Jonge Indo in de Media: Serena Verbon

Ze is de eigenaresse van de mateloos populaire beauty-, fashion- en lifestyleblog Beautylab.nl. Werd door het Algemeen Dagblad omschreven als een ‘Beauty with Brains’. Is pas 27. Verscheen al in diverse radio- en tv-programma’s, kranten en tijdschriften. En nu dus ook op Indisch3.nl. Natuurlijk hebben we het over beautyblogger Serena Verbon.

 

Wat leuk is, daar schrijf je over!

Serena: “Ik ben begonnen met Beautylab omdat ik het echt heel leuk vind om met het uiterlijk bezig te zijn! Lekker optutten en er verzorgd uitzien! En wat leuk is, daar schrijf je over. Maar ook ik ga gerust zonder make-up over straat hoor! Ik denk dat wat Beautylab zo populair maakt, is dat mensen het leuk vinden dat ik zo open ben over alles. Het is persoonlijk. Als je elke dag stukjes leest over iemand, dan voelt het al snel als ‘dit is mijn vriendin’. Mensen komen terug om te kijken wat ik schrijf. Naast het informeren over fashion- en beautytrends, ga ik ook wat dieper in op bepaalde beautyzaken. Wat zit er bijvoorbeeld in een lippenstift? Het is niet alleen een kleurtje! Beautylab is vooral interessant voor mensen die graag iets meer willen weten, en nieuwsgierig zijn naar van alles en nog wat. De interactie met de lezers vind ik ook één van de leukste dingen van de website, ik lees alle comments! Het inspireert mij om interessante artikelen te blijven schrijven.”

 

© Anne Bonthuis / Beautylab.nl
Tip van Serena: Zoek je een foundation? Houdt er rekening mee dat de Indische huid een gele ondertoon heeft.

Het hoeft natuurlijk niet persé Indisch te zijn…

“…maar mama* ging vroeger nooit de deur uit zonder roodgestifte lippen, en haar haar zat altijd goed! Daardoor was ik al vroeg met het uiterlijk bezig. Noem het een stukje opvoeding, die interesse in beauty. Indische vrouwtjes zien er ook altijd verzorgd uit, een beetje ijdelheid misschien. Voor mij komt het Indische in de kleine dingen tot uiting. Kijk, natuurlijk is er het Indische uiterlijk. Als mensen ernaar vragen antwoord ik meteen dat ik Indisch ben, en zelf laat ik het ook vaak merken. En we houden natuurlijk van lekker eten. Ik zou willen dat mama wat vaker Indisch kookte. Het is altijd zo lekker. Lekkere receptjes deel ik dan ook graag via de website. Helaas kan ik niet zo goed Indisch koken als mijn oma, maar met behulp van boemboes kom ik een heel eind hoor. En ik ben een beetje lui, maar niet heel erg. Ik maak er altijd een grapje van en zeg dan: Ja sorry, ik ben Indo, dus ik kom altijd te laat!”

 

Elke zondag gado-gado

“Met mijn ouders en mijn twee jongere zusjes heb ik een hechte band. Wij hebben veel dingen voor elkaar over, dat is normaal. Het hoort erbij. Zonder hun hulp was Beautylab ook niet geworden tot wat het nu is. Zij zijn mijn grootste fans. En de Indische familie is ook heel hecht. Mijn opa en oma zijn een paar jaar geleden overleden. Eerst mijn oma, en mijn opa was zo ontzettend verdrietig daarna. Het klinkt misschien cliché, maar ik herinner mij van mijn oma dat ze altijd in de keuken stond. De hele familie ging zondags ook altijd op bezoek bij opa en oma. Mijn opa kon zelf niet koken, dus na het overlijden van oma kwam er elke avond iemand langs om voor hem te koken. Wij aten toen elke zondag gado gado bij opa.”

“Naast mijn familie zijn ook bijna al mijn vriendinnen Indisch. Je voelt je toch meteen thuis bij elkaar. Het is gezellig, hartelijk en je krijgt altijd eten! Je hebt een band door dezelfde soort beginsituatie: één van je ouders is Indisch.”

 

© Anne Bonthuis / Beautylab.nl
Volgens Serena staan alle kleuren goed bij een Indische huid!

Lekker bloggen en genieten van het vrije bestaan

“Ik wil heel graag verschillende Aziatische landen zien. Ook Indonesië, en dan het liefst met iemand die er al is geweest. Dan wil ik toch eens het huis van mijn opa en oma opzoeken. Maar voorlopig richt ik mij op lekker bloggen en genieten van het vrije bestaan. Ik heb ook een webshop met zelfgemaakte sieraden. Deze sieradenlijn hoop ik ooit uit te breiden, en er een merk van te maken. Maar alles op z’n tijd. Hoewel ik moet zeggen dat er veel deuren opengaan, je staat toch in de krant en magazines, en verschijnt op tv. Mensen zien dat, waardoor balletjes gaan rollen. En als je dan leuke dingen worden aangeboden, dan moet je die kansen pakken.”

 

* Serena is Indisch via haar moeder. “Mijn oma was in verwachting van mijn moeder toen het gezin in 1957, of was het nu 1958, vanuit Jakarta naar Holland vertrok.”

 

Benieuwd naar de beauty-, fashion- en lifestyleblog van Serena? Check: www.beautylab.nl

En neem ook eens een kijkje in haar webshop: www.serenitydesigns.nl

 

Fotografie: Anne Bonthuis via www.beautylab.nl

 

P.S. Is er een Jonge Indo in de Media waarvan jij graag een interview zou willen lezen op Indisch3.nl? Laat het ons weten via liselore@indisch3.nl 


Jonge Indo aan de Studie: Tamara Julienne

Welke invloed hebben je Indische roots op je studie en studiekeuze? Aflevering 2 van een nieuwe serie op Indisch3.0.

Tamara Julienne/ Jonge Indo aan de Studie afl 2
Tamara Julienne/ Jonge Indo aan de Studie afl 2

Tamara Juliënne (25 jaar) heeft een Indische vader uit Jakarta en een Indonesische/Chinese moeder uit Bandung.  In 2009 is ze afgestudeerd in HBO-Bachelor Bussiness Administration voor Trade Management gericht op Azië (TMA), aan de Rotterdam Business School (Hogeschool Rotterdam). Onder het genot van een kopje groene thee en een flinke hamburger vertelt zij me over haar studiekeuze.

Tamara is opgegroeid met de Indische en Indonesische cultuur thuis. Van kleinsafaan ging ze om de twee jaar op vakantie naar Indonesië. Door die reizen is Tamara gefascineerd geraakt door Indonesië. Hoe zou het zijn om in Indonesië te gaan studeren, wonen of werken, vroeg ze zich regelmatig af. Na de HAVO ging Tamara zich oriënteren op een vervolgstudie. Een vriendin deed Trade Management gericht op Azië (TMA),  waardoor ze zich ging verdiepen in de studie. Deze studie bood Tamara de mogelijkheid om te ontdekken of ze echt in Indonesië wilde werken en wonen. Het “Indisch zijn” speelde geen duidelijke rol in haar studiekeuze; dat de opleiding een link met Indonesië had, dát boeide haar.

In het eerste semester kreeg Tamara een talenintroductie en kon ze kiezen uit Japans, Indonesisch, Mandarijns en Vietnamees. Tamara realiseerde zich dat ze de Bahasa Indonesia al redelijk sprak en dat die taal geen uitdaging voor haar was.  Het Mandarijns maakte haar nieuwsgierig en ze koos uiteindelijk voor de Chinese richting. Ze besloot zich te concentreren op de Chinese taal, wat inhield dat ze voor studie en stage een jaar naar China is gegaan.

Over het algemeen had het “Indisch zijn” geen invloed in haar omgang met docenten en medestudenten. Oudere mensen sprak ze altijd met u aan, maar Tamara betwijfelt of ze dat typisch Indisch vindt.  Doordat er op de studie veel Aziatische studenten waren, voelde ze zich niet helemaal anders in de omgang met andere studenten; de saamhorigheid tussen de studenten kwam sterk naar voren.

Tamara Julienne/ Jonge Indo aan de Studie afl 2 (c) Charlene Vodegel Indisch 3.0 2012
Tamara Julienne/ Jonge Indo aan de Studie afl 2 (c) Charlene Vodegel Indisch 3.0 2012

Eten is belangrijk in de Indische cultuur. Tamara houdt van buiten de deur eten en ging vaak met haar Aziatische medestudenten een paar keer per week ergens eten in de stad. Het viel haar op dat vrienden bij andere opleidingen niet vaak met elkaar gingen eten. Uitgaan doet elke student, maar Tamara voelde zich meer aangetrokken tot Asian parties in plaats van met een biertje in de kroeg zitten op een zaterdagavond. Dat vindt ze toch meer een typisch Nederlands begrip in het studentenleven.

diplomauitreiking  (c) Tamara Julienne 2009
diplomauitreiking (c) Tamara Julienne 2009

Tamara sloot zich niet speciaal aan bij andere Indische studenten of vrienden. Een ‘klik’ voelen, vond ze en vindt ze belangrijker dan of iemand  Indisch is. Omdat ze voor de Chinese taal heeft gekozen tijdens haar opleiding, was Tamara zich meer gaan aansluiten bij Chinese studenten. Haar vriendenkring bestaat nu voornamelijk uit mensen met een Chinese achtergrond.

De volgende student die zijn verhaal vertelt, is Gino van Lingen.

Kartinidag 2012: opkomen voor vrouwenrechten

Kartinidag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012

Kartinidag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012Zeker voor herhaling vatbaar.

Sinds 1964 viert Indonesië op 21 april de Kartinidag. Raden Ajeng Kartini wordt  gezien als nationale heldin en als een van de eerste voorvechtsters van gelijke rechten voor de Indonesische vrouw. Ita Amahorseija bedacht samen met de familie Pattipilohy dat het mooi zou zijn ook deze eerste Kartinidag in Amsterdam te gaan organiseren.

Zaterdag 21 april 2012 is het dan zover en staat de Van Eesterenzaal in Amsterdam Slotervaart in het teken van Kartini en de vrouwenrechten in Indonesië en Nederland. Op het programma staan onder andere interviews en toespraken van Cisca Pattipilohy, Christine Nanlohy  en lid van de derde generatie Iranila Pattipilohy.

Iranila met haar loempia's op Kartini-dag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012
Iranila Pattipilohy met haar loempia's op Kartini-dag 2012. (c) Sarah Klerks/ Indisch3.0 2012

Terwijl het publiek binnenstroomt, zingt zangeres Mary Afdan met de aanwezigen alvast het Kartini-lied. De familie Pattipilohy is duidelijk aanwezig, bij de ingang verkoopt de jongste telg Iranila Pattipilohy (15) de kaartjes en binnen zit het boegbeeld van de emancipatie voor vrouwen met wortels in Nederlands –Indië, Cisca Pattipilohy (86). Zij heeft zich haar leven lang ingezet voor vrouwenrechten en is tot op de dag van vandaag nog steeds erg actief. De catering Amoriza is de rijsttafel aan het voorbereiden, terwijl Iranila het publiek trakteert op haar zelfgemaakte vegetarische loempia’s uit haar eigen loempialijn.

De dag is een gezellige, informele, wat chaotische dag, maar het enthousiasme en de vastberadenheid van de aanwezige vrouwen overtuigt en inspireert.

Gastvrouw Ita Amahorseija is blij met de opkomst van de ongeveer honderd gasten en ook de diversiteit van het publiek doet haar goed. De dag begint met een interview met Cisca Pattipilohy die vertelt wie Kartini was en wat haar invloed is geweest. In Nederlands-Indië werd er over de Javanen gesproken alsof zij ‘dom en lui’ waren. Dit idee vocht Kartini aan. Zij vond dat Javanen en zeker de vrouwen dan op zijn minst recht op onderwijs moesten hebben.

Ook kleindochter Iranila Pattipilohy wordt geïnterviewd en zij vertelt over haar passie voor het wedstrijdzwemmen en ondernemen. Voor haar onderneming ‘Meer Voor je Kleedgeld’ won ze de Egeria Jonge Ondernemersprijs.Voor Iranila zijn haar oma en haar zus Kai belangrijke vrouwelijke inspiratiebronnen. Haar zus is ook een succesvol ondernemer en staat altijd klaar om Iranila te helpen. Van de Molukse Vrouwen Raad is Christine Nanlohy aanwezig om te vertellen over de geschiedenis van de Molukse migranten en de huidige situatie van de Molukse vrouwen.  De stichting wil taboes zoals huiselijk geweld bespreekbaar maken en de participatie aan het hoger onderwijs onder Molukse vrouwen stimuleren.

De poco poco op de Kartinidag in Amsterdam. (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012
De poco poco op de Kartinidag in Amsterdam. (c) Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012

De dag is een gezellige, informele, wat chaotische dag, maar het enthousiasme en de vastberadenheid van de aanwezige vrouwen overtuigt en inspireert. Bezoekster van de Kartinidag Tjheng Hwa Tjoa stond in de jaren ’70 al op de barricades voor vrouwenrechten. Emancipatie van de vrouw zal altijd verweven zijn met haar leven, net zoals haar Aziatische identiteit. “Hoewel ik nu niet meer op de barricades zal staan, steun ik wel de initiatieven van de nieuwe generatie. Als de jonge generatie me nodig heeft zal ik er zijn”.

Jammer dat in het onderwijs in Nederland weinig aandacht is voor de geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië.

Bezoekster Lesley-Ann (24) zegt dat voor haar vrouw-zijn een belangrijke rol speelt voor haar identiteit, hoewel haar Indische wortels natuurlijk ook een grote rol spelen. Voor deze dag had ze nog niet van Kartini gehoord, dus dat heeft ze wel even moeten googelen. Ze vindt het jammer dat in het onderwijs in Nederland weinig aandacht is voor de geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië.

Mede-organisator Cisca Pattipilohy benadrukt ook dat de derde generatie haar koloniale geschiedenis goed moet kennen: “Zorg dat jullie de koloniale geschiedenis kennen, dan zullen jullie ook de huidige problematiek beter gaan begrijpen”. Met de wijze les van Tante Cis op zak ga ik maar eens de brieven downloaden van Kartini ‘Door Duisternis tot Licht’. De poco-poco laat ik voor wat het is en terwijl ik het pand verlaat besluit ik dat de Kartinidag zeker voor herhaling vatbaar is.

HWWGV: de nominaties

HWWGV header (c) Remona Poortman/ Indisch 3.0 2012

Jij bepaalt de winnaar

De inzendingen voor de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht (HWWGV) zijn binnen! Met veel plezier presenteren we aan jullie de vijf genomineerde verhalen, voorzien van commentaar van Diederik van Vleuten. Lees ze door en geef aan welke verhalen jouw favoriet zijn. Je mag er maximaal drie kiezen. Op 10 mei a.s. sluiten we de verkiezing.

1. Meike Grol – Hoeders van het erf

“Meike Grol is een talent. Ze vertelt het verhaal van haar opa die op zijn erf een slang doodde tegen de waarschuwingen van de baboe in. Dezelfde baboe adviseert hem de krissen in huis op een andere manier neer te leggen. Wat er zich buiten dat erf afspeelt lijkt van ondergeschikt belang, maar dat is schijn. Er zijn herinneringen over Den Haag in de oorlog, we voelen de spanning buiten het erf. De angst voor politieke verschuivingen. Opa die met een geladen revolver probeert de slaap te vatten maar de hele nacht luistert naar de geluiden van buiten. De oorlog – bersiap – wordt voelbaar gemaakt terwijl het alleen zijdelings wordt aangestipt. Dat is knap gedaan.” — Diederik van Vleuten
>> Lees het verhaal: HWWGV-Indisch3-1.Meike Grol – Hoeders van het erf

2. Jennifer Valentijn – Jepang babi

“Jennifer heeft aanleg tot vertellen. De combinatie van verhaallijnen is goed gevonden. De mysterieuze Lida Berbahaya, aankondiging van de dingen die komen gaan, de scene op de markt met het kopen van een zakje pinda’s en dan de Japanse soldaten die de bus betreden. Een grote geschiedenis – lees: de oorlog- verkleinen tot kleine menselijke proporties. Dat beklijft.” – Diederik van Vleuten
>>Lees het verhaal: HWWGV-Indisch3-2.Jennifer Valentijn

3. Romy Luyt – Het leven in een Jappenkamp

“Het verhaal van Romy zou uitstekend dienen als een tekst bij een herdenking. Ik heb de kans gehad om jong te zijn, zegt de schrijver. Een mooie observatie. Om er een verhaal van te maken zou ik behoefte hebben om opa nog meer in de directe  rede te horen. Het materiaal is er. De emotionele verbondenheid ermee ook.  Daar ligt de uitdaging. ” — Diederik van Vleuten
>>Lees het verhaal: HWWGV-Indisch3-3.Romy Luyt

4. Shemara van den Heuvel – Knock Knock

“Shemara schrijft over goena goena. Enge geluiden die ze hoort, en klopgeesten tijdens een verblijf met de familie in een hotel in Indonesië. Ze weet de spanning goed op te bouwen. Haar opa stelt haar tenslotte gerust. Hij is er niet meer, maar de herinnering aan hem stelt nog altijd gerust. Een liefdevolle hommage, die mij nieuwsgierig maakte naar meer Opa in het verhaal. Shemara houdt van schrijven, heeft oog voor detail. Nu nog het grote verhaal eruit vissen, het beeld van opa grote maken. De klopgeest is een prachtige aanleiding.” — Diederik van Vleuten
>>Lees het verhaal: HWWGV-Indisch3-4.Shemara van den Heuvel

5. Christie Haalboom – Zon

“Christie kan schrijven. Mooi van taal, sterk van beeld. Wel had ik wat moeite met de verhaallijn. Christie schakelt snel. Ze schrijft in een kort bestek vanuit verschillende perspectieven. Dat kan, maar ik moest het stuk een paar maal lezen voor ik de zaken op een rij had. Dat is jammer, want het materiaal is rijk en aangrijpend. Eenvoud in het vertellen is de sleutel. Het talent is er absoluut. ” — Diederik van Vleuten
>>Lees het verhaal: HWWGV-Indisch3-5.Christie Haalboom – Zon

Stemmen 

Ik heb de vijf verhalen gelezen en vind dat…

Sorry, there are no polls available at the moment.

 

 

About generation Indisch 3.0 – part 2

Every once in a while, we get that question that we forget still exists: what is the third generation Indische Nederlanders — am I an Indisch 3.0 or not? We’ll get into these questions. However, since there  is much more to the third generation than a definition, we will share some of our observations with you, in the week preceding our anniversary-kumpulan on May 11, 2012.

We have written about this definition-issue before. Two years ago, to be exact. However, these questions keep coming back, and from both sides of the Atlantic. Therefore we have decided to blog about it again – but this time in English. Before we get into this complex matter, we have to warn you: this post is longer than we usually publish.

Generation Indisch 3.0

Tv-personality Bibi Breijman, generation Indo 3.0 and "Hagenees". (c) Armando Ello/ Indisch3.0 2011

The generations we refer to are not the same as family generations, but are defined by the moment of migration. Simply put, generation Indisch 3.0 are the grandchildren of the inhabitants who left Nederlands-Indië as adults. The “1.0’s” are the people who came to Holland (or Canada e.g.) as grownups.

However, and this might be confusing, if their parents were still alive, they were 1.0 as well. So both grandparents and greatgrandparents of a 3.0, are part of the first generation. Many of this generation worked hard to be accepted as normal Dutch citizens (or:assimilated).

Generation Indisch 3.0 are the grandchildren of the inhabitants who left Nederlands-Indië as adults

The children that were born to the 1.0’s are the 2.0’s. Some of them were still born in Indonesia (or even Nederlands-Indië). Any child that was younger than 16 when it “repatriated” to the Netherlands, may be considered as 2.0. In the Netherlands, you might notice minor competitions between people of this generation when it comes to their place of birth: “I was born in Indonesia, how about you? (continuing with noticeable triumph) Ah, you were born in Amsterdam. ” This generation either let go of their Indo-roots when they noticed how much stress and pain the topic of Nederlands-Indië caused, or embraced it, starting in the 80’s.

Currently, most of the 3.0’s range in age from roughly 15 to 45 years old. There is competition here as well: “Are you a 3.0 of one or two Indisch parents? (continuing with equally noticeable triumph) Well, both my parents were born there.” By the way, that is ‘worth’ more than two parents who are both 2.0, but were born in the Netherlands.

 “Are you a 3.0 of one or two Indische parents? Well, both my parents were born there.”

Indische Nederlander

An Indische Nederlander is someone who has roots in the former Dutch colony Nederlands-Indië and considers himself an Indische Nederlander. That addition sounds self-evident. However, a lot of Moluccans, who could be considered Indisch, don’t consider themselves as such, so who are we to say they are? People that do consider themselves Indisch are Indo’s, peranakans (of Chinese descent), belanda hitams (mixed with African roots) or even a 100% Dutch person (“totok”).  Papua’s are the indigenous people of New Guinea and consider themselves Indisch, when they have an Indische parent. Also, we need to say, for the record, that Indisch, in this context, has absolutely nothing to do with India. Nothing.

For the record, Indisch, in this context, has absolutely nothing to do with India.

former minister of Foreign Affairs Ben Bot, is a totok. Foto: http://www.volzin.nu/images/stories/bot.jpg

By now, some of you are staring at your screen, slamming your fist on your desk, shouting: “That is not true! My mother/grandmother/opa/etc  was both Indo and Indisch, but didn’t consider himself neither Indo nor Indisch.” Yes, you are right, we know that. That denial is part of our cultural baggage too. However, when they tell you where they were born, most of them will say Nederlands-Indie/ the Dutch East Indies, whereas most Moluccans will say they were born in the Mollucan island group. It seems like a small difference, but the consequences are huge.

The big difference between totoks and other Indische groups, is their ethnic background in relation to their current homeland. Totok-children and grandchildren usually consider themselves Dutch (or any other nationality that applies to your country of residence).  That does not always apply to descendants of Indo’s, peranakans and belanda hitams in the same way. Most of them notice that they are not like the Dutch or any other white community.

In today’s world, in urban day-to-day life, knowing what ethnic group you belong to, becomes more and more significant. With all these etnic minorities in the Western World, more often than not, children with Indo, belanda hitam or peranakan roots use their heritage to shape and define their identity.

Most of them notice that they are not like the Dutch or any other white community.

Indo

Let’s end with a second basic term: what is an Indo? First off, an Indische Nederlander is not the equivalent of an Indo: not all Indische Nederlanders are Indo and not all Indo’s are Indische Nederlanders.  An Indo, in the context that we use it, is short for an Indo-European; someone with both European and Indonesian roots.

An Indo, in the context that we use it, is short for an Indo-European.

There are some technical challenges and urban legends (or misunderstandings, if you will) to the term Indo. Firstly, we have noticed that Indonesians sometimes call themselves Indo as well, as an abbreviation for Indonesian. That’s up to them, but it’s not the Indo generally referred to in relation to the former Dutch colony.

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Griselda Molemans, part belanda hitam. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Also, more and more we read online that Indo comes from an acronym: In Nederland Door Omstandigheden (or: Opa)*. Sorry to tell you, but that is not true. That is an urban legend or a broodje aap-verhaal. There is no other way to put it. We have no clue who came up with that (in-) famous acronym for INDO, but we can assure you that the term Indo existed way before the Indo’s came to Holland. To be called Indo was an insult for many decades, starting somewhere in the early days of the Dutch East Indies, as many of you know.

A ‘technical challenge’: an Indo could have been born in Indonesia in the 1950’s, but may also be born tomorrow in Holland, or the US for that matter: when a person of European descent and a person of Indonesian descent have a child, an Indo is born.

The term Indo existed way before the Indo’s came to Holland.

Some say that Indo-European, in its bare essence, refers to a person born anywhere south of the river Indus and has both Asian and European roots. We don’t know how helpful that statement is, considering that in that case, a child born in the Phillipines could also be called Indo. That would become quite confusing. And this stuff is confusing enough already, right?

A short summary, to make sure you are not totally confused by now: an Indo is someone of both European and Indonesian descent, born anywhere in the world, 50 years ago or tomorrow. An Indische Nederlander is someone with family roots in the former Dutch East Indies. And a generation Indisch 3.0 is the grandchild of the Indische migrants who left Indonesia as adults. And then there are a lot of misunderstandings and confusing elements.

Observing the third generation

Generation 1.0. Imagesource: http://repatrianten.watishet.info/
Generation 1.0. Imagesource: http://repatrianten.watishet.info/

We certainly hope we have been able to explain the basic terms clearly enough. And we hope you have noticed our somewhat sarcastic undertone: definitions are not what makes us who we are. We are who we want to be. Not all 3.0’s want to be third generation Indisch; they no longer feel connected to their heritage and thus to us. We, as Indisch 3.0, hope to at least stop and perhaps even change this, by making visible how many famous and not-so-famous-yet Indo’s there are around the world and by encouraging 3.0’s to at least accept and hopefully handdown their roots to their children.

That the third generation Indische Nederlanders is more than just a definition, we will show in our anniversary week starting May 8th. We will publish our observations, based on being out there for four years. Are there any specific questions? We don’t have all the answers, but four years of active blogging will take us a long way.

*In Nederland Door Omstandigheden (Opa) means: In the Netherlands because of circumstances (or: because of grandpa), referring to the involuntary nature of the migration to Holland.

 

Weg uit Indië: avontuurlijk jongensboek

Weg uit Indie Hans Vervoort

Weg uit Indie Hans VervoortDe kwetsbaarheid van een kind in oorlogstijd

Weg uit Indië van Hans Vervoort is een jeugdboek over Indië. Ook al heb ik er enkele kanttekeningen bij, het is een aanrader. Voor kinderen, jongeren én voor volwassenen. In 212 pagina’s vertelt Vervoort vlot en boeiend over het tempo doeloe-leven in Indië, de kamptijd, de bersiap, de overtocht van Indonesië naar Nederland en over leren leven in Nederland.

Hans en Sonja zijn twee in Indië geboren kinderen, die elkaar ontmoeten als ze met hun moeders op transport gesteld worden naar een van de vrouweninterneringskampen op Java. De vader van Hans was eerder al opgeroepen als militair, de vader van Sonja is spoorloos. De twee kinderen doorstaan de Japanse bezetting samen vanachter het gedek. Door een ongelukkige speling van het lot komt Hans er alleen voor te staan en neemt de moeder van Sonja, tante Aal, hem op als broertje van Sonja. Tante Aal, Sonja en Hans verlaten het kamp tijdens de bersiap en gaan vanuit Surabaya aan boord van een van de repatriëringsschepen naar Nederland. In Nederland aangekomen krijgt het samengestelde gezin, naast een hoop koude rillingen, een onverwacht fraaie verrassing.

Vooropgesteld: ik ben geen jongen of een lezer van 10 jaar.  Dat gezegd hebbende, durf ik het toch aan om te zeggen dat Weg uit Indië een fijn boek is. Wat Weg uit Indië zo aantrekkelijk maakt, is om te beginnen de toegankelijke schrijfstijl en het vlotte tempo.  Daarnaast legt Vervoort alles aan zijn lezers uit: van sapoelidi tot mandibak. Daarmee neemt de auteur lezers mee in de cultuur van Nederlands-Indië, zonder paternalistisch te worden. Tot slot, wat dit boek zo boeiend maakt voor volwassen lezers, is dat we het verhaal over bezetting/bersiap/repatriëring door de ogen van een kind lezen. Zodoende maakt Vervoort de kwetsbaarheid van kinderen in oorlogstijd zichtbaar, een thema dat nog steeds actueel is, helaas. Ik voelde me geraakt door die kwetsbaarheid en door het verdriet om het uiteenvallen van gezinnen.

Waar ik me tijdens het lezen het meest over heb verbaasd, is dat 2/3e van het boek over het leven in kamp gaat. De beschrijving op de achterflap wekt een andere verwachting: “Iedereen vlucht en ook Hans en Sonja moeten weg uit Indië.  Een gevaarlijke tocht begint. Zal het ze lukken?” Maar goed. Dat is misschien wel bijzaak. Verder vind ik sommige passages te kinderlijk geschreven en andere weer te confronterend voor kinderen van 10 jaar. Las ik over martelingen toen ik 10 jaar oud was? Ik weet het niet meer. Zei ik nog ‘broembroem’? Ach, ook toen al was ik geen jongen van 10.

Weg Uit Indië. Hans Vervoort. Uitgeverij Conserve. Schoorl, 2012. 17,95 euro. Bestellen via de website van Hans Vervoort levert je een aardig voordeeltje op.

Gili Trawangan

Roos is in 2010 in Indonesië geweest. De herinneringen aan die reis inspireren haar tot op de dag van vandaag. Ze blogt erover op Indisch3.0.

Na twee weken door Bali te hebben getrokken staan we om 9 uur in de ochtend te wachten op de boot die ons naar Gili Trawangan zal brengen, om vanuit daar verder te reizen naar Gili Meno. Het wachten duurt langer dan gepland, maar daar zijn we inmiddels al gewend aan geraakt. Je tas moet ingeleverd worden. Deze wordt op een houten kar gelegd en naar de – hopelijk juiste – boot gebracht.

Mijn backpak blijkt voor de inmiddels vertrouwde Indonesische lach te zorgen. Mijn backpack is oranje en ik ben zo gewend aan mijn eigen kussen dat deze de eer heeft gehad mee te mogen naar Indonesië. Echter, ik heb het na twee weken opgegeven om hem netjes kleiner te maken en er een plastic tas omheen te winkelen alvorens hem vast te maken aan mijn backpack. Duidelijk zichtbaar is nu mijn kussen met een wit roze gestipt kussensloop eromheen. Ook hangt er nog een ‘veilig reizen beer’, een mini-jembé en een gelukspoppetje aan. Een rijkelijk versierde, kleurrijke tas dus.

Na een half uur wachten kunnen we de boot op, the Gili Cat genaamd. De Gili Cat staat bekend om zijn snelle service. Het is een kleine witte overdekte boot die laag op het water ligt. In speed tempo reizen we af naar Gili Trawangan; een tocht die ik niet snel zal vergeten. Ik heb het gevoel dat ik in twee uur tijd om de tien seconden een steen raak en gelanceerd word. We zitten helemaal voorin, eerste rang. Genoeg beenruimte, maar we vangen dan ook de klappen op. Ook zit ik aan de kant van het raam. Mijn hoofd en het raam komen voor mijn gevoel iets te vaak te nader tot elkaar.

Links van mij zit een Franse jongeman naast zijn sinds korte tijd vrouw. De ringen om hun vingers verraden dit. Zijn door de zon gebruinde huid lijkt bij elke klap iets witter weg te trekken. De hand met de ring eromheen houdt hij voor de zekerheid voor zijn mond. Achter Sjors zit een stevige Duitse man die de eieren, van ik denk zijn ontbijt, in een bakje heeft meegenomen. Deze begint hij in alle rust te pellen en te nuttigen. Ik hoop voor Sjors dat hij het binnenhoudt.

Na 2 uur komen we aan op Gili Trawangan. In de eerste instantie lijkt het een backpackersparadijs. De boot naar Gili Meno komt pas aan het eind van de middag dus we hebben nog ruim de tijd om hier te genieten. We settelen ons op het strand. Vissersbootjes, kraak heldere zee, aantrekkelijke mannen die met een te overdreven Australisch accent ‘Hi Girls’ produceren, muziek en verse ananas. Aan de overkant ligt Lombok. Wij genieten van de zon. Boven Lombok hangt een grote zwarte deken. Over drie dagen lopen we daar, zeg ik tegen Sjors. Ik wijs naar de overkant. Gili Trawangan bevalt ons eigenlijk wel. Zullen we anders hier een paar dagen blijven, zegt Sjors.

Waarom niet, denk ik. Het is vakantie, geen deadlines, de tijd is van ons.

Kom je naar de kumpulan?


IndoTalent 3.0 Kumpulan 2012. Download de flyer. Illustratie: Remona Poortman.

Wat is het talent van de derde generatie?

(bijgewerkt op 9 mei 2012)

Het is feest: Indisch 3.0 bestaat 4 jaar! Om dat te vieren, treedt op 11 mei a.s. onze vriend Ricky Risolles op in Den Haag. Discussiëren we over het talent van de derde generatie met o.a. Iris Cousijnsen (Nasi Idjo, Aanpassen!). Luisteren we naar het mooiste verhaal van Indische grootouders. En serveert restaurant Blauw ons heerlijke Indische borrelhapjes. Kom je ook? 

Presentatie: Charlie Heystek en Patrick Neumann.
Met o.a. Ricky Risolles, Iris Cousijnsen en Armando Ello (Hoezo Indo).

Wat: Indisch 3.0 kumpulan
Op: 11 mei 2012
Waar: Café Blossom, Anna Pauwlonastraat 70c, Den Haag.
Tijd: 17.30 – 23.30 uur
Info: www.indisch3.nl/kumpulan2012

Kaarten zijn alleen in de voorverkoop te koop via onze Facebook-pagina en kosten €15,- per stuk. Van de opbrengst gaat 25% naar het nieuwe IndoTalentFund. Je entree is inclusief expo, optredens, IndoTalent-map, hapjes en een welkomstdrankje. Wees snel, er zijn maar 50 kaarten beschikbaar.

Programma

17.30Deuren open. Tijd om de fotoexpo van Armando Ello (Verborgen Identiteit) en de tentoonstelling van Nasi Idjo (Aanpassen!-light) te bekijken, op de eerste verdieping. Deze blijft de hele avond toegankelijk.
18.30Welkom!
18.45Deel 1 van het optreden van Ricky Risolles
19.15Indisch buffet, aangeboden door restaurant Blauw.
20.15De Indo Draait Door: wat is hét talent van de 3e generatie? Tafelheer: Patrick Neumann. Gasten: Armando Ello, Iris Cousijnsen en Frans Leidelmeijer. Sidekick (in de zaal): Charlie Heystek.
21.15Prijsuitreiking HWWGV
21.30De winnaar van HWWGV met de meeste stemmen draagt voor.
21.45Korte pauze
22.00Deel 2 van het optreden van Ricky Risolles
22.30De toekomst van Indisch3.0 & afscheid van Charlie en Merah
23.00Muziek en Ngobrol
23.30Afronding

Bereikbaarheid

Locatie: Cafe BlossomAnna Pauwlonastraat 70c, Den Haag.

Cafe Blossom ligt in de buurt van het Vredespaleis en op de hoek van de Anna Pauwlonastraat en de Laan van Meerdervoort. Voor de ramen zullen die avond de foto’s van Armando hangen, dus jullie zullen het makkelijk kunnen vinden met de auto. Het is (helaas) wel betaald parkeren.

Komen jullie met het OV, neem dan bus 24 (Centraal Station) richting Kijkduin, tram 1 (Hollands Spoor) richting Scheveningen Noorderstrand. Beide uitstappen bij halte Vredespaleis.

Hou het Vredespaleis aan je rechterhand en loop richting Laan  van Meerdervoort; dat betekent dat je de tram- en bushalte in de rug hebt. Als je gewoon rechtdoor loopt, zie je bij het voetgangersstoplicht al Cafe Blossom rechts op de hoek zitten.

Gratis parkeren

Kom jij morgen met de auto naar de kumpulan? Parkeren in de buurt van Blossom is best een knappe opgave. Dus we zijn even gaan zoeken naar betere mogelijkheden en hebben een perfecte oplossing gevonden.

Op het parkeerterrein van het ‘Werkplein Sorghvliet’ is het op vrijdagen vanaf 16.00 uur vrij parkeren. Het Werkplein heeft dit parkeerterrein recentelijk open gegooid voor bewoners en bezoekers uit de buurt. Het adres is Laan van Meerdervoort 55, 2517 AG Den Haag. Je komt het parkeerterrein op vanaf de Groot Hertoginnelaan.

Ben je eenmaal op het parkeerterrein, en denk je dat er geen plek meer is? Rij dan helemaal door en je komt in een zee van parkeerplekken terecht. Dat is ook de route naar de uitgang van het parkeerterrein trouwens – en de slagboom gaat vanzelf open.

Vanaf de parkeerplaats steek je de Laan van Meerdervoort over en loop je links de Laan van Meerdervoort op (je loopt dan van het parkeerterrein weg). Cafe Blossom zit op de hoek rechts, bij het stoplicht. Op deze routebeschrijving zie je hoe je loopt van het parkeerterrein naar Blossom: http://g.co/maps/xanxv.

 Veelgestelde vragen

“Is de kumpulan voor jong en oud?”
De kumpulan is voor iedereen die zich aangesproken voelt door het programma.

“Kan ik ook een kaartje contant bij jullie afrekenen?”
Nee, sorry, dat behoort niet tot de mogelijkheden. Ook aan de deur een kaartje kopen niet. De tickets zijn via ons ticketscript-account te verkrijgen. Je hebt ze dan meteen in je mailbox. Als we straks een grote organisatie zijn met genoeg mensen in dienst, zijn de zaken misschien anders, maar nu organiseren we dit nog ‘lean & mean.’

“Maar jullie kumpulan is toch alleen voor members?”
Nee hoor. Iedereen is welkom. We organiseren de kumpulan juist om Indo’s met elkaar in contact te laten komen.

Heb je vragen of suggesties? Mail wendy @ indisch3.nl of comment op deze post.

Indomania 4 – een beeldverslag

Lavinia Meijer en Feico van Deutekom. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Fotografie: Tabitha Lemon.

Te oordelen aan de snelheid waarmee het eten van SIR op was, overtrof de opkomst op de vierde editie van Indomania de verwachting van de organisatoren. We geven je er zo een beeldverslag van. Wij vonden het een mooi feest, al was er te weinig eten *genant* en discussieerden er geen jongeren mee *zonde*.

Het optreden van Lois Lane was (zoals verwacht) een grote hit, net als dat van Guitarmania. We hebben er zelf geen foto’s van *balen*. Daarom vind je hierbij een video-opname die op internet te vinden is.

In een afsluitend tafelgesprek vroegen organisatoren Rob Malasch en Sam Tjioe naar de waardering van Indomania 4. Gehoord: “Een rommeltje! Typisch Indisch,” “Te weinig eten!” en “Hier is duidelijk behoefte aan, ga zo door.” Schrijfster Marian Boyer sloot af met een kort verhaal. Lees het op haar blog.

Wil jij je mening over Indomania 4 laten horen, of heb je tips, verzoeken of suggesties voor de volgende editie? Plaats een comment en wij zorgen ervoor dat het bij de organisatie terecht komt.

Jonge Indo in de Muziek: Maya Mertens

Aanstaande maandag staat ze op het podium in De Melkweg, tijdens het vierde Indomania-festival: Maya Mertens (Amsterdam, 1992). Eerder stond ze op Lowlands, bij de Kunstbende, Stofpop en Onderstroom. In deze aflevering van Jonge Indo in de Muziek presenteren we jullie daarom deze getalenteerde Indische selfmade muzikante.

Maya steekt meteen van wal, als ik vraag wat Indisch voor haar betekent.“Ik heb een Indische moeder. Daardoor voel ik me niet 100% Nederlands, maar ook niet per sé Indisch, eerder nog een Amsterdammer. Ik heb er wel positieve gevoelens bij hoor! Op straat bijvoorbeeld, dan herken je andere Indo’s, of als mensen vragen waar ik vandaan kom, omdat ik een kleurtje heb, dan vertel ik trots dat ik Indisch ben.”

Oma
De jonge muzikante vervolgt: “Ik word er eigenlijk niet veel mee geconfronteerd, met mijn Indische roots. Behalve als ik bij mijn familie in Gelderland ben. Daar woont mijn oma, mijn moeders moeder. Ik duik dan een beetje onder, in het Indische cultuurtje, dat is echt zo gezellig. Mijn familie, de sfeer, weet je, daar ben ik even helemaal Indisch. Bij mijn oma ben ik de enige die over haar schouder mee mag kijken als ze aan het koken is. Ik ben de enige die naar binnen mag, dat is echt een voorrecht hoor. Zij vindt dat, omdat ik als kind al interesse toonde in Indisch koken, ik er aanleg voor heb. Ja, dat is wel een eer!”

iPod
Maya is in 2002 voor het eerst in Indonesië geweest. “ Ja, dat vond ik echt supervet. Ik ben daar een hele tijd geleden geweest. Maar ik vond het ook wel moeilijk. Ik was 10 jaar en voelde me net zo Indisch als ik me Nederlands voelde. Ik weet nog goed hoe ik schrok van de kinderen van mijn leeftijd. Ik herinner me een specifiek moment. We reden in zo’n tourbus, met een georganiseerde reis. Ik zat voorin met mijn iPod. Langs de weg zag ik kinderen staan die even oud waren als ik, jonge kinderen die van alles aan het verkopen waren. Zij moesten werken, terwijl ik rustig in die bus zat, te chillen met mijn iPod. Dat vond ik moeilijk. Ooit ga ik weer terug. Dan wil ik langer blijven en neem ik mijn gitaar mee.”

Maya Mertens. Foto: www.Kunstbende.nl
Maya Mertens. Foto: www.Kunstbende.nl

Videomateriaal
Haar Indische roots hebben weinig invloed op haar werk als muzikante. Wat is dan haar inspiratiebron, vraag ik haar. “Poeh. Zoveel! Weet je, ik heb nooit een muziekinstrument leren te bespelen. Ik heb gewoon extreem goed gelet op andere muzikanten. Amy Winehouse, die ik heb ik echt bestudeerd, Janis Joplin, Prince, ik ben een grote fan van Prince. Ik heb uren naar videomateriaal gekeken. Ik heb ook veel nieuwe artiesten bestudeerd hoor, zoals M.I.A. en Little Dragon. Die artiesten zijn echt persoonlijkheden, dat vind ik machtig, daarmee maken ze muziek groter.”

Minimale gitaarakkoorden
Gewoon gitaar geleerd te spelen door ernaar te kijken? Grinnikend legt Maya uit: “Ja. Toen ik heel jong was, schreef ik teksten. Daar wilde ik het podium mee op, dat leek me gewoon leuk. Ik heb mezelf toen minimale gitaarakkoorden aangeleerd, genoeg om het podium mee op te kunnen. Zo is het gegroeid. Het is nog steeds geweldig, dat andere mensen leuk vinden wat ik doe. Waar ik echt energie van kan krijgen, is als mensen me na afloop inhoudelijk feedback geven. Dat ze echt iets hebben begrepen van wat ik op het podium sta te doen, en er iets uithalen.”

Meer zien van deze eigenzinnige singer/songwriter? Ga dan op 9 april a.s. naar Indomania, waar Maya een speciale show voor samengesteld heeft. Op 14 april is ze te horen in de OT301 op festival Drift. Of bezoek haar online portfolio op www.mayaforsale.com. Daar is ze 24/7 op te horen.