18
Jonge Indo op de Werkvloer: Markus Huppe
Wie: Markus Huppe
Leeftijd: 22 jaar
Hoe lang werk je al bij de Tong Tong Fair?
In 2005 (de 47e Pasar Malam Besar) ben ik begonnen als vrijwilliger bij de garderobe. In 2008 (50e Pasar Malam Besar) ben ik bij de organisatie terechtgekomen. Dit is dus mijn 8e jaar bij de Tong Tong.
Wat zijn je werkzaamheden bij de TTF?
Ik doe de coördinatie van de Ticketing en het tijdelijk personeel van de Tong Tong Fair. Elk jaar worden er tickets verkocht in heel Nederland en ook op internet. Het is mijn verantwoordelijkheid om het proces van de verkoop van de tickets vanuit de organisatie tot aan de bezoeker in goede banen te leiden. Vanwege de meerdere verkoopkanalen zoals online, per post-bestelformulier, verkooppunten en op bij Tong Tong kassa zelf is het een hele organisatie om dit in goede banen te leiden.
Een recente vernieuwing die ik bij het evenement heb geïmplementeerd is het nieuwe kassa systeem. Hiermee kunnen wij direct op locatie tickets uitprinten. Door deze printers hoeven de caissières minder handelingen uit te voeren waardoor we de wachtrijen bij de poorten sneller kunnen laten doorstromen. Elk jaar probeer ik door middel van verbeteringen de ticketing te optimaliseren.
Naast de coördinatie van de Ticketing zorg ik ook voor de coördinatie van het tijdelijk personeel. Het vaste Tong Tong team bestaat uit tien personen en wordt elk jaar aangevuld met ca. 200 vrijwilligers en betaalde krachten. Denk hierbij aan de mensen bij Infobalie, parkeerwachters, ticketcontroleurs, garderobe, caissières etc.
Wat is je beroep naast je werkzaamheden bij de TTF?
Ik ben een ondernemer in Indonesië en kom speciaal voor de Tong Tong Fair terug naar Nederland. In Indonesië run ik een eigen kantoor. In 2010 ben ik begonnen met een website PasarOnline.com. Pasar Online is een website vergelijkbaar met Marktplaats, maar dan voor Indonesië. De markt in Indonesië heeft een groot potentieel. Indonesië heeft bijvoorbeeld niet veel last van de financiële crisis omdat het een groeimarkt is. Het is een land met een potentieel van 240 miljoen. Ik vertrouw erop dat mijn business later tot de top 3 van de marktspelers behoort.
Welk optreden wil jij niet missen op de TTF van 2012?
Door mijn drukke werkzaamheden kan ik helaas niet alle programmaonderdelen zien. De korte momenten dat ik een programmaonderdeel kan zien vind ik leuk. Maar wat ik in iedergeval zoveel mogelijk wil zien zijn Anggun, ‘We came from the East’ door JeckosDANCE, Keroncong en Dangdut Behind The Actors, DwiBhumi, workshop Animal Pop, lezing ‘Sarongs van naam’ Design in batik, DJ Komandan Garuda, Indo-Quiz ‘IQ’, Anneke Grönloh, RASA & DJ Durian en Pentjak Melayu.
10
HWWGV – En de winnaar is…
We zouden het bijna vergeten, maar we hebben nog een winnaar uit te roepen, van de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht. Je weet wel, die we samen met Diederik van Vleuten hebben georganiseerd.
Morgen op de kumpulan gaan we de officiële prijsuitreiking verrichten en krijgen de vijf genomineerden hun welverdiende (troost-)prijzen, maar nu is het moment gekomen om de knoop door te hakken. Er is massaal gestemd: bijna 500 mensen hebben ons laten weten wie zij vonden dat het mooiste verhaal had ingezonden over hun Indische grootouder(s).
De winnaars van de verhalenwedstrijd HWWGV zijn:
- Met ruim 40% van de stemmen, heeft overtuigend gewonnen: Jennifer Valentijn – Jepang babi.
- Op de tweede plaats is gekomen, met een kwart van de stemmen: Shemara van den Heuvel – Knock knock.
- En vlak daarachter, met 24% van de stemmen, is prijswinnaar nummer drie: Christie Haalboom – Zon.
Gefeliciteerd!
Jennifer, Shemara en Christie winnen een gesigneerd exemplaar van de – telkens maar weer uitverkochte – dvd Daar Werd Wat Groots Verricht. Daarnaast zullen hun verhalen op Indisch3.nl verschijnen, geflankeerd door een mini-interview in Moesson. Romy Luyt en Meike Grol ontvangen elk een dinerbon voor twee personen van Asia Gastronomica & Restaurant Blauw. Zo bezien zullen alle vijf de genomineerden een mooie prijs ontvangen voor hun harde werk. We eren ze morgenavond in elk geval, tijdens de kumpulan.
27
Jonge Indo in de Media: Serena Verbon
Ze is de eigenaresse van de mateloos populaire beauty-, fashion- en lifestyleblog Beautylab.nl. Werd door het Algemeen Dagblad omschreven als een ‘Beauty with Brains’. Is pas 27. Verscheen al in diverse radio- en tv-programma’s, kranten en tijdschriften. En nu dus ook op Indisch3.nl. Natuurlijk hebben we het over beautyblogger Serena Verbon.
Wat leuk is, daar schrijf je over!
Serena: “Ik ben begonnen met Beautylab omdat ik het echt heel leuk vind om met het uiterlijk bezig te zijn! Lekker optutten en er verzorgd uitzien! En wat leuk is, daar schrijf je over. Maar ook ik ga gerust zonder make-up over straat hoor! Ik denk dat wat Beautylab zo populair maakt, is dat mensen het leuk vinden dat ik zo open ben over alles. Het is persoonlijk. Als je elke dag stukjes leest over iemand, dan voelt het al snel als ‘dit is mijn vriendin’. Mensen komen terug om te kijken wat ik schrijf. Naast het informeren over fashion- en beautytrends, ga ik ook wat dieper in op bepaalde beautyzaken. Wat zit er bijvoorbeeld in een lippenstift? Het is niet alleen een kleurtje! Beautylab is vooral interessant voor mensen die graag iets meer willen weten, en nieuwsgierig zijn naar van alles en nog wat. De interactie met de lezers vind ik ook één van de leukste dingen van de website, ik lees alle comments! Het inspireert mij om interessante artikelen te blijven schrijven.”
Het hoeft natuurlijk niet persé Indisch te zijn…
“…maar mama* ging vroeger nooit de deur uit zonder roodgestifte lippen, en haar haar zat altijd goed! Daardoor was ik al vroeg met het uiterlijk bezig. Noem het een stukje opvoeding, die interesse in beauty. Indische vrouwtjes zien er ook altijd verzorgd uit, een beetje ijdelheid misschien. Voor mij komt het Indische in de kleine dingen tot uiting. Kijk, natuurlijk is er het Indische uiterlijk. Als mensen ernaar vragen antwoord ik meteen dat ik Indisch ben, en zelf laat ik het ook vaak merken. En we houden natuurlijk van lekker eten. Ik zou willen dat mama wat vaker Indisch kookte. Het is altijd zo lekker. Lekkere receptjes deel ik dan ook graag via de website. Helaas kan ik niet zo goed Indisch koken als mijn oma, maar met behulp van boemboes kom ik een heel eind hoor. En ik ben een beetje lui, maar niet heel erg. Ik maak er altijd een grapje van en zeg dan: Ja sorry, ik ben Indo, dus ik kom altijd te laat!”
Elke zondag gado-gado
“Met mijn ouders en mijn twee jongere zusjes heb ik een hechte band. Wij hebben veel dingen voor elkaar over, dat is normaal. Het hoort erbij. Zonder hun hulp was Beautylab ook niet geworden tot wat het nu is. Zij zijn mijn grootste fans. En de Indische familie is ook heel hecht. Mijn opa en oma zijn een paar jaar geleden overleden. Eerst mijn oma, en mijn opa was zo ontzettend verdrietig daarna. Het klinkt misschien cliché, maar ik herinner mij van mijn oma dat ze altijd in de keuken stond. De hele familie ging zondags ook altijd op bezoek bij opa en oma. Mijn opa kon zelf niet koken, dus na het overlijden van oma kwam er elke avond iemand langs om voor hem te koken. Wij aten toen elke zondag gado gado bij opa.”
“Naast mijn familie zijn ook bijna al mijn vriendinnen Indisch. Je voelt je toch meteen thuis bij elkaar. Het is gezellig, hartelijk en je krijgt altijd eten! Je hebt een band door dezelfde soort beginsituatie: één van je ouders is Indisch.”
Lekker bloggen en genieten van het vrije bestaan
“Ik wil heel graag verschillende Aziatische landen zien. Ook Indonesië, en dan het liefst met iemand die er al is geweest. Dan wil ik toch eens het huis van mijn opa en oma opzoeken. Maar voorlopig richt ik mij op lekker bloggen en genieten van het vrije bestaan. Ik heb ook een webshop met zelfgemaakte sieraden. Deze sieradenlijn hoop ik ooit uit te breiden, en er een merk van te maken. Maar alles op z’n tijd. Hoewel ik moet zeggen dat er veel deuren opengaan, je staat toch in de krant en magazines, en verschijnt op tv. Mensen zien dat, waardoor balletjes gaan rollen. En als je dan leuke dingen worden aangeboden, dan moet je die kansen pakken.”
* Serena is Indisch via haar moeder. “Mijn oma was in verwachting van mijn moeder toen het gezin in 1957, of was het nu 1958, vanuit Jakarta naar Holland vertrok.”
Benieuwd naar de beauty-, fashion- en lifestyleblog van Serena? Check: www.beautylab.nl
En neem ook eens een kijkje in haar webshop: www.serenitydesigns.nl
Fotografie: Anne Bonthuis via www.beautylab.nl
P.S. Is er een Jonge Indo in de Media waarvan jij graag een interview zou willen lezen op Indisch3.nl? Laat het ons weten via liselore@indisch3.nl
25
Jonge Indo aan de Studie: Tamara Julienne
Welke invloed hebben je Indische roots op je studie en studiekeuze? Aflevering 2 van een nieuwe serie op Indisch3.0.
Tamara Juliënne (25 jaar) heeft een Indische vader uit Jakarta en een Indonesische/Chinese moeder uit Bandung. In 2009 is ze afgestudeerd in HBO-Bachelor Bussiness Administration voor Trade Management gericht op Azië (TMA), aan de Rotterdam Business School (Hogeschool Rotterdam). Onder het genot van een kopje groene thee en een flinke hamburger vertelt zij me over haar studiekeuze.
Tamara is opgegroeid met de Indische en Indonesische cultuur thuis. Van kleinsafaan ging ze om de twee jaar op vakantie naar Indonesië. Door die reizen is Tamara gefascineerd geraakt door Indonesië. Hoe zou het zijn om in Indonesië te gaan studeren, wonen of werken, vroeg ze zich regelmatig af. Na de HAVO ging Tamara zich oriënteren op een vervolgstudie. Een vriendin deed Trade Management gericht op Azië (TMA), waardoor ze zich ging verdiepen in de studie. Deze studie bood Tamara de mogelijkheid om te ontdekken of ze echt in Indonesië wilde werken en wonen. Het “Indisch zijn” speelde geen duidelijke rol in haar studiekeuze; dat de opleiding een link met Indonesië had, dát boeide haar.
In het eerste semester kreeg Tamara een talenintroductie en kon ze kiezen uit Japans, Indonesisch, Mandarijns en Vietnamees. Tamara realiseerde zich dat ze de Bahasa Indonesia al redelijk sprak en dat die taal geen uitdaging voor haar was. Het Mandarijns maakte haar nieuwsgierig en ze koos uiteindelijk voor de Chinese richting. Ze besloot zich te concentreren op de Chinese taal, wat inhield dat ze voor studie en stage een jaar naar China is gegaan.
Over het algemeen had het “Indisch zijn” geen invloed in haar omgang met docenten en medestudenten. Oudere mensen sprak ze altijd met u aan, maar Tamara betwijfelt of ze dat typisch Indisch vindt. Doordat er op de studie veel Aziatische studenten waren, voelde ze zich niet helemaal anders in de omgang met andere studenten; de saamhorigheid tussen de studenten kwam sterk naar voren.
Eten is belangrijk in de Indische cultuur. Tamara houdt van buiten de deur eten en ging vaak met haar Aziatische medestudenten een paar keer per week ergens eten in de stad. Het viel haar op dat vrienden bij andere opleidingen niet vaak met elkaar gingen eten. Uitgaan doet elke student, maar Tamara voelde zich meer aangetrokken tot Asian parties in plaats van met een biertje in de kroeg zitten op een zaterdagavond. Dat vindt ze toch meer een typisch Nederlands begrip in het studentenleven.

diplomauitreiking (c) Tamara Julienne 2009
Tamara sloot zich niet speciaal aan bij andere Indische studenten of vrienden. Een ‘klik’ voelen, vond ze en vindt ze belangrijker dan of iemand Indisch is. Omdat ze voor de Chinese taal heeft gekozen tijdens haar opleiding, was Tamara zich meer gaan aansluiten bij Chinese studenten. Haar vriendenkring bestaat nu voornamelijk uit mensen met een Chinese achtergrond.
De volgende student die zijn verhaal vertelt, is Gino van Lingen.
18
About generation Indisch 3.0 – part 2
Every once in a while, we get that question that we forget still exists: what is the third generation Indische Nederlanders — am I an Indisch 3.0 or not? We’ll get into these questions. However, since there is much more to the third generation than a definition, we will share some of our observations with you, in the week preceding our anniversary-kumpulan on May 11, 2012.
We have written about this definition-issue before. Two years ago, to be exact. However, these questions keep coming back, and from both sides of the Atlantic. Therefore we have decided to blog about it again – but this time in English. Before we get into this complex matter, we have to warn you: this post is longer than we usually publish.
Generation Indisch 3.0

Tv-personality Bibi Breijman, generation Indo 3.0 and "Hagenees". (c) Armando Ello/ Indisch3.0 2011
The generations we refer to are not the same as family generations, but are defined by the moment of migration. Simply put, generation Indisch 3.0 are the grandchildren of the inhabitants who left Nederlands-Indië as adults. The “1.0’s” are the people who came to Holland (or Canada e.g.) as grownups.
However, and this might be confusing, if their parents were still alive, they were 1.0 as well. So both grandparents and greatgrandparents of a 3.0, are part of the first generation. Many of this generation worked hard to be accepted as normal Dutch citizens (or:assimilated).
Generation Indisch 3.0 are the grandchildren of the inhabitants who left Nederlands-Indië as adults
The children that were born to the 1.0’s are the 2.0’s. Some of them were still born in Indonesia (or even Nederlands-Indië). Any child that was younger than 16 when it “repatriated” to the Netherlands, may be considered as 2.0. In the Netherlands, you might notice minor competitions between people of this generation when it comes to their place of birth: “I was born in Indonesia, how about you? (continuing with noticeable triumph) Ah, you were born in Amsterdam. ” This generation either let go of their Indo-roots when they noticed how much stress and pain the topic of Nederlands-Indië caused, or embraced it, starting in the 80’s.
Currently, most of the 3.0’s range in age from roughly 15 to 45 years old. There is competition here as well: “Are you a 3.0 of one or two Indisch parents? (continuing with equally noticeable triumph) Well, both my parents were born there.” By the way, that is ‘worth’ more than two parents who are both 2.0, but were born in the Netherlands.
”Are you a 3.0 of one or two Indische parents? Well, both my parents were born there.”
Indische Nederlander
An Indische Nederlander is someone who has roots in the former Dutch colony Nederlands-Indië and considers himself an Indische Nederlander. That addition sounds self-evident. However, a lot of Moluccans, who could be considered Indisch, don’t consider themselves as such, so who are we to say they are? People that do consider themselves Indisch are Indo’s, peranakans (of Chinese descent), belanda hitams (mixed with African roots) or even a 100% Dutch person (“totok”). Papua’s are the indigenous people of New Guinea and consider themselves Indisch, when they have an Indische parent. Also, we need to say, for the record, that Indisch, in this context, has absolutely nothing to do with India. Nothing.
For the record, Indisch, in this context, has absolutely nothing to do with India.

former minister of Foreign Affairs Ben Bot, is a totok. Foto: http://www.volzin.nu/images/stories/bot.jpg
By now, some of you are staring at your screen, slamming your fist on your desk, shouting: “That is not true! My mother/grandmother/opa/etc was both Indo and Indisch, but didn’t consider himself neither Indo nor Indisch.” Yes, you are right, we know that. That denial is part of our cultural baggage too. However, when they tell you where they were born, most of them will say Nederlands-Indie/ the Dutch East Indies, whereas most Moluccans will say they were born in the Mollucan island group. It seems like a small difference, but the consequences are huge.
The big difference between totoks and other Indische groups, is their ethnic background in relation to their current homeland. Totok-children and grandchildren usually consider themselves Dutch (or any other nationality that applies to your country of residence). That does not always apply to descendants of Indo’s, peranakans and belanda hitams in the same way. Most of them notice that they are not like the Dutch or any other white community.
In today’s world, in urban day-to-day life, knowing what ethnic group you belong to, becomes more and more significant. With all these etnic minorities in the Western World, more often than not, children with Indo, belanda hitam or peranakan roots use their heritage to shape and define their identity.
Most of them notice that they are not like the Dutch or any other white community.
Indo
Let’s end with a second basic term: what is an Indo? First off, an Indische Nederlander is not the equivalent of an Indo: not all Indische Nederlanders are Indo and not all Indo’s are Indische Nederlanders. An Indo, in the context that we use it, is short for an Indo-European; someone with both European and Indonesian roots.
An Indo, in the context that we use it, is short for an Indo-European.
There are some technical challenges and urban legends (or misunderstandings, if you will) to the term Indo. Firstly, we have noticed that Indonesians sometimes call themselves Indo as well, as an abbreviation for Indonesian. That’s up to them, but it’s not the Indo generally referred to in relation to the former Dutch colony.

Griselda Molemans, part belanda hitam. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Also, more and more we read online that Indo comes from an acronym: In Nederland Door Omstandigheden (or: Opa)*. Sorry to tell you, but that is not true. That is an urban legend or a broodje aap-verhaal. There is no other way to put it. We have no clue who came up with that (in-) famous acronym for INDO, but we can assure you that the term Indo existed way before the Indo’s came to Holland. To be called Indo was an insult for many decades, starting somewhere in the early days of the Dutch East Indies, as many of you know.
A ‘technical challenge’: an Indo could have been born in Indonesia in the 1950’s, but may also be born tomorrow in Holland, or the US for that matter: when a person of European descent and a person of Indonesian descent have a child, an Indo is born.
The term Indo existed way before the Indo’s came to Holland.
Some say that Indo-European, in its bare essence, refers to a person born anywhere south of the river Indus and has both Asian and European roots. We don’t know how helpful that statement is, considering that in that case, a child born in the Phillipines could also be called Indo. That would become quite confusing. And this stuff is confusing enough already, right?
A short summary, to make sure you are not totally confused by now: an Indo is someone of both European and Indonesian descent, born anywhere in the world, 50 years ago or tomorrow. An Indische Nederlander is someone with family roots in the former Dutch East Indies. And a generation Indisch 3.0 is the grandchild of the Indische migrants who left Indonesia as adults. And then there are a lot of misunderstandings and confusing elements.
Observing the third generation

Generation 1.0. Imagesource: http://repatrianten.watishet.info/
We certainly hope we have been able to explain the basic terms clearly enough. And we hope you have noticed our somewhat sarcastic undertone: definitions are not what makes us who we are. We are who we want to be. Not all 3.0’s want to be third generation Indisch; they no longer feel connected to their heritage and thus to us. We, as Indisch 3.0, hope to at least stop and perhaps even change this, by making visible how many famous and not-so-famous-yet Indo’s there are around the world and by encouraging 3.0’s to at least accept and hopefully handdown their roots to their children.
That the third generation Indische Nederlanders is more than just a definition, we will show in our anniversary week starting May 8th. We will publish our observations, based on being out there for four years. Are there any specific questions? We don’t have all the answers, but four years of active blogging will take us a long way.
*In Nederland Door Omstandigheden (Opa) means: In the Netherlands because of circumstances (or: because of grandpa), referring to the involuntary nature of the migration to Holland.
13
Gili Trawangan
Roos is in 2010 in Indonesië geweest. De herinneringen aan die reis inspireren haar tot op de dag van vandaag. Ze blogt erover op Indisch3.0.
Na twee weken door Bali te hebben getrokken staan we om 9 uur in de ochtend te wachten op de boot die ons naar Gili Trawangan zal brengen, om vanuit daar verder te reizen naar Gili Meno. Het wachten duurt langer dan gepland, maar daar zijn we inmiddels al gewend aan geraakt. Je tas moet ingeleverd worden. Deze wordt op een houten kar gelegd en naar de – hopelijk juiste – boot gebracht.
Mijn backpak blijkt voor de inmiddels vertrouwde Indonesische lach te zorgen. Mijn backpack is oranje en ik ben zo gewend aan mijn eigen kussen dat deze de eer heeft gehad mee te mogen naar Indonesië. Echter, ik heb het na twee weken opgegeven om hem netjes kleiner te maken en er een plastic tas omheen te winkelen alvorens hem vast te maken aan mijn backpack. Duidelijk zichtbaar is nu mijn kussen met een wit roze gestipt kussensloop eromheen. Ook hangt er nog een ‘veilig reizen beer’, een mini-jembé en een gelukspoppetje aan. Een rijkelijk versierde, kleurrijke tas dus.
Na een half uur wachten kunnen we de boot op, the Gili Cat genaamd. De Gili Cat staat bekend om zijn snelle service. Het is een kleine witte overdekte boot die laag op het water ligt. In speed tempo reizen we af naar Gili Trawangan; een tocht die ik niet snel zal vergeten. Ik heb het gevoel dat ik in twee uur tijd om de tien seconden een steen raak en gelanceerd word. We zitten helemaal voorin, eerste rang. Genoeg beenruimte, maar we vangen dan ook de klappen op. Ook zit ik aan de kant van het raam. Mijn hoofd en het raam komen voor mijn gevoel iets te vaak te nader tot elkaar.
Links van mij zit een Franse jongeman naast zijn sinds korte tijd vrouw. De ringen om hun vingers verraden dit. Zijn door de zon gebruinde huid lijkt bij elke klap iets witter weg te trekken. De hand met de ring eromheen houdt hij voor de zekerheid voor zijn mond. Achter Sjors zit een stevige Duitse man die de eieren, van ik denk zijn ontbijt, in een bakje heeft meegenomen. Deze begint hij in alle rust te pellen en te nuttigen. Ik hoop voor Sjors dat hij het binnenhoudt.
Na 2 uur komen we aan op Gili Trawangan. In de eerste instantie lijkt het een backpackersparadijs. De boot naar Gili Meno komt pas aan het eind van de middag dus we hebben nog ruim de tijd om hier te genieten. We settelen ons op het strand. Vissersbootjes, kraak heldere zee, aantrekkelijke mannen die met een te overdreven Australisch accent ‘Hi Girls’ produceren, muziek en verse ananas. Aan de overkant ligt Lombok. Wij genieten van de zon. Boven Lombok hangt een grote zwarte deken. Over drie dagen lopen we daar, zeg ik tegen Sjors. Ik wijs naar de overkant. Gili Trawangan bevalt ons eigenlijk wel. Zullen we anders hier een paar dagen blijven, zegt Sjors.
Waarom niet, denk ik. Het is vakantie, geen deadlines, de tijd is van ons.
6
Jonge Indo in de Muziek: Maya Mertens
Aanstaande maandag staat ze op het podium in De Melkweg, tijdens het vierde Indomania-festival: Maya Mertens (Amsterdam, 1992). Eerder stond ze op Lowlands, bij de Kunstbende, Stofpop en Onderstroom. In deze aflevering van Jonge Indo in de Muziek presenteren we jullie daarom deze getalenteerde Indische selfmade muzikante.
Maya steekt meteen van wal, als ik vraag wat Indisch voor haar betekent.“Ik heb een Indische moeder. Daardoor voel ik me niet 100% Nederlands, maar ook niet per sé Indisch, eerder nog een Amsterdammer. Ik heb er wel positieve gevoelens bij hoor! Op straat bijvoorbeeld, dan herken je andere Indo’s, of als mensen vragen waar ik vandaan kom, omdat ik een kleurtje heb, dan vertel ik trots dat ik Indisch ben.”
Oma
De jonge muzikante vervolgt: “Ik word er eigenlijk niet veel mee geconfronteerd, met mijn Indische roots. Behalve als ik bij mijn familie in Gelderland ben. Daar woont mijn oma, mijn moeders moeder. Ik duik dan een beetje onder, in het Indische cultuurtje, dat is echt zo gezellig. Mijn familie, de sfeer, weet je, daar ben ik even helemaal Indisch. Bij mijn oma ben ik de enige die over haar schouder mee mag kijken als ze aan het koken is. Ik ben de enige die naar binnen mag, dat is echt een voorrecht hoor. Zij vindt dat, omdat ik als kind al interesse toonde in Indisch koken, ik er aanleg voor heb. Ja, dat is wel een eer!”
iPod
Maya is in 2002 voor het eerst in Indonesië geweest. “ Ja, dat vond ik echt supervet. Ik ben daar een hele tijd geleden geweest. Maar ik vond het ook wel moeilijk. Ik was 10 jaar en voelde me net zo Indisch als ik me Nederlands voelde. Ik weet nog goed hoe ik schrok van de kinderen van mijn leeftijd. Ik herinner me een specifiek moment. We reden in zo’n tourbus, met een georganiseerde reis. Ik zat voorin met mijn iPod. Langs de weg zag ik kinderen staan die even oud waren als ik, jonge kinderen die van alles aan het verkopen waren. Zij moesten werken, terwijl ik rustig in die bus zat, te chillen met mijn iPod. Dat vond ik moeilijk. Ooit ga ik weer terug. Dan wil ik langer blijven en neem ik mijn gitaar mee.”
Videomateriaal
Haar Indische roots hebben weinig invloed op haar werk als muzikante. Wat is dan haar inspiratiebron, vraag ik haar. “Poeh. Zoveel! Weet je, ik heb nooit een muziekinstrument leren te bespelen. Ik heb gewoon extreem goed gelet op andere muzikanten. Amy Winehouse, die ik heb ik echt bestudeerd, Janis Joplin, Prince, ik ben een grote fan van Prince. Ik heb uren naar videomateriaal gekeken. Ik heb ook veel nieuwe artiesten bestudeerd hoor, zoals M.I.A. en Little Dragon. Die artiesten zijn echt persoonlijkheden, dat vind ik machtig, daarmee maken ze muziek groter.”
Minimale gitaarakkoorden
Gewoon gitaar geleerd te spelen door ernaar te kijken? Grinnikend legt Maya uit: “Ja. Toen ik heel jong was, schreef ik teksten. Daar wilde ik het podium mee op, dat leek me gewoon leuk. Ik heb mezelf toen minimale gitaarakkoorden aangeleerd, genoeg om het podium mee op te kunnen. Zo is het gegroeid. Het is nog steeds geweldig, dat andere mensen leuk vinden wat ik doe. Waar ik echt energie van kan krijgen, is als mensen me na afloop inhoudelijk feedback geven. Dat ze echt iets hebben begrepen van wat ik op het podium sta te doen, en er iets uithalen.”
Meer zien van deze eigenzinnige singer/songwriter? Ga dan op 9 april a.s. naar Indomania, waar Maya een speciale show voor samengesteld heeft. Op 14 april is ze te horen in de OT301 op festival Drift. Of bezoek haar online portfolio op www.mayaforsale.com. Daar is ze 24/7 op te horen.
2
Jonge Indo aan de Studie: Charlene Vodegel (introductie)
Wat is de invloed van je Indische roots op je studie en op je studiekeuze? Charlene Vodegel gaat vanaf deze maand (oud-)studenten hierover bevragen. Elke student mag vervolgens zelf bepalen welke (oud-)student na hem of haar aan het woord komt. Charlene geeft de aftrap door zelf als eerste haar verhaal te vertellen.
In 2008 ben ik afgestudeerd in HBO-Bachelor Bussiness Administration voor Trade Management gericht op Azië (TMA) op de Rotterdam Business School. Tijdens mijn eerste vakantie naar Indonesië ben ik gelijk “verliefd” geworden op het land, dat is inmiddels twaalf jaar geleden. Ik was altijd nieuwsgierig geweest naar mijn roots en hoe het zou zijn om daar te wonen, alleen wist ik nooit hoe ik dit kon ontdekken. Op de bassis- en middelbare school probeerde ik altijd over Indonesië te vertellen tijdens spreekbeurten of verslagen.
Na het behalen van mijn MBO-opleiding was ik er nog niet klaar voor om te gaan werken. Bij toeval zag ik een advertentie in de krant staan over een meeloopdag voor een studie Trade Management gericht op Azië (TMA). Ik twijfelde geen seconde en meldde me aan voor een meeloopdag. Ik wist meteen dat ik deze opleiding wilde gaan doen. Ik zag eindelijk een mogelijkheid om mij te gaan verdiepen in Indonesië. Het was puur toeval dat ik een advertentie zag staan, maar op deze manier kon ik het antwoord op mijn vraag over Indonesië zelf gaan ontdekken.
Belangrijke omgangsvormen die het “Indisch zijn” kenmerken, zag ik terug in de omgang tussen docenten en medestudenten. Ik was bescheiden, op de achtergrond en beleefd tegen ouderen. Ik sprak docenten altijd met u aan. Het “Indisch zijn” beïnvloedde mij niet sterk in de omgang met anderen – of juist wel: mede door de verschillende Aziatische studenten voelde ik een makkelijke omgang. Er heerste een gezellige, sociale sfeer op de opleiding tussen docenten en studenten, iets wat ik niet snel zag bij andere opleidingen. Dit had vooral te maken met de Aziatische achtergrond van de meeste studenten, de saamhorigheid kwam sterk naar voren.
Met de Indische en Indonesische studenten die ik tegenkwam op TMA, merkte ik al gauw dat er gewoontes waren die je niet eens meer hoeft uit te leggen en dus vanzelfsprekend waren.“Eet jij Bamisoep als middageten?” ”Lust jij geen brood?” “O ja is dat een Indische gewoonte?” Blijkbaar wel dus. Tijdens schoolkamp op de basis- en middelbare school kwam een andere Indische gewoonte tevoorschijn: de botol cebok. Dat was even iets onwennigs. Hoe moest ik dat uitleggen? Uiteindelijk heb ik het nooit uitgelegd en bracht onopvallend een fles mee.
De vriendenkring van mijn ouders bestaat voornamelijk uit Indische mensen. Hierdoor ben ik vaak omringd door Indische families. Op de middelbare school en andere vooropleiding ben ik weinig Indische studenten tegengekomen, dat heb ik vaak jammer gevonden. Ik voelde nooit een bepaalde herkenning met medestudenten, totdat ik op TMA kwam. Ik voelde mij vrijwel direct thuis tussen de Indische, Indonesische en andere Aziatische studenten. In het dagelijks leven sluit ik mij automatisch aan bij mensen van wie hun roots in Indonesië ligt. Dat is iets wat ik niet precies kan uit leggen, het gaat gewoon automatisch.
Tamara Juliënne is de volgende oud-studente die ons gaat vertellen hoe haar Indische roots haar studie beïnvloed hebben – of niet.
30
Jam karet, tunggu sebentar, pelan-pelan en santai aja
Jam karet, tunggu sebentar, pelan-pelan en santai aja: het zijn voor Indonesiërs doodgewone begrippen maar kunnen bij Nederlanders flink wat irritaties opwekken. Hier in Nederland gaat alles zo ontzettend snel! Iedereen heeft haast en moet altijd en overal op tijd zijn zodat ze daarna weer snel doorkunnen naar de volgende afspraak. Alles moet gaan zoals gepland en niks mag daar vanaf wijken.
Ik kan mij nog goed herinneren dat ik er in mijn eerste collegeweek in Yogyakarta net zo over dacht: “Ik kon van te voren natuurlijk verwachten dat het studeren hier anders zou zijn dan in Leiden maar dit had ik toch echt niet verwacht. Van de 14 colleges die ik tot nu toe zou moeten hebben gehad, heb ik er daadwerkelijk 5 kunnen volgen. De oorzaak daarvan zal ik nader toelichten. Waarbij het in Nederland nog wel eens gebruikelijk is dat een student niet komt opdagen, zijn hier de docenten gewoon afwezig! Wat ook niet geheel ongebruikelijk is, is dat de docenten geen colleges willen geven als er te weinig studenten zijn omdat dat zonde van hun tijd is. Het absolute toppunt vind ik echter de wijzigingen van de colleges hier! Ik kan begrijpen dat collegetijden af en toe gewijzigd worden maar hoe dat hier gebeurd is echt bizar! I.p.v. Een college naar een later tijdstip te verplaatsen kom ik er hier regelmatig achter dat de colleges ineens een dag eerder zijn gegeven!” (21/09/2011 – renenren.waarbenjij.nu)
Als ik het bovenstaande stukje uit mijn blog over mijn eerste week op Universitas Gadjah Mada teruglees, dan lach ik om mijn irritaties. Het is natuurlijk een wereld van verschil met Leiden maar ik maakte hierdoor wel meteen kennis met het begrip santai aja. Mijn Indonesische medestudenten maakten zich niet zo druk en vertelden dat zulke dingen nou eenmaal gebeuren. De eerste week van het semester is vrijwel altijd een chaos. Vaak wordt deze week gebruikt om de roosters te maken en om te kijken of er genoeg animo is voor de colleges. Het klinkt logisch maar als je daar niet van op de hoogte bent, dan wekt het flink wat irritaties op.
Het begrip santai aja kan je vertalen als relax, chill out of simpelweg met: ontspan. Tijdens mijn verblijf in Yogya zou ik dit begrip steeds meer gaan omarmen en afstappen van het westerse snelle leven dat zo vaak irritaties oplevert. In het westen zijn we naar mijn mening zo nu en dan wel erg licht ontvlambaar en maken we ons druk om dingen die er eigenlijk niet toe doen. In Indonesië heb ik geleerd dingen wat positiever te bekijken en niet onnodig moeilijk te doen. Een mooi voorbeeld: ‘Het is vervelend dat je je trein hebt gemist maar je bent nu in elk geval wel op tijd voor de volgende.’
Een Indonesisch fenomeen waarmee ik eigenlijk nog steeds niet mee uit de voeten kan is jam karet. De Nederlandse punctualiteit die ik van mijn ouders heb meegekregen, dat ik altijd en overal op tijd moet zijn, kon ik in Indonesië vrijwel meteen in de tempat sampah gooien. Hoe vervelend ik het ook vond om soms wel een uur op iemand te moeten wachten, ik ben gaan inzien dat wij in Nederland zo nu en dan precies hetzelfde doen. Organiseer maar eens een feest om acht uur ’s avonds. Ik garandeer je dat vrijwel niemand om acht uur precies aanwezig zal zijn!
In het westen noemen wij het te laat komen op feestjes: fashionably late komen. In Indonesië dus: jam karet. Alleen, in Indonesië blijft dat niet beperkt tot feestjes maar wordt het gekoppeld aan alle dagelijkse activiteiten. Een voordeel hiervan is dat je altijd tijd hebt om af te maken waarmee je bezig was, omdat het toch niet uit maakt of je op tijd komt. Een groot nadeel hiervan is, is dat je veel tijd kwijt bent aan het domweg wachten op je afspraak. Gelukkig vinden Indonesiërs dat laatste niet zo heel erg, want met de santai aja mentaliteit maken zij zich er niet zo druk om!
Voor een programma van het Indonesisch ministerie van buitenlandse zaken moet ik uiterlijk op 2 april in Jakarta zijn. Via de Indonesische ambassade heb ik vernomen dat zij zowel mijn ticket als mijn visum zullen regelen. Het is nu 27 maart en tot op heden heb ik nog steeds geen ticket en geen visum ontvangen.Voorheen zou ik enorm gestresst zijn maar nu denk ik: santai aja, het komt allemaal wel goed.
27
Echo’s van een ‘Hollands’ verleden
Tijdens een interview zei iemand ooit eens tegen mij: “Het zijn echo’s van het verleden”. De context waarbinnen deze uitspraak werd gedaan doet er nu even niet toe. Waar het wel om gaat, is dat deze woorden sindsdien na zijn blijven echoën in mijn gedachten. Op de meest vreemde momenten en in de meest uiteenlopende situaties herinneren deze woorden mij eraan dat verleden, heden en toekomst niet los van elkaar gezien kunnen worden, maar op de meest uiteenlopende manieren met elkaar verweven zijn.
Nu is het wel heel erg voor de hand liggend om te schrijven over het Indische verleden en hoe de echo’s hiervan nog luid en duidelijk te horen zijn in het heden. Dat is: als we maar goed genoeg luisteren. Ook kan ik meer dan genoeg vertellen over de geschiedenis van mijn Indische familie en hoe deze, soms ongemerkt en onbekend, de weg heeft gevonden naar het heden. Maar nee, ditmaal wil ik aandacht besteden aan mijn Hollandse oma, en een minder voor de hand liggend kijkje nemen in haar verleden en familiegeschiedenis.
Al van kleins af aan is oma in mijn ogen een ware superoma. Toen ik klein was kwam ze elke woensdagmiddag op bezoek en ik logeerde maar wat graag bij haar en opa. Toch wist ik lange tijd niet eens zo heel veel over haar jeugd. Het enige dat ik wist, is dat haar moeder overleed toen mijn oma pas negen jaar oud was. Hierna moesten zij en haar twee zussen elk een jaar lang het huishouden draaiende houden. Dat zij daarvoor, als jong meisje, in de vrieskou de was heeft gedaan en hier reuma aan heeft overgehouden, verbaast mij niets.
Ongetwijfeld moet zij als kind ontzettend veel verdriet gehad hebben om haar moeder en het moeilijk gehad hebben om op te groeien zonder moeder. Toch praat zij tot op de dag van vandaag altijd positief over haar jeugd en vol liefde over haar vader, twee zussen en de broer van haar moeder: ome Gart, die bij hun inwoonde. De oom die haar als klein kind regelmatig iets lekkers toestopte en haar met de was hielp als ze buiten stond te verkleumen van de kou. Ome Gart, die ik altijd maar beschouwde als een aardige Hollandse man… maar die net zo pindakaas bleek te zijn als mijn broertjes en ik.
Enige tijd geleden liet mijn moeder glunderend een piepklein notitieboekje zien waarin zij een kleine familiestamboom had opgeschreven van de vrouwelijke kant van haar moeder. Hulde aan Google, waarmee elk onbekend familielid terug te vinden is. Wat blijkt, de moeder van mijn oma was een kind uit het tweede huwelijk van haar vader. Ome Gart kwam voort uit het eerste huwelijk van hun vader, met een Indische. Ik was door het dolle heen: een Indische in de familielijn, al meer dan een eeuw geleden! Hoewel er meteen een dozijn vragen in mij opwelde over het waarom, wanneer, hoe en wat, doken er ook meteen vier woorden in mijn gedachten op: “echo’s van het verleden!” of zal ik zeggen: “Indische echo’s van het verleden.”
Populair: Jonge Indo’s..
Alle posts
Recente posts
Reacties
- Indisch4ever on Enqueteren op de 54e TTF
- Jan A Somers on Hacking History – Monument Indië Nederland
- Edcaffin on Hacking History – Monument Indië Nederland
Tweettweettweet
- No public Twitter messages.















