Verhalenwedstrijd 'HWWGV'

Hier Wordt Wat Groots Verricht verhalenwedstrijd (c) Indisch3.0/ Kirsten Vos 2012

Hier Wordt Wat Groots Verricht verhalenwedstrijd (c) Indisch3.0/ Kirsten Vos 2012
Wat is het mooiste verhaal van jouw Indische grootouders?

Stuur hun verhaal over Indië op en win! Indisch 3.0 organiseert, met medewerking van Diederik van Vleuten, een verhalenwedstrijd. Ben jij tussen de 16 en 36 jaar en heb jij een verhaal van je grootouders over Indië? Dan kan jij meedoen.

Wat kan je winnen?

De inzenders van de drie mooiste verhalen krijgen een publicatie van het verhaal op Indisch3.0, een mini-interview in Moesson en een door Diederik van Vleuten gesigneerde dvd van Daar Werd Wat Groots Verricht. Daarnaast ontvangen de inzenders van de vijf genomineerde verhalen twee vrijkaarten voor de vierde kumpulan in mei (tevens prijsuitreiking) van Indisch3.0. Tenslotte: de twee inzenders die niet in aanmerking komen voor de hoofdprijs, ontvangen beiden een dinerbon voor twee bij Restaurant Blauw, aangeboden door Blauw en Asia Gastronomica.

Hoe kan je meedoen?

Stuur voor 13 april 2012* het mooiste verhaal dat je grootouders ooit hebben verteld over Indië op naar redactie@indisch3.nl. Het kan gaan over hoe ze elkaar ontmoet hebben, maar ook over iets heel anders; het dagelijks leven, het kamp, de bersiap. Tempo doeloe of tempo keras – alles mag.

Zorg dat het maximaal 1250 woorden groot is en sluit een foto of afbeelding bij, die voor jou te maken heeft met het verhaal. Vermeld in je mail je geboortedatum, je naam, adres en telefoonnummer.

Op 20 april 2012 maken we de vijf genomineerde verhalen bekend. Diederik van Vleuten zal elk verhaal voorzien van zijn commentaar. Bezoekers van onze website bepalen vervolgens welke drie verhalen winnen.

Wordt jouw verhaal genomineerd? Zorg er dan dus voor dat voor 1 mei a.s. zoveel mogelijk mensen op jouw verhaal stemmen. Op 4 of 11 mei 2012, tijdens de vierde kumpulan van Indisch3.0, maken we de drie winnaars bekend.

*verlengde inzendtermijn ivm de feestdagen

Waarom organiseren we deze wedstrijd?

Met de presentatie van de dvd van ‘Daar werd wat groots verricht’ van Diederik van Vleuten, komt deze succesvolle theatershow tot een einde. Het idee voor deze succesvolle voorstelling, over het verlies van Nederlands-Indië, is ontstaan na het lezen van de memoires van de oud-oom van de theatermaker. Wij, net als Diederik van Vleuten, vinden het belangrijk dat jongeren het verhaal van hun Indische grootouders kennen. Wie weet op welke geweldige ideeën jullie dan komen. Daarom heet de verhalenwedstrijd, met een knipoog, Hier Wordt Wat Groots Verricht.

Diederik van Vleuten vertelt zelf over zijn theaterprogramma:

Moessoncolumnist Calvin Michel: Indisch in Indonesië

Moessoncolumnist Calvin Michel

Enige tijd schreef Calvin Michel de Wilde uit Indonesië columns voor Moesson. Misschien heb je er wel eens een gelezen… Calvin ontdekte kort geleden dat hij Indische roots heeft. In zijn columns in Moesson ging hij op zoek naar wat dat precies voor hem betekent. Wij waren benieuwd naar wat hij nog meer te vertellen heeft. Ed Caffin interviewde hem in Indonesië.

Header image foto: Hanneke Mennens voor Moesson

In je columns voor Moesson was je op zoek naar wat het betekent om Indisch te zijn in Indonesië. Kun je daar inmiddels al iets over concluderen?
‘Moeilijke vraag! Allereerst is in moderne Indonesië de term ‘Indisch’ eigenlijk niet meer zo gangbaar. Ook kent de jongere generatie de geschiedenis niet goed. Dat maakt het lastig voor jongeren met Indische roots om die als zodanig te herkennen. Bovendien is de term “Indo” inmiddels weggeraakt van zijn oorspronkelijke betekenis. Tegenwoordig betekent het dat je een gemengde afkomst hebt en dat een van de ouders een rijke expat is. Omdat je relatief weinig Indo’s tegenkomt, kennen de meeste mensen ze alleen als beroemdheden: de helft van de Indonesische soapies en filmsterren is van gemengd bloed. De term Indo wordt daarom meestal geassocieerd met iets elitairs. Dat vind ik heel jammer.’

Waarom vind je dat jammer?
‘Het is historisch gezien niet juist. De oudere generatie weet het verschil wel, maar de jongere generatie heeft geen idee. Ook leeft bij de jongere generatie de hardnekkige opvatting dat als je er niet Indo genoeg uitziet, je niet Indo genoemd mag worden. Die mythe zou ik graag de wereld uithelpen.’

Op welke manier heb je het over je Indisch-zijn met anderen?
‘Doordat ik ben opgegroeid als lid van de Chinese gemeenschap, een belangrijke minderheidsgroep in Indonesië, was het makkelijker voor me om me te identificeren met de Indogemeenschap toen ik mijn Indische roots ontdekte. Mijn Chinese achtergrond heeft vroeger nooit aandacht gekregen, mijn familie heeft veel van die cultuur losgelaten. Zo heb ik bijvoorbeeld geen Chinese naam gekregen. Ik zou niet willen dat hetzelfde gebeurt met mijn Indische achtergrond. Die wil ik graag levend houden.’

Moessoncolumnist Calvin Michel
Calvin Michel in Indonesië

Hoe doe je dat dan?
‘Ik vind het Indische inmiddels een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Maar veel van mijn generatiegenoten met Indische roots weten hier niets van. De oudere generatie heeft weinig van de Indische identiteit en het culturele erfgoed doorgegeven. Jongere Indo’s zoals ik moeten dat zelf ontdekken. En het is vervolgens aan ons om die Indische identiteit levend te houden. Al is het maar op een symbolische manier. Ik probeer dat op mijn manier in ieder geval te doen. Ik ben bijvoorbeeld van plan Nederlands te leren en ga een boek te schrijven over de geschiedenis van mijn familie zodat mijn kinderen daar later over kunnen lezen. En wie weet geef ik ze wel een Nederlandse naam!’

Tot slot: wat doe je naast het schrijven voor Moesson?
‘Ik werk nu als onderzoeksanalist bij een bedrijf in Jakarta. Ik heb International Relations gestudeerd en zou later graag nog een postgraduate studie International Relations of Economic Development willen doen. Ook wil ik blijven schrijven over de Indische geschiedenis en cultuur. Daar is nu te weinig aandacht voor in Indonesië vind ik. Ik wil bijvoorbeeld graag dat belangrijke gebeurtenissen als de bersiap en de repatriëring in de Indonesische geschiedenisboeken komen. Ik schrijf voor een Engelstalige Indonesische krant en dat is een mooi podium om hier aandacht voor te vragen.’

Wil je meer weten van Calvin? Zijn columns verschenen elke maand in Moesson. Je kunt ook contact met hem opnemen: calvinmichel@gmail.com

Indo Ink: Tattoo Yanoezs

Volgens de wet van vraag en aanbod groeit naast vraag naar tatoeëerders ook het aanbod van tattooshops. Maar hoe begin je nou een tattooshop? De Molukse Yance Thenu is dit avontuur aangegaan en heeft afgelopen augustus Tattoo Yanoezs geopend in Venlo. Indo Ink vroeg hem over zijn pad naar het tattoo ondernemerschap.

fotografie: Armando Ello

Yanoezs is volgens mij Venlo’s best kept secret. Te midden van een troosteloos ogend centumdeel van Venlo staat een lel van een sportschool alwaar je pas achteraan een van de keldergangen op Yanoezs stuit. Deze speurtocht laat je in gedachten al gauw achter je als je Yanoezs binnentreedt. Je ervaart hier namelijk geen standaard, ruig inkthok waar de doodshoofden op je afkomen, maar een verfrissend en vooral gezellig huiskamer idee dat tot in elk detail Yance’s persoonlijkheid uitademt.

Start-up
Yance (1982) werd geboren in Vught en groeit op in het Molukse kamp Lunetten. Na het Grafisch Lyceum is hij voornamelijk kantoorwerk gaan verrichten en hield zijn creatief werk op hobbyniveau. “Ik ben naast mijn werk altijd bezig geweest met tekenen en begon 14 jaar geleden met tatoeëren. Ondanks dat ik veel klandizie had, durfde ik de stap tot een eigen zaak nog niet aan. Voornamelijk mijn ouders zagen de onzekerheden van het zelfstandig ondernemerschap als te risicovol”. De omslag kwam in april 2011 toen zijn neefje en jarenlang tattoopartner zijn eigen shop ‘Tattoo G’ opende in Tilburg. Met menig jaren aan ervaring en nu steun van zijn ouders en zijn (Indische) vriendin Patty, ondernam hij de stap tot het beginnen van Yanoezs. Naast support is volgens Yance zijn instelling primair geweest aan zijn snelgeboren succes. “Een positieve instelling is nog belangrijker dan jouw vaardigheden. Ben je positief, dan krijg je positiviteit terug van je omgeving. Ik heb ook geen ondernemingsplan gemaakt, maar ben na mijn inschrijving meteen begonnen met het zoeken van een pand en het werven van klanten. Hierin stond steeds mijn instelling centraal”.

Leerlingen
Een voorbeeld van feedback op zijn positieve instelling zijn de leerling-tatoeëerders die hij al vrij snel na de opening had aangetrokken. Romano (aka ‘Truusje’) en Wesley (allebei 22) zijn beiden spontaan en ieder op geheel eigen wijze leerling van Yance geworden. Naast hun dagelijkse banen in respectievelijk het leger en een restaurant, zijn zij via Yance’s begeleiding gaan tatoeëren en is bij hen ook hun droom reëel geworden om van hun creatieve hobby’s hun werk te gaan maken. “Wij hebben een wisselwerking. Zij leren van mij en terzijde helpen zij in de shop met bijvoorbeeld de verdere uitbreiding en ontvangst van klanten. Ik focus eerst op hun instelling en dan pas op hun vaardigheden. Zo maken wij gezamenlijk de shop.”

Stijlen vs. cultuur
Ondanks Yance’s persoonlijke interesses en culturele achtergrond, zijn het voornamelijk de achtergronden van zijn klanten die de stijl van de tatoeage bepalen. “Het kan best dat er Molukse elementen in een tattoo verwerkt worden, maar dat zal eerder aan de achtergrond van de persoon zelf liggen. Het levensverhaal en de ideeën van de persoon in de stoel staan centraal. Ik had laatst bijvoorbeeld hier een persoon met een eigen recording studio genaamd Protailz. Bij hem kwamen muzieknoten, pianotoetsen tot zijn bedrijfslogo in zijn tattoo terug. Bij een ander waren het Cendra Wasih’s en de sterfdatum ’28-4’ ter nagedachtenis van zijn Indische grootouders. Het zijn mijn eigen interpretaties van iemands wensen en voorkeuren die de tattoo bepalen, eerder dan een voorgeschreven stijl.”

Davy
Tijdens het interview zit de Indische Davy (telg van de bekende familie ‘Purvis’) in Yance’s stoel. Zijn rechterarm zit al bijna geheel vol met Indische elementen als eerbetoon aan zijn grootouders.
“Als oudste van de kleinkinderen, vind ik het belangrijk dat de Indische cultuur bij ons erin moet blijven en dat ik hierin een voorbeeld ben voor de anderen. Het is in eerste instantie niet eens Yance’s connectie met mijn achtergrond dat ik hier zit, maar ik voel mij hier thuis en begrepen in wat ik graag wil”.

Yance’s magic
Terwijl Yance verder gaat met de wayang op Davy’s arm, bedenk ik mij dat Davy exact de magie van Yanoezs te pakken heeft. In de gezellige, ontspannen sfeer vergeet je dat je een tattooshop bent, krijg je de tijd om gezamenlijk tot het gewenste ontwerp te komen en om bijvoorbeeld over wat last minute angst voor de naald heen te komen. Van een koelkast gevuld met eten en drinken tot een TV waar je een willekeur aan films op kan kijken, je zou haast in tweede instantie pas voor een tattoo hier naar toe komen. Yance heeft met succes zowel zijn persoon als de Molukse gastvrijheid weten te verwerken in een eigen bedrijf. Hier chillen mensen, krijgen de ruimte om zichzelf te zijn en oja, laten ook nog eens een tattoo zetten!

[learn_more caption=”Meer over Tattoo Yanoezs”]Wil je meer weten over Tattoo Yanoezs? Bezoek dan zijn website http://www.tattooyanoezs.nl of zijn Facebook pagina http://www.facebook.com/tattoo.yanoezs.[/learn_more]

Danjil Tuhumena – "Het enige doel was dat ze zouden 'draaien'"

Danjil Tuhumena logo

Enigszins gespannen zit ik met Tabitha Lemon in de donkere lobby van het hotel in Hilversum wanneer Danjil binnenloopt. ‘Sorry dat ik te laat ben!’ is het eerste wat hij zegt. Zijn sympathieke voorkomen zorgt ervoor dat mijn zenuwen binnen twee tellen weg zijn en lachen we met z’n drieën om het chaotisch drukke schema dat The Voice-kandidaat er tegenwoordig op nahoudt.

Foto’s: Tabitha Lemon

Duits-Moluks-Nederlands
Hij werkt als muziekdocent in een jeugdgevangenis, heeft een dochter van 11 en is het kind van een Molukse vader en een Duitse moeder, ‘Daarom ook het lichte kleurtje!’ Met zoveel verschillende culturen opgroeien in Nederland zou elk ander mens een identiteitscrisis bezorgen, maar Danjil niet. Vroeger voelde hij zich vooral Molukker. Danjil groeide op in de Molukse wijk in Alphen aan de Rijn en had vooral zijn Molukse familie om zich heen. ‘Thuis spraken we Nederlands, het Maleis kwam pas toen ik 15 of 16 was en dat met vrienden onderling groeide. Maar ik spreek natuurlijk ook Duits, want ja, ik heb Duitse familie.’

Danjil Tuhumena Music
Danjil van The Voice door Tabitha Lemon (c)
 “Ik wil iets positiefs doen voor de Molukken” 
 
Tegenwoordig ziet Danjil zich vooral als wereldburger en daarna pas als Molukker. ‘Ik voel me nog steeds Molukker hoor! Alleen is het baldadige van vroeger er wel vanaf.’ Danjil draagt uiteraard de Molukse geschiedenis met zich mee maar hij staat er positiever tegenover dan toen. ‘Vroeger was het vooral je overal tegen afzetten en vooral schijt hebben aan dingen. Ik wil graag wat voor de Molukken doen, maar op een positieve manier.’
 
The Voice-kandidaat
‘Mijn enige doel was dat de jury van The Voice tijdens zijn auditie zouden ‘draaien’. Wanneer ze dat doen krijg je bevestiging van mensen die echt al hun sporen hebben verdiend in de muziekbusiness. Het feit dat ze draaien betekent dat ze iets in je horen wat hen aanspreekt.’ Voor de live show vanavond is hij niet zenuwachtig, maar de spanning was er wel even na de Battle. ‘De Battle ging gewoon niet goed. Het niveau ligt enorm hoog en als ik op het podium sta moet het gewoon perfect zijn.’

Zijn The Voice-coaches Nick en Simon ziet hij niet veel maar wanneer ze samen zijn is het koek en ei. ‘Ik zie Gordon, de man achter Nick en Simon, wel heel erg veel en dat is erg leuk.’ Op mijn verbaasde aanname dat het wel over dé Gordon zal gaan, barst Danjil in lachen uit: ‘Nee alsjeblieft niet zeg! Ik heb het over Gordon Groothedde, een hartstikke leuke gast!’

Danjil Tuhumena van The Vocie of Holland
Danjil en zijn gitaar door Tabitha Lemon (c)

Connecten
Bevestiging van Neerlands muzikale grootheden of niet, Danjil is niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet, nieuw in het muziekwereldje. Met Djanecy lanceerde hij twee albums. Vooral in de Molukse scène lieten ze hun sporen na, maar ook daar buiten verwierven ze bekendheid. Een liedje blijft hem nog altijd achtervolgen: ‘Oh, mensen beginnen nog altijd ‘Zo  mooi’ te zingen als ik me voorstel.’

“Met de familie gaat het om de gezelligheid”
 
De muziek kreeg Danjil als kind thuis de muziek met de paplepel ingegoten door zijn vader die met de kinderen, drie broers en een zus, een familieband formeerde. Als hij muziek maakt met familie draait het vooral om de gezelligheid, het gevoel dat bij familie hoort. Met andere muzikanten werken is dan ook heel anders, vooral professioneel. ‘Met sommige mensen heb je een klik, met anderen niet.’ Toch is  die klik er sneller met Molukse artiesten. Een tijd terug werd Danjil door Joany Hitiaubessy, de bassiste van Foco, met Maurice Matiruty, in contact werd gebracht. ‘De klik was er en binnen een paar uur stond het muziek. We hadden in korte tijd iets staan waar je normaal een week over doet.’
 
Help Danjil naar de Molukken
Dit jaar stonden Danjil&Friends op het Java Jazz Festival in Jakarta. De band was ontstaan naar aanleiding van Danjils deelname aan het festival. ‘Ik heb gewoon aan vrienden gevraagd of ze zin hadden om mee te gaan en zo ontstond de formatie.’ De band bestaat geheel uit Molukse muziekanten en het was een hele ervaring om in Jakarta op het podium te staan. ‘Alle grote namen uit de jazzwereld waren er en om er tussen te mogen staan was een hele ervaring.’ In deze omgeving performen was geweldig, maar het was backstage dat de mooiste momenten plaatsvonden. ‘Backstage bij Santana, geweldig!  En dan loop je Dennis Chambers even tegen het lijf.’ Er werd wat afgejamd, tot in de vroege uurtjes. ‘Er werd tot 7uur ’s ochtends met mekaar muziek gemaakt en dan ’s middags weer gewoon optreden hè!’
 

The Voice Danjil Tuhumena
Danjil tijdens het interview door Tabitha Lemon (c)

“Ik heb de grootheden tot vroeg in de ochtend zien jammen”

‘Jakarta voelde bijna als thuis, maar het waren natuurlijk nog niet de Molukken.’ Danjil koos er bewust voor tijdens zijn reis naar Indonesië voor het Jazz Festival niet naar de Molukken door te reizen. ‘Ik wilde tijdens het Jazz Festival me ook kunnen focussen op de muziek. Bovendien ben ik nog nooit op de Molukken geweest dus wanneer ik daar heen ga wil ik ook niet nog met andere dingen bezig moeten zijn.’ Op de vraag waarom hij nog nooit naar de Molukken is geweest, antwoordt hij verlegen: ‘Ja, geld hè?’

Wil je nog meer weten over Danjil? Kijk dan op zijn website http://www.danjilmusic.nl/. Vanavond is Danjil te zien en te horen tijdens de Live Show van The Voice of Holland op RTL4.  Vergeet niet op ‘m te stemmen!

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago

Sanne en Jago met hun kindje Sem

Geliefden die allebei Indisch bloed hebben zijn vaker uitzondering dan regel, maar Sanne (29) en Jago (40) zijn zo’n stel. Beiden hebben een Indische vader. “En allebei onze oma’s komen van Menado”. In 2004 leerden ze elkaar kennen via de muziek doordat ze in dezelfde band terechtkwamen: Bahaya. Ik ga op bezoek bij het Indische stel in hun bovenwoning in Rotterdam, waar ik meteen bij de lunch aanschuif. “O, en je blijft wel eten hè, Jago maakt gado-gado.” 

Samen in een band
In 2004 ontstond de urban band Bahaya uit 10 muzikanten en zangeressen, allemaal met een

Jago en Sanne op het podium met Bahaya
Jago en Sanne op het podium met Bahaya

Indische of Molukse achtergrond.  Sanne was één van de zangeressen en Jago, ook wel bekend als MC Jago, zong en had de rol van Master of Ceremonies.  Ik zong ook in de band en heb van dichtbij meegemaakt hoe deze twee steeds meer naar elkaar toe trokken en uiteindelijk een stel vormden. Maar hoe ging dat precies? En wie zette de eerste stap?

Als vanzelf begint Sanne te praten over hoe ze elkaar beter hebben leren kennen. Ze begon hem leuk te vinden zo rond een optreden in Amsterdam: “Maar ja, ik had toen ook nog een vriend, dus ik liet het gevoel niet echt toe.”

“Je valt toch niet op je eigen soort!”
In 2005 was er een periode met veel repetities en optredens, en dus zagen ze elkaar ineens veel vaker. Alle andere bandleden viel het op een gegeven moment op dat de twee wel erg veel op elkaar aan het vitten waren. Plagerijtjes van beide kanten werden flirts en zo groeiden de kriebels. Toch viel het kwartje bij Sanne nog iets later: “Want je valt toch niet op je eigen soort?” Sanne en ik barsten allebei in lachen uit.

Jago komt uit de keuken gelopen en vult haar aan:  “In het begin was ze altijd zo stil, dus ik vertelde haar een keer dat het me opviel dat ze nooit iets tegen me zei.” Opvallend genoeg begon ze een paar weken later ineens uitgebreid met hem te praten na een repetitie in Arnhem. Zo begon een in eerste instantie puur platonische relatie met urenlange telefoongesprekken tot diep in de nacht. Over van alles, ook over ex-liefdes.

Sanne had niet eerder een Indische vriend. Jago had eerder wel een Molukse vriendin gehad, maar Sanne is zijn eerste Indische vriendin. Hoewel er altijd veel Indische vrouwen in zijn omgeving waren, zag hij die nooit als potentiële partners, “terwijl ik ‘het Indische type’ wel de mooiste mix vind voor een vrouw,” zegt Jago met een grote glimlach.

Hand in hand lopen
Hun eerste date was in Antwerpen. “Sanne had in een van de telefoongesprekken laten vallen dat ze, na de breuk met haar ex echt toe was om even weg te gaan, dus stelde ik voor haar op te pikken en naar Antwerpen te rijden.” Sanne vond het stoer dat hij een eigen auto had: “Wist ik veel dat hij zoveel ouder was!”  Tijdens deze date wilde zij testen of hij hand in hand wilde lopen, maar eigenlijk durfde ze zelf niet. In haar bodywarmer had ze snoepjes meegenomen voor onderweg. Toen ze er één  aan hem wilde geven, pakte hij tot haar grote verrassing meteen haar hand vast.

Jonge Indo's in de liefde: Sanne & Jago
Trouwen in Vegas

In 2010 zijn Sanne en Jago getrouwd  tijdens een rondreis door de Verenigde Staten, in Las Vegas, in Elvis Presley stijl. En nog geen jaar later was daar een baby: Sem.  Een flink mannetje met duidelijk Aziatische ogen. Een Koreaanse dame in een winkel zag meteen dat Sem Aziatisch bloed had. “Maar toen ze ons zag, was het toch wat anders dan ze had verwacht,” lacht Jago.

Iets eigens
Op mijn vraag of de I-factor een rol speelt in hun relatie, antwoordt Sanne meteen (zonder dat ik de I-factor hoef uit te leggen): “Sommige dingen zijn gewoon al eigen.” Waar dat zich in uit hoeven ze ook niet lang over na te denken: “Kleine woordjes in het dagelijkse leven en dan vooral over eten natuurlijk. Als Sem te eten krijgt bijvoorbeeld, en het is op, dan zeggen we dat in twee talen.” Het stel houdt ervan Indisch te koken en moet elkaars creaties ook altijd van commentaar voorzien.  Verder omschrijven ze zichzelf als makkelijk in de omgang, gastvrij en altijd beleefd.  Maar ook kunnen ze allebei heel lui zijn. Maar misschien nog meer Indisch is het vermogen overal ter wereld te kunnen blenden met de bevolking. “Tijdens onze reis door de VS werden we voor van alles en nog wat aangezien. Blijkbaar kunnen we voor heel wat verschillende afkomsten doorgaan.”

Sanne en Jago met hun kindje Sem
Sanne en Jago met hun kindje Sem

Het batik knuffelaapje van Sem heet meneer Monyet, “Hij had ook best meneer aap kunnen heten, maar blijkbaar werd  het monyet.”  En wanneer ik om me heen kijk, wordt dit huis onmiskenbaar bewoond door Indo’s: in elke hoek van het huis is wel iets te vinden dat als Indisch verklaard kan worden: Buddha’s, batik, Indonesische maskers. “Het gevoel voor het mystieke, dat vind ik ook iets heel Indisch,” zegt Jago.  Sanne: “En hij moet ook altijd pisang goreng eten als hij het tegenkomt. Hoe smerig ze misschien ook zijn bereid. En elk jaar naar de Pasar Malam natuurlijk.”

Ik ben heel benieuwd of Sem als hij ouder is zich Indisch zal voelen. Dat brengt Sanne op een anekdote: “Een keer zaten we in de auto toen Sem ineens een geluid maakte dat heel erg klonk als: ‘Adoeh!’ We hebben zó hard gelachen!”

The Kings of Rock

Andy Tielman en Dinand Woesthoff

19 augustus, Hotel des Indes, 14.00uur. Dat was de dag, tijd en plaats dat de fotoshoot tussen de twee Indische muzikale iconen Andy Tielman en Dinand Woesthoff plaats zou vinden. Een bijzonder moment, we keken er enorm naar uit. Het leek allemaal meant to be. Maar het mocht niet zo zijn. Andy Tielman was erg ziek en leek die strijd langzaam te gaan verliezen.

Op internet las ik dat Andy erg ziek was. Carmen Tielman vertelde me over zijn ziekte, maar vooral ook hoe positief hij nog in het leven stond en dat hij kracht putte uit de aandacht van fans, uit het geven van interviews en het geplande optreden op de Tong Tong Fair. Andy plukte de dag en genoot zoveel mogelijk.

Andy Tielman en Dinand Woesthoff
Andy Tielman en Dinand Woesthoff door Natalie Ypma

Een paar dagen voor de fotoshoot kreeg ik bericht dat de shoot niet door kon gaan wegens Andy’s gezondheid. Het nieuws overviel me en ik twijfelde aan het hele project. Toch overtuigde Carmen en Frans Leidelmeijer, die dit allemaal voor zijn project De Blauwe Kamer in werking had gezet, dat de foto er moest komen. Het was een van Andy’s laatste wensen.

Dus volgde er onzekerheid, afwachten en radiostilte. Ik probeerde het idee langzaam naast me neer te leggen. Tot twee weken later het bericht kwam dat Andy weer thuis was en het beter met hem ging. Al snel stond er een nieuwe afspraak gepland op 13 september.

Geen Hotel Des Indes, geen visagiste, maar gewoon thuis bij de Tielmans. Improviseren, omringd door herinneringen, gitaren en tientallen foto’s. Even voelde ik me een indringer in deze fragiele en persoonlijke situatie van iemand waarvoor ik zo veel respect had, die zo bekend was, maar ook zo ziek. Even dacht ik bij mezelf: ‘moeten we dit wel doen?’ Maar na Carmens warme ontvangst installeerde ik me naar Andy op de bank en kreeg ik al snel het gevoel van ‘Indo’s onder elkaar’. Vanaf dat moment dacht ik: ‘dit zit wel goed.’

Toen Dinand arriveerde zag ik de twijfel in zijn blik bij het zien van de geïmproviseerde fotoset. Twee stoelen in een hoek van de kamer, een blanke muur als achtergrond en slechts daglicht. Even moest ik lachen om de knullig ogende situatie, de leadzanger van Kane is natuurlijk een hoop gewend en voor een moment werd ik overvallen door onzekerheid. Maar ik was vastberaden goede foto’s te maken. Improviseren, werken met minimale middelen en de puurheid van het moment, mijn creativiteit en vermogens als fotograaf. Het zou allemaal bijdragen aan een mooi eindresultaat. Bovendien was het misschien wel de laatste mogelijkheid voor een foto.

Om Andy zo min mogelijk te belasten hield ik de shoot zo kort mogelijk.  Dinands zichtbare bewondering en warmte voor Andy deden mijn lens oplichten. Ik wilde een karakter, ziel, puur en eerlijk op de gevoelige plaat vastleggen. Ik fotografeerde in een roes en in een luttele twintig minuten stonden de foto’s erop. Misschien had dit zo moeten zijn. Het weelderige interieur van Hotel Des Indes had afbreuk gedaan aan de gemoedelijkheid van deze twee iconen.

Deze foto is mijn favoriet, de eerste die ik die dag maakte. Hij spreekt boekdelen en toont kwetsbaarheid. Het is een momentopname van twee mensen die door hun liefde voor muziek en Indische roots met elkaar verbonden zijn, die zich bewust zijn van dat speciale moment en de vergankelijkheid ervan.

Andy Tielman en Dinand Woesthoff
Andy Tielman en Dinand Woesthoff door Natalie Ypma
Wil je meer foto’s zien van deze rock iconen? Check dan de Moesson van deze maand!

De foto’s zoals ze tentoongesteld zijn op ARTI11 zijn te koop via www.nayp.nl waar ook meer werk van Natalie Ypma te vinden is. De helft van de opbrengst komt ten goede aan de Guusje Nederhorst Foundation.

Turner Carlo van Minde

Topsport is incasseren. Dat ondervond turner Carlo van Minde eind vorige week toen hij hoorde dat hij uiteindelijk niet in de selectie zat voor het WK turnen. Hij trainde er hard voor. De keuze om hem niet mee te nemen kwam voor Carlo totaal onverwacht. Hij is dan ook erg teleurgesteld, liet hij weten. 

Toen we dit bericht vorige week vrijdag hoorden was het dan ook even ‘ayam paniki’ op de redactie van Moesson. Het oktobernummer met Carlo op de cover was net vers van de pers en onderweg naar alle lezers. Maar het kan soms raar lopen ondervonden we afgelopen dinsdag. Carlo’s teamgenoot Bart Deurlo kampt met een handblessure en dus mag hij alsnog meedoen aan de Wereldkampioenschappen. Voor Carlo ontzettend mooi nieuws, maar ook enorm omschakelen. Hopelijk kan Carlo laten zien wat hij in huis heeft. Het blijft topsport! 

Tekst: Lynda Muller

Bekijk hieronder de foto’s die Armando Ello ter gelegenheid van het interview maakte.




Jonge Indo's in de Liefde: Nina & Roos

Via een skype-verbinding spreek ik met Nina (23) en Roos (24) vanuit een vakantiehuis in Zuid-Frankrijk waar zij, om met de woorden van Nina te spreken: via Indo, via Indo, via Indo, terecht zijn gekomen. De dames zijn net hun bed uit gerold als de internetverbinding tot stand komt, maar dit staat een leuk gesprek over hoe zij elkaar hebben ontmoet, hun relatie en Nina’s Indische achtergrond en familie niet in de weg.

Zoen me dan!
Toen Nina en Roos elkaar voor het eerst ontmoetten op een jaarlijks hockeytoernooi sprong de vonk niet meteen over. Dit kwam pas drie jaar later toen zij elkaar per ongeluk zoenden. Nina en Roos hadden het altijd gezellig samen en Roos meende dat als zij en Nina zouden zoenen, ze zeker zou weten lesbisch te zijn. Op deze uitspraak reageerde Nina met een duidelijk: ‘Zoen me dan!’ Aldus geschiedde en de vonk sprong over, maar toch duurde het nog een jaar voordat hun relatie ook echt een naam kreeg. Roos bleef het allemaal een beetje eng vinden en wist niet goed wat te doen, tot Nina het allemaal wat te lang vond duren en iets had van: ‘Later Roos, ik ga verder met m’n leven!’ Kennelijk was dit het laatste zetje dat Roos nodig had, want sindsdien zijn de twee alweer bijna drie jaar samen.

 

Indo-genen
Hun relatie omschrijven Nina en Roos als gezellig, waarin zij veel met elkaar delen. ‘Wij passen gewoon bij elkaar!’ Allebei vinden ze de ander op z’n tijd gek en koppig, waarop Roos aangeeft dat vooral zij de koppige is en Nina een echte Indo: stil. Over het algemeen heeft Nina wel een grote mond. Maar toen zij voor het eerst de ouders van Roos ontmoette zat ze stilletjes op de bank te kijken wat er allemaal gebeurde en wist ze niets te vertellen. Roos zegt lachend: ‘Van die grote mond blijft soms niets meer over! En als we ruzie hebben kan Nina soms wel drie dagen helemaal niets zeggen!’ Waarop Nina antwoordt: ‘Ik kan me er dan gewoon niet overheen zetten! Ik ben dan boos, snap het niet en kan niet normaal doen.’ Haar Indo-genen heeft Nina van haar vader. Ze is netjes, geordend en gestructureerd. Het Indische van Nina maakt ook dat zij beter begrijpt waarom ze is zoals ze is: ‘Zonder Indische genen ben ik een vreemde eend in de bijt. Kijk, als ik als persoon een boerenhollandse trien zou zijn, dan zou dat gewoon niet kloppen!’ Waarop zij en Roos in lachen uitbarstten.

 De boze blik van oma
‘Alles wat Indo’s doen vind ik grappig en interessant!’ zegt Roos met een lach op haar gezicht. ‘Maar die Indische familie, dat was toch wel even wennen.’ Zo blijft Roos zich erover verbazen dat als jij niets zegt, zij niets vragen. Nina had bijvoorbeeld nooit verteld dat zij lesbisch was, maar nam Roos gewoon steeds mee naar familiefeestjes. Niemand vroeg ooit: ‘Wie ben jij en wat doe je hier?’ De eerste die dit vroeg was de Nederlandse vrouw van een Indische neef.

‘Als je iets wilt weten, dan vraag je dat toch gewoon?!’ vindt Roos. ‘En dan al die regeltjes!’ Toen Roos voor het eerst mee at bij de ouders van Nina, was zij volledig geïnstrueerd over wat wel en niet mocht aan tafel. Niet zingen, niet neuriën, niet uitrekken, niet zuchten en zo verder.. Maar zo zat Roos nog geen minuut aan tafel en zong ze mee met de radio. Dit gebeurde ook aan tafel bij het opperhoofd, de Indische oma van Nina. Hierop kreeg Roos rechtstreeks de boze Indische blik van oma, met als vervolg: ‘Wij zingen niet aan tafel!’ De les was snel geleerd.

 Toekomstplannen
Roos geeft aan dat zij iemand is die soms behoefte heeft aan rust en stilte om haar heen, waar Nina het liefste 24/7 samen wil zijn. Hun toekomstbeeld van een huisje, boompje, beestje, moet volgens Roos dan ook bestaan uit een groot huis waar ze ook wat ruimte voor zichzelf kan creëren. Kinderen komen ook voor in dit totaalplaatje, en zowel Nina als Roos menen dat het Indische in hun gezin ook een rol zal spelen. Hoewel Roos wel vindt dat het misschien een beetje zielig is voor de kinderen, dat strenge en de regeltjes van Indo’s. Maar Nina is het hier niet mee eens, hun kinderen mogen later ook niet aan tafel zingen. Wat dat betreft is Nina een gewoontedier, wat Roos eigenlijk ook wel fijn vindt. Het heeft een positieve invloedop hun relatie. Nina reageert gekscherend: ‘Ik heb alleen maar goede invloeden en Roos niet!’ De verbaasde blik van Roos doet Nina weer in de lach schieten: ‘Roos! Grapje!’

Indiëherdenking 15 augustus met Indisch3.0

Maandag 15 augustus, was het een dodenherdenking én bevrijdingsdag ineen. Namens Indisch 3.0 woonde Bryony Burns de herdenking in Den Haag bij en Jeroen van Uhm en Bas de Meijer de herdenking van Rumah Kita in Wageningen. Namens Indisch3.0 legden zij een speciaal boeket.
Rumah Kita, Wageningen
De herdenking speelt zich deels af in de tuin; een glooiend grasveld met een pondok – open huisje –  en monument. Deels speel het zich af in het restaurant met warme Indische uitstraling en Indonesische vliegers aan het plafond. De zaal is gevuld met bewoners en hun kinderen en kleinkinderen, andere Indische en Molukse belangstellenden.
Jeroen van Uhm legt namens Indisch3.0 een boeket
Jeroen van Uhm legt namens Indisch3.0 een boeket

De ceremonie begint met het hijsen van de vlag, waarna zeven bloemen, elk met een eigen betekenis, in het water worden geplaatst. Er wordt een vuur aangestoken en er volgen speeches van verschillende vertegenwoordigers en een gastspreker.

De plechtigheid wordt met de krans- en bloemlegging voortgezet in de tuin. De zon schijnt zo fel dat deze bijna zorgt voor een vrolijke, zomerse sfeer. Daar raakt Jeroen in gesprek met de heer Bergman, een oudere Indische man uit Bandung.

Bergman vertelt dat hij als communicatiemedewerker van het KNIL tijdens de oorlog was gestationeerd op Ambon. Sneller dan verwacht werd hij door de Japanners  gevangen gezet en met collega’s naar het Chinese eiland Hainan overgebracht. Daar verrichtten ze als krijgsgevangenen slavenwerk. De bevrijding liet zo lang op zich wachten dat ze toen die eenmaal daar was, te zwak waren deze te vieren.

Dame legt bloem bij het monument

Na de bevrijding werden ze overgebracht naar het Engelse Hong Kong om aan te sterken en van daaruit werden ze naar Singapore verscheept. Het duurde nog lang voor ze terug konden naar Indië, onder andere door een tekort aan boten. In Indië was de vrijheidsstrijd inmiddels al begonnen.

Aan het einde van het gesprek begint Meneer Bergman te glimlachen en bedankt me hartelijk dat hij zijn verhaal kunnen vertellen aan iemand die er graag naar luisterde.

Den Haag 
De opkomst bij het Indisch Monument in Den Haag was groot. Volgens velen belangrijk, omdat er nog maar weinig mensen van de eerste generatie die de oorlog hebben meegemaakt in leven zijn.

Maar er is ook ontevredenheid. Vooral over de organisatie van de herdenking. Er zijn dranghekken geplaatst en er staan lege stoeltjes voor de dranghekken. ‘De mensen waar het echt om gaat moeten weer wachten,’ is een van de opmerkingen tijdens het defilé.

Toch overheerst tevredenheid. Dat een Nederlandse premier een krans legt, zoals Rutte dit jaar doet, was volgens een van de aanwezigen vroeger ondenkbaar. ‘In de tijd van mijn ouders telden wij Indo’s helemaal niet. Laat staan dat een premier een krans kwam leggen.’

Als een van de laatsten leg ik namens Indisch 3.0 een boeket: zonnebloemen met een blauw lint. We zijn blij dat we een kleine bijdrage kunnen leveren aan deze herdenking.

Hieronder een korte foto-impressie van de herdenking.

Het militair eerbetoon
Het militair eerbetoon

 

De minuut stilte in 'gepaste houding'

 

De bewaakte veteraan

 

Premier Rutte legt ook een krans

 

Theodor Holman hield een prachtige voordracht

 

Ontevreden geluiden over de lege stoeltjes die voor de 'elite' beschikbaar waren
Ontevreden geluiden over de lege stoeltjes die voor de 'elite' beschikbaar waren

 

Ons boeket, een kleine bijdrage

 

Hun verdriet is niet van mij

Charlie Heystek Japan Japanse bezetting header

De Japanse bezetting. Als kind hoorde ik de verhalen over die tijd uit eerste hand. Mijn grootvader was oud-KNILmilitair en had de kampen in Indië overleefd. Mijn grootmoeder was tijdens de oorlog buiten de kampen gebleven, maar had de nodige ervaringen met Japanners gehad. Hun verhalen maakten me woedend op de Japanners.

Charlie met grootvader
Charlie met haar grootvader

Mijn opa kon in geuren en kleuren beschrijven wat hij op zee had zien gebeuren toen hij Java verdedigde, hoe hij de Changi-gevangenis wist te overleven, hoe de mensen eraan toe waren met wie hij de vliegveld in Singapore aanlegde. Ondanks dat mijn grootvader zonder moeite in de Mazda van mijn ouders stapte en mij altijd zei objectief te blijven over het verleden, voelde ik haat tegenover Japanners. Ik was kwaad op ze om wat ze mijn grootouders hadden aangedaan; de pijn, ellende en verdriet die ze hen hadden bezorgd. Misschien werd ik zelfs wel extra boos omdat mijn grootvader dit niet was.

De geschiedenislessen op school over de Tweede Wereldoorlog wakkerden mijn frustratie, en daarmee mijn haat, nog meer aan. De Oorlog werd jaarlijks behandeld en steevast bleef de oorlog in Azië vrijwel onbesproken. Tijdens de lessen riep ik standaard dat ook ik mijn fiets terug wilde om vervolgens de aandacht op de oorlog in voormalig Nederlands-Indië te richten.

De aandacht voor de Duitse bezetting stond in schril contrast met het aantal grootouders van medeleerlingen dat daar direct mee in aanraking was gekomen: vrijwel nul. De oorlog van mijn grootvader, die nota bene de krijgsgevangenekampen had overleefd, kreeg hooguit één alinea in het boek. Sterker nog, hooguit honderd woorden waren gewijd aan de gruwelijkheden in de Jappenkampen. En vaak was dat al veel aandacht: meestal was het een simpele opsomming van feiten.

Ik begreep niet waar mijn grootvader de kracht vandaan haalde om zo sterk en zonder haat door het leven te stappen.  Nadat we samen The Battle of Midway hadden gekeken, begreep ik het nog minder. Tijdens het kijken van de film had mijn opa mooie, spannende en leuke herinneringen opgehaald aan de oorlog, maar ik vermoed dat die herinneringen ook zijn angst uit de oorlog naar boven gehaald heeft. Want die nacht schreeuwde hij me wakker; hij zag Japanners op het behang.

Na die bewuste nacht begon ik na te denken over mijn eigen haat. Ik vroeg me af waar die haat dan vandaan kwam, want het was duidelijk niet mijn grootvader die me die had aangepraat. Ik concludeerde uiteindelijk dat mijn haat er was omdat ik het gevoel had dat ik de Japanners móest haten; uit loyaliteit naar mijn familie.

Een jaar of twee na deze avond met mijn grootvader ging ik voor het cultuur- en kunstvak op school naar een concert van Yamato, The Drummers of Japan. Een avond lang keek ik naar vijftien Japanners met enorme trommels om hun nek, terwijl ze van top tot teen bezweet waren en mij met een warme glimlach toekeken.  Met wrok was ik naar de voorstelling gegaan, eenmaal in de zaal werd ik compleet blanco. Voor het eerst zag ik Japanners gewoon als mensen en niet als de vijanden van mijn familie.

Niet lang na dit concert kreeg de kanker, waar mijn grootvader al dertien jaar aan leed, definitief grip op hem en was hij voorgoed aan Nederland gebonden. Daarvoor had hij altijd de hele wereld over gereisd en had ik hem weinig gezien. Tijdens zijn ziekbed zag ik hem vaker dan ooit en bouwden we een sterke band op. Gek genoeg hebben we het nooit meer over de oorlog gehad.

Mijn haat jegens Japanners werd minder naarmate ik mijn opa beter leerde kennen en toen hij de dag voor de trouwdag van mijn ouders overleed, kwam hij even gedag zeggen, voordat hij de wereld verliet. Ik was er stuk van, maar met het verdriet van het overlijden van mijn opa dat ik langzaam losliet, liet ik ook de haat jegens Japanners steeds meer varen.

Ik besefte me dat ik geen recht heb op de haat, het verdriet, de angst en de pijn van mijn grootouders. Zeker niet als mijn opa dat zelf nooit heeft willen voelen. Ik ga nog jaarlijks met veel plezier naar de concerten van Yamato en ik ben zelfs een keer de artiestenvoyer ingeslopen om in het Japans om handtekeningen te vragen. En toen ik in mei 2006, nog geen jaar na het overlijden van mijn grootvader, het Mutual Understanding Programme van de Japanse overheid ontdekte, dacht ik: ‘Zo opa, dat gaan wij eens even doen.’

Benieuwd naar de ervaringen van Charlie in Japan? Lees dan de Moesson van deze maand.

Charlie tijdens haar reis in Japan
Charlie tijdens haar reis in Japan