Griselda Molemans en het Nationaal Archief

Welles/nietes?

Foto Nationaal Archief: By Vera de Kok (Own work) CC-BY-SA-3.0, via Wikimedia Commons

In december 2013 hoorde ik ervan. De schrijfster en journaliste Griselda Molemans (o.a. Zwarte huid, oranje hart, Oog van de naald) was een actie gestart om geld in te zamelen om het boek uit te geven waar zij al een tijd aan werkt: Opgevangen in andijvielucht. Aanleiding voor de inzamelingsactie was volgens Molemans dat haar oorspronkelijke opdrachtgever, het Nationaal Archief, zich teruggetrokken had. De ‘vele onthullingen in het manuscript stonden haaks op de ministeriële verantwoordelijkheid’ van het Archief, stelt de in Amerika wonende schrijfster in haar flyer

Flyer van de inzamelingsactie 'Opvangen in andijvielucht'
De flyer van de inzamelingsactie ‘Opvangen in andijvielucht’. Bron: PR 360 & More

Ik bel het Nationaal Archief voor een toelichting. ‘De samenwerking met mevrouw Molemans is inderdaad stopgezet,’ bevestigt de woordvoerder. ‘Nee, dit was niet om inhoudelijke redenen. Mevrouw Molemans dreigde de deadline van 15 oktober 2013 niet te halen, de datum waarop wij de tentoonstelling wilden openen. Dat mevrouw Molemans de researchkosten terugbetaald heeft klopt in zoverre, dat zij de fees die wij haar al betaald hadden, terugbetaald heeft.’ Ik vraag hoe het zit met de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’. ‘Nee, die woorden hebben wij niet in de mond genomen.’

Hmm. Dit is een heel ander verhaal dan wat in het Indische wereldje circuleert.

“Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station.”

Als ik Griselda mail dat ik met dit verhaal aan de slag ga, verwijst ze me door naar haar advocaat. ‘Het Nationaal Archief is een compleet gepasseerd station voor me. [..] Ik doe daar verder geen mededelingen meer over.’ Ik mail haar advocaat om een reactie op de verklaring van het Archief. Die is eenvoudig: ‘Over een deadline is nooit gesproken en het Nationaal Archief heeft cliënte ook nooit een deadline gesteld, noch voor 15 oktober 2013, noch anderszins.’

Is dat wat. Dit lijkt wel een ouderwets potje welles-nietes.

Ik zoek verder en vind in de Sobat (9, winter 2013) een 2,5-pagina tellend artikel van Siem Boon over de nieuwe tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief. Staat in dit artikel misschien iets over het werk dat Molemans heeft gedaan voor het Nationaal Archief? “In oktober werd de nieuwe publieke- en tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief geopend door Koning Willem-Alexander. De eerste tentoonstelling heet Het Geheugenpaleis – met je hoofd in de archieven: elf grote en kleine verhalen uit meer dan duizend jaar Nederlandse geschiedenis. Twee van die verhalen zijn Indisch: ‘Daar was laatst een meisje loos; Vrouwen en de VOC (1602 – 1795) en Opgevangen in spruitjeslucht; Indische repatrianten in Nederlandse contractpensions (1945 – 1970)’.”

Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011
Archiefbeeld: Siem Boon (links), directeur Tong Tong Fair (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2011

De naam ‘Opgevangen in Spruitjeslucht’ lijkt – voorzichtig uitgedrukt – sterk op de titel van het boek van Molemans: Opgevangen in andijvielucht. Navraag leert dat het Nationaal Archief al sinds december 2010 de ‘spruitjes’-versie hanteert.

Maar goed. De samenstellers van de tentoonstelling vertellen in het Sobat-interview uitgebreid over de tentoonstelling. Zo lees ik: “Wat ons opviel is hoezeer de opvang was voorgeprogrammeerd. Het boekje Djangan Loepah, dat door maakster Cristina Garcia Martin is vertaald in een quiz, is bij uitstek een voorbeeld hiervan.”

‘Djangan Loepah, ken ik dat niet ergens van?’ hoor ik je denken. Ja, dit boekje is weer boven komen drijven door de documentaire Contractpensions van Hetty Naaijkens – Retel Helmrich én is er de ondertitel van. Nu is dit boekje niet ‘van’ Hetty Naaijkens, maar uitgegeven door de overheid zelf. Maar een referentie eraan? Die was toch best op zijn plek geweest? Voor de zekerheid zoek ik op de website van de expositie. Nergens kom ik een verwijzing naar Contractpensions tegen.

Contractpensions
Poster van de documentaire Contractpensions uit 2009.

Terug naar het artikel. Er komt een andere, voor mij tamelijk persoonlijke, titel naar voren. “Het Verhalenarchief is een website van het Nationaal Archief waaraan bezoekers hun eigen verhalen kunnen toevoegen: www.hetverhalenarchief.nl. ‘Tabee Indië’, over de repatriëring, is daarvan een onderdeel.”, lees ik in hetzelfde artikel in Sobat.

Nou vind ik het initiatief  van een verhalenarchief erg goed en ben ik er zelfs blij mee, maar die naam? ‘Tabee Indië’? Die lijkt wel heel erg op de naam van nota bene mijn eigen scriptie over de repatriëring, waarmee ik zeven jaar geleden afstudeerde: Indië Tabeh. Ook hier weer was het op zijn plek geweest een bronvermelding op te geven. Of op zijn minst een ‘niet-te-verwarren-met’. Siem Boon kent mij en deze scriptie, ik heb er drie keer een lezing over gehouden op de Tong-Tong Fair. Dus hoe zit dit nou weer? Ik zie dat een van de externe onderzoekers, die ik ook ken, er zelfs naar verwijst als ‘Indië Tabee‘. Op deze manier is dit gewoon jatwerk en voer voor een latere post.

Ik lees het artikel uit. Van de circa 2000 woorden gaat geen enkele over Griselda Molemans en haar voorwerk. Zou dat een bewuste keuze zijn? Ik vraag Siem Boon ernaar. Zij licht toe, in een reactie op deze post: “Ik wist dat Griselda bezig was geweest met dit onderdeel van de expositie, dus ik informeerde ernaar tijdens het interview en bij Griselda. De medewerkster die ik interviewde vertelde dat ze meende dat er een kwestie rond auteursrecht was geweest, maar er het fijne niet van wist. Griselda zei me dat ze er de voorkeur aan gaf als ik in mijn artikel geen verband legde met haar op stapel staande boek. Omdat ik geen artikel wilde schrijven over het conflict tussen Griselda en NatArch, maar over de expo, en ik maar beperkte ruimte had heb ik het verder weggelaten.”

Griselda Molemans. Indomania 4. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.
Archiefbeeld: Griselda Molemans tijdens IndoMania. (c) Tabitha Lemon/ Indisch 3.0 2012.

Duidelijk verhaal van Siem, maar voor mijn hoofdvraag moet ik doorzoeken. Ik wend me opnieuw tot het Archief. In een schriftelijke reactie krijg ik nu uitgebreidere toelichting: “Medio 2010 hebben eerste gesprekken tussen mevrouw Molemans en het Nationaal Archief (NA) plaatsgevonden. Het Nationaal Archief heeft mevrouw Molemans gevraagd onderzoek te doen en een publicatie voor te bereiden over het thema ‘contractpensions’ voor de openingstentoonstelling in de nieuwe publieksruimte van het Nationaal Archief. Ze heeft daarmee ingestemd en op 1 december 2010 is het contract daarvoor ondertekend door beide partijen.”

De woordvoerder vervolgt: “Al in deze fase hanteerden wij de titel ‘Opgevangen in spruitjeslucht’. In het contract tussen mevrouw Molemans en NA werd afgesproken dat mevrouw Molemans 1 juli 2011 een eerste manuscript zou aanleveren. Deze afspraak is mevrouw Molemans niet nagekomen. Ook na herhaaldelijk aandringen van onze zijde heeft mevrouw Molemans geen input voor de tentoonstelling noch het boek geleverd. Daarom zagen wij ons uiteindelijk genoodzaakt andere onderzoekers in te schakelen en de samenwerking met mevrouw Molemans contractueel te beëindigen.”

Het is een wonderlijke tussenstand.

Het is een wonderlijke tussenstand. Ik kan me voorstellen dat de overheid bepaalde zaken niet naar buiten wil brengen over de repatriëring, dus de verklaring van Molemans is aannemelijk en – logischerwijs – door veel andere Indische media overgenomen. Aan de andere kant: het verhaal van het Archief is niet ongeloofwaardig. Ik wacht momenteel nog op een reactie van de advocaat van Molemans. Is dit welles/nietes of is er iets anders aan de hand?

Hoe dan ook, Griselda Molemans kan door met haar boek. Al op 17 december 2013 meldt Opgevangen in andijvielucht op Facebook in dit Bericht dat er nog maar 263 funders nodig zijn. Dat is mooi. Dan kunnen we binnenkort in elk geval zelf vergelijken wat Molemans ontdekt heeft en wat het Nationaal Archief in de expositie wel en niet vertelt. Het boek komt uit in maart van dit jaar. Wordt vervolgd.

Detail: op Bol.com staat het boek als niet leverbaar, met mei 2013 als publicatiedatum. Wie er ook gelijk heeft, er is iets behoorlijk fout gegaan.

Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (dd 7-1-14, 12:00 u)
Screenshot van de Bol.com-pagina over het boek van Griselda Molemans (KV, dd 7-1-14, 12:00 u)

 

 

 

'Ik hoorde vooral sporadisch verhalen over Indië.'

Sayah-oprichter Marc Pieplenbosch over zijn Indische roots.

Sayah, de spekkoeklikeur, vinden wij de productintroductie van 2013 in Indisch Nederland. In mei presenteerden we dit drankje op onze FacebookpaginaNieuwsgierig naar het verhaal achter dit drankje, interview ik een van de twee oprichters; Marc Pieplenbosch. Hoe zit het met “zijn life – zijn roots – zijn taste“?

Spekkoeklikeur
Marc Pieplenbosch (Delft, 1969) en Menno Kleijweg introduceerden eerder dit jaar Sayah de spekkoeklikeur. En het is een succes. Topkok Pascal Jalhay gebruikt het om voor de Serious Request-week van 3FM een Oosterse kaasamuse te maken tijdens de 24-uurskookmarathon in restaurant EVI. Menno en Marc stonden op de Masters of Luxury Fair.  Sayah is al te verkrijgen bij 160 slijters en bij meer dan 20 Indische restaurants staat deze ‘Indische limoncello’ op de kaart.

Marc Pieplenbosch (l) en Menno Kleijweg (r) tijdens de Masters of Luxur Fair. Foto: Fotojenique
Marc Pieplenbosch (l) en Menno Kleijweg (r) tijdens de Masters of Luxury Fair 2013. Foto: Fotojenique

Zalm gerookt met Sayah
‘We hopen er uiteindelijk ons brood mee te kunnen verdienen, maar voorlopig werk ik er nog gewoon naast,’ lacht Marc Pieplenbosch als ik hem vraag of hij er al van kan leven. ‘Maar we zijn wel erg trots op hoe het tot nu toe gaat. Pascal (Jalhay, KV) vertelde me dat hij is gaan experimenteren met het flesje Sayah dat ik hem als juryiud van de Gouden Rijstkom heb aangeboden. Hij heeft er zalm mee gerookt. Dat is gaaf. We hopen op meer van dat soort initiatieven.’

Op tijgers schieten
Wat weet Marc van zijn roots? ‘Als kind hoorde ik sporadisch verhalen, van die fragmenten over het leven dat mijn ouders en grootouders in Indië hadden. Dat mijn opa in de jungle had gezworven en tijgers had geschoten. Dat werkte enorm in op mijn fantasie. Later hoorde ik dat dat was omdat hij had moeten vluchten. Voor de Jap, denk ik. En dat ze het goed hadden daar, met bediendes, en dat ze woonden in het grootste huis in Palembang. Mijn opa’s heb ik nooit gekend, nee. Mijn oma’s wel.’

oma Nono Pieplenbosch met kinderen. Foto: archief Marc Pieplenbosch
oma Nono Pieplenbosch met kinderen. Foto: archief Marc Pieplenbosch

Trots op je roots
En – hoe kan het ook anders – we hebben de introductie van Sayah eigenlijk te danken aan een van die oma’s, leer ik. ‘Oma Nono Pieplenbosch heeft mij geleerd spekkoek te maken. Het is aan de hand van haar kookboek dat Menno en ik aan het experimenteren zijn geslagen. We wilden iets creëren waarmee jongeren konden laten zien dat ze trots waren op hun afkomst. We hebben alleen maar het eten en een beetje de “looks”. Verder niets.’

Kenners
‘Menno en ik hebben echt met van alles geëxperimenteerd, van brandewijn tot het arak-recept van mijn oma, totdat we de smaak en geur hadden die we wilden. Toen zijn we op zoek gegaan naar een producent. Met een ambachtelijke familiebrouwerij Herman Jansen in Schiedam hebben we uiteindelijk de perfecte Sayah-geur en -smaak ontwikkeld,’ aldus Pieplenbosch.

De familie Pieplenbosch. Foto: archief Marc Pieplenbosch
De familie Pieplenbosch. Foto: archief Marc Pieplenbosch

Hollands snoep
Marc glimlacht. ‘Als kind wilde ik altijd hetzelfde snoep als mijn Hollandse vriendjes thuis hadden. Ik schaamde me een beetje voor de pisang goreng en kue lapis. Ik zie dat mijn zoon van 10 trots is op zijn roots en op zijn vader, die zich zo inzet voor zijn roots. Dat vind ik mooi. De Indische roots binnen families blijven bestaan en dat is voor mij Indisch: samenzijn met familie – eten en gezelligheid met Indische neven, nichten, tantes en ooms.’

Exclusief: koop Sayah met twee limited edition glaasjes erbij

Wil jij een speciaal kado voor de Kerst aan je Indische bangsa geven? Momenteel kan je Sayah met twee exclusieve glaasjes voor een speciale prijs kopen. Wees er snel bij, de glaasjes komen in beperkte oplage.

Twee Indo's koken voor Serious Request 2013

Chef Pascal Jalhaij en tv-kok Danny Jansen in ’24 uur EVI & Friends’

26 (chef-)koks koken dit jaar voor Serious Request 2013 in een 24uurs kookmarathon, georganiseerd door restaurant EVI. De chefs koken 24 uur lang om geld in te zamelen voor het goede doel. Twee van deze koks zijn chef Pascal Jalhay – die we kennen als juryvoorzitter van ‘onze’ Gouden Rijstkom – en Danny Jansen die te zien is als tv-kok op 24kitchen. We bellen ze op. Wat staat er op het menu?
Pascal Jalhay. Foto: Marfo BV
Pascal Jalhay. Foto: Marfo BV
‘Ja, Danny en ik gaan samen koken,’ vertelt Pascal me opgewekt. ‘Ik werd twee maanden geleden benaderd met de vraag of ik mee wilde doen. Ik was meteen enthousiast. Er zijn zelfs zoveel chefs – 26 – dat er twee blokken zijn die door twee koks tegelijk verzorgd worden. Dus hebben Danny en ik elkaar opgezocht, de Indo-connection.’
Bewondering
‘Ik wilde heel graag met Pascal samenwerken,’ zegt Danny. Hij is een goede chef, tegen wie ik best opkijk en voor wie ik veel bewondéring heb. Bovendien delen we dezelfde roots. Tjitse – de initiatiefnemer en eigenaar van restaurant EVI – vroeg of ik mee wilde doen. Het leek me geweldig, je doet wat voor het goede doel én je mag met zoveel chefs tegelijk werken. En tja, dat het doel van Serious Request dit jaar niet zo smakelijk is, ach, een goed doel is een goed doel.’
Dany Jansen. Foto: http://www.foodiesmagazine.nl/recepten/nagerechten/texas-style-applepie/11243/
Danny Jansen. Foto: www.foodiesmagazine.nl
Driegangenmenu
Pascal en Danny verzorgen een driegangen menu. Pascal maakt onder meer een kaasamuse – met als geheim ingredient het spekkoeklikeurtje – en Danny verzorgt het dessert. ‘Onze Indo- link gaan de gasten terugzien in onze gerechten,’ verzekert Jalhaij me. ‘Voor mijn kaasamuse heb ik drie liter spekkoeklikeur mee, en ik gebruik Indonesische specerijen en tropisch fruit.’ In de bijdrage van Jansen zal onder meer sereh terug te vinden zijn, mango en papaya.
Veilen van de stoelen
Tijdens het interview zie ik de veiling van de 240 stoelen op vakantieveilingen.nl aflopen. Ik bel initiatiefnemer en organisator Tjitse van den Dam van restaurant Evi. ‘O, dat betekent dat de stoelen daarop zijn, maar wees gerust. We hebben stoelen apart gehouden, vanavond en morgen kunnen mensen via www.24uurevi.nl nog aan een plekje komen.’
serious request logo
26 x 24
26 chefs koken in 24 uur voor het goede doel. Dat betekent dat mensen dus ook midden in de nacht moeten gaan eten, gaan die stoelen wel weg? Van den Dam: ‘Daar ben ik niet bang voor. Dit is een unieke kans om een chef midden in de nacht voor je te laten koken. Wie heeft dat eerder meegemaakt?’
Tot en met morgen kan je dus aan een stoel komen voor ’24 uur Evi & Friends’. Stoelen worden in blokken van 3 uur geveild. Op zondag 22 december a.s. gaat de kookmarathon van start. Kan je er niet bij zijn? Je kan via www.24uurevi.nl een livestream volgen, waarbij Foodreporter de gerechten becommentarieert en het event verslaat.

Sint of Santa, papa of mama: ik wil een boek! #3

De feestdagen komen er weer aan. Heb jij een boek op je verlanglijstje staan? Of  maak jij een surprise voor iemand die een boek wil? We hebben een lijstje samengesteld voor je, met suggesties die voor verschillende leeftijden geschikt zijn. De komende twee weken vind je die op Indisch 3.0. Vandaag de derde suggestie. 

Peter  van Dongen – Drie dagen in Rio.

ISBN: 978 90 549 2403 6. Aantal pagina’s: 32. Uitvoering: Gebonden. Uitgever: Oog & Blik NUR: 363. Prijs: €14,90. Op werkdagen voor 14.00 uur besteld, morgen in huis.

“De verre reis naar het onbekende – ‘de grote vaart’ – het avontuur, exotische vrouwen en goena-goena. “

Drie dagen Rio – de titel doet denken aan een succesvolle reclame van een paar jaar geleden – gaat over Lennart Björk, die als jonge jongen de boot pakt naar Zuid-Amerika . Het verhaal speelt zich, te oordelen aan de illustraties, ergens midden 20e eeuw af. De reis verloopt echter  allesbehalve gepland.

Het beeldverhaal leest als een spannend jongensboek, dat ook voor mij boeiend is. Naast prachtige tekeningen en kleuren, zijn er leuke feitjes in verwerkt over het leven aan boord van een schip.

Het thema van Drie dagen in Rio is niet Indisch, al zijn er beslist Indische thema’s in verwerkt, zoals de verre reis naar het onbekende – “de grote vaart” – het avontuur, exotische vrouwen en goena-goena.

Waarom dan toch in dit lijstje? Indo 2.0 Peter van Dongen, die zich de laatste jaren steeds meer aan het manifesteren is als illustrator van de Indische gemeenschap, heeft het verhaal bedacht en getekend.

Het boek is gemaakt in opdracht van het kledingmerk GANT, ter gelegenheid van de pensionering van hun oprichter: Lennart Björk. Wij zouden dit vooral aanraden als kado voor mannen tussen de 18 en 48 jaar, die van scheepvaart en Zuid-Amerika houden.

Een pagina uit Drie dagen in Rio.
Een pagina uit Drie dagen in Rio. Dit voorbeeld is in het Engels, maar er bestaat ook een Nederlandse editie.

Sint of Santa, papa of mama: ik wil een boek #2

De feestdagen komen er weer aan. Heb jij een boek op je verlanglijstje staan? Of  maak jij een surprise voor iemand die een boek wil? We hebben een lijstje met zeven titels samengesteld voor je, met suggesties die voor verschillende leeftijden geschikt zijn. De komende twee weken vind je die op Indisch 3.0. Vandaag de tweede suggestie. 

Joke de Jonge – Een schatkist vol verhalen.

Een schatkist voor geheimen. Joke de Jonge. 61 pagina’s. Indisch Herinneringscentrum Bronbeek. 2013. Te koop voor € 3,50 + € 2,50 verzendkosten.

Als kind vond ik het fijn om een boek te lezen dat over mijn Indische achtergrond ging, omdat ik me daardoor bewust werd van een stukje van mezelf dat op school verder niet aan bod kwam. Daarom was ik superblij met Marion Bloem’s Matabia. Wie weet kan Een schatkist vol verhalen voor Indische kinderen anno 2013 dezelfde rol vervullen.

Een schatkist vol verhalen is het verhaal van Dewi en Laurens die bij hun Indische opa en oma logeren. Per ongeluk ontdekken zij een kist met allemaal geheimzinnige documenten en zelfs een brief van de koningin. Wat is het van vroeger, waar vooral opa het nooit over wil hebben? Dewi en Laurens ontdekken zo een goed bewaard geheim, zoals dat Indische families eigen is.

Het boekje is prima geschreven, vanuit het perspectief van de kinderen, afgewisseld met een  flashback van opa – al kreeg ik wel jeuk van het woord ‘meidje’. Maar zelfs met die kanttekening is het boekje erg herkenbaar, erg Indisch en ontroerend en ontwapenend tegelijk. Een schatkist vol verhalen is het tweede boekje dat Joke de Jonge schreef over de Indische geschiedenis, op verzoek van het Indisch Herinneringscentrum.

Een schatkist vol verhalen is geschikt voor kinderen in groep 6 en 7, dus vanaf een jaar of 9.

Sint of Santa, papa of mama: ik wil een boek!

De feestdagen komen er weer aan. Heb jij een boek op je verlanglijstje staan? Of  maak jij een surprise voor iemand die een boek wil? We hebben een lijstje samengesteld voor je, met suggesties die voor verschillende leeftijden geschikt zijn. De komende twee weken vind je die op Indisch 3.0. Vandaag de eerste suggestie. 

Jan Smeets – Bloemen voor Lica.

Celadon Uitgevers, Bilthoven. ISBN 978 90 8948 029 3  € 7,50.  Informatie: liesje@lakon.nl

Omdat het heerlijk avondje er weer aan zit te komen, beginnen we de week met twee boeken voor de kleintjes – de 4.0 en 5.0’s. Morgen besteden we aandacht aan Een schatkist vol geheimen (8+), vandaag staan we stil bij een prachtig mini-prentenboekje van Jan Smeets: Bloemen voor Lica.

Bloemen voor Lica voorkant

In Bloemen voor Lica slaapt Lica onder een oude kaïn met getekende dieren. Langzaam maar zeker komen de dieren tot leven. Of toch niet? Bloemen voor Lica is geschikt voor kinderen tussen de 2 en 5 jaar, schat ik in. Het is een prachtige manier om de oude batik-kunst te verweven met eigentijdse illustraties.

Voor de jongste kinderen is Bloemen voor Lica een aanwijsboekje – visjes en vogels zien er in elke cultuur hetzelfde uit – voor de kleuters is het een spannend verhaal voor het slapen gaan. Het bevat geen tekst en laat zo alle ruimte vrij voor je eigen creativiteit en die van je kind. Mijn kinderen genieten er in elk geval van – en die zijn bijna 1 en net 2.

Een fragment uit Bloemen voor Lica (2013).
Een fragment uit Bloemen voor Lica (2013).

De kaïn uit Bloemen voor Lica is in het echte leven van de betovergrootvader van Lica, die ermee naar Holland kwam in 1958. Opa Van Hoorn gebruikte deze kaïn als slaapdoek en had hem bedoeld als geschenk voor zijn oudste kleinzoon op zijn huwelijk.

Binnenwerk van Bloemen voor Lica.
Binnenwerk van Bloemen voor Lica.

Hoe het begrip genocide mijn ogen opende.

Vrijheidsstrijd was terecht, geweld bersiap moreel verwerpelijk.

En daar was het dan, afgelopen maandag. Het artikel in Trouw dat de bersiap-periode in een nieuw perspectief plaatste. Het onderzoek naar deze periode van William H. Frederick (gepubliceerd in september 2012) is voor mij een eye-opener:  ondanks dat Indonesië een moreel te verdedigen strijd voerde, is het geweld van de bersiap moreel onjuist.

Maandag verscheen in Trouw een interview (betaalde versie, 28 euro) met onderzoeker William H. Frederick, docent geschiedenis van Zuid-Oost Azië aan de Ohio University in Athens, Ohio (USA). Op basis van onderzoek dat Frederick in 2012 publiceerde in het Journal of Genocide Research, vertelt hij Trouw-redacteur en biograaf Meindert van der Kaaij dat het wonderlijk is dat Nederland nauwelijks aandacht heeft besteed aan de bersiap.

“Hij (William Frederick, KV) kent geen ander land dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten,” parafraseert Van der Kaaij in het artikel. Frederick wijt deze ontkenning vooral aan de “tendens (…) om de Indonesische revolutie als min of meer onschuldig en op wereldschaal als niet zo gewelddadig te beschouwen.” Toch vindt Frederick het terecht om te spreken van een gewelddadige revolutie: “De cijfers – genocide op minstens 20.000 mensen, een veelvoud daarvan aan moorden op Indonesiers, en een totaal dodenaantal tussen de 250.000 en 300.000 – wijzen op een andere werkelijkheid.”

Foto van de website over de documentaire Archief van tranen. http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/
“Begin van een aanval door een grote groep indonesische extremisten op een wagon Nederlandse vrouwen, kinderen en jongens op het station Tasikmalaja (West-Java) eind augustus 1945, de zgn. Bersiap-tijd. Doordat de machinist op dat moment besloot de trein te laten vertrekken, zijn de nederlanders, naar het zich liet aanzien, aan een massale afslachting ontkomen”. Door Jan Mobach. Bron: website over de documentaire Archief van tranen.

Wanneer spreek je van genocide? Ik Google er op. Dit is wat ik vind op Wikipedia.

‘een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: ‘het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.’[1]

Frederick nuanceert het begrip genocide voor de bersiap nadrukkelijk:

“(…) the term ‘genocide’ for the killing of Dutch and Eurasians in revolutionary Indonesia may not be thought warranted from a ‘scientific’ or legal perspective, and that efforts to encompass this sort of decolonization violence with terms such as ‘subaltern genocide’ are still fraught with difficulties. Still, ‘genocide’ used in a generic, common- sense fashion draws attention to a hidden episode of horrific violence, and further study may be of use to scholars of decolonization and genocide in general, as well as Indonesia specialists and Indonesians themselves.”

Vrij vertaald: de bersiap was een periode van geweld die hoorde bij het dekolonisatieproces. De term genocide is vanuit juridisch of technisch perspectief misschien niet terecht. Je mag het begrip echter wel gebruiken om te appelleren aan de kennis die de gemiddelde burger erover heeft, om aandacht te vragen voor het vreselijke geweld dat heeft plaatsgevonden. En dat is wat het bij in elk geval gedaan heeft.

Als ik zijn stuk en interview lees, kan ik niet anders dan Frederick gelijk geven. Het is bekend dat de acties van de pemoeda’s wreed waren en erop gericht om een groep mensen behorende tot het (Indisch-) Nederlandse ras te vernietigen. Ik verbind voor nu vijf conclusies aan de één jaar oude publicatie van Frederick – die ik zonder het interview in Trouw waarschijnlijk niet had gevonden.

1. Voor het eerst realiseer ik me de omvang en ernst van het geweld dat mijn opa’s en oma’s en die van jullie allemaal hebben overleefd – of niet. Wist ik dit dan niet? Jawel. Maar ik overzag simpelweg niet dat de pemoeda’s met hun afgrijselijke, barbaarse methodes, doelbewust een volk hebben geprobeerd uit te roeien. Maar vooral overzag ik niet dat hun strijd, ondanks dat die gericht was tegen hun koloniale heerser, gepaard ging met geweld dat inging tegen alle conventies van oorlogsvoering – net zoals dat gold voor de standrechtelijke executies door Nederlandse militairen.

2. De timing van Trouw van dit interview is opvallend. Het onderzoek is een jaar geleden gepubliceerd, maar de krant plaatst er pas een interview0over in de week van de handelsmissie van premier Rutte aan Indonesie. Het is achteraf bezien maar goed dat de premier deze week geen excuses heeft gemaakt aan de weduwen van de door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde Indonesiërs.

"Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag". Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.
“Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag”. Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.

3. Vind ik dat Indonesië excuses moet maken aan Nederland hiervoor? Dat is niet de insteek geweest van Frederick’s werk. Bovendien: Nederland stond “aan de verkeerde kant van de geschiedenis,” in de – historische – woorden van Ben Bot. Nederland had zichzelf  ook behoorlijk laten gelden in de 300 koloniale overheersing van de archipel, valt in diezelfde editie van het Journal of Genocide Research te lezen. Voor je het weet kom je terecht in een juridische strijd, waarbij de ene misdaad tegen de andere afgewogen wordt en de daders van het toneel verdwenen zijn.

4. De ‘frisse blik’ van deze historicus laat maar weer eens zien hoe waardevol het is als iemand van buitenaf naar de Nederlandse samenleving en geschiedenis kijkt. Hij benoemt in het interview een paar pijnpunten die de Indische gemeenschap – noodgedwongen – heft geaccepteerd. “Het verbaast me wel dat de bersiap geen grotere rol heeft gespeeld in de media.” (…) “Het valt me op dat Nederland zo weinig kennis over of sympathie voor de slachtoffers had.” en “Waarom Timmermans zich door Indonesië iets laat zeggen over wat historici in Nederland mogen bestuderen, is me een raadsel. (…) “Het gevaar is dat Nederland voor altijd blijft zitten met een simplistisch en volkomen verkeerd beeld van de dekolonisatie.”

5. Ik blijf erbij dat het Nederlandse onderwijs hier de sleutel voor de oplossing biedt. Zorg ervoor dat elke Nederlander weet hoe Nederlanders, Indisch en totok, hebben geleden onder de Indonesische revolutie. Dat Indonesië zich niet zal kunnen vinden in die lezing van hun aandeel in de geschiedenis, neem ik voor lief. Want ik denk dat wij ook wel wat vragen kunnen stellen over hun geschiedenisboekjes.

Tip: lees ook de recente reactie van William H. Frederick op de discussie in Nederland op Indisch4ever.  En koop de editie van het Journal of Genocide van september 2012, voor meerdere artikelen over geweld in Nederlands-Indië en het gedekoloniseerde Indonesië.

Tekst bij tekening 2 jeugdherinnering Jan Mobach: "Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945" Bron
Jan Mobach: “Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945” Bron.

Bekende geuren krijgen nieuwe gestaltes tijdens Indische kookwedstrijd 3.0

Terugblik op de SAYAH Gouden Rijstkom 2013

Wat was het ontzettend gaaf. Met een mannetje of 40 stonden we daar, hartje Amsterdam, ontzettend te genieten. Bekende geuren en ingrediënten werden samengevoegd tot nieuwe, eigentijdse spannende gerechten. Overkill of niet, op deze site ontbreekt nog een inhoudelijke reportage van onze kookwedstrijd. Dus nemen we je nog één keer mee terug, naar 4 november 2013, de dag van de cook-off voor de SAYAH Gouden Rijstkom 2013

Fotografie: André Ottevanger. Video: Amber Nefkens.

Tabitha en ik waren al vroeg op locatie – gelukkig, want door het noodweer stonden er kilometerslange files door het hele land. Meerdere deelnemers waren later, waardoor we op het laatst het kookschema omgegooid hadden. Het schema was zo opgebouwd, dat elk kwartier een kandidaat de keuken inging. Een van de inzenders, Stanly Rutten, moest helaas afzeggen. Zo startten we de eerste editie van de Gouden Rijstkom met zeven kandidaten.

Rahmi Dahlan

Rahmi Dahlan was de eerste kandidaat die de keuken in ging. Rahmi Dahlan (40 jaar) uit Noord-Holland heeft als ondernemer een cateringbedrijf aan huis gehad en heeft daarvoor gewerkt als stewardess bij Garuda. Rahmi groeide op in Makassar: “Makassar is beroemd om zijn verse vis uit de oceaan. Bij ons thuis aten wij bijna altijd verse vis, op verschillende manieren bereid. Sinds ik in Nederland woon, mis ik soms mijn traditionele eten van mijn kindertijd.” Rahmi deed mee met  Ikan goreng santen. Jurylid Lonny Gerungan was te spreken over haar gerecht, maar vond het jammer dat zij een bestaand recept veranderd had – daarmee verloor de inzending punten op het onderdeel authenticiteit. “Had dit gerecht gewoon de originele naam gegeven – en had het opgediend met de bijbehorende sambal,” gaf Gerungan de Indonesische mee.

Yvonne Slüper

Even leek het erop dat ons tweede kandidatenkoppel, Yvonne Slüper en Annemarie Bakker uit Den Haag, het niet zou redden. ‘Ik voelde me opeens niet zo goed worden,’ vertrouwde Yvonne me later op de dag toe. Net op het nippertje serveerde ze haar inzending uit: Lemper sajoer paniki. Yvonne Slüper (29 jaar): “Mijn passie voor koken komt zonder twijfel bij mijn moeder vandaan. Mijn band met Indonesië komt van mijn vaders kant.” Yvonne werkt in de wereld web en ict. Voor deze wedstrijd heeft zij een combinatie gemaakt van haar favoriete gerechten: “Ajam Paniki, Sajoer Boontjes en Lemper. Kenmerkend voor deze gerechten vind ik dat ze tijdloos zijn, maar vooral ook erg toegankelijk.” Jurylid Jeff Keasberry complimenteerde Yvonne met de originele presentatie, al vond hij de smaak was tegenvallen. “Zonde! Jullie zijn in de problemen gekomen met de tijd, het gerecht was niet warm meer.”

Francis Kuijk

De derde kandidaat was Francis Kuijk. Francis Kuijk (51 jaar) – die ook mee gedaan heeft met The Taste –  uit Noord-Brabant is zelfstandig ondernemer en auteur van ‘Kripik & kretek”, waarin ze en haar nichtje recepten van hun moeders en oma bundelde. “Met een Indische moeder die altijd in de keuken stond, kon het niet anders zijn dan dat ik deze familiegeheimen mee kreeg van haar.” Francis deed mee aan de cook-off met een Javaanse consommé met gerookte kip en boudin blanc. “Een echt Pascal Jalhaij-gerecht, door de boudin blanc,” vertelde Pascal. “Sterk van je dat je het een consommé hebt genoemd!”

Tim Sprangers

De volgende kandidaat was Tim Sprangers. Tim Sprangers (29 jaar) uit Amsterdam combineert in zijn twee leven twee uit de hand gelopen hobby’s: (schrijven over) muziek en koken.Ik houd veel van de Indische keuken, ben er mee opgegroeid en heb mij de afgelopen tien jaar behoorlijk ontwikkeld als kok en houd van het doorbreken van stigma’s.” Als kok werkte hij in meerdere restaurants in Brabant en Amsterdam en richtte zijn eigen cateringbedrijf op: John Pastinaak. De jury over Tim (in eerste instantie): “Een sober gerecht, ik vond je keuze van je ingrediënten heel erg sterk.”

Cliff Aluy

En zo waren we opeens over de helft. De vijfde kandidaat, Cliff Aluy (27 jaar) uit Noord-Brabant werkt al sinds zijn 16e in de horeca en verdiept zich momenteel onder meer in moleculair koken. Cliff is sous-chef en kookt graag met de ingrediënten van zijn roots; de Aziatische keuken. Zijn inzending heet “Balinees strand”, die hij met assistentie van zijn vriendin opdiende aan de jury. “Als je het hebt over een wedstrijdgerecht, dan is dat jouw gerecht. We hadden wel twijfels over de authenticiteit.”

Raymond Linde

De zesde kandidaat had een flinke wereldreis achter de kiezen om in Amsterdam te komen, maar ze waren er: Raymond Linde met kookmaatje Astrid. Raymond Linde (47 jaar) uit Overijssel is ondernemer en fotograaf en doet samen met Astrid Linde mee aan de kookwedstrijd. Zij hebben een seizoensgerecht ontwikkeld: hert in pittige kokossaus op een bedje van gesmoorde palmkool gegarneerd met rijstkroepoek. Lonny herkende ‘kerak’ in de rijstkroepoek. “Ah, dat ken je niet? Dat verklaart een hoop.”

Alex Lasatira en Mikal Lefevre

We hadden het laatste gerecht niet beter kunnen uitkiezen. Alex Lasatira en Mikal Lefevre hadden een bittergarnituur 3.0 ontwikkeld, mét Bintang. Alex Lasatira (30 jaar) en Mikal Lefevre (26 jaar) uit Noord-Brabant werken allebei in de foodsector en zijn derde generatie Moluks en Indisch. Mikal is freelance fooddesigner en vertelde al eens op onze site over zijn liefde voor koken: “Ik heb een grote passie voor eten verkregen doordat mijn opa altijd in de keuken stond te koken, lekker Indonesische gerechten maken in het kleine keukentje waar mijn vader is opgegroeid.” Alex is sous-chef en ondernemer: “Sinds kleins af aan heb ik altijd met vol bewondering mee gekeken bij mijn oma’s kookkunsten. Hierdoor is mijn passie voor koken en vers eten ontstaan.” “Te gek idee! Origineel. We hadden alleen moeite met de uitvoering. En we hadden gehoopt dat de technieken verfijnder zouden zijn.”

Intermezzo: de jury over de nieuwe Indische keuken

Tussen de presentaties van kandidaten in, presenteerde de jury onder leiding van chef Jalhaij een inspiratievoorbeeld van de nieuwe Indische keuken. “Hiermee willen we mensen inspireren om de Indische keuken weer sexy te maken,” vertelt Jalhaij. Journalist Ronald Hoeben van NRC maakte er een uitgebreide reportage over, die veel reacties heeft opgeroepen.

De uitslag

Verder kregen we een heerlijke lunch aangeboden door restaurant Blauw. Want nee, helaas, het publiek mocht niet meeproeven. We wilden het de kandidaten niet aandoen om ook nog eens voor 30+ man hun gerecht op te dienen. Maar wat zijn we nieuwsgierig geweest naar de smaken.

Juryberaad Gouden Rijstkom
Jeff Keasberry (l), Lonny Gerungan en Pascal Jalhaij (r) overleggen over de uitslag.

Na het juryberaad gingen alle kandidaten bij hun gerecht staan. Als dank voor deelname kregen zij allemaal een medaille voor hun nominatie.

Marc Pieplenbosch was namens SAYAH aanwezig – die alle kandidaten en juryleden naar huis heeft laten gegaan met een exemplaar van deze heerlijke spekkoeklikeur.

DSC_0828
Marc Pieplenbosch van SAYAH Drinks (l) in gesprek met Kirsten Vos (Indisch 3.0)

De drie juryleden hadden elk een eigen aandachtsgebied. Jeff Keasberry lette op de smaak en de passie die bleek uit het verhaal achter het gerecht. Lonny Gerungan beoordeelde de authenticiteit van de gerechten en de kwaliteit van de ingrediënten. Voorzitter Jalhaij waardeerde de presentatie en de kooktechniek. Verder had elk jurylid gelet op algemene kenmerken, zoals hygiene. En toen maakte Pascal de winnaar bekend. Bekijk het in de videoreportage die Amber Nefkens voor Indisch 3.0 maakte. Meer gedetailleerd jurycommentaar vind je in ons YouTube-kanaal. De individuele video’s zijn ingesteld en zullen in de loop van de dag beschikbaar zijn.

Aandenkens

Natuurlijk hebben wij de jury en de vrijwilligers niet met lege handen naar huis laten gaan. Elk jurylid heeft van Indisch 3.0 een persoonlijk aandenken ontvangen en een exemplaar van De smaak van verlangen. Want wat geef je in hemelsnaam aan drie van die specialisten op het gebied van de nieuwe Indische keuken? Een boek over hoe de Indische keuken van toen onze moeders en oma’s in de kampen op de been heeft gehouden leek ons wel gepast.

Op naar de Gouden Rijstkom 2014!
Dank allemaal, voor  jullie enthousiasme, creativiteit en doorzettingsvermogen. We gaan volgend jaar een nóg mooier event maken van de Gouden Rijstkom 2014. Heb jij daar een tip voor, of wil je eraan meewerken? Laat je reactie hieronder achter of verstuur hem met dit reactieformulier. Dit was onze berichtgeving over de SAYAH Gouden Rijstkom 2013.

Tips & belangstelling voor de Gouden Rijstkom 2014?

[contact-form subject=’Over de Gouden Rijstkom 2014′][contact-field label=’Je naam’ type=’name’ required=’1’/][contact-field label=’E-mailadres’ type=’email’ required=’1’/][contact-field label=’Ik reageer omdat’ type=’select’ required=’1′ options=’ik een tip voor jullie heb.,ik volgend jaar wil meehelpen.,ik volgend jaar wil meedoen.’/][contact-field label=’Licht je reactie toe.’ type=’textarea’ required=’1’/][/contact-form]

 

 

Tim Sprangers wint eerste SAYAH Gouden Rijstkom

“Dit is de smaak van verlangen 3.0.”

De kokende journalist Tim Sprangers (29) uit Amsterdam heeft afgelopen maandag de eerste editie van de SAYAH Gouden Rijstkom gewonnen. Met zijn Lemper van gerookte schar op een bedje van gado gado, overtuigde hij de jury. Pascal Jalhaij, Lonny Gerungan en Jeff Keasberry kozen zijn inzending als beste van de zeven inzendingen.

Juryvoorzitter en chef Jalhaij: “Dit gerecht had alle elementen waar de nieuwe indische keuken voor staat. Authentieke pure smaken, goede bereiding, juiste keuze van ingrediënten, en we proefden zijn verhaal:de smaak van verlangen 3.0.” Met dit jury-oordeel heeft de 29-jairge Amsterdammer en Indo 300 euro gewonnen, de eerste SAYAH Gouden Rijstkom 2013 en mag hij zijn gerecht aanbieden aan de indonesische ambassadeur en opdienen op een vakdiner voor meesterchefs.

De SAYAH Gouden Rijstkom 2013. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0 2013.
De SAYAH Gouden Rijstkom 2013. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0 2013.

Tim Sprangers over zijn gerecht: “Mijn opa maakte vroeger de lempers. Dat was een dag feest en tegelijkertijd een crime. Opa stond nooit in de keuken. Die plek was daarom absoluut verboden terrein. Opa kon namelijk behoorlijk chagarijnig worden.”

Het winnende Lemper van gerookte schar van Tim Sprangers. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.
Het winnende ‘Lemper van gerookte schar’ van Tim Sprangers. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.

“Dat is lang geleden, ik kan het me vaag herinneren. Hij overleed ruim tien jaar geleden, mijn oma overleed vorig jaar. Met haar kon ik uren praten over eten. En dus ook over lempers. Toen stuitte ik op een verbazing, oma verklaarde uit alle eerlijkheid dat ze eigenlijk niet wist hoe je lempers maken moest. Ik keek in haar receptenboek, maar het antwoord bleef uit. We kwamen tot de conclusie dat de kruiden van haar soto waarschijnlijk overeen kwamen met die van opa’s lemper. Die staan dan ook in het recept.”

Tim maakt de borden op. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.
Tim maakt de borden op. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.

“Ik houd veel van de Indische keuken, ben er mee opgegroeid, en kook nu ruim twee jaar voor een redelijk traditioneel Indisch eetcafé. Maar ik heb mij de afgelopen tien jaar behoorlijk ontwikkeld als kok en houd van het doorbreken van stigma’s. Het kruidenmengsel van de soto verdient een monument, maar waarom de combinatie met vlees. Waarom niet met een lekkere vis uit de Noordzee? Ik kies voor de schar, voer voor de kat werd vroeger gezegd, maar niets is minder waar. Het is een ondergewaardeerde heerlijkheid.”

Tim Sprangers aan het koken
De winnaar bereidt zijn gerecht voor. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0

“Gado gado is misschien wel mijn favoriete Indische gerecht, vooral door de verse groenten en eenvoud in contrast met het vaak heftige kruidenamalgaam. Maar ook hierbij vroeg ik mij af, waarom toch altijd dezelfde groenten? Ik kies voor typische seizoensgroenten van oktober en november. De kleurencombinatie is mooi. De pindasaus maak ik lekker fris en neutraal, zodat de lemper niet verzuipt in het sausgeweld en de sprekende djeroek poeroet in de lemper weer mooi terugkomt in de gado gado.”

Pascal Jalhaij, Tim Sprangers, Lonny Gerungan en Jeff Keasberry. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.
Pascal Jalhaij, Tim Sprangers, Lonny Gerungan en Jeff Keasberry. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0.

Twee weken geleden nomineerde de jury tien deelnemers van acht gerechten voor deelname aan de cook-off op 4 november, de finale van de kookwedstrijd de Gouden Rijstkom. Afgelopen maandag streden negen deelnemers – een deelnemer had moeten afzeggen – om deze prijs, die voor het eerst georganiseerd is door Indisch 3.0, een online magazine voor Indische jongeren.

Een paar van de opgediende gerechten. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0
Een paar van de opgediende gerechten. Foto: André Ottenvanger/ Indisch 3.0

Indisch 3.0 heeft de kookwedstrijd georganiseerd om de Indische keuken – die al sinds de jaren ’50 onveranderd is – te vernieuwen, sexy te maken en spannend, voor Indische jongeren die professioneel of hobbymatig in de keuken staan. De SAYAH Gouden Rijstkom 2013 is mogelijk gemaakt door SAYAH drinks, de Indonesische ambassade, restaurant Blauw, HANOS en Keizer Culinair.

Acht nieuwe Indische gerechten voor SAYAH Gouden Rijstkom 2013

Landelijke finale is op 4 november a.s.
Den Haag, 29 oktober 2013

Voor de SAYAH Gouden Rijstkom award 2013 zijn acht nieuwe Indische gerechten ontwikkeld. Daarmee is het doel van deze eerste nationale Indische kookwedstrijd al bereikt: vernieuwing van de Indische keuken. Op 4 november a.s. strijden de bedenkers ervan om de allereerste SAYAH Gouden Rijstkom 2013. 

Noord-Brabant
Onder de inzendingen zijn smaakmakers als de Rendang bola kambing (bitterbal met rendang van geitenvlees) en Balinees strand (garnalen emulsie). Opvallend is dat drie van de acht inzendingen van Indo’s uit Noord-Brabant komen.

Bitterballen en lemper
Ook zijn er twee bitterbal-varianten bedacht zijn (een van rendang, een van gado-gado) en twee gerechten op basis van lemper. De jury, Pascal Jalhay, Lonny Gerungan en Jeff Keasberry, kiest op basis van de live cook-off op 4 november in Amsterdam de winnaar.

“Creatieve en originele recepten”
Juryvoorzitter Jalhay (restaurant Vermeer, Gastronomix, Marfo): “We zijn erg tevreden over de diversiteit van de gerechten. Er zitten een paar verrassingen bij, het zijn zeer creatieve en originele recepten. Ik ben zeer trots dat ik mee mag jureren.” Jalhay zal tijdens de finale op 4 november letten op keuze van ingrediënten, kooktechniek en presentatie. Eerste jurylid Lonny Gerungan beoordeelt op authenticiteit en kwaliteit van de Indische kookstijl. Tweede jurylid Jeff Keasberry, die hiervoor overkomt uit de VS, toetst de passie en smaak.

Vernieuwing Indische keuken
De SAYAH Gouden Rijstkom is een Indische kookwedstrijd gericht op vernieuwing van de Nederlands-Indische keuken. Het gaat daarbij om de smaak van toen, de ingrediënten van nu en de bereiding van morgen.

Realisatie wedstrijd 
De Indonesische ambassade en restaurant Blauw zijn de hoofdsponsors van dit event. Sayah, de spekkoeklikeur, heeft de award geadopteerd en internationale groothandel Hanos en kookschool Keizer Culinair hebben de culinaire kant van de wedstrijd gesponsord. Dankzij deze vijf sponsors heeft indisch 3.0 deze kookwedstrijd kunnen realiseren.

Sexy
Online magazine Indisch 3.0 is de initiatiefnemer van deze wedstrijd. Het hoopt met de SAYAH Gouden Rijstkom 2013 mensen te stimuleren en te inspireren, om eerst Indisch te leren koken als oma en daarna als jezelf. Met welke gerechten kan de Indische keuken weer sexy worden, voor Indische jongeren en de professionele kok van morgen?

Meer weten?
Volg de kookwedstrijd op Twitter met #goudenrijstkom. Op www.indisch3.nl/kookwedstrijd leest u meer over de wedstrijd.

Voor vragen, interview-verzoeken of het bijwonen van de finale neemt u contact op met Kirsten Vos, 06-16500911/ kirsten@indisch3.nl.