’s werkt zij ook al journalist voor onder meer NU.nl. Meer weten? Kijk op http://www.carlievantongeren.nl/

Liever Lombok. Carlie van Tongeren. Uitgeverij Zomer & Koning. Utrecht, 2012. 12,95 euro.

Emo over Indonesië

De toekomst van Indonesië volgens Adriaan van Dis en Ahmad Tohari

Ik vind dat ik als derde generatie Indo maar bar weinig over het huidige Indonesië weet. Ik wil mijn kennis over Indonesië wel vergroten, maar de pogingen die ik tot nu toe heb ondernomen, zijn niet heel succesvol geweest. Ik volg op facebook The Jakarta Post en heb wat boeken over moderne Indonesische kunst aangeschaft. En daar houdt het dan ook wel een beetje op. Adriaan van Dis, ook een Indo, heeft onlangs de documentaire reeks ‘Van Dis in Indonesië’ gemaakt, waarmee hij op een laagdrempelige manier Indonesië de Hollandse huiskamers in probeerde te krijgen. Maar ook die serie sprak me niet aan en heeft me niet veel bijgebracht.  Soms doe ik dus gekke dingen, in de hoop dat ik daarna wat meer snap van het land. Afgelopen zaterdag ging ik bijvoorbeeld naar Writers Unlimited waar de ‘toekomst van Indonesië’ zou worden besproken. 

Emo
Oke toegegeven, soms werd ik om onverklaarbare redenen wel emo door de documentaire ‘Van Dis in Indonesië ‘. Vaak door de gekste dingen. Zoals een misplaatst gevoel van heimwee toen ik een palmboom met zijn palmbladeren over de vensters van de voorbij razende trein zag glijden. Vraag me niet waarom. En ja, ik kreeg– en ik wil dit echt niet, hè – tranen in mijn ogen bij een gamelandeuntje waar iemand in het Indonesisch doorheen praatte. Maar verder vond ik de reeks documentaires gewoon een beetje irritant. Van Dis die als verwonderde Indo-Europeaan op ontdekkingsreis gaat tussen al die wonderlijke Indonesische creatures. Zijn blik is teveel: ‘Kijk eens naar die Ander! Die Ander lijkt op m’n oma! En daar word ik zo lekker melancholisch van.’ Eigenlijk blijft Indonesië ver weg. Ik wil Indonesië dichterbij.

Ahmad Tohari (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013
Ahmad Tohari (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013

De toekomst van Indonesië
Bij Writers Unlimited gaat dezelfde Van Dis in gesprek met Ahmad Tohari over de toekomst van Indonesie. Tohari is een rebel. Hij schrijft over de misstanden en armoede in Indonesië. Hij heeft branie en zegt over zijn schrijverschap: ‘Ik zal door blijven schrijven zolang als ik me boos kan maken.’ Wie houdt er niet van zo’n man? Het gesprek wordt geleid door correspondent Michel Maas en ze gaan dus niets minder dan de ‘toekomst van Indonesië’ bespreken. Misschien zal ik hierdoor eindelijk meer over het moderne Indonesie te weten komen. Ik vraag me wel af of ze in Indonesië ook discussies organiseren waarin de toekomst van Nederland wordt besproken, maar dat terzijde.

Indonesiërs zijn lief
Indonesië kwam wel een beetje dichterbij tijdens het gesprek; er waren Indonesiërs, het ging over Indonesië, er werd Indonesisch gesproken en Van Dis bekende dat hij Indonesiërs lief vindt. Het ging alleen niet over de toekomst van Indonesië. Althans, alleen Tohari sprak over de toekomst. Hij had hoop. Van Dis en Maas wilden liever over de huidige problematiek praten. Corruptie en Islam, daar moest het gesprek over gaan. Oja, en ook beetje over hen zelf: het Nederlandse koloniale bewind in Indonesië. Van Dis had Tohari’s boek Rad van de Regenboog gelezen en was in shock vanwege het vele geweld dat er in voorkomt. Van Dis, zichtbaar aangedaan: ‘Ik vind Indonesiërs de liefste mensen op de wereld. Ze lachen altijd. En dan opeens, uit het niets, kunnen ze zo gewelddadig zijn! Hoe kan dat?’ Wat dacht je hier van, Adriaan: misschien zijn het net mensen? Heb je niet net wekenlang een documentaire over hen gemaakt? Tohari antwoordde trouwens wijselijk dat de Indonesiërs gewoon een beleefd volk zijn.

Writers Unlimited (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013
Writers Unlimited (c) Sarah Klerks / Indisch 3.0 2013

West-Europees doof
Het gesprek ging uiteindelijk weinig over de toekomst. Het was meer een ongemakkelijke ontmoeting tussen Oost en West, waarin Oost graag wilde vertellen over Oost, en Oost ook wat mocht zeggen van West, maar waar er niet echt naar Oost werd geluisterd. West wilde zelf praten. Als Maas vroeg of religie een probleem is in Indonesië, en Tohari antwoordde dat religie voor hem  zijn ‘thuis’ is en Islam liefde, was Maas niet tevreden met een dergelijk antwoord. Religie was namelijk wel een probleem, volgens hem. Hij had het zelf gezien.

Naar huis
Genoeg. Ik loop terug naar het station en het is ijs- en ijskoud. Als ik het station bereik, is er weinig hersenactiviteit meer mogelijk, mijn hersenvocht is bevroren. In de etalageruit van de Starbucks zie ik de weerspiegeling van een Marokkaans meisje met Italiaanse features. Alleen is dit Marokkaans uitziende meisje een Indo. En ze vraagt zich af: wat doe ik in dit fucking koude land? Koffie uit Java schenkt verlichting. En natuurlijk wordt er in de rij van de Starbucks weer voorgedrongen door een lange Nederlandse man. Hij weet niet hoe rijen werken, zegt hij. De Indische barista zegt dat hij achteraan mag aansluiten. De Indische barista blijkt Kaapverdiaans te zijn.

3.0 in de muziek: Blain

Blain portrait by Richard Tjoeng

‘Eerlijke songs: het moet gewoon kloppen’

Ze stond in Ziggo Dome in het voorprogramma van Jason Mraz en als backing-vocalist bij Shawn Barry.  Ze zingt ook bij Parrish Black, doet backings bij Brown Hill en Meike van der Veer. Maar of ze nu op het podium, in de studio of thuis muziek maakt, het creëren en samen muziek maken vindt zangeres Blain (1978) het belangrijkst.

Blank en Indisch
Ik ben nog niet binnen of Blain toont me haar nieuwe aanwinst: een ukelele. ‘Ik leer het best snel, omdat ik als kind viool heb gespeeld’. Ze herinnert zich van huis uit het zingen bij de piano, met haar ouders en zussen, en alle instrumenten die haar vader had. ‘Hij wilde altijd dat zijn dochters een instrument leerden spelen, zodat we met hem samen konden spelen. Nu heeft hij toch nog zijn zin’. Blain (deze artiestennaam is een samentreksel van BLank en INdo) is Indisch via haar vader. Zijn broers en zus zijn in Indonesië of op de boot geboren, hij in Nederland. Opa kwam uit een klein vissersdorpje op Java, oma kwam uit Menado.

Blain © Pascal Music Pics
Blain © Pascal Music Pics

 

Van kinderkoor tot Academie Voor Lichte Muziek
Blain begon al vroeg met zingen: eerst in een kinderkoor, toen tijdens uitvoeringen op de basisschool en op de middelbare school in een groep die rap met zang combineerde. Haar eerste coverbandje en een schrijf-samenwerking met een toetsenist volgden. Op haar zeventiende deed ze de vooropleiding van het Conservatorium, maar kon er niet goed aarden. Al gauw vond ze een passende opleiding: Academie Voor Lichte Muziek, waar de theorie minder de leidraad vormde en performance centraal stond. ‘Ik ben lang zoekende geweest, maar toen ik bijna dertig was, wist ik het zeker: muziek is het voor mij’. Nu is songwriting een van haar grootste passies. ‘Alles kan me inspireren: voetstappen, of het geklik van een balpen’. Haar songs kunnen dan ook alle kanten op gaan, van onvervalste pop-songs tot R&B en commerciële dance: ‘Ik wil me niet vastleggen op een stijl, ik wil alles kunnen blijven maken’.

Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain
Met Parrish Black te gast bij by Wild FM om de single Landslide te promoten © prive-eigendom Blain

‘Echt iets Aziatisch’
Op tafel ligt een batik-kleedje. Ik ben benieuwd: wat in Blains leven beschouwt zij als Indisch? ‘Bij ons thuis waren er altijd mensen over de vloer. Die gezelligheid, en natuurlijk het eten vind ik Indisch. Mijn Nederlandse moeder kan goed Indisch koken, dat heeft ze geleerd van mijn oma’. En in de muziek? ‘Het lijkt wel of alle Aziaten gitaar kunnen spelen of zingen! Muziek vind ik echt iets Aziatisch’. Het valt me op dat ze over Aziaten praat en niet specifiek over Indo’s. ‘Ook veel Molukkers, Chinezen, Koreanen kom ik in de muziek tegen, en vaak zijn ze een mix van verschillende (Aziatische) culturen’. Een beetje verder vragen leert dat Blain spiritueel is ingesteld: ‘Er is meer dan wat we kunnen zien, ik respecteer de geestenwereld. Ik zou ook nooit glaasje draaien, daar moet je voorzichtig mee zijn’. Het idee van een kris die de ziel van de maker in zich herbergt, vindt ze ook maar niks. Maar ze gelooft er dus wel in.

 Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods
Blain tijdens een optreden met Parrish Black © Prins Petfoods

Internationaal succes
Wat opvalt aan Blain is haar directheid. ‘Oudere Indo’s, of Aziaten in het algemeen, zeggen niet altijd wat ze echt denken. Wat dat betreft ben ik heel Westers. Dat vind ik soms moeilijk, ik wil niemand kwetsen. Maar ik zal niet mijn kop in het zand steken. Zo Indisch ben ik dus niet’, grapt ze. Ondertussen tokkelt ze rustig door op de ukelele. Ook in haar eigen songs streeft ze naar eerlijkheid. ‘De muziek en de tekst samen, het moet gewoon kloppen’. Met succes, want ze werkt samen met succesvolle producers en DJ’s zoals Ron Carroll, en ze schrijft songs die internationaal worden uitgebracht. En onlangs heeft ze dus haar hart verpand aan een ukelele, waarmee ze nog makkelijker liedjes schrijft. Een eenvoudig, bescheiden instrument. Als ik het instrument oppak, ben ik al gauw aan het spelen, terwijl ik verder geen instrument kan spelen. Hier word ik enthousiast van! We maken gauw een afspraak samen liedjes te schrijven. Als ik wegga, weet ik het zeker: vanavond nog schaf ik een ukelele aan!

De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain
De ukelele maakt het nog makkelijker om (ook onderweg) liedjes te schrijven © privé-eigendom Blain

Oproep: Ken of ben jij een muzikale 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Muziek? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

WIN: Terra Incognita van Ruud Lapré

Indisch 3.0 mag van auteur Ruud Lapré twee exemplaren weggegeven van zijn boek: ‘Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon’ .

“In Terra incognita vertelt Ruud Lapré een dubbel verhaal op de grens van memoires en literatuur. Als zijn zoon ten gevolge van een auto-ongeluk in coma ligt, vertelt hij deze zijn levensgeschiedenis, om de tijd te doden en zijn zoon tot leven te wekken. In zijn verhaal zit ook het verhaal van zijn eigen vader verweven, dat deze hem in de vorm van spaarzame brieven toevertrouwde.

De lezer maakt kennis met het verhaal van Nederlands-Indië kort voor, tijdens en kort na de oorlog, aan de hand van het verslag van de grootvader en de persoonlijke herinneringen van de vader. Het zijn tastbare ‘Indische schetsen’ die een verloren wereld verbluffend dichtbij brengen.

Het tweemaal ‘van vader op zoon’ vertelde Terra incognita maakt pijnlijk voelbaar hoe moeilijk het is om het verhaal van de ene generatie door de geven aan de andere. Bijna altijd zijn er schijnbaar dringender zaken die voorgaan. Daarmee krijgt het historisch ingebedde persoonlijke verhaal een tragisch filosofische allure.”

Lees ook de recensie van Liselore Rugebregt over Terra Incognita.

Wil jij een exemplaar winnen van Terra Incognita? Stuur dan voor a.s. vrijdag 18 januari 12.00 uur een mailtje naar redactie@indisch3.nl met jouw adresgegevens o.v.v.: Winactie Terra Incognita.

Maandag 21 januari maken wij de winnaar bekend via de website en facebook.

Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 |  € 15,00
Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 | € 15,00

Recensie: Terra Incognita

‘Herinneringen om bewaard en gelezen te worden’

.

‘In de tijd vóór de oerknal was alles punt nul. Die tijd grenst aan oneindigheid. In punt nul komt alles samen. Wie zich erin bevindt weet dat niet. Dus ook niet of het een kort middagdutje is, de eeuwige slaap van de dood, of de tijd voorafgaand aan de oerknal. Punt nul is mysterie, van heel kort tot heel lang. Je bent er eigenlijk niet in punt nul, want je weet niet dat je bestaat.’

[Terra Incognita: blz. 8]

Wat doe je als je zoon in coma ligt? Als hij zich bevindt in punt nul? Het punt waarop hoop het enige is om je als wanhopige vader aan vast te klampen? Op dat punt vertelt Ruud Lapré zijn zoon Niels over zijn jeugd in Nederlands-Indië. Een terra incognita (onbekend land) dat vorm krijgt aan de hand van de jeugdherinneringen van Ruud, en de persoonlijke brieven die hij van zijn vader kreeg. Brieven vol ingehouden emoties waarin het landschap van de jeugd van Ruud wordt beschreven kort voor, tijdens en na de oorlog.

Ruud Lapré
Ruud Lapré

Schets van een jeugdlandschap
Ik ben altijd een beetje terughoudend als het aankomt op het lezen van een boek waarin oorlog een prominente plek inneemt. Ik heb oftewel een te levendige fantasie, of een veel te goed ontwikkeld inlevingsvermogen waardoor ik als de dood ben dat wat ik lees (aan nare tot in de details beschreven onderwerpen) mij ’s nachts zal achtervolgen in mijn dromen. Maar bij Terra Incognita hoefde ik mij hier niet druk over te maken, ik heb het boek uiteindelijk zelfs twee keer gelezen. Hoewel de oorlog en de tijd ervoor en erna het landschap van de jeugd van Ruud schetsen, zijn het de herinneringen van een kind en de herinneringen van zijn vader, zorgvuldig opgeschreven in lange brieven, die de boventoon voeren.

As van het kwaad
Ik word meegenomen in het verhaal dat vlak voor het begin van de oorlog begint, toen ‘de wielen aan de internationale as van het kwaad op volle toeren draaiden’ [blz. 12]. De moeder van Ruud is op dat moment zwanger van hem en evacueert van Batavia naar Tjiandjoer met zoon Jerry. Vader weet later ook naar Tjiandjoer te komen, maar wordt opgepakt en belandt tijdens de oorlog in de beruchte Glodok-gevangenis, waar ik even moet slikken bij het volgende brieffragment:

‘De foto en het briefje had je moeder verpakt in zacht vloeipapier. Ze had er ook een heel klein, geborduurd zakdoekje bijgedaan. Met haar parfum erop. Iedereen in de cel rook aan haar zakdoekje. Velen huilden, de geur deed ze aan thuis denken. Eindelijk een andere lucht dan die van dood en verderf.’ [blz. 54-55]

Door kinderogen
Als kind weet Ruud niets van hetgeen zijn vader tijdens de oorlog meemaakt. Hij ziet het leven door kinderogen. Hij speelt met zijn broertje in en rondom het huis van zijn tante in Tjiandjoer, en snapt niet waarom zijn moeder ’s nachts in stilte huilt. Het moment dat de vader van Ruud na de oorlog hulpeloos en verkrampt thuis komt, en uit alle macht niet probeert te huilen als zijn twee kinderen hem niet herkennen, snijdt door mijn ziel. Al snel breekt de Bersiap uit en volg ik het gezin als zij geïnterneerd worden in de kerk van Tjiandjoer, door de Engelsen verplaatst worden naar Sukabumi en Bogor, en de ‘rust’ tijdelijk terugkeert als het gezin in 1946 weer in Batavia belandt.

Plofjes ontsnappend licht
Zoals Ruud terecht opmerkt tegen Niels, is elke geschiedenis een constructie. In dit geval een constructie van ‘herinneringen die oplichten en verdwijnen als vuurvliegen in een tropennacht’ [blz. 76]. Jeugdherinneringen aan Batavia toen de baboe Ruud in een draagdoek op haar heup meedroeg, het vangen van vogels, vliegeren en het spelen met vriendjes. Een schijnbaar zorgeloze tijd voor Ruud, maar een zorgelijke tijd voor zijn vader, en voor alle andere volwassenen gedurende die na-oorlogse periode, die eindigde met de repatriatie van het gezin in 1950. Al zijn persoonlijke herinneringen en die van zijn vader vertelt Ruud aan Niels, alles in de hoop dat hij toch nog wakker wordt.

‘Nu ik jou zo over het land vertel, wellen steeds meer stukjes herinneringen op. Kleine plofjes ontsnappend licht uit een moeras met de ongewisse geuren van het onderbewuste.’ [blz. 41]

Oneindig punt nul
Aan het einde van het boek vraag ik me af: zou Niels alles gehoord hebben wat zijn vader hem vertelde? En zou hij zijn vader beter zijn gaan begrijpen en waarderen, net zoals Ruud zijn vader door diens brieven? Vragen kunnen we het hem niet, op de laatste bladzijde van Terra Incognita is het punt nul van Niels oneindig geworden.

Ter afsluiting, de woorden waarmee Ruud Lapré Terra Incognita begon:

‘Dit boek draag ik op aan de schoonheid van herinneringen, de goede en de slechte. Zij maken het leven waard om geleefd te worden.’

En deze herinneringen zijn het ook zeker waard om bewaard en gelezen te worden.

.

  • Van Ruud Lapré mag Indisch 3.0 twee exemplaren van Terra Incognita weggeven. Wil je kans maken op een exemplaar? Bekijk dan hier de winactie.

.

Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 |  € 15,00
Terra Incognita. Indische schetsen van vader tot zoon. | Ruud Lapré | Uitgeverij Douane | ISBN 978-90-72247-44-5 | € 15,00

 

Interview met Eveline Stoel

‘Stel jezelf twee vragen: wat wil ik weten en wat wil ik vertellen?’

Eveline Stoel (1971) is journalist en schrijfster van Asta’s ogen, het waargebeurde verhaal van haar Indische schoonfamilie. Asta’s ogen ging tot nog toe 50.000 keer over de toonbank en de filmrechten zijn inmiddels verkocht. In maart verschijnt een luxe, gebonden editie van het boek, aangevuld met stamboom en register. Exemplaren van deze luxe-editie zijn opgenomen in de prijzenpakketten van de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde, waarvan Eveline tevens de juryvoorzitter is. Met de wedstrijd volop in gang, stel ik Eveline enkele vragen over haar motivatie om plaats te nemen als juryvoorzitter en over haar schrijverschap.

Waarom heb je toegestemd om plaats te nemen als juryvoorzitter van de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde?
‘Eigenlijk houd ik niet van oordelen over het werk van anderen, maar dit initiatief steun ik graag. Hoe meer Indische verhalen worden vastgelegd, hoe beter, want het aantal mensen dat uit eigen ervaring kan vertellen, wordt natuurlijk steeds kleiner. Voor mijzelf was schrijven het perfecte excuus om de ooms en tantes van mijn Indische vriend het hemd van het lijf te vragen – wat ik daarvoor nooit durfde. Het zou mooi zijn als deze wedstrijd hetzelfde effect heeft. Ik hoop dat mensen worden aangemoedigd om hun eigen Indische geschiedenis op te schrijven, of om vragen te stellen aan familieleden van wie zij vermoeden dat ze boeiende, grappige of mooie verhalen hebben.’

Eveline Stoel (c) Caroline Westdijk
Eveline Stoel (c) Caroline Westdijk

Wat is voor jou het de meerwaarde van de schrijfwedstrijd?
‘Bijzonder aan deze wedstrijd is dat hij niet alleen is opengesteld voor Indische jongeren, maar ook voor oudere generaties en voor Hollanders met Indische verhalen. Dat kan een interessante kruisbestuiving opleveren. Toen ik over mijn Indische schoonfamilie schreef, begon mijn Hollandse vader opeens te vertellen over de Indische kinderen die in de jaren vijftig bij hem in de klas werden gezet, en hoe daar tegenaan werd gekeken door de ‘Hollanders’. Zulke insider-verhalen wekken geschiedenis tot leven. Ook tijdens lezingen vertellen mensen mij de bijzonderste dingen. Zoals de soldaat die werd uitgezonden tijdens de politionele acties en daar zestig jaar niet over sprak. Indische omaatjes die kokkies gewend waren, vertelden hoe ze in Nederland ineens zelf moesten koken – met Hollandse ingrediënten. En ik ontmoette keurige Hollandse vrouwen die in de jaren zestig smoorverliefd waren op Indische nozems. Geweldig. Ik denk dat het delen van álle Indische verhalen meer toekomst heeft dan alsmaar onderscheid blijven maken tussen Indo- en Belandaverhalen. Alleen door ze allemáál te vertellen, ontstaat een volledig beeld van de Nederlands-Indische geschiedenis.’

‘Schrijven begint in feite al voordat je ook maar één letter op papier zet.’

Voor Asta’s ogen heb je veel mensen geïnterviewd, hierdoor had je veel ruw materiaal om uit te putten. Hoe maakte je hierna een begin met het schrijven van het verhaal?
‘Ik vind het spannend om te schrijven zonder vastomlijnd plan, maar in je achterhoofd moet je natuurlijk ongeveer weten waar het verhaal heen gaat. Schrijven begint in feite al voordat je ook maar één letter op papier zet. Zelf ben ik begonnen met het lezen van geschiedenisboeken, zodat ik van te voren wist welke historische feiten ik wilde laten samenvallen met Asta’s verhaal. Daardoor kon ik tijdens de interviews gericht vragen stellen, wat een hoop overbodige informatie scheelt. Toen duidelijk was wat de krenten in de pap waren en waar de omslagpunten in de familiegeschiedenis zaten, heb ik die gebruikt als ‘boeien’ waar ik het verhaal omheen schreef.’

Asta's Ogen - Eveline StoelWat deed je als je vastliep tijdens het schrijven? Heb je tips om weer op gang te komen als het schrijven even niet wilt vlotten?
‘Tja, dat is een beetje een raar verhaal. Ik had tijdens het schrijven een foto van Asta op mijn bureau staan en als ik vastliep of informatie niet kon vinden, vroeg ik haar om hulp. Het begon als grapje, maar het wérkte. Zo heb ik eens urenlang gezocht naar een anekdote over de sultan van Solo die ik ergens had gelezen en in mijn boek wilde verwerken. Uiteindelijk keek ik zuchtend naar Asta, waarna ik sterk voelde dat ik een bepaald boek moest pakken. Ik sloeg het open en zag precies de pagina die ik nodig had. Sindsdien durf ik niet meer zo stellig te beweren dat goena-goena onzin is. Voor de minder bijgelovigen: ga een blokje om en laat het verhaal even los, of ga verder bij een gedeelte waarvoor je wél inspiratie hebt. Zo ben ik met Asta’s ogen begonnen bij hoofdstuk zes, als de familie aankomt in Nederland. Toen dat af was, werd direct duidelijk wat ik daarvóór en daarna moest vertellen.’

Heb je tips voor de mensen die graag een verhaal in willen sturen voor de schrijfwedstrijd, maar nog geen onderwerp hebben?
‘Kijk in familiefotoboeken, vraag naar de herkomst van Indische snuisterijen of ga samen Indisch koken met een ouder of grootouder. De kans is groot dat ze dan vanzelf beginnen te vertellen. Stel jezelf twee vragen: wat wil ik weten en wat wil ik vertellen? De antwoorden op die vragen zullen je naar jouw verhaal leiden. Dan hoef je het alleen nog maar op te schrijven.’

Meer weten over de schrijfwedstrijd? Bekijk dan hier de aankondiging van Indische Bladzijde.

3.0 op de Werkvloer: Dorien Reulen

Dorien Reulen

Dorien Reulen (27) is een Limburgse met een Indische moeder. Ze studeerde voor allround kapper bij De Gilde in Roermond en werkt sinds oktober in hair stylist heaven Laurent. Dit is een lifestyle salon in Utrecht, waar de experts er alles aan doen om je even uit de drukte van de stad te trekken. Je gaat hier niet naar de kapper; je komt hier even tot jezelf. Dorien leidt me rond langs de verschillende specialismes, vertelt me over haar passies en laat me haar ‘skills’ zien.

Bij Laurent
Op de begane grond wordt je begroet door de gastvrouw en kun je plaatsnemen op een comfortabele bank en ben je omringd door Aveda producten. Deze zijn voor 97% natuurlijk, wat bijzonder is, vertelt Dorien, want een product krijgt al het predicaat ‘natuurlijk’ als het dat maar voor 4% is! Dorien houdt vooral van dit merk, omdat het iets terugdoet voor de aarde. Het is geen verkooppraatje, je hoort aan haar stem en ziet aan haar ogen dat ze het meent. Achterin bevindt zich het domein van de kleurspecialisten en centraal in de zaak de werkplek van de stylisten. Het straalt comfort uit en ik heb er spijt van dat ik er niet aan gedacht heb om me gelijk te laten knippen. Beneden bevindt zich de spa, sfeervol verlicht, met uitnodigende massagebanken.

Pitjitten zit Dorien in de vingers © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Pitjitten zit Dorien in de vingers © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Aandacht
Boven nemen we plaats aan een grote tafel. Dorien biedt me een warm doekje aan en schenkt heerlijke thee in, die ook van Aveda blijkt te zijn. Ze vertelt dat ze vanuit Roermond naar Utrecht is vertrokken in de hoop op fijn werk. Laurent is precies de juiste plek voor haar. ‘Je bent hier niet alleen kapper, je mag hier ook echt aandacht hebben voor je gast, verzorgen en gastvrij zijn.’ Dat zit in Dorien, ze heeft het meegekregen van haar Indische oma. Ook het pitjitten zit in haar vingers en dat komt hier goed van pas. Een behandeling start altijd met het wassen van het haar en daar hoort een uitgebreide hoofdmassage bij. Ik kijk mee als ze aan de slag gaat en zie hoe ze de tijd neemt.

Föhnen is ook een skill © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Föhnen is ook een skill © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Skills
Vervolgens föhnt ze het haar van haar collega, die het helemaal niet erg vindt om zich even over te geven aan de handen van Dorien voor mijn foto’s. Ik ontdek hier dat föhnen ook een skill is en vergeef het mezelf dat ik er nooit wat van bak. Als ik haar vraag of ze ook iets tastbaars meedraagt dat verwijst naar haar Indisch zijn, komen uit haar portemonnee allemaal kleine aandenkens aan haar reizen naar Indonesië en dierbaren. Het waardevolle van het leven zien is ook een skill.

De binnenkant
Samen met Dorien loop ik Liselore van de redactie van Indisch 3.0 tegemoet om samen te lunchen, terwijl we verder kletsen. Over Indonesië en Azië, gastvrijheid en verzorgen. Hoe gewoon ‘verzorgen’ daar is, en dat het eigenlijk raar is dat het concept van Laurent in Nederland zo uniek is. Zo zou het eigenlijk overal moeten zijn. Maar hier hebben we altijd haast, worden we bijna zenuwachtig van extra aandacht. Dorien neemt graag de tijd voor haar vrienden, maar bijvoorbeeld ook voor haar rust. Ze geeft haar leven en omgeving de aandacht die het verdient. Dat heb ik vandaag vooral van Dorien geleerd: verzorging gaat niet alleen om de buitenkant, maar des te meer om de binnenkant!

 

Dorien draagt altijd haar herinneringen aan reizen en dierbaren met zich mee © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012
Dorien draagt altijd haar herinneringen aan reizen en dierbaren met zich mee © Christie Haalboom / Indisch 3.0 2012

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 op de Werkvloer? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

'Waar blijft de derde generatie?' We zijn er al!

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com

Voor het derde jaar op rij geef ik een gastcollege over de Indische derde generatie aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van de collegereeks ‘Indië als postkoloniale herinnering’ discussieer ik met studenten en andere geïnteresseerden die het openbaar college bijwonen. Doodeng, ontzettend leuk en heel leerzaam: voor mijzelf misschien nog het meest.

Uitdaging
In de zaal zitten enkele studenten (achterin) en een grote groep oudere toehoorders (helemaal vooraan). Ik ben benieuwd of er Indische Nederlanders tussen zitten, maar onder de – overwegend Letteren- studenten zijn geen Indo’s. De meeste ouderen hebben een speciale band met het voormalige Indië, hebben er gewoond of hebben Indische familie en kennissen. Deze groep toehoorders van alle leeftijden daagt me uit het in toegankelijke taal te hebben over online communities, hybride identiteiten en post-memory: begrippen uit mijn scriptie over drie generaties Indische identiteitsvorming: Van Pasar Malam tot I Love Indo (2009). Elk jaar is het college een goede reden om te lezen wat anderen recent over dit onderwerp schreven en opnieuw vragen te stellen. Wat staat er nu nog van mijn onderzoek overeind? Hoe profileren jonge Indo’s zich anno 2013?

De derde generatie leeft in een multimediale wereld

Post-herinneringen
Wat drie generaties Indische Nederlanders van elkaar onderscheidt, is de afstand tot bepaalde gebeurtenissen. De eerste generatie heeft Nederlands-Indië zelf meegemaakt, de tweede generatie in mindere mate en de derde generatie helemaal niet. Er is sprake van werkelijke herinneringen bij oudere Indo’s en van ‘post-herinneringen’ bij de jongere generaties: gebeurtenissen die indirect, bijvoorbeeld via verhalen, zijn overgedragen. Een van mijn bevindingen in 2009 was dat de derde generatie haar Indische identiteit anders beleeft en vormgeeft. Naast de Indische bestaan andere gelijkwaardige identiteiten: die van Nederlander, student, filmliefhebber, buurtbewoner. Ook uit de Indische identiteit 3.0 zich passend bij deze tijd: in een multimediale wereld.

'The Future of Books'. Foto: www.techeblog.com
‘The Future of Books’. Foto: www.techeblog.com

Online wereld
Internet speelt een grote rol in de identiteitsvorming van jongeren, ook bij jonge Indo’ s. In mijn scriptie noemde ik daarbij het sociale netwerk Hyves, dat inmiddels op zijn retour is. Hoe snel verandert de online wereld (en wat word ik snel oud)!  Maar het gebruik van sociale media neemt nog altijd toe en brengt iemand van ver weg virtueel dichtbij, iets dat voor de derde generatie bijna vanzelfsprekend is. Zo zocht een verre achternicht, (een kleindochter van mijn opa’s zus, die altijd in Indonesië is gebleven) via Facebook contact met mij, in haar zoektocht naar haar Nederlandse roots!

Hoe treedt Indo 3.0 naar buiten? Bijvoorbeeld door de facebookpagina van Indisch 3.0 te liken, en zo het Indische deel van zijn of haar identiteit tonen aan de buitenwereld. Daarmee profileert de generatie zich niet als eenheid, maar als een uiteenlopende verzameling individuen, die één ding gemeen hebben: een Indische achtergrond.

De derde generatie is weinig zichtbaar in de literatuur

‘Het Indische verhaal is al verteld’
Voorafgaand aan het college was een artikel van Esther Captain meegegeven. Captain was een van de eerste Indische 3.0’ers die over de derde generatie schreef. In haar essay ‘Indo rulez’ (Indische letteren, 2003) bespreekt ze de kritiek van de tweede generatie dat de derde generatie te weinig zichtbaar is in de literatuur. ‘Waar blijft de derde generatie?’, vroeg Indische letteren haar. Captain antwoordt dat ook de tweede generatie schrijvers (Marion Bloem, Adriaan van Dis, Ernst Jansz) rijkelijk laat debuteerde: de meesten naderden de veertig of waren die leeftijd al gepasseerd. Geduld is dus geboden. Daarnaast concurreert de derde generatie met jonge schrijvers van een andere migrantenafkomst. Uitgevers kiezen eerder voor het verhaal van nieuwe Nederlanders: ‘Het Indische verhaal is toch al verteld?’ Ook zegt Captain dat andere tekstuele uitingsvormen, zoals rap-teksten of de in chatrooms gebruikte taal als nieuwe literaire uiting gezien kunnen worden.

Andere verhalen
Natuurlijk, literatuur is de core-business van Indische Letteren. Maar als ik de vraag breder trek, zie ik niet waarom je alleen op papier een Indisch verhaal kan vertellen. Veel jonge Indo’s zijn muzikant, danser, presentator, acteur…Ook zij vertellen een verhaal, maar de manier waarop is anders en ja, ook het verhaal is anders. En al ligt er nog weinig van de schrijvers onder ons  in de boekhandel, online publiceren doet niet meer onder voor publiceren op papier. Dus om de vraag te beantwoorden: ‘Waar blijft de derde generatie?’ Kijk om je heen, we zijn er al!

Verder lezen?
Captain, Esther. ‘Indo rulez!’ (2003) uit Indische Letteren, 18e jaargang, nummer 4.
Iburg, Nora. Van Pasar Malam tot I Love Indo. Identiteitsconstructie- en manifestatie door drie generaties Indische Nederlanders (2010). Uitgeverij Ellessy.

3.0 aan de Studie: Jarah de Jong

Jarah de Jong is 24 jaar oud en net afgestudeerd voor zijn bachelorstudie Mediatechnologie.  Deze Molukse 3.0’er houdt van alles dat te maken heeft met  het ontwikkelen van websites en de technologie die daarbij komt kijken. Tegenwoordig denkt Jarah na over hoe hij met de kennis uit zijn studie iets kan betekenen voor de Molukken.

Mystiek

Jarah is geboren en getogen in Zeeland en komt uit een Moluks gezin. In 1951 kwam zijn vader vanuit Semarang naar Nederland. Zijn moeder is geboren in Vlissingen. Indrukwekkende verhalen over Ambon worden vooral verteld door zijn oma en geven Jarah een beeld  van het leven van zijn familie in vroegere tijden. ‘Wat ik vooral bijzonder vind aan de verhalen van mijn oma, is de ‘mystiek’ erin. Het zijn ervaringen die ik nu niet zomaar kan uitleggen, je moet dat zelf ervaren,’ zegt Jarah met kippenvel. Tijdens zijn eerste vakantie naar Ambon, zei hij bij aankomst meteen:  ‘Wow ja, dit is het!’  De mist die er hing, de palmbomen en alle Molukse mensen bij elkaar waren voor hem het herkenbaar decor van de familieverhalen.

Jarah de Jong 2012. Stage in het 2e studiejaar: Mediatechnologie. Foto: Jarah de Jong.
Stage in het 2e studiejaar: Mediatechnologie. Foto: Jarah de Jong.

Moluks voelen

Jarah begon met een MBO-opleiding: website-ontwikkelaar. Vervolgens studeerde hij Media-technologie aan de Hogeschool Rotterdam. Jarah vertelt dat hij een meeloopstage heeft doorlopen en verschillende opdrachten deed voor klanten in de zorg. Zijn Molukse achtergrond speelde geen rol in zijn studiekeuze. Ook maakten de Molukse gewoonten die Jarah van huis uit heeft meegekregen, hem niet anders op school. ‘Het is niet zo van, oh ik ben Moluks, dus ik ga anders praten. Ik ben gewoon hoe ik ben’. Jarah sluit zich wel gemakkelijker aan bij Molukse jongeren. Hoewel hij meer Nederlandse dan Molukse vrienden heeft, voelt hij een klik met Molukse jongeren. Hij zal hen eerder aanspreken op een verjaardagsfeestje. Hij lacht: ‘Het is niet om te discrimineren, maar je zit in hetzelfde schuitje. Taal, cultuur en gewoontes zijn iets vanzelfsprekends onder Molukse jongeren.’ Ik vraag me af wat hij bedoelt met taal: ‘Begin je met: “Hey apa kabar?”’ Jarah schudt zijn hoofd. ‘Ik vind het gewoon leuk om af en toe Maleis te kunnen praten.’

Stichting Samenwerking Vlissingen Ambon

Ook al speelde zijn achtergrond geen rol bij zijn studiekeuze, toch zou Jarah graag zijn kennis gebruiken om iets voor de mensen op Ambon te betekenen. Daarom heeft hij een paar jaar geleden de website opgezet voor Stichting Samenwerking Vlissingen Ambon (SSVA). Deze stichting wil de levensomstandigheden op Ambon verbeteren. In 2007 werkte Jarah zelf mee aan een project, waarbij hij onderzocht in hoeverre men op het eiland toegang tot internet heeft. Deze ervaring heeft hem aan het denken gezet. ‘Ik hoop ooit een internetcafé te beginnen in Ambon, dat daar ‘warung internet’ of ‘warnet’ heet. Met als hoofddoel: werk creëren voor de mensen daar.’ Mooie woorden om mee af te sluiten. Succes, Jarah!

Warung Internet (warnet) Internetcafé – Foto:  http://cybercrawler.wordpress.com
Warung Internet (warnet) Internetcafé – Foto:
http://cybercrawler.wordpress.com