“..en dit was Tattootalk”

Den Haag/ Amsterdam, 24 mei 2008
door Kirsten Vos en Ed Caffin

[dailymotion id=x5oo7d]
Korte videosamenvatting van Tattootalk door Indisch4ever

Ons eerste gezamenlijke optreden als Indisch 3.0 heeft tot wisselende reacties geleid van mensen in de zaal, variërend van ‘weinig antwoorden over symboliek’ tot ‘precies wat ik wilde weten’. Met name jongeren bedankten onze gasten na afloop vol enthousiasme voor de show. We zijn dus niet bepaald ontevreden. De wereldomroep scheef een artikel en maakte een reportage. Klik hier om naar het artikel en de reprtage te gaan. Was jij bij de show? Laat ons horen wat je ervan vond! Dit is hoe we er zelf op terugkijken.

Vol creaties
De drie ‘tatoeagegasten’ lieten al voor de show hun versieringen zien aan meerdere fotografen – trots poseerden zij voor hun camera’s. Het podium lag vol met creaties van de gasten, van jassen en vlaggen van Darah Ketiga en de Indo-Melati tot stoffen van Kim en tribals van Andy. In de zaal zelf zaten overwegend jongeren. Tattootalk begon wat onrustig. Twee sleutelfiguren waren verlaat vanwege het verkeer: Petroeshka Schoonheym, een van onze gasten, en Dennis Volkert, de winnaar van onze prijsvraag. Met een lege stoel op het podium begon Ed het gesprek met Kim Schipperheijn, Andy Ardaseer, Chris Carli en Erik Koks.

Eerbetoon aan je wortels
Allereerst kwamen Chris en Erik aan het woord, beide uitgesproken begaan met de Indische cultuur. Zij dragen meerdere tatoeages, onder andere als eerbetoon aan hun ouders, maar ook om te laten zien waar ze vandaan komen. Andy vertelde vervolgens over het proces van het ontwerpen en zetten van tatoeages. Hij maakt gebruik van een traditionele techniek, het ‘tikken’, dat volgens hem minder pijnlijk is dan met de machine. Kim, ontwerpster van de ‘Indische tantes’-stoffenlijn, had een geheel andere invalshoek. Haar stoffen bevatten vormen en symbolen die geinspireerd zijn op de stereotypische tantes die zij van jongs af aan leerde kennen in haar Indische familie. gebaseerd. Voor haar zou het Indische wel een rol blijven spelen in haar ontwerpen, maar minder direct en intens dan het zetten van tatoeages. De tatoeagekunst was voor haar geen bron van inspiratie.

Een kris als tattoo
Prijswinnaar Dennis was inmiddels ook aangekomen en stelde na het verhaal van Kim zijn vraag aan de drie heren. ‘Ik wil een tatoeage van een kris laten zetten. Dat symbool is behoorlijk beladen. Sommigen zijn bang voor de guna-guna of stille kracht. Hoe gaan jullie daarmee om?’ Andy en Erik legden uit dat zijn nooit zomaar een afbeelding van een kris voor iemand zouden gebruiken, maar voor elke persoon een uniek ontwerp maken. Daarom zou dit geen risico inhouden. Uit de zaal kwamen ook andere vragen, zoals ‘Waarom kies je ervoor dit op je lichaam te doen, waarom hang je niet gewoon een leuk schilderijtje op?’, ‘Omgaan met deze symbolen is een spiritueel gebeuren. Hoe bereid je je daar op voor?’ en ‘Ik hoor behoorlijke verschillen in beleving van het Indische tussen de tatoeagegasten en Kim. Hoe kijkt de derde generatie tegen het Indische aan?’.

Bips?
Een opvallende aanwezige was Paatje Phefferkorn, die op een zeker moment gretig de microfoon greep en de zaal vermaakte met een uitgebreide anekdote over ‘mannequins in bikini met een Indo melati op hun bips’. Ondanks dat Paatje de lachers al snel op zijn hand had, bedankte Kirsten hem gauw voor zijn verhaal, zodat Ed het gesprek met de gasten op het podium af kon ronden. Vrijwel onmiddellijk daarna kwamen mensen naar het podium toe, om de daar tentoongestelde stoffen, vlaggen en ontwerpen te bekijken – tot lang na de talkshow waardoor de organisatie alle belangstellenden uiteindelijk naar buiten moest sturen.

Traditie bij de derde generatie
Na afloop van de talkshow hebben we uitgebreid nagepraat. Wat ons vooral bijgebleven was, was dat Indo-zijn niet langer iets is om te verbergen, maar iets geworden is dat je met trots uitdraagt. Daarbij kiezen sommigen ervoor hun keel te tatoeren, andere kiezen voor een stof, maar elk combineert traditie met elementen uit hun eigen karakter.

En nu?
Bijzonder jammer was dat Petroeshka, de ontbrekende gast, pas aankwam op het moment dat we aan het afronden waren. We hebben met haar afgesproken dat ze ruimte krijgt op deze blog om haar verhaal te vertellen. Daarnaast kunnen jullie op deze blog de tekeningen incl. toelichting downloaden van onze gasten en vinden jullie hier binnenkort een fotoreportage van Tattoo Talk op de 50e Pasar Malam Besar.

Fotoverslag Tattootalk 23 mei

 “Tattootalk” in het Bibit theater, Pasar Malam Besar

 

 

 

Ed leidt het gesprek vanaf het podium, Kirsten betrekt het publiek erbij vanuit de zaal

Links: Chris, Andy en Kim luisteren naar de uitleg van Erik Koks

Rechts: Andy Ardaseer vertelt over het gebruik van traditionele technieken

Links: De dessins van Kim Schipperheijn zijn geinspireerd op “Indische tantes”; nieuwe symboliek

Rechts: Prijsvraagwinnaar Dennis Volkert stelt zijn vraag over het zetten van een “Kris tatoeage”

 Links: Borststuk Erik Koks met verschillende symbolen en afbeeldingen

Rechts: Chris Carli, met zijn tatoeage gebaseerd op de Indo Melati van Paatje Phefferkorn

 Links: Andy aan het werk met “Pantang Iban: een traditionele “tiktechniek”

Rechts: Nekstuk of “Ukir Rekong” gezet door Andy Ardaseer

(Fotos: Roos Carlier en Rixt Reitsma)

Indische pijn schittert in ‘Sloom bloed’

Den Haag, 20 mei 2008
door Kirsten Vos

In ‘Het Paradijs’ van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag voerden Ghislaine Pierie en Carlo Scheldwacht afgelopen zaterdag een reprise op van het zelfgeschreven toneelstuk ‘Sloom Bloed’ uit 2000. In één grote verkleedpartij confronteerden tweelingbroer en –zus Rein en Anne ons, vanonder de keukentafel, met wat zij waarnamen terwijl zij opgroeiden in een Indische familie. De observaties waren herkenbaar. Minstens zo herkenbaar en confronterend was het einde, een open einde wat mij betreft: de rol van de derde generatie in een uiteenvallende Indische familie.

Karaktervol
De twee Indische acteurs startten onmiddellijk overtuigend met een bliksemsnelle en treffende presentatie van de Indische karakters in Sloom Bloed: de poeder-afgevende Indische tante Zus, de pochende Indo-rocker oom Ferdy, de ‘niet-Indische’ tante Joy, de altijd zwangere tante Myrna, de grootvader met het kampverleden. Vervolgens zetten beide acteurs het karakter van elk personage uiteen, met humor als dankbaar instrument om de Indische pijn een plek te geven, zoals de uitbarsting van tante Myrna op haar tweede huwelijksfeest, maar ook om de bespottelijkheid te laten zien van de Nederlandse burgerlijkheid in de jaren vijftig.

Indische pijn
Niet alleen vanwege de woorden pappie, mammie en omi, het ‘tjeplok tjeplok’, de gruwelijkheden, de alles overheersende discipline en de neurotische drang om altijd maar de beste zijn is Sloom Bloed Indisch. “Ik heb nog nooit zoveel mensen bij elkaar zo alleen zien zijn”, zegt tweelingbroer Rein. Daarom is ‘Sloom Bloed’ Indisch. Door alle humor heen schittert de Indische pijn je toe: de onderdrukking, de ontkenning en de ontworteling. Zien Nederlanders de pijn die ik zie? En wat gaat er met derde generatie gebeuren? Met deze overpeinzingen in mijn notitieboekje spreek ik even later in de lobby met de twee acteurs over het alweer acht jaar oude stuk. Na afloop van het gesprek betreur ik het dat ik het nieuwe toneelstuk ‘Circus Bronbeek’ voorlopig even aan me voorbij moet laten gaan.

In gesprek over Sloom Bloed met Ghislaine Pierie en Carlo Scheldwacht

Ghislaine, Carlo, helemaal aan het begin van het stuk leggen jullie uit wat Indisch is. Daarmee ga je ervan uit dat er mensen in de zaal zitten die dat niet weten. Begrijpen zij de rest van het stuk wel?
CS-“Nou, je hoeft niet Indisch te zijn om je tante niet te willen zoenen!” GP-”Ik heb het meegemaakt dat een Amsterdamse uit de Jordaan naar me toekwam en tegen me zei, ‘Meid, dit is mijn familie!’. Wat wij neerzetten is heel herkenbaar voor anderen. Die herkenning zit in het niet-Nederlandse, in het belang van familie, in het respect voor ouderen.”

Jullie laten dit stuk eindigen met het uiteenvallen van de familie. De tweeling, de derde generatie, stelt vragen maar krijgt geen antwoorden. Is de derde generatie tot observeren gedoemd?
GP-“Nee hoor, niet alleen maar observeren! Tot respecteren en ook accepteren.” CS-“De derde generatie gaat haar eigen weg. De aanleiding voor dit stuk is eigenlijk dat ik er niets mee deed. Mijn broer Ricci bijvoorbeeld kon zich altijd erg druk maken over dat mensen het verschil tussen Indisch en Indonesisch niet kenden. Hoe vaak zeggen Indische mensen wel niet dat ze er niets mee hebben? Kijk naar Theodor Holman. Die schrijft alleen maar stukjes over dat ‘ie niets heeft met het Indische.” GP – “Die opmerking in het stuk ‘Ik heb er niet zoveel mee, behalve het eten’? Dat ben ik. Ik neem niet het laatste koekje dat in de schaal ligt, maar verder, ja, heb ik er niet zo veel mee.” CS – “De derde generatie gaat haar eigen weg. In ons nieuwste stuk, Circus Bronbeek, laten we heel duidelijk die generatie een rol spelen.”

Wat is de rol van de derde generatie?
CS/GP -“ Hoop. Een eigen vorm geven aan het Indische. Maar ook: geen antwoorden krijgen. En daar vrede mee hebben. Niet meer gebukt gaan onder de lasten van de 1e en 2e generatie. Ontworsteld zijn. De derde generatie durft vragen te stellen. Vasthouden aan oude gevoeligheden, daarmee blijf je alleen maar conflicten houden.”

Hoe krijgt dat een plek in Circus Bronbeek?
CS – “De derde generatie, gespeeld door Patrick Neumann, heeft in Circus Bronbeek een grotere rol dan in Sloom Bloed. Circus Bronbeek is bovendien harder dan Sloom Bloed. Sloom Bloed registreert, Circus Bronbeek is actiever, het is in de vorm van cabaret. Wij zochten naar een manier om als het ware de ervaringen van de ontbrekende man, de eerste generatie, een plek te geven zonder in piëteit te vervallen. We ontdekten dat in sommige kampen geïnterneerden cabaretuitvoeringen hadden. Dat was grimmige humor en daar hebben we gebruik van gemaakt.”

Tot slot – waarom die naam, Sloom Bloed? Ik herken de uitdrukking ‘zo sloom ja’ van mijn oma wel, maar waarom hebben jullie ervoor gekozen?
GP-“Dat is een mooi verhaal. Had namelijk helemaal niets te maken met Indisch!” CS-“Ik zat op een dag op een terrasje samen met mensen van Wederzijds, van het jeugdtheater. Het was lekker weer, zonnetje, biertje, en een van ons zegt: ‘Zo, ik heb sloom bloed!’. Dat drukte precies uit wat ik met dit stuk bedoelde. Het had te maken met het vooroordeel uit de jaren ’50. Nederlanders geloofden toen dat Indo’s écht langzamer waren. We hebben daar trouwens wel kritiek op gekregen! Een oom van mij zei: ‘Hoezo sloom? Actief, ik heb actief bloed!’ ”

Circus Bronbeek
28 – 30 mei 2008, 20.15 uur, € 13
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

De Indische Trilogie
marathonvoorstelling (Sloom Bloed, Familiefeest, Circus Bronbeek)
31 mei (uitverkocht) & 1 juni, 16.00 uur, € 40 (incl. eten)
Koninklijke Schouwburg, Den Haag

Voor meer informatie: www.scheldwacht.nl.

Fotografie: Carlo Scheldwacht, Clemens Neumann

Line-up “Tattootalk” bekend

Amsterdam/ Den Haag, 10 mei 2008

pasar_malam_besarVijf Indo’s van de derde generatie praten met Ed Caffin en Kirsten Vos (Indisch 3.0) over Indische symboliek op de 50e Pasar Malam Besar in Den Haag.

Petroeshka Schoonheym komt vertellen over de ‘Indosteelo’ kleding die ze op Santai-feesten draagt. Kim Schipperheijn heeft een stoffenlijn ontworpen gebaseerd op Indische tantes. Andy Ardaseer (Endless Art) heeft een eigen tattooshop in Den Haag en ontwerpt tattoos. Chris Carli (Nederlands-Indië hyves, Darah Ketiga) heeft zelf meerdere tattoos, onder meer een aantal dat te maken heeft met zijn Indo achtergrond. Erik Koks (N-I hyves, DK) draagt zelf maar liefst 14 tatoeages en ontwerpt ze bovendien, voor zichzelf en voor anderen.

“Tattootalk” is voor mensen die meer willen weten over Indische tatoeages, meer willen horen over Indische symboliek en willen zien naar hoe de derde generatie uiting geeft aan haar roots. Kijk voor een verslag van de show op http://indisch3.wordpress.com. Reageren kan ook, het e-mailadres is indisch3.0@gmail.com.

 

Tattootalk – Ed Caffin en Kirsten Vos
23 mei 2008, 18.00 – 18.45 uur, Bibit-theater
50e Pasar Malam Besar, Malieveld, Den Haag (21 mei t/m 1 juni 2008)

Op zoek naar symbolen voor indo’s

Amsterdam, 5 mei 2008
door Ed Caffin

Op de dag dat ik dit stukje over Indische symboliek besluit te schrijven zie ik in een park bizar genoeg een man met een blauw shirt met daarop de Indo-melati. Het symbool werd ontworpen door Paatje Phefferkorn, pencak silat meester en bekende Indo. Ik vraag de man waarom hij hem draagt. “Van Pheffie zelf gekregen toen ik nog les van hem had”, zegt Paul, die al 30 jaar pencak beoefent. “Er zitten veel pencak symbolen in, zoals de golok, een soort kapmes, die we in de sport ook gebruiken”, zegt hij. “Ik ben zelf geen Indo, maar ik draag het met trots”.

De Indo-melati, door Phefferkorn bedoeld als een Indo vlag, bestaat eigenlijk uit verschillende losse symbolen. Enthousiast legt Paul me er een paar uit. Als ik thuis ben pak ik mijn aantekeningen erbij van de keer dat ik Paatje er zelf over hoorde praten tijdens een bijeenkomst met jonge indo’s. Ik lees terug dat de melati-bloem een centrale plaats heeft en vrouwelijke charme symboliseert. Ernaast heb ik de quote “vrouwelijk schoon” onderstreept. De golok en twee drietanden verwijzen naar de rol van de Indo als ‘voorvechter in woord en daad’. En natuurlijk is de achtergrondkleur blauw niet toevallig gekozen. Voor Paatje symboliseert de kleur vooral ‘trouw’, schreef ik erover.

Ik denk na over waarom mensen symbolen gebruiken en waarvoor. Al eeuwenlang laten mensen met behulp van allerlei tekens zien wie bij welke groep hoort. Symbolen lijken vooral een manier om je groepsidentiteit te versterken en je te onderscheiden van andere groepen. Bijna alle religies gebruiken symbolen bijvoorbeeld om de religieuze identiteit uit te dragen. Neem de christelijke Ichtus, de vis die je wel eens ziet op de achterkant van een auto. Ook bij veel (sub)culturen en -identiteiten horen symbolen waarmee je kunt laten zien waar je van houdt of waar je voor staat. Daarnaast hebben symbolen uiteraard een esthetische waarde. Ze worden gebruikt omdat ze mooi gevonden worden en bijvoorbeeld goed staan als badge op een spijkerjack.

Terug naar de Indische symboliek. Het is duidelijk dat de derde en vierde generatie indo ‘trotser’ is op het indo-zijn dan de generatie ervoor. En velen willen dat graag laten zien. Met deze ‘nieuwe indische trots’ ontstaat zo een nieuwe symboliek. Er is bijvoorbeeld een Indo-stijl, die zich uit in kleding en dans. Zwarte haren stijf van de gel. Via internet zijn verschillende groepen jongeren te vinden die hun Indo-zijn laten zien met tatoeages, zoals de Indo-melati of hun “typisch Indische” achternaam.

Ik vind ook andere symbolen, zoals de Garuda en de roodwitte vlag van Indonesië, die worden gebruikt als tekenen van kracht of liefde voor het land en de afkomst. Maar gelijk stuit ik hier op een probleem van ‘symbolische aard’: velen vinden namelijk dat dit soort symbolen eigenlijk niet gebruikt mogen worden door Indo’s. Omdat het symbolen zijn die met Indonesië te maken hebben en niet met de Indische cultuur. Maar verwijzen deze symbolen voor degenen die ze gebruiken niet gewoon naar de eigen oorsprong, die zich immers ook in het huidige Indonesië bevindt! Zouden veel Indonesische symbolen eigenlijk ook niet gewoon gebruikt moeten kunnen worden door Indo’s?

Het is een moeilijke vraag. Hoe dan ook, de behoefte aan een eigen symbool zorgde al voor de Indo-melati van Phefferkorn. Hij ontwierp hem in 1993 en inmiddels vind je hem overal en bij veel verschillende generaties Indo’s. Zeker ook bij de jongeren. Overigens zitten in de “Indo-melati”, symbolen die je ook Indonesisch zou kunnen noemen.

Ik wil weten wat voor symbolen jonge Indo’s nog meer gebruiken om zich mee te profileren. En waarom worden ze gebruikt? Omdat het mooi is of om wat het betekent? Is er inderdaad sprake van een nieuwe Indische symboliek bij de derde generatie Indo? Naar deze en meer vragen ga ik de komende tijd op zoek. Te beginnen tijdens de eerste vrijdag van de Pasar Malam Besar in de talkshow “Tattoo talk”. En ondertussen ga ik toch nog eens nadenken over wat dan eigenlijk precies goede Indo-symbolen zouden zijn. Een spekkoek? Of de botol cebok? Maar ja, die gebruikt men in Indonesië ook nog steeds…

Wat vind jij als lezer eigenlijk?