Deadline Schrijfwedstrijd verstreken

Meer dan 80 verhalen verteld

Vannacht om 00.01 uur is de deadline verstreken om jullie verhalen voor de schrijfwedstrijd Indische Bladzijde in te sturen. Mede door de aandacht die Trouw aan onze schrijfwedstrijd besteedde in het artikel De verzwegen verhalen van ‘ons’ Indië (20/2/13), hebben wij de afgelopen dagen nog eens extra veel inzendingen ontvangen.

In totaal zijn er meer dan 80 verhalen boven komen drijven. We hebben begrepen dat veel mensen door deze schrijfwedstrijd voor het eerst hun Indische verhaal aan het ‘papier’ hebben toevertrouwd. Die doelstelling is alvast geslaagd.

De jury en de redactie zullen zich nu de ruim 80 inzendingen buigen en drie verhalen selecteren die kans maken op de juryprijs, de publieksprijs en de extra prijs. De top 3 verhalen zijn vanaf 4 maart 2013 op deze website te lezen. Vanaf dan bepalen jullie welke van deze drie verhalen de publieksprijs verdient.

Hou de website op 4 maart a.s. dus goed in de gaten en laat je lezersstem klinken! Alle inzenders: bedankt voor het insturen van jullie prachtige verhalen.

Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012
Illustratie (c) Remona Poortman / Indisch 3.0 2012

Ngroblog: Uit de comfort zone

Ik hou van n beetje saai, van degelijk, voorspelbaar, vertrouwd, herkenbaar. Ik vind het fijn als de dagelijkse dingen gaan, zoals ik ze verwacht. Vaste routine, dito patronen. Het voelt veilig. Senang. Met andere woorden, alles dat niet aan bovenstaande zaken beantwoordt, verstoort. Handelingen, gebeurtenissen, die afwijken van de dagelijkse routines interrumperen het gelukzalige gevoel van senang zijn.

Waarom zou ik dat doen? Wat zou het me kunnen brengen? Spanning, onzekerheid, kwetsbaar, onveilig, onbekendheid. Allemaal dingen die ik niet prettig vind. Afkeuring, afwijzing, nog meer onzekerheid, weg is het gevoel van senang! Het voelt als vroeger op een Moluks feest, in een grote kring staan. Iedereen die kijkt naar de lege dansvloer en de band speelt toch echt jouw favoriete nummer. Maar… wie durft? Wie stapt die ring in en breekt de ban?

Een usi zus of zo stapt in, trekt giechelend en aarzelend een vriendin mee en samen dansen ze het liedje uit. De rest kijkt toe, wacht af, de één zie je aarzelen, de ander lacht wat schamper voor zich uit. De beweging oogst beurtelings afkeuring, bewondering, een glimlach en soms zelfs een medestander. Vandaag stap ik de kring in.  Het platform Indisch 3.0. Ik zal hetzelfde oogsten als die ene usi die de leegte betrad.

Het verlaten van de comfort zone betekent een belangrijke stap.

Het vergroot de zichtbaarheid. Dat is wat 3.0 voor mij inhoudt. De eerste generatie Molukkers is er nagenoeg niet meer. De tweede generatie nadert het einde. Hoe kunnen 3.0 generatiegenoten hun zichtbaarheid vergroten?
Het verlaten van de comfort zone. Die is voor iedereen anders. Voor de een betekent het begin van een eigen bedrijf, de ander een nieuwe baan, een vertrek uit de wijk, voor mij betekende het recent de moeizame relatie met mijn vader herstellen en vorig jaar het uitbrengen van mijn boek. En nu… bloggen op Indisch 3.0.
Mmm… ik voel me best senang.

En jij?

Kwetsbaarheid als kracht, uit de comfort zone

 

 

 

 

Martial arts bij 3.0 #1: kyokushin

Een nieuwe serie door Timothy “Timpeh” Bruininga

Martial arts vind je over de hele wereld. Toch: als we het hebben over martial arts, denken we meestal aan kung fu, karate en judo. Bovendien denken we meestal aan sporten die uit het oosten komen.  Maar wist je dat je Vacón hebt, uit Peru, en Caestus uit Italië? Er is een groot scala aan martial arts, verspreid over de hele wereld. Indisch 3.0 wil meer weten over deze tak van sport. Is het alleen maar dat, een sport, of een hele leefwijze?

bruce-lee
Bruce Lee.
Foto: www.vechtsportschoolbreda.nl

Door de komst van Bruce Lee op het witte doek, en wie heeft die films niet gezien – en wie wilde niet Bruce Lee zijn? – zijn martial arts wereldwijd bekend geworden. Binnen Nederland hebben we ook veel smaken martial arts, waarvan enkele door Indische mensen zijn geïntroduceerd. Pfefferkorn, Meijers, Terlinden, De Thouars, Faulhaber en Kessing (maaf als ik namen vergeet, alle respect voor de grootmeesters) zijn grondleggers van een paar van deze  martial arts.

Journey
Op internet kan je veel informatie vinden over de geschiedenis van de Nederlandse martial arts. In de komende blogs belicht ik een aantal hiervan; ik duik in de vechtsport zelf en interview een beoefenaar. En nee, ik ga niet vragen naar politiek, vetes en andere negatieve zaken. Er is al genoeg zwartmakerij.Voor mij is dit ook een journey, want ik ben niet bekend met alle vormen van vechtsport. Ik ga weer nieuwe dingen ontdekken en leren, en ik heb er zin in.

Karate
Karate is een van de bekendste martial arts. Karate betekent “lege hand”. De vroegste herkomst van karate zoals we die vandaag de dag kennen, is niet geheel duidelijk. Maar men denkt dat het vanuit India via China naar Japan is gekomen. In Japan is aan het begin van de 20ste eeuw de karate vanuit Okinawa naar het vasteland van Japan gebracht. Bij karate zijn er verschillende stijlen, die zich onderscheiden in 1)diverse kata, 2) een eigen filosofie en 3) de wedstrijdreglementen. De traditionele stijlen zijn Wado-ryu, Shotokan, Goju-ryu en Shito-ryu. Een paar voorbeelden van stijlen die uit deze traditionele stijlen voorkomen zijn Kyokushin karate, Uechi-ryu, Ryuei-ryu en Shorinji-ryu.

Karate: kyokushin
In deze eerste aflevering belicht ik het kyokushin karate, ‘de uiterste waarheid.’ Kyokushin is de karatestijl die ik zelf ook beoefen en veel mijn leven positief beïnvloedt. Het verschil tussen kyokushin karate en de andere karate stijlen is dat kyokushin karate een full contact karate is. Dit betekent dat het een knockdown/ knock out systeem kent. Met de jaren zijn vanuit de kyokushin karate ook weer nieuwe full contact stijlen voort gekomen, zoals Ashihara karate, World Oyama Karate en Seido kan. Ik hoop in de toekomst ook  1 van deze andere stijlen te belichten.

Sosai Masutatsu Oyama www.masutatsuoyama.com

Sosai Mas Oyama
De oprichter van het kyokushin karate is Sosai Masutatsu (Mas) Oyama. Hij werd geboren op 27 juli 1923 in een klein dorpje in Zuid-Korea. Op 9-jarige leeftijd kwam hij in aanraking met martial arts: het zuid-Chinese Kempo (“Eighteen Hands”). In 1938 ging hij naar Japan om piloot in het leger te worden (wat niet lukte). Daarna ging hij in Japan verder met judo en boksen en kwam terecht bij de dojo van Gichin Funakoshi, waar hij het Okinawa karate oppakte.

Tokio
In 1946 begon Mas Oyama in de bergen van Kiyosumi met zijn training van lichaam en geest. Onder extreme omstandigheden trainde Mas Oyama samen met een student, Yashiro. Yashiro stopt na 6 maanden trainen. Mas Oyama heeft 14 maanden in de bergen getraind. De planning was 3 jaar, maar vanwege onvoorziene omstandigheden werd er geen voedsel meer gebracht. In 1953 opende Mas Oyama zijn eerste dojo (trainingsruimte) in Tokio. Omdat daar veel studenten van andere stijlen kwamen heeft Oyama van de verschillende stijlen de beste technieken gepakt en zijn eigen stijl gemaakt: het kyokushin karate.

Miljoenen beoefenaars
In 1961 bracht Jon Bluming (uit Nederland) het kyokushin van Japan naar Europa. Na het overlijden van Mas Oyama is de kyokushin-wereld uiteengevallen.  Er kwamen verschillende kyokushinbonden, daarom is het moeilijk te schatten hoeveel kyokushin karateka’s er wereldwijd zijn, maar het gaat wel om miljoenen beoefenaars. Hoeveel scholen in Nederland zijn is ook moeilijk te schatten. Naast de geregistreerde scholen bij de verschillende bonden zijn er namelijk ook scholen die niet aangesloten zijn bij een bond.

Doorzetten
Vastberadenheid, doorzettingsvermogen en discipline zijn het hart van het kyokushin karate. Kyokushin karate wordt  “The strongest Karate in the World” genoemd. Het systeem kent, naast stoten, slagen, trappen en weringen, ook worpen en klemmen. Tijdens de praktijkgerichte trainingen word je al met de neus op de feiten gedrukt. In deze vorm van karate leert een kyokushin karateka wat doorzetten echt betekent. Pijn bijvoorbeeld, betekent niet opgeven, maar is een kans om te kunnen doorgroeien naar wilskracht en volharding.

Delores Bruininga tijdens het NK Kata 2013  Foto: made by Chimofu.nl
Delores Bruininga tijdens het NK Kata 2013
Foto: made by Chimofu.nl

Kihon, kata en kumite
Onderdelen van het kyokushin karate zijn kihon, kata en het kumite. Kihon zijn basistechnieken zoals stoten, weringen en trappen. In de kata, de schijngevechten, worden de kihons in een vorm gelopen. Kumite is het sparren, de kihon wordt vertaald naar een echte vechtsituatie. Dit zijn tevens de exameneisen. Men begint met een witte band en door examens kan je een kyu (graad)  verdienen.

Examens
De kyu’s zijn de gekleurde banden ( rood, blauw, geel, groen, bruin). De volgorde kan per bond verschillen. Na de kyu’s komen de dan graden ( zwarte band met 1 of meerdere goude strepen). Tot de derde of vierde dan ( dit verschilt ook per bond) moet je examen doen.  Bij de vijfde dan en hoger is het meestal op voordracht. Naast Mas Oyama, hebben o.a. Jon Bluming  en Steve Arneil ( Engeland) ook de tiende dan. Hoger dan de oprichter kan je niet worden.

Wesley Jansen, 23 jaar uit Zoetermeer, vertelt volgende week meer over het beoefenen van deze sport.

Een van mijn laatste partijen voor mijn tweede dan examen

Doe jij aan een vechtsport en wil jij daar over vertellen? Stuur dan een mail naar de redactie van Indisch 3.0 en vertel ze over jezelf en jouw sport. Wie weet gaat een van mijn andere blogs dan wel over jou!

Op niveau

Sinds de geboorte van onze tweede zoon Valentijn, in december vorig jaar, ben ik met bevallingsverlof. Met onze oudste zoon van net een jaar en de kleine Valentijn voer ik dagelijks gelukkig nog wel gesprekken op niveau. Met ‘zo…’, ‘ we gaan even..’ en ‘heel goed’ als nieuwe vaste uitdrukkingen.

‘Leander? Leander! Kom maar, we gaan eten. Ja, mama zet Bumba op. Goed zo. Lekker hè, pindakaas? Nee, niet op de grond gooien. O, wacht, ik hoor Valentijn. Blijf je zitten? Dan haal ik de baby. Hapje voor mama? O ja dat is lief, nou nou, hmmm hmmm, lekker hoor. Nu gaat mama echt de baby halen. Leuk hè Leander, komt de baby erbij! O ga je dansen op de muziek? Heel goed. Nog even en je danst de poco2, net als je moeder.”

“Nog even en je danst de poco2, net als je moeder.”

‘Dag lieverdje! Heb je zo goed geslapen? Kom maar mee met mama, dan krijg je lekker een flesje. En ik geloof dat ik je daarvoor ga verschonen, ook al zal jij het daar niet mee eens zijn. We lopen wel meteen door naar de commode. Even ruiken.. O ja, geen overbodige luxe hè, een schone luier. Zo, ga maar liggen. Ja, dat is de cicak, die is mooi hè? Zo hé, hallo schat! Je hebt je best weer gedaan. Beentjes stil! Stil.. Oke, nu is je voetje ook vies. Waar zijn die doekjes?’

‘Zo, ben je lekker schoon. Mag jij gaan trappelen in het wipstoeltje terwijl ik je flesje maak. En ik zal Leander weer even wat brood geven. Leander ventje, ja, Bumba lijkt afgelopen maar komt zo weer terug. Heus waar, je hoeft niet te huilen. Hier schat, neem een hapje. Goed zo. Nog eentje en dan mag je weer spelen. Mondje open? Goed zo! Valentijn, mama komt eraan hoor. Ik ga NU je flesje maken.’

‘Zo, lekker hè kereltje, je flesje? Die Pepti-melk* ruikt maar raar, maar ja, een beetje Indo kan niet tegen gewone melk. Jij en je broer doen die naam eer aan. Leander, hi schat, kom je erbij? Wat gezellig. Ja, jij hebt goed gegeten. Ah, een kusje voor je broer? Dat is lief. Zachtjes hè? Zachtjes, Leander. Niet in zijn oog prikken. Heel goed. Ga je de bal geven aan mama? Waar is de bal?’

“Een beetje Indo kan niet tegen melk.”

‘Heb je de bal gevonden? O. Dat is geen bal. Dat is mama’s iPad. Wil je die? Zet maar neer, dan zet mama een filmpje op. Pingu? Ga maar rustig zitten. Nee, niet doen! O. Daar kan ‘ie gelukkig tegen, steviger dan ik had gedacht, dat apparaat. Een keer gooien is genoeg schat, anders kan mama je geen filmpje meer laten zien. Dan is ‘ie stuk. Stuk ja. Heel goed. Dank je wel. Daar is Pingu!’

‘Lekker flesje? Kom maar hier lieverdje. Goed zo, laat mama maar horen hoe goed jij kan boeren. Heel goed. Dat zo’n geluid uit zo’n klein lijfje kan komen, ongelooflijk. Maar zo knap ben jij wel hè, lieve Valentijn? Ga maar lekker trappelen in het wipstoeltje. Weten jullie wie er straks komt? Tante Tabitha! Leander, weet je nog wie dat is? Kan jij het Indo Baby- shirt laten zien dat je van haar gekregen hebt. Als je dat lang genoeg schoon kan houden. En kan ik nóg een gesprek op niveau voeren.’

*opvolgmelk voor baby’s met een koemelkeiwitallergie

Ngroblog: Liefde in Jakarta 2.0

Op indisch3.nl loopt een interessante serie over de derde generatie Indo’s en de liefde. Hoe gaat het er nou aan toe in Jakarta? De hoofdstad van Indonesië is net als een paar andere plekken in Indonesië een uitzondering op de norm qua uitgaan, normen en waarden en wat betreft liefde is dat ook zo. Dit stuk bevat drie blogs over de liefde. Hieronder het eerste deel.

Ik heb met mijn ‘’typische’’ Indische gezicht , lange postuur (bedankt Duitse overgrootvader) veel voordeel want de meeste voorkomende vraag die ik krijg is of ik uit India, Arabië of Spanje kom. Dat ik dan zeg dat ik orang Belanda ben en vervolgens ‘’orang tuaakulahir di sini’’ , levert meestal een verbaasd gezicht op. Meestal vragen ze nog of mijn moeder Indonesische is en mijn vader Nederlander. Het is inderdaad jammer dat er zo weinig kennis is over de Indo is in Indonesië.  Je wordt een beetje moe van al die vragen. But it’s all part of the process. Dat mijn vader geboren is in Surabaya en mijn moeder uit Manado komt, maar ‘’Indo Belanda darah ketiga’’ wordt meestal begroet met een vage knik.

Doelloos chatten

“Het is al goed zo mas ganteng.” Om vervolgens naar mijn Blackberry Pin te vragen. Het is een hebbeding, hier in het land waar de smartphone rage nog niet gearriveerd is. Je moet je wel voorbereiden op eindeloos en vooral doelloos chatten op een klein apparaat , Maar de Indonesiërs zijn er allemaal dol op. Ik ken niemand die er geen heeft en let er goed op in de mall, kaki lima, bus. Iedereen staart naar dat schermpje en beweegt zijn/haar duim heen en weer. Dus, mannen, schaf er eentje aan mocht je graag hier doelloos chatten met de dame die je ontmoet hebt. Ik begin er niet aan. Is dat dan de reden dat ik nog single ben?

Datingsites

De zoektocht naar liefde vind je niet alleen in verschillende uitgaansplekken die Jakarta rijk is, maar ook op dating sites. Twee van de populairste zijn Dateinasia en indonesiancupid.com. Er zijn vele versies van cupid rond de wereld. Het  is een manier om mensen contact te maken, want je kan ook je status zetten ‘’op zoek naar vrienden’’ of – erg duidelijk – op ‘’Op zoek naar een echtgenoot’’. Het is wederom tijdrovend en ik  heb een redelijke drukke baan rennend tussen gasten, meetings, en file’s en voor de liefde moet je tijd nemen. Toch krijg ik veel e-mails, echter die bevatten niet meer dan ‘’hiii’’.

Bule Hunters

Maar voordat je als man begint aan een relatie met een Indonesisch meisje, surf  naar de website  Jakarta100bars.com, voornamelijk opgericht om recensies te schrijven over Jakarta nightlife. Er is een sectie gewijd aan hoe je als bule de betere Indonesische vrouwen kan vinden en wat zoal de problemen kunnen zijn met daten van ‘t vrouwelijk schoon. Het algehele beeld dat ze daar schetsen is: Indonesische vrouwen zijn alleen maar op zoek naar bule want = geld, status en mooi gemixt kindje. In de volksmond worden ze ook wel bule hunters genoemd. Er zijn furieuze discussies gaande want de bule’ mannen, waar zoveel vrouwen naar smachten, krijgen er ook van langs als ‘’players ‘’ en G.R.: ‘GedeRasa’, letterlijk: voelt zich te groot en te goed.

Liefde 2.0

De forum geeft een goed beeld van hoe de Jakarta scene is. Er zijn veel hoogopgeleide Indonesische vrouwen die de lokale mannen niet als hun ideale partner zien. Ze verdienen genoeg geld, rijden een auto, leven alleen in een mooi appartement. Wat ze zoeken is vooral respect; ze zijn het zat om de sokken van de mannen op te rapen.

Single in Indonesië?

“Dating sites zijn meestal bevolkt met vunzige Indonesische mannen of oude Westerse mannen op zoek naar sex,’’ zei een vriendin gedesillusioneerd  Inmiddels heeft ze haar profiel uit het bestand gehaald, die voor vrouwen toch wel gratis is en voor mannen maandelijks $20 US dollar is. Ze had al eerder een Westerse vriend. Alhoewel de relatie over is, blijft ze op zoek naar die Prins op het witte paard, want hoe dan ook: single en alleen zijn in Indonesië is nog steeds een rariteit.

Ngroblog: nieuwe Indische vrijplaats

Indisch 3.0 ngroblog. Jouw Indische vrijplaats.

Allemaal aan de ngroblog

Vanaf volgende week nodigen we eigentijdse denkers uit om op Indisch 3.0 in de nieuwe ngroblog te komen kletsen (ngobrol) en bloggen. Anders dan bij columns, interviews, recensies en reportages, controleert de redactie  ngroblog-bijdragen alleen op de huisregels. Zo creëert Indisch 3.0 een Indische vrijplaats voor stukken die buiten de redactiestatuten vallen. We hopen zo veel nieuwe stemmen te laten klinken.

Relevant voor de Indische cultuur
Met enige regelmaat ontvangen we bijdragen die we, vanuit onze redactieformule, niet kunnen plaatsen. De opstellers hebben een mening die niet aansluit bij onze visie, bijvoorbeeld. Hun schrijfstijl voldoet niet aan onze minimaal kwaliteitseisen. Of ze vertegenwoordigen een andere groep dan “de” derde generatie Indische Nederlander. Door deze bijdragen niet te plaatsen, bewaren wij onze redactionele integriteit. Tegelijkertijd houden we op deze manier geluiden en gevoelens “achter” voor onze lezers, die wel degelijk relevant zijn voor de Indische cultuur. Met de ngroblog brengen we daar verandering in.

Experiment
Wij zijn ontzettend benieuwd naar de inzendingen. De ngroblog is voor ons een experiment. We doen dit om ruimte te geven aan geluiden en gevoelens die inhoudelijk of stilistisch niet passen bij onze redactieformule. Op de ngroblog-pagina kan je meer lezen over hoe en wat voor bijdragen we accepteren voor deze vrijplaats. Aangezien dit een experiment is, gaan we regelmatig na of de vrijplaats onze lezers inderdaad een diverser beeld geeft van de Indische cultuur. Indien nodig zullen we de opzet aanpassen.

Integrale plaatsing
Mensen die willen posten op de ngroblog, kunnen dit doen door zich aan te melden en ons te vertellen wie ze zijn. Vinden we die ideeën geschikt voor de ngroblog, dan ontvangen ze mail met inloggegevens. We besluiten vervolgens per stuk of we het plaatsen. Doen we dat, dan doen we dat integraal: zonder redactionele aanpassingen.

En dan nu: allemaal aan de ngroblog!

Blauw bloed

Columnist doet bekentenis. Toen onze Beatrix haar abdicatie bekendmaakte sprongen mij de tranen in de ogen. Ik kon er echt niets aan doen. Het gebeurde gewoon.  Bij de zin: “Ik ben u diep dankbaar voor het vertrouwen dat u mij heeft gegeven in de vele mooie jaren waarin ik uw koningin mocht zijn,” schoot ik vol.Patrick Neumann. Die huilt. Om de koningin. Schaamteloos en te gênant voor woorden. Maar het wordt nog erger: het was niet mijn eerste keer.

Zaterdag 20 maart 2004. Ik had ergens in het land een presentatieklus en die ochtend was Prinses Juliana overleden. Desondanks heb ik erg gelachen. Niet om haar dood natuurlijk, want ik ben fatsoenlijk opgevoed. Er was echter een Indisch mannetje, laten we hem voor het gemak Arie noemen, die mijn volledige aandacht naar zich toe trok.

Beatrix en Juliana © kerknieuws.nl
Beatrix en Juliana © kerknieuws.nl

Arie was die dag vrijwilliger. Een oudere, hartelijke man die correct was naar anderen. Hij stelde zich dan ook keurig voor. Maar daarnaast bracht hij meteen zijn condoleances over. “Gecondoleerd met het overlijden van onze koningin.”

Fascinerend om te zien. Arie had blijkbaar een band met het Koninklijk Huis. Het had was komisch en aandoenlijk tegelijk. Arie nam het overlijden van Juliana heel serieus. Het was bijzonder om te zien, omdat ik toen nog dacht niets met de Koninklijke Familie te hebben –  overigens in tegenstelling tot mijn grootmoeder.

Fan
Oma Neumann was groot fan van de Oranjes. Ik herinner me puzzels en servies met daarop leden van het Koninklijk Huis. Ze kende alle geboortedata van alle leden. Wist ook alles over de Beatrix en co. Al was het altijd de vraag wat daar van waar was. Oma Neumann kreeg de informatie meestal uit 83e hand, namelijk de roddelbladen.

Die – toch niet altijd fraaie – informatie deed niets af aan haar liefde voor het Nederlands koningshuis. Sterker nog, toen zij stierf hebben we als familie geen brieven of tekeningen in de kist gestopt toen deze werd gesloten. Nee, een boek over de koningin leek ons als familie meer bij oma passen. Zelf zag ik er wel de humor van in. Nog steeds. Toch merk ik dat mijn gevoel voor ons koningshuis langzaam verandert nu ik ouder word. Tijdens discussies neem ik het vaker voor ze op. Als men roept dat het alleen maar geld kost, haal ik mijn schouders op en na het ongeluk van Prins Friso was ik intens verdrietig.

De beelden van Beatrix bij het ziekenhuis. Voor even geen moeder van Nederland, maar moeder van een zoon die zoals het er naar uitziet nooit meer wakker wordt. Mijn hart huilde en ik huilde. Terwijl ik zelf geen vader ben en het waarschijnlijk nooit zal worden. Een herkenbaar gevoel als ouder kon het niet zijn, maar ik weet het nog precies. In de keuken stond ik met mijn vrouw te praten over het ski-ongeluk en ineens barstte ik in tranen uit.

Zoet
Sindsdien houd ik op gepaste wijze van onze koningin. Een Arie of oma Neumann zal ik nooit worden, maar misschien is het Koninklijk Huis voor mij net zoiets als het Indo-schap: ik zeg dat ik er niets mee heb, maar toch raakt het me op onverwachte momenten en ik kan het niet ontkennen. Het is er gewoon.

Zoals mijn Indische achtergrond bepaalt wie ik ben, bepaalt het feit dat we een koning(in) als staatshoofd hebben wie of wat we zijn als Nederlander. Of niet natuurlijk en is dat allemaal onzin. De gedachte blijft hoe dan ook zoet.

Film Soegija boeit

Aankondiging Soegija

Indonesische herinneringen aan de dekolonisatie

Op het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) draaide dit jaar een film die ik moest zien: Soegija van regisseur Garin Nugroho, over het leven in Indonesië tussen 1940 en 1949. Uniek is dat we kunnen zien hoe deze periode vanuit Indonesisch perspectief wordt verteld. En waar ik in het bijzonder in geïnteresseerd ben: hoe zouden wij Indo’s in Soegija naar voren komen?

Soegija gaat over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in Nederlands-Indië tussen 1940 en 1949. Deze verhalen komen uit de memoires van de eerste Indonesische bisschop: Albertus Soegijapranata.

Oorlog
De film start in het nog koloniale Nederlands-Indië van 1940 en eindigt in 1949, waarin Nederland Indonesië als onafhankelijke republiek erkent. De Indonesische verpleegster Maryam wordt gekweld door het verlies van haar broer, de oorlog en de irritante versierpogingen van de Hollandse Hendrik. Een – Nederlands sprekende – Chinese familie valt uit elkaar doordat Japanners de mooie moeder meenemen naar het kamp.

De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.
De moeder van het Chinese gezin wordt door de Japanners naar een kamp afgevoerd.

Geflipt
De menselijke kant van de keiharde Japanse officier Nobuzuki komt naar voren door zijn verlangen naar huis. En dan heb je de Nederlanders. Hendrik is een vrij naïeve fotograaf die de oorlog vastlegt en moeite heeft met het onrecht om hem heen. Robert is een megalomane, geflipte militair die af en toe zomaar Indonesiërs afranselt of neerschiet. Door de verhalen heen, luisteren we naar de overpeinzingen van de bisschop Soegijapranata, die zich als een ware leider opoffert voor zijn volk.

Indo’s
Maar waar zijn de Indo’s? Misschien was het te ingewikkeld om dat Indische perspectief er bij te halen. Misschien heeft die bisschop helemaal nooit over Indo’s in zijn memoires gesproken. Of misschien zijn ze ons gewoon vergeten. Hoe dan ook: in Soegija zijn er geen Indo’s.

De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.
De Nederlandse soldaat Robert mishandelt een Indonesische jongen, terwijl Hendrik er op af rent om Robert tegen te houden.

Campur
Toen ik de assistent regisseur na afloop uitlegde dat wij de derde generatie Indo’s zijn en of het klopt dat ik geen Indo’s heb gezien, begreep hij in eerste instantie mijn vraag niet. Toen iemand ‘Indo campur!’ riep, begreep hij mijn vraag beter, en legde hij uit dat de film maar een korte periode bestrijkt, dus dat ze niet alle perspectieven konden laten zien.

Medeplichtig
We zijn gewoon een onhandig displaced volkje. En tja wat denken we eigenlijk? Dat Indonesiërs nog weten wie wij zijn? Ik voel dat ik het ergens wel graag zou willen. Maar ik voel me er ook ongemakkelijk bij. Want hoe je het ook wendt of keert, Indo’s hebben het koloniale systeem in Nederlands-Indië mede mogelijk gemaakt. We waren handlangers van de belanda’s. En waren wij niet reuze blij met onze Europese status? Wij zijn medeplichtig geweest.

Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR (foto: Angelo Vodegel 2013)
Indisch 3.0 met de crew van Soegija op het IFFR
(foto: Angelo Vodegel 2013)

Indonesisch perspectief
Dus ja, kasian voor ons, deze film gaat niet specifiek over onze struggle. Maar, als je de kans hebt moet je deze film wel gaan zien. Ten eerste is het werkelijk een verademing om een keer vanuit Indonesische perspectief een film over het koloniale verleden te zien. Ten tweede is dit de eerste film over Nederlands-Indië, die voor mijn gevoel een realistisch beeld gaf van het straatbeeld, de kleding en de verhoudingen Europeaan – Indonesiër in deze periode.

Aarde der mensen
De geruchten gaan dat in de nabije toekomst het boek Bumi Manusia (Aarde der mensen) van Pramoedya Ananta Toer verfilmd gaat worden. In dat boek wordt de Indo veelvuldig beschreven, dus dan kunnen we onze lol op. Tot die tijd hoop ik dat Soegija in de Nederlandse bioscopen komt, want ik wil ‘m nog een keer zien.

3.0 aan de studie: Ghitha Tutupoly

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Zal haar keuze vallen op een praktijkgerichte opleiding of gaat ze een studie volgen waar ze meer met haar neus in de boeken moet zitten? In deze serie ontmoet ik Ghitha Tutupoly. Een 16-jarige beleefde scholiere die mij weet te boeien met haar verhaal over haar Indische roots en haar voorbereidingen op een studiekeuze na de HAVO.

Indisch voelen
Ghitha is de jongste dochter uit een Indisch gezin, woonachtig in Leiden. Haar moeder is geboren in Jakarta en haar vader komt uit Malang. Op 7-jarige leeftijd bezocht Ghitha voor het eerst het land van haar ouders. Het was een ontdekkingsreis met toeristische uitstapjes. Ze vindt Indonesië heel speciaal. ‘Het is gewoon een gedeelte van jezelf.’ Op de vraag of Ghitha zich Indisch voelt, lacht ze: ‘Het is grappig, in Indonesië heb ik echt het gevoel dat ik Hollands ben, maar in Nederland voel ik me Indisch.’ Als vriendinnen Ghitha thuis ophalen, staat ze vaak nog niet klaar. ‘Ik kan soms zo chaotisch zijn, dat vind ik echt een Indische eigenschap. In Indonesië gaan de dingen niet gehaast en het woord stress komt zelden voor.’

Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013
Ghitha wordt geïnterviewd door Charlene Vodegel © Charlene Vodegel / Indisch 3.0 2013

Etiquette
In haar klas komt ze over als een beleefd meisje, bekent Ghitha. Ze begroet elke docent altijd vrolijk met ‘Goedemorgen!’, hoe slecht de dag misschien ook is begonnen. Ze lacht: ‘Ik wil niet dat andere mensen last krijgen van mijn slechte humeur.’ De beleefdheid naar docenten uit zich door hen met u aan te spreken. ‘Ik gedraag mijzelf altijd in een gezelschap.’ Wanneer ze bij vriendinnen thuis is geweest, bedankt ze hen hier altijd netjes voor. ‘Dat is de etiquette die ik van mijn ouders heb geleerd,’ legt ze uit. Op school heeft Ghitha geen Indische vrienden, wel bij haar sportclub van Pencak Silat. Ze komt daar veel Indische mensen tegen. Het is één grote familie.

Studiekeuze
Ter voorbereiding op haar studiekeuze bezocht dit spontane Indische meisje verschillende voorlichtingsavonden op hogescholen. Ghitha vertelt: ‘Pedagogiek heb ik altijd interessant gevonden. Vooral het bestuderen hoe kinderen of volwassenen in bepaalde situaties reageren en hoe ik daarbij kan helpen. Alleen is deze opleiding erg gericht op de theorie. Ik doe toch liever iets met mijn handen dan dat ik uren met mijn neus in de boeken zit,’ geeft ze toe. ‘Ik vind het leuker om praktijkgericht bezig te zijn.’ Om die reden lijkt de studie Hotel-en Eventmanagement Ghitha erg aantrekkelijk. In het hotelwezen kun je alle kanten op. Van gastvrouw zijn tot je bezig houden met het horecagedeelte.

Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly
Ghitha tijdens de pauze op school © Ghitha Tutupoly

Stijlvolle hotels
Het liefste zou Ghitha tijdens haar studie stage gaan lopen in Indonesië. Tijdens haar vakanties heeft ze namelijk haar hart verloren aan de mooie hotels die daar gevestigd zijn. De creativiteit komt meer naar voren, vindt ze. De kamers zijn per verdieping ingericht in verschillende stijlen, dit geeft een aparte uitstraling. Zo is er voor ieder wat wils. Ghitha: ‘De hotels zijn stijlvoller ingericht. Ik vind het in Nederland vaak te overdreven chique of zijn de standaardkamers juist te eenvoudig. Maar ja, dat is mijn mening.’ Het is dus niet verbazingwekkend dat de opleiding Hotel- en Eventmanagement hoog op Ghitha’s verlanglijstje staat. Want stage lopen in zo’n mooi hotel, daar droomt ze van.