Vijfde plaats, Goede Doelen Actie: Stichting Creatief Hart

Logo Stichting Creatief Hart
Logo Stichting Creatief Hart

Vandaag besteden we aandacht aan de hekkensluiter van  onze Goede Doelen Actie. Met 129 stemmen is Stichting Creatief Hart door de bezoekers van Indisch 3.0 het vijfde goede doel dat we in de spotlight zetten.

Weggestopt

Er zijn al redelijk wat Nederlandse stichtingen die zich inzetten voor kansarme kinderen in Indonesië. Dit doen zij allen op een verschillende manier en op verschillende Indonesische eilanden. Veel van deze hulp bestaat uit financieren van scholing, sport of gezondheidszorg.

Toch blijft er vaak een groep kinderen achter vanwege lichamelijke of psychische beperkingen waardoor zij niet naar school kunnen of kunnen deelnemen aan sportactiviteiten. Deze groep kinderen wordt in de Indonesische maatschappij niet goed geaccepteerd en worden daarom vaak “weggestopt”. Veel van deze kinderen hebben juist baat bij creatief onderwijs waarbij zij zich persoonlijk kunnen ontwikkelen, communicatieve en sociale vaardigheden op kunnen doen en zo een betere toekomst tegemoet gaan.

 “Dit is mijn manier om wat voor mijn geboorteland terug te doen.”

groepje kinderen tekenen
groepje kinderen tekenen

Dewi Deijle
Vandaag maken we kennis met de jongste Stichting van onze Goede Doelen Actie: Stichting Creatief Hart. Op 20 maart 2013  is de stichting opgericht door voorzitter Dewi Deijle. “Ik ben zelf geboren in Indonesië en ben geadopteerd door mijn Nederlandse ouders. Ik heb altijd een band gehad met Indonesië. Dit is mijn manier om wat voor mijn geboorteland terug te doen.”

 

De stichting zet zich in zich in voor kansarme kinderen in Indonesië die niet of moeilijk toegang hebben tot het reguliere onderwijs vanwege een lichamelijke of psychische beperkingen. “In oktober 2013 ben ik naar Indonesië afgereisd om kennis te maken met enkele lokale kindertehuizen om te bespreken wat de Stichting Creatief Hart voor deze tehuizen kan betekenen.  Voorlopig richt de stichting zich op twee kindertehuizen. Eén kindertehuis in Noord-Sulawesi en één in Flores. Daar zal de Creatief Hart creatieve lessen gaan geven en combineren met Engelse basistaal.”

“We hopen de persoonlijke ontwikkeling van kinderen te bevorderen.”

creatief Hart - kinderen in Indonesie
creatief Hart – kinderen in Indonesië

Lesprogramma
Creatief Hart wil zelf eenvoudige lesprogramma’s ontwikkelen, waar lessen in tekenen, handenarbeid, en textielbewerking worden gegeven. Hierbij zullen zij hulp krijgen van lokale tehuizen. De stichting hoopt dat de persoonlijke ontwikkeling van de kinderen op deze manier extra wordt bevorderd.

Deijle: “De kinderen kunnen leren hoe ze hun creatieve werken kunnen tentoonstellen en verkopen aan toeristen of de rijkere toebedeelden in Indonesië. Op deze manier kunnen ze hun eigen inkomsten generen doordat ze tegelijkertijd geleerd hebben hoe ze hun eigen gemaakte handwerken kunnen verkopen. Het streven is dat deze kansarme kinderen een kans krijgen om een enigszins minder afhankelijk bestaan te kunnen leiden.”

Vrijwilligers werven
Omdat de stichting nog jong is, is er een hoop te doen. De stichting werft momenteel vrijwilligers. Het is de bedoeling dat vrijwilligers voor langere tijd lessen komen verzorgen in één van de tehuizen. “Momenteel richten wij onze aandacht voornamelijk op het kindertehuis op Noord-Sulawesi. Het is de bedoeling dat de vrijwilligers binnen het lesprogramma een aantal lessen zullen verzorgen. ”

“We zoeken vooral mensen die ons enkele maanden kunnen helpen.”

“Dit lesprogramma zal worden gecontinueerd door de mensen van het tehuis zelf op het moment dat de vrijwilliger weer vertrekt” verklaart Deijle. “In principe is iedereen als vrijwilliger welkom. Wel zoeken we vooral mensen die langere tijd, enkele maanden, bij ons kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan net-afgestudeerden aan kunstacademie of mensen die een tijdje willen reizen en dit willen combineren met vrijwilligers werk”.

Toekomstmuziek

Dewi Deijle
Dewi Deijle

Stichting Creatief Hart is momenteel druk bezig met het plannen van wervingsacties. In de toekomst wil de stichting ervoor zorgen dat er speciale gebouwen komen om kansarme kinderen creatieve scholing te geven. Maar dat is toekomstmuziek. Dewi  gaat twee keer per jaar naar Indonesië om daar mee te helpen  projecten op te zetten en ervoor te zorgen dat de projecten goed blijven lopen.

Sponsor Stichting Creatief Hart
De stichting heeft tot nu toe geld op gehaald door gesponsord deel te nemen aan de Dam tot Damloop in Noord-Holland. Op 9 maart 2014 gaat Dewi Deijle meedoen met de halve marathon in Den Haag. Dus wil jij haar sponsoren ga dan naar de site van de stichting!

Doneer geld of lesmaterialen.
Omdat de stichting net gestart is, is het vooral belangrijk om sponsors en donateurs te vinden die een financiële bijdrage willen leveren. De stichting kan dan lesmateriaal kopen zoals; blokfluiten, naaimachines, schilder en tekenspullen en Engels les materiaal. De spullen worden ingekocht in Indonesië. Doneer op rekeningnummer: NL55 Rabo 0110 2749 70. Maar uiteraard kun jíj ook tekenspullen doneren! Wil je weten hoe je dat het best kunt doen? Neem dan contact op met de stichting.

Ook wil de stichting bijdragen in de onkosten voor vrijwilligers. De vergoeding aan onkosten bestaat uit een kleine (maximum) bijdrage per dag voor eten en drinken en verblijfskosten (dus geen vliegticket).

Vrijwilligers in Nederland
“Wij zoeken ook nog vrijwilligers in Nederland om te helpen met het opzetten van werving, sponsor- en promotieactiviteiten,” vervolgt voorzitter Deijle. Genoeg mogelijkheden dus om deze startende stichting te helpen en te steunen. Help Stichting Creatief Hart zodat zij de kinderen een betere toekomst, blijdschap, creativiteit en muzikaliteit in het leven kunnen geven, en help deze stichting een succes te worden!

Wil jij weten wat jij kunt doen om te helpen? Stuur dan een e-mail naar Stichtingcreatiefhart@gmail.com Wil je meer achtergrondinformatie over deze stichting? Ga dan naar hun website of bezoek hun facebook pagina.

 

Melati Hotel

Het vijfde en laatste verhaal uit Indonesië gaat over Melati Hotel. Het hotel in Gorontalo maakte een belangrijke periode in de geschiedenis van Nederlands-Indië en Indonesië mee, en in deze stad woonden mijn overgrootouders tot aan hun dood.

Indonesië/Amsterdam, januari 2008

door Ed Caffin

Een van de oudste hotels van Gorontalo, een kleine provinciestad in het noorden van Sulawesi, is Melati Hotel. Het staat aan de rand van de alun-alun, het centrale plein, in het oude gedeelte van de stad. Het meer dan honderd jaar oude gebouw lijkt bevroren in de tijd. Op de veranda staan nog de originele meubels die oprichter Hendrik Velberg in 1900 aanschafte: houten tafels en donkerbruine rotan-stoelen. Het zijn dezelfde stoelen waarop mijn overgrootouders ooit zaten en lome tropenmiddagen doorbrachten met het drinken van zoete thee of es kelapa in de schaduw van het overhangende dak. Anno 2008 kan ik met mijn laptop op het terras internetten via een draadloze verbinding. Tijden veranderen wel degelijk.

Op de crèmekleurige houten muren zitten hagedisjes te wachten op het vallen van de avond als ik vanaf de stenen veranda van het hotel door de antieke raamluiken gluur. Het zonlicht valt naar binnen en maakt smalle strepen in de lange gang. Pak Alex, kleinzoon van Hendrik en de huidige eigenaar van het hotel, is stilletjes naast me komen staan. Als ik me naar hem toe draai en hem vraag naar de geschiedenis van het hotel, kijkt hij me onderzoekend aan door zijn bril met jaren-vijftig-montuur. Hij draagt een simpel wit hemd en een korte linnen broek. Zijn grijsblonde haar, heldere blauwe ogen en witte huid verraden zijn Europese afkomst. Het duurt even voordat hij antwoord geeft, maar tenslotte begint hij me in perfect (Indisch) Nederlands alles wat hij weet te vertellen.

img_4275_blog
Alex Velberg op de veranda voor het oude Melati Hotel

Het oorspronkelijke hotel had 10 kamers. Het hoofdgebouw, met buitentoilet, bestaat uit zeven kamers, en daarachter ligt een paviljoen met nog drie kamers. Vanaf de veranda van het hoofdgebouw gaan we de deur door en lopen we de gang in. Aan weerszijden zie ik kleine, spartaanse kamers met gietijzeren bedden waar dunne, verweerde matrassen op liggen. In elke kamer staat een eenzame stoel aan een bureau. Als we een tijdje zwijgend in de lange gang staan en ik door een kier van een oude deur een onbekende schaduw zie, begint het bijna-museum spookachtig aan te doen. Alsof hij me gerust wil stellen vertelt Alex dat in dit gedeelte tegenwoordig geen gasten meer komen, ik weet ook niet of ik hier ’s nachts erg rustig zou slapen. Hij vertelt verder dat hij dit deel van het hotel aan het restaureren is.

Schuin achter het originele, antieke hotel ligt een grasveldje met in het midden een paar houten stoelen onder een afdak. In 1996 liet Alex langs de rand van dit veldje een nieuw gedeelte aan het hotel bouwen. Het simpele, stenen gebouw bestaat uit twee vleugels en heeft een L-vormige galerij, waar de stuk of vijftien identieke kamers op uitkomen. In alle kamers liggen dezelfde gladde, witte tegels op de vloer en staan dezelfde bedden. Hier verblijven nu alle gasten. Naast de nieuwe vleugel, in het achterste, oudere gedeelte van het complex woont Alex met zijn familie.

Vanaf de oprichting tot aan de Tweede Wereldoorlog was Melati Hotel een populaire plek voor de bewoners van Kampong Tenda, de nabijgelegen oude Indische wijk die tussen de alun-alun en de haven ligt. Net als het hotel lijkt het alsof de wijk sinds het begin van de vorige eeuw weinig veranderd is. In het midden van Kampong Tenda staat nog een oude Hollandse kerk en de meeste oude, koloniale huizen zijn na vele tropenjaren nog zo goed als compleet intact. Er wonen ook nog steeds enkele Indische families, maar de meeste huizen werden na de oorlog verkocht aan Indonesiërs en chinezen. Op een heuvel, niet ver van de kampong , is een oude Indische begraafplaats te vinden met tientallen verweerde en overwoekerde graven van vroegere bewoners.

Hotel Melati, Jalan Gajah Mada 33, Gorontalo
Hotel Melati, Jalan Gajah Mada 33, Gorontalo

Naast de Indo’s uit Kampong Tenda kwamen er veel zeelui en Hollanders in het hotel. Gorontalo was in die tijd een belangrijke havenplaats met veel handel en scheepvaart. Op zaterdagavonden werd er volgens Alex tot laat gedanst op de veranda. Ik stel het me voor: tussen de muziek van langspeelplaten uit krakende grammofoons klinkt gelach. Lange, zwierige jurken van verlegen jongedames slepen langs de witte pantalons van knappe Indische jongens. Er worden steelse blikken uitgewisseld, terwijl de ouderen bier en Bols drinken en in het zwakke petroleumlicht het geflirt van de jongelui niet opmerken.

Terwijl de becakrijders voor het hotel sigaretjes roken of opgevouwen op de passagiersbankjes middagdutjes doen, neem ik wat foto’s van Pak Alex op de veranda van het oude gedeelte van het hotel. Hij trekt een ernstig gezicht en laat zijn armen langs zijn lichaam naar beneden zakken, over de armleuningen van de antieke stoel waar hij op zit. In de zoeker van mijn camera lijkt Alex, net als het hotel, vastgevroren in de tijd.

Hoewel het hotel uiterlijk misschien onveranderd lijkt, is zijn geschiedenis en die van Gorontalo, de geschiedenis van Indonesië in een notendop. Het maakte in de afgelopen honderd jaar alle veranderingen mee: van de tempo doeloe tijd, tot de Tweede Wereldoorlog, waarin zijn kamers bewoond werden door Japanse soldaten, van de revolutietijd tot aan de bevrijding, waarna het getuige was van de uittocht van vele Indo’s uit Indonesië. Na die uittocht, Frits Velberg had het hotel inmiddels overgenomen, kwamen er lange tijd vrijwel uitsluitend Indonesische toeristen naar het hotel.

Bij de oprichting van het hotel in 1900 in Gorontalo woonden er nog honderden Indische mensen, maar toen Henrik Velberg het hotel begin jaren zestig overdeed aan zijn zoon Frits, was zo goed als de gehele Indische gemeenschap verdwenen. De familie Velberg was een van de weinigen die achterbleef. De laatste decennia ziet Alex, die het hotel na de dood van zijn vader in 1994 overnam, veel Indische Gorontalezen terugkomen naar de plek van hun jeugd. Tegenwoordig komen ook hun kinderen en kleinkinderen, vaak op zoek naar een bepaald huis in Kampong Tenda en onbekende verhalen. Vaak overnachten ze in hotel Melati. Geduldig vertelt Alex ze wat hij weet; het hotel, de kampong Tenda en Alex zitten vol verhalen.

Als de nacht valt, en Alex verdwijnt achter de toonbank van zijn winkel, blijf ik zitten op de oude veranda. Mijn sigaret licht af en toe op in het tropisch aardedonker en het wordt langzaam stil om me heen. Slechts het geluid van een tokeh klinkt zo nu en dan van ergens dichtbij. Dan, na een hele poos, sta ik op en schuif ik de oude stoel aan. Het is tijd om te gaan slapen.

Makassar, Toraja en de Togean Islands

Amsterdam, 9 april 2008
door Ed Caffin

Ik reis graag door Indonesië. Vorig jaar ging ik samen met mijn twee oudere broers. Een deel van de reis ging door Sulawesi. Het verslag dat ik over dat stuk van de reis schreef verscheen eerder in Indonesie Magazine:

Mijn twee broers en ik maken een reis over Sulawesi, een eiland van enorme afmetingen in het midden van de Indonesische archipel. Op het grillig gevormde eiland, dat vroeger Celebes werd genoemd, wonen ongeveer net zoveel mensen als in Nederland.

Makassar

Vanaf het snikhete Surabaya nemen we het vliegtuig naar Makassar, de zuidelijke havenstad op Sulawesi, die ook wel Ujung Pandang wordt genoemd. Aan het eind van de middag komen we aan op het vliegveld, dat vrij ver van de stad ligt. Na een lome taxirit komen we pas tegen het vallen van de duisternis in het centrum van de stad aan.

We vinden een vriendelijk en vlekkeloos hotel, vlakbij het oude centrum van de stad. Makassar heeft een belangrijke en interessante geschiedenis. Vanuit hier ondernamen de Buginezen, een dapper zeevaardersvolk, eeuwenlang verre tochten door de Indonesische archipel. Later controleerde de VOC vanuit hier de belangrijke handelsroute tussen het westelijke en oostelijke gedeelte van de toenmalige kroonkolonie. Het vlakbij ons hotel gelegen Fort Rotterdam herinnert aan die tijd. Het door een lokale Sultan gebouwde fort werd halverwege de 17e eeuw door de VOC veroverd en verbouwd tot een vesting vlak aan de kust. Het is prachtig gerestaureerd en wordt dag in dag uit druk bezocht door grote groepen, veelal lokale toeristen.

Wanneer we de volgende dag naar binnen willen, houdt een groepje gillende schoolkinderen ons al bij de ingang tegen. De kinderen verzamelen zich om ons heen en willen Engels praten. Ze schieten echter meteen verlegen lachend weg wanneer ze door een van ons worden aangesproken.

Naast de groepen schoolkinderen blijkt er ook een vereniging van lokale studenten rond te lopen. Ze studeren talen en spreken elke zondag af in het fort om dan op zoek te gaan naar gesprekspartners. Als enige buitenlandse toeristen zijn we het continue aanspreekpunt. Urenlang lopen we door de verschillende toonzalen van het museum en de binnentuin, steeds vergezeld van clubjes leergierige studenten met opschrijfboekjes.

Als we eenmaal buiten zijn, rusten we uit bij Pantai Losari; langs de grote boulevard aan zee. Hier gebeurt het. Tientallen stelletjes, gezinnen en andere mensen vermaken zich met het kijken naar spelende kinderen in het water en voetballende jongens op het plein. Frisdrank- en snackverkopers wurmen zich door de groeiende menigte heen, hun koopwaar luid aanprijzend. Ondertussen observeren wij van afstand de bedrijvigheid op de boulevard, tegen de kalme achtergrond van de langzaam ondergaande zon.

Tanah Toraja

Na een aantal dagen vertrekken we met de nachtbus naar Tanah Toraja. In het donker passeren we Danau Tempe en Enrekang en rijden we in de richting van Makele. Het wordt al licht en door de beslagen ramen van de bus zijn de eerste glimpen van de schitterende Sadanvallei al te zien. We vinden een hotel aan de rand van Rantepao, de hoofdstad van Toraja. De stad blijkt redelijk ingesteld op toerisme, hoewel we nauwelijks andere reizigers zien.

Een aantal dagen rijden we op brommertjes door de vallei. In de verschillende dorpjes, zoals Londa, Kete Kesu en Lemo, zijn er talloze bezienswaardigheden. Het adembenemend mooie gebied wordt bevolkt door vriendelijke mensen, die van alles vertellen over de gebruiken en gewoontes in de Toraja-cultuur. De mensen zijn christelijk, maar de cultuur kent ook veel oude, lokale tradities. Zo wordt het religieuze leven van de Toraja’s gedomineerd door uitgebreide ceremonies bij belangrijke gebeurtenissen als huwelijk of overlijden. Bij een begrafenis worden er bij voorkeur zoveel mogelijk buffels geofferd, waarbij de hoeveelheid offers de status van de persoon binnen de gemeenschap uitdrukt. De dode wordt daarna bijgezet in een ‘familiegrot’, waarvan we er verschillende zien. Omdat deze grafceremonies erg kostbaar zijn, is hier een veelgehoorde grap dat je beter met iemand kunt trouwen die geen ouders meer heeft, waardoor je een hoop kosten worden bespaard.

Centraal Sulawesi

Hoewel we nog meer hadden willen zien van Toraja, reizen we na een kleine week alweer in noordelijke richting verder. We staan midden in de nacht op en verlaten Rantepao in het donker. De reis gaat naar Ampana, een plaatsje aan de Teluk Tomini, de grote baai tussen Centraal- en Noord-Sulawesi. In de auto kijk ik op de kaart. We moeten de Trans-Sulawesi snelweg nemen, die van het zuiden, helemaal naar het noordelijkste puntje van het eiland loopt. Via Palopo, Pendolo en Poso, waar de snelweg afbuigt naar het noorden, kunnen we langs een smalle kustweg in Ampana komen.

Tijdens het eerste deel van de reis rijden we urenlang over een smalle, kronkelende weg. In de schemering komen de beboste binnenlanden tevoorschijn, maar ik word langzaam wagenziek. We rijden maar door en ik voel me beroerd. Wat een vreselijke reis! Als de weg eindelijk beter wordt, en ik me wat beter voel, krijg ik meer oog voor de mooie natuur. Rond de middag stoppen we bij Danau Poso, een uitgestrekt meer aan de rand van het tot voor kort onrustige gebied, en eten een eenvoudige maaltijd. Het is prachtig hier en we kunnen ons moeilijk voorstellen dat hier kort geleden nog zoveel problemen waren.

Tegen de avond bereiken we Ampana en vinden een hotel aan het water. We worden uitgenodigd voor het avondeten bij de familie van de eigenaar. Het plan is morgen de overtocht te maken naar de Togean Islands en we vragen advies. Hij blijkt zelf accommodatie te hebben op een van de eilanden, en biedt ons aan ons mee te nemen in zijn eigen boot. We stemmen in en spreken voor de volgende dag af.

Togean Islands

Het kleine houten bootje ligt die ochtend al klaar langs de steiger voor het hotel. Mannen laden nieuwe voorraden in, de hoteleigenaar geeft aanwijzingen vanaf het strand. Onze tassen worden snel tussen de balen rijst en dozen met andere voorraden gelegd en we springen aan boord.

Het is een ongelooflijk mooie tocht: vliegende vissen springen uit het spiegelende water rond de boot, de blauwe zee is kalm en aan de horizon komen de eilanden langzaam dichterbij. Na vijf uur komen we ten slotte aan op Pulau Kadidiri, een van de kleinste eilanden van de eilandengroep.

Rond de Togeans zijn talloze koraalriffen en is er een grote variëteit aan exotische dier- en plantensoorten. We zwemmen, duiken en snorkelen een paar dagen, eten heerlijk en genieten volop. Ons bungalowtje ligt aan het strand en vlakbij strekt een pier van zongeblakerde houten planken een meter of honderd uit in zee. We zitten bijna op de evenaar en de zon brandt fel. Ook hier zijn we de enige reizigers. Zittend op onze veranda kijk ik om me heen en besef ik me dat ik weinig méér kan wensen. Het is het absolute hoogtepunt van een geweldige reis: we zijn in een paradijs beland.

Terug?

We willen niet meer naar huis en na een dag of vijf vertrekken we met grote tegenzin. Die dag zal er vanaf een haventje op een groter eiland in de buurt een boot naar Gorontalo gaan, een provinciestad in het noorden, waarvandaan we met het vliegtuig terug naar Bali kunnen komen. Terwijl onze tassen weer in het bootje worden geladen, nemen we afscheid van de eigenaar. Totdat we in de haven aankomen, en beginnen aan de lange tocht naar huis, is het erg stil aan boord. Wat waren we graag gebleven!