De dekolonisatie van de Indo

Over geïnternaliseerd racisme onder Indo’s

Het is al lange tijd een taboe binnen de Indische gemeenschap en het wordt tijd dat er weer over gesproken wordt: geïnternaliseerd racisme. Geïnternaliseerd racisme betekent dat je racistisch bent in de manier waarop je kijkt naar je eigen groep en naar jezelf. Dit fenomeen staat ook wel bekend als ‘the colonized mind’.

Stereotiep zelfbeeld
In feite kijk je naar jezelf en je eigen cultuur door een ‘blanke lens’ en geloof je de stereotiepe ideeën over je eigen groep. Al op jonge leeftijd komt door media, onderwijs en opvoeding de boodschap binnen dat blank ‘beter’ of mooier is. Een beroemd voorbeeld is het experiment met poppen uitgevoerd in de Verenigde Staten door Kenneth Clark. Uit dit experiment bleek dat jonge African-American kinderen vonden dat de blanke poppen mooier waren. Dit geïnternaliseerd racisme komt ook voor onder Indo’s.

Blanken en koelies. Uit: http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php
‘Blanken en koelies.’ Uit: Koloniaal racisme in Indonesie. Wim F. Wertheim, De Gids, 1991

Koloniaal perspectief

De Indische cultuur is ontstaan uit gemengde huwelijken en is gevormd door zowel Indonesische als Europese invloeden. Deze cultuur ontstond binnen de machtsstructuur van het Nederlands kolonialisme. Dat betekent dat ons denken en de kennis die wij voor ‘waar’ aannemen, ons is aangeleerd vanuit dit koloniale perspectief. Inherent aan dit koloniale perspectief is racisme. In Nederlands-Indië was men heel duidelijk in het onderscheid maken op basis van huidskleur en ‘ras’. Van huis uit zijn we gewend – en dit gebeurt vaak onbewust – om alles wat blank en Europees is, als hoger, mooier en beter te zien. Dit blanke ideaal projecteren we niet alleen op de wereld om ons heen, maar ook op onze eigen cultuur en op ons zelfbeeld.

Zelfhaat
Ter illustratie van dit geïnternaliseerd racisme, hierbij een aantal voorbeelden. Allereerst verbinden we zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen aan onze Indonesische roots. In de beleving van onze identiteit vindt er een tweedeling plaats. Kenmerken als spiritualiteit, temperament en sensualiteit worden gekoppeld aan de Indonesische roots en zijn dus ‘bruin’. Efficiëntie, rationaliteit en hard werken worden gezien als Nederlands en dus ‘blank’. Deze categorisatie is racistisch en is gebaseerd op stereotiepe ideeën over bruin en blank. Die stereotiepe ideeën hebben we dus overgenomen en geïnternaliseerd. De zogenaamde ‘abnormale’ eigenschappen worden ook nog eens als minderwaardig bestempeld, waardoor ze worden onderdrukt. Hierdoor ontstaan zelfhaat, identiteitsproblemen en destructief gedrag.

Blank schoonheidsideaal
Daarnaast hebben wij last van een blank schoonheidsideaal. We proberen onszelf als blank te zien en  ontkennen dat we een huidskleur of fysieke karakteristieken  hebben die absoluut niet blank zijn. Soms leven we in de veronderstelling dat we daadwerkelijk blank zijn en dat anderen ons ook zo zien. Hoe blanker we er uit zien, hoe beter. Tekenend is dat, over het algemeen, Indo’s zich eerder aangetrokken voelen tot blanke partners. Er vinden dan ook weinig romantische relaties plaats tussen Indo’s. Het is voor Indo’s dus kennelijk moeilijk zich aangetrokken te voelen tot iemand die bruin is of zwart.

Bespreekbaar maken
Dit geïnternaliseerd racisme is door alle generaties heen te vinden. Het is onderdeel van het Indische koloniale denken. Het bespreken van de gevolgen van dit geïnternaliseerd racisme kan ons als Indische groep dichter bij elkaar brengen. Ook kunnen we verbinding aangaan met andere migrantengroepen in Nederland die last hebben van racisme en geïnternaliseerd racisme.

Op zaterdag 14 september 2013 vindt het evenement ‘Indo-Maluku Crossroads’ plaats in Twello. Tijdens deze dag zal Sarah Klerks op basis van deze tekst een voordracht doen. Voor meer informatie over Crossroads zie: http://magdapattiiha.wordpress.com/2013/06/15/indo-maluku-crossroads-daar-waar-onze-wegen-elkaar-kruisen/ 

De gebruikte foto komt uit een artikel uit De Gids, over Koloniaal racisme in Indonesie, te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/_gid001199101_01/_gid001199101_01_0067.php

Recensie: De Dubieuzen

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Levendige vertellingen van vergeten schrijvers

Alfred Birney brengt opzienbarende boeken van vergeten schrijvers aan het licht waarin het koloniale leven anders wordt omschreven dan in de bekende boeken van bijvoorbeeld Couperus en Multatuli. Geen romantische verhalen over de Gordel van Smaragd met zijn groene sawa’s en mystieke sfeer, maar levendige vertellingen over multiculturele spanningen. Een opvallende bevinding van Birney is dat de boeken geschreven door schrijvers van Indische komaf een ander, meer realistisch beeld geven van deze koloniale tijd.

Fel
In dit essay is Birney soms haast niet bij te houden. Hij vertelt fel en aan de hand van vele voorbeelden over het deel van het Indische verleden dat nieuwe Indische generaties vaak in beperkte mate wordt bij gebracht. In Birneys woorden: ‘Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat’, wat volgens hem deels de oorzaak is dat het postkoloniale debat in Nederland laat op gang kwam en niet te vergelijken is met landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Problemen rondom ons huidige anti-multiculturele klimaat lijken daarom nieuw maar zijn het in werkelijkheid niet.

Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com
Alfred Birney op het omslag van De Dubieuzen © www.alfredbirney.com

Verschillen
Vooral de passages van Dé-lilah, een schrijfster anno 1850, geven een levendige weergave van het complexe bestaan in de kolonie met zijn vele culturele en etnische groeperingen. Zeker wanneer ze vergeleken worden met passages uit boeken van Nederlandse schrijvers van die tijd zie je het verschil. Hieruit blijkt dat Nederlandse schrijvers vaak niet in staat waren om aangelegenheden die voor de Nederlandse cultuur vreemd waren, duidelijk en tegelijkertijd zonder racistische ondertoon uit te leggen, terwijl Indische schrijvers zich hier op respectvolle wijze een weg door baanden. Dat Birney de verklaring hiervoor vindt in het feit dat Indische Nederlanders zich verbonden kunnen voelen met beide zijden van hun roots lijkt me een logische gedachte.

“Ontkenning van eigen rijkdom is wel de grootste armoe die er bestaat”

Dubieus karakter
Ook bespreekt Birney hoe Indische mensen zich toen, maar zeker ook nu, in een spagaat kunnen bevinden. De karakters in de voorbeelden kunnen verkeerd begrepen worden doordat hun uiterlijk en aangenomen instelling niet met elkaar stroken. Het is immers mogelijk dat Indische mensen een heel licht dan wel donker voorkomen hebben, terwijl ze zich meer verbonden voelen met het tegenovergestelde. Dit is ook precies wat hen in verhouding tot de samenleving een dubieus karakter geeft.

Wake up call
Dit boek is voornamelijk een ‘wake up call’ en vraagt de lezer om kritisch en nieuwsgierig te zijn en blijven over ons koloniale verleden. Met dit scherp geschreven essay is Birney recht voor zijn raap, maar blijft hij respectvol tegenover alle verschillende mensen, een zeer prijzenswaardige eigenschap. Wat dat betreft sluit hij zich aan bij de schrijvers die hij opnieuw heeft geïntroduceerd bij het Nederlands publiek.
De Dubieuzen erkent de frustratie onder veel Indische Nederlanders over het soms lage niveau van kennis bij de gemiddelde Nederlander over zijn eigen koloniale verleden. Daarom is het boek iedereen aan te raden die klaar is voor kritiek op de literatuur die het koloniale tijdperk beschrijft. Deze mag dan wel op literair niveau van hoge kwaliteit zijn, volgens de schrijver wordt je echter meegenomen naar een mysterieuze droomwereld in plaats van 100 jaar terug in de tijd.

De Dubieuzen. Alfred Birney. Knipscheer Publishers, Haarlem 2012. 18,50 euro.

 

About generation Indisch 3.0 – part 2

Every once in a while, we get that question that we forget still exists: what is the third generation Indische Nederlanders — am I an Indisch 3.0 or not? We’ll get into these questions. However, since there  is much more to the third generation than a definition, we will share some of our observations with you, in the week preceding our anniversary-kumpulan on May 11, 2012.

We have written about this definition-issue before. Two years ago, to be exact. However, these questions keep coming back, and from both sides of the Atlantic. Therefore we have decided to blog about it again – but this time in English. Before we get into this complex matter, we have to warn you: this post is longer than we usually publish.

Generation Indisch 3.0

Tv-personality Bibi Breijman, generation Indo 3.0 and "Hagenees". (c) Armando Ello/ Indisch3.0 2011

The generations we refer to are not the same as family generations, but are defined by the moment of migration. Simply put, generation Indisch 3.0 are the grandchildren of the inhabitants who left Nederlands-Indië as adults. The “1.0’s” are the people who came to Holland (or Canada e.g.) as grownups.

However, and this might be confusing, if their parents were still alive, they were 1.0 as well. So both grandparents and greatgrandparents of a 3.0, are part of the first generation. Many of this generation worked hard to be accepted as normal Dutch citizens (or:assimilated).

Generation Indisch 3.0 are the grandchildren of the inhabitants who left Nederlands-Indië as adults

The children that were born to the 1.0’s are the 2.0’s. Some of them were still born in Indonesia (or even Nederlands-Indië). Any child that was younger than 16 when it “repatriated” to the Netherlands, may be considered as 2.0. In the Netherlands, you might notice minor competitions between people of this generation when it comes to their place of birth: “I was born in Indonesia, how about you? (continuing with noticeable triumph) Ah, you were born in Amsterdam. ” This generation either let go of their Indo-roots when they noticed how much stress and pain the topic of Nederlands-Indië caused, or embraced it, starting in the 80’s.

Currently, most of the 3.0’s range in age from roughly 15 to 45 years old. There is competition here as well: “Are you a 3.0 of one or two Indisch parents? (continuing with equally noticeable triumph) Well, both my parents were born there.” By the way, that is ‘worth’ more than two parents who are both 2.0, but were born in the Netherlands.

 “Are you a 3.0 of one or two Indische parents? Well, both my parents were born there.”

Indische Nederlander

An Indische Nederlander is someone who has roots in the former Dutch colony Nederlands-Indië and considers himself an Indische Nederlander. That addition sounds self-evident. However, a lot of Moluccans, who could be considered Indisch, don’t consider themselves as such, so who are we to say they are? People that do consider themselves Indisch are Indo’s, peranakans (of Chinese descent), belanda hitams (mixed with African roots) or even a 100% Dutch person (“totok”).  Papua’s are the indigenous people of New Guinea and consider themselves Indisch, when they have an Indische parent. Also, we need to say, for the record, that Indisch, in this context, has absolutely nothing to do with India. Nothing.

For the record, Indisch, in this context, has absolutely nothing to do with India.

former minister of Foreign Affairs Ben Bot, is a totok. Foto: http://www.volzin.nu/images/stories/bot.jpg

By now, some of you are staring at your screen, slamming your fist on your desk, shouting: “That is not true! My mother/grandmother/opa/etc  was both Indo and Indisch, but didn’t consider himself neither Indo nor Indisch.” Yes, you are right, we know that. That denial is part of our cultural baggage too. However, when they tell you where they were born, most of them will say Nederlands-Indie/ the Dutch East Indies, whereas most Moluccans will say they were born in the Mollucan island group. It seems like a small difference, but the consequences are huge.

The big difference between totoks and other Indische groups, is their ethnic background in relation to their current homeland. Totok-children and grandchildren usually consider themselves Dutch (or any other nationality that applies to your country of residence).  That does not always apply to descendants of Indo’s, peranakans and belanda hitams in the same way. Most of them notice that they are not like the Dutch or any other white community.

In today’s world, in urban day-to-day life, knowing what ethnic group you belong to, becomes more and more significant. With all these etnic minorities in the Western World, more often than not, children with Indo, belanda hitam or peranakan roots use their heritage to shape and define their identity.

Most of them notice that they are not like the Dutch or any other white community.

Indo

Let’s end with a second basic term: what is an Indo? First off, an Indische Nederlander is not the equivalent of an Indo: not all Indische Nederlanders are Indo and not all Indo’s are Indische Nederlanders.  An Indo, in the context that we use it, is short for an Indo-European; someone with both European and Indonesian roots.

An Indo, in the context that we use it, is short for an Indo-European.

There are some technical challenges and urban legends (or misunderstandings, if you will) to the term Indo. Firstly, we have noticed that Indonesians sometimes call themselves Indo as well, as an abbreviation for Indonesian. That’s up to them, but it’s not the Indo generally referred to in relation to the former Dutch colony.

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Griselda Molemans, part belanda hitam. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Also, more and more we read online that Indo comes from an acronym: In Nederland Door Omstandigheden (or: Opa)*. Sorry to tell you, but that is not true. That is an urban legend or a broodje aap-verhaal. There is no other way to put it. We have no clue who came up with that (in-) famous acronym for INDO, but we can assure you that the term Indo existed way before the Indo’s came to Holland. To be called Indo was an insult for many decades, starting somewhere in the early days of the Dutch East Indies, as many of you know.

A ‘technical challenge’: an Indo could have been born in Indonesia in the 1950’s, but may also be born tomorrow in Holland, or the US for that matter: when a person of European descent and a person of Indonesian descent have a child, an Indo is born.

The term Indo existed way before the Indo’s came to Holland.

Some say that Indo-European, in its bare essence, refers to a person born anywhere south of the river Indus and has both Asian and European roots. We don’t know how helpful that statement is, considering that in that case, a child born in the Phillipines could also be called Indo. That would become quite confusing. And this stuff is confusing enough already, right?

A short summary, to make sure you are not totally confused by now: an Indo is someone of both European and Indonesian descent, born anywhere in the world, 50 years ago or tomorrow. An Indische Nederlander is someone with family roots in the former Dutch East Indies. And a generation Indisch 3.0 is the grandchild of the Indische migrants who left Indonesia as adults. And then there are a lot of misunderstandings and confusing elements.

Observing the third generation

Generation 1.0. Imagesource: http://repatrianten.watishet.info/
Generation 1.0. Imagesource: http://repatrianten.watishet.info/

We certainly hope we have been able to explain the basic terms clearly enough. And we hope you have noticed our somewhat sarcastic undertone: definitions are not what makes us who we are. We are who we want to be. Not all 3.0’s want to be third generation Indisch; they no longer feel connected to their heritage and thus to us. We, as Indisch 3.0, hope to at least stop and perhaps even change this, by making visible how many famous and not-so-famous-yet Indo’s there are around the world and by encouraging 3.0’s to at least accept and hopefully handdown their roots to their children.

That the third generation Indische Nederlanders is more than just a definition, we will show in our anniversary week starting May 8th. We will publish our observations, based on being out there for four years. Are there any specific questions? We don’t have all the answers, but four years of active blogging will take us a long way.

*In Nederland Door Omstandigheden (Opa) means: In the Netherlands because of circumstances (or: because of grandpa), referring to the involuntary nature of the migration to Holland.

 

Moessoncolumnist Calvin Michel: Indisch in Indonesië

Moessoncolumnist Calvin Michel

Enige tijd schreef Calvin Michel de Wilde uit Indonesië columns voor Moesson. Misschien heb je er wel eens een gelezen… Calvin ontdekte kort geleden dat hij Indische roots heeft. In zijn columns in Moesson ging hij op zoek naar wat dat precies voor hem betekent. Wij waren benieuwd naar wat hij nog meer te vertellen heeft. Ed Caffin interviewde hem in Indonesië.

Header image foto: Hanneke Mennens voor Moesson

In je columns voor Moesson was je op zoek naar wat het betekent om Indisch te zijn in Indonesië. Kun je daar inmiddels al iets over concluderen?
‘Moeilijke vraag! Allereerst is in moderne Indonesië de term ‘Indisch’ eigenlijk niet meer zo gangbaar. Ook kent de jongere generatie de geschiedenis niet goed. Dat maakt het lastig voor jongeren met Indische roots om die als zodanig te herkennen. Bovendien is de term “Indo” inmiddels weggeraakt van zijn oorspronkelijke betekenis. Tegenwoordig betekent het dat je een gemengde afkomst hebt en dat een van de ouders een rijke expat is. Omdat je relatief weinig Indo’s tegenkomt, kennen de meeste mensen ze alleen als beroemdheden: de helft van de Indonesische soapies en filmsterren is van gemengd bloed. De term Indo wordt daarom meestal geassocieerd met iets elitairs. Dat vind ik heel jammer.’

Waarom vind je dat jammer?
‘Het is historisch gezien niet juist. De oudere generatie weet het verschil wel, maar de jongere generatie heeft geen idee. Ook leeft bij de jongere generatie de hardnekkige opvatting dat als je er niet Indo genoeg uitziet, je niet Indo genoemd mag worden. Die mythe zou ik graag de wereld uithelpen.’

Op welke manier heb je het over je Indisch-zijn met anderen?
‘Doordat ik ben opgegroeid als lid van de Chinese gemeenschap, een belangrijke minderheidsgroep in Indonesië, was het makkelijker voor me om me te identificeren met de Indogemeenschap toen ik mijn Indische roots ontdekte. Mijn Chinese achtergrond heeft vroeger nooit aandacht gekregen, mijn familie heeft veel van die cultuur losgelaten. Zo heb ik bijvoorbeeld geen Chinese naam gekregen. Ik zou niet willen dat hetzelfde gebeurt met mijn Indische achtergrond. Die wil ik graag levend houden.’

Moessoncolumnist Calvin Michel
Calvin Michel in Indonesië

Hoe doe je dat dan?
‘Ik vind het Indische inmiddels een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Maar veel van mijn generatiegenoten met Indische roots weten hier niets van. De oudere generatie heeft weinig van de Indische identiteit en het culturele erfgoed doorgegeven. Jongere Indo’s zoals ik moeten dat zelf ontdekken. En het is vervolgens aan ons om die Indische identiteit levend te houden. Al is het maar op een symbolische manier. Ik probeer dat op mijn manier in ieder geval te doen. Ik ben bijvoorbeeld van plan Nederlands te leren en ga een boek te schrijven over de geschiedenis van mijn familie zodat mijn kinderen daar later over kunnen lezen. En wie weet geef ik ze wel een Nederlandse naam!’

Tot slot: wat doe je naast het schrijven voor Moesson?
‘Ik werk nu als onderzoeksanalist bij een bedrijf in Jakarta. Ik heb International Relations gestudeerd en zou later graag nog een postgraduate studie International Relations of Economic Development willen doen. Ook wil ik blijven schrijven over de Indische geschiedenis en cultuur. Daar is nu te weinig aandacht voor in Indonesië vind ik. Ik wil bijvoorbeeld graag dat belangrijke gebeurtenissen als de bersiap en de repatriëring in de Indonesische geschiedenisboeken komen. Ik schrijf voor een Engelstalige Indonesische krant en dat is een mooi podium om hier aandacht voor te vragen.’

Wil je meer weten van Calvin? Zijn columns verschenen elke maand in Moesson. Je kunt ook contact met hem opnemen: calvinmichel@gmail.com

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago

Sanne en Jago met hun kindje Sem

Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.” 

Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een

Jago en Sanne op het podium met Bahaya
Jago en Sanne op het podium met Bahaya

Indische of Molukse achtergrond.  Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies.  Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?

Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”

“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.

Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan:  “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.

Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.

Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!”  Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één  aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago
Trouwen in Vegas

In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd  tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem.  Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.

Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien.  Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd.  Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”

Sanne en Jago met hun kindje Sem
Sanne en Jago met hun kindje Sem

Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd  het monyet.”  En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago.  Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”

Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”

“I am Indisch, I-n-d-i-s-c-h”

Je kent het wel, je bent in het buitenland en er wordt aan je gevraagd waar je vandaan komt. “Nederland” is natuurlijk het eerste antwoord. Daar kom je tenslotte vandaan.  “Ja, inderdaad, geboren en getogen in het land  van tulpen, molens, wiet, klompen en kaas”. Maar toch is Nederland niet helemáál het precieze antwoord. Je bent namelijk van gemengd bloed, bent tussen twee culturen opgegroeid en dus geen échte kaaskop.

Wat zeg je dan precies tegen die Spanjaard, Ier of Turk die net vroeg waar je vandaan komt? Vertel je hem alleen dat je uit dat kleine, koude kikkerlandje komt, waarvan bijna de helft onder de zeespiegel ligt en waar bijna alles mag? En zeg je, om het makkelijk te houden, er dan misschien ook nog even bij dat een deel van je familie uit Indonesië komt? Of geef je direct een korte les over de Nederlandse koloniale geschiedenis?

“I’m Dutch”, dat opent deuren. Voor veel buitenlanders is Nederland namelijk nog steeds het land van de onbegrensde vrijheden, en terecht. Met regelmaat schiet ik dan ook in de chauvinistische versnelling. “Ja! Ik kom uit het land van de coffeeshops, Johan Cruijff, de Wallen, Nijntje en hoge noren. Het land waar abortus geen misdaad is, waar euthanasie niet als een zonde wordt gezien en waar het eerste homohuwelijk ter wereld plaatsvond”. Ik ben dan ook echt wel trots op mijn Nederlandse paspoort.

“I am Indisch”, zegt bijna niemand iets. Het verhaal van De Indo ende hoe hij in Holland terecht kwam voert dan ook vaak te ver en te diep om uit de doeken te doen aan de eerste de beste persoon die een gezellig praatje komt maken. Toch heb ik door de jaren heen in in het buitenland regelmatig verteld over mijn afkomst en hoe de bijbehorende geschiedenis zo ongeveer in elkaar zit.

In plaats van slechts te zeggen dat ik uit Nederland kom, plaats ik tegenwoordig al snel een Indische voetnoot. En als ik dat niet zou doen voelt het bijna alsof ik m’n Indische achtergrond verloochen. En het is ook niet een kwestie van het één of het ander. Ik ben Indisch én Nederlands. Ik ben hier geboren, opgegroeid en heb een Nederlandse vader.

Degenen die ik de uitgebreide versie heb verteld, en zeker de vrienden die ik op vakantie maakte, vonden het allemaal een bijzonder verhaal. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ze tot op de dag van vandaag hebben onthouden dat er zoiets bestaat als Indisch en dat dat toch net even iets anders is dan Dutch. Alleen dat woord. Wel een beetje lastig te onthouden hoor. Indies?

Ons Indisch Erfgoed: want verliefdheid maakt blind

Den Haag, 30 november 2008
door Kirsten Vos

lizzyvanleeuwen
Cultureel antropologe Lizzy van Leeuwen geeft Nederland een nieuwe bril om naar de Indische cultuur te kijken, in Ons Indisch Erfgoed – zestig jaar strijd om cultuur en identiteit. In dit eerste deel van een driedelige serie over postkoloniale geschiedenis in Nederland, betoogt ze dat Nederland vooral door een roze bril naar de Indische cultuur wilde kijken. Deze visie verdrong de noodzaak om ongekleurd de politieke en maatschappelijke consequenties te bezien van de voormalige kolonisatie van Nederlands-Indië. Hiervoor biedt de Indische Van Leeuwen in vogelvlucht een historisch overzicht en zoomt ze in op de ontwikkeling van Indo’s en totoks in de Nederlandse maatschappij. De nieuwe invalshoek die hieruit volgt, maakt van Ons Indisch Erfgoed een belangrijk document, ondanks slordigheden in de tekst.

Die slordigheden beginnen al op de eerste pagina. ‘Ruim zestig jaar na de Indonesische soevereiniteitsoverdracht…’. Die overdracht vond plaats in 1949, we leven nu in 2008 en hoezo Indonesische? Een andere kanttekening is dat Van Leeuwen het NSB-lidmaatschap van Indische Nederlanders te weinig uitlegt. Ook doet zij voorkomen alsof Tjalie Robinson een populaire Indo was, terwijl ik vooral gehoord heb dat veel tweede generatie Indo’s zijn boeken niet mochten lezen van de eerste generatie.

Het duurt een tijdje voordat Van Leeuwen’s inzet me raakt: Indo’s hebben hun identiteit altijd ingevuld op basis van de manier waarop de blanke bovenlaag omgegaan is met zijn (post-)koloniale bagage. Aangezien de Nederlandse samenleving er nog steeds bij gebaat is een rooskleurig beeld neer te zetten van haar koloniale verleden, is er alleen ruimte voor lekker Indisch eten, de on-Nederlandse gastvrijheid, exotische Indische meisjes en een paar Indorockers. Geluiden die van dit nostalgische beeld afwijken, komen niet aan bij de gemiddelde Nederlander: die passen niet bij het beeld van de Indische wereld waar zij mee opgegroeid zijn.

De cultureel antropologe bouwt dit betoog zorgvuldig op. De Nederlandse regering weigerde stelselmatig haar staatsburgers uit de voormalige kolonie hetzelfde rechtsherstel voor de oorlog te geven als zij aan haar ‘eigen’ burgers had gegeven. De uitkeringen die volgden waren voor velen te laat en inhoudelijk ongelijkwaardig van opzet. De roep om gelijkstelling hield aan, tot vorig jaar, maar Nederland was tegen die tijd al verliefd geworden op de Indische cultuur. Ongelijkwaardige behandeling van het object van hun affectie paste niet in het blikveld van de roze bril.

Door de Japanse bezetting waren Indo’s en totoks voor de gemiddelde Nederlander gelijk aan elkaar geworden. Die zag niet de talloze verschillen tussen en binnen deze twee groepen, maar alleen de gelijkwaardigheid van de ervaring van het Japanse kamp (daarbij de buitenkampers, overwegend Indo’s, negerend). Indo’s en totoks hebben, eenmaal in Nederland, met elkaar geconcurreerd om het ‘eigendom’ van de Indische erfenis. Totoks vervielen in nostalgische liefdesverklaringen aan het prachtige landschap van ‘Insulinde’ en beantwoordden daarbij aan de in Nederland levende behoefte aan romantisering van het bezit van Nederlands-Indië. Indo’s beriepen zich op hun gemengde afkomst en claimden daarmee de Indische cultuur voort te kunnen zetten: hun kinderen en kleinkinderen waren Indisch, die van totoks werden Nederlander. De totokvisie heeft volgens velen deze strijd gewonnen.

Van Leeuwen stelt dat de roze bril in stand gehouden werd door het uitblijven van een postkoloniaal debat over de vraag wat Nederland nu moest vinden van haar koloniale erfenis. Dit debat is volgens haar in andere landen zoals Frankrijk en Engeland wel gevoerd. Wat ik daarom mis in Ons Indisch Ergoed is een beschrijving van deze debatten en de betekenis die zij hebben gehad voor de opname van postkoloniale groepen in die landen. Dat had van het boek niet alleen een document met een nieuwe visie gemaakt, maar ook één met concrete aanbevelingen. Want Ons Indisch Erfgoed gaat verder dan aantonen dat Indo’s behandeld zijn als tweederangs burgers door een Nederlandse overheid die liever de andere kant opkeek. Het laat zien dat mainstream Indo’s nog steeds niet geëmancipeerd zijn tot volwaardige burgers met een eigen plek in de Nederlandse samenleving: Nederland, die grootste, eensgezinde natie, hoort alleen geluiden die bijdragen aan het verheerlijken van een spannende Indische cultuur met lekker eten.

Nu pas snap ik de eerste zin van het boek, ondanks de onjuiste inleiding: Nederland is nog steeds niet in het reine gekomen met zijn koloniale geschiedenis. Het heeft een aantal decennia geduurd voordat Nederland mondjesmaat toegaf dat dit land in de Tweede Wereldoorlog relatief de meeste Joodse slachtoffers heeft opgeleverd. Hoe lang zou het nog duren voordat Nederland bekent dat het een half miljoen staatsburgers stelselmatig genegeerd heeft?

Ons Indisch Erfgoed. Zestig jaar strijd om cultuur en identiteit. Lizzy van Leeuwen. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2008. Paperback, 400 pagina’s.

Bestel het boek

“Indo” in Indonesië!

Het tweede verhaal uit Indonesië schrijf ik in Bandung. In de tijd dat Indonesië nog Nederlands-Indië heette was dit een echte Indische stad met een grote Indische gemeenschap.

Bandung, november 2008

door Ed Caffin

Bandung, de vierde stad van Indonesië, ligt zo’n 300 kilometer ten zuidoosten van Jakarta en heeft een wat zachter klimaat. In de heuvels rond de stad is het zelfs koel ’s nachts. De stad had ooit een grote Indische gemeenschap en nog steeds wonen hier een paar honderd Indische mensen. De meesten hebben de Nederlandse tijd meegemaakt en spreken de taal ook nog, maar zijn inmiddels zo goed als bejaard. “Indisch” sterft hier daarom langzaam maar zeker uit. Indo’s, mensen met een gemengde Westerse-Indonesische achtergrond zijn er echter genoeg. En velen van hen zijn bekend.

Begin vorige eeuw had Bandung, dat toen ook wel het ‘Parijs van Java” werd genoemd, niet alleen een grote Indische gemeenschap, maar woonden hier ook veel Indonesische intellectuelen. Bovendien ontwikkelde de latere president Soekarno mede hier zijn nationalistische denken, en richtte hij in Bandung hier in 1928 de Partai Nasional Indonesia (PNI) op, die als doel het stichten van een onafhankelijk Indonesia had.

Rijdend door de grote, drukke stad, die een vergelijking met Parijs al lang niet meer doorstaat, kijk ik wat rond op straat. Tussen de vele reclameborden langs de kant van de weg, zie ik hier en daar dingen die me doen denken aan een vervlogen Indische tijd. Er is een “Holland Bakery” -al weet ik niet of die überhaupt iets met Nederland te maken heeft- en ik zie een bord met “Haagse klappertaart” erop; een oude Indische lekkernij. Er staan ook nog veel oude Nederlandse gebouwen overeind, al is het meestal wel vergane glorie.

iklanluna4Even later zie ik een opvallend billboard. Een prachtige vrouw in een fel oranje pakje prijst een telefoonabonnement aan. De vrouw heet Luna Maya, weet ik, een van de populairste sterren in Indonesië. Volgens een lokaal blad heeft ze een relatie met een zanger uit Bandung. Bovendien las ik dat ze een Javaanse moeder en Oostenrijkse vader heeft. Die gemengde achtergrond maakt haar een “Indo”.

De term “Indo” bestaat al lang in Indonesië, maar verwijst tegenwoordig in het algemeen naar “mixjes”, zoals Luna Maya, en niet meer exclusief naar de Indo-Europeanen of Eurasians van de vroegere kolonie. Als het over een “Indo” gaat, dan wordt vooral iemand bedoeld met een Indonesische en een Westerse ouder. Hoewel er nog veel oudere Indischen in Indonesië wonen die zich “Indo” noemen, zijn hun kinderen, jonge Indonesiërs met een Indische achtergrond, net als hun leeftijdsgenoten in Nederland geïntegreerd in het nieuwe land. De meesten voelen zich vooral Indonesiër.

Met mijn Indische vader en Nederlandse moeder ga ik in Indonesië sowieso als Indo door het leven. En er zijn ook nog andere grappige namen voor “mengbloeden”, zoals blasteran, Gado-Gado en campuran, wat allemaal ongeveer mix of mengsel betekent. Voor Indo’s uit Nederland zijn er zelfs nog specifieke bijnamen, zoals “Indobel” (een samenvoeging van Indonesia en Belanda) en, mijn persoonlijke favoriet: “belanda goreng”.

Het woord “Indo” is hier inmiddels, net als in Nederland, niet meer zo beladen als het ooit was. Het sociale stigma rond mengbloeden uit de koloniale tijd lijkt -bij de jongere generatie in ieder geval- verleden tijd. Sterker nog: Indo-zijn is tegenwoordig iets om trots op te zijn. Als “Indo” in Indonesië heb je namelijk op de een of andere manier een streepje voor. Naast Luna Maya zijn nog heel veel andere Indonesische sterren Indo, zoals Cinta Laura, Rianti Catwright, Carissa Putri, Cathy Sharon, Steve Imanuel en Ari Wibowo. En er zijn (ook jaren geleden al) Indischen die het als ster hebben gemaakt in Indonesië. Kort geleden is er een Nederlandse zangeres met Indische achtergrond doorgebroken, Rebecca Reijman. Ontdekt op vakantie in Bali, hoorde ik.

Ik vraag regelmatig waarom Indo’s snel bekend worden. Ze hebben iets speciaals en zijn vaak heel knap, hoor ik vaak als verklaring. Zou dat het zijn? Het “blanke schoonheidsideaal” dat in Indonesië en veel andere landen in Azië heerst, zal er zeker wel iets mee te maken hebben; “opposites attract” of zoiets.

Nou, stiekem vind ik het toch eigenlijk wel wat. Ik bekijk me zelf eens in de spiegel: hm, zou ik kans maken bij een auditie als nieuwe Indo-ster in Indonesian Idols? Moet ik alvast het zingen oefenen tijdens het mandi-en? Maar ja, je moet natuurlijk ook wel een beetje talent hebben. Playbackend misschien?

Over de Indo Nu

Amsterdam, 3 juni 2008
door Ed Caffin

indonuOp 25 mei werd op de Pasar Malam in Den Haag de DVD “IndoNu” gepresenteerd. Een film van bijna een uur waarin Peter Bouman en Carol Burgemeestre, die de film geheel in eigen beheer maakten, de stand van zaken weergeven over de Indo anno 2008. De makers stellen verschillende vragen, zoals Wat is precies de Indische identiteit? Wat is typisch Indisch? en Hoe gaat de jonge generatie om met het Indo zijn? Ze leggen ze aan een stuk of vijfentwintig bekende en minder bekende Indo’s voor en krijgen net zo veel antwoorden. De rode lijn door de film is dan ook dat een eenduidig antwoord op al die vragen niet te vinden is.

IndoNu geeft desondanks een mooi beeld hoe de identiteit zich binnen de Indische gemeenschap in Nederland zich door de jaren heen heeft ontwikkeld. Opvallend is dat de film een groeiend bewustzijn bij de jongere generatie constateert. Indo zijn is iets geworden waar je trots op kunt zijn, terwijl de oudere generaties, voor wie Indo zelfs nog een scheldwoord was, zich, vaak vergeefs, zo onopvallend mogelijk probeerden te gedragen. Maar ook de ouderen beseffen inmiddels dat het doorgeven van hun verhaal, nu het nog kan, belangrijk is en laten zich de laatste jaren meer horen.

Wat is typisch Indisch? Dat onopvallende, zegt iemand. Of de flexibiliteit van de Indo, lui of niet lui, halus of kasar, die aan de basis ligt van de Indische mengcultuur, zegt een ander. Het altijd kunnen aanpassen, het kunnen verenigen van Europese en Aziatische elementen. En nog steeds is dat zo bij jongeren die uiting geven aan hun “Aziatische kant”. Ze doet dat op hun eigen manier; over het algemeen zichtbaarder (tatoeages en indovlaggen), uitbundiger (Aziatische feesten) nieuwsgieriger (wel vragen aan opa stellen), meer confronterend (waarom zei je daar nooit iets over dan?) en ongecompliceerder (merah putihs). Een aantal mensen die aan het woord komen in de film zijn daar blij mee, anderen vinden het maar typisch.

De film, die veel extra’s bevat –8 stukjes van elk 20 minuten over Indische thema’s- is een aanrader. Een mooie compilatie van allerlei meningen over verleden, heden en toekomst van de Indische cultuur. En ondanks de soms wat kritische geluiden van bijvoorbeeld Theodor Holman, spreekt de films mijns inziens het vertrouwen uit in de jongere generatie, zoals bijvoorbeeld Marscha Holman, die weer op zoek is gegaan naar het Indische…

Wil je de film ook zien? Hij kost 15 euro en je kunt hem bestellen bij Peter Bouman en Carol Burgemeestre. Via www.indomovie.nl of mail direct naar boutext@xs4all.nl

“..en dit was Tattootalk”

Den Haag/ Amsterdam, 24 mei 2008
door Kirsten Vos en Ed Caffin

[dailymotion id=x5oo7d]
Korte videosamenvatting van Tattootalk door Indisch4ever

Ons eerste gezamenlijke optreden als Indisch 3.0 heeft tot wisselende reacties geleid van mensen in de zaal, variërend van ‘weinig antwoorden over symboliek’ tot ‘precies wat ik wilde weten’. Met name jongeren bedankten onze gasten na afloop vol enthousiasme voor de show. We zijn dus niet bepaald ontevreden. De wereldomroep scheef een artikel en maakte een reportage. Klik hier om naar het artikel en de reprtage te gaan. Was jij bij de show? Laat ons horen wat je ervan vond! Dit is hoe we er zelf op terugkijken.

Vol creaties
De drie ‘tatoeagegasten’ lieten al voor de show hun versieringen zien aan meerdere fotografen – trots poseerden zij voor hun camera’s. Het podium lag vol met creaties van de gasten, van jassen en vlaggen van Darah Ketiga en de Indo-Melati tot stoffen van Kim en tribals van Andy. In de zaal zelf zaten overwegend jongeren. Tattootalk begon wat onrustig. Twee sleutelfiguren waren verlaat vanwege het verkeer: Petroeshka Schoonheym, een van onze gasten, en Dennis Volkert, de winnaar van onze prijsvraag. Met een lege stoel op het podium begon Ed het gesprek met Kim Schipperheijn, Andy Ardaseer, Chris Carli en E..

Eerbetoon aan je wortels
Allereerst kwamen Chris en E. aan het woord, beide uitgesproken begaan met de Indische cultuur. Zij dragen meerdere tatoeages, onder andere als eerbetoon aan hun ouders, maar ook om te laten zien waar ze vandaan komen. Andy vertelde vervolgens over het proces van het ontwerpen en zetten van tatoeages. Hij maakt gebruik van een traditionele techniek, het ‘tikken’, dat volgens hem minder pijnlijk is dan met de machine. Kim, ontwerpster van de ‘Indische tantes’-stoffenlijn, had een geheel andere invalshoek. Haar stoffen bevatten vormen en symbolen die geinspireerd zijn op de stereotypische tantes die zij van jongs af aan leerde kennen in haar Indische familie. gebaseerd. Voor haar zou het Indische wel een rol blijven spelen in haar ontwerpen, maar minder direct en intens dan het zetten van tatoeages. De tatoeagekunst was voor haar geen bron van inspiratie.

Een kris als tattoo
Prijswinnaar Dennis was inmiddels ook aangekomen en stelde na het verhaal van Kim zijn vraag aan de drie heren. ‘Ik wil een tatoeage van een kris laten zetten. Dat symbool is behoorlijk beladen. Sommigen zijn bang voor de guna-guna of stille kracht. Hoe gaan jullie daarmee om?’ Andy en E. legden uit dat zijn nooit zomaar een afbeelding van een kris voor iemand zouden gebruiken, maar voor elke persoon een uniek ontwerp maken. Daarom zou dit geen risico inhouden. Uit de zaal kwamen ook andere vragen, zoals ‘Waarom kies je ervoor dit op je lichaam te doen, waarom hang je niet gewoon een leuk schilderijtje op?’, ‘Omgaan met deze symbolen is een spiritueel gebeuren. Hoe bereid je je daar op voor?’ en ‘Ik hoor behoorlijke verschillen in beleving van het Indische tussen de tatoeagegasten en Kim. Hoe kijkt de derde generatie tegen het Indische aan?’.

Bips?
Een opvallende aanwezige was Paatje Phefferkorn, die op een zeker moment gretig de microfoon greep en de zaal vermaakte met een uitgebreide anekdote over ‘mannequins in bikini met een Indo melati op hun bips’. Ondanks dat Paatje de lachers al snel op zijn hand had, bedankte Kirsten hem gauw voor zijn verhaal, zodat Ed het gesprek met de gasten op het podium af kon ronden. Vrijwel onmiddellijk daarna kwamen mensen naar het podium toe, om de daar tentoongestelde stoffen, vlaggen en ontwerpen te bekijken – tot lang na de talkshow waardoor de organisatie alle belangstellenden uiteindelijk naar buiten moest sturen.

Traditie bij de derde generatie
Na afloop van de talkshow hebben we uitgebreid nagepraat. Wat ons vooral bijgebleven was, was dat Indo-zijn niet langer iets is om te verbergen, maar iets geworden is dat je met trots uitdraagt. Daarbij kiezen sommigen ervoor hun keel te tatoeren, andere kiezen voor een stof, maar elk combineert traditie met elementen uit hun eigen karakter.

En nu?
Bijzonder jammer was dat Petroeshka, de ontbrekende gast, pas aankwam op het moment dat we aan het afronden waren. We hebben met haar afgesproken dat ze ruimte krijgt op deze blog om haar verhaal te vertellen. Daarnaast kunnen jullie op deze blog de tekeningen incl. toelichting downloaden van onze gasten en vinden jullie hier binnenkort een fotoreportage van Tattoo Talk op de 50e Pasar Malam Besar.