Foto zoekt verhaal #1 'Eenzaam'

Een beeld zegt meer dan duizend woorden, zegt men wel. Maar wat als het beeld toch niet genoeg zegt, zoals bij de foto’s uit het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum? Als niemand iets weet van degene die op de foto staat?

In Foto zoekt verhaal, het vervolg op Photofriday, kijken we verder dan het beeld alleen: welke associatie roept de foto op? Elke 30e  dag van de maand laat Meike Grol haar gedachten de vrije loop, aan de hand van een van fotoʼs uit de verweesde fotoalbums bij het Tropenmuseum. De grote vraag blijft natuurlijk of er een kern van waarheid in haar verzinsels zit. Kent iemand de persoon op deze foto? En wat is er waar van onderstaande interpretatie?

Eenzaam

Wat denkt ze, terwijl ze naar buiten staart? Bestudeert ze de tuin? Geniet ze van het groen en de bloeiende bougainville? Of vraagt ze zich juist geërgerd af waarom in hemelsnaam de tuinman die plant daar links niet heeft gesnoeid? Bedenkt ze wat ze vandaag zal gaan doen en vraagt ze zich vervolgens somber af of het allemaal enige zin heeft? Deze tuin, haar leven? Want, hoewel ik vermoed dat de zon daar buiten vrolijk schijnt, heeft deze hele scène iets treurigs. De eenzaamheid lijkt zo van deze vrouw af te stralen dat je bijna vergeet dat ze niet alleen in de ruimte is, dat er een fotograaf achter de camera staat. Door het hoge plafond en de kale muur heeft de veranda iets kils, iets onpersoonlijks. Hoewel de vrouw een fors postuur heeft, maakt ze geen sterke, maar eerder een verloren indruk.

60028876
“Eenzaam.” Foto uit album 0815 uit het depot van het Tropenmuseum.

Deze vrouw, met haar mollige postuur en haar stuurse blik, doet me aan mijn oma denken. In 1946 reisde ze mijn opa achterna naar Nederlands-Indië. Mijn opa was opgegroeid op Java en ging direct na de Tweede Wereldoorlog terug, omdat hij een baan als werktuigbouwkundige kon krijgen. Hij reisde vooruit met een troepentransport. Mijn oma ging hem een jaar later achterna, met mijn moeder, toen anderhalf jaar oud. Ze kon er echter niet aarden. In 1948 keerden ze daarom voor altijd weer terug naar Nederland. Later wilde ze nooit echt praten over haar tijd in Indonesië. Het enige dat ze zei, was dat ze ziek werd van het klimaat.

Toch vermoed ik dat er meer aan de hand was. Mijn oma kreeg haar enige kind in de oorlogswinter in Den Haag. Haar moedermelk was blauw en doorzichtig door het voedseltekort en ze was maandenlang doodsbang de baby te verliezen. Mijn opa overleed bijna aan hongeroedeem. De bevrijding had geen week langer op zich moeten laten wachten. Nauwelijks van dit alles bekomen kwam mijn oma in een Indië aan,  waar een heel andere, maar eveneens hevige strijd losbarstte. Er was de constante dreiging van geweld, van scherpschutters in de bermen, er was een avondklok. De oorlog ging daar voor haar gewoon verder.

Daarnaast was ze een bijgelovig mens. Ze geloofde in geesten, meende dat ze een medium was. Goena-goena jaagde haar de stuipen op het lijf. Vuurbollen voor het raam, kloppende krissen in de kast. Indië was een mooie, maar onbekende wereld waarin er veel was om bang voor te zijn. En met slechts één kind en vele bedienden om ervoor te zorgen, was er weinig omhanden, dus had ze genoeg tijd om te piekeren. Mijn oma was niet een van die optimistische mensen die van die vrijheid genoot en lekker feestjes ging vieren.

Misschien dat ik daarom denk dat de mevrouw op deze foto, ondanks al het moois om haar heen, weinig gelukkig is. Ze kijkt naar de tuin alsof ze het wel ziet, maar het haar niets doet. Alsof ze hier niet thuishoort. Alsof ze de kou van Nederland graag voor lief neemt, als ze maar terug mag naar haar familie, naar de voor haar bekende en veilige wereld.

Maar ja, ik weet het niet, misschien is dit haar huis helemaal niet! Is het een hotel en zit ze gewoon mopperend te wachten op de taxi die veel te laat is…

Wil jij het Tropenmuseum helpen de foto-albums terug te brengen naar de eigenaren of hun nabestaanden? Vanaf aanstaande dinsdag 2 april zijn alle albums online te bekijken op www.fotozoektfamilie.nl of te downloaden op je tablet. Hoe meer mensen de albums doorkijken en met tags becommentariëren, hoe beter. Deze foto komt uit het album 0815. Herken jij deze dame? Of het huis? Ga dan naar http://www.fotozoektfamilie.nl/albums/album-0815 en laat een reactie achter.

PhotoFriday #4 [slot]: Cap van Balgooy over de Jacht

Één ding was zeker, de jacht kende geen klassenverschil.

Voor deze laatste aflevering van PhotoFriday steken we digitaal de Atlantische Oceaan over. Vanuit de Verenigde Staten bespreekt Cap van Balgooy, in het kader van het project Foto zoekt Familie, een foto over de Jacht in Nederlands-Indië. Vanaf zijn zesde jaar ging Cap al op jacht en op zijn tiende schoot hij zijn eerste zwijn. Cap jaagde voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. 

Midden Java
Cap van Balgooy: ‘Het zwart-wit van de foto doet mij denken aan een moderne methode van ontwikkelen, maar de foto is menigmaal afgedrukt wat het beeld onduidelijk maakt. Het lijkt mij dat de foto in de dertiger jaren is gemaakt in Midden Java gezien de klederdracht van de man helemaal links op de foto. Hij draagt een traditionele hoofddoek en bril, en zal een mandoer of desahoofd zijn. De derde en vierde man van links zijn beslist Indische Nederlanders. De andere drie zijn Indonesiërs, waarschijnlijk Javanen.’

PhotoFriday De Jacht (c) Tropenmuseum 2012

Target of opportunity
‘Deze foto is uitzonderlijk te noemen omdat men in die tijd nagenoeg niet op panters jaagde. Panters waren, zoals men dit hier in de U.S. uitdrukt, voornamelijk een target of opportunity. Dat wil zeggen: geschoten tijdens een jacht die gemunt was op ander wild. De panter lijkt mij een jong of onvolwassen dier dat waarschijnlijk verdwaald is geraakt en/of een tam dier zoals een hond of geit had gedood. Men posteert dan bij de overblijfselen van het gedode dier om diens belager neer te schieten.’

Panters hebben de hebbelijkheid om tijdens een drijfjacht één van de honden te grijpen. Een hond is tenslotte malser dan een zwijn.

Panthera pardus melas
De panter op de foto is een Javaanse panter, Panthera pardus melas, een unieke soort die alleen op Java voorkomt. De prooi van een panter bestaat uit zowel wilde als tamme dieren. Zolang zij huisdieren met rust lieten negeerde men hen. Maar panters hebben de hebbelijkheid om tijdens een drijfjacht één van de honden te grijpen. Een hond is tenslotte malser dan een zwijn. Op deze wijze is mijn vader minstens vier honden kwijtgeraakt.’

Mehlbaum
‘Het aantal panters welke zich in een bepaalde streek ophouden werd ons duidelijk nadat eentje mijn vaders favoriete hond had opgepeuzeld. Mijn vader beloofde Mehlbaum, een bekende broodjager*, vijf gulden voor elke panter die hij in de buurt neerschoot. Als bewijs moest hij diens staart tonen. Mehlbaum verscheen elke week met één of twee staarten. Toen hij met nummer dertig kwam maakte mijn vader daar een eind aan: “Het is niet mijn bedoeling dat je de boel uitroeit.”’

Tempo doeloe
‘Nu wat algemeen commentaar op de jacht in Indië voor de Tweede Wereldoorlog. In tempo doeloe speelde deze een vrij grote rol voor mensen die buiten de grote steden woonden. Het waren voornamelijk Europeanen die jaagden. Dit had te maken met de wapenwetten die stelden dat alleen ingezetenen met een Europese naam een vuurwapen mochten bezitten. Chinezen en andere Vreemde Oosterlingen mochten vuurwapens bezitten na een onderzoek van gouvernementswezen.’

Één gulden per jaar om zonder limiet op zwijnen te jagen, vijfenzestig gulden om drie herten per vier maanden te schieten, en honderd gulden voor twee bantengs per drie maanden.

Een jonge Cap van Balgooy bij de Ciater-pas nabij Lembang (West Java) Foto: Cap van Balgooy

Jachtaktes
‘In de loop der tijd verschenen meer jachtreglementen. Ook moest je in het bezit zijn van jachtaktes. Een paar voorbeelden: één gulden per jaar om zonder limiet op zwijnen te jagen, vijfenzestig gulden om drie herten per vier maanden te schieten, en honderd gulden voor twee bantengs per drie maanden. Waar het doorsnee salaris van de gemiddelde geschoolde werker tussen de vijfendertig en vijfenveertig gulden per maand lag, is het duidelijk dat de jacht niet binnen het bereik van iedereen lag.’

Resident van Banyoema
‘Één ding was zeker, de jacht kende geen klassenverschil. De Administrateur, de lokale arts, de Resident, en broodjagers gingen vaak samen op jacht. Onder de ongeveer acht jachtkornuiten van mijn vader bevonden zich drie Indo’s, waaronder de Resident van Banyoema. Niemand stoorde zich aan jagers of jagen, ofschoon vele nieuwkomers, totoks uit Europa, jagen beschouwden als iets voor wilde mensen die niets beters te doen hadden.’

*broodjager: persoon die leeft van de jacht

Met het project Foto zoekt Familie wil het Tropenmuseum fotoalbums, die na de Tweede Wereldoorlog zijn gevonden, herenigen met hun rechtmatige eigenaren of nazaten.

PhotoFriday #3: Wim Manuhutu over Sinterklaas

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

‘Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van Nederlands’

Deze PhotoFriday #3 bespreekt historicus Wim Manuhutu de Sinterklaasviering in Nederlands-Indië. De gekozen foto komt uit de collectie van het Foto zoekt familie-project van het Tropenmuseum. Deze foto’s komen uit albums die zijn gevonden door Nederlandse militairen in verlaten huizen vlak na de oorlog. Nu, meer dan zestig jaar later, worden deze overgebleven albums gedigitaliseerd en zullen binnenkort online te bekijken zijn.

Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum
Het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indie © Collectie Tropenmuseum

Europeanen vieren feest
In de aanloop naar pakjesavond op 5 december hebben we alvast deze foto van een Sinterklaasviering bemachtigd. Indisch 3.0 vraagt zich af wat de betekenis van het Sinterklaasfeest in Nederlands-Indië was. En door wie werd dit feest gevierd? Historicus Wim Manuhutu legt uit: ‘We zien hier inderdaad een Sinterklaasfeest. Dat roept meteen vragen op. Je zou zeggen dat het in een sociëteit moet zijn geweest. Waarschijnlijk in de jaren ’30 of ’40 van de vorige eeuw. Het gaat hier om mensen uit de Europese klasse. Je ziet voornamelijk blanke kinderen, maar hier en daar ook Indische kinderen. Er is rechts een wat donkerder jongetje. Is dat een wat donker uitgevallen Indo? Of misschien een Indonesische jongetje, bijvoorbeeld een Molukker? Het kan zijn dat hij etnisch misschien niet Europees was, maar dat zijn ouders door middel van opleiding en werk zich lieten gelijkstellen met een Europeaan en daardoor hogerop de sociale koloniale ladder zijn geklommen.’

Sinterklaas als statussymbool
‘Sinterklaas is een ritueel dat vanuit Nederland naar Nederlands-Indië is gebracht en liet zien uit welk sociaal milieu je kwam. Sinterklaas vieren had dezelfde status als het spreken van het Nederlands, naar Europese scholen gaan en Europese kleding dragen. Het was een manier om je te onderscheiden en afstand te nemen van de inheemse cultuur. De foto laat zien wie er eigenlijk bij hoorde in de koloniale samenleving van Nederlands-Indië, en wie niet. Foto’s zoals deze zijn een weerspiegeling van de manier waarop de maatschappij was georganiseerd. Tegelijkertijd zijn deze foto’s niet onschuldig. De foto toont een culturele praktijk dat een onderdeel uitmaakte van het koloniale systeem.’

Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons
Hoe ‘Nederlands’ zijn pepernoten en speculaas eigenlijk? © Wikipedia Creative Commons

Zwarte Piet
‘In het huidige Indonesië vind je nog steeds resten van Sinterklaas. Ook op Ambon wordt door sommige Christenen op 5 december nog Sinterklaas gevierd. Zwarte Piet wordt hier nog steeds als een boeman gezien, waar kinderen bang voor zijn. Je ziet nu in Nederland dat er vraagtekens worden gezet bij Zwarte Piet (denk aan: Zwarte Piet is racisme red.). Een grote meerderheid reageert hier emotioneel en boos op. Zwarte Piet staat kennelijk voor ‘echt Nederlands’ en mensen moeten het niet wagen aan ‘ons feest’ te komen. Een veel gehoord argument is dat het ‘eeuwenlang’ zo wordt gevierd. Dit klopt echter niet aangezien het pas in de 19e eeuw is geïntroduceerd. Frappant is het dat het oer-Hollandse bedrijf HEMA geen Zwarte Piet in haar filiaal in Londen zal neerzetten, omdat het weet dat het in verkeerde aarde zal vallen. Als de economische belangen worden bedreigd is Zwarte Piet opeens minder problematisch.’

Indo’s en Sinterklaas
‘Zeker voor Indische mensen was het over het algemeen belangrijk het Europese deel van hun afkomst te benadrukken.Het zou goed kunnen dat een culturele praktijk als Sinterklaas zelfs nu in Nederland nog steeds een bevestiging is voor de Europese identiteit van de Indische groep. Toen de Indische groep in Nederland terecht kwam had de meerderheid last van de zogenaamde ‘status deprivatie’. Ze moesten helemaal opnieuw beginnen. Om toch weer hogerop te komen in Nederland werd er in de opvoeding gehamerd op onderwijs en prestatie; bescheidenheid, aanpassen en de beste van de klas zijn. Er zijn nu ook nog steeds weinig Indo’s die zich identificeren met het huidige Indonesië. Het referentiekader blijft Nederland.’

Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie. ©Patricia Steur
Wim Manuhutu bespreekt voor Indisch 3.0 de Sinterklaasviering in Nederlands-Indie © Patricia Steur

PhotoFriday #2: Pamela Pattynama over de baboe

‘De baboe maakte vaak deel uit van de familie.’

Voor de tweede aflevering van PhotoFriday, ga ik op bezoek bij Pamela Pattynama, hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur aan de Universiteit van Amsterdam, om één van de foto’s met een baboe-figuur uit de collectie van het Foto zoekt familie-project te bespreken. Met het project Foto zoekt familie wil het Tropenmuseum fotoalbums die na de oorlog zijn gevonden teruggeven aan hun rechtmatige eigenaren of hun nazaten.

De baboe met twee Indische vrouwen aan een gezamenljik karwei. Foto: Collectie Tropenmuseum

Saamhorigheid
Pamela bekijkt de foto en legt uit: ‘Het belangrijkste wat deze foto uitdraagt is de saamhorigheid. De fotograaf heeft ervoor gekozen zowel de twee meisjes als de baboe in beeld te nemen. De twee Indische meisjes hebben vrij moderne Westerse kleding aan. Ik vermoed dat de foto in de jaren ’40 moet zijn genomen. De baboe ziet er ook mooi uit, ze heeft een armband om en lijkt deel uit te maken van de familie, zoals vaker in Indische gezinnen. Het is niet duidelijk wat de drie precies aan het doen zijn. Het lijkt er niet op dat ze de was aan het doen zijn, maar misschien zijn ze bezig met klapper of rijst? Achter de drie dames zijn nog twee figuren te onderscheiden: links een man in een tropenpak en rechts een vrouw in een gewaad.’

Volgens de auteur D.C.M. Bauduin had de baboe maar een slechte invloed op de opvoeding van het Europese kind. (Illustratie uit: Indisch Prentenboek 1, 1909, De Bussy)

Kindermeisje
De baboe kwam vaak al als jong meisje vanuit het platteland via een soort uitzendbureau in dienst bij Indische en Hollandse gezinnen. Zij was soms kindermeisje en vaak hulp in de huishouding. Er ontstond door de tijd heen een verschil tussen Indische en Hollandse gezinnen en hun relatie met de baboe. De hoogleraar vertelt: ‘Hoe meer men naar de 20e eeuw toe ging, hoe meer er een scheiding ontstond tussen de Hollandse en Indische gezinnen en ook hoe er vervolgens met de baboe werd omgegaan. In het begin van de 19e eeuw waren vooral klasse en status belangrijk, terwijl in de 20e eeuw ras echt een belangrijk onderscheidingspunt werd. Dat had natuurlijk gevolgen voor de baboe.’

Afstand
Vanaf het begin van de 20e eeuw kwamen er meer blanke vrouwen naar Nederlands-Indië. Zij moesten ervoor zorgen dat Indië Europeser werd. ‘In die tijd kwamen er ook allerlei
handleidingen uit die de nieuwkomers uit Holland leerden hoe zij met de baboe om moesten gaan. De tendens in die tijd was: je moet afstand houden, want inlandse vrouwen hebben slechte invloed op de kinderen,’ aldus Pattynama. ‘Een groot contrast met hoe er in Indische gezinnen over het algemeen met de baboe werd omgegaan; binnen de Indische grootfamilie, dus een huishouden waarin naast ouders en kinderen ook ooms, tantes en grootouders hoorden, hoorde de baboe er ook vaak bij.’ 

Vertrouwelinge
Een Indonesische baboe was minder de ander binnen Indische gezinnen, benadrukt Pamela Pattynama: ‘De schrijver Rob Nieuwenhuys (Breton de Nijs) heeft veel over de baboe geschreven. Hij beschouwde haar meer als een deel en vertrouwelinge van een Indische familie en niet echt als een bediende. In Hollandse gezinnen hadden baboes en bediendes een volstrekt andere rol , vooral  in de 20e eeuw. Indonesische mensen maakten binnen Indische gezinnen altijd al deel uit van de familie. Er waren bijvoorbeeld vaak Indonesische oma’s.’ 

Pamela Pattynama bespreekt de rol van de baboe in Nederlands-Indië. Foto: Sarah Klerks / Indisch 3.0 2012

De ander
Pattynama: ‘De term baboe wordt in het huidige Indonesië gezien als een koloniale en neerbuigende term. Er zijn in Indonesië ook veel bedienden, maar zij worden nu met het Indonesische woord pembantu (hulp) aangeduid. Wat ik heel jammer vind is dat er geen visies op de koloniale gemeenschap zijn overgeleverd vanuit de baboe-figuur zelf. Je ziet haar alleen maar door de ogen van iemand anders. Dat zegt eigenlijk ook weer veel over haar positie in de koloniale geschiedenis.’

PhotoFriday#3 zal gaan over de viering van Sinterklaas in Indië. En wil jij meehelpen aan het project van het Tropenmuseum? Ga dan naar www.voordekunst.nl. Al voor 25 euro betaal jij mee aan de ontwikkeling van een app om foto’s uit albums te taggen.

 

PhotoFriday #1: Guus Cleintuar over boksen

Ik had geen bokshandschoenen, wel een handboek over boksen.

Het Tropenmuseum wil met het project Foto zoekt Familie 335 fotoalbums teruggeven aan hun Indische eigenaren. Met de serie PhotoFriday zal Indisch 3.0 de komende maanden aandacht schenken aan een foto uit deze collectie. In deze allereerste aflevering vertelt schrijver Guus Cleintuar over boksen in Nederlands-Indië. Onze freelancer Sarah gaat bij hem op bezoek.

PhotoFriday boksen. Nederlands-Indie, waarschijnlijk omstreeks 1922. Boksen in Nederlands-Indie (Foto: Tropenmuseum)
Boksen in Nederlands-Indië, waarschijnlijk omstreeks 1922. (Foto: Tropenmuseum)

Duizend keer
Tjalie Robinson schreef erover in zijn verhaal Little Nono‘Met elke honderdste seconde de inzet van de hele persoon, met de risico van verminking en dood, maar met moed, moed, moed. Ah, een normaal verstandig mensenleven leef je maar één keer, maar een bokser leeft duizend keer!’  Het is het onderwerp van de foto die we in deze eerste aflevering gaan bespreken: boksen. Boksen was niet alleen Tjalie’s passie, het was populair onder veel Indo’s. In de collectie Indische fotoalbums zat deze foto van twee boksende jongens in een album uit 1922. Om meer van de foto en over boksen in Nederlands-Indië te weten te komen ga ik op bezoek bij een oude vriend van Tjalie, schrijver Guus Cleintuar. Cleintuar bokste zelf en schreef erover in zijn roman Jerry.

Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012
Guus Cleintuar in zijn huiskamer in Lelystad, 28 augustus 2012. Foto: Sarah Klerks/ Indisch 3.0 2012

Lagere regionen
Op 87-jarige leeftijd is Cleintuar nog zeer scherp, hoewel zijn lichaam hem de laatste tijd in de steek laat. Met zijn door ziekte aangetaste stem kiest hij zorgvuldig zijn woorden uit, als ik hem de foto laat zien. ‘Dat zijn twee Indo’s, ik denk dat ze ongeveer 14 of 15 jaar zijn. Indo’s zijn vaak slank, ook al zijn ze gespierd. Het lijkt alsof het in een tuin is, we hadden toen grote tuinen. Ik was ook al jong in boksen geïnteresseerd. Ik had geen bokshandschoenen, maar wel een handboek over boksen. Op bezoek bij mijn opa in Cheribon kwam ik een Indo-jongen tegen die twee paar bokshandschoenen had. Hij wilde graag leren boksen. Daar heb ik voor het eerst gebokst. Er waren veel Indo’s in de bokswereld, er waren ook wel blanke jongens, maar het waren voornamelijk Indo’s en Aziaten. Onder de well-to do Indo en zeker de blanke die niet tot de lagere regionen behoorde was boksen niet populair.’

In het Jappenkamp heb ik echt leren boksen.

In leven blijven
‘Naderhand heb ik weer gebokst in het Jappenkamp. Daar heb ik echt leren boksen. Ik was niet zo goed hoor, vond ik zelf. Ik was toen 17 jaar.In het kamp waar ik zat, zat ik met een aantal bekende boksers waaronderFightingMieck. Wij sliepen samen in dezelfde zaal, we zaten met zijn achttienen in een schoollokaal. Wat moest je ’s avonds doen? Je verveelde je vaak. Je kon niet altijd treuren om thuis en in die tijd hadden we nog het idee dat de oorlog in 3 maanden afgelopen zou zijn. In die sfeer gingen we boksen. En niet onbelangrijk, iedereen wilde in leven blijven natuurlijk. Het is een manier om fit te blijven. En ook voor jezelf: kan ik dit nog? Ben ik te zwak geworden? Tot in het derde jaar werd er gebokst. Daarna werd het te zwaar.’

Aankondiging bokswedstrijd (Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939)
Aankondiging bokswedstrijd. Uit: ‘Het Nieuws Van Den Dag voor Nederlands-Indie’, 10 maart 1939

Bewijzen
Boksen in het Jappenkamp als ultieme manier om te bewijzen dat je het leven nog waard bent. En dan in het kamp zitten met de legendarische Fighting Mieck. De Indo Fighting Mieck hoort in het rijtje thuis van de beroemde boksers in Indië als BennyVodegel, de gebroeders Njoo en Luis Blanco. Gevechten vonden plaats in bijvoorbeeld het Deca-park of in Concordia in Bandung. Onder veel Indo’s was boksen dus populair, hoewel het kennelijk voor sommige Indo’s ‘not done’ was. Kan jij ons meer vertellen over boksen in Indië of over deze foto? Laat een reactie achter.

PhotoFriday#2 zal gaan over de baboe: de hulp of kinderverzorgster, in Nederlands-Indië.