'Opgevangen in andijvielucht' legt verborgen Indische miljoenen bloot

Dáár is dat geld dus.

Voor het eerst is de periode van bijna 25 jaar ‘repatriëring’ uit Indonesië in één boek beschreven, en voor het eerst zijn er sporen gevonden van de verloren gewaande Indische spaartegoeden, pensioenen en internationale compensatiegelden. Met Opgevangen in andijvielucht opent Griselda Molemans definitief de postkoloniale doos van Pandora.

Vorige week presenteerde Griselda Molemans het resultaat van vijf jaar research: het boek Opgevangen in andijvielucht. Dit boek, dat mede mogelijk gemaakt is door een crowdfundingactie, maakt voor het eerst inzichtelijk dat er nog miljoenen aan Indische spaartegoeden, verzekeringsgelden en zelfs internationale compensatiegelden achter slot en grendel liggen.

De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.
De introductiefilm waarmee Griselda Molemans haar boek presenteerde. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0.

Indische tegoeden
Verschillende media besteedden afgelopen week aandacht aan het opmerkelijke boek van de in Amerika gevestigde journaliste. Zo was er aandacht voor in de VolkskrantNRC en dit weekend ook in de Leeuwarder Courant (Bericht.) Overlappende nieuwswaarde is dat er nog voor miljoenen aan Indische tegoeden op bankrekeningen staat. Dit – schokkende –  bericht is slechts de epiloog van het lijvige boek. In een enkel nieuwsbericht is aandacht voor de andere negen hoofdstukken, waarin beschreven staat hoe de opvang van Indische repatrianten en andere ontheemden in Nederland georganiseerd en uitgevoerd werd.

Waardevol naslagwerk
Voor – Indische – Nederlanders, jong en oud, die weinig gehoord hebben over de 
repatriëring naar Nederland, en over de verschillende groepen en de opvang hier, is Opgevangen in andijvielucht een uitstekend, compleet en waardevol naslagwerk.Voor goed ingelezen insiders zal 90% van het boek bekend voorkomen. De verhalen over de (gedwongen) overkomst van de Molukse KNIL-soldaten, de komst van evacues, de emigratie naar Brazilie en Canada, maar ook de laatst exodus in de jaren ’60. Als je dit boek leest en de film Contractpensions bekijkt, heb je een volledig beeld van de ‘repatriëring’.

Als je je verdiept hebt in de postkoloniale geschiedenis, heb je je afgevraagd wat er gebeurd is met de Indonesische herstelbetalingen.

Herstelbetalingen van Indonesië
Als je je verdiept hebt in de Indische postkoloniale geschiedenis, dan ken je de verhalen uit Opgevangen in andijvielucht. En als je je verdiept hebt in deze periode, heb je je óók afgevraagd wat er gebeurd is met de verplichte herstelbetalingen van Indonesië aan Nederland. Onderdeel van deze herstelbetalingen – zoals afgesproken in de RTC-overeenkomst – waren de achterstallige pensioenen. Om deze reden oordeelde de Hoge Raad in de jaren ’50 dat de Nederlandse overheid de achterstallige salarissen en pensioenen niet hoefde te betalen. En om deze reden is de kans vrij klein dat pleiters voor de Indische Kwestie ooit hun gelijk zullen krijgen.

Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0
Griselda Molemans geeft nog een persoonlijke toelichting. Foto: Tabitha Lemon/ Indisch 3.0

Waar is het geld?
Alleen: niemand wist waar dat geld gebleven was. Volgens Silfraire Delhaye verschool de Nederlandse regering zich achter deze afspraak. Een passage uit mijn interview met hem, van vorig jaar:

Heeft een deel van de Indische kwestie niet te maken met de afspraken die gemaakt zijn bij de overdracht van het bestuur aan Indonesië? Indonesië zou de achterstallige salarissen betalen en de materiële oorlogsschade vergoeden, maar heeft dit nooit gedaan?

“De Nederlandse regering verschuilt zich daarachter.”

Insider Joty ter Kulve verzekerde mij er vorig jaar van dat Indonesië deze betalingen wel had gedaan. Waar dat geld dan gebleven was, en waarom dit nooit bij de claimers van de Indische Kwestie terecht gekomen is, kon ze me niet vertellen.

Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Schokkende epiloog
Voor iemand die deze kwestie al een paar jaar volgt, is de epiloog van het boek schokkend. Ten eerste stelt Molemans daar het optreden van het Indisch Platform ter discussie. Dat krijgt meerdere keren een flinke veeg uit de pan. Maar Griselda Molemans is de eerste die boven tafel heeft gekregen dat de 600 miljoen gulden aan Indonesische herstelbetalingen keurig netjes betaald zijn, in 30 jaarlijkse termijnen.

Het betreft de zogeheten Indonesische herstelbetalingen, die bij het Tractaat van Wassenaar van 7 september 1966 vastgesteld zijn. Deze betalingen zijn een compensatie voor de geleden verliezen van Nederlandse particulieren en bedrijven in Indonesië en Nieuw- Guinea door de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen in de periode 3 december 1957 tot 15 augustus 1962. Door betaling van een bedrag van 600 miljoen gulden plus rente aan de Nederlandse overheid zijn ‘alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief geregeld. (..) De inzet van de onderhandelingen betrof ‘alle financiële vorderingen […] onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan’.  – Opgevangen in andijvielucht, p. 396/397.

En dit is niet de enige pot met geld die Griselda Molemans gevonden heeft.

In het Stikker-Yoshida Akkoord is eveneens compensatie voor de grote groep voormalige burgergeïnterneerden geregeld. Per persoon is dit een bedrag van f 415. Er is echter geen transparantie over de feitelijke uitbetaling van deze compensatie, aangezien er geen vastlegging van het aantal uitkeringen aan burgergeïnterneerden is geweest volgens de SAIP. Het totaalbedrag van 38 miljoen gulden is sowieso ontoereikend voor alle rechthebbenden. (..) Cijfermatig is de rekensom dan (14.630.000 + 21.912.000 =) f 36.542.000 , waardoor er een restbedrag van f 1.458.000 (661.611,55 euro zonder indexatie) op de balans van de Nederlandse overheid staat. Beijk noemt de getallen echter ‘niet absoluut’ en voegt er vervolgens de volgende informatie aan toe: een bedrag van 1.100.000 gulden is nog altijd niet uitgekeerd. Het gaat om een geïndexeerd bedrag van 3.070.955,55 euro. – Opgevangen in andijvielucht, p. 382/383.

In totaal presenteert Molemans maar liefst negen financiële claims die de Indische groep kan neerleggen bij de Nederlandse overheid, waaronder de in de kranten genoemde uitkeringen van verzekeringspolissen en opgeslagen goudvoorraden van de Javasche bank. Het gaat hier om miljoenen. Interessant in deze context is overigens een artikel uit 1998 in het NRC, van Louis Zweers, aan wie we vorige week aandacht besteedden. Hierin staat bevestigd dat het goud verscheept is voor de komst van de Japanners:

“Ze (de Japanners, KV) hadden de moderne westerse kunst in de ban gedaan en waren vooral gefixeerd op het verdwenen goud van de Javasche Bank. Ze zochten het goud bij de bungalows van de directie van de Javasche Bank in Buitenzorg. Ze lieten de tuinen tot zes meter diep uitgraven. Ook werd de president-directeur van de Javasche Bank, mr. G.G. van Buttingha Wichers, door de Kempeitai aan zware verhoren onderworpen. Hij stierf drie maanden na de Japanse capitulatie aan de gevolgen van zijn gevangenschap. Overigens had de Javasche Bank de goudvoorraad – waaronder ook het goud van particulieren – vlak voor het begin van de Japanse invasie uit veiligheidsoverwegingen naar Zuid-Afrika en Australie verscheept.” 

Kritiek
Op het boek is wat af te dingen. Zo had ik het prettig gevonden als Molemans in het boek met voet- of eindnoten had gewerkt, zodat je als lezer de gelegenheid hebt te bekijken op welke bronnen ze haar uitspraken baseert. Ook ontstaat een beeld van een gekleurde onderzoeker, omdat ze bij alle claims totaalbedragen noemt, behalve bij de uitkeringen (WUV, WUBO etc) die de Nederlandse overheid heeft betaald. Daarover zegt Molemans overigens dat ze geen totalen kan noemen, omdat de regering vanwege privacy-overwegingen geen inzage wil geven in de uitvoering van deze regelingen. Tot slot mis ik een overzicht, waarin ik kan zien welke bedragen uit welke ‘potjes’ zijn gekomen. Want de bedragen zijn zo talrijk en omvangrijk, dat ze je gaan duizelen.

Vastberadenheid
Maar ik weet wel dat ik onder de indruk ben van het boek en van de diepgang en vastberadenheid waarmee Griselda Molemans haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zo heeft ze het conflict met het Nationaal Archief voor haar kiezen gehad (lees dat hier en hier) en – naar eigen zeggen – heel veel mensen boos gemaakt. Ze is zelf naar de archieven in Washington gegaan, ze heeft in de kelders van Buitenlandse Zaken gestaan en dossiers doorgespit over repatrianten en andere migranten uit Indonesie naar Nederland.

Molemans heeft met Opgevangen in andijvielucht echt iets toegevoegd aan de canon van de Indische geschiedenis: ze is de Indische miljoenen op het spoor gekomen. Djempol, Griselda. En wat betreft de claims: wordt vervolgd?

Opgevangen in andijvielucht. De opvang van ontheemden uit Indonesië in kampen en contractpensions en de financiële claims op basis van uitgebleven rechtsherstel – Griselda Molemans. Uitgeverij Quasar Books (2014). ISBN 978-0-615-95101-0. 431 pagina’s, 19,95 euro.

Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.
Opgevangen in andijvielucht is binnenkort verkrijgbaar.

Pendek. Kleine verhalen over grootse momenten.

Indische juweeltjes in de hedendaagse literatuur

Deze week besteedt Indisch 3.0 week tijd  aan Indische boeken die we extra de moeite waard vinden. Het zijn niet boeken die recent uitgekomen zijn, het zijn – kleine – juweeltjes die meer aandacht verdienen. De auteurs van deze vier boeken geven met hun eigen geluid een eigentijdse, nieuwe kijk op de Indische gemeenschap en haar plek in de Nederlandse samenleving. Vandaag vragen we je aandacht voor Pendek, van Herman Keppy.

Herman Keppy is een doorgewinterde journalist en schrijver die door de jaren heen steeds meer van zichzelf heeft laten zien. Een van zijn oudste non-fictie werken is De laatste inlandse schepelingen (Focus, 1994), over de Molukse KNIL-soldaten die naar Nederland verscheept waren. Keppy schreef ook Flat River Flamingo (Conserve 2006), een roman. Insiders konden onlangs ook een prachtig dubbelinterview in Moesson gelezen met hem en Alfred Birney.

Keppy schrijft zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Van huis uit is de Molukse Keppy journalist. Dat is te merken in Pendek. Korte verhalen over Indische levens. In Pendek (Indonesisch voor kort, klein) biedt Keppy een selectie van eerder gepubliceerde korte verhalen over ‘kleine’ momenten uit het leven van Indo’s en Molukkers. Daarin schrijft Keppy zichzelf weg, met een treffend gevoel voor verhaal, oog voor detail en kennis van zaken.

Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl
Herman Keppy. Foto: tongtongfair.nl

Keppy geeft alle ruimte aan de persoonlijke herinneringen, gedocumenteerd en niet-gedocumenteerd, van zijn eigen familieleden en andere Indische en Molukse Nederlanders. Ik had soms, bij dit non-fictie werk, willen weten waarom hij bepaalde mensen aan het woord laat. Maar dat is bijzaak.

Het is duidelijk dat deze journalist zijn huiswerk heeft gedaan. Keppy heeft beweringen gecheckt. Soms lees je een redactionele opmerking, bijvoorbeeld bij een scheepslijst. Alleen daardoor al verdient Pendek veel waardering. Pendek is niet uit op sensatie, niet uit op het overdragen van emotie. Verhalenin Pendeke geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis .

In Pendek krijgen persoonlijke herinneringen de ruimte, met een journalistieke ondertoon.

Een bijzonder opvallend verhaal is dat over Anda Kerkhoven, een Indische verzetsheldin in Groningen. Een neef van deze Indische dame vertelt: “Mijn vader heeft niet veel over zijn zus Anda vertelt, behalve dat zij in het verzet zat in groningen en vlak voor de bevrijding door Nederlanders gefusilleerd is in opdracht van de Duitsers.” “Omdat zij erg donker was, viel zij op in Groningen en zij was kennelijk een geliefd model voor jonge kunstenaars als Johan Dijkstra en Bas Galis.” Voor de lezer die zich inmiddels afvraagt: ‘Waar heb ik die naam eerder gehoord?’ Vorig jaar maakte het Groninger museum bekend dat het drie portretten van deze verzetsheldin exposeerde.

Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.
Anda Kerkhoven, geschilderd door Sebastiaan Galis. Bron.

Het zijn deze verhalen en meer die Herman Keppy weer onder de aandacht brengt van zijn lezers. Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Keppy is zijn eigen uitgeverij begonnen om dit boek mogelijk te maken. Steun hem. Het boek Pendek verdient het.

Pendek. Korte verhalen over Indische levens – Herman Keppy. Uitgeverij West, 2013. 160 pagina’s.

Pendek.
Pendek.

"Een ordinaire strijd om auteursrechten & royalties"

Molemans: “Ik was opgelucht toen de samenwerking met het Nationaal Archief ontbonden was.”

Over twee maanden komt het boek Opgevangen in Andijvielucht uit. Vorige week schreef ik er al over. Auteur en onderzoeker Griselda Molemans startte een ‘crowdfundingactie’ om het staartje ervan te kunnen financieren. Reden voor uitgeven in eigen beheer zou zijn dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich terugtrok: de ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief. Wat was waar van deze – vrij ernstige – beschuldiging? Vandaag lees je deel 2.

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

Waar het mij om gaat in deze – inmiddels twee – artikelen, is achterhalen wat er waar is van de beschuldiging van Molemans; in feite beschuldigt zij het Archief van het censureren van publicaties die voor de overheid onvoordelig kunnen zijn. Voordat ik die uitspraak overnam, wilde ik zeker weten of dit klopte. Na de publicatie van vorige week, ontving ik van Griselda Molemans – zelf, niet van haar advocaat – een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen. Nadat ik dat had gelezen, heb ik telefonisch een toelichting gekregen van de schrijfster.

"Uitwuivers" bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.
“Uitwuivers” bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink/ archief Kirsten Vos.

Exclusief licentiecontract
In het overzicht van de gebeurtenissen staat om te beginnen dat de overeenkomst tussen het Nationaal Archief en de in LA wonende Indische journaliste in 2010 tot stand komt. Haar werk zal gaan over ‘het thema contractpensions als onderdeel van een serie van zeven publicaties’ (die inmiddels uitgekomen is het Geheugenpaleis). Molemans ondertekent een ‘exclusief licentiecontract’, op basis van een standaard contract . Dit houdt onder meer in dat Molemans een licentie verleent aan het Nationaal Archief om haar werk te laten uitgeven. Hieruit vloeit voort dat bij overdracht van dit contract aan de – nog te selecteren – uitgever, de uitgever en auteur een auteurscontract tekenen.

Dat betekent concreet dat het Nationaal Archief het boek van Griselda Molemans pas kan laten uitgeven, als zij akkoord is met de keuze van uitgever.

Ik lees verder. In juli 2011 heeft Molemans de eerste versie van haar manuscript aangeleverd. Wat zei de woordvoerder hier vorige week ook alweer over?

“In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd.”

Zo. Hier is geen sprake van een halve waarheid – de een zegt welles, de ander zegt nietes. Gelukkig is “het gelijk” op een eenvoudige manier te achterhalen. Ik vraag Molemans om inzage in de stukken en krijg de mails doorgestuurd die zij aan de verschillende medewerkers heeft gestuurd, verspreid over de maanden juli – september 2011. Molemans: “Ik heb wel degelijk geleverd. En op 20 december 2012 heb ik alle verzamelde foto’s uit privé-albums aan de conservatrice en enkele collega’s van haar getoond als input voor de tentoonstelling in het NA.” Als ik de woordvoerder van het Nationaal Archief hiermee confronteer, krijg ik een aanvullende toelichting. “Wij hebben nog even gezocht en inderdaad die mails gevonden, maar onze conservator vond de kwaliteit daarvan gewoon niet genoeg. En dat is nooit verder gekomen.”

Eind 2011 krijgt Molemans te horen dat het Archief een overeenkomst getekend heeft met een uitgever met wie zij slechte ervaringen heeft. Zij geeft aan hier niet mee in te stemmen en merkt dat het Archief de druk opvoert, “om me te dwingen het contract met de uitgever te tekenen. Zonder mijn handtekening kan echter geen overdracht van het manuscript plaatsvinden.”

Ik herinner me Siem Boons parafrasering van de reactie van een medewerker van het Archief:

“De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist.”

Die herinnering klopt dus. Dit heeft alleen niets te maken met de ministeriële verantwoordelijkheid waar Molemans aan refereert. Waar is de samenwerking nou echt op stuk gelopen?

Volgens het chronologische overzicht dat ik van Molemans ontving, gaat het vanaf medio 2012 de verkeerde kant op. Ook de vice-directeur van het Archief raakt bij de kwestie betrokken. Volgens het instituut zou Molemans geen exclusief contract hebben ondertekend en wil het Archief 50% van de royalties als mede-auteur van het boek. Daar gaat Molemans niet mee akkoord. Vanaf dat moment gijzelt ze het manuscript en de verzamelde foto’s zolang er “geen deugdelijk contract op tafel ligt.”

Het Archief kan het boek alleen uitgeven als Molemans instemt met de uitgever.

Auteursrechten

Hmm. Als het Archief opdrachtgever is, heeft Molemans dan niet haar auteursrechten ‘verkocht’ aan deze opdrachtgever? En is het niet meer dan logisch, dat het Archief een deel van de omzet verwacht, aangezien het geld in het research gestoken heeft? Griselda Molemans: “Nee. Dat staat niet in het contract dat het Archief en ik ondertekenden in december 2010. Daarin verleende ik een exclusieve licentie aan het NA en was ik voor 100% eigenaar van de auteursrechten.”

Hoewel ik begrijp dat het Archief dit liever anders had gezien, heeft het dit contract mede-ondertekend. Heeft het Archief dan zitten slapen, toen het dit ondertekende? Of realiseerde het zich pas later wat het contract inhield?

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Griselda Molemans, hier op archiefbeeld. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Begin 2013 gaat Molemans met haar advocaat en het Nationaal Archief, vertegenwoordigd door de vice-directeur, om tafel. Molemans: “Tijdens het overleg heb ik aangegeven dat de epiloog van het manuscript een actuele lading heeft door een aantal openstaande claims jegens de Nederlandse overheid. Reactie van de vice-directeur: ‘Daar ben ik helemaal niet blij mee, aangezien we als Nationaal Archief onder ministeriële verantwoordelijkheid vallen.’

Daar is het; de ministeriële verantwoordelijkheid. De eerdere verklaring van het Nationaal Archief klopt op dit punt dus ook niet.

Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Het Archief heeft dus wel degelijk de woorden ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ in de mond genomen, in reactie op de aankondiging van Molemans. Toch is de suggestie die Griselda Molemans in haar crowdfunding-actie wekt een andere. In de flyer van de geldinzamelingsactie wekt zij de suggestie, dat het Nationaal Archief de inhoud van het manuscript zelf heeft ingeschat als ‘explosief’ en de conclusie heeft getrokken dat deze buiten de ministeriële verantwoordelijkheid viel. Maar goed. Dat is misschien detail. Feit is dat dit al de tweede keer is, dat de verklaring van 
het Archief ernstig afwijkt van die van de auteur.

Het feitenrelaas eindigt met het ontbinden van de overeenkomst tussen Molemans en het Archief, omdat Molemans er te lang over doet om een andere uitgever te vinden – een afspraak die zij met het Archief eerder dat jaar maakte. “Daarbij is bepaald dat ik de onkostenvergoeding van 10.000 euro voor onderzoek in binnen- en buitenland plus alle reiskosten voor de interviews terugbetaal,” licht de auteur toe. “Er is dus geen sprake geweest van ‘fees’ zoals het NA beweert. Daarmee was voor mij de weg vrij om het manuscript zelf uit te geven. En ik zal je eerlijk zeggen, ik was opgelucht toen de samenwerking ontbonden was.”

De Zwarte met het oranje is een boek dat <MOlemans maakte in samenwerking met het Natiopnaal Archief. Fotograaf Armando Ello is hier te zien, die met de schrijfster het boek maakte. (mei 2010)
‘Zwarte huid, oranje hart’ is een boek dat Molemans en fotograaf Armando Ello (hier op beeld) maakten in samenwerking met het Nationaal Archief. Foto: Kirsten Vos, mei 2010.

Geduld

Het Nationaal Archief heeft de overeenkomst dus ontbonden omdat het zijn geduld verloor. Het had een ander contract getekend dan het wilde, en zag zichzelf nu wachten op een auteur die nog geen uitgever had gevonden. Dat het zich niet kon vinden in de inhoud van het werk, vind ik op basis van deze voorgeschiedenis niet te hard te maken.

Dat het Nationaal Archief de samenwerking met Molemans beëindigd heeft, omdat de ‘vele onthullingen in het manuscript’ niet pasten binnen de ‘de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het instituut, is dus niet waar. Volgens de lezing van zowel Molemans als het Archief klopt deze beschuldiging niet. Beiden geven aan dat het Archief de overeenkomst ontbonden heeft om organisatorische redenen; het niet halen van overeengekomen deadlines (lezing van het Archief) en het opraken van het geduld (lezing Molemans). Maar dat is ook de enige overeenkomst.

Het Archief zegt dat Molemans pas eind 2012 voor het eerst geleverd heeft, terwijl Molemans wel degelijk eerder werk aanleverde. Het Archief ontkent te hebben gerefereerd aan de ministeriële verantwoordelijkheid, terwijl het nota bene de vice-directeur was die deze woorden in de mond nam. Het Archief zegt bovendien dat Molemans al sinds 2011 haar afspraken niet nakomt, terwijl Molemans zegt dat zij in 2013 (pas) te horen kreeg dat het te lang ging duren, terwijl de onderhandelingen nog gaande waren.

Griselda Molemans Facebook Indisch 3

Is het mogelijk dat het Archief, zoals deze Facebook-fan suggereert, de samenwerking formeel om organisatorische redenen heeft opgezegd, maar achter de schermen een reden zocht om afstand te nemen van de door Molemans aangekondigde ‘claims jegens de Nederlandse overheid’? Natuurlijk. Dat is mogelijk. Maar die conclusie blijft speculatief.

Explosieve inhoud

Maar waarom heeft Molemans dan gerefereerd aan de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’? En hoe zit het dan met de ‘explosieve inhoud’? Molemans: “Oké, ik heb het begrip ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ genoemd, in een andere context. Dat was omdat ik het Archief de afgang wilde besparen van het echte verhaal, namelijk een ordinaire strijd om auteursrechten en royalties. Maar de inhoud is wel degelijk explosief. Die komt uit archieven in Washington en daar hebben de mensen van het Nationaal Archief helemaal geen weet van. Dat zijn de claims die in de epiloog vermeld staan.”

In vertrouwen vertelt Griselda Molemans me over enkele van deze claims. Ja, die zijn inderdaad explosief. Ik ben zelfs blij verrast. Het is kennis waar veel mensen – inclusief ikzelf – al heel lang op zitten te wachten. Wat een opluchting dat dit eindelijk naar buiten gaat komen.

Hoe gaat het eigenlijk met de inzamelingsactie? “Ja, goed, ik ben er bijna. Ik schat dat mensen nog ongeveer 1,5 week in kunnen stappen, dan heb ik het totaalbedrag bij elkaar. Ik zal het je laten weten, zodra we er zijn. Het boek komt 21 maart a.s. uit, dan presenteer ik het bij het instituut voor Beeld en Geluid.”

“Ik ben er bijna. Ik schat dat mensen nog ongeveer 1,5 week in kunnen stappen, dan heb ik het totaalbedrag bij elkaar.”

In een afsluitende verklaring vertelt de woordvoerder van het Nationaal Archief: “Ook wij vinden het ontzettend jammer dat de samenwerking zo misgelopen is. Wat ons betreft is de kern van dit conflict vooral een verschil van inzicht over de kwaliteit van het aangeleverde werk. Ook wij zijn de verliezer hierin: wij missen een publicatie in een reeks waarmee we de breedte van het Archief zichtbaar wilden maken. De geschiedenis van de Indische Nederlanders hoort daarbij.”

En dat is eindelijk iets waar Molemans, het Archief en ik hetzelfde over denken.

De repatriëring: op zoek naar een toekomst

Repatrianten in hun pension - onder wie de ouders van mijn vader - in Elshout. Bron: persoonlijk archief Kirsten Vos

‘In kranten overlevingsdrang Indische Nederlanders centraal’

Het is een typisch Indische eigenschap: Indo’s zijn vindingrijke doorzetters en laten zich niet zomaar uit het veld slaan. Wat er ook is, er is altijd een – Indische – oplossing voor. Immers, een Indo kan met een karrètje al wonderen verrichten. Je verwacht het misschien niet, maar in mijn afstudeeronderzoek over de repatriëring ontdekte ik dat deze eigenschap een grote rol speelde in krantenberichten over het vertrek naar Nederland in de jaren ’50 in Indonesië. 

"Uitwuivers" bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.
“Uitwuivers” bij een repatriantenschip. Foto: Willem Plink.

27 december 1951
Op 27 december 1951 sloot de “optietermijn” voor Indische Nederlanders. Dat betekende dat ze vanaf die dag niet meer konden kiezen (opteren) voor het warga negara; het staatsburgerschap van Indonesië. Deze datum speelde een sleutelrol in de beginfase van de repatriëring, het onderwerp waarop ik in 2007 afgestudeerd ben (Media en Journalistiek, Erasmus Universiteit Rotterdam).

Afstudeeronderzoek
Wat schreven kranten in Indonesië over deze gebeurtenis, in de jaren na de soevereiniteitsoverdracht? En wat konden we daaruit concluderen over de verwachtingen waarmee repatrianten naar Nederland kwamen? Want waarom deden ze dat eigenlijk, naar Nederland komen? De resultaten verrasten en raakten mij.

De scriptie Indië Tabe(h) uit 2007.

Indië Tabe(h)
Over de repatriëring is veel te vertellen. Veel meer dan in dit artikel past. Het eindresultaat van mijn afstudeeronderzoek is een lijvige scriptie, Indië Tabe(h), die je in zijn geheel kan downloaden (pdf, 1,5mb) op een speciaal hiervoor ingerichte website.

Karakter
Voor een historisch overzicht verwijs ik je naar de hand-out die ik heb geschreven voor de Indische school van de Tong-Tong Fair en de paragraaf over repatriëring van Indische Nederlanders in Wikipedia, van mijn hand. Want in dit artikel wil ik aandacht besteden aan het karakter van Indische Nederlanders.

Vastberadenheid
In de 92 krantenberichten over de repatriëring die ik analyseerde, borrelde onverwacht vaak het karakter van Indische Nederlanders naar boven. En dan met name hun vastberadenheid om na elke tegenslag de mouwen op te stropen, vanaf nul te beginnen en het het liefst meteen maar een tikkeltje beter te doen dan de vorige keer. Een voorbeeld van een krantenbericht waarin deze eigenschap centraal stond, was het verhaal van Bart Groenewoud, ondernemer én oorlogsslachtoffer.

Bart Groenewoud: een ondernemende avonturier
Bart Groenewoud verliet Soerabaja in 1955. Hoewel het Nieuw Soerabajasch Handelsblad alleen op 12 april van dat jaar een artikel aan hem wijdde, besloeg dat bijna een halve krantenpagina. Groenewoud was volgens het NSH een ondernemende avonturier met een ijzersterk doorzettingsvermogen, iets dat  ook in de beschrijving van andere repatrianten, in andere kranten en andere periodes naar voren kwam.

Ongekende bloei
Groenewoud was in de jaren ’20 vanuit Nederland naar Indië gekomen en maakte daar in korte tijd naam in ‘het amusementsleven, dat in die tijd een ongekende bloei kende’.  Toch was hij met andere plannen naar Indië gekomen; hij had carrière willen maken in ‘het hotelbedrijf’. Toen dit onhaalbaar bleek, koos hij ervoor om van zijn hobby muziek zijn werk te maken, samen met zijn broer José. ‘Vooral met ensemble de “Oriëntal Ramblers” werden successen geboekt.’

Na de bezetting knapte Groenewoud zijn ‘dancing Tabarin in drie maanden op.’

Tegenslagen
Keer op keer wist hij tegenslagen te overwinnen, zoals de economische crisis van de jaren ’30 en de Tweede Wereldoorlog, om vervolgens nog succesvoller te worden dan hij al was.  Tijdens de Grote Depressie had hij Indië in 1932 verlaten, om in Nederland een vergelijkbare situatie aan te treffen. Daarom had hij in 1937 besloten om samen met zijn muzikale partner zijn geluk in Madagascar en Afrika te zoeken als het duo ‘Marcel et Max’, totdat daar de ‘oorlogsdreiging [hen] terug deed keren naar Java, waar het wellicht veiliger zou zijn dan in Afrikaanse contreien. Dat wellicht was een volslagen misrekening.’

Krijgsgevangenschap
Onder de tussenkop ‘Bestemming gevonden’ beschreef de krant hoe Groenewoud in Soerabaja ‘bedrijfsleider’ werd van een ‘dancing’ en hij ‘eindelijk zijn bestemming’ vond. Na een ‘krijgsgevangenschap van 3 ½ jaar’ moest hij zijn dancing ‘Tabarin’ weer opknappen, wat hem ‘in drie maanden tijd’ lukte en ‘het viel niet zwaar het bedrijf “runnend” te houden.’ Ook toen ‘langzaamaan (…) het getij keerde’, bleef ‘Tabarin’ succesvol en de reputatie die zij had, was volledig te danken aan ‘Bart Groenewoud himself.’

Door te repatriëren ging Groenewoud ‘weer met een schone lei beginnen’

Schone lei
De krant omschreef zijn vertrek naar Nederland als volgt: ‘…zal Bart met vrouw en kind zich een nieuwe toekomst moeten verschaffen. Hij zal, waar dan ook, weer met een schone lei moeten beginnen (…)’. Het artikel eindigde met een persoonlijke groet: ‘Hoe het zij, Bart: Het ga je goed. Dat de “Indrapoera” je behouden met je gezin naar Nederland moge brengen en dat je daar of elders een goed emplooi mag vinden.’

Feestelijk afscheid van de familie Herwig. Foto: Nieuw Soerabajasch Handelsblad, p. 1, 1 april 1955.
Feestelijk afscheid van de familie Herwig. Foto: Nieuw Soerabajasch Handelsblad, p. 1, 1 april 1955.

Mijnenveld
Dit is slechts één van de berichten waarin het doorzettingsvermogen van Indische Nederlanders centraal stond. Natuurlijk – de Nederlandstalige kranten in Indonesië hadden in die tijd een verborgen agenda: zij opereerden in een politiek mijnenveld. Zij moesten aan de ene kant geloofwaardig maken hoe goed Indische Nederlanders omgingen met Indonesiërs en tegelijkertijd wilden zij de vertrekkende repatrianten een hart onder de riem steken.

Speelgoedauto
Maar geef toe – jij herkent dit karakter toch ook, uit jouw Indische familie? Die ene oom die van de inhoud van een lucifersdoosje een speelgoedauto kon maken? Die tante die uit het niets een verrukkelijke maaltijd op tafel kon zetten? Dat doorzettingsvermogen, die vastberadenheid – het is een eigenschap waar de Indische gemeenschap trots op mag zijn. Ik hoop dat we die eigenschap vaker centraal zetten als we het hebben over ‘typisch Indisch’.

Dit artikel is een bewerking van een lezing die ik in 2009 heb gegeven op de Tong-Tong Fair. In de hele versie kan je meer lezen over het verloop van de repatriëring en van de verschillende opvattingen van repatrianten over hun toekomst.