Wat niet is, kan nog komen. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 2)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na een ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. ‘Net zoals een kind van gescheiden ouders, moeten er afspraken gemaakt worden over zorgtaken’, schreef in mijn eerste blog, waar ik inging op het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en voorbeelden gaf van gedeelde culturele schatten ‘overzee’. In dit tweede blog mijmer ik over de vraag waarom Indische sporen in Nederland niet aangeduid worden als ‘gedeeld cultureel erfgoed’.

Sporen van Smaragd in een kikkerland

Van voormalig ‘Nederlands-Indië zijn nog genoeg sporen te vinden in huidig Nederland. De Indische Nederlanders wordt beschouwd als de grootste groep immigranten in Nederland en bijna iedereen kent iemand van Indische afkomst of heeft familieleden die zelf in Nederlands-Indië hebben gewoond of gewerkt. Ook is bijna elke Nederlander bekend met de Indische keuken, hoewel vaak in een vorm ver verwijderd van het oorspronkelijke gerecht (denk aan alle de verhollandste saté of nasi). Misschien kan een deel van de Nederlanders daarnaast nog gebouwen en plekken aanwijzen die herinneren aan Nederlandse gedeelde verleden met Indonesië. Bijvoorbeeld een voormalig VOC-gebouw, een Indische buurt of een monument waar aandacht is voor de meer recente, vaak nog pijnlijke geschiedenis tussen de twee landen.

De Indische keuken. Eén van de bekendste sporen van een gedeeld verleden met Indonesië. Foto: Jago via wikimedia (cc by sa 3.0)
De Indische keuken. Eén van de bekendste sporen van een gedeeld verleden met Indonesië. Foto: Jago via wikimedia

 

Geschiedenis, maar ook erfgoed?

Als je bedenkt hoeveel er nog te zien en te ervaren is van Nederlands en Indonesisch gezamenlijke historie, en je de definitie leest van ‘gedeeld cultureel erfgoed’, vraag je je af waarom we deze term niet gebruiken van de hierboven genoemde voorbeelden. De tradities of plekken met ‘Indische link’ in Nederland zijn toch evengoed ‘culturele en historische producten van een gedeeld verleden, die het waard zijn behouden te blijven voor volgende generaties’?
Toch is dit schijnbaar nog niet algemeen aanvaard. Ja, het zijn ‘cultuurhistorische restanten van het gedeelde verleden tussen Nederland en Indonesië’, maar het tweede deel van de zin – die het waard zijn behouden te blijven voor volgende generaties – is eigenlijk nog nooit hardop uitgesproken door Nederland of Indonesië. Er is weinig omzien naar het kind van gescheiden ouders in Nederland. Gek eigenlijk, omdat broer of zus overzee wel de verdiende aandacht krijgt.


Eerst aandacht voor het zorgenkindje

Vaak is afstand nodig, voor iets toegeëigend wordt als erfgoed. Wat verder weg is, is al bijzonder en het behouden waard. De Indische sporen in Nederland zijn dichtbij en relatief bekend. Hierdoor ervaren we ze als vanzelfsprekend en denken we minder na over de toekomst ervan.
Daarbij moet iets vaak eerst bijna verdwijnen, voordat we de waarde ervan in zien. De historische stationsgebouwen op Java verpauperde ook eerst, voordat Nederlandse en Indonesische overheden zich er om bekommerden (zie eerste blog). De metafoor van het gezin doortrekkend, is dit erfgoed in feite het zorgenkindje die het enkel redt met extra aandacht. Wat dat betreft is het natuurlijk goed te constateren dat Indische sporen in Nederland nog ‘normaal’ zijn en geen erfgoed.

 

Ongelijkwaardig verleden

Van gedeeld cultureel erfgoed is natuurlijk ook geen sprake, zolang Indonesië de restanten in Nederland niet zo beschouwd. De ongelijkwaardigheid van de gedeelde geschiedenis – die ik in het eerste blog ook al kort noemde – maakt dat de koloniale overblijfselen in Nederland niet vanzelfsprekend gevoeld worden als onderdeel van de eigen geschiedenis. Nederland heeft een – zacht uitgedrukt – dominantere rol over Indonesisch verleden gehad dan andersom. Daarnaast zijn de sporen die wel in Nederland aan te treffen zijn, voornamelijk achtergelaten door Nederlanders en Indo-Europeanen, en niet door de ‘gewone’ Indonesiër. Het is dan ook niet te verwijten als de huidige Indonesiër zich niet echt een erfgenaam voelt.

 

Wat niet is, kan nog komen

Toch kan het toe-eigenen met de tijd nog komen. Afstand in tijd is een andere voorwaarde voor erfgoed . De scheiding van de gedeelde geschiedenis is nog jong. De afgelopen decennia was vooruit kijken belangrijker dan terugkijken, omdat het verleden vaak pijnlijk was. Daar komt nu langzaam verandering in. In Nederland en in Indonesië gaat de derde generatie anders met de geschiedenis om dan hun ouders en grootouders. Zij hebben geen persoonlijke herinneringen aan de tijd. Culturele sporen lijken hun negatieve connotatie te verliezen en blijken juist een punt van herkenning en zelfs houvast voor de zoektocht naar een eigen identiteit.

De huidige generaties gaat anders met het verleden om dan haar ouders of grootouders. Lees bijvoorbeeld het Interview met fotografe Anouk Steketee, NRC Handelsblad 29 april 2013
De huidige generaties gaat anders met het verleden om dan haar ouders of grootouders. Lees bijvoorbeeld het interview met fotografe Anouk Steketee over haar project ‘Vroeger is een ver land’ (NRC Handelsblad 29 april 2013)

In het derde deel van deze serie blogs komen minder bekende voorbeelden van Indisch erfgoed in eigen land aan bod, die zijn besproken bij het symposium ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’ tijdens de Tong Tong Fair 2013.

Kind van gescheiden ouders. Gedeeld Cultureel Erfgoed (deel 1)

In een serie blogs schrijf ik over ‘gedeeld cultureel erfgoed’ van Nederland en Indonesië; culturele schatten die voortkomen uit het gedeelde verleden van de landen, maar die nu – na hun ‘scheiding’ en nieuwe levensfasen los van elkaar – niet vanzelfsprekend meer onder de zorg van de landen vallen. In dit eerste blog introduceer ik het fenomeen gedeeld cultureel erfgoed en geef ik voorbeelden van omgang met de gedeelde culturele schatten ‘overzee’.

 

Erfenis van een gedeeld verleden

Je hebt het vorig jaar misschien wel meegekregen; het nieuwsbericht dat belangrijke VOC-documenten lagen te verrotten in het Indonesische archief. Kilometers zeventiende en achttiende-eeuwse papieren van de Nederlandse VOC in het Arsip Nasional te Jakarta, zouden beschadigd zijn door inktvraat. Het klimaat binnen het gebouw was de oorzaak. Historicus Hendrik Niemeijer luidde de noodklok en pleitte voor digitalisering. ‘Noch de Indonesische noch de Nederlandse regering kijkt er naar om’, zei Niemeijer in Dagblad Trouw.[1]

De VOC-documenten zijn een voorbeeld van gedeeld cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed omdat het belangrijke culturele en historische objecten zijn die het verdienen bewaard te worden voor volgende generaties. Gedeeld, omdat het niet verbonden is met de geschiedenis van één land, maar met die van meerdere landen. Het VOC-archief is voor Nederland bijvoorbeeld een gigantische bron van handels-, economische en politieke betrekkingen uit die tijd. Voor Indonesië zijn de archieven belangrijk omdat ze onder meer informatie bevatten over oude machtsverhoudingen tussen de sultanaten en vorstendommen.[2]

Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)
Het Aziatisch handelsgebied. Nicolaas Visscher, 1681. Afbeelding via wikimedia commons (rechtenvrij)

Kind van gescheiden ouders

Toch kijkt men niet vanzelfsprekend naar deze gezamenlijke erfenis om. Het land waar het cultureel erfgoed zich bevindt, heeft zeggenschap over de objecten, terwijl het andere land net zo goed erfgenaam te noemen is. Net zoals bij een kind van gescheiden ouders, moeten er dus afspraken gemaakt over de taakverdeling. Dat het ‘kind’ soms ook compleet vergeten lijkt te worden of dat geen van de partijen zich verantwoordelijk voelt, is bij de VOC-documenten helaas pijnlijk duidelijk.

Gelukkig zijn er ook voorbeelden van succesvolle samenwerking. In Nederland voeren het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Buitenlandse Zaken samen een beleid om gedeeld cultureel erfgoed duurzaam te behouden (het Beleidskader GCE)[3]. De ministeries stellen geld en kennis beschikbaar om zorg te dragen voor archieven, museale collecties, archeologie, gebouwen, landschappen en zelfs gebruiken en verhalen in landen waarmee Nederland een gedeeld verleden heeft. Naast Indonesië zijn dit maar liefst acht andere landen.[4] Met ambassades en publieke en particuliere organisaties in het buitenland worden projecten opgezet om erfgoed in kaart te brengen en te onderhouden.[5]

 

Gezamenlijke inzet in Indonesië

In Indonesië is er bijvoorbeeld in 2008 een netwerk opgericht om conservering van historische gebouwen te stimuleren. De Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Stadsherstel Amsterdam adviseren daarbij. Inmiddels zijn 48 Indonesische steden aangesloten op het netwerk en ligt bij de meeste steden een onderhoudsplan klaar voor de bijzondere panden. Een ander project waarbij Nederlandse kennis beschikbaar stelde, is een onderzoek naar historische stationsgebouwen op Java en het ontwikkelen van restauratie- en toekomstplannen voor dit spoorerfgoed.

Andere samenwerkingsprojecten zijn niet direct verbonden met beheer en behoud, maar vooral gericht op het creëren van bewustzijn. Tentoonstellingen zijn hierbij een geliefde vorm. Zo zijn er bijvoorbeeld tentoonstellingen geweest over het leven van Indonesische en Nederlandse kinderen in Batavia, over twintigste-eeuwse kunstenaars in Bali en over Europa door de ogen van Indonesiërs. Op deze manier werken publieke en particuliere organisaties in beide landen samen aan het creëren van meer draagvlak voor hun gedeelde erfenis.[6]

Stasiun Jakaratakota. Foto: Mas Jati via Flickr
Stasiun Jakarta Kota. Foto: Mas Jati via Flickr

 

Koloniale sporen in Nederland niet gedeeld?

De inspanningen in het buitenland zijn natuurlijk lovenswaardig, maar hoe staat het eigenlijk met gedeeld cultureel erfgoed in Nederland. Wordt daar ook gezamenlijk voor gezorgd? Of is dat er helemaal niet? In Nederland zijn natuurlijk wel koloniale sporen te vinden, maar we noemen deze eigenlijk niet ‘gedeeld’. In mijn tweede blog over gedeeld cultureel erfgoed, buig ik me over deze vraag.

Win filmkaarten voor 'Hati Merdeka'

CinemAsia film en talkshow op 23 augustus a.s. in De Balie, Amsterdam

Afgelopen zaterdag vierde Indonesië haar Onafhankelijkheidsdag, 17 augustus. Veel Indonesiërs zien deze dag als een symbool voor de vrijheid die zij verkregen hebben ten koste van de Nederlandse kolonisten. Hoe leeft de herdenking voort in het collectieve geheugen van de Indonesiërs?

Op 23 augustus vertonen CinemAsia en De Balie de Indonesische box office hit Hati Merdeka (Hearts of Freedom). Deze film volgt een groepje Indonesische verzetsstrijders dat het opneemt tegen de Depot Speciale Troepen (DST) van de beruchte commandant Raymond Westerling. Indisch 3.0 mag twee plekken op de gastenlijst weggeven voor deze film.

Hoe kan je winnen?

Geef antwoord op deze vraag, vul je gegevens in en klik uiterlijk 20 augustus 2013 op ‘Verzend’. Op 21 augustus a.s. maken we de twee winnaars bekend.

De inzendingen zijn binnen, de lootjes getrokken. Het juiste antwoord was (uiteraard) Raymond Westerling. De winnaars van de twee vrijkaarten zijn Lk op de gastenlijst gewonnen. Jullie ontvangen een mail met daarin de details over de gewonnen vrijkaart. Veel plezier!

Meer over de film ‘Hati Merdeka’
De afgelopen jaren is er veel gesproken over de laatste jaren van de kolonisatie van Indonesië, 1947-1949, de eerste en tweede Politionele Acties. Politionele Acties, “Een mooi woord voor oorlog” schreef journalist en historicus Ad van Liempt. Een besef dat pas laat in Nederland ging leven. Met de bewustwording van een echte oorlog kwamen de laatste jaren ook veel geluiden over oorlogsmisdaden naar boven, zoals de kwestie Rawagede vorig jaar en onlangs nog de geheimzinnig opgedoken fotoalbum van een massagraf. Met deze screening wil CinemAsia stilstaan bij de hedendaagse herdenking in Indonesië, door Indonesiërs. De film Merah Putih III: Hati Merdeka heeft internationaal verschillende prijzen in de wacht gesleept en is op een Hollywood-achtige stijl gemaakt met een briljante cast. Alhoewel de namen enigszins gefingeerd zijn, is het duidelijk dat in deze film de Indonesische kijk op de dekolonisatie wordt gegeven.

Talkshow na de film
Na de film zal Maarten Hidskes, kleinzoon van een oud-DST-er, een pre-release presentatie van zijn boek geven waarin hij een deels bestaande briefwisseling onderhoudt met zijn opa die onder Westerling gediend heeft. Het gaat hier om nog nooit eerder gepubliceerde brieven, die een unieke toegang geven tot de beweegredenen van een oud-DST-er. Voorafgaand aan de film zal de journalist Ad van Liempt (tevens geestelijk vader van o.a. NOVA en Andere Tijden en expert op het gebied van de dekolonisatie van Indonesië) een introductie geven over de aanloop naar, uitvoering en nasleep van de Politionele Acties. Na afloop van de film kan het publiek actief deelnemen aan de talkshow met Ad van Liempt en Maarten Hidskes.

Het einde van Puasa

Ticket naar de hemel

Puasa is voorbij. Als het vasten voor de laatste maal gebroken is, zie ik mijn oom met 2 grote zakken rijst in zijn handen staan. “Deze rijst is voor mensen die het hard nodig hebben,” zegt hij. “Zakat Fitrah heet dat. Het is een verplichting voor elke moslim om na het einde van Puasa 2,5 kilo rijst af te staan,” voegt hij er aan toe.

We lopen naar een tafel die als administratiekantoor is ingericht. De rijst wordt gewogen en in de opslag gelegd. Wie geen rijst in de aanbieding heeft, kan het equivalent in Rupiahs voldoen. “22.500Rp (€1,63) per persoon is de huidige koers,” vertelt een van de administrateurs. Mijn oom brengt 5 kilo rijst (voor hem en mijn tante). Als hij zijn kwitantie voor de ingeleverde rijst krijgt, grapt hij: “Yes, ik heb mijn ticket naar de hemel binnen.”Aan het einde van de avond is er in de wijk zo’n 6 ton aan rijst opgehaald en zijn er vele toegangsbewijzen tot de hemel uitgedeeld.

Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah
Inzameling van rijst voor Zakat Fitrah. Foto: Eric Kampherbeek

Oefenen voor takbiran

In mijn eerste blog schreef ik dat ik ‘s ochtends regelmatig wakker schrok door het geluid van de Azan (die oproept tot gebed). Daar ben ik inmiddels wel aan gewend. De laatste week werd ik wakker gehouden door tromgeroffel dat tot laat in de avond doorging. De drums leken een wedstrijd met elkaar aan te gaan, wie het hardste geluid  kon produceren. “We oefenen voor takbiran,” vertelde één van de drummers.

Takbiran is een ritueel op de avond na het einde van Puasa. Jongeren lopen in een lange stoet door de straten van de kampung. Ze laten aan God zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa en ze zijn op hun best gekleed. “Allahu akbar! La ilaha illa-llah!” schreeuwen ze. Rond 1 uur ‘s nachts is het ritueel afgelopen, maar nog tot vroeg in de ochtend rijden pickup-trucks door de straten van de kampung, onder luid geschreeuw dat Allah de grootste is en dat er geen godheid is, anders dan Allah.

Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek
Tijdens takbiran laten jongeren zien dat ze blij zijn met het einde van Puasa. Foto: Eric Kampherbeek

Sholat Idul Fitri

De volgende ochtend is het weer vroeg dag. Het is 5:00 ‘s ochtends als iedereen in huis wakker wordt. Het is vandaag Idul Fitri (suikerfeest). Zowel voor moslims als voor niet-moslims is dit één van de belangrijkste dagen in het jaar. Iedereen is vrij, er mag niet meer gevast worden (ook een regel uit de Islam) en: het is feest. Op straat hangen grote spandoeken met daarop “Selamat Idul Fitri. Mohon maaf lahir dan batin,” wat zoiets betekent als “Fijn suikerfeest. Vergeef met je lichaam en ziel.”

Zo vroeg in de ochtend is het al druk op straat. Mensen in hun mooiste kledij zijn op weg naar het Alun-Alun Utara, een immens plein voor de Kraton. Rond 7 uur begint een speciale sholat (gebed) waar duizenden moslims aan meedoen. Iedereen neemt een krantje mee om op de zanderige ondergrond te leggen. Niet alleen het plein is afgeladen met mensen die met de sholat meedoen, maar ook de omliggende straten.

Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek
Sholat Idul Fitri op het Alun-Alun Utara. Foto: Eric Kampherbeek

Aan de imam de nobele taak de sholat voor de duizenden toegestroomde moslims te leiden. Als een ware choreografie wordt de sholat uitgevoerd. Alleen is het gebed verdacht snel voorbij, valt me op. Later hoor ik dat de imam niet goed geteld heeft tijdens het gebed. Waar na het einde van het gebed 7 maal “Allahu akbar” uitgesproken dient te worden, heeft de imam dat slechts 2 maal gedaan.

Gunungan

Yogyakarta heeft een sultan die tegelijkertijd ook de gouverneur van DIY (Speciaal District Yogyakarta) is. Hij woont, samen met familie en staf, in de Kraton. De sultan kan gezien worden als een soort koning, net als Willem-Alexander, maar dan met macht. En rijk is hij ook. Van het vele land dat hij in het district Yogyakarta bezit, ontvangt hij veel belasting.

130808_156_Puasa_1000px
Tijdens gunungan brengen medewerkers van de Kraton een berg van groenten naar de bevolking. Foto: Eric Kampherbeek

 

Elk jaar, aan het einde van Puasa, doet de sultan wat voor het volk. Het leger van de Kraton brengt groenten en vruchten naar het plein voor de grote moskee. De etenswaren zijn samengebonden in de vorm van een piramide of berg (gunung). Vandaar de naam gunungan. Als het leger met de etenswaren aangekomen is op het plein bespringen de bezoekers massaal de “bergen van groenten” om maar zo veel mogelijk eten mee te kunnen nemen naar huis.

Als eerste de "berg van groenten" beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek
Als eerste de “berg van groenten” beklommen hebben, is een ware sport geworden. Foto: Eric Kampherbeek

 

Als gunungan voorbij is, keert de stilte terug in de straten. Mensen gaan op familiebezoek of pakken een paar uur slaap. Waar ‘s ochtends duizenden mensen op straat te vinden waren, is het nu uitgestorven.

Puasa is ten einde

Puasa is voorbij en het normale leven in Yogyakarta kan weer beginnen. Ik heb het geluk gehad de islamitische vastenmaand van dichtbij mee te mogen maken. Waar mensen in eerste instantie wat terughoudend waren tegenover de Indo die een fotodocumentaire wilde maken, bleek toenadering tot de geloofsgemeenschap uiteindelijk makkelijker dan gedacht. Wel ben ik elke dag meerdere malen uitgenodigd om ook moslim te worden, maar niemand die een gesprek met deze niet-moslim weigerde.

In mijn blogs van afgelopen maand heb ik geprobeerd een inkijk te geven in de maatschappij van Yogyakarta tijdens Puasa. Er zijn nog vele verhalen te vertellen en nog meer fotomateriaal om te laten zien. De fotodocumentaire die ik gemaakt heb, komt hopelijk snel in boekvorm uit, en gaat dieper in op de leefwereld tijdens Puasa in Yogayakarta. Je kunt de ontwikkelingen van de fotodocumentaire op mijn website volgen.

Terima kasih banyak dan sampai jumpa lagi! – Veel dank en tot ziens!

Niet-moslims tijdens Puasa in Yogya

Een lucratieve maand

“Tambah lagi! Tambah lagi!” Regelmatig word ik met dit zinnetje op vriendelijke, doch indringende toon gemaand nog meer eten op te scheppen. Meestal zit ik al vol van het eten van vijf minuten geleden, maar dat mag niet baten. Eten aanbieden is een manier om aan te geven dat je blij bent dat iemand er is. Althans, dat denk ik. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat ze hun gasten zo snel mogelijk met buikkrampen weer naar huis willen hebben.

In dat opzicht is de vastenmaand Puasa een hele verandering binnen de Indonesische cultuur. Als ik nu mensen bezoek, krijg ik meestal geen eten of drinken aangeboden. Niet dat mensen verwachten dat ik ook mee doe met vasten, maar een beetje solidariteit met diegenen die vasten wordt er wel gevraagd.

Veel eetstalletjes zijn of helemaal of half gesloten overdag. Foto: Eric Kampherbeek

Verkoop kelapa muda

Bij niet-moslims heerst er een heel andere sfeer. In tegenstelling tot mijn oom en tante, bij wie ik verblijf, is een andere tak van mijn familie protestant. Zij doen niet mee met de vastenmaand. In huis verandert er daar niet veel tijdens deze periode. Wel is voor hen Puasa een lucratieve maand. Elke namiddag verkopen ze verse kelapa muda langs de kant van de weg. Moslims kopen bij hen het verse kokossap om het vasten mee te breken.

Verse kelapa muda voor 7000Rp – €0,52. Foto: Eric Kampherbeek

Vasten met Pasen

Pak Daniel, dominee. Foto: Eric Kamperbeek.

Op de christelijke universiteit ontmoet ik Pak Daniël. Hij is dominee van een protestantse kerk in Yogyakarta. Afgelopen zondag zag ik hem preken. Als een ware cabaretier schudde de dominee de ene grap na de andere uit zijn mouw. Uiteindelijk natuurlijk met een serieuze, aan de bijbel gerelateerde, boodschap. Maar, ondanks dat, best vermakelijk om naar te luisteren.

Pak Daniël vertelt dat zo’n 25% van de bevolking in Yogyakarta christelijk is. Sommige christenen vasten ook. Niet nu, tijdens Puasa, maar rond de periode van Pasen. Anders dan voor moslims, is het vasten voor christenen niet verplicht. Velen kiezen ervoor om niet mee te doen. Een ander verschil is dat het straatbeeld niet verandert als christenen vasten. De rituelen rond Pasen vinden in de kerk plaats, niet erbuiten.

Een bouwvergunning voor een kerk wordt nauwelijks verstrekt.

Als ik weer naar buiten loop zie ik een groot bord voor de christelijke universiteit hangen: “Selamat menunaikan ibadah puasa.” Vrij vertaald staat er: “Fijne vervulling van de maand puasa.” Zouden de islamitische universiteiten ook zo’n spandoek ophangen als christenen aan het vasten zijn?

Spanningen

Zo op het eerste gezicht lijken er geen noemenswaardige spanningen te zijn tussen verschillende geloven. Maar dat schijn kan bedriegen, blijkt als ik een lid van de kerk spreek. Hij doet zijn beklag over de vele moskeeën in Yogyakarta. “Iedereen kan een moskee bouwen hier,” vertelt hij. “Maar een vergunning voor het bouwen van een kerk krijgen is onbegonnen werk. Die wordt zelden tot nooit afgegeven.”

Hier in Yogyakarta is het nog niet tot grote confrontaties gekomen tussen verschillende geloven. De Yogyakartaanse overheid heeft ook verboden zogenaamde ‘sweepings’ te houden. Een groep van hardliners wil tijdens Puasa nog wel eens orde op zaken stellen, door winkels en cafés waar sterke drank verkocht wordt, in brand te steken. In cafés is dan ook geen druppel alcohol te krijgen (en geloof me, ik heb gezocht). Voor alcohol zul je je toevlucht moeten zoeken tot toeristencafés.

‘Sweepings’ zijn verboden in Yogyakarta.

Kejawen en de Islam

Eerder schreef ik over de verschillende geloofsopties die een Indonesiër heeft. Dat mensen uit een lijst moeten kiezen, geeft al aan dat niet elke religie geaccepteerd wordt. Als ik mijn oom en tante vertel dat ik ga fotograferen bij het ritueel kungkum, kijken ze me verschrikt aan. Kungkum is een ritueel waarbij mensen midden in de nacht mediteren in een rivier. Naakt. Om tot zichzelf of tot een hogere macht te komen. Het ritueel kungkum maakt onderdeel uit van kejawen – Javaanse spiritualiteit. Er zijn moslims die hier aan meedoen, maar door de traditionele islam wordt het verboden. Er wordt zelfs een beetje neergekeken op kejawen, omdat het geen echte religie zou zijn.

 

Mijn oom en tante zijn bang dat ik een link tussen hun Muhammadiyah-islam en kungkum ga leggen. Zij willen niet geassocieerd worden met mensen die een eigen islam gemaakt hebben. Ik probeer hen gerust te stellen door uit te leggen dat ik heus de link met de Muhammadiah-gemeenschap niet zal leggen. “Kungkum is niet toegestaan voor moslims,” vertelt mijn oom. “Het ritueel is dat mensen in de rivier mediteren. Sommigen bidden er zelfs bij. Maar bidden doe je tijdens de sholat en niet ‘s nachts in een rivier.” Nog enigszins beduusd vertrekken ze naar de moskee voor de sholat (het gebed).

Altijd eten in huis

Moslim of niet-moslim, je kunt deze maand niet om Puasa heen. Ondanks een paar hardliners in de stad, levert het vasten door moslims niet of nauwelijks problemen op voor mensen die niet vasten. Zo is er hier in huis altijd eten. Mijn tante, die zelf een fervent vastster is, roept me als het middageten klaar staat. Zelf eet ze pas na het openbreken van het vasten.

Puasa voor kinderen

Meedoen is de normaalste zaak van de wereld

In Nederland zien mensen eigenlijk meteen dat ik een Indische achtergrond heb. Hier in Yogyakarta is dat precies andersom. Mensen lijken meteen te zien dat ik uit Nederland kom.  Alsof ze hun nekspieren aan het oprekken zijn, verdraaien ze hun hoofd om maar zo lang mogelijk te kunnen blijven kijken. Vaak volgt er een goed bedoeld ‘Landa!’ – ‘Hollander!’

De kinderen zijn helemaal erg. Ik wil weten hoe Puasa voor schoolgaande kinderen uitpakt, en bezocht daarom een middelbare school in Yogyakarta. Het binnenlopen van de jongensschool Mu’Allimin gaat zoals verwacht. Alsof de kinderen ruiken dat er een buitenlander aankomt, hangen ze uit de ramen om het inmiddels bekende ‘Landa’ naar me te roepen.

Klas 3 SMP. Foto: Eric Kampherbeek 2013.
Klas 3 SMP. Foto: Eric Kampherbeek.

De kinderen in het klasje zien er aardig vermoeid uit. Sommigen hangen over de bankjes en proberen wat rust te vinden, terwijl anderen de vermoeidheid proberen te overwinnen door veel lawaai te maken. Zonder uitzondering hebben ze hun laatste maaltijd voor Subuh gehad, het ochtendgebed om 4:45 uur.

Sommige kinderen hangen over de bankjes om te rusten.

Vijf religies of ‘overig’
De scheiding van kerk en staat zoals wij die in Nederland kennen, gaat hier niet op. Zo is er een ministerie voor religieuze zaken en hebben mensen in hun KTP (identiteitsbewijs) staan wat voor geloof ze hebben. Wat overigens niet altijd wil zeggen dat ze ook fanatiek belijdend zijn.  Met de term ‘agama KTP’ wordt dan ook bedoeld dat sommige mensen weliswaar in hun paspoort een geloof hebben staan, maar daar in de praktijk niets mee doen. Officieel geen geloof hebben is niet toegestaan. Je mag kiezen uit vijf religies: Islam, Christendom, Animisme, Hindoeïsme en Boeddhisme. Recent is er een zesde optie bijgekomen: kepercayaan – wat zoiets betekent als ‘erkenning van een god’, eigenlijk een soort optie ‘overig’.

“Of nog niet?”
Omdat geloof zo belangrijk is in Indonesië willen mensen, en vooral kinderen, wel eens vragen of ik ook moslim ben. Volwassenen voegen er nog weleens het suggestieve “of nog niet?” aan toe. Meestal leg ik uit dat het in Nederland allemaal anders gaat dan hier. Vaak blijkt mijn uitleg niet echt te landen en nemen mensen het feit dat ik geen moslim ben maar voor lief.  Van “agnostisch” hebben ze hier nog nooit van gehoord. Wel probeer ik te vermijden dan mensen denken dat ik atheïstisch ben. Ontkenning van god is namelijk niet toegestaan. Op de een of andere manier linken mensen atheïsme aan communisme (ook goddeloos), waar mensen in Indonesië een hekel aan hebben.

Geen geloof hebben is niet toegestaan in Indonesië.

Gehalveerde lesuren tijdens Puasa
Op de meisjesafdeling van de Muhammadiyah middelbare school ontmoet ik Fida. Ze is 16 jaar en op haar 5e al begonnen met het vasten tijdens Puasa. Alhoewel het op die leeftijd nog niet verplicht is om mee te doen met de vastenmaand, wilde ze er zelf graag mee beginnen.

Fida. Foto: Eric Kampherbeek/ Indisch 3.0 2013.
Fida. Foto: Eric Kampherbeek.

Fida zit in de derde klas SMA, wat overeenkomt met de laatste klas op de middelbare school in Nederland. In tegenstelling tot de jongens van Mu’allimin zit zij op Mu’allimaat: de meisjesafdeling van dezelfde Muhammadiyah school. Soms is ze wel hongerig, zegt ze, maar gelukkig heeft dat weinig effect op haar leerprestaties. De lesuren zijn tijdens de maand Puasa gehalveerd, wat de leerlingen moet helpen tijdens de vastenmaand.

De honger heeft weinig invloed op haar leerprestaties.

Maandelijkse periode
Het valt me op dat het in de kantine van de meisjesschool druk is tijdens de lunchpauze. Hier lijkt niet aan het vasten gedaan te worden. Eén van de meisjes legt me uit dat, tijdens de maandelijkse periode van vrouwen, er niet gevast hoeft te worden. Evenals mensen die ziek zijn, een zwaar beroep hebben of zwanger zijn, mogen vrouwen tijdens hun periode wel eten en drinken. “Jammer voor de jongens dat ze een maandelijkse periode niet als excuus kunnen gebruiken,” hoor ik mezelf denken.

Meiden van Mu'allimaat kopen hun lunch. Foto: Eric Kampherbeek/ Indisch 3.0 2013
Meiden van Mu’allimaat kopen hun lunch. Foto: Eric Kampherbeek.

Snel eten voordat het gebed begint
De kinderen op Mu’allimin en Mu’allimaat wonen bijna allemaal op de campus van de school. ‘s Avonds breken ze ook samen het vasten. Het is een drukte van jewelste bij de catering als ze eten mogen pakken. Als rond 17:30 uur de verlossende Azan (die oproept tot gebed) uit de speakers van de moskee klinkt, mogen ze beginnen met eten. Na een paar minuten is het eten op en begint Maghrib – het vierde van de vijf dagelijkse gebeden.

Het avondgebed op de campus van Mu'allimin. Foto: Eric Kampherbeek/ Indisch 3.0 2013.
Het avondgebed op de campus van Mu’allimin. Foto: Eric Kampherbeek.

De kinderen op de middelbare lijken niet erg gebukt te gaan onder het vasten. Ze zijn wat vermoeider en hongeriger dan normaal maar ze lijken nog even vrolijk en energiek. Ikzelf vind het al moeilijk als ik een uur geen water kan drinken in dit warme land. Voor de kinderen lijkt het de normaalste zaak van de wereld om mee te doen aan Puasa.

Documentair fotojournalist Eric Kampherbeek blogt deze maand over het vasten in Yogyakarta, de stad van zijn teruggevonden familie.

 

Het ritme van Puasa

Vastenmaand in Yogyakarta

Het is rond 4:45 ‘s ochtends als ik weer eens wakker schrik door een oorverdovend ‘Allahu akbar. Ash-hadu an-la ilaha illa llah’ ( ‘Allah is de grootse. Ik getuig dat er geen God is dan Allah’). Het lijkt alsof het geluid uit de speaker van de moskee precies in mijn richting gestuurd wordt. De Azan, die oproept tot gebed, houdt meestal na een paar minuten wel weer op, zodat ik verder kan slapen. Maar deze maand is anders. Het is Ramadan en tijdens deze maand volgt er op de Azan meestal nog een preek van de Imam. Inmiddels heb ik geleerd ook hier doorheen te slapen.

Ik ben in Yogyakarta. Ook deze stad staat deze maand in het teken van Puasa, zoals de Ramadan hier heet. Deze maand mogen moslims tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten, drinken of consumeren in de breedste zin van het woord. Tijdens deze maand volg ik voor een fotodocumentaire mensen uit verschillende groepen en probeer door hun ogen te laten zien wat Puasa voor hen betekent. Is voor alle mensen Puasa een maand van bezinning? Of zien bijvoorbeeld Christenen in Yogyakarta dat toch anders?

Yogyakarta

130705_008

De Sholat (het gebed) kan zowel thuis als in de moskee plaatsvinden. Foto: Eric Kampherbeek

Punten scoren
In Indonesië verblijf ik meestal in het huis van mijn oom, waar hij samen met mijn tante woont. Een klein huisje midden in één van de kampongs in Yogyakarta. Vlak bij het huisje staat de Masjid Gede (Grote Moskee). Vijf keer per dag gaan mijn oom en tante daar naartoe om te bidden. Mijn oom heeft wel eens uitgelegd dat het bidden in de moskee de meeste punten oplevert, namelijk 27. In huis bidden daarentegen levert maar één punt op. Hoe meer er dus in de moskee gebeden wordt hoe meer punten er aan het einde van het leven gespaard zijn en hoe beter het hiernamaals er uit komt te zien. Tijdens Puasa is het helemaal verdienstelijk om in de moskee te bidden, vertelt mijn oom. De 27 punten die je normaal krijgt worden in de vastenmaand met 700 vermenigvuldigd!

‘In huis bidden levert maar één punt op.’

Zoveel mogelijk slapen
Vandaag stonden mijn oom en tante om 3:00 ‘s ochtends op om te eten. Het is de eerste dag van Puasa en vanaf 5:00 mag er niet meer geconsumeerd worden. Als ik zelf om 7:00 wakker wordt, slaapt mijn oom alweer. Zoveel mogelijk slapen zodat het ‘niet eten’ niet zo lang lijkt te duren, is zijn motto. Als er gebeden moet worden, staat hij weer op.

130709_040

Mijn oom en tante op weg naar de moskee tijdens de eerste dag van Puasa. Een kleine 30 seconden lopen. Foto: Eric Kampherbeek

Wolk voor de maan
Veel mensen in Yogyakarta zijn afgelopen 9 juli begonnen met vasten. Net als mijn oom, is een grote groep volger van Muhammadiyah: één van de grote Islamitische stromingen in Indonesië. Een andere grote is Nahdlatul Ulama (NU). Die laatste groep bepaalt het begin van Puasa door te kijken naar de stand van de maan, in tegenstelling tot Muhammadiyah, die het begin van Puasa berekent. Wanneer de maan in een rechte lijn met de aarde en de zon staat, begint de maand Puasa. 8 Juli jl. werd op TV bekend gemaakt dat het begin van Puasa op 10 juli valt voor volgers van NU, een dag later dus dan Muhammadiyah. De presentatrice van het televisieprogramma voegde eraan toe vooral niet cynisch te doen over de meetmethode van de NU. Er wordt namelijk nogal eens lacherig gedaan over die meetmethode, omdat er soms een wolk voor de maan hangt ten tijde van het kijken.

‘Soms hangt er een wolk voor de maan tijdens het bepalen van de stand van de maan.’

“Puasa hoort er nu eenmaal bij”
Voor mijn oom is het de normaalste zaak van de wereld om te vasten tijdens Puasa. Sinds hij op de lagere school zit vast hij al tijdens deze maand. Wat het doel van de vastenmaand precies is, weet hij nu nog niet. Het is ook niet de bedoeling dat ter discussie te stellen, vertelt hij. Uiteindelijk zal het doel van het vasten wel duidelijk worden. Het vasten is één van de vijf pijlers van de Islam en dat is genoeg reden om deze maand de beproeving van het vasten aan te gaan.

Selamat berbuka puasa
Als de eerste dag van Puasa er bijna opzit komt de Muhammadiyah gemeenschap samen in de moskee om het vasten te breken. Iedereen krijgt een pakketje met eten van de moskee. Geduldig zitten zo’n 600 mensen te wachten totdat ze hun pakketje open mogen maken waarna het vasten voor deze dag echt voorbij is. ‘Selamat berbuka puasa’ – ‘Veel plezier met het breken van het vasten’, klinkt het door de speakers.

130709_156

Na het breken van het vasten zijn de pakketjes eten binnen een paar minuten leeg. Foto: Eric Kampherbeek

Elke dag een hoofdstuk
Na het laatste gebed van de dag blijven een aantal mensen in de moskee om gezamenlijk te lezen uit de Koran. Ik schrijf nu Koran, maar eigenlijk moet ik Al-Quran schrijven. Ik wil me daar nogal eens in vergissen. Mensen wijzen me er dan vriendelijk, maar hoofdschuddend, op dat de koran de krant is en Al-Quran het heilige boek. Maar goed, dat terzijde. Elke dag lezen ze dus na het laatste gebed een hoofdstuk uit de Al-Quran. Na 30 dagen is het heilige boek uit en de vastenmaand voorbij. Later die avond legt mijn oom uit de de mensen in de moskee eigenlijk niet weten wat ze lezen en alleen weten hoe ze de Arabische teksten uit moeten spreken. Als het voorlezen voorbij is, wordt er dan ook een uitleg in het Indonesisch gegeven, zodat iedereen de betekenis van de tekst meekrijgt.

‘Eigenlijk moet ik “Al-Quran” schrijven. Koran is de krant.’

Eenmaal thuis wordt er voor een tweede maal gegeten waarna mijn oom weer gaat slapen rond een uur of 23:00. Om 3:00 ‘s ochtends gaat de wekker namelijk weer.

130709_261

Vrouwen lezen, gescheiden van de mannen, het eerste hoofdstuk uit de Al-Quran. Foto: Eric Kampherbeek

Documentair fotojournalist Eric Kampherbeek blogt deze maand over het vasten in Yogyakarta, de stad van zijn teruggevonden familie.

Ngroblog: Verbod op alcohol Indonesië

De verkoop en distributie van alcohol kan worden verboden in sommige delen van Indonesië nadat Islamitische hardliners hebben gewonnen in het hooggerechtshof, meldt thejakartaglobe.com

Sommige lokale overheden, waar islamitische hardliners invloedrijk zijn, hadden wetten geïntroduceerd waarmee een verbod op de verkoop en distributie van alcohol kwam. Echter konden deze nooit worden afgedwongen door een presidentieel decreet uit 1997. Dat decreet verbood lokale overheden om zelf regels te stellen aan de verkoop van alcohol.

Onlangs is een prominente islamitische groepering, het Islamitische Verdedigers Front (FPI), er in geslaagd om dat besluit teniet te doen in een zaak bij het hooggerechtshof. Het hof vaardigde de uitspraak medio juni, maar het werd pas openbaar gemaakt in de afgelopen dagen.

Woordvoerder Ridwan Mansour vertelde tegen persbureau AFP: “Het Hooggerechtshof heeft de door het FPI ingediende zaak aanvaard omdat het presidentieel decreet de vrede en de openbare orde in Indonesische gemeenschappen verhinderd.”

“Alle Indonesische moslims zijn dolblij,” zegt Salim Alatas, de FPI leider van Jakarta tegen AFP. “De uitspraak heeft generaties van de negatieve effecten van alcohol behoed.”

De Jakarta Jakarta Entertainment Establishment Owners Association (APHI) is het oneens met de uitspraak. Zij menen dat een verbod op alcohol de toeristische sector in Indonesië zou decimeren. De verkoop van alcohol genereert ook een aanzienlijk bedrag van de belastinginkomsten voor de staat.

Indonesië met Bintang, is dat het tempo doeloe waar de derde generatie straks aan denkt?

Indo 1.0 in de politiek: Alexander Scholtes

Alexander Scholtes. Foto: Polle Willemsen

“Indonesië is een boeiend land om te volgen”

Alexander Scholtes (30 jaar) uit Amsterdam is, met een Indonesische moeder en een Hollandse vader, een Indo 1.0. Doordeweeks werkt hij in Den Haag bij de Vereniging  Hogescholen en daarnaast is Alexander actief in de politiek. Hij is fractievoorzitter van D66 in de deelraad van Amsterdam-Zuid. Hoe kijkt hij tegen de wereld aan, en tegen het koloniale verleden in het onderwijs?

Komt je Indonesische achtergrond in je politieke werk naar voren?

“Nee, niet. Ik heb een Nederlandse opvoeding gehad, ik voel me een Nederlander, ik heb hier wel veel Indonesische familie maar weinig Indische of Indonesische vrienden. Ik denk dat de meeste mensen op het eerste gezicht niet doorhebben dat ik Indonesische wortels heb. Er is zoveel dat mij vormt, ik zou mezelf niet op willen hangen aan één identiteit. Ik kan niet heel specifiek benoemen wat mijn Indonesische afkomst toevoegt. Al zou ik ooit best eens in Indonesië willen wonen.”

“Er valt meer aan Indonesië te ontdekken dan ik had kunnen bedenken.”

Wat heb je meegekregen van de Indonesische cultuur?

“De eetcultuur. En de gastvrijheid. De laatste jaren heb ik steeds meer interesse gekregen in de Indonesische cultuur. Er zijn meer kanten aan te ontdekken dan ik van tevoren had kunnen bedenken. Ik ga sinds een jaar of vijf elk jaar naar Indonesië, ik heb er nog familie en heb inmiddels ook vrienden gemaakt daar. Ik ben de taal aan het leren in Yogyakarta. Ik volg de kranten nu meer als het gaat om Indonesië. Als politicoloog is het een boeiend land om te volgen. Het land heeft zo’n grote interne markt, dat het alleen al daardoor de economische crisis kan overleven. Tegelijkertijd vind ik het fascinerend hoe Indonesiërs een manier weten te vinden om in te spelen op de omstandigheden. Jakarta is een drukke stad. Op bepaalde wegen mag je alleen autorijden als je minimaal drie anderen in je auto hebt. Wat zie je dus gebeuren? Vlak voor die weg staan mensen die bij je in de auto stappen zodat je die weg over kan. Ja, die betaal je dus om met je mee te rijden.”

Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlabkbij Yogyakarta.
Alexander bij het Prambanan tempelcomplex, vlakbij Yogyakarta.

Als mensen naar Indonesië zouden gaan, wat zou je ze dan aanraden te doen?

Wat zou ik mensen aanraden? Ga een paar weken naar Yogyakarta om de taal te leren. Jogja is veel kleinschaliger dan Jakarta, het is er rustiger en het is een kunstenaarsregio, er is daar een andere sfeer dan in bijvoorbeeld Jakarta en veel andere grotere steden. Het is een leuke stad, je kan er gewoon buiten lopen en je onderdompelen in de lokale cultuur. Ik word daar gezien als buitenlander. In een gesprek merk ik wel dat ze voelen dat ik meer feeling heb met het land en de taal. Ik ben bovendien in Indonesië wat minder direct dan ik Nederland ben, dus het contact gaat wat soepeler.

“Ik ben in Indonesië wat minder direct dan in Nederland.”

Je portefeuille is onderwijs. Hoe kijk jij aan tegen het geschiedenisonderwijs in Nederland over Indonesië?

“Het is natuurlijk al een tijd geleden dat ik geschiedenisles had op school. Maar ik heb de indruk dat er meer aandacht is voor wat de Nederlanders zelf hebben meegemaakt, dan voor wat ze gedaan hebben in Indonesië, bijvoorbeeld tijdens de politionele acties. Het is een gevoelig onderwerp waar voor zover ik weet relatief weinig bekend over is. Misschien zou daar meer onderzoek naar gedaan kunnen worden, zoals ook is voorgesteld door enkele historische instituten nadat foto’s over executies in Indonesie. Ik ben een liberaal en geloof niet dat het werkt als de politiek gaat opleggen wat docenten op scholen leren.”

Terwijl mijn pen al op tafel ligt, raken Alexander en ik in gesprek over de plek van het koloniale verleden in het onderwijs.

Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.
Alexander voor de taalschool in Jogja, met een van zijn docentes in Yogyakarta, mbak Winda.

Kirsten – “Jij hebt onderwijs in je portefeuille en je hebt opgemerkt dat er te weinig kennis is over het koloniale verleden. Zou er dan niet toch iets vanuit de politiek moeten gebeuren om dat recht te trekken? Het gaat mij er niet om dat mensen weten wat Indische Nederlanders zijn. Daar blijft toch wel discussie over bestaan. Het gaat mij erom dat meer en betere kennis over het verleden van Nederland in Indonesië kan zorgen voor een betere verstandhouding tussen de landen nu. Dat Nederland Indonesië aanspreekt op mensenrechten, zoals pas met de (afgelaste) komst van president Yudhoyono, vind ik an sich een goede zaak, maar die hooghartige toon, van ‘Wij in het Westen weten als geen ander dat jullie fouten maken met mensenrechten’, die is niet gepast voor een ex-koloniaal heerser.”

“De politiek kan niet voorschrijven wat docenten moeten onderwijzen.”

Alexander – “Dat ben ik wel met je eens. Het is ook niet zo dat ze daardoor in Indonesië dan opeens besluiten hun beleid te veranderen. Maar het gaat niet werken als de politiek voorschrijft wat een docent zijn scholieren hoort te leren. Dan krijgt hij alleen maar te maken met tegenstrijdige en overdadige eisen.”

Kirsten – “Hoe kan de politiek dan veranderen wat docenten onderwijzen?”

Alexander – “Door onder docenten een debat te beginnen over dit onderwerp.”

Een mooi doel, vind ik. Om een debat onder docenten mogelijk te maken stimuleren, start Indisch 3.0 een enquête over Indië en Indonesië in het onderwijs. Vul jij hem ook in? Ga naar onze enquete over Indië en Indonesië op school

Ngroblog: een rondleiding in het verleden

Inmiddels zit ik weer op kantoor en lijkt het alsof ik niet ben weggeweest.  Toch ben ik net drie weken terug van een reis die mij voor de tweede keer en mijn vriendin voor de eerste liet kennis maken met Java en Lombok.

Uiteraard hebben we de Higlights van Java bekeken; Borobudur, Cafe Batavia in Jakarta, Theeplantages en steden als Bandung, Malang, Yogjakarta. Maar dit keer zouden we ook naar plekken op Java gaan die voor de “gewone” toerist zeker niet als Highlight bestempeld zullen worden.

“Op zoek naar de Suikerfabriek”
Nadat wij een groot deel van West-Java achter ons hadden gelaten en inmiddels een groot deel van Oost-Java gezien hadden, zijn wij verder gereden via Bondowoso naar Kraksaan. Kraksaan is een klein plaatsje in Oost-Java, niet ver van de kust. In de koloniale wijk van dit stadje, rondom de suikerfabriek Kandangjati, is mijn Opa geboren. Ik wilde graag een bezoek brengen aan deze plek omdat de fabriek er nog zou staan, zo had ik begrepen. Onze chauffeur (we hadden een klein 6-persoons toeristenbusje waarmee we over Java rondreden), Kurnia, had al een beetje geïnformeerd waar het zou moeten zijn maar hij wist het niet helemaal zeker.

“Padjarakan”
De naam van de fabriek; Kandangjati kwam niet overeen met de naam van de fabriek die nu in de omgeving van Kraksaan staat.  Dus zijn we er maar op de bonnefooi heen gereden om ter plaatse meer informatie te krijgen. Eenmaal daar aan gekomen bleek de betreffende fabriek uit 1885 te komen. Dus dat klonk hoopvol.  Nadat Kurnia uit de bus was gestapt en ons gesommeerd had even te blijven zitten, zodat hij bij de administratieafdeling van de fabriek navraag kon doen, keken mijn vriendin en ik eens goed om ons heen.

De straat waar de bus geparkeerd stond bestond, naast de gebruikelijke verkeerschaos, vooral uit oude koloniale huizen. Een paar minuten later kwam Kurnia terug. We moesten even met hem meelopen naar het kantoortje van de “Security”.  Daar kwamen we er achter dat de fabriek de naam “Padjarakan” droeg. De fabriek was opgericht in 1885. Men kon ons helaas niet vertellen of deze fabriek vroeger Kandangjati geheten had. Wel kregen we te horen dat deze fabriek de enige fabriek in de omgeving van Kraksaan was en voor zover men kon achterhalen had er geen andere fabriek bestaan.

Rondleiding
We moesten onze namen opschrijven op een formulier dat voor ons op de tafel lag. Wat bleek, Kurnia had het voor elkaar gekregen dat wij een rondleiding in de fabriek kregen. Daarna zouden we ook een rondje kunnen lopen in de wijk rondom de fabriek, omdat dit voor het grootste deel bestond uit koloniale huizen. Uiteraard moesten we wel wat betalen;  60.000 Roepia.

Nadat we een mooie helm op ons hoofd gezet hadden konden we de fabriek in.  En gelijk werd duidelijk dat de machines van vroeger nog altijd gebruikt werden. Amsterdam 1924, Firma Stork en Hengelo stond op diverse machines te lezen. Het leek alsof we terug in de tijd waren. Binnen een paar minuten stonden er diverse medewerkers van de fabriek om ons heen. Wij waren de bezienswaardigheid van de dag geworden.  Nadat we met een aantal van de werknemers op de foto waren geweest liepen verder door de fabriek. Overal waren de Nederlandse sporen nog duidelijk zichtbaar.

We volgden een oud treinspoor dat door de fabriek liep en ons naar buiten bracht. Om de hoek van de fabriek lag een oude begraafplaats. Een oude Nederlandse begraafplaats. Slechts op een van de grafstenen was nog te lezen wie er lag, bij de rest waren de marmeren platen al lang verdwenen.  Toen we verder het fabrieksterrein afliepen en de weg overstaken kwamen we in een oud koloniaal wijkje terecht. Sommige panden waren nog redelijk onderhouden, anderen volledig vervallen.  Het grootste huis was, hoe kan het ook anders, van de directeur van de fabriek.

fabriek 2

Na ons bezoek aan Kraksaan reden we door naar Maron. Daar heeft mijn opa een groot deel van zijn jeugd doorgebracht. Ook rondom een suikerfabriek. Zijn vader was namelijk opzichter van de spoorbaan. Ook in Maron reden we een woonwijk binnen waar overal oude koloniale huizen te zien waren. Toen ik naar de weg keek waarop we met de bus reden, lag daar nog oude treinrails die niet meer gebruikt werden. Ook hier ging Kurnia informeren maar hij kwam al vrij snel terug. Wat bleek, de oude fabriek was na nationalisering vrij snel failliet gegaan.  De fabriek en de huizen op het fabrieksterrein zijn afgebroken en men is elders in Maron een nieuwe suikerfabriek begonnen.  Helaas.

“Het Indië van vroeger”
Ondanks dat ik nu niet weet of de suikerfabriek in Kraksaan dé fabriek is waarover mijn opa in zijn memoires schrijft en ik ook niet weet of de huizen die ik in Maron heb gezien de huizen uit zijn jeugd zijn geweest, heb ik een glimp kunnen opvangen van hoe het Nederlands-Indië van zijn jeugd eruit heeft gezien. Er is uiteraard ongelofelijk veel veranderd. En door de verkeerschaos, de rommel, viezigheid en het feit dat iedereen maar overal iets tegenaan bouwt is het soms moeilijk om je voor te kunnen stellen hoe het er vroeger uitgezien heeft. Maar met wat moeite, inlevingsvermogen en een goede gids is het mogelijk het Indië van vroeger, terug te zien in het hedendaagse Indonesië.