En dan nu: licht, camera, actie!

De vorige keer schreef ik dat mijn script na een spannende pitch is uitgekozen om tot een korte film gemaakt te worden. Samen met coach Sandra Beerends ben ik aan de slag gegaan. We zijn gaan filmen.

Panic attack 
Meteen is het duidelijk: in korte tijd moet er heel erg veel gedaan worden (lees: PANIC ATTACK!). Allereerst moet ik het script – nog een keer! – herschrijven, nadat Sandra feedback heeft gegeven. We drinken samen koffie en praten over het script, maar ook over andere Indië gerelateerde dingen.

Sandra heeft ook een Indische achtergrond en haar moeder komt net als mijn oma uit Semarang, heel erg toevallig! Na het script een paar keer doorgenomen te hebben, komen we op het maken van pasteitjes. Ik ben meteen blij met deze keuze, omdat het iets is wat ik van oma heb geleerd, het er mooi uit ziet op beeld en we ondertussen een goed gesprek kunnen voeren zonder dat het een echt interview wordt.

Belangrijk is dat ik steeds goed de structuur in mijn hoofd houd. Naast het herschrijven van het script, ben ik ondertussen op zoek naar een kleine, maar goede crew. Tijdens de draaidagen zullen Erik (camera), Kirsten (productie) en mijn zus Jade (ook productie en tegelijkertijd geluidsvrouw) me helpen. Sanne doet art design en Ronny maakt een hele coole krontjong track in een nieuw en modern jasje.

still5
Ik ben blij met de keuze om in de film pasteitjes te maken.

Opa is watching you
En dan is het zover: de eerste draaidag. Ik ben uiteraard weer zenuwachtig en ik hoop geen tomaat te worden, want het wordt voor eeuwig vastgelegd. Ik probeer te doen alsof ik niet zenuwachtig ben, zodat oma zich zo natuurlijk mogelijk gedraagt. Samen met Jade ben ik er al ’s ochtends, omdat opa jarig is en we gaan helpen met taartjes uitdelen. Ik geloof dat oma zich drukker maakt om het uitdelen van die taartjes dan om de film zelf, dat is mooi.

Opa heeft er alleen niet zoveel zin in, hij vindt het te druk en wil zijn verjaardag liever in z’n eigen huiskamer vieren. Oh-oh denk ik, als hij het nu al te druk vindt, hoe gaat dat dan straks als we gaan filmen? Gelukkig kan hij toch genieten van de aandacht voor zijn verjaardag en gaan we daarna terug naar de kamer van opa en oma. Daar gaat opa lekker babi pangang spek eten, zijn lievelingsgerecht van de Chinees, gekregen van mijn moeder. Als hij klaar is, houdt hij ons nauwlettend in de gaten.

opakijkttoeklein
Opa houdt de boel nauwlettend in de gaten.

De set
Om 12.00 komen Erik en Kirsten aan op de set (lees: de huiskamer van opa en oma). De spullen worden, bij gebrek aan ruimte, uitgestald op het bed van opa en oma. Ondanks dat ziet het er al heel professioneel uit! Oma blijft lekker rustig in haar stoel zitten en puzzelt wat. Erik gaat in de weer met zijn camera en ondertussen kijken Jade en Kirsten hoe het geluid werkt en krijgen oma en ik een geluidszendertje.

spullenuitgestald
De spullen worden uitgestald op het bed van opa en oma.

Bombarie
En dan is het zover en gaan we echt filmen. Het gaat best wel goed, maar ik merk wel dat het in het begin een beetje stroef gaat. Het is moeilijk om een gesprek natuurlijk te laten verlopen met zoveel bombarie om je heen. Ik merk ook aan oma dat ze zich bewust is van de camera. We houden daarom een korte pauze waarin we besluiten dat we niet alles de eerste draaidag kunnen filmen, omdat dat te vermoeiend zal zijn. Door dit besluit zijn oma en ik wat meer ontspannen.

Oma en kleindochter Amber.
Het is nog best wel lastig een gesprek voeren met al die bombarie om je heen.

Zingen
De tweede draaidag gaat soepeler en de gesprekken gaan ook veel beter. Op een gegeven moment hebben we niet eens meer door dat we worden gefilmd. We zingen samen een lied dat oma heeft geschreven op de wijs van South of the Border van Gene Autry. Ik begeleid ons op mijn keytar, want keytars rulen de wereld. Ik zie nu al voor me hoe dat een leuke scene wordt in de film.
“Vanonder de tropenzon, ver over zee
zitten we hier nu, met ons wel en ons wee”

still2
Na keytarspel konden we weer lachen.

Moe, maar voldaan
We sluiten de tweede draaidag met een moe, maar voldaan gevoel af. Er ligt nog een hele klus in het verschiet: monteren. De film wordt uiteindelijk pas echt een film in de montage. Ik moet direct al het materiaal gaan bekijken en gaan bepalen wat er wel en niet in de uiteindelijke film komt. Meer hierover in mijn volgende blog!

Vandaag is de première al, ik heb hier heel erg veel zin in!! Ik zal bloggen over hoe de film is ontvangen.

Twee Indo's koken voor Serious Request 2013

Chef Pascal Jalhaij en tv-kok Danny Jansen in ’24 uur EVI & Friends’

26 (chef-)koks koken dit jaar voor Serious Request 2013 in een 24uurs kookmarathon, georganiseerd door restaurant EVI. De chefs koken 24 uur lang om geld in te zamelen voor het goede doel. Twee van deze koks zijn chef Pascal Jalhay – die we kennen als juryvoorzitter van ‘onze’ Gouden Rijstkom – en Danny Jansen die te zien is als tv-kok op 24kitchen. We bellen ze op. Wat staat er op het menu?
Pascal Jalhay. Foto: Marfo BV
Pascal Jalhay. Foto: Marfo BV
‘Ja, Danny en ik gaan samen koken,’ vertelt Pascal me opgewekt. ‘Ik werd twee maanden geleden benaderd met de vraag of ik mee wilde doen. Ik was meteen enthousiast. Er zijn zelfs zoveel chefs – 26 – dat er twee blokken zijn die door twee koks tegelijk verzorgd worden. Dus hebben Danny en ik elkaar opgezocht, de Indo-connection.’
Bewondering
‘Ik wilde heel graag met Pascal samenwerken,’ zegt Danny. Hij is een goede chef, tegen wie ik best opkijk en voor wie ik veel bewondéring heb. Bovendien delen we dezelfde roots. Tjitse – de initiatiefnemer en eigenaar van restaurant EVI – vroeg of ik mee wilde doen. Het leek me geweldig, je doet wat voor het goede doel én je mag met zoveel chefs tegelijk werken. En tja, dat het doel van Serious Request dit jaar niet zo smakelijk is, ach, een goed doel is een goed doel.’
Dany Jansen. Foto: http://www.foodiesmagazine.nl/recepten/nagerechten/texas-style-applepie/11243/
Danny Jansen. Foto: www.foodiesmagazine.nl
Driegangenmenu
Pascal en Danny verzorgen een driegangen menu. Pascal maakt onder meer een kaasamuse – met als geheim ingredient het spekkoeklikeurtje – en Danny verzorgt het dessert. ‘Onze Indo- link gaan de gasten terugzien in onze gerechten,’ verzekert Jalhaij me. ‘Voor mijn kaasamuse heb ik drie liter spekkoeklikeur mee, en ik gebruik Indonesische specerijen en tropisch fruit.’ In de bijdrage van Jansen zal onder meer sereh terug te vinden zijn, mango en papaya.
Veilen van de stoelen
Tijdens het interview zie ik de veiling van de 240 stoelen op vakantieveilingen.nl aflopen. Ik bel initiatiefnemer en organisator Tjitse van den Dam van restaurant Evi. ‘O, dat betekent dat de stoelen daarop zijn, maar wees gerust. We hebben stoelen apart gehouden, vanavond en morgen kunnen mensen via www.24uurevi.nl nog aan een plekje komen.’
serious request logo
26 x 24
26 chefs koken in 24 uur voor het goede doel. Dat betekent dat mensen dus ook midden in de nacht moeten gaan eten, gaan die stoelen wel weg? Van den Dam: ‘Daar ben ik niet bang voor. Dit is een unieke kans om een chef midden in de nacht voor je te laten koken. Wie heeft dat eerder meegemaakt?’
Tot en met morgen kan je dus aan een stoel komen voor ’24 uur Evi & Friends’. Stoelen worden in blokken van 3 uur geveild. Op zondag 22 december a.s. gaat de kookmarathon van start. Kan je er niet bij zijn? Je kan via www.24uurevi.nl een livestream volgen, waarbij Foodreporter de gerechten becommentarieert en het event verslaat.

Speculaashuis op z'n Indisch

Indisch 3.0 Speculaashuis

Met z’n allen versieren!

Hoewel het voor veel Indische families geen december hoeft te zijn om gezellig bij elkaar te komen en lekker te eten, heeft deze tijd van het jaar toch iets extra feestelijks. Iedereen viert Kerst op zijn eigen manier, van het maken van een gingerbread house in de VS tot het maken van Hollandse speculaas met Indonesische specerijen. Speciaal voor de Indisch 3.0 lezers hebben Krista Doornbosch en ik met veel plezier een speculaashuis met een Indisch tintje gemaakt. 

Maar eerst wat geschiedenis, want als vanzelfsprekend gaan we ervan uit dat alle ingrediënten voor lekkernijen als een speculaashuis in ons kikkerlandje te vinden zijn. Toch groeit nootmuskaat niet hier aan de boom, maar in Indonesië. Hoe zijn deze specerijen hier terechtgekomen?

Het Indisch 3.0 kersthuis door Krista en Melissa (c) Wing-Ni Lam 2012

Waardevolle schatten
Al ver voor de tijd van de VOC waren specerijen bij de oude Romeinen al gewild als smaakstof, conserveringsmiddel en om hun geneeskrachtige eigenschappen. Bij de val van het Romeinse rijk ging dit netwerk en de kennis verloren totdat Europa tijdens de Middeleeuwen weer opnieuw in aanraking kwam met deze exotische vondsten. Nadat Portugese ontdekkingsreizigers over zee de routes naar het oosten hadden ontdekt en terugkeerden met waardevolle schatten als kruidnagel en kaneel, duurde het niet lang voordat de Nederlanders hier ook op afgingen. Sindsdien zijn specerijen als kaneel, nootmuskaat, foelie en kruidnagel niet meer weg te denken uit de Hollandse keuken.

Tijd om uit te pakken
Gaandeweg zijn we de warme geuren van deze specerijen gaan associëren met de kerst, omdat dit de tijd van het jaar is om uit te pakken met deze (destijds dure) specerijen. Kerst is ook de tijd van het jaar waarin gezelligheid en familie centraal staan. Daarom moedigen we bij deze iedereen aan om ons speculaashuis te maken en gezamenlijk te versieren!

Voordat je begint nog een aantal tips:

  • Begin een dag van tevoren met het bakken van de koek.
  • Koop de snoepwinkel en notenbar leeg voor versiersels.
  • Gebruik kant-en-klare koekkruiden als je niet alle specerijen in huis hebt.

Recept voor het speculaashuis

Ingrediënten

Koek

  • 500 gr bloem
  • 320 gr zachte boter
  • 250 gr donkere basterdsuiker
  • 1 ei
  • flinke snuf zout

Koekkruiden

  • 2 el kaneel
  • 1 el gember
  • 1 tl korianderzaad
  • ½ tl nootmuskaat
  • ½ tl kruidnagel
  • ¼ tl witte peper

Glazuur

  • 3 eiwitten
  • 500 gr poedersuiker

Versiering

  • snoepgoed, noten, cupcakeversiering, laat je fantasie de vrije loop!

Verdere benodigdheden

  • sjabloon voor het huisje
  • spuitzak
  • stuk karton van A4 formaat als grondplaat

Bereiding

Koek bakken

  • Meng voor het deeg alle ingrediënten in een kom met de hand, dan wel met de deeghaken van je mixer, tot zich een grote bal vormt. Als het deeg te droog is kun je lepel voor lepel water toevoegen, en wanneer het te nat is voeg je bloem toe.
  • Druk de bal plat zodat je het straks makkelijk uit kunt rollen. Verpak de bal in vershoudfolie en laat het minimaal een uur rusten in de koelkast zodat het bij het uitrollen niet scheurt. Je kunt het deeg ook bewaren voor de volgende dag.
  • Verwarm de oven voor op 160°c en leg het bakpapier op de bakplaten.
  • Bestuif het aanrecht en het deeg met een beetje bloem en rol het uit tot een dikte van bijna 5 mm. Snijd alle figuren uit en leg ze op de bakplaat. Probeer hierbij de figuren zo min mogelijk te vervormen zodat je niet eindigt met wiebelige randen van je muren.
  • Bak de koek in 20 minuten gaar en laat ze op de bakplaat afkoelen. Draai de koeken om zodat ze goed kunnen drogen. Op deze manier worden de koeken stevig. Ook dit kun je een dag van tevoren doen.
(c) Wing-Ni Lam 2012

Glazuur maken

  • Klop 3 eiwitten stijf met een garde of mixer tot ze pieken vormen. Klop beetje bij beetje de suiker in het eiwitmengsel en klop net zo lang totdat dit opgelost is, dit kun je voelen wanneer je een beetje van het mengsel tussen je vingers wrijft.
  • Schep het mengsel in een spuitzak en draai deze aan de bovenkant dicht om uitdroging te voorkomen.

Om salmonellagevaar te voorkomen kun je de eiwitten vervangen door 10 gram eiwitpoeder en 60 ml water.

Huis in elkaar zetten

  • Spuit glazuur langs de randen van de eerste koek en zet deze op je grondplaat en plak de rest van de wanden er tegenaan. Met behulp van blikken kunnen de wanden steunen of vraag iemand anders om je te helpen. Laat dit minimaal een uur uitharden.
  • Bespuit de randen van de muren waar het dak op komt te liggen met glazuur en zet de dakdelen erop. Ondersteun ook deze delen en laat drogen.
(c) Wing-Ni Lam 2012

Versieren

  • Zodra het huisje staat begint het leukste gedeelte: versieren! Hier zijn geen regels voor, maak het zo mooi als je wilt. Gebruik het glazuur als lijm of als decoratie met behulp van verschillende spuitmondjes.

Ik hoop dat jullie net zo veel plezier zullen hebben bij het bereiden van dit recept als wij hebben gehad.

Fijne kerstdagen!

3.0 in de keuken: Joe Saleh

‘Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen’

Joe Saleh (36), werkzaam als kok in het Filmhuis in Den Haag, heeft een grote passie voor eten, muziek en schilderen. Drie disciplines die volgens Joe heel dicht bij elkaar liggen. Zijn vader vocht tegen de Jappen en zijn moeder behoorde tot de eerste generatie onafhankelijke Indonesiërs. Of Joe een echte 3.0’er is, is dus niet duidelijk. Joe lijkt hier niet veel waarde aan te hechten. Hij wil zichzelf niet profileren als Indisch maar als wereldburger. ‘Koken is een kunstvorm die verschillende landen en culturen met elkaar verbindt. Dat alleen al laat zien hoe klein de wereld eigenlijk is.’

Zowel de grootouders als de ouders van Joe komen uit Java: ‘Het bizarre aan de familiegeschiedenis is dat mijn opa, de vader van mijn moeder, tegen mijn vader gevochten heeft. Mijn opa vocht voor Indonesië. Dus eigenlijk heeft onder andere mijn moeders familie ervoor gezorgd dat mijn vader in 1950 het land uit werd gezet. In 1965 kwam ook mijn moeder in Indonesië in moeilijkheden omdat ze verdacht werd van linkse praktijken. Ze had sympathie voor de andersdenkenden. Ook zij besloot het land te verlaten. In Nederland vonden mijn ouders elkaar pas.’

Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro
Joe Saleh. Foto: Rogeiro Monteiro

Ik maak deel uit van deze wereld
In 1995 ging Joe voor het eerst naar Indonesië. Hier ontmoette hij een groot deel van zijn familie: ‘Overeenkomsten heb ik niet echt gevonden. Zij zijn daar opgegroeid, ik in het westen. Destijds liep ik daar op Nikes dus men zag dat ik niet van daar kwam. Dat was voor mij een vreemde gewaarwording. Ik ging juist naar Indonesië om te ontdekken waar mijn roots lagen. Helaas kon ik daar niet goed aarden, maar wat nog erger was, was dat ik bij terugkomst in Nederland ook hier niet meer kon aarden. Ik voelde me ontheemd. Waar hoor ik dan wel? De omzwerving heeft ongeveer tien jaar geduurd tot het besef kwam dat ik zowel daar als hier hoorde. Ik maak deel uit van deze wereld. Dat besef geeft mij rust.’

Mijn gasfornuis is mijn canvas
Joe stond altijd bij zijn moeder in de keuken. Toch is hij, ondanks zijn liefde voor koken, eerst Illustratieve Vormgeving gaan studeren: ‘Ik ben niet afgestudeerd, omdat de passie voor koken toch grotere vormen aannam. Eigenlijk kan koken vergeleken worden met schilderen. Ik zie daar niet zoveel verschil in. Je gebruikt alleen andere zintuigen. Bij schilderen vertaalt het penseel wat in mijn hoofd zit naar het canvas. Als ik kook, is mijn gasfornuis mijn canvas, maar dan met pannen en kleuren. Naast je ogen gebruik je bij het koken nog twee extra zintuigen, je reuk en je smaak.’

Keep up the big smile
Keep up the big  smile is kenmerkend voor Joe: ‘Geen idee of het typisch Indisch is, maar ik probeer het wel aan mijn collega’s mee te geven. Tijdens de laatste avond van de Haarlem culinair dagen was het zo druk dat mijn voormalige chef en ik de bonnen niet meer aankonden. Mijn chef gaf op en zat in een hoekje voor zich uit te kijken. Ik kookte door. Mijn chef zei: wat doe je? Ik antwoordde: Zie je die borden daar? Als we die wegwerken dan hebben we het record verbroken. Mijn chef stond op en kwam naast mij staan. Samen hebben we de borden weggewerkt. Ik was zo blij en zag mijn chef ook helemaal opbloeien. Als het nu druk is, denk ik nog vaak aan dit moment terug. Ooit was het mogelijk dus nu ook.’

Joe Saleh. Foto: Johan Snijders
Joe Saleh. Foto: Johan Snijders

Volks voedsel
Joe houdt vooral van volks voedsel: ‘Het is geen koninklijk voedsel. Het is voedsel dat iedereen eet. Zodra ik een nieuwe cultuur ontdek, wil ik eerst met hulp van de lokale bevolking de traditionele recepten uitproberen om de smaak te achterhalen. Van daaruit ga ik freaken. Wat gebeurt er als ik een andere cultuur erbij pak? Ik experimenteer ook met Indonesisch eten. Zo werkt de Indonesische keuken bijvoorbeeld met gedroogde koriander en de Thaise met verse koriander. Als je verse koriander gaat gebruiken in de Indonesische keuken, krijg je direct al een andere smaak. Dat vind ik interessant. Dat je met de traditionele dingen iets doet, waardoor er iets nieuws ontstaat.’

Heilige drie-eenheid
Joe zal altijd op zoek blijven naar de meest vreemde culinaire combinaties, maar liever gaat hij door in de muziek. Hij geeft mij zijn cd – Joey Retro: As the wind turns : ‘Dit is wat ik wil doen, maar dat wil niet zeggen dat ik stop met koken. Ik moet altijd bezig blijven, niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Voor mij is de heilige drie-eenheid: eten, muziek en schilderen. Je bladmuziek is je canvas, dat zijn je pitten. Je wilt altijd dat iets wat je maakt zó in de smaak valt dat men denkt: wauw dit is super nice, of het nu om eten, muziek of kunst gaat. Dat is het eindresultaat.’

Oproep: Ken/ben jij een 3.0’er in de Keuken die mee zou willen werken aan een aflevering van 3.0 in de Keuken? Laat het ons weten door een mailtje te sturen naar nora@indisch3.nl

 

Joe Saleh © DennisWisse
Joe Saleh © DennisWisse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wil jij ook freaken in de keuken? Probeer dan  pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat-kokos saus (voor 2 personen)

Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus
Pepesan of makreel in pittige Indische tomatensaus met haricovert in tomaat kokos saus

Ingrediënten boemboe

2 tomaten
halve paprika

2 teentjes knoflook
3 eetlepels sambal oelek

4 kemiri noten
halve ui

1 dl olie
Peper en zout

Maak met bovenstaande ingrediënten de boemboe voor de makreel,
met een blender of keukenmachine

2 makrelen
2 stengels citroengras (sereh)

2 blaadjes laurierblad

snij kop en staart van makreel af, verwijder ingewanden en spoel de vis schoon
– zet de boemboe met de stengels sereh en de laurierblaadjes op het vuur
– breng de boemboe aan de kook
– doe per makreel een kwart van een sereh stengel en een laurierblad in de buikholte. Voeg ook wat van de saus toe.
– smeer een ovenschaal in met een beetje olie, doe de makreel er in
– voeg de saus toe, schuif het in de oven op 160 graden 20 min.

Tips
– Dek de ovenschaal af met een deksel om uitdrogen te voorkomen
– Zorg ook dat de vis onder staat

Bereiding van Haricoverts in tomaat-kokos saus 

200 gr haricoverts
1 tomaat

halve ui
1 teentje knoflook

50 gr laos
1 stengel sereh

1limoenblad
2 eetlepels sambal oelek

250 ml kokosmelk
scheut vissaus

zet water op voor de haricoverts om te blancheren. Voeg wat zout aan het water.
– snij de kontjes van de haricoverts. Als het water kookt voeg je de haricoverts toe.
– kort blancheren, ze mogen een bite hebben. Als je denkt dat het goed is, meteen spoelen onder koud water. Dan behoudt het z’n prachtige groene kleur.
– snijd ondertussen de knoflook in plakjes, de ui in fijne blokjes, crush de sereh stengel met de achterkant van je (koks)mes of met een hamer, zodat het soepel wordt.
– snij de laos grof. Voeg toe aan een pan gevuld met een scheutje olie. Even fruiten.

– voeg dan de sambal, limoenblad, blokjes tomaat toe. Even fruiten.
– voeg de kokosmelk toe en laat even koken.
– voeg de haricoverts toe en roer goed door.
– voeg vissaus naar smaak toe

Een halfbakken Indo?

Blauw. Foto: http://www.guardian.co.uk/travel/2011/jun/22/top-10-best-restaurants-amsterdam

Een avondje uit met een Indisch tintje

Meike Grol was een van de vijf genomineerden van de verhalenwedstrijd Hier Wordt Wat Groots Verricht. Net als Romy Luyt won zij een dinerbon van Asia Gastronomica*. Daarmee kon ze met twee personen heerlijk uit eten gaan bij Restaurant Blauw in Utrecht. Meike blikt terug.

Blauw. Foto: http://www.guardian.co.uk/travel/2011/jun/22/top-10-best-restaurants-amsterdam
Blauw. Foto: http://www.guardian.co.uk/travel/2011/jun/22/top-10-best-restaurants-amsterdam

Omdat het een van de eerste zomerse avonden van het jaar is, moeten onze ogen aan het donker wennen als we restaurant Blauw binnenstappen. Hier geen traditioneel houtsnijwerk, landkaarten van de archipel of waaiers met sawahs in losse penseelstreken. Het interieur is modern en voornamelijk donkerrood, op een enorme familiefoto op de wand na. De open keuken doet me denken aan de restaurants op Java waar de kokkin achterin naast een geblakerde wadjan hurkte. De geuren zijn vergelijkbaar. Sinds die reis, vijftien jaar geleden, heb ik er niet meer over nagedacht wat Indisch zijn voor me betekende. Pas toen mijn zoontje tot ieders verbazing met een mongolenvlek geboren werd, besloot ik wat op te schrijven voor het nageslacht. Door een van die verhalen op te sturen naar de verhalenwedstrijd van Indisch 3.0 sta ik hier nu in Blauw. Geen slechte prijs!

Toch koop ik graag de toko leeg.

Terwijl de vriendelijke ober mijn man en mij de tafel wijst, zie ik bij andere gasten allerlei schaaltjes staan: roedjak, acar, pisang, saté en nog veel meer. Het water loopt me in de mond. Zou een voorliefde voor Indisch eten aangeleerd of aangeboren zijn? In mijn geval moet het laatste gelden. Mijn Indische opa kookte niet, zijn moeder overleed jong en heeft het mijn moeder dus niet geleerd, en daar mijn vader zelfs het petieterigste beetje pedis niet kan verdragen, aten we thuis nauwelijks Indisch. Ik ging vaak uit eten met mijn grootouders, maar kan me geen bezoek aan een echt Indisch restaurant herinneren. Toch koop ik graag de toko leeg, ken ik alle gerechten bij naam en grijp ik voor troost liever naar een lemper dan naar een broodje kaas. Helaas heb ik die eerste zelden in huis.

Ik ben een dubieuze Indo 3.0, vind ik. Dat blijkt ook maar weer uit wat ik denk terwijl ik op de menukaart tuur. Niemand heeft ons namelijk uitgelegd wat de bon inhoudt. ‘Mogen we gewoon alles bestellen?’ fluistert mijn man. ‘Ik denk het wel,’ fluister ik terug, uitgaand van de Indische gastvrijheid die ik zelf ook hoog in het vaandel heb. Maar de zuinige Hollander in mij informeert het toch maar. ‘Alles wat jullie willen,’ zegt de vriendelijke bediening, en ik schaam me over mijn onbescheiden vraag. Mijn man kijkt verheugd, hij is dit niet gewend.

De zuinige Hollander in mij informeert het toch maar.

Hij bestelt als voorgerecht saté kambing, ik een loempia pepesan ikan. Met djeroek poeroet en sereh, mmmm! Daarna de rijsttafel. De loempia is heerlijk: boterzachte vis, kruidig en fris met een knapperig laagje. Ik steel ook een stokje saté en die is al even goed, vooral de ketjapsaus. Ik verwachtte dat de rijsttafel meer pedis zou zijn, maar eigenlijk is geen enkel gerecht echt scherp. Toch wat aangepast aan de Hollandse smaak? Heerlijk is het wel.

We hebben zoveel gegeten dat we besluiten te gaan wandelen. Tijdens de wandeling vraag ik mijn man of hij verschil ziet met andere restaurants. Met niet-Indische restaurants, bedoel ik eigenlijk.

‘Ik zag niet zoveel in het donker,’ grapt hij, ‘maar ik vond de bediening super: gastvrij en hartelijk, en toch bescheiden. Zorgzaam zonder opdringerig te zijn.’  Het blijft toch jammer dat hij mijn opa nooit gekend heeft. Want dat is precies wat mijn opa anders maakte dan anderen. Is dat iets Indisch dat ik heb meegekregen? Ik hoop het.

*ASIA GASTRONOMICA is “the first initiative to develop and create an exclusive portal website for Asian restaurants and Asian gastronomy only. ASIA GASTRONOMICA stands for: ‘The preservation of the authentic (original and nowadays) ASIAN gastronomic culture and use of traditional agricultural and horticultural products’. We include and support also initiatives to innovation, if it’s with respect to what is mentioned before.”

 

“Ons belang is ervoor te zorgen dat de Oosterse keuken in stand blijft.”

Han Go Go-Tan

Interview met Han Go, creatief directeur van Go-Tan.

Han Go Foto: Go-Tan.
Creatief directeur Han Go. Foto: Go-Tan.

Vanaf vandaag staan ze weer met een grote stand op de Tong-Tong Fair: Go-Tan. Eerder dit jaar was het bedrijf te zien op tv:  met een nieuwe reclame, geproduceerd door Lukkien. Waarom koos Go-Tan voor deze commercial? En wie is Go-Tan eigenlijk – hoe hebben ze het voor elkaar gekregen om al die jaren succesvol te blijven, naast de Unilevers van de wereld? Tijd om eens nader kennis te maken met dit Indo-Chinese bedrijf.

Premièreparty

“De reclamespot is op mijn verjaardag gelanceerd, op 20 januari van dit jaar. We hebben er een heuse premièreparty van gemaakt, van de eerste uitzending, inclusief rode loper, foto’s en een Hollandse fusion-pot,” vertelt de ambitieuze creatief directeur. “Sateh boerenkool, hutspot met buikspek en ayam pedis met zuurkool, dat soort gerechten. We hebben die commercial gemaakt omdat we merkten dat mensen ons, als ze met ons in contact komen, pas ervaren als een echt familiebedrijf. Dat gevoel, dat verhaal, van Go-Tan als familiebedrijf, wilden we breder vertellen.”

Geluk

Hoe Go-Tan is gekomen waar ze nu is, vraag ik hem. “Tja, door ondernemerschap, hard werken, die passie hebben we meegekregen. Maar ook: door geluk. De markt waar wij in opereren, binnen en buiten Nederland, heeft gewoon nog nooit krimp gekend. Bovendien besteden tijdschriften, andere media en grote producenten zoals Unilever veel aandacht aan Oosters eten; daar hebben ook wij baat bij. Er zijn continu partijen die in onze markt investeren.”

Hoe noordelijker het land, hoe pittiger het eten, merken wij.

Sociaal moment

“Daarnaast, wij zijn trouw gebleven aan onze principes en identiteit. Mensen herkennen dat. Eten is niet alleen maar eten,” zegt Han. “Het is een sociaal moment, je deelt meerdere keren op een dag samen iets. En het is iets Oosters. In de moderne tijd staat dit onder druk. Wij vinden eten juist belangrijk, maar vooral: lékker eten. In Nederland is er een enorm sterke basis voor Indisch en Oosters eten. Dat zal nog heel lang zo blijven. Wij als Go-Tan hebben daar ook een functie in. Er zijn zoveel mooie gerechten. Het is aan ons om over die cultuur eromheen te blijven communiceren, in Nederland en in Europa.”

Er zijn continu partijen die in onze markt investeren.

Oosters eten in Europa

“We zien namelijk steeds meer dat de gerechten weliswaar in stand blijven, maar dat de lekkerste dingen uit verschillende (Oosterse) keukens naast elkaar op tafel staan. Onze omzet van 19 miljoen euro komt uit 17 landen. Naast Nederland zijn we vooral succesvol in Frankrijk, België en Scandinavië. Dat zijn fervente Oosterse eters. Hoe minder uitgebreid de eigen keuken, hoe groter de aandacht voor onze keuken. En: hoe noordelijker het land, hoe pittiger het eten, merken wij. In Italie en Frankrijk gebruiken ze nauwelijks pepers. Ja, inderdaad, dat heet wel een Spaanse peper, maar daar is ook alles mee gezegd.”

Toegankelijke Oosterse keuken

Wat mogen we nog meer van Go-Tan verwachten? “Wat wij lang over het hoofd gezien hebben, is dat we ervan uitgingen dat iedereen Oosters kan koken. Dat vinden mensen zelf niet altijd. Daarom gaan we mensen daar veel meer in meenemen. Wat de komende maanden in de schappen komt te liggen, zijn geen nieuwe gerechten. Het zijn bekende gerechten in een nieuwe, laagdrempelige verpakking waardoor iedereen lekker Oosters kan koken. Met authentieke boemboes, maar een heldere uitleg. Sommige mensen hebben gewoon meer informatie nodig om Oosters te kunnen koken. Ons belang is ervoor te zorgen dat de Oosterse keuken in stand blijft. Dat gaan we doen door hem toegankelijker te maken.”

Go Tan maaltijdverpakkingen
Nieuwe Go Tan maaltijdverpakkingen. Foto: Go-Tan

Go-Tan staat vanaf 17 mei a.s. op de Tong-Tong Fair in de Grand Pasar. Grote kans dat je Han Go daar tegenkomt. 

Boekoe Bangsa – Lekker eten moet gedeeld worden!

Ik ken mensen die een kookboek op hun nachtkastje hebben liggen. Alsof het hoofdstukken in een roman zijn, lezen zij vlak voor het slapen gaan nog een paar recepten door. Ik behoor niet tot deze categorie. In feite behoor ik tot de categorie die niet één kookboek in haar boekenkast heeft staan. Koken heb ik geleerd door in de keuken rond te hangen als mijn vader in de weekenden Indisch kookte, en door bij oma over haar schouder mee te kijken naar wat er gaande was op het aanrecht en in de wadjan. Toen er een zwaar pakket werd geleverd aan mijn deur, en ik hierin Boekoe Bangsa (Boek van de familie) aantrof, zonk de moed mij in de schoenen. ‘Moet ik dat allemáál doorlezen?!’ Echter, na het openslaan van het boek, kwam de moed hand in hand met een flinke dosis enthousiasme teruggesneld.

Boekoe Bangsa is voortgekomen uit een samenwerking van Harold Pereira, Mirjam van der Rijst en Eveline Stoel. In woord en beeld laten zij vijftien Indische, Chinees-Indische en Molukse families aan het woord over hun familierecepten. Het doel is niet alleen om de familierecepten te delen, maar ook de verhalen te delen over de komst naar Nederland, hoe er in het begin geïmproviseerd moest worden om de gerechten van thuis te kunnen hercreëren, en hoe deze ‘culinaire familietradities’ overgenomen en aangepast zijn door de jongere generaties.

‘Voor ieder wat wils’, is de gedachte die bij mij opkomt als ik naar de recepten kijk. Er is veel diversiteit aan recepten, en geen overdreven lange uittreksels betreffende de ingrediënten en bereidingswijze. Hierdoor durf je zelfs als onervaren ‘kok’ de keuken in te duiken. Voor de mensen die extra makkelijk willen doen, of de studenten die aan het einde van de maand bijna geen studiefinanciering meer over hebben, zijn er zelfs recepten met ingrediënten uit blik! Ook mijn ultieme favoriet, corned beef, heb ik langs zien komen. Mijn aandacht werd in het bijzonder getrokken door de recepten waar de mix van Aziatische en Westerse invloeden duidelijk in naar voren komen, van erwtensoep met lombok en rijst tot hachee met chips! Wat mij echter wel een beetje teleurstelde, is het ontbreken van een goed tempé-recept. Juist tempé had ik wel verwacht als een typisch Indisch product/ingrediënt. Niettemin heb ik het boek ondergeplakt met post-its bij de gerechten die ik graag een keer uit wil proberen. De geïnterviewde Maya heeft dan ook helemaal gelijk als zij stelt dat ‘lekker eten gedeeld moet worden’.

De verhalen voorafgaand aan de familierecepten bieden een unieke blik in de familiegeschiedenissen, en laten duidelijk zien hoe elke familie op een eigen manier waarde hecht aan koken en het doorgeven van recepten. Wordt er bij veel van de families niet zonder slag of stoot een recept doorgegeven, in andere families wordt dit juist gestimuleerd. Een mooie uitspraak van Dennis over het doorgeven en eigen maken van familierecepten: ‘jouw favoriete gerechten zeggen iets over wie je bent’. Ik vind echter wel dat de overdracht en aanpassing van de recepten, van generatie op generatie, beter uit de verf had kunnen komen. Over het algemeen is er steeds één hoofdpersoon aan het woord. Het zou misschien interessanter zijn geweest als er een soort dialoog tussen de generaties was gecreëerd. Zeker omdat eten voor de families van jong tot oud zonder meer verbonden is met nostalgie, gezelligheid en, met de woorden van Han: ‘mooie momenten’. Momenten die door Harold Pereira op treffende wijze zijn vastgelegd met de fotocamera!

Het boek is duidelijk niet alleen een naslagwerk voor recepten, maar ook een verborgen schat aan familiegeschiedenissen waar koken en ‘lekker eten’ een essentieel onderdeel van uitmaken. Op mijn nachtkastje zul je het boek niet vinden, maar het heeft wel een ereplaatsje gekregen in mijn boekenkast. De recepten, in combinatie met de verhalen en de prachtige foto’s van de gerechten, personen en hun thuisomgeving, gunnen de lezer een waar kijkje in de levens én de keukens van de families.

Boekoe Bangsa (Boek van de familie) – Uitgeverij Terra Lannoo bv

Indisch3.0 mag twee Boekoe Bangsa weggeven! Hebben? Like dit artikel op facebook óf stuur een mailtje naar redactie@indisch3.nl o.v.v. Boekoe Bangsa

Valentijnsdag: opwarmen met een heerlijk kopje Bandrek

Het is koud buiten en Valentijnsdag staat op de stoep! Jij en je partner kunnen dus wel wat ‘opwarming’ gebruiken. Indisch3.0 weet hier wel een oplossing voor: een Afrodisiac Jamu. Een traditioneel Indonesisch drankje, tevens heilzaam voor je lichaam, genaamd Bandrek.

 

Bandrek is een traditionele drank, gemaakt voor het regenseizoen in Indonesië. Oorspronkelijk was het een Sundanees drankje om warm te blijven gedurende de koude winternachten. Bandrek bestaat voornamelijk uit gember, dat geassocieerd wordt met medicinale krachten die antiseptisch, zuiverend, slijmoplossend en pijnstillend werken. Maar gember wordt ook al generaties lang gebruikt om het libido en de bloedcirculatie te stimuleren, een ideale traktatie dus voor jou en je partner op Valentijnsdag!

 

Benodigdheden

  • Een paar grove stukken gember
  • 1 liter water
  • Een handjevol cardamom (heel)
  • 3 eetlepels kaneel of 5 kaneelstaafjes
  • Javaanse suiker naar smaak
  • 8 kruidnagels
  • 1 Spaanse peper
  • 1 blik gecondenseerde melk
  • 1 stengel sereh
  • 1 pandanblad
  • Geraspte kokos naar smaak

 

Bereidingswijze

Schil de gember, snij deze in dunne reepjes en rooster ze in een pannetje. Was de Spaanse peper en snij deze in dunne stukjes. Kneus de sereh. Kook één liter water in de waterkoker en giet dit in een ruime pan. Voeg de kaneel, cardamom, kruidnagels, pandanblad, sereh, Spaanse peper en Javaanse suiker toe aan het water. Laat het geheel zachtjes 20-25 minuten koken. Voeg hierna de geraspte kokos naar smaak toe. Laat de drank zachtjes verder koken tot de geur die er vanaf komt als één geheel ruikt. Zeef de drank voor het serveren, en giet er gecondenseerde melk bij naar smaak.

 

Fijne Valentijnsdag!

 

Dit recept hebben wij gekregen van Jamujem. Volgende week kun je op de website een interview lezen met deze moderne medicijnvrouw, ofwel Daisy Thé, over de oorsprong en achtergrond van Jamu’s.

 

Die derde generatie is helemaal niet meer Indisch! (2)

“Die derde generatie is helemaal niet meer Indisch”, dé uitspraak van Nely (eerste generatie Indische) waarmee de vorige blog werd afgesloten, én waar menig reactie en discussie op volgde. In dit vervolg het verhaal achter deze krachtige uitspraak van ‘Indisch tante’ Nely.

Voor mijn bacheloronderzoek Culturele Antropologie deed ik onderzoek naar intergenerationele overdracht van culturele patronen binnen Indische families. Hiervoor heb ik gesproken met eerste, tweede en derde generatie Indischen. Onvermijdelijk riep dit onderzoek ook dé grote vraag op: wat is Indisch? Het antwoord op deze vraag zal ik kort en bondig houden -een blog heeft nu eenmaal een maximum aantal woorden: niemand weet wat Indisch precies is, en Indisch is voor iedereen weer anders, ongeacht de generatie waartoe iemand behoort. Schept dit veel duidelijkheid? Nee. Moeten we dit willen? Dat is weer een andere vraag…

In het geval van Nely was zij ervan overtuigd dat ‘Indisch’ niet meer van toepassing was op de derde generatie. Opvallend genoeg werd deze mening door bijna alle respondenten, op enkele uitzonderingen na, gedeeld. Maar het geluid was toch het sterkst onder de eerste generatie, vooral de klachten over de kleinkinderen werden luid en duidelijk gearticuleerd. Zo was het menig opa en oma een doorn in de maag dat een kleinkind geen Indisch eten lustte, niet Indisch kon koken, of nóg erger; niet Indisch wilde léren koken. En dat was allemaal de schuld van (schoon)zoonlief of (schoon)dochterlief! Die waren te Nederlands (geworden) waardoor er nog maar weinig Indisch was aan de kleinkinderen!

Maar dit veel te Nederlandse aan de kinderen en kleinkinderen, bleek ik in veel gevallen terug te kunnen voeren naar de jeugd en opvoeding van de eerste generatie in voormalig Nederlands-Indië, waarin het zo Nederlands mogelijk zijn een sleutelrol speelde. Immers, hoe Nederlandser je was, des te meer mogelijkheden en kansen je had in de voormalige kolonie. Dit heeft zich doorgezet in de opvoeding van de eigen kinderen, waarbij het Nederlandse na de repatriatie een heel andere dimensie kreeg, namelijk die van het zo snel mogelijk aanpassen aan het nieuwe thuisland. Iedereen die ik sprak omschreef de eigen opvoeding, en de opvoeding van zijn of haar kinderen, in eerste instantie als ‘zeer Nederlands’. Zo gek is het dus niet dat de kleinkinderen nog maar weinig Indisch in zich hebben, laat staan om zich mee te identificeren…

Niet eten in de hemel?!

Geen eten in de hemel?!

Indisch zijn, je Indisch voelen, het Indische in jezelf profileren… Ik ben van mening dat het Indische in mij zich manifesteert in de kleine dingen. In nuances, die over het algemeen niet meteen als Indisch te herkennen zijn. Soms realiseer ik me pas jaren later… ‘Tja, dat was best wel Indisch!’

Laatst, toen ik ongeduldig (helaas één van mijn minder leuke karaktertrekken) stond te wachten tot de rijst in mijn één-persoons-rijstkokertje gaar was, bedacht ik me hoe Indisch mijn eetpatroon altijd is geweest. Ik doel hiermee niet zozeer op de alom bekende selamatans bij opa en oma, of de verjaardagen waarop de hele familie kwam opdraven en een lekker gerecht meenam. Nee, ik doel op de kleine specifieke voorkeuren die ik altijd heb gehad als het om eten gaat.

Ik at van kleins af aan meestal rijst bij het avondeten. Zelfs als ik bij mijn Hollandse opa en oma logeerde maakten die steevast wat rijst voor mij tijdens het avondeten. Als kind op ponykamp weigerde (!) ik de aardappelen te eten die steevast bij het avondeten geserveerd werden. Ik snapte er niets van: “Je at toch zeker rijst ’s avonds?” Tolol die Hollanders daar op ponykamp!

En eten, dat was voor mij als klein Indisch kind toch echt het belangrijkste dat er bestond. Ik herinner me een conversatie tussen mij en mijn vader, toen ik als ukkepuk van hem in de McDonalds een happy meal kreeg. De patatjes die daarbij zaten waren de enige aardappels die ik at. Ondertussen vrolijk babbelend met mijn papa.

Nu was mijn papa een meester in het vertellen van dé grootste onzinverhalen die er bestonden. Tot die dag geloofde ik alles wat hij vertelde. Zo woonde er een reus in de grot die te zien was vanuit het vakantiehuisje in Zwitserland en waren mensen die zonder paraplu in de regen liepen robots. Bijna alles wat we in huis hadden heette totaal anders dan de naam waaronder je het in de winkel kocht. Toen, in het gesprekje dat we hadden in de McDonalds kwam ik erachter dat papa’s ook konden liegen.

‘Papa, is dood gaan eng?’, vroeg ik hem.

‘Nee hoor’, stelde hij me gerust.

‘Ga ja dan naar de hemel?’

‘Ja.’

‘Is het daar eng?’

‘Nee hoor, daar is het heel fijn, daar heb je nooit honger!’

‘Dus daar kun je heel veel eten, ook patatjes!’

‘Nee, in de hemel eet je niet, je hebt daar nooit honger.’

‘Dan wil ik nooit doodgaan!’

‘Waarom dan, doodgaan is toch niet eng?’

‘Maar in hemel kun je niet eten!’

Toen was erover uit, ook papa’s jokten. Geen eten in de hemel! Geen patat en geen rijst? Dat kon toch zeker niet?!