Indische juweeltjes: boeken met een eigentijdse kijk op de Indische gemeenschap

Vlakke meetkunde. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd.

Nu iedereen bekomen is van de Nederlandse boekenweek, besteedt Indisch 3.0 deze week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving.

Ruth Post. Foto: Palmslag.
Ruth Post. Foto: Palmslag.

Deze week lezen jullie hier over Pendek van Herman Keppy, De gecensureerde oorlog van Louis Zweers, Vlakke meetkunde van Ruth Post en Opgevangen in Andijvielucht van Griselda Molemans, dat aanstaande vrijdag uitkomt. Het zijn vier boeken, die in genre en stijl zeer verschillen, maar inhoudelijk duidelijk een overlap hebben: ze behandelen de Japanse bezetting, de bersiap en de aankomst hier in Nederland. Eind van de week horen we graag van jullie hoe jullie aankijken tegen deze selectie.

Vlakke meetkunde geeft een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

We beginnen met Ruth Post’s Vlakke meetkundeVlakke Meetkunde is de tweede dichtbundel van deze dichteres, uit 2013. Daarin lees ik gedichten over de kamptijd, de bersiap en de tijd in Nederland. Post, die in Batavia geboren werd en de kamptijd als kind meemaakte, debuteerde in 2012 met een andere dichtbundel, ‘Tot aan de horizon’.

Ik ben geen kenner van poëzie, ik wist niet goed wat ik kon verwachten. Maar ik ben erg gecharmeerd van haar werk. Sommige gedichten zijn expliciet, andere indirect, maar elk gedicht komt binnen. Van bamboespies tot smet vrezende  Europeanen – Ruth schuwt geen enkel onderwerp. Het zijn eerlijke gedichten, die de ervaringen in oorlogstijd beschrijven vanuit het perspectief van een jong Indisch meisje. Eerlijke gedichten over een oneerlijke tijd dus.

Ruth schuwt geen enkel onderwerp.

Die kinderlijke eerlijkheid maakt Post’s gedichten kwetsbaar en invoelbaar. Ik kan me indenken dat Vlakke meetkunde voor overlevenden van deze tijd vrij confronterend is. Voor Indische jongeren, die weinig meegekregen hebben over deze periode, geeft Vlakke meetkunde een toegankelijke, openhartige en eerlijke kijk achter de schermen van de Indische zwijgzaamheid.

Een passage uit De jongens, ter illustratie.

mijn moeder staat al bij de poort

de jongens moeten weg, mijn broer is tien

ze klimmen duwend op de laadbak

ze grijzen wat

moeder heeft hem geleerd de was te doen

en hoe dat moet met naald en draad

hij krijgt vast heimwee, het is nog zo’n kind

mijn broertje

Vlakke meetkunde, Ruth Post. Uitgeverij Palmslag (2013), 56 pagina’s.

Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).
Vlakke meetkunde van Ruth Post (2013).

Kippenvel bij "Buitenkampers"

De documentaire die eindelijk gemaakt is.

Op het Nederlands Filmfestival 2013 in Utrecht ging gisteren, in een afgeladen zaal, de film Buitenkampers van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich in première. Na afloop van de vertoning kreeg de filmmaakster een staande ovatie, die ze geëmotioneerd in ontvangst nam. Deze waardering van het publiek en de ontlading van Naaijkens – Retel Helmrich zijn tekenend voor de gevoelige snaar die Buitenkampers heeft geraakt: het is de documentaire die eindelijk gemaakt is.

Onderbelichte geschiedenis
Buitenkampers is een documentaire over de periode 1942 – 1949, waarin de gemengde groep van Indo-Europeanen de Japanse bezetting (1942 – 1945) en bersiap (vrijheidsstrijd van de Indonesiërs van 1945 – 1949) moest zien te overleven. Een deel van hen werd geïnterneerd in Jappenkampen, maar een veel groter deel – 250.000 van hen, aldus de film – bleef buiten de kampen. Als je kon aantonen dat je Aziatische voorouders had, tenminste. “Het is onterecht een onderbelicht onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis. Deze mensen zijn met hun ervaringen echt tussen de wal en het schip terechtgekomen, eenmaal in Nederland,” aldus een Nederlandse bezoeker van de film achteraf. En dan te beseffen dat al deze mensen al 60, 70 jaar met deze trauma’s rondlopen, onbehandeld hoogstwaarschijnlijk.

De documentaire is opgedragen aan de moeders.

Als kind in de oorlog
De documentaire, opgedragen aan de moeders die de kinderen door de bezetting en bersiap heen hadden getrokken, is slim opgebouwd rondom herkenbare thema’s die veel terugkomen in verhalen over zowel de bezetting als de bersiap. Het geheel wordt verteld met aaneengeregen fragmenten uit interviews van Indo-Europese mannen en vrouwen. Nu zijn ze op middelbare leeftijd, maar toen waren ze nog kind, in leeftijd variërend van 4 tot 12 jaar. Zij vertellen over de verschrikkingen die ze overleefd hebben: moordpartijen, bombardementen, honger, verkrachting. Over hoe ze moesten buigen voor de vlag en hoe ze geschokt zagen dat de Indonesiers de Japanse bezetter steunden – in plaats van Nederland. Over broertjes die nog steeds vermist zijn. Of een buurvrouw van wie na een bezoek van de Jap “niets meer over was. Haar armen en benen lagen verspreid door het huis.”

Respect
Een van de voor mij meest aangrijpende verhalen is het verhaal van meneer Lents, die als zevenjarig jongetje gevangen genomen was door de Kempeitai – te vergelijken met de Duitse Gestapo. Stamelend zegt hij: “Ik heb het nooit verteld, wat daar gebeurd is. Het was zo vernederend. Als ik er nu nog over praat, voel ik de schaamte nog. Dat is triest. Echt triest.” Hetty Naaijkens, zelf van Indische afkomst, heeft deze man in zijn waarde gelaten en niet doorgevraagd (wat een Nederlandse filmmaker waarschijnlijk wel zou doen) en daar ben ik blij om. Het is dat respect voor de geinterviewden dat je als kijker terugziet in de eerlijkheid en openheid waarmee de ex-buitenkampers hun verhaal doen.

De verbindende verhalen
Buitenkampers is een unieke documentaire dankzij de invalshoek van kinderen die op hun oorlogservaringen terugkijken, waarbij de vijand – de Jap – hun beschermer werd en een vermeende vriend – de Indonesiër – een angstaanjagende vijand. De meeste bezoekers waren er laaiend enthousiast over. Zo ook  Yvonne Keuls: “Het knappe van Hetty is dat zij aan de hand van een verhaal van één persoon kan laten zien hoe het de hele groep vergaan is. De film is geen opsomming van verhalen, Buitenkampers laat de verbinding zien waardoor de hele groep met elkaar verbonden is. Dat is knap.”

“Hetty laat aan de hand van een verhaal van één persoon zien hoe het de groep vergaan is.” – Yvonne Keuls

Weinig inzicht in dagelijks leven
Buitenkampers is een must-see voor iedereen met een Indisch hart, jong of oud, Nederlands of Indisch.Toch hoorden we ook een paar kritiekkpunten, waarvan een zeker het delen waard is. “Kijk, ik weet niet zo veel over wat er toen gebeurd is. Mijn ouders en oma vertelden er niet over. Ik hoopte in Buitenkampers te zien hoe hun dagelijks leven onder invloed van de Jap veranderde en dat heb ik niet gekregen. Dat vind ik jammer,” vertelde een licht teleurgestelde filmganger. Ook viel mij op dat de aantallen repatrianten en emigranten beduidend hoger lager dan ik uit wetenschappelijk onderzoek heb op kunnen maken, maar dat is bijzaak.

Insiders verhaal
Wat geen bijzaak is, is de teleurstelling van de bezoeker. Die zou een waarschuwing kunnen zijn voor de ontvangst mensen met weinig kennis over deze tijd. Wij hopen, net als onder meer producent San Fu Maltha, dat Nederlanders deze film gaan zien, zodat het onvertelde verhaal verteld en verspreid wordt. Voor die groep geldt, net als voor – heel veel – Indische jongeren van de derde en vierde generatie, dat ze behoefte hebben aan een outsiders’ look om de insiders’ story te kunnen begrijpen. Die blik van buitenaf ontbreekt. Laten we hopen dat de meerderheid van de bezoekers die niet mist.

Buitenkampers is vanaf donderdag 3 oktober 2013 in 17 theaters in Nederland te zien. Verder zendt de NTR op 15 augustus 2014 de documentaire uit. Tot slot vind je op de website van Buitenkampers meer informatie over de filmvertoningen en nog meer – schrijnende – verhalen van de deelnemers aan de documentaire.

Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens - Retel Helmrich.
Buitenkampers. Een film van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich.

Tastbaar Verleden in het hier en nu

Nederlands-Indië is hip in Indonesië. Wat is er aan de hand?

Aankomende dinsdag ben ik te gast als spreker op een avond over culturele identiteit en herwaardering van gezamenlijk erfgoed van Nederland en Indonesië. Een programma georganiseerd door Stichting Tastbaar Verleden en de Nederlands-Indië Tafel, Geschiedenis Tafel en de Kunst en Cultuurtafel van de Koninklijke Industrieele Groote Club met vier sprekers over artistieke inspiratie en persoonlijke verhalen – en natuurlijk een heerlijke rijsttafel.

De avond is de aanloop naar een grote kunstmanifestatie in 2015 in Nederland èn Indonesië. Dat jaar is het zeventig jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en dat de republiek Indonesië werd uitgeroepen. In dit toekomstige herdenkingsjaar zullen tien Nederlandse en tien Indonesische hedendaagse kunstenaars (beeldend kunstenaars, filmers, schrijvers, theatermakers, dichters, componisten etcetera) met nieuw werk reflecteren op het breukvlak in een gedeelde geschiedenis. Centraal staat daarbij de vraag wat de invloed van deze gedeelde historie is op hun identiteit.

Een gedeelde geschiedenis
Deze gedeelde historie is precies waar ik het over wil hebben dinsdagavond. Er kan veel gezegd worden over het (voort)bestaan van een Indische identiteit bij de jongere generaties Indo’s. Zoals de stichting het formuleert in de aankondiging: “Tweede en 3e generatie Indische Nederlanders worden zich steeds meer bewust van hun persoonlijke identiteit en erfgoed van ouders en grootouders. Met het vergrijzen en verglijden van de eerste generatie verdwijnt ook de mondelinge overlevering in rap tempo.”

Ik ben niet bang voor het verdwijnen van het Indische.

Toch ben ik niet bang voor het verdwijnen van ‘het Indische’. De mondelinge overlevering van geleefde herinneringen (van ervaren gebeurtenissen) zullen verdwijnen. De laatsten van de eerste generatie, onze grootouders, zullen er niet meer zijn om het na te vertellen. Maar als we goed hebben geluisterd, en tussen de regels door hebben gelezen, is er een hoop wat we weten. En dan is er nog de tweede generatie, onze ouders, om de verhalen door te geven. Een kanttekening is dat zij het niet zelf hebben ervaren, en er meer ruis is. Maar de ruis is er altijd al geweest.

Ook geleefde herinneringen zin sterk gekleurd door de persoon die het verteld, door trauma, door zeer uiteenlopende persoonlijke situaties, door het bagatelliseren van ongemak. Ondanks dat heeft de eerste generatie een gezamenlijk verleden overgedragen. Hetzij gekleurd, maar welke (post-)herinnering is dat nu niet? Ook nostalgie is gekleurd door een roze bril, maar daardoor niet minder waar.Ook met het wegvallen van de eerste bron hebben we een gedeelde historie. Dat weten we, nu moeten we ervoor zorgen dat we het niet vergeten, en herinneren in het hier en nu.

Nostalgie is gekleurd door een roze bril.

Ons gezamenlijke erfgoed: een trending topic in Indonesië en Nederland
De andere drie sprekers zijn:
Hans Goedkoop, historicus, schrijver en TV presentator van o.a. Andere Tijden en bestuurslid van de Stichting Tastbaar Verleden vertelt over zijn boek ‘De Laatste Man’, het verhaal van zijn grootvader, generaal-majoor Van Langen, de man die in 1948 Soekarno arresteerde.
Ben de Vries, senior beleidsmedewerker van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, vertelt over het hedendaags gebruik in Indonesië van gedeeld erfgoed.
Bo Tarenskeen, toneelschrijver, acteur en filosoof, over het Nederlands-Indische perspectief als “condition humaine”.
Dinsdag 10 september 2013 om 18.00 uur
KIGC, Dam 27 in Amsterdam.

Programma:

18.00 uur Borrel en ontvangst
18.45 uur  Presentaties

Voor niet-leden van Koninklijke Industrieele Groote Club:
Als je op deze bijzondere avond aanwezig wilt zijn dan ben je van harte welkom. Stuur dan een e-mail naar Marga Bosch (mgbosch@smartartvise.nl). Geef dan de namen van die personen op samen met zijn/haar e-mail adres voor de bevestiging vanuit de IGC. De borrel en de rijsttafel zijn op eigen rekening.

Online magazine herdenkt einde WO2 in Azië in Breda, Bangkok en Wageningen

Indië-herdenking in Roermond. Foto: Nationaal Indië-monument.

Indisch 3.0 herdenkt 3x op 15 augustus a.s.

Persbericht

Den Haag, 13-8-2013

Aanstaande donderdag herdenken vertegenwoordigers van Indisch 3.0 op drie plekken het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Charlene Vodegel is uitgenodigd in Breda, Charlie Heystek in Bangkok en Tabitha Lemon & Kirsten Vos in Wageningen. Met deze drievoudige herdenking onderstrepen de vertegenwoordigers van het online magazine het diepe respect dat zij voelen heeft voor de offers van hun, jouw én uw Indische grootouders.

Charlotte Heystek (oud-hoofdredacteur) woont de herdenking van de Nederlandse ambassade bij in Thailand. Bij deze herdenking is de Nederlandse ambassadeur Joan Boer aanwezig. De ambassadeur geeft een toespraak op ereveld Kanchanaburi. Tijdens die [plechtigheid zal Charlie een krans leggen namens Indisch 3.0. In de vervolgceremonie op ereveld Chunkai zal Charlie nog een gedicht voordragen.

Tabitha Lemon en Kirsten Vos zijn uitgenodigd voor de herdenking in Wageningen. Zij zullen donderdagochtend een besloten herdenking bijwonen in aanwezigheid van o.a. burgemeester Van Rumund. Na de taptoe zullen Tabitha en Kirsten een krans leggen namens Indisch 3.0 en als vertegenwoordigers van de jongere generaties.

Charlene Vodegel (o.a. ‘Aan de Studie’) tot slot, speecht rond 14.15 uur bij de herdenking in Breda, in aanwezigheid van burgemeester van der Velde en kinderen en kleinkinderen van de bewoners van verzorgingstehuis Raffy. Later sluit Charlene aan in de bloemlegging op afroep en legt zij namens Indisch 3.0 een bloemstuk.

Van de drie herdenkingsbijeenkomsten zijn kort na 15 augustus 2013 foto’s te vinden op Indisch 3.0, net als de uitgesproken teksten. De foto die dit persbericht begeleidt, is van het monument in Roermond.

En jij, hoe herdenk jij aanstaande donderdag? Sorry, there are no polls available at the moment.

 

 

 

 

Hoe herdenk jij?

Op 15 augustus herdenkt Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azie. In toenemende mate krijgt “onze” herdenking aandacht van het grote publiek. Toch zijn er genoeg redenen om wel én niet te herdenken op deze dag. Wat doe jij?

Sorry, there are no polls available at the moment.

 

Kies je geschiedenis

Zo makkelijk gaat het

Volgende week is het alweer zover. Dan herdenkt Indisch Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Op 15 augustus 2013 vinden door het hele land herdenkingen plaats. Ook wij doen mee. Drie keer maar liefst, dit jaar, leggen we een bloemstuk: Charlie Heystek legt namens Indisch 3.0 in Bangkok (ja, in Thailand) een bloemstuk, Charlene Vodegel in Breda en Tabitha Lemon en ik in Wageningen. Daarover meer volgende week.

Mijn ideale herdenking
Als ik mijn ideale herdenkingsbijeenkomst zou mogen samenstellen, zou ik de tekeningen van Charles Burki willen exposeren, de film Arigato vertonen en een overlevende willen laten vertellen over hoe ze samen het Wilhelmus inzetten. Het is een bekende anekdote die me nog altijd kippenvel geeft.

Wilhelmus
In mijn verbeelding zie ik het voor me. Met uitgemergelde lichamen, in de brandende zon, zien de geïnterneerden vliegtuigen overkomen. Met hier en daar een lap die ooit kleding is geweest, voeren ze hun dagelijkse besognes in het kamp uit. Ze weten nog niets. Dan horen ze via via het nieuws. De Jap heeft gecapituleerd. Er valt een stilte, niemand weet wat te doen. Juichen? Een van hen legt zijn spullen neer. Brengt zijn rechterhand naar zijn hart. En zingt het, zachtjes.

‘Wilhelmus van Nassau.’ Hij schraapt zijn keel, zet zijn stem kracht bij en zingt verder.

‘..ben ik van Duitse bloed.’ Her en der vallen mensen hem bij. Voor hij het weet, zingt het hele kamp.

Ja, deze anecdote hoort beslist thuis op mijn ideale herdenking.

Tijdbom
Op 15 augustus zendt de NOS 
Arigato uit. Daar ben ik ontzettend blij om. Arigato is treffend en pijnlijk raak, omdat er niets in uitgelegd wordt. Als je de kampverhalen kent, komt Arigato binnen als een tijdbom. Heb je die kennis niet, dan zou je nog wel eens met vragen kunnen zitten na het zien van de film. Wat alleen maar goed is; hoe meer vragen over de Japanse bezetting, hoe beter.

Arigato op tv op 15 augustus
Volgende week krijg je, als je niet bekend bent met de kampverhalen, antwoorden van de maakster en hoofdrolspeelster. De live-uitzending van de herdenking op tv begint om 12.15 uur, met een korte introductie van Mug Elias (de actrice die Oma speelt), Sandra Beerends en de film. Vervolgens kan je de korte film zien en daarna het live gesprek met Mug en Sandra Beerends, die geïnterviewd worden door Rob Trip. Aansluitend kan je kijken naar de herdenkingsbijeenkomst in Den Haag. Hieronder nog een keer de trailer.

Herdenken als bewuste keus
Toch vond ik herdenken op 15 augustus niet altijd een vanzelfsprekendheid, daar schreef ik zes jaar geleden al over. Hoewel Indië bevrijd was op 15 augustus, eindigde de kamptijd voor heel veel Indische Nederlanders pas maanden later. Ik heb in 2007 een bewuste keuze gemaakt om toch 15 augustus aan te houden als “bevrijdingsdag” voor Nederlands-Indië; ik had behoefte aan een moment waarop ik stilstond bij het leed van de slachtoffers en de – tijdelijke – opluchting van het einde van de oorlog.

Zwarte bladzijden
Regelmatig hoor en lees ik mensen die schamper vertellen dat Japanners niets weten over wat hun voorouders hebben gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat ze 
alleen maar vertellen over het leed van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Hoe weinig Indonesiërs onwetend zijn over de kamptijd. Die mensen vergeten dat Nederland ook nogal kieskeurig is als het gaat om het doorgeven van de eigen “zwarte bladzijden”, om het luisteren naar leed van anderen. 

Met de beste intenties
Want ook wij veranderen als Indische gemeenschap in Nederland, met de beste intenties, het verhaal over de Japanse bezetting. Door te blijven herdenken op 15 augustus weet over 50 jaar niemand meer dat op het nog maanden zou duren voordat alle geïnterneerden vrij waren. Is niet erg, vind ik. Maar het intrigeert me wel. Zo makkelijk is geschiedenis dus te veranderen.

Recensie: Een meisje van honderd

Een hartverwarmend verhaal dat doet verlangen naar een ongekend land

Tijdens het lezen van de eerste pagina van Marion Bloems roman Een meisje van honderd bevind ik me als stille getuige in het Nederlands-Indië van 1906. Ik kijk mee over de schouders van hoofdpersoon Moemie en andere personages die in dit verhaal een bijdrage leveren aan 100 jaar familiegeschiedenis. Met het lezen van dit boek hoop ik het gemis van nooit (of half) vertelde verhalen op te vullen.

Helderziende gave
Het verhaal begint met een aangrijpende gebeurtenis; de rituele zelfmoord van de koninklijke familie op Bali waarbij Moemie als baby van nog geen jaar haar familie kwijtraakt. Nadat een Nederlandse soldaat ontdekt dat ze nog leeft, komt Moemie in Semarang (Java) terecht. Steeds op een andere plek, eerst bij een weduwe met kind, daarna in een klooster. Al snel wordt duidelijk dat Moemie een gave heeft. Ze kan praten met geesten van overledenen, in visioenen of dromen, wat haar uiteindelijk bij het gezin van weduwe Van Maldegem brengt. Dit gezin neemt Moemie in huis om de geesten in huis te verjagen. Ook willen mensen Moemie’s advies omdat zij toekomstbeelden ziet. Zo kan zij zien of een echtgenoot trouw is, een familielid is overleden of welk noodlot iemand te wachten staat. Haar helderziendheid beperkt zich niet alleen tot persoonlijke adviezen of contact met individuen. Ook heeft ze visioenen van de Balinese vulkaan Merapi die zal uitbarsten en zelfs van de Twin Towers ramp.

Oorlogs- en bersiaptijd
In een groot deel van het boek wordt een beeld geschetst van Nederlands-Indië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, de bersiaptijd en de politionele acties. Marion Bloem heeft die periodes pijnlijk goed weergegeven. Bijvoorbeeld in de passages waarin Moemie slachtoffers van het geweld ziet, tijdens haar werk als verpleegster, of in een van haar visioenen: ‘Ze wordt een van vele slachtoffers die zich tegen die overmacht niet kunnen verdedigen. Ze vallen haar van alle kanten met scherpe voorwerpen aan. De gezichten van de aanvallers kenmerken zich niet door afkomst, maar door haat, en de behoefte om te doden.’

Marion Bloem © Ivan Wolffers
Marion Bloem © Ivan Wolffers

Familie
Naast de geschiedenis van Moemie, krijgen we ook inzicht in de levens van de nakomelingen van het pleeggezin waarin zij is opgegroeid. Het perspectief wordt om het hoofdstuk afgewisseld, wat de spanning flink opbouwt. In een hoofdstuk over pleegnichtje Charlotte leer je iets over een gek geworden tante. In een later hoofdstuk waar het perspectief bij Moemie ligt, wordt pas duidelijk hoe dat is gekomen. Op deze manier prikkelt Bloem mijn nieuwsgierigheid. Het boek leg ik het liefst niet meer weg. Ik wil er snel doorheen om meer te weten te komen, en tegelijkertijd hoop ik dat er geen eind aan het verhaal komt.

Kleurrijke beschrijvingen
Bloems kleurrijke beschrijvingen spreken sterk tot de verbeelding.  Ze neemt de lezer mee op reis door de tijd en laat de ontwikkelingen van Nederlands-Indië naar het hedendaagse Indonesië zien. Soms heeft ze een sfeer zo krachtig neergezet dat die bijna beklemmend is. Daarnaast worden veel herkenbare, gezellige momenten van een hechte familie beschreven, waarbij pianomuziek bijna hoorbaar is vanaf de pagina’s. Een meisje van honderd brengt een land dat ik niet kende, hartverwarmend dichtbij.

Voor wie?
Dit boek is vooral een aanrader voor degenen die weinig tot niets weten van hun familieverhalen. Marion Bloem zet een goed tijdsbeeld neer en zorgt voor net wat meer bewustwording van het Indische verleden. Soms is dat hard en confronterend, maar belangrijk als je geïnteresseerd bent in je roots. Na het lezen van dit boek begrijp ik het zwijgen van de eerste generatie veel beter.

Een meisje van honderd. Marion Bloem. De Arbeiderspers. Utrecht, 2012. 19,95 euro.

Soerabaja: Traag, maar indrukwekkend overlevingsverhaal

Boekrecensie: Soerabaja van Pauline Slot

Soerabaja is een roman gebaseerd op historische feiten. Soerabaja verscheen  op 19 oktober 2012 bij De Arbeiderspers, auteur Pauline Slot debuteerde in 1999 met de roman Zuiderkruis. Reizen en de complexe verhoudingen tussen mensen zijn terugkerende elementen in haar oeuvre, zo ook in SoerabajaEen pasgetrouwd Nederlands stel vertrekt naar Indië, waar ze elkaar door de oorlog kwijtraken. Is dit verhaal – geschreven vanuit de belevingswereld van een ‘oorlogsoverlevende’ – interessant voor 3.0’ers? Soerabaja  vertelt het verhaal van een pasgetrouwd Nederlands stel dat, zonder familie, naar Indië vertrekt, met verstrekkende gevolgen. Het begint in Den Haag, waar Bep en Henk elkaar ontmoeten  in de jaren dertig van de vorige eeuw. Vanuit het perspectief van de jonge vrouw Bep, krijgen we in een briefwisseling  met de familie in Nederland  een gedetailleerd beeld van een andere tijd.

Als Henk Japans krijgsgevangene wordt, wordt Bep een vechter.

Heimwee
Bep wil eigenlijk niet naar Nederlands-Indië vertrekken. Het frustreert haar dat ze als pasgetrouwden nauwelijks van ‘hun huishoudentje’ hebben kunnen genieten.  Toch is het voor Henks carrière het beste en ze gaan. Na een aantal jaar in Indië krijgt het stel kinderen, wat Bep iets te doen geeft. Ze voelt zich vaak eenzaam als Henk van huis is voor zijn werk en hoopt dat ze gauw verlof krijgen om terug  naar Nederland te gaan. Maar dan breekt de oorlog uit en wordt Bep’s verlangen naar Nederland naar de achtergrond verdrongen. Op het moment dat Henk Japans krijgsgevangene wordt, ontpopt Bep zich als vechter. Er volgt een verslag van beiden over de onzekerheid van hun bestaan in kampen, transporten met ‘bestemming onbekend’, en marcherend tot er doden vallen.

Gedateerd taalgebruik
Door het  gedateerde taalgebruik in de brieven vind ik het aanvankelijk lastig om me in Bep te verplaatsen, maar het went wel. Ook  komen er veel namen van familieleden, buren, straten en locaties  voorbij, waardoor het even duurt voordat ik echt in het verhaal zit. Gelukkig blikt Bep in haar eigen commentaar op de brieven  af en toe vooruit, en dit maakt dat je wilt lezen. In het deel van Soerabaja  waarin Bep over de gelukkige tijd in Malang vertelt,  krijgt de lezer subtiele aanwijzingen dat de verhouding tussen de Nederlanders en de Indische bevolking niet onbeladen was: ‘We hadden Beppie een paar centen gegeven om in haar beursje te bewaren en die probeerde ze vaak aan Kokkie te geven, zoals ze mij zag doen. Ook daarover hadden kokkie en Kasan veel plezier, al lette ik er wel op dat Kokkie haar de muntjes weer teruggaf.’ Zonder er veel woorden aan te besteden is het duidelijk dat de verschillende bevolkingsgroepen elkaar in het koloniale Nederlands-Indië niet altijd vertrouwden.

Het  gedateerde taalgebruik maakt Soerabaja aanvankelijk lastig leesbaar.

Leven in twee werelden
Bep schrijft dat ze leefde in twee werelden: een tastbare en een verbeelde, waarbij ze doelt op haar eigen leven in Indië en dat van de familie in Nederland. Maar waar Bep haar best doet met haar brieven in de belevingswereld van haar familie in Nederland aanwezig te zijn, zoekt ze geen toenadering tot de tastbare wereld waarin haar Kokkie, Kasan en de andere personeelsleden leven. Later, in Soerabaja,  wanneer ze de kampong in is gevlucht, zal ze opmerken dat het ‘de enige keer [is] dat we in Indië te midden van Indonesiërs leefden’.

Traag
De neiging van de auteur om correct te zijn in de historische feiten hindert in het begin de vaart van het verhaal. Aan het slot van het boek blijkt pas dat de auteur volledig recht heeft willen doen aan de – waargebeurde – geschiedenis. Ik vind het jammer dat de uitgever voor ‘roman’ op het omslag heeft gekozen, in plaats van ‘historische roman’. Hierdoor moest ik mijn verwachting van het boek al lezend bijstellen en stoorde het mij dat er zoveel met details werd gestrooid. Toch loont het om door te lezen. Veel 3.0’ers zullen hun (groot) ouders herkennen in de passages over dochter Beppie, die als volwassene een dagtaak heeft gemaakt van het hamsteren en opslaan van etenswaar. Maar ook de stilte van oudere familieleden over het kampverleden zal bekend voorkomen.

Soerabaja. Pauline Slot. De Arbeiderspers.  Utrecht, 2012. 18,95 euro. 

Pauline Slot © Erik Smit
Pauline Slot © Erik Smit

Indië-herdenking 2012: "Je kind is je dierbaarste bezit."

“Ik heb mijn kinderen maar half verteld wat ik meegemaakt heb.”

3e generatie vergezelt 1e generatie bij de Indië-herdenking '42- '45 ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Derde generatie vergezelt eerste generatie bij de Indië-herdenking ’42- ’45 ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

De Indië-herdenking van dit jaar, waarin stilgestaan is bij het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië, was goed bezocht. Beter dan ik me van de vorige keren kan herinneren. Het viel bovendien op dat er veel meer jongeren aanwezig waren. De herleefde belangstelling voor de periode na de Japanse bezetting in Indonesië is daar beslist debet aan. Dat dit bij de slachtoffers van die periode veel losmaakt, bleek uit een spontaan gesprek dat me kippenvel bezorgde, ondanks de tropische temperaturen.

Fotografie: Tabitha Lemon.

Spiezen
Terwijl de gastvrouw de herdenkingsplechtigheid bij het Indisch monument in Den Haag opent, ontstaat tussen mij en mijn buurvrouw een gesprekje. Mijn buurvrouw woont nu in Voorburg en heeft als kind de bersiap meegemaakt. In 1947 is ze naar Nederland gekomen. “Ja, het staat weer flink in de belangstelling, de Indische geschiedenis. Giste’navond weer. [rillend] Die spiezen, de mensen die daar hingen, ik heb ze zelf gezien als meisje van 6. Mijn moeder heeft ons uit het kamp gehouden. Als de Jap langskwam, hing ze een bordje op de deur waarop stond dat we ziek waren. Daar waren ze als de dood voor, ziek worden. En voor de zekerheid, wij hadden blond haar, legde mammie kussens zelfs over onze hoofden, zodat hij ons niet zag. ”

Derde generatie aanwezig bij Indië-herdenking Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Derde generatie aanwezig bij Indië-herdenking Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Rode Kruis
Tijdens de kranslegging door demissionair minister-president Rutte, vertelt de Indische naast mij verder. “Buiten lokte de Jap ons met chocola. Wat doe je als je kind bent hè, in oorlogstijd, en iemand biedt je chocola aan? Oe, wat hebben wij op ons donder gekregen daarvoor. Want onze moeder en haar zus, ze waren zonder hun mannen en als de dood voor de Jap hè, dat ze door de Jap gepakt zouden worden. Pappie zat in het kamp. Toen mijn moeder hoorde dat hij overleden was, was ze er kapot van. Daar stond ze, bij het Rode Kruis, alle boeken en lijsten door te gaan. Totdat ze zijn naam zag. Je blijft hoop houden op goed nieuws.”

Publiek bij de Indië-herdenking, inclusief een pajung van de Stichting Japanse Ereschulden ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Publiek bij de Indië-herdenking, inclusief een pajung van de Stichting Japanse Ereschulden ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Gescheiden van je moeder
Geboeid luisteren we naar de speech van de 16-jarige VCL-leerling Tonny Staal, die vertelt over hoe hij zich heeft proberen voor te stellen hoe het is om als 16-jarige jongen in die tijd gescheiden te worden van je moeder. De Voorburgse naast mij reageert onmiddellijk: “Mijn broertje en ik hebben niet in het kamp gezeten, maar mijn moeder was als de dood dat zij hem zouden meenemen. Telkens moest hij onder zo’n stok door lopen, om te zien of hij al groot was. Gelukkig was hij steeds nog niet groot genoeg voor het kamp. Wat mijn moeder allemaal niet gedaan heeft om ons buiten het kamp te houden. Je kind is je dierbaarste bezit hoor.” Ik knik, terwijl ik over mijn zwangere buik wrijf en de brok in mijn keel wijt aan de zwangerschapshormonen.

Zonnebloemen op de Indië-herdenking ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Zonnebloemen op de Indië-herdenking ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

Half
Mijn buurvrouw en ik zijn het erover eens dat er opvallend veel jongeren aanwezig zijn. Heeft zij haar kinderen over haar ervaringen verteld, vraag ik haar. Ze slikt. “Half. Ik heb het ze maar half verteld. Mijn kleindochter van 16, die heeft mij gevraagd om mijn verhaal op haar school te vertellen. Op school wilden ze aandacht besteden aan Indonesië en ze hadden niemand. Tja. Voor mijn kleindochter doe ik alles. Dus ik heb mijn ervaring op papier gezet en haar gegeven. Toen ze dat gelezen had, zei ze: ‘Oma, ik hoop dat ik dat nooit hoef mee te maken.’ En ik zei: ‘Ja lieverd, dat hoop ik ook. Dat hoop ik ook.’ ”

Tonny Staal vertelt over gescheiden worden van zijn moeder tijdens de Indië herdenking 2012 Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012
Tonny Staal vertelt over gescheiden worden van zijn moeder tijdens de Indië herdenking 2012 Den Haag ©Tabitha Lemon Indisch 3.0 2012

 

Slag in de Javazee anno 2012

Charlene Vodegel 2006
Charlene Vodegel 2006
Charlene Vodegel in Surabaya in 2006

Het is vandaag 70 jaar geleden dat de Slag in de Javazee plaatsvond. Prins Willem-Alexander en vele anderen herdenken deze slag vandaag. In de Kloosterkerk in Den Haag begint om 11:00 uur een herdenkingsdienst. Charlene Vodegel (29), kleindochter van een van de 1600 gesneuvelden, was er graag bij geweest.

De Slag in de Javazee heeft de afgelopen dagen ongekend veel aandacht gehad. Doordat Koningin Beatrix bij haar in coma verkerende zoon Friso blijft, komt “PWA”. Eerder deze maand al, richtte Diederik van Vleuten landelijk de aandacht op dit moment. Maar wat is die slag eigenlijk?

Om Nederlands-Indië te beschermen tegen Japan, heeft  Nederland, samen met Amerikanen, Britten en Australiërs, een aanval op zee geopend in de nacht van 27 op 28 februari 1942. Met dramatische afloop: van de 41 schepen schepen zijn, op vier Amerikaanse torpedobootjagers na, alle schepen ten onder gegaan. Opvarenden van onder andere de Hr. Ms.Java, Hr.Ms.Kortenaer en Hr.Ms. De Ruyter, zijn, samen met commandant Karel Doorman, gesneuveld.

Oorkonde voor grootvader Vodegel (c) Charlene Vodegel
Oorkonde voor grootvader Vodegel (c) Charlene Vodegel

De opa van Charlene Vodegel (29 jaar) uit Spijkenisse was een van deze 1000 slachtoffers. Ze vertelt: “Mijn vader heeft als vierjarige zijn vader verloren aan de Slag in de Javazee. Mijn opa was in dienst van de Koninklijke Marine als militaire matroos op het schip De Ruyter. Ter nagedachtenis heeft mijn vader een oorkonde ontvangen van de Ministerie van Marine in 1951 voordat hij repatrieerde naar Nederland. Als kleindochter ben ik mij meer gaan verdiepen in deze gebeurtenis nadat wij werden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de huldiging van de namen van de gesneuvelden. Het was een eer om daarbij aanwezig te mogen zijn. ”

In Indonesië is in 2006 het bestaande Karel Doormanmonument uitgebreid, vertelt Charlene. “Voor studie was ik toevallig in Surabaya.  De Oorlogsgravenstichting heeft een initiatief genomen na 64 jaar om het Karel Doormanmonument compleet te maken met bronzen platen met daarop de namen van alle oorlogsslachtoffers van de Slag in de Javazee.  Het ereveld in Surabaya heet Kembang Kuning.  De Slag in de Javazee wordt hier herdacht het Karel Doormanmonument, dat onthuld werd in 1954. Er vindt nooit een speciale herdenking plaats in Indonesië, alleen in 2006. Precies toen ik er was! Het kan toeval zijn of niet, maar ik stelde mezelf de vraag: ‘Waarom vond deze officiële plechtigheid pas plaats na 64 jaar op het moment dat ik in Surabaya was?’ Het voelde voor mij als een soort van bescherming, dit gevoel is lastig te verwoorden.”

Militair eerbetoon bij de onthulling van het vervolmaakte monument (c) Charlene Vodegel, 2006
Militair eerbetoon bij de onthulling van het vervolmaakte monument (c) Charlene Vodegel, 2006

Haar vader, Arthur Vodegel, is onlangs overleden. Defensie heeft Charlene en haar moeder niet uitgenodigd.  “Twee weken geleden las ik op internet dat er een herdenkingsdienst zal plaatsvinden ter ere van de 70e herdenking van de Slag in de Javazee.  Ik stond even stil bij het feit waarom wij als nabestaanden geen uitnodiging hebben ontvangen.  Om een uitnodiging te mogen ontvangen voor deze herdenking heeft voor iedereen een ander soort betekenis. Het gaat mij vooral om de geschiedenis achter deze gebeurtenis en de impact op het leven van de nabestaanden. Aangezien mijn vader op jonge leeftijd zijn vader heb moeten missen , heeft hij nooit kunnen ervaren wat een vader betekent in het leven van een kind.

Arthur Vodegel bij het monument voor de Slag in de Javazee. Surabaya, 2006 (c) Charlene Vodegel
Arthur Vodegel bij het monument voor de Slag in de Javazee. Surabaya, 2006 (c) Charlene Vodegel

Charlene heeft afgelopen vrijdag een laatste poging gewaagd om bij de herdenking bij te kunnen wonen, maar het mocht niet meer baten. “Misschien is ‘trots zijn’ om een nabestaande te zijn van de Slag in de Javazee niet het juiste woord. Maar het behoort tot de Indische geschiedenis  van mijn familie, en dat is toch iets om trots op te zijn.”