CinemAsia FilmLAB blog: de geboorte van een idee.

Voor Indisch 3.0 zal Amber een paar keer bloggen over haar avonturen bij FilmLAB 2014 van filmfestival CinemAsia, wat heeft geresulteerd in de korte documentaire ‘Indië op een bord’.

Mijn naam is Amber, ik ben 26 jaar, masterstudent Film en Televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht en ik heb een voorliefde voor muziek en film en ik heb absoluut geen voorliefde voor het maken van keuzes (ik zit geloof ik in een quarterlife crisis).  In deze eerste blogpost geef ik je een terugblik op mijn deelname aan FilmLAB 2014.

Bloednerveus
In november 2013 verschijnt er een oproep op de facebook van CinemAsia Filmfestival: “CinemAsia FilmLab 2014 seeking applicants! Send in your idea for a short film about ‘Food in Asian communities’ and get selected for professional training in scriptwriting and filmmaking”. Wanneer ik dit lees denk ik: wat leuk! Ik roep altijd wel dat ik graag films maak en dat ik hier verschillende ideeën voor heb en stiekem heb ik ook altijd iets aan te merken op andere films. Dus dit is mijn kans om mezelf als ‘filmmaker’ waar te maken. En ondertussen word ik hier bloednerveus van.

Onweerstaanbare Indische snacks
Mijn opa en oma (en moeder en tante) komen uit Nederlands-Indië en bij het festivalthema ‘Food en Asian communities’, denk ik direct aan mijn oma en haar onweerstaanbare Indische snacks. Mijn opa en oma wonen in Rumah Kita, een verzorgingstehuis voor Indische ouderen. Oma Smith is geboren in Semarang en ze is nu 93 jaar oud. Ze zit vol verhalen en ze geeft me altijd goed advies. Denk hier bijvoorbeeld aan mijn jeugdtrauma: ik was altijd de ‘witste’ van de familie. Maar volgens oma was ik niet wit, maar lelieblank. Hierdoor voelde ik me erg speciaal.

'Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal." Foto: Amber Nefkens
‘Volgens mijn oma had ik een lelieblanke huid. Daardoor voelde ik me speciaal.” Foto: Amber Nefkens

 

Appelmoesrevolutie
Mijn oma en ik bellen zo’n twee keer per week en dan hebben we het over haar avonturen in Rumah Kita, bijvoorbeeld hoe ze een appelmoesrevolutie is gestart in de gezamenlijke eetruimte. Maar we praten ook over hoe het met mij gaat en ook veel over vroeger. Bovendien was haar stiekeme wens altijd om boeken te schrijven of een gedichtbundel uit te brengen. Samen hebben we de gedichtenbundel ‘Het land van toen’ in kleine oplage uitgebracht tijdens de Kerstmarkt van haar tehuis. In november heb ik  een lied gemaakt van haar gedicht ‘Arnhem-Zuid’, zodat we mee konden doen aan de ‘Ode aan Arnhem’ wedstrijd. We werden geselecteerd en het resultaat hoor je hier.

Een goed team
Aangezien oma en ik een goed team zijn, wil ik graag met haar een film maken. Vooral ook omdat het nu nog kan en ze zo mooi kan vertellen. Tegelijkertijd vraag ik me af of het juist ook niet de goden verzoeken is. Vanaf het moment dat ik besluit om mee te doen met een documentaire script waarin oma de hoofdrol zou spelen, krijg ik dromen dat ze ziek wordt. De volgende dag bel ik haar dan  meteen op en meestal antwoordt ze met: ‘Nee hoor, ik ga nog niet op mijn roze wolk zitten,’ om vervolgens in gegrinnik uit te barsten.

Hulp van een filmmaker
Mijn eerste idee is om een bord Nasi Kuning naar oma te brengen en haar daarover dingen te laten vertellen, waardoor ze ook op de verhalen over haar tijd in Nederlands-Indië zal komen. Het schrijven van een script valt me vies tegen, niet zo raar eigenlijk aangezien ik nog nooit eerder zoiets heb moeten doen. Ik schakel hulp in bij een filmmaker en een producent die ik ken via mijn studie. Uiteindelijk is het een script met verschillende verhalen. Ik kan niet kiezen. Omdat de tijd tikt, besluit ik hem maar gewoon in te dienen. Met een heel schattige foto van mijn opa en oma, om de jury te overtuigen.

Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.
Zou de schattige foto de jury overtuigd hebben? Foto: Amber Nefkens.

Geselecteerd!
Met kerst krijg ik het verlossende woord: ik ben geselecteerd! YES! Dit betekent dat ik mee mag doen aan de scriptworkshop. Hierover meer in mijn volgende blog.

De kaartverkoop voor de vertoningen van de drie korte films is begonnen. Naast mijn film draaien er nog twee andere FilmLAB films die zeker de moeite waard zijn om te kijken: Bunda di Rumah en Last Minute Tea. Donderdag 3 april om 18.50 uur en zaterdag 5 april om 13.10 uur, allebei in de Balie, Amsterdam. Kaarten bestel je via www.cinemasia.nl

Al die verschillende gezichten

image from http://isgreaterthan.net/wp-content/uploads/2008/11/e457ethnicity.gif

Schiphol. Zonder meer ‘the place to be’ om volledig in de vakantiestemming te komen. Al die verschillende mensen die vertrekken en aankomen. Heerlijk om te zien hoe iedereen bepakt en bezakt is, wie op wie staat te wachten, of afscheid neemt van wie, lachende gezichten, verdrietige gezichten, maar bovenal… al die verschillende gezichten. De sport, voor mij althans, blijft toch altijd om te raden wat voor etnische achtergrond bij welk gezicht hoort.

Waar ik echter nooit zo bij stil heb gestaan, is mijn eigen etnische achtergrond en bijbehorend uiterlijk. Als ‘halfbloedje’ heb ik dan wel de donkere ogen en haren  van mijn Indische vader geërfd, maar daar staat ook een erfenis van mijn Hollandse moeder tegenover: een zeer blank gelaat. Ik was altijd van mening dat als men al kon zien dat ik buitenlands, voor de kenner Indisch, bloed door mijn aderen heb stromen, dit alleen in de zomer mogelijk was. In de zomer kleurt dat blanke huidje van mij namelijk binnen no-time naar een donkerdere teint, helaas trekt dit in de winter ook weer net zo snel weg. Het is dan ook in de winter dat ik eerder de vraag krijg ‘Ben je wel lekker, je ziet zo bleek?’ , dan de ‘zomerse’ vraag ‘waar kom jij vandaan?’, of de meer politiek correctere vraag ‘heb jij buitenlands bloed in je?’

De realisatie dat mijn uiterlijk wel degelijk in de winter buitenlands/Indisch bloed doet vermoeden, kwam afgelopen februari.  Daar stond ik dan met een vriendin op Schiphol. Bepakt en bezakt stormden we ruim op tijd richting de check-in, startklaar om richting Praag te vertrekken. Nu was er bij de check-in nog niet zoveel aan de hand. Het is bij de douane ‘waar het allemaal begon’, althans volgens mijn vriendin dan, ik had het in eerste instantie nog niet helemaal door.

“Have a nice trip”, hoor ik de meneer zeggen die mijn ticket controleert, “thank you”, antwoord ik en loop door naar de detectiepoortjes, hopelijk zou ik er dit keer zonder piepen doorheen komen. Wat ik echter niet door heb, is dat mijn blonde, überhollandse vriendin in het Nederlands wordt aangesproken door dezelfde meneer. Als we zonder piepen door de poortjes zijn gekomen, ik letterlijk(!) in mijn hemdje, broek en op sokken, zij met al haar kleren nog aan, komt dé opmerking: “Zeg Lies? Hoe komt het dat jij in het Engels wordt aangesproken en ik niet?” Huh, wat?! Hoe bedoel je? In het Engels? Echt waar? Ja inderdaad. Ach toeval. Dacht ik…

Maar tot mijn verbazing bleef ik tot in het vliegtuig aan toe aangesproken worden in het Engels en mijn vriendin in het Nederlands! Geen enkele uitzondering, zelfs de KLM stewardessen, “Hello, welcome on board.” Vriendin achter mij, “Goedemiddag, welkom aan boord”. Terwijl ik plaatsneem realiseer ik me dat mijn vriendin gelijk heeft, stelselmatig word ik aangesproken in het Engels. Maar ik spreek toch zeker Nederlands! Dat horen ze toch? Ik zie er toch zeker óók Nederlands uit?!?! Totdat ik naar mijn spiegelbeeld kijk in het vliegtuigraampje en me ineens realiseer dat ook al ben ik een Nederlander, zoals toch duidelijk in mijn paspoort staat, ik ook een Indo ben.

Een Indo, met alle ‘mixen’ die deze term impliceert, ziet er misschien wel uit als een Nederlander, maar ook weer net niet helemaal. De donkere ogen, die tijdens het lachen veranderen in spleetoogjes, en de donkere haren: het blijft toch een indicatie van ‘vreemd bloed’ door de aderen. En hoewel ik het in eerste instantie niet kon waarderen dat er een onderscheid naar uiterlijk werd gemaakt, heeft het me ook doen stilstaan bij de meerwaarde van het ‘Indo-uiterlijk’. Indo, net niet helemaal (Nederlands) maar tegelijkertijd allemaal. Qua uiterlijk zijn ‘wij Indo’s’ behoorlijk internationaal in te schatten, het Indische/Aziatische is dan ook lang niet bij iedereen te herkennen. Met een grijns steek ik mijn tong uit naar mijn spiegelbeeld. Ach ja, al die verschillende gezichten!