Hoe het begrip genocide mijn ogen opende.

Vrijheidsstrijd was terecht, geweld bersiap moreel verwerpelijk.

En daar was het dan, afgelopen maandag. Het artikel in Trouw dat de bersiap-periode in een nieuw perspectief plaatste. Het onderzoek naar deze periode van William H. Frederick (gepubliceerd in september 2012) is voor mij een eye-opener:  ondanks dat Indonesië een moreel te verdedigen strijd voerde, is het geweld van de bersiap moreel onjuist.

Maandag verscheen in Trouw een interview (betaalde versie, 28 euro) met onderzoeker William H. Frederick, docent geschiedenis van Zuid-Oost Azië aan de Ohio University in Athens, Ohio (USA). Op basis van onderzoek dat Frederick in 2012 publiceerde in het Journal of Genocide Research, vertelt hij Trouw-redacteur en biograaf Meindert van der Kaaij dat het wonderlijk is dat Nederland nauwelijks aandacht heeft besteed aan de bersiap.

“Hij (William Frederick, KV) kent geen ander land dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten,” parafraseert Van der Kaaij in het artikel. Frederick wijt deze ontkenning vooral aan de “tendens (…) om de Indonesische revolutie als min of meer onschuldig en op wereldschaal als niet zo gewelddadig te beschouwen.” Toch vindt Frederick het terecht om te spreken van een gewelddadige revolutie: “De cijfers – genocide op minstens 20.000 mensen, een veelvoud daarvan aan moorden op Indonesiers, en een totaal dodenaantal tussen de 250.000 en 300.000 – wijzen op een andere werkelijkheid.”

Foto van de website over de documentaire Archief van tranen. http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/
“Begin van een aanval door een grote groep indonesische extremisten op een wagon Nederlandse vrouwen, kinderen en jongens op het station Tasikmalaja (West-Java) eind augustus 1945, de zgn. Bersiap-tijd. Doordat de machinist op dat moment besloot de trein te laten vertrekken, zijn de nederlanders, naar het zich liet aanzien, aan een massale afslachting ontkomen”. Door Jan Mobach. Bron: website over de documentaire Archief van tranen.

Wanneer spreek je van genocide? Ik Google er op. Dit is wat ik vind op Wikipedia.

‘een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: ‘het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.’[1]

Frederick nuanceert het begrip genocide voor de bersiap nadrukkelijk:

“(…) the term ‘genocide’ for the killing of Dutch and Eurasians in revolutionary Indonesia may not be thought warranted from a ‘scientific’ or legal perspective, and that efforts to encompass this sort of decolonization violence with terms such as ‘subaltern genocide’ are still fraught with difficulties. Still, ‘genocide’ used in a generic, common- sense fashion draws attention to a hidden episode of horrific violence, and further study may be of use to scholars of decolonization and genocide in general, as well as Indonesia specialists and Indonesians themselves.”

Vrij vertaald: de bersiap was een periode van geweld die hoorde bij het dekolonisatieproces. De term genocide is vanuit juridisch of technisch perspectief misschien niet terecht. Je mag het begrip echter wel gebruiken om te appelleren aan de kennis die de gemiddelde burger erover heeft, om aandacht te vragen voor het vreselijke geweld dat heeft plaatsgevonden. En dat is wat het bij in elk geval gedaan heeft.

Als ik zijn stuk en interview lees, kan ik niet anders dan Frederick gelijk geven. Het is bekend dat de acties van de pemoeda’s wreed waren en erop gericht om een groep mensen behorende tot het (Indisch-) Nederlandse ras te vernietigen. Ik verbind voor nu vijf conclusies aan de één jaar oude publicatie van Frederick – die ik zonder het interview in Trouw waarschijnlijk niet had gevonden.

1. Voor het eerst realiseer ik me de omvang en ernst van het geweld dat mijn opa’s en oma’s en die van jullie allemaal hebben overleefd – of niet. Wist ik dit dan niet? Jawel. Maar ik overzag simpelweg niet dat de pemoeda’s met hun afgrijselijke, barbaarse methodes, doelbewust een volk hebben geprobeerd uit te roeien. Maar vooral overzag ik niet dat hun strijd, ondanks dat die gericht was tegen hun koloniale heerser, gepaard ging met geweld dat inging tegen alle conventies van oorlogsvoering – net zoals dat gold voor de standrechtelijke executies door Nederlandse militairen.

2. De timing van Trouw van dit interview is opvallend. Het onderzoek is een jaar geleden gepubliceerd, maar de krant plaatst er pas een interview0over in de week van de handelsmissie van premier Rutte aan Indonesie. Het is achteraf bezien maar goed dat de premier deze week geen excuses heeft gemaakt aan de weduwen van de door Nederlandse militairen standrechtelijk geëxecuteerde Indonesiërs.

"Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag". Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.
“Aanval van extremisten op een transport van nederlandse vrouwen en kinderen in de zgn. Bersiap-tijd. November 1945, Palmenlaan te Soerabaja- Impressie van een ooggetuige-verslag”. Tekening van Jan Mobach, te vinden op www.archiefvantranen.nl.

3. Vind ik dat Indonesië excuses moet maken aan Nederland hiervoor? Dat is niet de insteek geweest van Frederick’s werk. Bovendien: Nederland stond “aan de verkeerde kant van de geschiedenis,” in de – historische – woorden van Ben Bot. Nederland had zichzelf  ook behoorlijk laten gelden in de 300 koloniale overheersing van de archipel, valt in diezelfde editie van het Journal of Genocide Research te lezen. Voor je het weet kom je terecht in een juridische strijd, waarbij de ene misdaad tegen de andere afgewogen wordt en de daders van het toneel verdwenen zijn.

4. De ‘frisse blik’ van deze historicus laat maar weer eens zien hoe waardevol het is als iemand van buitenaf naar de Nederlandse samenleving en geschiedenis kijkt. Hij benoemt in het interview een paar pijnpunten die de Indische gemeenschap – noodgedwongen – heft geaccepteerd. “Het verbaast me wel dat de bersiap geen grotere rol heeft gespeeld in de media.” (…) “Het valt me op dat Nederland zo weinig kennis over of sympathie voor de slachtoffers had.” en “Waarom Timmermans zich door Indonesië iets laat zeggen over wat historici in Nederland mogen bestuderen, is me een raadsel. (…) “Het gevaar is dat Nederland voor altijd blijft zitten met een simplistisch en volkomen verkeerd beeld van de dekolonisatie.”

5. Ik blijf erbij dat het Nederlandse onderwijs hier de sleutel voor de oplossing biedt. Zorg ervoor dat elke Nederlander weet hoe Nederlanders, Indisch en totok, hebben geleden onder de Indonesische revolutie. Dat Indonesië zich niet zal kunnen vinden in die lezing van hun aandeel in de geschiedenis, neem ik voor lief. Want ik denk dat wij ook wel wat vragen kunnen stellen over hun geschiedenisboekjes.

Tip: lees ook de recente reactie van William H. Frederick op de discussie in Nederland op Indisch4ever.  En koop de editie van het Journal of Genocide van september 2012, voor meerdere artikelen over geweld in Nederlands-Indië en het gedekoloniseerde Indonesië.

Tekst bij tekening 2 jeugdherinnering Jan Mobach: "Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945" Bron
Jan Mobach: “Aanval en Ontsnapping. Station Tasikmalaja-Java, maandag 24 september 1945” Bron.